XeroxenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; xeroxte, heeft gexeroxt) 1 kopieën maken volgens het systeem van de xerografie.
| Xeroxte | Gexeroxt
|
YahtzeeënALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 yahtzee spelen.
| Yahtzeede | Geyahtzeed
|
| Yellen | Yelde | Geyeld
|
ZaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zaaide, heeft gezaaid) 1 (ook absoluut) (zaad) op de akker strooien 2 de kiem leggen van, veroorzaken, teweegbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Sembrar sInzaaien | Zaaide | Gezaaid
|
| Zabbelen | Zabbelde | Gezabbeld
|
| Zabberen | Zabberde | Gezabberd
|
ZadelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zadelde, heeft gezadeld) 1 (een rijdier) een zadel opleggen.
In Spaans overeenkomend met: Ensillar sOpzadelen | Zadelde | Gezadeld
|
ZagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zaagde, heeft gezaagd; zager) 1 (informeel) krassen, slecht op de viool spelen 2 (in België; informeel) zeuren. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zaagde, heeft gezaagd) 1 met een zaag verdelen, doorsnijden.
In Spaans overeenkomend met: Aserrar, Serrar
| Zaagde | Gezaagd
|
ZakendoenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het verrichten van commerciële activiteiten.
| Deed zaken | Zakengedaan
|
ZakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte, is gezakt) 1 omlaaggaan 2 lager van niveau worden 3 niet slagen bij een examen 4 (muziek) niet op de juiste toonhoogte blijven 5 (scheepvaart) achterblijven. (overgankelijk werkwoord; zakte, heeft gezakt) 1 in zakken doen.
In Spaans overeenkomend met: Bajar sDalen Verlagen Verzakken Wegzakken | Zakte | Gezakt
|
ZakkenrollenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zakkenroller) 1 behendig stelen uit de jaszakken of tassen van anderen.
| |
|
ZakkenvullenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zakkenvuller) 1 zich verrijken op kosten van anderen, m.n. van de gemeenschap.
| Vulde zakken | Zakkengevuld
|
ZaklopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 met de benen in een zak gestoken in wedstrijdverband naar een doel lopen.
| |
|
ZaligenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zaligde, heeft gezaligd; zaliging) 1 (formeel) zalig verklaren, zalig spreken.
| Zaligde | Gezaligd
|
ZalvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving) 1 met zalf bestrijken 2 met zalfolie overgieten als wijding.
In Spaans overeenkomend met: Viaticar sBedienen | Zalfde | Gezalfd
|
| Zamelen | Zamelde | Gezameld
|
ZandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zandde, heeft gezand) 1 met zand bedekken.
| Zandde | Gezand
|
ZandschilderenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 figuren met op de grond gestrooid gekleurd zand vervaardigen.
| |
|
ZandstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zandstraalde, heeft gezandstraald) 1 (een gevel) met een zandstraaltoestel reinigen 2 met een zandstraal figuren in glas aanbrengen.
| Zandstraalde | Gezandstraald
|
ZanikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zanikte, heeft gezanikt; zaniker) 1 zeuren, zeiken.
| Zanikte | Gezanikt
|
| Zanten | Zantte | Gezant
|
ZappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zapte, heeft/is gezapt; zapper) 1 steeds andere tv-programma's kiezen m.b.v. de afstandsbediening.
| Zapte | Gezapt
|
ZeefdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zeefdrukte, heeft gezeefdrukt; zeefdruk) 1 in zeefdruk vervaardigen of bedrukken.
| Zeefdrukte | Gezeefdrukt
|
ZeezeilenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zeezeiler) 1 zeilen op zee als sport.
| |
|
ZegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zegelde, heeft gezegeld; zegeling) 1 een zegel aanbrengen op 2 (een brief) verzegelen.
In Spaans overeenkomend met: Lacrar, Sellar sBezegelen Verzegelen | Zegelde | Gezegeld
|
ZegenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zegende, heeft gezegend; zegening) 1 de zegen geven 2 zijn gunst of bescherming geven aan 3 als gewijd prijzen.
