Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   28 Oct 2012  ; última actualización: 28 Oct 2012.

Que agradable es vivir en Tenerife

1e 0‑9A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -a b c d e f g h i j k l m n ñ op q r s t u v x y z

3ea e fh i l n o p r st u

4ec g l n r s tz

5ee i

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
APACENTVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
apacentabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentara
Apacentase
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liet grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'
  sApacentara
Apacentase
Apacenté
Apacentó
ik liet grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'
  sApacentara
Apacentase
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze weiddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'
  sApacentara
Apacentase
Apacenté
Apacentó
ik weiddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ik weid·de

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentarais
Apacentaseis
Apacentasteis
jullie lieten grazentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weiddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentamos
Apacentáramos
Apacentásemos
wij/we lieten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we weiddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaran
Apacentaron
Apacentasen
zij/ze lieten grazenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze weiddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaras
Apacentases
Apacentaste
jij/je liet grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je weiddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
¡apacentad!imperativo plural del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  s¡Apacienta!
laat grazen!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
weid!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentadas
Apacentado
Apacentados
gelaten grazenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: ge·la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
geweidregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ge·weid

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentada
Apacentado
Apacentados
gelaten grazenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: ge·la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
geweidregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ge·weid

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentadoparticipio pasado del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentada
Apacentadas
Apacentados
gelaten grazenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: ge·la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
geweidregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ge·weid

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentada
Apacentadas
Apacentado
gelaten grazenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: ge·la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
geweidregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ge·weid

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentéis
jullie laten grazentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: jul·lie la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weidentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: jul·lie wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentamosprimera persona plural presente de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentábamos
Apacentáramos
Apacentásemos
Apacentemos
wij/we laten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'
  sApacentábamos
Apacentáramos
Apacentásemos
Apacentemos
wij/we lieten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we weiddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'apacentar'
  sApacentábamos
Apacentáramos
Apacentásemos
Apacentemos
wij/we weideneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentandogerundio del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
latend grazenonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
weidendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  M  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
ApacientoApacenté
ApacientasApacentaste
ApacientaApacentó
ApacentamosApacentamos
ApacentáisApacentasteis
ApacientanApacentaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
ApacentaréíaApacentaba
ApacentarásíasApacentabas
ApacentaráíaApacentaba
ApacentaremosíamosApacentábamos
ApacentaréisíaisApacentabais
ApacentaráníanApacentaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
ApacienteApacentara
ApacientesApacentaras
ApacienteApacentara
ApacentemosApacentáramos
ApacentéisApacentarais
ApacientenApacentaran
FuturoPréterito imperfecto se
ApacentareApacentase
ApacentaresApacentases
ApacentareApacentase
ApacentáremosApacentásemos
ApacentareisApacentaseis
ApacentarenApacentasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Apacienta(tú)No apacientes
Apaciente(usted)No apaciente
Apacentemos(nosotros)No apacentemos
Apacentad(vosotros)No apacentéis
Apacienten(ustedes)No apacienten
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
ApacentadoApacentando
laten grazenwerkwoordsvorm
Lettergrepen: la·ten gra·zen
Verbuiging:
laten grazen - liet grazen - gelaten grazen


ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
weidenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: wei·den
Verbuiging:
weiden - weidde - geweid


ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn  w
apacentaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentase
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liet grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentase
Apacenté
Apacentó
ik liet grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentase
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze weiddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentase
Apacenté
Apacentó
ik weiddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ik weid·de

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal laten grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal weidenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabais
Apacentaseis
Apacentasteis
jullie lieten grazentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weiddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentábamos
Apacentamos
Apacentásemos
wij/we lieten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we weiddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaban
Apacentaron
Apacentasen
zij/ze lieten grazenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze weiddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaren
zij/ze zullen laten grazenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze zullen weidenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabas
Apacentases
Apacentaste
jij/je liet grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je weiddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentares
jij/je zal laten grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je zal weidentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentará
Apacentaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal laten grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'
  sApacentará
Apacentaré
ik zal laten grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'
  sApacentará
Apacentaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal weidenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'
  sApacentará
Apacentaré
ik zal weideneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentare
ik zal laten grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
ik zal weideneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaréis
jullie zullen laten grazentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie zullen weidentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentareis
jullie zullen laten grazentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie zullen weidentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentáremos
wij/we zullen laten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we zullen weideneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaremos
wij/we zullen laten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we zullen weideneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentarán
zij/ze zullen laten grazenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze zullen weidenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentarás
jij/je zal laten grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je zal weidentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaríatercera persona singular condicional del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou laten grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'apacentar'
ik zou laten grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
  _tercera persona singular condicional del verbo 'apacentar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou weidenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona singular condicional del verbo 'apacentar'
ik zou weideneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
jullie zouden laten grazentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie zouden weidentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: jul·lie zou·den wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
wij/we zouden laten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we zouden weideneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaríantercera persona plural condicional del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
zij/ze zouden laten grazenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze zouden weidenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentaríassegunda persona singular condicional del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
jij/je zou laten grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je zou weidentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaban
Apacentaran
Apacentasen
zij/ze lieten grazenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze weiddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liet grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacenté
Apacentó
ik liet grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacenté
Apacentó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze weiddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacenté
Apacentó
ik weiddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ik weid·de

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabais
Apacentarais
Apacentasteis
jullie lieten grazentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weiddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentábamos
Apacentamos
Apacentáramos
wij/we lieten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we weiddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaban
Apacentaran
Apacentaron
zij/ze lieten grazenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
zij/ze weiddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabas
Apacentaras
Apacentaste
jij/je liet grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je weiddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabas
Apacentaras
Apacentases
jij/je liet grazentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
jij/je weiddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
apacentasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentabais
Apacentarais
Apacentaseis
jullie lieten grazentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weiddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacentase
ik liet grazeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
ik weiddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: ik weid·de

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentáis
jullie laten grazentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: jul·lie la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
jullie weidentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: jul·lie wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentamos
wij/we laten grazeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
wij/we weideneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'weiden'
¡apacentemos!imperativo plural del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
laten we laten grazengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'laten grazen'
Lettergrepen: la·ten we la·ten gra·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Laten':
(overgankelijk werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.
laten we weidengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'weiden'
Lettergrepen: la·ten we wei·den

ALLE betekenissen van het woord 'Weiden':
(onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
(overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.
  wn
apacentótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'apacentar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'apacentar'
  sApacentaba
Apacentara
Apacentase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liet grazenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'laten grazen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze weiddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'weiden'

1e 0‑9A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -a b c d e f g h i j k l m n ñ op q r s t u v x y z

3ea e fh i l n o p r st u

4ec g l n r s tz

5ee i

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
APACENTVolgende/ Siguiente -->



arriba