Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 174942 woorden

Ga naar woordenboek gesorteerd op Nederlandse naam
Ir a diccionario clasificado en nombre holandés

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e.
Indien de rij met 2e, 3e, 4e aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde en vierde letter.
Elija el primer carácter de la palabra buscada de la fila indicada con 1e.
Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, elija el segundo, tercer, cuarto carácter.

Laatst gewijzigd:       22 Dec 2008
Última Actualización: 22 Dec 2008

1e 0‑9A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Æ

2e a b c d e f g hi j k l m n o p q r s t u v xy z

3e l m o r s

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
ailantosustantivo
Plural es: ailantos
Nombre científico es: Ailanthus altissima

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ailanto'
, el  W  f
hemelboomzelfstandig naamwoord
Meervoud is: hemelbomen
Latijnse plantennamen zijn: Ailanthus altissima, Ailanthus glandulosa
, de  W  B  f
ailantossustantivo plural de la palabra: Ailanto
Nombre científico es: Ailanthus altissima

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ailanto'
, los  W  f
hemelbomenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Hemelboom
Latijnse plantennamen zijn: Ailanthus altissima, Ailanthus glandulosa
, de  W  B  f
ailantussustantivo
Nombre científico es: Ailanthus altissima
  W  f
hemelboomzelfstandig naamwoord
Meervoud is: hemelbomen
Latijnse plantennamen zijn: Ailanthus altissima, Ailanthus glandulosa
, de  W  B  f
aimarasustantivo
En el sentido de una lengua o familia de lengua que está indicado por la normativa ISO 639-1 con el código de dos letras: ay

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aimara'
, el  W
Aymarazelfstandig naamwoord
In de betekenis van een taal die volgens ISO-norm ISO 639-1 wordt aangeduid met de tweeletterige taalcode in onderkast: ay
  W
Aymarázelfstandig naamwoord
In de betekenis van een taal die volgens ISO-norm ISO 639-1 wordt aangeduid met de tweeletterige taalcode in onderkast: ay
aiolisustantivo
Plural es: aiolis

Salsa de tipo mayonesa hecha con ajo pisado, aceite de oliva y yemas de huevo.
, el
knoflookmayonaisezelfstandig naamwoord
Meervoud is: knoflookmayonaises
, de  o
aiolissustantivo plural de la palabra: Aioli

Salsa de tipo mayonesa hecha con ajo pisado, aceite de oliva y yemas de huevo.
, los
knoflookmayonaisesMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Knoflookmayonaise
, de  o
airbagsustantivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'airbag'
, el  W
airbagzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: air·bag

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
airesustantivo
Plural es: aires

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aire'
, el  W
luchtzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
aire acondicionado"aire acondicionado":
locución sustantiva
1. m. Atmósfera de un lugar o espacio cerrado, sometida artificialmente a determinadas condiciones de temperatura, humedad y presión.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aire'
, el  W
airconditioningzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: air·con·di·ti·o·ning

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
aire"aire exterior":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aire'
  exterior"aire exterior":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'exterior'
, el
buitenluchtzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: bui·ten·lucht

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
aire"aire libre":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aire'
  libre"aire libre":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'libre'
, el
1.frisse luchtzelfstandig naamwoordsvorm
, de
2.buitenluchtzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: bui·ten·lucht

