Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   28 Oct 2012  ; última actualización: 28 Oct 2012.

Tenerife, ideal para senderistas

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k lm n ñ opq r s t u vyz

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BAMVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
BamakoNombre (o por antonomasia)
capital de Malí, a orillas del río Níger.
  w
Bamakoeigennaam (of antonomasie)
  w
BamarNombre (o por antonomasia)
  w
Bamareigennaam (of antonomasie)
  w
bambalinasustantivo
Plural es: bambalinas

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambalina'
, la  w  M  sFriso
Frisón
frieszelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: friezen
Het fries is in de bouwkunde een onderdeel van het hoofdgestel tussen de architraaf en de kroonlijst.
, het  wn  w
bambalinassustantivo plural de la palabra: Bambalina

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambalina'
, las  w  sFrisones
Frisos
friezenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Fries
Lettergrepen: frie·zen
Het fries is in de bouwkunde een onderdeel van het hoofdgestel tussen de architraaf en de kroonlijst.
, de  w
bambarasustantivo
Esta palabra no tiene plural
En el sentido de una lengua o familia de lenguas que está indicado por la normativa ISO 639-1 con el código de dos letras: bm.
  w
Bambarazelfstandig naamwoord
Dit woord heeft geen meervoud
In de betekenis van een taal die volgens ISO-norm ISO 639-1 wordt aangeduid met de tweeletterige taalcode in onderkast: bm.
, het  w
BambecqueNombre (o por antonomasia)
  w
Bambekeeigennaam (of antonomasie)
  w
BambergaNombre (o por antonomasia)
  w
Bambergeigennaam (of antonomasie)
  w
bamboleatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolee
Flaquea
Flaquee
Se tambalea
Se tambalee
Tambalea
Tambalee
Titubea
Titubee
Vacila
Vacile
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeltderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeltderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
¡bambolea!imperativo singular del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  s¡Bambolead!
¡Flaquea!
¡Flaquead!
¡Tambalea!
¡Tambalead!
¡Tambaleaos!
¡Tambaléate!
¡Titubea!
¡Titubead!
¡Vacila!
¡Vacilad!
waggel!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankel!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleara
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleara
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik waggeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ik wag·gel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleara
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleara
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik wankeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearais
Bamboleaseis
Bamboleasteis
Flaqueabais
Flaquearais
Flaqueaseis
Flaqueasteis
Os tambaleabais
Os tambalearais
Os tambaleaseis
Os tambaleasteis
Tambaleabais
Tambalearais
Tambaleaseis
Tambaleasteis
Titubeabais
Titubearais
Titubeaseis
Titubeasteis
Vacilabais
Vacilarais
Vacilaseis
Vacilasteis
jullie waggeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleamos
Bamboleáramos
Bamboleásemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
wij/we waggeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we wankeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearan
Bambolearon
Bamboleasen
Flaqueaban
Flaquearan
Flaquearon
Flaqueasen
Se tambaleaban
Se tambalearan
Se tambalearon
Se tambaleasen
Tambaleaban
Tambalearan
Tambalearon
Tambaleasen
Titubeaban
Titubearan
Titubearon
Titubeasen
Vacilaban
Vacilaran
Vacilaron
Vacilasen
zij/ze waggeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearas
Bamboleases
Bamboleaste
Flaqueabas
Flaquearas
Flaqueases
Flaqueaste
Tambaleabas
Tambalearas
Tambaleases
Tambaleaste
Te tambaleabas
Te tambalearas
Te tambaleases
Te tambaleaste
Titubeabas
Titubearas
Titubeases
Titubeaste
Vacilabas
Vacilaras
Vacilases
Vacilaste
jij/je waggeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
¡bambolead!imperativo plural del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  s¡Bambolea!
¡Flaquea!
¡Flaquead!
¡Tambalea!
¡Tambalead!
¡Tambaleaos!
¡Tambaléate!
¡Titubea!
¡Titubead!
¡Vacila!
¡Vacilad!
waggel!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankel!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleadas
Bamboleado
Bamboleados
Flaqueada
Flaqueadas
Flaqueado
Flaqueados
Tambaleada
Tambaleadas
Tambaleado
Tambaleados
Titubeada
Titubeadas
Titubeado
Titubeados
Vacilada
Vaciladas
Vacilado
Vacilados
gewaggeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ge·wag·geld

