Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 346967 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   27 Jun 2014  ; última actualización: 27 Jun 2014.

Adivinación es pseudociencia, engaño, estafa o superstición

1e 0‑9 A B C D E F G HI J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -ab c d ef g j l m n oñpq r s tvwx z

3ea einu

4e _ d g i m n s

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
IBAVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
ibaprimera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
1Encaminarse.ik begaf meeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
Lettergrepen: ik be·gaf me

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Begeven').
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze begaf zichderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liep van stapelderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
ik liep van stapeleerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
Lettergrepen: ik liep van sta·pel
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze liepderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
ik liepeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Lopen').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze verliepderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fuera
Fuese
Fui
Me encaminaba
Me encaminara
Me encaminase
Me encaminé
Se encaminaba
Se encaminara
Se encaminase
Se encaminó
ik verliepeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
Lettergrepen: ik ver·liep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Verlopen').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
2Ir en vehículo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gingderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
ik gingeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze kardederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
ik kardeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: ik kar·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Karren').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reedderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
ik reedeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijden').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze voerderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba en vehículo
ik voereerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Varen').
  wn
iba"iba a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a
Fuera a
Fuese a
Fui a
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging naarderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
  _"iba a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a
Fuera a
Fuese a
Fui a
ik ging naareerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
iba"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bracht medederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik bracht medeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
Lettergrepen: ik bracht me·de
  _"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bracht meederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik bracht meeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Meebrengen').
  wn
  _"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze nam meederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik nam meeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Meenemen').
  wn
  _"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze vergaderdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik vergaderdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
Lettergrepen: ik ver·ga·der·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Vergaderen').
  wn
  _"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze haalde afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik haalde afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
Lettergrepen: ik haal·de af

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afhalen').
  wn
  _"iba a buscar a":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze haalde opderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
  _"iba a buscar a":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a buscar a
Fuera a buscar a
Fuese a buscar a
Fui a buscar a
ik haalde opeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
Lettergrepen: ik haal·de op

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Ophalen').
  wn
iba"iba a la deriva":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dreef afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
  _"iba a la deriva":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
ik dreef afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afdrijven').
  wn
  _"iba a la deriva":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dreefderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
  _"iba a la deriva":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
ik dreefeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Drijven').
  wn
  _"iba a la deriva":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was op driftderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
  _"iba a la deriva":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaba del rumbo
Derivara del rumbo
Derivase del rumbo
Derivé del rumbo
Derivó del rumbo
Fue a la deriva
Fuera a la deriva
Fuese a la deriva
Fui a la deriva
ik was op drifteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
Één lettergreep
iba"iba a ocupar":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a ocupar
Fuera a ocupar
Fuese a ocupar
Fui a ocupar
ik nam mijn intrekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
Lettergrepen: ik nam mijn in·trek
  _"iba a ocupar":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a ocupar
Fuera a ocupar
Fuese a ocupar
Fui a ocupar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze nam zijn intrekderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
  _"iba a ocupar":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a ocupar
Fuera a ocupar
Fuese a ocupar
Fui a ocupar
ik sloeg mijn tenten opeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
Lettergrepen: ik sloeg mijn ten·ten op
  _"iba a ocupar":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a ocupar
Fuera a ocupar
Fuese a ocupar
Fui a ocupar
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze sloeg zijn tenten opderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze trok inderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
  _"iba a ocupar":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue a ocupar
Fuera a ocupar
Fuese a ocupar
Fui a ocupar
ik trok ineerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Intrekken').
  wn
iba"iba a través de":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze kwam doorderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
  _"iba a través de":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
ik kwam dooreerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doorkomen').
  _"iba a través de":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze maakte doorderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
  _"iba a través de":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
ik maakte dooreerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
Lettergrepen: ik maak·te door