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
aireatercera persona singular presente de indicativo del verbo airear
  sAiree
Ventila
Ventile
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
¡airea!imperativo singular del verbo airear
  s¡Airead!
¡Ventila!
¡Ventilad!
lucht!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
  sAireara
Airease
Aireé
Aireó
Ventilaba
Ventilara
Ventilase
Ventilé
Ventiló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
ik luchtteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
  sAirearais
Aireaseis
Aireasteis
Ventilabais
Ventilarais
Ventilaseis
Ventilasteis
jullie luchttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
  sAireamos
Aireáramos
Aireásemos
Ventilamos
Ventilábamos
Ventiláramos
Ventilásemos
wij/we luchtteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
  sAirearan
Airearon
Aireasen
Ventilaban
Ventilaran
Ventilaron
Ventilasen
zij/ze luchttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo airear
  sAirearas
Aireases
Aireaste
Ventilabas
Ventilaras
Ventilases
Ventilaste
jij luchttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
¡airead!imperativo plural del verbo airear
  s¡Airea!
¡Ventila!
¡Ventilad!
lucht!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireadaadjetivo femenino singular del participio pasado del verbo airear
  sAireadas
Aireado
Aireados
Ventilada
Ventiladas
Ventilado
Ventilados
geluchtebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  W
aireadasadjetivo femenino plural del participio pasado del verbo airear
  sAireada
Aireado
Aireados
Ventilada
Ventiladas
Ventilado
Ventilados
geluchtebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  W
aireadoadjetivo masculino singular del participio pasado del verbo airear
  sAireada
Aireadas
Aireados
Ventilada
Ventiladas
Ventilado
Ventilados
geluchtebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  W
aireadoparticipio pasado del verbo airear
  sVentilado
geluchtregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireadosadjetivo masculino plural del participio pasado del verbo airear
  sAireada
Aireadas
Aireado
Ventilada
Ventiladas
Ventilado
Ventilados
geluchtebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  W
aireáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo airear
  sAireéis
Ventiláis
Ventiléis
jullie luchtentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireamosprimera persona plural presente de indicativo del verbo airear
  sAireemos
Aireábamos
Aireáramos
Aireásemos
Ventilamos
Ventilemos
Ventilábamos
Ventiláramos
Ventilásemos
wij/we luchteneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo airear
wij/we luchtteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireantercera persona plural presente de indicativo del verbo airear
  sAireen
Ventilan
Ventilen
zij/ze luchtenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireandogerundio del verbo airear
  sVentilando
luchtendonvoltooid deelwoord van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearVerbo pronominal

Operación que se realiza normalmente con los vinos que llevan mucho tiempo embotellados; consiste en ventilar u oxigenar el vino.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'airear'
  D  sVentilar  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
AireoAireé
AireasAireaste
AireaAireó
AireamosAireamos
AireáisAireasteis
AireanAirearon
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
AirearéíaAireaba
AirearásíasAireabas
AirearáíaAireaba
AirearemosíamosAireábamos
AirearéisíaisAireabais
AirearáníanAireaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
AireeAireara
AireesAirearas
AireeAireara
AireemosAireáramos
AireéisAirearais
AireenAirearan
FuturoPréterito imperfecto se
AireareAirease
AirearesAireases
AireareAirease
AireáremosAireásemos
AireareisAireaseis
AirearenAireasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Airea(tú)No airees
Airee(usted)No airee
Airead(vosotros)No aireéis
Aireen(ustedes)No aireen
1.luchtig makenwerkwoordsvorm

Lucht inbrengen door kloppen, roeren, of door laten rijzen d.m.v. gist of bakpoeder.

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchtig').
  _Verbo pronominal
  D
2Ventilar.luchtenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: luch·ten
Verbuiging: Luchtte - Gelucht


