Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   29 Oct 2012  ; última actualización: 29 Oct 2012.

¡'Queremos ser tu banco' (Banco Santander) pero también queremos que nos pague unas comisiones altísimas!

1e 0‑9 A B C D E F G HI J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -a b cd ef g j l m n oñpq r s tvwx z

3e- e i ou

4e _a _d _e _m _p a ah as

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
ID ..... IDASVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
¡id!imperativo plural del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  s¡Encaminaos!
¡Encamínate!
¡Ve!
1Encaminarse.begeef je!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zich begeven'

ALLE betekenissen van het woord 'Begeven':
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(wederkerend werkwoord; begaf zich, heeft zich begeven)
1 ergens heengaan.
loop van stapel!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'van stapel lopen'
loop!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'lopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Lopen':
(werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 bezig zijn met.
(onovergankelijk werkwoord; loper)
1 (liep, heeft/is gelopen) zich te voet voortbewegen
2 (liep, heeft/is gelopen) rennen
3 (liep, heeft/is gelopen) (van zaken) zich voortbewegen
4 (liep, is gelopen) vloeien, stromen
5 (liep, heeft gelopen) (van instrumenten) functioneren, in werking zijn
6 (liep, heeft gelopen) (van tijd en wat daarin voorvalt) gaande zijn, doorgaan
7 (liep, heeft gelopen) zich uitstrekken, gelegen zijn
8 (liep, heeft gelopen) verlopen, zich ontwikkelen
9 (liep, heeft gelopen) zich lenen om erop of erin te lopen
10 (liep, heeft gelopen) door zich te voet voort te bewegen in een bepaalde toestand of positie brengen
11 (liep, heeft gelopen) zich in de genoemde toestand bevinden.
(overgankelijk werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 volgen, deelnemen aan.
  wn
verloop!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'verlopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Verlopen':
(bijvoeglijk naamwoord; verlopener, meest verlopen)
1 aan lagerwal geraakt.
(onovergankelijk werkwoord; verliep, is verlopen)
1 (van tijd) verstrijken
2 na enige tijd ongeldig worden
3 zich afspelen
4 gaandeweg minder bezocht of beoefend worden
5 in zijn verloop van profiel veranderen
6 (van zetsel) in een andere regel, op een volgende kolom of bladzijde komen.
  wn
2Ir en vehículo.ga!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
  wn  we
kar!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'karren'

ALLE betekenissen van het woord 'Karren':
(onovergankelijk werkwoord; karde, heeft/is gekard)
1 (informeel) rijden.
  wn
rijd!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'rijden'

ALLE betekenissen van het woord 'Rijden':
(onovergankelijk werkwoord; rijder)
1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen
2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt
3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan.
(overgankelijk werkwoord)
1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig)
2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier)
3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.
  wn
vaar!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'varen'

ALLE betekenissen van het woord 'Varen':
(de; varens)
1 overblijvende sporenplant van de klasse Pterophyta.
(onovergankelijk werkwoord; vaarder)
1 (voer, heeft gevaren) (van een vaartuig) door het water bewegen
2 (voer, heeft gevaren) als zeeman werken
3 (voer, is gevaren) (archaïsch) gaan.
(overgankelijk werkwoord; voer, heeft gevaren)
1 (ook absoluut) zich voortbewegen met een vaartuig
2 per schip of boot vervoeren.
  wn
¡id"¡id a!":
imperativo plural del verbo 'ir a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  s¡Ve a!
ga naar!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gaan naar'

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
¡id"¡id a buscar a!":
imperativo plural del verbo 'ir a buscar a'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  buscar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'buscar'
  a!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  s¡Ve a buscar a!
1.breng mede!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'medebrengen'
breng mee!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'meebrengen'

ALLE betekenissen van het woord 'Meebrengen':
(overgankelijk werkwoord; bracht mee, heeft meegebracht)
1 bij zich hebben
2 in de aard liggen van, van nature vertonen.
  wn
neem mee!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'meenemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Meenemen':
(overgankelijk werkwoord; nam mee, heeft meegenomen)
1 met zich voeren, zich laten vergezellen door
2 profijt hebben van
3 in één moeite door verrichten.
  wn
vergader!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'vergaderen'

ALLE betekenissen van het woord 'Vergaderen':
(onovergankelijk werkwoord; vergaderde, is vergaderd; vergadering)
1 in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen.
(overgankelijk werkwoord; vergaderde, heeft vergaderd)
1 (formeel) bijeenzamelen.
  wn
2.haal af!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'afhalen'

