Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   29 Oct 2012  ; última actualización: 29 Oct 2012.

Tenerife, ideal para senderistas

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ OP Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e fgh i j l or st u y

3ea e i o uz

4ec dgilstx

5et

6ei

7ec q

8ea o

9e- di mn r s

10e _d _l ba bl

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
PRACTICA ..... PRACTICABLzVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
practicatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPractique
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze oefentderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze beoefentderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze betrachtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze brengt in de praktijkderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze oefent uitderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
prácticasustantivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'práctica'
, la
1.beoefenenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: be·oe·fe·nen

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; beoefende, heeft beoefend; beoefenaar, beoefening)
1 zich geregeld bezighouden met een vak, sport, kunst of wetenschap.
, het  wn
  _sustantivo
Plural es: prácticas
2.oefeningzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: oe·fe·ning
Verkleinwoord is: oefeningetje [oe·fe·nin·ge·tje]], het
Meervoud is: oefeningen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de v )
1 (geen meervoud) geregelde herhaling om vaardigheid of kennis op te doen
2 (oefeningen; oefeningetje) opdracht om het geleerde te oefenen
3 (oefeningen; oefeningetje) (protestants) bijeenkomst van gemeenteleden tot onderlinge stichting.
, de  wn
3.praktijkzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: prak·tijk
Meervoud is: praktijken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 uitvoering, toepassing van de theorie
2 (praktijken) beroepswerkzaamheid van een advocaat, arts enz.
3 (praktijken) pand, ruimte waarin een advocaat, arts e.d. zijn beroep uitoefent
4 (praktijken) gewoonte, gebruik.
, de  wn
prácticaadjetivo femenino singular de la palabra: Práctico

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'práctico'
  sPrácticas
Práctico
Prácticos
1Prácticamente
Práctico
.
praktischbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: prak·tisch

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; praktischer, meest praktisch)
1 betrekking hebbend op de praktijk
2 handig.
(bijwoord)
1 zogoed als, vrijwel.
  wn
praktischeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Praktisch
Lettergrepen: prak·ti·sche

ALLE betekenissen van het woord 'Praktisch':
(bijvoeglijk naamwoord; praktischer, meest praktisch)
1 betrekking hebbend op de praktijk
2 handig.
(bijwoord)
1 zogoed als, vrijwel.
2Práctico.handigbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: han·dig

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; handiger, handigst; handigheid)
1 goed met de handen
2 gewiekst, slim
3 gemakkelijk te hanteren.
  wn
handigeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Handig
Lettergrepen: han·di·ge

ALLE betekenissen van het woord 'Handig':
(bijvoeglijk naamwoord; handiger, handigst; handigheid)
1 goed met de handen
2 gewiekst, slim
3 gemakkelijk te hanteren.
¡practica!imperativo singular del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  s¡Practicad!
1.oefen!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'oefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Oefenen':
(onovergankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (protestants) onderling godsdienstige bijeenkomsten houden.
(overgankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (ook absoluut) door geregelde herhaling bekwamen
2 (deugden en plichten) in praktijk brengen.
  wn
2.beoefen!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'beoefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Beoefenen':
(overgankelijk werkwoord; beoefende, heeft beoefend; beoefenaar, beoefening)
1 zich geregeld bezighouden met een vak, sport, kunst of wetenschap.
  wn
betracht!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'betrachten'

ALLE betekenissen van het woord 'Betrachten':
(overgankelijk werkwoord; betrachtte, heeft betracht; betrachter, betrachting)
1 zich houden aan, in acht nemen.
  wn
breng in de praktijk!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
oefen uit!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'uitoefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Uitoefenen':
(overgankelijk werkwoord; oefende uit, heeft uitgeoefend; uitoefening)
1 in praktijk brengen
2 van zich laten uitgaan, laten gelden.
  wn
práctica"práctica de tiro":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'práctica'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  tiro
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'tiro'
, la
schietoefeningzelfstandig naamwoord
, de
practica"practica la abstinencia":
tercera persona singular presente de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sPractique la abstinencia
Se abstenga
Se abstiene
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze onthoudt zichderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
¡practica"¡practica la abstinencia!":
imperativo singular del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia!
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  s¡Absteneos!
¡Abstente!
¡Practicad la abstinencia!
onthoud je!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zich onthouden'

ALLE betekenissen van het woord 'Onthouden':
(werkwoord; onthield, heeft onthouden van)
1 geen gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; onthield, heeft onthouden)
1 in het geheugen bewaren
2 (iets) niet aan iemand geven.
practicabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze oefendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
ik oefendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
Lettergrepen: ik oe·fen·de

ALLE betekenissen van het woord 'Oefenen':
(onovergankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (protestants) onderling godsdienstige bijeenkomsten houden.
(overgankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (ook absoluut) door geregelde herhaling bekwamen
2 (deugden en plichten) in praktijk brengen.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze beoefendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
ik beoefendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
Lettergrepen: ik be·oe·fen·de