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  W
airearatercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
  sAireaba
Airease
Aireé
Aireó
Ventilaba
Ventilara
Ventilase
Ventilé
Ventiló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
ik luchtteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearátercera persona singular futuro de indicativo del verbo airear
  sAireare
Ventilare
Ventilará
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal luchtenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearaissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
  sAireabais
Aireaseis
Aireasteis
Ventilabais
Ventilarais
Ventilaseis
Ventilasteis
jullie luchttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
  sAireamos
Aireábamos
Aireásemos
Ventilamos
Ventilábamos
Ventiláramos
Ventilásemos
wij/we luchtteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
  sAireaban
Airearon
Aireasen
Ventilaban
Ventilaran
Ventilaron
Ventilasen
zij/ze luchttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearántercera persona plural futuro de indicativo del verbo airear
  sAirearen
Ventilaren
Ventilarán
zij/ze zullen luchtenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo airear
  sAireabas
Aireases
Aireaste
Ventilabas
Ventilaras
Ventilases
Ventilaste
jij luchttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo airear
  sAireares
Ventilares
Ventilarás
jij zal luchtentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearetercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo airear
  sAireará
Airearé
Ventilare
Ventilará
Ventilaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal luchtenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo airear
ik zal luchteneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearéprimera persona singular futuro de indicativo del verbo airear
  sAireare
Ventilare
Ventilaré
ik zal luchteneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo airear
  sAirearéis
Ventilareis
Ventilaréis
jullie zullen luchtentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearéissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo airear
  sAireareis
Ventilareis
Ventilaréis
jullie zullen luchtentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearemosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo airear
  sAireáremos
Ventilaremos
Ventiláremos
wij/we zullen luchteneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo airear
  sAirearemos
Ventilaremos
Ventiláremos
wij/we zullen luchteneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo airear
  sAirearán
Ventilaren
Ventilarán
zij/ze zullen luchtenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearessegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo airear
  sAirearás
Ventilares
Ventilarás
jij zal luchtentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearíatercera persona singular condicional del verbo airear
  sVentilaría
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zou luchtenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular condicional del verbo airear
ik zou luchteneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearíaissegunda persona plural condicional del verbo airear
  sVentilaríais
jullie zouden luchtentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearíamosprimera persona plural condicional del verbo airear
  sVentilaríamos
wij/we zouden luchteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearíantercera persona plural condicional del verbo airear
  sVentilarían
zij/ze zouden luchtenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearíassegunda persona singular condicional del verbo airear
  sVentilarías
jij zou luchtentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airearontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo airear
  sAireaban
Airearan
Aireasen
Ventilaban
Ventilaran
Ventilaron
Ventilasen
zij/ze luchttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireassegunda persona singular presente de indicativo del verbo airear
  sAirees
Ventilas
Ventiles
jij luchttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
  sAireaba
Aireara
Aireé
Aireó
Ventilaba
Ventilara
Ventilase
Ventilé
Ventiló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
ik luchtteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
  sAireabais
Airearais
Aireasteis
Ventilabais
Ventilarais
Ventilaseis
Ventilasteis
jullie luchttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
  sAireamos
Aireábamos
Aireáramos
Ventilamos
Ventilábamos
Ventiláramos
Ventilásemos
wij/we luchtteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
  sAireaban
Airearan
Airearon
Ventilaban
Ventilaran
Ventilaron
Ventilasen
zij/ze luchttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo airear
  sAireabas
Airearas
Aireaste
Ventilabas
Ventilaras
Ventilases
Ventilaste
jij luchttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo airear
  sAireabas
Airearas
Aireases
Ventilabas
Ventilaras
Ventilases
Ventilaste
jij luchttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo airear
  sAireabais
Airearais
Aireaseis
Ventilabais
Ventilarais
Ventilaseis
Ventilasteis
jullie luchttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo airear
  sAirea
Aireo
Ventila
Ventile
Ventilo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo airear
ik luchteerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo airear
  sAireaba
Aireara
Airease
Ventilaba
Ventilara
Ventilase
Ventilé
ik luchtteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
¡airee!imperativo singular del verbo airear
  s¡Aireen!
¡Ventile!
¡Ventilen!
lucht u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo airear
  sAireáis
Ventiláis
Ventiléis
jullie luchtentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo airear
  sAireamos
Ventilamos
Ventilemos
wij/we luchteneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo airear
  sAirean
Ventilan
Ventilen
zij/ze luchtenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
¡aireen!imperativo plural del verbo airear
  s¡Airee!
¡Ventile!
¡Ventilen!
lucht u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo airear
  sAireas
Ventilas
Ventiles
jij luchttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireoprimera persona singular presente de indicativo del verbo airear
  sAiree
Ventile
Ventilo
ik luchteerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
aireótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo airear
  sAireaba
Aireara
Airease
Ventilaba
Ventilara
Ventilase
Ventiló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t luchttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord luchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Luchten').
airessustantivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aire'
, los  W  sAspecto
Semblante
1Aspecto
Semblante
.
airzelfstandig naamwoord
Verkleinwoord is: airtje
Één lettergreep
Meervoud is: airs

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  W
gelaatsuitdrukkingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ge·laats·uit·druk·king
Meervoud is: gelaatsuitdrukkingen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
gezichtzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ge·zicht
Meervoud is: gezichten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  W
uiterlijkzelfstandig naamwoord
Meervoud is: uiterlijken

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  W
uitzichtzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: uit·zicht
Meervoud is: uitzichten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  W
  _sustantivo plural de la palabra: Aire
  W
2.luchtenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Lucht
Lettergrepen: luch·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
airónsustantivo
Plural es: airones

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'airón'
, el  W  sCopete
kuifzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: kuiven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
aironessustantivo plural de la palabra: Airón