ALLE betekenissen van het woord 'Afhalen':
(overgankelijk werkwoord; haalde af, heeft afgehaald)
1 (iets dat gereed ligt) in ontvangst komen nemen
2 (iemand) ergens gaan halen om hem naar elders te begeleiden
3 van zijn plaats verwijderen
4 (iets) door trekken van iets anders ontdoen.
  wn
haal op!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'ophalen'

ALLE betekenissen van het woord 'Ophalen':
(overgankelijk werkwoord; haalde op, heeft opgehaald)
1 omhooghalen
2 afhalen en meenemen
3 in de herinnering terugroepen, in herinnering brengen
4 opfrissen, verbeteren.
  wn
¡id"¡id a la deriva!":
imperativo plural del verbo 'ir a la deriva'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  deriva!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'deriva'
  s¡Deriva del rumbo!
¡Derivad del rumbo!
¡Ve a la deriva!
ben op drift!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'op drift zijn'
drijf af!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'afdrijven'

ALLE betekenissen van het woord 'Afdrijven':
(onovergankelijk werkwoord; dreef af, is afgedreven)
1 uit de gestuurde koers gedreven worden
2 door de wind weggedreven worden.
(overgankelijk werkwoord; dreef af, heeft afgedreven; afdrijving)
1 (geneeskunde) uit het lichaam verwijderen
2 (scheikunde) (goud, zilver) zuiveren van het lood, koper enz. waarmee het vermengd is.
  wn
drijf!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'drijven'

ALLE betekenissen van het woord 'Drijven':
(werkwoord; dreef, heeft gedreven)
1 aansporen, bewegen tot.
(onovergankelijk werkwoord; drijver)
1 (dreef, heeft/is gedreven) aan de oppervlakte van een vloeistof blijven
2 (dreef, heeft/is gedreven) in de lucht zweven
3 (dreef, heeft gedreven) doornat zijn.
(overgankelijk werkwoord; dreef, heeft gedreven)
1 voor zich uit doen gaan
2 (handel) plegen, (een zaak) leiden
3 slaan
4 figuren op metaal uitkloppen.
  wn
¡id"¡id a ocupar!":
imperativo plural del verbo 'ir a ocupar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  ocupar!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ocupar'
  s¡Ve a ocupar!
neem jullie intrek!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zijn intrek nemen'
sla jullie tenten op!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zijn tenten opslaan'
trek in!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'intrekken'

ALLE betekenissen van het woord 'Intrekken':
(werkwoord; trok in, is ingetrokken)
1 gaan inwonen bij, samenwonen met.
(onovergankelijk werkwoord; trok in, is ingetrokken)
1 indringen in, opgezogen worden door
2 (van hout enz.) krimpen.
(overgankelijk werkwoord; trok in, heeft ingetrokken)
1 door trekken achteruit, naar binnen brengen
2 terugnemen, herroepen
3 (militair, leger) terugroepen zonder te vervangen.
  wn
¡id"¡id a través de!":
imperativo plural del verbo 'ir a través de'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  de!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  s¡Atravesad!
¡Atraviesa!
¡Ve a través de!
kom door!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'doorkomen'

ALLE betekenissen van het woord 'Doorkomen':
(onovergankelijk werkwoord; kwam door, is doorgekomen)
1 zijn, haar weg nemen
2 ten einde brengen, doorstaan
3 door iets heen dringen.
maak door!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'doormaken'

ALLE betekenissen van het woord 'Doormaken':
(overgankelijk werkwoord; maakte door, heeft doorgemaakt)
1 ondergaan, beleven.
trek door!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'doortrekken'

ALLE betekenissen van het woord 'Doortrekken':
(onovergankelijk werkwoord; trok door, heeft doorgetrokken)
1 voortgaan met trekken.
(overgankelijk werkwoord)
1 (ook absoluut; trok door, heeft doorgetrokken) het toilet doorspoelen
2 (doortrok, heeft doortrokken) naar een verder gelegen punt voortzetten
3 (trok door, heeft doorgetrokken) door trekken doen breken, kapotmaken.
(overgankelijk werkwoord; doortrok, heeft doortrokken)
1 in alle delen doen doordringen.
  wn
¡id"¡id de compras!":
imperativo plural del verbo 'ir de compras'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  compras!   s¡Ve de compras!
ga winkelen!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gaan winkelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
¡id"¡id de copas!":
imperativo plural del verbo 'ir de copas'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  copas!   s¡Ve de copas!
ga uit om iets te drinken!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'uitgaan om iets te drinken'
¡id"¡id de juerga!":
imperativo plural del verbo 'ir de juerga'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  juerga!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'juerga'
  s¡Desbordaos!
¡Desbórdate!
¡Ve de juerga!
ben aan de rol!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'aan de rol zijn'
boemel!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'boemelen'