In Spaans overeenkomend met: Bendecir Consagrar sConsacreren Consecreren Inwijden Inzegenen Wijden | Zegende | Gezegend
|
ZegepralenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zegepraalde, heeft gezegepraald) 1 triomferen.
| Zegepraalde | Gezegepraald
|
ZegevierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zegevierde, heeft gezegevierd) 1 de overwinning behalen.
In Spaans overeenkomend met: Triunfar Prevalecer Vencer sBevangen Overwegen Overwinnen Prevaleren Succes hebben Verslaan | Zegevierde | Gezegevierd
|
ZeggenALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; zegde/zei, heeft gezegd; zegger, zegging) 1 mondeling overbrengen 2 vinden, oordelen 3 betekenen, uitdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Decir, Decirse Echar sOpgeven Uiten | Zegde, Zei | Gezegd
|
ZeikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeikte, heeft gezeikt/gezeken; zeikerd) 1 (grof) zeuren 2 (vulgair) plassen, urineren. (onpersoonlijk werkwoord; zeikte, heeft gezeikt/gezeken) 1 (informeel) stortregenen.
| Zeikte, Zeek | Gezeikt, Gezeken
|
ZeilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeiler) 1 (zeilde, heeft/is gezeild) met een zeilboot varen 2 (zeilde, is gezeild) zich voortbewegen op een wijze die doet denken aan een zeilend schip .
In Spaans overeenkomend met: Navegar a la vela Hacer vela
| Zeilde | Gezeild
|
ZekerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zekerde, heeft gezekerd) 1 (jacht) (van wilde dieren) stilstaand door te ruiken en te luisteren de omgeving verkennen 2 (wandelsport) het touw voor een tochtgenoot vastmaken bij het bergbeklimmen. (overgankelijk werkwoord; zekerde, heeft gezekerd) 1 beveiligen d.m.v. zekeringen.
| Zekerde | Gezekerd
|
ZemelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zemelde, heeft gezemeld; zemelaar) 1 zeuren.
| Zemelde | Gezemeld
|
| Zemelknopen | Zemelknoopte | Gezemelknoopt
|
ZemenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van zeemleer vervaardigd. (onovergankelijk werkwoord; zeemde, heeft gezeemd) 1 huiden van schapen enz. tot zeemleer bereiden 2 honing persen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zeemde, heeft gezeemd) 1 met een zeemlap drogen.
| Zeemde | Gezeemd
|
ZendenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zond, heeft gezonden) 1 radio- of televisieprogramma's uitzenden. (overgankelijk werkwoord; zond, heeft gezonden; zender, zending) 1 sturen, doen gaan.
In Spaans overeenkomend met: Enderezar Despachar, Enviar, Expedir sDoen toekomen Opsturen Opzenden Richten Sturen Verzenden Wijden | Zond | Gezonden
|
ZenderhoppenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zappen.
| Zenderhopte | Gezenderhopt
|
ZengenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zengde, heeft gezengd; zenger, zenging) 1 verschroeien, geschroeid worden. (overgankelijk werkwoord; zengde, heeft gezengd) 1 schroeien, licht branden.
| Zengde | Gezengd
|
ZepenIn Spaans overeenkomend met: Enjabonar sInzepen | Zeepte | Gezeept
|
ZetelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeteling) 1 (zetelde, heeft/is gezeteld) zijn standplaats hebben, gevestigd zijn 2 (zetelde, heeft gezeteld) (formeel) gezeten zijn.
| Zetelde | Gezeteld
|
ZettenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zette, heeft gezet) 1 verwedden. (overgankelijk werkwoord; zette, heeft gezet) 1 (ook absoluut) (letters, tekst) op een bepaalde wijze schikken 2 rechtop op de genoemde plaats doen zitten, rusten, staan 3 vastzetten 4 (de genoemde houding of uitdrukking) aannemen 5 (koffie, thee) bereiden 6 (de genoemde handeling) met kracht beginnen 7 in de genoemde positie of toestand brengen 8 schrijven . (wederkerend werkwoord; zette zich, heeft zich gezet) 1 zijn vaste vorm, zijn definitieve gesteldheid krijgen 2 (in België) plaatsnemen, gaan zitten.