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'airón'
, los  W  sCopetes
kuivenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Kuif
Lettergrepen: kui·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Kuif').
, de  W
aíslatercera persona singular presente de indicativo del verbo aislar
  sAísle
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zondert afderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t isoleertderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
¡aísla!imperativo singular del verbo aislar
  s¡Aislad!
isoleer!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
zonder af!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
aislabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
  sAislara
Aislase
Aislé
Aisló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zonderde afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
ik zonderde afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t isoleerdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
ik isoleerdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
  sAislarais
Aislaseis
Aislasteis
jullie zonderden aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jullie isoleerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
  sAislamos
Aisláramos
Aislásemos
wij/we zonderden afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
wij/we isoleerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
  sAislaran
Aislaron
Aislasen
zij/ze zonderden afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
zij/ze isoleerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo aislar
  sAislaras
Aislases
Aislaste
jij zonderde aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jij isoleerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
¡aislad!imperativo plural del verbo aislar
  s¡Aísla!
isoleer!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
zonder af!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
aisladaadjetivo femenino singular del participio pasado del verbo aislar

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislada'
  sAisladas
Aislado
Aislados
Apartada
Apartadas
Apartado
Apartados
Separada
Separadas
Separado
Separados
1.afgezonderdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afgezonderd').
geïsoleerdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
  _adjetivo femenino singular de la palabra: Aislado
2Aislado
Apartado
Separado
.
afgelegenbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: af·ge·le·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
apartbijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aparteVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Apart

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Apart').
geïsoleerdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: ge·iso·leerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
geïsoleerdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Geïsoleerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
aisladasadjetivo femenino plural del participio pasado del verbo aislar

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislado'
  sAislada
Aislado
Aislados
Apartada
Apartadas
Apartado
Apartados
Separada
Separadas
Separado
Separados
1.afgezonderdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afgezonderd').
geïsoleerdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
  _adjetivo femenino plural de la palabra: Aislado
2Aislado
Apartado
Separado
.
afgelegenbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: af·ge·le·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
apartbijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aparteVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Apart

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Apart').
geïsoleerdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: ge·iso·leerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
geïsoleerdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Geïsoleerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
aisladoadjetivo masculino singular del participio pasado del verbo aislar

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislado'
  sAislada
Aisladas
Aislados
Apartada
Apartadas
Apartado
Apartados
Separada
Separadas
Separado
Separados
1.afgezonderdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afgezonderd').
geïsoleerdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
  _adjetivo masculino singular
2Apartado
Separado
.
afgelegenbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: af·ge·le·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
apartbijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aparteVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Apart

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Apart').
geïsoleerdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: ge·iso·leerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
geïsoleerdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Geïsoleerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
aisladoparticipio pasado del verbo aislar

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislado'
afgezonderdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen
Lettergrepen: af·ge·zon·derd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
geïsoleerdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord isoleren
Lettergrepen: ge·iso·leerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aisladorsustantivo
Plural es: aisladores

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislador'
, el  W
1.isolatorzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: iso·la·tor
Meervouden zijn: isolatoren, isolators

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
  _sustantivo
  W
2.isolator (elektrisch)zelfstandig naamwoordsvorm

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isolator').
, de
aisladoressustantivo plural de la palabra: Aislador

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislador'
, los  W
isolatorenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Isolator

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isolator').
, de  W
isolatorsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Isolator

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isolator').
, de  W
aisladosadjetivo masculino plural del participio pasado del verbo aislar

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislado'
  sAislada
Aisladas
Aislado
Apartada
Apartadas
Apartado
Apartados
Separada
Separadas
Separado
Separados
1.afgezonderdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afgezonderd').
geïsoleerdebijvoeglijk gebruikt regelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
  _adjetivo masculino plural de la palabra: Aislado
2Aislado
Apartado
Separado
.
afgelegenbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: af·ge·le·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
apartbijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aparteVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Apart

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Apart').
geïsoleerdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: ge·iso·leerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
geïsoleerdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Geïsoleerd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Geïsoleerd').
aisláissegunda persona plural presente de indicativo del verbo aislar
  sAisléis
jullie zonderen aftweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jullie isolerentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislamientosustantivo
Plural es: aislamientos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislamiento'
, el  W  sAbandono
Recogimiento
Soledad
1Abandono
Recogimiento
Soledad
.
eenzaamheidzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: een·zaam·heid
Meervoud is: eenzaamheden
, de  W
verlatenheidzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ver·la·ten·heid
Meervoud is: verlatenheden

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
2.isolatiezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: iso·la·tie
Meervoud is: isolaties

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  W
isoleringzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: iso·le·ring
Meervoud is: isoleringen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
aislamientossustantivo plural de la palabra: Aislamiento