ALLE betekenissen van het woord 'Boemelen':
(onovergankelijk werkwoord)
1 (boemelde, heeft geboemeld) zijn tijd doorbrengen met uitgaan
2 (boemelde, heeft/is geboemeld) met de stoptrein reizen.
bras!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'brassen'

ALLE betekenissen van het woord 'Brassen':
(onovergankelijk werkwoord; braste, heeft gebrast; brasser)
1 schransen.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; braste, heeft gebrast)
1 (scheepvaart) (de ra's, de zeilen) door middel van de brassen richten.
  wn
slemp!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'slempen'

ALLE betekenissen van het woord 'Slempen':
(onovergankelijk werkwoord; slempte, heeft geslempt; slemper)
1 overdadig eten en/of drinken.
(overgankelijk werkwoord; slempte, heeft geslempt)
1 grond met water drenken om die goed te doen aaneensluiten
2 gaten met zand vullen onder toevoer van water.
spat uit!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'uitspatten'

ALLE betekenissen van het woord 'Uitspatten':
(onovergankelijk werkwoord; spatte uit, heeft uitgespat; uitspatting)
1 losbandig zijn.
zwijn!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zwijnen'

ALLE betekenissen van het woord 'Zwijnen':
(onovergankelijk werkwoord; zwijnde, heeft gezwijnd)
1 (informeel) boffen.
  wn
¡id"¡id de vacaciones!":
imperativo plural del verbo 'ir de vacaciones'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vacaciones!   s¡Ve de vacaciones!
ga met vakantie!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'met vakantie gaan'
¡id"¡id delante!":
imperativo plural del verbo 'ir delante'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  delante!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'delante'
  s¡Adelantaos!
¡Adelántate!
¡Precede!
¡Preceded!
¡Ve delante!
ben voor!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'voor zijn'

ALLE betekenissen van het woord 'Voor':
(het)
¶ alleen in verbindingen.
(de; voren)
1 insnijding, snede van de ploeg in een akker
2 diepe groef, rimpel.
(bijwoord)
1 aan de voorzijde, van voren
2 voorafgaand
3 om een gunstige gezindheid uit te drukken
4 meer
5 in het voorste deel.
(voorzetsel)
1 ter aanduiding van de plaatselijke betrekking van iets tot de toegekeerde zijde van iets anders
2 in tegenwoordigheid van
3 vroeger dan
4 gedurende
5 ten aanzien van
6 m.b.t. volgorde, rangorde, opeenvolging
7 omwille van
8 met betrekking tot
9 in de plaats van, in ruil met
10 ten dienste, voordele, behoeve van
11 ter aanduiding van een gelijkstelling
12 het genoemde in aanmerking genomen.
(nevenschikkend voegwoord)
1 voordat.
ga vooraf!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'voorafgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Voorafgaan':
(onovergankelijk werkwoord; ging vooraf, is voorafgegaan)
1 voor iets anders komen
2 gaan voor anderen.
¡id"¡id en autostop!":
imperativo plural del verbo 'ir en autostop'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  autostop!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'autostop'
  s¡Ve en autostop!
krijg een lift!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'een lift krijgen'
lift!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'liften'

ALLE betekenissen van het woord 'Liften':
(onovergankelijk werkwoord; liftte, heeft/is gelift; lifter)
1 reizen door een auto aan te houden en daarin mee te rijden.
(overgankelijk werkwoord; liftte, heeft gelift)
1 (sport) (een bal, gewicht) omhoog brengen
2 faceliften.
  wn
¡id"¡id en vehículo!":
imperativo plural del verbo 'ir en vehículo'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  vehículo!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vehículo'
  s¡Id!
¡Ve en vehículo!
¡Ve!
ga!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
  wn  we
kar!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'karren'