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
gewankeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ge·wan·keld

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleada
Bamboleado
Bamboleados
Flaqueada
Flaqueadas
Flaqueado
Flaqueados
Tambaleada
Tambaleadas
Tambaleado
Tambaleados
Titubeada
Titubeadas
Titubeado
Titubeados
Vacilada
Vaciladas
Vacilado
Vacilados
gewaggeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ge·wag·geld

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
gewankeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ge·wan·keld

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleadoparticipio pasado del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleada
Bamboleadas
Bamboleados
Flaqueada
Flaqueadas
Flaqueado
Flaqueados
Tambaleada
Tambaleadas
Tambaleado
Tambaleados
Titubeada
Titubeadas
Titubeado
Titubeados
Vacilada
Vaciladas
Vacilado
Vacilados
gewaggeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ge·wag·geld

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
gewankeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ge·wan·keld

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleada
Bamboleadas
Bamboleado
Flaqueada
Flaqueadas
Flaqueado
Flaqueados
Tambaleada
Tambaleadas
Tambaleado
Tambaleados
Titubeada
Titubeadas
Titubeado
Titubeados
Vacilada
Vaciladas
Vacilado
Vacilados
gewaggeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ge·wag·geld

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
gewankeldregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ge·wan·keld

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleéis
Flaqueáis
Flaqueéis
Os tambaleáis
Os tambaleéis
Tambaleáis
Tambaleéis
Titubeáis
Titubeéis
Vaciláis
Vaciléis
jullie waggelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: jul·lie wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: jul·lie wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleáramos
Bamboleásemos
Bamboleemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Flaqueemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Nos tambaleemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Tambaleemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Titubeemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
Vacilemos
wij/we waggeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleáramos
Bamboleásemos
Bamboleemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Flaqueemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Nos tambaleemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Tambaleemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Titubeemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
Vacilemos
wij/we waggeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleáramos
Bamboleásemos
Bamboleemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Flaqueemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Nos tambaleemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Tambaleemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Titubeemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
Vacilemos
wij/we wankeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleáramos
Bamboleásemos
Bamboleemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Flaqueemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Nos tambaleemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Tambaleemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Titubeemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
Vacilemos
wij/we wankeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleen
Flaquean
Flaqueen
Se tambalean
Se tambaleen
Tambalean
Tambaleen
Titubean
Titubeen
Vacilan
Vacilen
zij/ze waggelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleandogerundio del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaqueando
Tambaleando
Tambaleándome
Tambaleándonos
Tambaleándoos
Tambaleándose
Tambaleándote
Titubeando
Vacilando
waggelendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankelendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquear
Tambalear
Tambalearse
Titubear
Vacilar
  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
BamboleoBamboleé
BamboleasBamboleaste
BamboleaBamboleó
BamboleamosBamboleamos
BamboleáisBamboleasteis
BamboleanBambolearon
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
BambolearéíaBamboleaba
BambolearásíasBamboleabas
BambolearáíaBamboleaba
BambolearemosíamosBamboleábamos
BambolearéisíaisBamboleabais
BambolearáníanBamboleaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
BamboleeBamboleara
BamboleesBambolearas
BamboleeBamboleara
BamboleemosBamboleáramos
BamboleéisBambolearais
BamboleenBambolearan
FuturoPréterito imperfecto se
BamboleareBambolease
BambolearesBamboleases
BamboleareBambolease
BamboleáremosBamboleásemos
BamboleareisBamboleaseis
BambolearenBamboleasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Bambolea(tú)No bambolees
Bambolee(usted)No bambolee
Bamboleemos(nosotros)No bamboleemos
Bambolead(vosotros)No bamboleéis
Bamboleen(ustedes)No bamboleen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
BamboleadoBamboleando
waggelenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: wag·ge·len
Verbuiging:
waggelen - waggelde - gewaggeld


ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankelenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: wan·ke·len
Verbuiging:
wankelen - wankelde - gewankeld


ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearatercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaba
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik waggeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ik wag·gel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bambolease
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik wankeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleare
Flaqueará
Flaqueare
Se tambaleará
Se tambaleare
Tambaleará
Tambaleare
Titubeará
Titubeare
Vacilará
Vacilare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal waggelenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal wankelenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearaissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabais
Bamboleaseis
Bamboleasteis
Flaqueabais
Flaquearais
Flaqueaseis
Flaqueasteis
Os tambaleabais
Os tambalearais
Os tambaleaseis
Os tambaleasteis
Tambaleabais
Tambalearais
Tambaleaseis
Tambaleasteis
Titubeabais
Titubearais
Titubeaseis
Titubeasteis
Vacilabais
Vacilarais
Vacilaseis
Vacilasteis
jullie waggeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleamos
Bamboleásemos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
wij/we waggeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we wankeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaban
Bambolearon
Bamboleasen
Flaqueaban
Flaquearan
Flaquearon
Flaqueasen
Se tambaleaban
Se tambalearan
Se tambalearon
Se tambaleasen
Tambaleaban
Tambalearan
Tambalearon
Tambaleasen
Titubeaban
Titubearan
Titubearon
Titubeasen
Vacilaban
Vacilaran
Vacilaron
Vacilasen
zij/ze waggeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearen
Flaquearán
Flaquearen
Se tambalearán
Se tambalearen
Tambalearán
Tambalearen
Titubearán
Titubearen
Vacilarán
Vacilaren
zij/ze zullen waggelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze zullen wankelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabas
Bamboleases
Bamboleaste
Flaqueabas
Flaquearas
Flaqueases
Flaqueaste
Tambaleabas
Tambalearas
Tambaleases
Tambaleaste
Te tambaleabas
Te tambalearas
Te tambaleases
Te tambaleaste
Titubeabas
Titubearas
Titubeases
Titubeaste
Vacilabas
Vacilaras
Vacilases
Vacilaste
jij/je waggeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleares
Flaquearás
Flaqueares
Tambalearás
Tambaleares
Te tambalearás
Te tambaleares
Titubearás
Titubeares
Vacilarás
Vacilares
jij/je zal waggelentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je zal wankelentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearetercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleará
Bambolearé
Flaqueará
Flaqueare
Flaquearé
Me tambaleare
Me tambalearé
Se tambaleará
Se tambaleare
Tambaleará
Tambaleare
Tambalearé
Titubeará
Titubeare
Titubearé
Vacilará
Vacilare
Vacilaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal waggelenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBamboleará
Bambolearé
Flaqueará
Flaqueare
Flaquearé
Me tambaleare
Me tambalearé
Se tambaleará
Se tambaleare
Tambaleará
Tambaleare
Tambalearé
Titubeará
Titubeare
Titubearé
Vacilará
Vacilare
Vacilaré
ik zal waggeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBamboleará
Bambolearé
Flaqueará
Flaqueare
Flaquearé
Me tambaleare
Me tambalearé
Se tambaleará
Se tambaleare
Tambaleará
Tambaleare
Tambalearé
Titubeará
Titubeare
Titubearé
Vacilará
Vacilare
Vacilaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal wankelenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBamboleará
Bambolearé
Flaqueará
Flaqueare
Flaquearé
Me tambaleare
Me tambalearé
Se tambaleará
Se tambaleare
Tambaleará
Tambaleare
Tambalearé
Titubeará
Titubeare
Titubearé
Vacilará
Vacilare
Vacilaré
ik zal wankeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearéprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleare
Flaqueare
Flaquearé
Me tambaleare
Me tambalearé
Tambaleare
Tambalearé
Titubeare
Titubearé
Vacilare
Vacilaré
ik zal waggeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
ik zal wankeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearéis
Flaqueareis
Flaquearéis
Os tambaleareis
Os tambalearéis
Tambaleareis
Tambalearéis
Titubeareis
Titubearéis
Vacilareis
Vacilaréis