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doormaken').
  _"iba a través de":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze trok doorderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
  _"iba a través de":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaba
Atravesara
Atravesase
Atravesé
Atravesó
Fue a través de
Fuera a través de
Fuese a través de
Fui a través de
ik trok dooreerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doortrekken').
  wn
iba"iba de compras":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras   spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de compras
Fuera de compras
Fuese de compras
Fui de compras
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging winkelenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
  _"iba de compras":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de compras
Fuera de compras
Fuese de compras
Fui de compras
ik ging winkeleneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
Lettergrepen: ik ging win·ke·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
iba"iba de copas":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas   spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de copas
Fuera de copas
Fuese de copas
Fui de copas
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging uit om iets te drinkenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
  _"iba de copas":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de copas
Fuera de copas
Fuese de copas
Fui de copas
ik ging uit om iets te drinkeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
Lettergrepen: ik ging uit om iets te drin·ken
iba"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze boemeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik boemeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
Lettergrepen: ik boe·mel·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Boemelen').
  wn
  _"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze brastederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik brasteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
Lettergrepen: ik bras·te

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Brassen').
  wn
  _"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze slemptederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik slempteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
Lettergrepen: ik slemp·te

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Slempen').
  _"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze spatte uitderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik spatte uiteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
Lettergrepen: ik spat·te uit

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Uitspatten').
  _"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was aan de rolderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik was aan de roleerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
Één lettergreep
  _"iba de juerga":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zwijndederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
  _"iba de juerga":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de juerga
Fuera de juerga
Fuese de juerga
Fui de juerga
Me desbordaba
Me desbordara
Me desbordase
Me desbordé
Se desbordaba
Se desbordara
Se desbordase
Se desbordó
ik zwijndeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
Lettergrepen: ik zwijn·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zwijnen').
  wn
iba"iba de vacaciones":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones   spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de vacaciones
Fuera de vacaciones
Fuese de vacaciones
Fui de vacaciones
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging met vakantiederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
  _"iba de vacaciones":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue de vacaciones
Fuera de vacaciones
Fuese de vacaciones
Fui de vacaciones
ik ging met vakantieeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
Lettergrepen: ik ging met va·kan·tie
iba"iba delante":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue delante
Fuera delante
Fuese delante
Fui delante
Me adelantaba
Me adelantara
Me adelantase
Me adelanté
Precedí
Precedía
Precediera
Precediese
Precedió
Se adelantaba
Se adelantara
Se adelantase
Se adelantó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging voorafderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
  _"iba delante":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue delante
Fuera delante
Fuese delante
Fui delante
Me adelantaba
Me adelantara
Me adelantase
Me adelanté
Precedí
Precedía
Precediera
Precediese
Precedió
Se adelantaba
Se adelantara
Se adelantase
Se adelantó
ik ging voorafeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
Lettergrepen: ik ging voor·af

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Voorafgaan').
  _"iba delante":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue delante
Fuera delante
Fuese delante
Fui delante
Me adelantaba
Me adelantara
Me adelantase
Me adelanté
Precedí
Precedía
Precediera
Precediese
Precedió
Se adelantaba
Se adelantara
Se adelantase
Se adelantó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was voorderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
  _"iba delante":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue delante
Fuera delante
Fuese delante
Fui delante
Me adelantaba
Me adelantara
Me adelantase
Me adelanté
Precedí
Precedía
Precediera
Precediese
Precedió
Se adelantaba
Se adelantara
Se adelantase
Se adelantó
ik was vooreerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Voor').
iba"iba en autostop":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue en autostop
Fuera en autostop
Fuese en autostop
Fui en autostop
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze kreeg een liftderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
  _"iba en autostop":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue en autostop
Fuera en autostop
Fuese en autostop
Fui en autostop
ik kreeg een lifteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
Één lettergreep
  _"iba en autostop":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue en autostop
Fuera en autostop
Fuese en autostop
Fui en autostop
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze lifttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
  _"iba en autostop":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue en autostop
Fuera en autostop
Fuese en autostop
Fui en autostop
ik liftteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
Lettergrepen: ik lift·te