In Spaans overeenkomend met: Extraer Hacer una infusión, Infundir Colocar, Estacionar, Hincar, Meter, Poner Montar Reducir Sentarse Componer sAfleiden Aftrekken Doen Herleiden Inkrimpen Laten trekken Leggen Monteren Plaatsen Reduceren Steken Stellen Stoppen Vereenvoudigen | Zette | Gezet
|
ZeulenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeulde, heeft gezeuld; zeuling) 1 met zeer veel moeite voortslepen.
| Zeulde | Gezeuld
|
ZeurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeurde, heeft gezeurd; zeurder) 1 langdurig op vervelende toon of lastige wijze over iets spreken, veelal om zich te beklagen of om een verlangen te uiten .
In Spaans overeenkomend met: Quejarse constantemente
| Zeurde | Gezeurd
|
ZevenALLE betekenissen van dit woord: (de; zevens) 1 symbool waarmee het getal 'zeven' wordt voorgesteld. (overgankelijk werkwoord; zeefde, heeft gezeefd; zever) 1 met een zeef zuiveren. (hoofdtelwoord) 1 één meer dan zes 2 zevende binnen de genoemde reeks.
In Spaans overeenkomend met: Cerner, Cernir, Colar, Filtrar, Tamizar Cribar, Zarandar, Zarandear sFiltreren Selecteren Ziften | Zeefde | Gezeefd
|
ZeverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeverde, heeft gezeverd; zeveraar, zevering) 1 zeuren 2 (in België; informeel) kwijlen.
| Zeverde | Gezeverd
|
ZichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zichtte, heeft gezicht) 1 (iets) met een zicht, korte zeis maaien.
In Spaans overeenkomend met: Segar sMaaien | Zichtte | Gezicht
|
ZiedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ziedde, heeft gezied/gezoden; zieder) 1 koken. (overgankelijk werkwoord; ziedde, heeft gezied/gezoden) 1 door koken bereiden.
In Spaans overeenkomend met: Hervir sBorrelen Koken Op het kookpunt zijn | Ziedde | Gezied, Gezoden
|
| Ziegezagen | Ziegezaagde | Geziegezaagd
|
ZiekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ziekte, heeft geziekt) 1 (informeel) opzettelijk de stemming bederven.
| Ziekte | Geziekt
|
ZieltogenIn Spaans overeenkomend met: Boquear
| Zieltoogde | Gezieltoogd
|
ZienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zag, heeft gezien) 1 uitkijken op, uitzicht geven. (werkwoord; zag, heeft gezien) 1 proberen te. (onovergankelijk werkwoord; zag, heeft gezien) 1 het vermogen hebben met het oog waar te nemen, niet blind zijn 2 het genoemde voorkomen hebben, er op een bepaalde wijze uitzien. (overgankelijk werkwoord; zag, heeft gezien) 1 (ook absoluut) met de ogen waarnemen 2 innerlijk waarnemen.
In Spaans overeenkomend met: Hallar Ver sWaarnemen | Zag | Gezien
|
ZiftenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ziftte, heeft gezift) 1 zeven, door een zeef laten lopen.
In Spaans overeenkomend met: Cribar, Zarandar, Zarandear sZeven | Ziftte | Gezift
|
ZigzaggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zigzagde, heeft/is gezigzagd) 1 zich voortbewegen volgens een zigzaglijn 2 met zigzagsteek naaien.
| Zigzagde | Gezigzagd
|
ZijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zeeg, heeft gezegen) 1 een vloeistof zuiveren door filtreren.
In Spaans overeenkomend met: Filtrar sFilteren Filtreren | Zeeg | Gezegen
|
ZijnALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het bestaan. (werkwoord; was, is geweest) 1 behoren aan. (onovergankelijk werkwoord; was, is geweest) 1 een werkelijkheid uitmaken, bestaan 2 zich bevinden 3 bezig zijn met 4 bedragen in aantal, lengte, prijs enz. (hulpwerkwoord) 1 van tijd 2 van de lijdende vorm. (koppelwerkwoord) 1 ter aanduiding dat het onderwerp de genoemde hoedanigheid heeft of in de genoemde toestand verkeert. (bezittelijk voornaamwoord) 1 van hem.