jullie zullen waggelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie zullen wankelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearéissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleareis
Flaqueareis
Flaquearéis
Os tambaleareis
Os tambalearéis
Tambaleareis
Tambalearéis
Titubeareis
Titubearéis
Vacilareis
Vacilaréis
jullie zullen waggelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie zullen wankelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearemosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleáremos
Flaquearemos
Flaqueáremos
Nos tambalearemos
Nos tambaleáremos
Tambalearemos
Tambaleáremos
Titubearemos
Titubeáremos
Vacilaremos
Vaciláremos
wij/we zullen waggeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we zullen wankeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearemos
Flaquearemos
Flaqueáremos
Nos tambalearemos
Nos tambaleáremos
Tambalearemos
Tambaleáremos
Titubearemos
Titubeáremos
Vacilaremos
Vaciláremos
wij/we zullen waggeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we zullen wankeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearán
Flaquearán
Flaquearen
Se tambalearán
Se tambalearen
Tambalearán
Tambalearen
Titubearán
Titubearen
Vacilarán
Vacilaren
zij/ze zullen waggelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze zullen wankelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearessegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolearás
Flaquearás
Flaqueares
Tambalearás
Tambaleares
Te tambalearás
Te tambaleares
Titubearás
Titubeares
Vacilarás
Vacilares
jij/je zal waggelentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je zal wankelentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearíatercera persona singular condicional del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquearía
Me tambalearía
Se tambalearía
Tambalearía
Titubearía
Vacilaría
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou waggelenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'bambolear'
  sFlaquearía
Me tambalearía
Se tambalearía
Tambalearía
Titubearía
Vacilaría
ik zou waggeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular condicional del verbo 'bambolear'
  sFlaquearía
Me tambalearía
Se tambalearía
Tambalearía
Titubearía
Vacilaría
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou wankelenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'bambolear'
  sFlaquearía
Me tambalearía
Se tambalearía
Tambalearía
Titubearía
Vacilaría
ik zou wankeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearíaissegunda persona plural condicional del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquearíais
Os tambalearíais
Tambalearíais
Titubearíais
Vacilaríais
jullie zouden waggelentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie zouden wankelentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bambolearíamosprimera persona plural condicional del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquearíamos
Nos tambalearíamos
Tambalearíamos
Titubearíamos
Vacilaríamos
wij/we zouden waggeleneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we zouden wankeleneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearíantercera persona plural condicional del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquearían
Se tambalearían
Tambalearían
Titubearían
Vacilarían
zij/ze zouden waggelenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze zouden wankelenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearíassegunda persona singular condicional del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sFlaquearías
Tambalearías
Te tambalearías
Titubearías
Vacilarías
jij/je zou waggelentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je zou wankelentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambolearontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaban
Bambolearan
Bamboleasen
Flaqueaban
Flaquearan
Flaquearon
Flaqueasen
Se tambaleaban
Se tambalearan
Se tambalearon
Se tambaleasen
Tambaleaban
Tambalearan
Tambalearon
Tambaleasen
Titubeaban
Titubearan
Titubearon
Titubeasen
Vacilaban
Vacilaran
Vacilaron
Vacilasen
zij/ze waggeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolees
Flaqueas
Flaquees
Tambaleas
Tambalees
Te tambaleas
Te tambalees
Titubeas
Titubees
Vacilas
Vaciles
jij/je waggelttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankelttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik waggeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ik wag·gel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bamboleé
Bamboleó
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Flaqueó
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
Vaciló
ik wankeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabais
Bambolearais
Bamboleasteis
Flaqueabais
Flaquearais
Flaqueaseis
Flaqueasteis
Os tambaleabais
Os tambalearais
Os tambaleaseis
Os tambaleasteis
Tambaleabais
Tambalearais
Tambaleaseis
Tambaleasteis
Titubeabais
Titubearais
Titubeaseis
Titubeasteis
Vacilabais
Vacilarais
Vacilaseis
Vacilasteis
jullie waggeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleábamos
Bamboleamos
Bamboleáramos
Flaqueábamos
Flaqueamos
Flaqueáramos
Flaqueásemos
Nos tambaleábamos
Nos tambaleamos
Nos tambaleáramos
Nos tambaleásemos
Tambaleábamos
Tambaleamos
Tambaleáramos
Tambaleásemos
Titubeábamos
Titubeamos
Titubeáramos
Titubeásemos
Vacilábamos
Vacilamos
Vaciláramos
Vacilásemos
wij/we waggeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we wankeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaban
Bambolearan
Bambolearon
Flaqueaban
Flaquearan
Flaquearon
Flaqueasen
Se tambaleaban
Se tambalearan
Se tambalearon
Se tambaleasen
Tambaleaban
Tambalearan
Tambalearon
Tambaleasen
Titubeaban
Titubearan
Titubearon
Titubeasen
Vacilaban
Vacilaran
Vacilaron
Vacilasen
zij/ze waggeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabas
Bambolearas
Bamboleaste
Flaqueabas
Flaquearas
Flaqueases
Flaqueaste
Tambaleabas
Tambalearas
Tambaleases
Tambaleaste
Te tambaleabas
Te tambalearas
Te tambaleases
Te tambaleaste
Titubeabas
Titubearas
Titubeases
Titubeaste
Vacilabas
Vacilaras
Vacilases
Vacilaste
jij/je waggeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabas
Bambolearas
Bamboleases
Flaqueabas
Flaquearas
Flaqueases
Flaqueaste
Tambaleabas
Tambalearas
Tambaleases
Tambaleaste
Te tambaleabas
Te tambalearas
Te tambaleases
Te tambaleaste
Titubeabas
Titubearas
Titubeases
Titubeaste
Vacilabas
Vacilaras
Vacilases
Vacilaste
jij/je waggeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleabais
Bambolearais
Bamboleaseis
Flaqueabais
Flaquearais
Flaqueaseis
Flaqueasteis
Os tambaleabais
Os tambalearais
Os tambaleaseis
Os tambaleasteis
Tambaleabais
Tambalearais
Tambaleaseis
Tambaleasteis
Titubeabais
Titubearais
Titubeaseis
Titubeasteis
Vacilabais
Vacilarais
Vacilaseis
Vacilasteis
jullie waggeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolea
Bamboleo
Flaquea
Flaquee
Flaqueo
Me tambalee
Me tambaleo
Se tambalea
Se tambalee
Tambalea
Tambalee
Tambaleo
Titubea
Titubee
Titubeo
Vacila
Vacile
Vacilo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeltderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBambolea
Bamboleo
Flaquea
Flaquee
Flaqueo
Me tambalee
Me tambaleo
Se tambalea
Se tambalee
Tambalea
Tambalee
Tambaleo
Titubea
Titubee
Titubeo
Vacila
Vacile
Vacilo
ik waggeleerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBambolea
Bamboleo
Flaquea
Flaquee
Flaqueo
Me tambalee
Me tambaleo
Se tambalea
Se tambalee
Tambalea
Tambalee
Tambaleo
Titubea
Titubee
Titubeo
Vacila
Vacile
Vacilo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeltderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'
  sBambolea
Bamboleo
Flaquea
Flaquee
Flaqueo
Me tambalee
Me tambaleo
Se tambalea
Se tambalee
Tambalea
Tambalee
Tambaleo
Titubea
Titubee
Titubeo
Vacila
Vacile
Vacilo
ik wankeleerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bambolease
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueé
Me tambaleaba
Me tambaleara
Me tambalease
Me tambaleé
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleé
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeé
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vacilé
ik waggeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: ik wag·gel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
ik wankeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel·de