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Liften').
  wn
iba"iba en vehículo":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gingderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
  _"iba en vehículo":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
ik gingeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
  wn
  _"iba en vehículo":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze kardederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
  _"iba en vehículo":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
ik kardeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: ik kar·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Karren').
  wn
  _"iba en vehículo":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reedderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
  _"iba en vehículo":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
ik reedeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijden').
  wn
  _"iba en vehículo":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze voerderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
  _"iba en vehículo":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue
Fue en vehículo
Fuera
Fuera en vehículo
Fuese
Fuese en vehículo
Fui
Fui en vehículo
Iba
ik voereerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Varen').
  wn
iba"iba más allá":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue más allá
Fuera más allá
Fuese más allá
Fui más allá
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging verderderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
  _"iba más allá":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fue más allá
Fuera más allá
Fuese más allá
Fui más allá
ik ging verdereerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
Lettergrepen: ik ging ver·der

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Verder').
iba"iba por":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscaba
Buscara
Buscase
Buscó
Busqué
Cogí
Cogía
Cogiera
Cogiese
Cogió
Fue por
Fuera por
Fuese por
Fui por
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging halenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
  _"iba por":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscaba
Buscara
Buscase
Buscó
Busqué
Cogí
Cogía
Cogiera
Cogiese
Cogió
Fue por
Fuera por
Fuese por
Fui por
ik ging haleneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
Lettergrepen: ik ging ha·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
  _"iba por":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscaba
Buscara
Buscase
Buscó
Busqué
Cogí
Cogía
Cogiera
Cogiese
Cogió
Fue por
Fuera por
Fuese por
Fui por
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze haaldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'
  _"iba por":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscaba
Buscara
Buscase
Buscó
Busqué
Cogí
Cogía
Cogiera
Cogiese
Cogió
Fue por
Fuera por
Fuese por
Fui por
ik haaldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'
Lettergrepen: ik haal·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Halen').
  wn
IbadánNombre (o por antonomasia)
  w
Ibadaneigennaam (of antonomasie)
  w
IbaguéNombre (o por antonomasia)
ciudad del centro de Colombia, capital del departamento de Tolima. Fue fundada en 1550. Gentilicio: ibaguereño.
  we  w
Ibaguéeigennaam (of antonomasie)
  w
ibaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais
Fueseis
Fuisteis
Os encaminabais
Os encaminarais
Os encaminaseis
Os encaminasteis
1Encaminarse.jullie begaven jetweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
Lettergrepen: jul·lie be·ga·ven je

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Begeven').
jullie liepen van stapeltweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
Lettergrepen: jul·lie lie·pen van sta·pel
jullie liepentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
Lettergrepen: jul·lie lie·pen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Lopen').
  wn
jullie verliepentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
Lettergrepen: jul·lie ver·lie·pen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Verlopen').
  wn
2Ir en vehículo.jullie gingentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
  wn
jullie kardentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: jul·lie kar·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Karren').
  wn
jullie redentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
Lettergrepen: jul·lie re·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijden').
  wn
jullie voerentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
Lettergrepen: jul·lie voe·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Varen').
  wn
ibais"ibais a":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais a
Fueseis a
Fuisteis a
jullie gingen naartweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen naar

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
ibais"ibais a buscar a":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais a buscar a
Fueseis a buscar a
Fuisteis a buscar a
1.jullie brachten medetweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
Lettergrepen: jul·lie brach·ten me·de
jullie brachten meetweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
Lettergrepen: jul·lie brach·ten mee

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Meebrengen').
  wn
jullie namen meetweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
Lettergrepen: jul·lie na·men mee

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Meenemen').
  wn
jullie vergaderdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
Lettergrepen: jul·lie ver·ga·der·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Vergaderen').
  wn
2.jullie haalden aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
Lettergrepen: jul·lie haal·den af