In Spaans overeenkomend met: Estar, Ser Quedar Haber Hallarse
| Was | Geweest
|
| Zijpelen | Zijpelde | Gezijpeld
|
ZinderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zinderde, heeft gezinderd; zindering) 1 (formeel) gloeiend trillen.
| Zinderde | Gezinderd
|
ZingenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zong, heeft gezongen) 1 (van vogels) een muzikaal geluid voortbrengen 2 (van bijna kokend water) het geluid van het springen van opstijgende luchtbelletjes voortbrengen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zong, heeft gezongen) 1 met de stem een muzikale opeenvolging van tonen voortbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Cantar
| Zong | Gezongen
|
ZinkenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van zink vervaardigd. (onovergankelijk werkwoord; zonk, is gezonken) 1 omlaaggaan in een vloeistof 2 dalen, zakken.
In Spaans overeenkomend met: Degenerar Hundirse Bajar, Descender Bucear, Inundar sAfdalen Dalen Degenereren Duiken Naar beneden gaan Neerdalen Onderduiken Ontaarden Uitstappen Verbasteren Verdiepen|Zich verdiepen Vergaan Verworden Verzinken Wegzinken Zich verdiepen | Zonk | Gezonken
|
ZinnenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 bewustzijn. (werkwoord; zon, heeft gezonnen) 1 zijn gedachten en streven richten op. (onovergankelijk werkwoord; zinde, heeft gezind) 1 bevallen, naar de zin zijn.
In Spaans overeenkomend met: Agradar, Gustar Meditar, Reflexionar sAanstaan Bedenken Behagen Bevallen Nadenken Overdenken Prettig vinden Wikken Zinnen op | Zon | Gezonnen
|
ZinspelenIn Spaans overeenkomend met: Aludir, Citar sAlluderen Een toespeling maken Toespelen | Zinspeelde | Gezinspeeld
|
ZippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zipte, heeft gezipt) 1 het comprimeren van bestanden.
| Zipte | Gezipt
|
ZittenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zat, heeft gezeten) 1 zonder toestemming aanraken. (werkwoord; zat, heeft gezeten) 1 lid zijn van, beoefenen. (werkwoord; zat, heeft gezeten) 1 als moeilijk ervaren. (werkwoord; zat, heeft gezeten) 1 zich bezighouden met. (onovergankelijk werkwoord; zitter) 1 (zat, heeft/is gezeten) op het zitvlak rusten, gezeten zijn 2 (zat, heeft gezeten) zich bevinden in de genoemde positie of toestand 3 (zat, heeft gezeten) (van kledingstukken) passen, staan 4 (zat, heeft gezeten) ter aanduiding van een nabijkomen of verbonden-zijn door een beweging 5 (zat, heeft gezeten) een gevangenisstraf ondergaan .
In Spaans overeenkomend met: Posar Estar sentado Estar sPoseren | Zat | Gezeten
|
ZoekbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht zoek, heeft zoekgebracht) 1 verloren doen gaan.
| Bracht zoek | Zoekgebracht
|
ZoekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zocht, heeft gezocht) 1 (archaïsch) proberen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zocht, heeft gezocht; zoeker) 1 trachten te vinden 2 trachten te verkrijgen, te bereiken 3 iedere gelegenheid aangrijpen om te vitten op 4 door zijn gedrag uitlokken .
In Spaans overeenkomend met: Procurar, Tratar de Buscar sBeijveren|Zich beijveren Moeite doen Opzoeken Pogen Snorren Streven Trachten Uitkijken Uitzien Zich beijveren | Zocht | Gezocht
|
ZoekmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte zoek, heeft zoekgemaakt) 1 veroorzaken dat iets verloren gaat.
| Maakte zoek | Zoekgemaakt
|
ZoekrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raakte zoek, is zoekgeraakt) 1 ergens belanden waar men het niet meer kan vinden.
| Raakte zoek | Zoekgeraakt
|
ZoemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoemde, heeft gezoemd) 1 een trillend of gonzend geluid maken.
In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar sBrommen Gonzen Razen Snorren Suizelen Suizen Tuiten | Zoemde | Gezoemd
|
ZoenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zoende, heeft gezoend; zoener) 1 stevig kussen.