ALLE betekenissen van het woord 'Karren':
(onovergankelijk werkwoord; karde, heeft/is gekard)
1 (informeel) rijden.
  wn
rijd!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'rijden'

ALLE betekenissen van het woord 'Rijden':
(onovergankelijk werkwoord; rijder)
1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen
2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt
3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan.
(overgankelijk werkwoord)
1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig)
2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier)
3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.
  wn
vaar!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'varen'

ALLE betekenissen van het woord 'Varen':
(de; varens)
1 overblijvende sporenplant van de klasse Pterophyta.
(onovergankelijk werkwoord; vaarder)
1 (voer, heeft gevaren) (van een vaartuig) door het water bewegen
2 (voer, heeft gevaren) als zeeman werken
3 (voer, is gevaren) (archaïsch) gaan.
(overgankelijk werkwoord; voer, heeft gevaren)
1 (ook absoluut) zich voortbewegen met een vaartuig
2 per schip of boot vervoeren.
  wn
¡id"¡id más allá!":
imperativo plural del verbo 'ir más allá'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  más
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'más'
  allá!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'allá'
  s¡Ve más allá!
ga verder!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'verder gaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Verder':
(bijvoeglijk naamwoord)
1 het overige deel uitmakend.
(bijwoord)
1 daarna, vervolgens
2 overigens, voor de rest
3 ter aanduiding dat de genoemde handeling wordt voortgezet.
¡id"¡id por!":
imperativo plural del verbo 'ir por'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  por!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  s¡Busca!
¡Buscad!
¡Coge!
¡Coged!
¡Ve por!
ga halen!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gaan halen'

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
haal!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'halen'

ALLE betekenissen van het woord 'Halen':
(overgankelijk werkwoord; haalde, heeft gehaald)
1 (ook absoluut) met een beweging naar zich toe in de genoemde positie of toestand brengen
2 met inspanning verwerven
3 erin slagen te bereiken.
  wn  we
idasustantivo
Plural es: idas

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ida'
, la  w  sViaje de ida
heenreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: heen·reis
Dit woord is een samenstelling van 'heen' en 'reis'
Meervoud is: heenreizen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 de weg ergens naartoe.
, de
idaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  sIdas
Ido
Idos
1Encaminarse.gelopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'lopen'
Lettergrepen: ge·lo·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Lopen':
(werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 bezig zijn met.
(onovergankelijk werkwoord; loper)
1 (liep, heeft/is gelopen) zich te voet voortbewegen
2 (liep, heeft/is gelopen) rennen
3 (liep, heeft/is gelopen) (van zaken) zich voortbewegen
4 (liep, is gelopen) vloeien, stromen
5 (liep, heeft gelopen) (van instrumenten) functioneren, in werking zijn
6 (liep, heeft gelopen) (van tijd en wat daarin voorvalt) gaande zijn, doorgaan
7 (liep, heeft gelopen) zich uitstrekken, gelegen zijn
8 (liep, heeft gelopen) verlopen, zich ontwikkelen
9 (liep, heeft gelopen) zich lenen om erop of erin te lopen
10 (liep, heeft gelopen) door zich te voet voort te bewegen in een bepaalde toestand of positie brengen
11 (liep, heeft gelopen) zich in de genoemde toestand bevinden.
(overgankelijk werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 volgen, deelnemen aan.
  wn
van stapel gelopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'van stapel lopen'
Lettergrepen: van sta·pel ge·lo·pen
verlopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'verlopen'
Lettergrepen: ver·lo·pen

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; verlopener, meest verlopen)
1 aan lagerwal geraakt.
(onovergankelijk werkwoord; verliep, is verlopen)
1 (van tijd) verstrijken
2 na enige tijd ongeldig worden
3 zich afspelen
4 gaandeweg minder bezocht of beoefend worden
5 in zijn verloop van profiel veranderen
6 (van zetsel) in een andere regel, op een volgende kolom of bladzijde komen.
  wn
zich begevenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'begeven'
Lettergrepen: zich be·ge·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Begeven':
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(wederkerend werkwoord; begaf zich, heeft zich begeven)
1 ergens heengaan.
  wn
2Ir en vehículo.gegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gaan'
Lettergrepen: ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
  wn  we
gekardregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: ge·kard

ALLE betekenissen van het woord 'Karren':
(onovergankelijk werkwoord; karde, heeft/is gekard)
1 (informeel) rijden.
  wn
geredenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'rijden'
Lettergrepen: ge·re·den