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afhalen').
  wn
jullie haalden optweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
Lettergrepen: jul·lie haal·den op

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Ophalen').
  wn
ibais"ibais a la deriva":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivabais del rumbo
Derivarais del rumbo
Derivaseis del rumbo
Derivasteis del rumbo
Fuerais a la deriva
Fueseis a la deriva
Fuisteis a la deriva
jullie dreven aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
Lettergrepen: jul·lie dre·ven af

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afdrijven').
  wn
jullie dreventweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
Lettergrepen: jul·lie dre·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Drijven').
  wn
jullie waren op drifttweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren op drift
ibais"ibais a ocupar":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais a ocupar
Fueseis a ocupar
Fuisteis a ocupar
jullie namen jullie intrektweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
Lettergrepen: jul·lie na·men jul·lie in·trek
jullie sloegen jullie tenten optweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
Lettergrepen: jul·lie sloe·gen jul·lie ten·ten op
jullie trokken intweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
Lettergrepen: jul·lie trok·ken in

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Intrekken').
  wn
ibais"ibais a través de":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesabais
Atravesarais
Atravesaseis
Atravesasteis
Fuerais a través de
Fueseis a través de
Fuisteis a través de
jullie kwamen doortweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
Lettergrepen: jul·lie kwa·men door

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doorkomen').
jullie maakten doortweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
Lettergrepen: jul·lie maak·ten door

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doormaken').
jullie trokken doortweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
Lettergrepen: jul·lie trok·ken door

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Doortrekken').
  wn
ibais"ibais de compras":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais de compras
Fueseis de compras
Fuisteis de compras
jullie gingen winkelentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen win·ke·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
ibais"ibais de copas":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais de copas
Fueseis de copas
Fuisteis de copas
jullie gingen uit om iets te drinkentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen uit om iets te drin·ken
ibais"ibais de juerga":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais de juerga
Fueseis de juerga
Fuisteis de juerga
Os desbordabais
Os desbordáis
Os desbordarais
Os desbordaseis
Os desbordasteis
Os desbordéis
Vais de juerga
Vayáis de juerga
jullie boemeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
Lettergrepen: jul·lie boe·mel·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Boemelen').
  wn
jullie brastentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
Lettergrepen: jul·lie bras·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Brassen').
  wn
jullie slemptentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
Lettergrepen: jul·lie slemp·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Slempen').
jullie spatten uittweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
Lettergrepen: jul·lie spat·ten uit

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Uitspatten').
jullie waren aan de roltweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren aan de rol
jullie zwijndentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
Lettergrepen: jul·lie zwijn·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zwijnen').
  wn
ibais"ibais de vacaciones":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais de vacaciones
Fueseis de vacaciones
Fuisteis de vacaciones
jullie gingen met vakantietweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen met va·kan·tie
ibais"ibais delante":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais delante
Fueseis delante
Fuisteis delante
Os adelantabais
Os adelantarais
Os adelantaseis
Os adelantasteis
Precedíais
Precedierais
Precedieseis
Precedisteis
jullie gingen vooraftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen voor·af

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Voorafgaan').
jullie waren voortweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren voor

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Voor').
ibais"ibais en autostop":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais en autostop
Fueseis en autostop
Fuisteis en autostop
jullie kregen een lifttweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
Lettergrepen: jul·lie kre·gen een lift
jullie lifttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
Lettergrepen: jul·lie lift·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Liften').
  wn
ibais"ibais en vehículo":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais
Fuerais en vehículo
Fueseis
Fueseis en vehículo
Fuisteis
Fuisteis en vehículo
Ibais
jullie gingentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
  wn
jullie kardentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: jul·lie kar·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Karren').
  wn
jullie redentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
Lettergrepen: jul·lie re·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijden').
  wn
jullie voerentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
Lettergrepen: jul·lie voe·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Varen').
  wn
ibais"ibais más allá":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuerais más allá
Fueseis más allá
Fuisteis más allá
jullie gingen verdertweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen ver·der