In Spaans overeenkomend met: Besar sKussen | Zoende | Gezoend
|
ZoetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoette, heeft gezoet) 1 zoet maken.
In Spaans overeenkomend met: Azucarar, Dulcificar, Edulcorar Lustrar, Pulimentar, Pulir sBoenen Poetsen Polijsten Schuren Wrijven Zoet maken | Zoette | Gezoet
|
ZoetvijlenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 met de zoetvijl bewerken.
| Zoetvijlde | Gezoetvijld
|
ZoevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoefde, heeft/is gezoefd) 1 zich met grote snelheid voortbewegen zodat een suizend geluid wordt voortgebracht.
| Zoefde | Gezoefd
|
ZogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zoogde, heeft gezoogd) 1 (een kind) aan de borst laten zuigen, met moedermelk voeden.
In Spaans overeenkomend met: Amamantar, Dar el pecho sDe borst geven | Zoogde | Gezoogd
|
ZolderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zolderde, heeft gezolderd; zoldering) 1 (informeel) van een zoldering voorzien.
| Zolderde | Gezolderd
|
ZolenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoolde, heeft gezoold) 1 (schoenen of laarzen) van zolen voorzien.
| Zoolde | Gezoold
|
ZomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoomde, heeft gezoomd) 1 van zomen voorzien.
| Zoomde | Gezoomd
|
ZomerenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; zomerde, heeft gezomerd) 1 zomer, warm weer zijn of worden.
| Zomerde | Gezomerd
|
ZondigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zondigde, heeft gezondigd) 1 een overtreding of misslag begaan. (onovergankelijk werkwoord; zondigde, heeft gezondigd; zondaar) 1 zonde begaan.
In Spaans overeenkomend met: Pecar sZonde doen | Zondigde | Gezondigd
|
ZonnebadenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zonnebaadde, heeft gezonnebaad; zonnebader) 1 het naakte of zeer licht beklede lichaam aan de zonnestralen blootstellen.
In Spaans overeenkomend met: Asolear, Insolar, Solear sZonnen | Zonnebaadde | Gezonnebaad
|
ZonnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zonde, heeft gezond) 1 zonnebaden.
In Spaans overeenkomend met: Asolear, Insolar, Solear sZonnebaden | Zonde | Gezond
|
ZoomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoomde, heeft gezoomd) 1 fotograferen m.b.v. een zoomlens 2 het beeld m.b.v. een zoomlens dichterbij halen.
In Spaans overeenkomend met: Subir en candela
| Zoomde | Gezoomd
|
ZorgenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zorgde, heeft gezorgd) 1 toezien en moeite doen dat iets gebeurt of onderhouden wordt 2 voortdurend en toegewijd in de weer zijn voor anderen. (onovergankelijk werkwoord; zorger) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Encargarse Cuidar, Cuidar de, Preocuparse por sBekommeren|Zich bekommeren Bezorgd zijn Zich bekommeren Zorg dragen | Zorgde | Gezorgd
|
| Zottebollen | Zottebolde | Gezottebold
|
ZoutenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoutte, heeft gezouten) 1 met zout bestrooien, toebereiden 2 in zout leggen.
In Spaans overeenkomend met: Curar con sal, Salar sIn het zout leggen Inleggen Inmaken Pekelen | Zoutte | Gezouten
|
ZuchtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zuchtte, heeft gezucht) 1 smachten naar. (onovergankelijk werkwoord; zuchtte, heeft gezucht; zuchting) 1 met kracht hoorbaar uitademen 2 zuchten slaken als uiting van verdriet, pijn, vermoeidheid enz.
In Spaans overeenkomend met: Anhelar, Añorar Suspirar Gemir sHunkeren Kermen Kreunen Reikhalzen Smachten Verlangen Zuchten naar | Zuchtte | Gezucht
|
| Zuidelijken | Zuidelijkte | Gezuidelijkt
|
ZuigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoog, heeft gezogen; zuiger, zuiging) 1 op iets sabbelen 2 (informeel; jongerentaal) waardeloos zijn. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zoog, heeft gezogen) 1 (iets) door het trekken van een vacuüm naar een andere plaats halen 2 met de mond (iets) ergens uithalen, naar zich toehalen 3 stofzuigen.