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislamiento'
, los  W  sAbandonos
Recogimientos
Soledades
1.isolatiesMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Isolatie

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isolatie').
, de  W
isoleringenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Isolering

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isolering').
, de
2.eenzaamhedenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Eenzaamheid
, de  W
verlatenhedenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Verlatenheid

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Verlatenheid').
, de
aislamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo aislar
  sAislemos
Aislábamos
Aisláramos
Aislásemos
wij/we zonderden afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo aislar
wij/we zonderen afeerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo aislar
wij/we isoleerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo aislar
wij/we isolereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aíslantercera persona plural presente de indicativo del verbo aislar
  sAíslen
zij/ze zonderen afderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
zij/ze isolerenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislandogerundio del verbo aislar
afzonderendonvoltooid deelwoord van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
isolerendonvoltooid deelwoord van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislantesustantivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislante'
  W
isolatiemateriaalzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: iso·la·tie·ma·te·ri·aal
, het
isolator (elektrisch of calorisch)zelfstandig naamwoordsvorm
, de
aislanteadjetivo singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislante'
  W  sAislantes
warmte-isolerendbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: warm·te-iso·le·rend
warmte-isolerendeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Warmte-isolerend
aislantesadjetivo plural de la palabra: Aislante

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislante'
  W  sAislante
warmte-isolerendbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: warm·te-iso·le·rend
warmte-isolerendeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Warmte-isolerend
aislarVerbo transitivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'aislar'
  D  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
AísloAislé
Aíslas / aislásAislaste
AíslaAisló
AislamosAislamos
Aisláis / aíslanAislasteis
AíslanAislaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
AislaréíaAislaba
AislarásíasAislabas
AislaráíaAislaba
AislaremosíamosAislábamos
AislaréisíaisAislabais
AislaráníanAislaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
AísleAislara
AíslesAislaras
AísleAislara
AislemosAisláramos
AisléisAislarais
AíslenAislaran
FuturoPréterito imperfecto se
AislareAislase
AislaresAislases
AislareAislase
AisláremosAislásemos
AislareisAislaseis
AislarenAislasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Aísla(tú)No aísles
Aísle(usted)No aísle
Aislad(vosotros)No aisléis
Aíslen(ustedes)No aíslen
afzonderenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: af·zon·de·ren
Verbuiging: Zonderde af - Afgezonderd


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
isolerenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: iso·le·ren
Verbuiging: Isoleerde - Geïsoleerd


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
aislaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
  sAislaba
Aislase
Aislé
Aisló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zonderde afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
ik zonderde afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t isoleerdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
ik isoleerdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo aislar
  sAislare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal afzonderenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal isolerenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
  sAislabais
Aislaseis
Aislasteis
jullie zonderden aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jullie isoleerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aisláramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
  sAislamos
Aislábamos
Aislásemos
wij/we zonderden afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
wij/we isoleerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
  sAislaban
Aislaron
Aislasen
zij/ze zonderden afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
zij/ze isoleerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo aislar
  sAislaren
zij/ze zullen afzonderenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
zij/ze zullen isolerenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo aislar
  sAislabas
Aislases
Aislaste
jij zonderde aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jij isoleerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo aislar
  sAislares
jij zal afzonderentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jij zal isolerentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo aislar
  sAislará
Aislaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal afzonderenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo aislar
ik zal afzondereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo aislar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zal isolerenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo aislar
ik zal isolereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo aislar
  sAislare
ik zal afzondereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
ik zal isolereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo aislar
  sAislaréis
jullie zullen afzonderentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jullie zullen isolerentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo aislar
  sAislareis
jullie zullen afzonderentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jullie zullen isolerentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo aislar
  sAisláremos
wij/we zullen afzondereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
wij/we zullen isolereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aisláremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo aislar
  sAislaremos
wij/we zullen afzondereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
wij/we zullen isolereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo aislar
  sAislarán
zij/ze zullen afzonderenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
zij/ze zullen isolerenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo aislar
  sAislarás
jij zal afzonderentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
jij zal isolerentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
aislaríatercera persona singular condicional del verbo aislar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zou afzonderenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _primera persona singular condicional del verbo aislar
ik zou afzondereneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord afzonderen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afzonderen').
  _tercera persona singular condicional del verbo aislar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t zou isolerenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord isoleren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Isoleren').
  _primera persona singular condicional del verbo aislar
ik zou isolereneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wij