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Verder').
ibais"ibais por":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscabais
Buscarais
Buscaseis
Buscasteis
Cogíais
Cogierais
Cogieseis
Cogisteis
Fuerais por
Fueseis por
Fuisteis por
jullie gingen halentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
Lettergrepen: jul·lie gin·gen ha·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Gaan').
jullie haaldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'
Lettergrepen: jul·lie haal·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Halen').
  wn
íbamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos
Fuésemos
Fuimos
Nos encaminábamos
Nos encaminamos
Nos encamináramos
Nos encaminásemos
1Encaminarse.wij/we begaven onseerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
wij/we liepen van stapeleerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
wij/we liepeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
wij/we verliepeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
2Ir en vehículo.wij/we gingeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
wij/we kardeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
wij/we redeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
wij/we voereneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
íbamos"íbamos a":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos a
Fuésemos a
Fuimos a
wij/we gingen naareerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
íbamos"íbamos a buscar a":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos a buscar a
Fuésemos a buscar a
Fuimos a buscar a
1.wij/we brachten medeeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
wij/we brachten meeeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
wij/we namen meeeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
wij/we vergaderdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
2.wij/we haalden afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
wij/we haalden opeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
íbamos"íbamos a la deriva":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivábamos del rumbo
Derivamos del rumbo
Deriváramos del rumbo
Derivásemos del rumbo
Fuéramos a la deriva
Fuésemos a la deriva
Fuimos a la deriva
wij/we dreven afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
wij/we dreveneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
wij/we waren op drifteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
íbamos"íbamos a ocupar":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos a ocupar
Fuésemos a ocupar
Fuimos a ocupar
wij/we namen onze intrekeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
wij/we sloegen onze tenten opeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
wij/we trokken ineerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
íbamos"íbamos a través de":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesábamos
Atravesamos
Atravesáramos
Atravesásemos
Fuéramos a través de
Fuésemos a través de
Fuimos a través de
wij/we kwamen dooreerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
wij/we maakten dooreerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
wij/we trokken dooreerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
íbamos"íbamos de compras":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos de compras
Fuésemos de compras
Fuimos de compras
wij/we gingen winkeleneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
íbamos"íbamos de copas":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos de copas
Fuésemos de copas
Fuimos de copas
wij/we gingen uit om iets te drinkeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
íbamos"íbamos de juerga":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos de juerga
Fuésemos de juerga
Fuimos de juerga
Nos desbordábamos
Nos desbordamos
Nos desbordáramos
Nos desbordásemos
Nos desbordemos
Vamos de juerga
Vayamos de juerga
wij/we boemeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
wij/we brasteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
wij/we slempteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
wij/we spatten uiteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
wij/we waren aan de roleerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
wij/we zwijndeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
íbamos"íbamos de vacaciones":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones   spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos de vacaciones
Fuésemos de vacaciones
Fuimos de vacaciones
wij/we gingen met vakantieeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
íbamos"íbamos delante":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos delante
Fuésemos delante
Fuimos delante
Nos adelantábamos
Nos adelantamos
Nos adelantáramos
Nos adelantásemos
Precedíamos
Precediéramos
Precediésemos
Precedimos
wij/we gingen voorafeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
wij/we waren vooreerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
íbamos"íbamos en autostop":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos en autostop
Fuésemos en autostop
Fuimos en autostop
wij/we kregen een lifteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
wij/we liftteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
íbamos"íbamos en vehículo":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos
Fuéramos en vehículo
Fuésemos
Fuésemos en vehículo
Fuimos
Fuimos en vehículo
Íbamos
wij/we gingeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
wij/we kardeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
wij/we redeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
wij/we voereneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
íbamos"íbamos más allá":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fuéramos más allá
Fuésemos más allá
Fuimos más allá
wij/we gingen verdereerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