In Spaans overeenkomend met: Chupar, Mamar ((aan de borst),(al pecho)) sLurken Opzuigen | Zoog | Gezogen
|
| Zuimen | Zuimde | Gezuimd
|
ZuipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoop, heeft gezopen; zuiper) 1 (informeel) drinken, alcohol gebruiken. (overgankelijk werkwoord; zoop, heeft gezopen) 1 (ook absoluut) (informeel) drinken 2 door overmatig drinken in zekere toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Beber demasiado alcohol Soplarse Chingar
| Zoop | Gezopen
|
ZuiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zuiverde, heeft gezuiverd; zuiveraar, zuivering) 1 vrij maken van verontreiniging 2 ontdoen van politieke tegenstanders 3 van een smet bevrijden 4 (metalen, gassen, olie) raffineren, veredelen 5 fouten of onvolkomenheden verwijderen uit.
In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Limpiar, Purificar sLouteren Reinigen Schoonmaken Vegen | Zuiverde | Gezuiverd
|
ZullenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zou, heeft gezuld) 1 moeten. (hulpwerkwoord) 1 ter vorming van de toekomende tijd 2 van modaliteit.
| Zou |
|
| Zulten | Zultte | Gezult
|
ZurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zuurde, is gezuurd) 1 zuur worden. (overgankelijk werkwoord; zuurde, heeft gezuurd) 1 zuur maken.
| Zuurde | Gezuurd
|
ZwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (zwaaide, heeft gezwaaid) groeten door de hand heen en weer of op en neer te bewegen 2 (zwaaide, heeft/is gezwaaid) heen en weer bewogen worden 3 (zwaaide, is gezwaaid) zich volgens bochtige lijnen voortbewegen . (overgankelijk werkwoord; zwaaide, heeft gezwaaid) 1 (iets) krachtig heen en weer bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Blandir, Enarbolar, Tremolar sSlingeren Swingen | Zwaaide | Gezwaaid
|
| Zwaardvechten | |
|
ZwabberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwabberde, heeft gezwabberd) 1 met een zwabber reinigen.
In Spaans overeenkomend met: Fregar con palo, Lampacear
| Zwabberde | Gezwabberd
|
ZwachtelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwachtelde, heeft gezwachteld; zwachteling) 1 met een zwachtel omwinden.
In Spaans overeenkomend met: Vendar sOmzwachtelen Verbinden | Zwachtelde | Gezwachteld
|
ZwalkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwalkte, heeft gezwalkt; zwalker, zwalking) 1 her en der zwerven.
| Zwalkte | Gezwalkt
|
ZwalpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwalpte, heeft gezwalpt; zwalping) 1 zich golvend verheffen.
| Zwalpte | Gezwalpt
|
ZwaluwstaartenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zwaluwstaartte, heeft gezwaluwstaart) 1 een verbinding met zwaluwstaarten maken.
| Zwaluwstaartte | Gezwaluwstaart
|
ZwammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwamde, heeft gezwamd; zwammer) 1 (informeel) ondegelijk of zonder kennis van zaken eindeloos redeneren.
| Zwamde | Gezwamd
|
ZwanzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwansde, heeft gezwansd) 1 (in België; informeel) schertsen, gekscheren.
| Zwansde | Gezwansd
|
ZwartenIn Spaans overeenkomend met: Ennegrecer sZwart maken | Zwartte | Gezwart
|
ZwartepietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwartepiette, heeft gezwartepiet) 1 het kaartspel spelen waarbij schoppenboer zwartepiet heet en de meeste strafpunten oplevert.
| Zwartepiette | Gezwartepiet
|
ZwartkijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keek zwart, heeft zwartgekeken; zwartkijker) 1 een televisietoestel gebruiken zonder kijkgeld te betalen.
| Keek zwart | Zwartgekeken
|
ZwartmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte zwart, heeft zwartgemaakt; zwartmaking) 1 (iem.) van laakbare daden beschuldigen.
| Maakte zwart | Zwartgemaakt
|
ZwartrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed zwart, heeft zwartgereden; zwartrijder) 1 een auto gebruiken zonder de verschuldigde wegenbelasting te betalen 2 zonder geldig plaatsbewijs meerijden in een openbaar vervoermiddel.