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
¡bambolee!imperativo singular del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  s¡Bamboleen!
¡Flaquee!
¡Flaqueen!
¡Tambalee!
¡Tambaleen!
¡Tambaléense!
¡Tambaléese!
¡Titubee!
¡Titubeen!
¡Vacile!
¡Vacilen!
waggelt u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankelt u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleáis
Flaqueáis
Flaqueéis
Os tambaleáis
Os tambaleéis
Tambaleáis
Tambaleéis
Titubeáis
Titubeéis
Vaciláis
Vaciléis
jullie waggelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: jul·lie wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
jullie wankelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: jul·lie wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleamos
Flaqueamos
Flaqueemos
Nos tambaleamos
Nos tambaleemos
Tambaleamos
Tambaleemos
Titubeamos
Titubeemos
Vacilamos
Vacilemos
wij/we waggeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
wij/we wankeleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
¡bamboleemos!imperativo plural del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  s¡Flaqueemos!
¡Tambaleémonos!
¡Tambaleemos!
¡Titubeemos!
¡Vacilemos!
laten we waggelengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'waggelen'
Lettergrepen: la·ten we wag·ge·len

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
laten we wankelengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: la·ten we wan·ke·len

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolean
Flaquean
Flaqueen
Se tambalean
Se tambaleen
Tambalean
Tambaleen
Titubean
Titubeen
Vacilan
Vacilen
zij/ze waggelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
zij/ze wankelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
¡bamboleen!imperativo plural del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  s¡Bambolee!
¡Flaquee!
¡Flaqueen!
¡Tambalee!
¡Tambaleen!
¡Tambaléense!
¡Tambaléese!
¡Titubee!
¡Titubeen!
¡Vacile!
¡Vacilen!
waggelt u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
wankelt u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'wankelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleas
Flaqueas
Flaquees
Tambaleas
Tambalees
Te tambaleas
Te tambalees
Titubeas
Titubees
Vacilas
Vaciles
jij/je waggelttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
jij/je wankelttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bamboleosustantivo
(Acción y efecto de bambolear)
Esta palabra no tiene plural

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bamboleo'
, el  w  sVacilación
waggelenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: wag·ge·len
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
, het  w
wankelenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: wan·ke·len
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
, het  wn  w
bamboleoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBambolee
Flaquee
Flaqueo
Me tambalee
Me tambaleo
Tambalee
Tambaleo
Titubee
Titubeo
Vacile
Vacilo
ik waggeleerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Waggelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
ik wankeleerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
Lettergrepen: ik wan·kel

ALLE betekenissen van het woord 'Wankelen':
(onovergankelijk werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
  wn
bamboleótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bambolear'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambolear'
  sBamboleaba
Bamboleara
Bambolease
Flaqueaba
Flaqueara
Flaquease
Flaqueó
Se tambaleaba
Se tambaleara
Se tambalease
Se tambaleó
Tambaleaba
Tambaleara
Tambalease
Tambaleó
Titubeaba
Titubeara
Titubease
Titubeó
Vacilaba
Vacilara
Vacilase
Vaciló
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze waggeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'waggelen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wankeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'wankelen'
bambúsustantivo
Nombres científicos son: Bambusa arundinacea, Bambusa spp., Bambusa vulgaris, Phyllostachys aurea, Phyllostachys spp.
(sustantivo). Nombre común de diversas plantas angiospermas monocotiledóneas propias de países tropicales, de cañas ligeras y resistentes, utilizadas para construir casas y fabricar muebles, armas, etc. Sus brotes tiernos son comestibles (géneros Bambusa y Sasa entre otros).
FAM. Bambuc.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bambú'
, el  w
bamboezelfstandig naamwoord
(bam·boe (plant, stofnaam), de[m.]_het))
Lettergrepen: bam·boe
Latijnse plantennamen zijn: Arundinaria spp., Bambusa arundinacea, Bambusa vulgaris, Bambuseae, Phyllostachys spp.

Bamboe komt in allerlei vormen op de markt. Panda's zijn er dol op, die eten zelfs niets anders. Populair zijn tegenwoordig de kleine bamboesierplantjes voor op de vensterbank. Eten moet je die niet, want rauw en onbewerkt kan je er een blauwzuurvergiftiging van oplopen. Bamboescheuten, de jonge scheutjes van een beginnende bamboeplant, zijn het lekkerst. Je vindt ze in blik, vacuüm verpakt en zelfs vers in de Aziatische winkels.

ALLE betekenissen van dit woord:
(het, de m ; bamboezen)
1 tropisch gras met holle, knopig gelede stengels.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 gemaakt van bamboestengels.
, de/hetBij dit zelfstandig naamwoord kan men als lidwoord naar believen 'de' of 'het' gebruiken.  wn  w
Indisch rietzelfstandig naamwoordsvorm
Lettergrepen: In·disch riet
, het  w

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k lm n ñ opq r s t u vyz

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BAMVolgende/ Siguiente -->



arriba