íbamos"íbamos por":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscábamos
Buscamos
Buscáramos
Buscásemos
Cogíamos
Cogiéramos
Cogiésemos
Cogimos
Fuéramos por
Fuésemos por
Fuimos por
wij/we gingen haleneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
wij/we haaldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'
ibantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran
Fueron
Fuesen
Se encaminaban
Se encaminaran
Se encaminaron
Se encaminasen
1Encaminarse.zij/ze begaven zichderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
zij/ze liepen van stapelderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
zij/ze liependerde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
zij/ze verliependerde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
2Ir en vehículo.zij/ze gingenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
zij/ze kardenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
zij/ze redenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
zij/ze voerenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
iban"iban a":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran a
Fueron a
Fuesen a
zij/ze gingen naarderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
iban"iban a buscar a":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran a buscar a
Fueron a buscar a
Fuesen a buscar a
1.zij/ze brachten medederde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
zij/ze brachten meederde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
zij/ze namen meederde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
zij/ze vergaderdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
2.zij/ze haalden afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
zij/ze haalden opderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
iban"iban a la deriva":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivaban del rumbo
Derivaran del rumbo
Derivaron del rumbo
Derivasen del rumbo
Fueran a la deriva
Fueron a la deriva
Fuesen a la deriva
zij/ze dreven afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
zij/ze drevenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
zij/ze waren op driftderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
iban"iban a ocupar":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran a ocupar
Fueron a ocupar
Fuesen a ocupar
zij/ze namen hun intrekderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
zij/ze sloegen hun tenten opderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
zij/ze trokken inderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
iban"iban a través de":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesaban
Atravesaran
Atravesaron
Atravesasen
Fueran a través de
Fueron a través de
Fuesen a través de
zij/ze kwamen doorderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
zij/ze maakten doorderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
zij/ze trokken doorderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
iban"iban de compras":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran de compras
Fueron de compras
Fuesen de compras
zij/ze gingen winkelenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
iban"iban de copas":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran de copas
Fueron de copas
Fuesen de copas
zij/ze gingen uit om iets te drinkenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
iban"iban de juerga":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran de juerga
Fueron de juerga
Fuesen de juerga
Se desbordaban
Se desbordan
Se desbordaran
Se desbordaron
Se desbordasen
Se desborden
Van de juerga
Vayan de juerga
zij/ze boemeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
zij/ze brastenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
zij/ze slemptenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
zij/ze spatten uitderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
zij/ze waren aan de rolderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
zij/ze zwijndenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
iban"iban de vacaciones":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran de vacaciones
Fueron de vacaciones
Fuesen de vacaciones
zij/ze gingen met vakantiederde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
iban"iban delante":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran delante
Fueron delante
Fuesen delante
Precedían
Precedieran
Precedieron
Precediesen
Se adelantaban
Se adelantaran
Se adelantaron
Se adelantasen
zij/ze gingen voorafderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
zij/ze waren voorderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
iban"iban en autostop":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran en autostop
Fueron en autostop
Fuesen en autostop
zij/ze kregen een liftderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
zij/ze lifttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
iban"iban en vehículo":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran
Fueran en vehículo
Fueron
Fueron en vehículo
Fuesen
Fuesen en vehículo
Iban
zij/ze gingenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
zij/ze kardenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
zij/ze redenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
zij/ze voerenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
iban"iban más allá":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueran más allá
Fueron más allá
Fuesen más allá
zij/ze gingen verderderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
iban"iban por":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscaban
Buscaran
Buscaron
Buscasen
Cogían
Cogieran
Cogieron
Cogiesen
Fueran por
Fueron por
Fuesen por
zij/ze gingen halenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
zij/ze haaldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'
ibassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras
Fueses
Fuiste
Te encaminabas
Te encaminaras
Te encaminases
Te encaminaste