| Reed zwart | Zwartgereden
|
| Zwartselen | Zwartselde | Gezwartseld
|
ZwartwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwartwerker) 1 werk verrichten zonder de verdiensten ervan aan de belastingen of de Sociale Dienst op te geven.
| Werkte zwart | Zwartgewerkt
|
ZwatelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwatelde, heeft gezwateld; zwateling) 1 (formeel) zacht ruisen, lispelen.
| Zwatelde | Gezwateld
|
ZwavelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwavelde, heeft gezwaveld) 1 met zwaveldioxide bewerken om te bleken, te desinfecteren enz.
| Zwavelde | Gezwaveld
|
ZwedenALLE betekenissen van dit woord: (het; Zweeds, Zweed) 1 staat in Europa.
| Zweedde | Gezweed
|
ZweefvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zweefvliegde, heeft gezweefvliegd; zweefvlieger) 1 vliegen in een zweefvliegtuig.
In Spaans overeenkomend met: Subir planeado sOpstijgen | Zweefvliegde | Gezweefvliegd
|
| Zwelen | Zweelde | Gezweeld
|
ZwelgenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zwolg, heeft gezwolgen) 1 zich te buiten gaan aan, opgaan in. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zwolg, heeft gezwolgen) 1 schrokken, gulzig eten of drinken.
| Zwolg | Gezwolgen
|
ZwellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwol, is gezwollen; zwelling) 1 groter van volume worden.
In Spaans overeenkomend met: Abultarse, Hincharse sOpzetten Opzwellen Rijzen Uitdijen | Zwol | Gezwollen
|
| Zwemen | Zweemde | Gezweemd
|
ZwemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwemmer) 1 (zwom, heeft/is gezwommen) zich door bepaalde geordende bewegingen in het water drijvend houden en voortbewegen 2 (zwom, heeft gezwommen) (wielersport) bij wielrennen achter motoren het contact met zijn gangmaker verloren hebben.
In Spaans overeenkomend met: Nadar sDrijven | Zwom | Gezwommen
|
ZwendelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwendelde, heeft gezwendeld; zwendelaar) 1 frauderen.
In Spaans overeenkomend met: Defraudar, Estafar sBedriegen Frauderen Knoeien | Zwendelde | Gezwendeld
|
ZwengelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwengelde, heeft gezwengeld) 1 een zwengel in beweging brengen of houden.
| Zwengelde | Gezwengeld
|
ZwenkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwenkte, is gezwenkt; zwenking) 1 opzij draaien.
In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver sDraaien Keren Omdraaien Ronddraaien Wenden Wentelen | Zwenkte | Gezwenkt
|
ZwepenIn Spaans overeenkomend met: Instigar sAansporen Aanvuren Aanwakkeren Opwekken | Zweepte | Gezweept
|
ZwerenIn de betekenis van: 1 volkomen vertrouwen op 2 tot een zweer worden, een zweer krijgen, hebben
In Spaans overeenkomend met: Enconarse Ulcerarse Supurar sEen eed afleggen Etteren | Zweerde, Zwoor | Gezworen
|
ZwerenIn de betekenis van: Een eed of eden afleggen, onder ede bevestigen
In Spaans overeenkomend met: Jurar sEen eed afleggen Etteren | Zwoer | Gezworen
|
ZwermenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwermde, heeft gezwermd) 1 zich als een zwerm bewegen, vertonen.
In Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular sKrielen Krioelen Wemelen Wriemelen | Zwermde | Gezwermd
|
ZwervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwierf, heeft gezworven; zwerver/zwerveling) 1 overal heen trekken 2 (van zaken) aangetroffen worden op willekeurige, niet voor de betreffende zaak bestemde plaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de país Errar, Vagabundear, Vagar sDolen Dwalen Ronddolen Ronddwalen Rondreizen Rondtrekken Trekken Waren | Zwierf | Gezworven
|
ZwetenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zweette, heeft gezweet; zweter) 1 vochtig worden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zweette, heeft gezweet) 1 (lichaamsvocht) door poriën in de huid uitscheiden.