ALLE betekenissen van het woord 'Rijden':
(onovergankelijk werkwoord; rijder)
1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen
2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt
3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan.
(overgankelijk werkwoord)
1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig)
2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier)
3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.
  wn
gevarenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'varen'
Lettergrepen: ge·va·ren

ALLE betekenissen van het woord 'Gevaar':
(het; gevaren)
1 kans op een gevaarlijke gebeurtenis.
  wn
IdahoNombre (o por antonomasia)
(pronunciación local: /áidaho/), estado del NO de los Estados Unidos; 217,248 km; capital: Boise. Su punto más alto es el Pico Borah (3,859 m). Gentilicio: idahoano.
  w
Idahoeigennaam (of antonomasie)
  w
Idaho"Idaho Falls":
Nombre (o por antonomasia)
ciudad del SE del estado de Idaho (Estados Unidos), a orillas del río Snake.

Haga clic para artículo en Wikipedia posiblemente relacionado sobre 'Idaho'
  Falls
Idaho Fallseigennaam (of antonomasie)
  w
idassustantivo plural de la palabra: Ida

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ida'
, las  w
heenreizenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Heenreis
Lettergrepen: heen·rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Heenreis':
(de)
1 de weg ergens naartoe.
, de
idasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'ir'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ir'
  sIda
Ido
Idos
1Encaminarse.gelopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'lopen'
Lettergrepen: ge·lo·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Lopen':
(werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 bezig zijn met.
(onovergankelijk werkwoord; loper)
1 (liep, heeft/is gelopen) zich te voet voortbewegen
2 (liep, heeft/is gelopen) rennen
3 (liep, heeft/is gelopen) (van zaken) zich voortbewegen
4 (liep, is gelopen) vloeien, stromen
5 (liep, heeft gelopen) (van instrumenten) functioneren, in werking zijn
6 (liep, heeft gelopen) (van tijd en wat daarin voorvalt) gaande zijn, doorgaan
7 (liep, heeft gelopen) zich uitstrekken, gelegen zijn
8 (liep, heeft gelopen) verlopen, zich ontwikkelen
9 (liep, heeft gelopen) zich lenen om erop of erin te lopen
10 (liep, heeft gelopen) door zich te voet voort te bewegen in een bepaalde toestand of positie brengen
11 (liep, heeft gelopen) zich in de genoemde toestand bevinden.
(overgankelijk werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 volgen, deelnemen aan.
  wn
van stapel gelopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'van stapel lopen'
Lettergrepen: van sta·pel ge·lo·pen
verlopenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'verlopen'
Lettergrepen: ver·lo·pen

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; verlopener, meest verlopen)
1 aan lagerwal geraakt.
(onovergankelijk werkwoord; verliep, is verlopen)
1 (van tijd) verstrijken
2 na enige tijd ongeldig worden
3 zich afspelen
4 gaandeweg minder bezocht of beoefend worden
5 in zijn verloop van profiel veranderen
6 (van zetsel) in een andere regel, op een volgende kolom of bladzijde komen.
  wn
zich begevenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'begeven'
Lettergrepen: zich be·ge·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Begeven':
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(wederkerend werkwoord; begaf zich, heeft zich begeven)
1 ergens heengaan.
  wn
2Ir en vehículo.gegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gaan'
Lettergrepen: ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Gaan':
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
(onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.
  wn  we
gekardregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'karren'
Lettergrepen: ge·kard

ALLE betekenissen van het woord 'Karren':
(onovergankelijk werkwoord; karde, heeft/is gekard)
1 (informeel) rijden.
  wn
geredenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'rijden'
Lettergrepen: ge·re·den

ALLE betekenissen van het woord 'Rijden':
(onovergankelijk werkwoord; rijder)
1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen
2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt
3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan.
(overgankelijk werkwoord)
1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig)
2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier)
3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.
  wn
gevarenonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'varen'
Lettergrepen: ge·va·ren

ALLE betekenissen van het woord 'Gevaar':
(het; gevaren)
1 kans op een gevaarlijke gebeurtenis.
  wn

1e 0‑9 A B C D E F G HI J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e -a b cd ef g j l m n oñpq r s tvwx z

3e- e i ou

4e _a _d _e _m _p a ah as

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
ID ..... IDASVolgende/ Siguiente -->



arriba