1Encaminarse.jij/je begaf jetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich begeven'
jij/je liep van stapeltweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'van stapel lopen'
jij/je lieptweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'lopen'
jij/je verlieptweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verlopen'
2Ir en vehículo.jij/je gingtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
jij/je kardetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
jij/je reedtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
jij/je voertweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
ibas"ibas a":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras a
Fueses a
Fuiste a
jij/je ging naartweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan naar'
ibas"ibas a buscar a":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras a buscar a
Fueses a buscar a
Fuiste a buscar a
1.jij/je bracht medetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'medebrengen'
jij/je bracht meetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meebrengen'
jij/je nam meetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'meenemen'
jij/je vergaderdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'vergaderen'
2.jij/je haalde aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afhalen'
jij/je haalde optweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'ophalen'
ibas"ibas a la deriva":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Derivabas del rumbo
Derivaras del rumbo
Derivases del rumbo
Derivaste del rumbo
Fueras a la deriva
Fueses a la deriva
Fuiste a la deriva
jij/je dreef aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afdrijven'
jij/je dreeftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'drijven'
jij/je was op drifttweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'op drift zijn'
ibas"ibas a ocupar":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras a ocupar
Fueses a ocupar
Fuiste a ocupar
jij/je nam jouw intrektweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
jij/je sloeg jouw tenten optweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
jij/je trok intweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'intrekken'
ibas"ibas a través de":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Atravesabas
Atravesaras
Atravesases
Atravesaste
Fueras a través de
Fueses a través de
Fuiste a través de
jij/je kwam doortweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doorkomen'
jij/je maakte doortweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'doormaken'
jij/je trok doortweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'doortrekken'
ibas"ibas de compras":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras de compras
Fueses de compras
Fuiste de compras
jij/je ging winkelentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan winkelen'
ibas"ibas de copas":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras de copas
Fueses de copas
Fuiste de copas
jij/je ging uit om iets te drinkentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
ibas"ibas de juerga":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras de juerga
Fueses de juerga
Fuiste de juerga
Te desbordabas
Te desbordaras
Te desbordases
Te desbordaste
jij/je boemeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'boemelen'
jij/je brastetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'brassen'
jij/je slemptetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'slempen'
jij/je spatte uittweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitspatten'
jij/je was aan de roltweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'aan de rol zijn'
jij/je zwijndetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zwijnen'
ibas"ibas de vacaciones":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones   spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras de vacaciones
Fueses de vacaciones
Fuiste de vacaciones
jij/je ging met vakantietweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'met vakantie gaan'
ibas"ibas delante":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras delante
Fueses delante
Fuiste delante
Precedías
Precedieras
Precedieses
Precediste
Te adelantabas
Te adelantaras
Te adelantases
Te adelantaste
jij/je ging vooraftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voorafgaan'
jij/je was voortweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'voor zijn'
ibas"ibas en autostop":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras en autostop
Fueses en autostop
Fuiste en autostop
jij/je kreeg een lifttweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een lift krijgen'
jij/je lifttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'liften'
ibas"ibas en vehículo":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras
Fueras en vehículo
Fueses
Fueses en vehículo
Fuiste
Fuiste en vehículo
Ibas
jij/je gingtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan'
jij/je kardetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'karren'
jij/je reedtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'rijden'
jij/je voertweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'varen'
ibas"ibas más allá":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Fueras más allá
Fueses más allá
Fuiste más allá
jij/je ging verdertweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'verder gaan'
ibas"ibas por":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Buscabas
Buscaras
Buscases
Buscaste
Cogías
Cogieras
Cogieses
Cogiste
Fueras por
Fueses por
Fuiste por
jij/je ging halentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'gaan halen'
jij/je haaldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'halen'

1e 0‑9 A B C D E F G HI J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -ab c d ef g j l m n oñpq r s tvwx z

3ea einu

4e _ d g i m n s

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
IBAVolgende/ Siguiente -->

arriba