In Spaans overeenkomend met: Sudar, Transpirar sTranspireren | Zweette | Gezweet
|
ZwetsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwetste, heeft gezwetst; zwetser) 1 luidruchtig en onbedachtzaam spreken.
In Spaans overeenkomend met: Fanfarronear sBluffen Opscheppen Pochen Snoeven Snorken Stoffen Verbeelding hebben | Zwetste | Gezwetst
|
ZwevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zweving) 1 (zweefde, heeft gezweefd) zonder steunpunt op dezelfde hoogte blijven hangen 2 (zweefde, heeft/is gezweefd) zich door de lucht, door een vloeistof drijvend voortbewegen 3 (zweefde, heeft gezweefd) wisselen naargelang de omstandigheden.
In Spaans overeenkomend met: Cernerse, Planear
| Zweefde | Gezweefd
|
ZwichtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwichtte, is gezwicht; zwichting) 1 bezwijken, zich onderwerpen. (overgankelijk werkwoord; zwichtte, heeft gezwicht) 1 (scheepvaart) (een zeil of touw) inkorten, inhalen.
In Spaans overeenkomend met: Sucumbir Titubear, Vacilar sBezwijken Onderdoen Onderwerpen|Zich onderwerpen Overweldigd worden Waggelen Wankelen Wiebelen Wijken Zich onderwerpen | Zwichtte | Gezwicht
|
ZwiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwiepte, heeft gezwiept; zwieping) 1 veerkrachtig doorbuigen en weer terugspringen. (overgankelijk werkwoord; zwiepte, heeft gezwiept) 1 (informeel) met kracht gooien.
| Zwiepte | Gezwiept
|
| Zwierbollen | Zwierbolde | Gezwierbold
|
ZwierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (zwierde, heeft gezwierd) (van zaken) zich heen en weer, in bochten of slingerend bewegen vanaf een vast punt 2 (zwierde, heeft/is gezwierd) (van personen) zich zwaaiend en draaiend voortbewegen.
| Zwierde | Gezwierd
|
ZwijgenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zweeg, heeft gezwegen; zwijger) 1 zijn stem niet laten horen, niet spreken 2 (van zaken) ophouden zich te doen horen, geen geluid meer geven.
In Spaans overeenkomend met: Callar, Callarse sStilhouden|Zich stilhouden Stilzwijgen Zich stilhouden Zijn mond houden | Zweeg | Gezwegen
|
ZwijmelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwijmelaar, zwijmeling) 1 (zwijmelde, heeft gezwijmeld) in een roes raken, in vervoering zijn 2 (zwijmelde, heeft/is gezwijmeld) (in België, niet algemeen) wankelen.
| Zwijmelde | Gezwijmeld
|
| Zwijmen | Zwijmde | Gezwijmd
|
ZwijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwijnde, heeft gezwijnd) 1 (informeel) boffen.
In Spaans overeenkomend met: Ir de juerga Tener suerte sAan de rol zijn Boemelen Boffen Brassen Geluk hebben Het treffen Slempen Uitspatten | Zwijnde | Gezwijnd
|
ZwikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (zwikte, is gezwikt) een verdraaiing of verstuiking krijgen 2 (zwikte, heeft gezwikt) (spel) bepaald kansspel met kaarten spelen. (overgankelijk werkwoord; zwikte, heeft gezwikt) 1 (leer voor een schoen) om de leest brengen en vastzetten.
| Zwikte | Gezwikt
|
ZwingelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwingelde, heeft gezwingeld; zwingelaar) 1 (vlas) reinigen van houtvezeltjes.
In Spaans overeenkomend met: Tascar ((bewerking van de gebraakte vlas stengels waardoor de houtachtige delen worden weggeslagen en de vezels overblijven))
| Zwingelde | Gezwingeld
|
| Zwirrelen | Zwirrelde | Gezwirreld
|
ZwoegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwoegde, heeft gezwoegd; zwoeger) 1 hijgen, sterk ademen 2 zwaar werk verrichten.
In Spaans overeenkomend met: Afanar Anhelar sHijgen Zeer inspannen|Zich zeer inspannen Zich zeer inspannen | Zwoegde | Gezwoegd
|