ALLE betekenissen van het woord 'Beoefenen':
(overgankelijk werkwoord; beoefende, heeft beoefend; beoefenaar, beoefening)
1 zich geregeld bezighouden met een vak, sport, kunst of wetenschap.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze betrachttederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
ik betrachtteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
Lettergrepen: ik be·tracht·te

ALLE betekenissen van het woord 'Betrachten':
(overgankelijk werkwoord; betrachtte, heeft betracht; betrachter, betrachting)
1 zich houden aan, in acht nemen.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bracht in de praktijkderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
ik bracht in de praktijkeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze oefende uitderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'
  sPracticara
Practicase
Practicó
Practiqué
ik oefende uiteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
Lettergrepen: ik oe·fen·de uit

ALLE betekenissen van het woord 'Uitoefenen':
(overgankelijk werkwoord; oefende uit, heeft uitgeoefend; uitoefening)
1 in praktijk brengen
2 van zich laten uitgaan, laten gelden.
  wn
practicaba"practicaba la abstinencia":
primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sMe abstenía
Me abstuve
Me abstuviera
Me abstuviese
Practicara la abstinencia
Practicase la abstinencia
Practicó la abstinencia
Practiqué la abstinencia
Se abstenía
Se abstuviera
Se abstuviese
Se abstuvo
ik onthield meeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
Lettergrepen: ik ont·hield me

ALLE betekenissen van het woord 'Onthouden':
(werkwoord; onthield, heeft onthouden van)
1 geen gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; onthield, heeft onthouden)
1 in het geheugen bewaren
2 (iets) niet aan iemand geven.
  _"practicaba la abstinencia":
tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'
  sMe abstenía
Me abstuve
Me abstuviera
Me abstuviese
Practicara la abstinencia
Practicase la abstinencia
Practicó la abstinencia
Practiqué la abstinencia
Se abstenía
Se abstuviera
Se abstuviese
Se abstuvo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze onthield zichderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
practicabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPracticarais
Practicaseis
Practicasteis
1.jullie oefendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Oefenen':
(onovergankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (protestants) onderling godsdienstige bijeenkomsten houden.
(overgankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (ook absoluut) door geregelde herhaling bekwamen
2 (deugden en plichten) in praktijk brengen.
  wn
2.jullie beoefendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Beoefenen':
(overgankelijk werkwoord; beoefende, heeft beoefend; beoefenaar, beoefening)
1 zich geregeld bezighouden met een vak, sport, kunst of wetenschap.
  wn
jullie betrachttentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'

ALLE betekenissen van het woord 'Betrachten':
(overgankelijk werkwoord; betrachtte, heeft betracht; betrachter, betrachting)
1 zich houden aan, in acht nemen.
  wn
jullie brachten in de praktijktweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
jullie oefenden uittweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'

ALLE betekenissen van het woord 'Uitoefenen':
(overgankelijk werkwoord; oefende uit, heeft uitgeoefend; uitoefening)
1 in praktijk brengen
2 van zich laten uitgaan, laten gelden.
  wn
practicabais"practicabais la abstinencia":
segunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sOs absteníais
Os abstuvierais
Os abstuvieseis
Os abstuvisteis
Practicarais la abstinencia
Practicaseis la abstinencia
Practicasteis la abstinencia
jullie onthielden jetweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'

ALLE betekenissen van het woord 'Onthouden':
(werkwoord; onthield, heeft onthouden van)
1 geen gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; onthield, heeft onthouden)
1 in het geheugen bewaren
2 (iets) niet aan iemand geven.
practicábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPracticamos
Practicáramos
Practicásemos
1.wij/we oefendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
2.wij/we beoefendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
wij/we betrachtteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
wij/we brachten in de praktijkeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
wij/we oefenden uiteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
practicábamos"practicábamos la abstinencia":
primera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sNos absteníamos
Nos abstuviéramos
Nos abstuviésemos
Nos abstuvimos
Practicamos la abstinencia
Practicáramos la abstinencia
Practicásemos la abstinencia
wij/we onthielden onseerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
practicabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPracticaran
Practicaron
Practicasen
1.zij/ze oefendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
2.zij/ze beoefendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
zij/ze betrachttenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
zij/ze brachten in de praktijkderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
zij/ze oefenden uitderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
practicaban"practicaban la abstinencia":
tercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sPracticaran la abstinencia
Practicaron la abstinencia
Practicasen la abstinencia
Se abstenían
Se abstuvieran
Se abstuvieron
Se abstuviesen
zij/ze onthielden zichderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
practicabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  sPracticaras
Practicases
Practicaste
1.jij/je oefendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'oefenen'
2.jij/je beoefendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'beoefenen'
jij/je betrachttetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'betrachten'
jij/je bracht in de praktijktweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'in de praktijk brengen'
jij/je oefende uittweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'uitoefenen'
practicabas"practicabas la abstinencia":
segunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'practicar la abstinencia'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicar'
  la
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'la'
  abstinencia
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'abstinencia'
  sPracticaras la abstinencia
Practicases la abstinencia
Practicaste la abstinencia
Te abstenías
Te abstuvieras
Te abstuvieses
Te abstuviste
jij/je onthield jetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zich onthouden'
practicableadjetivo singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicable'
  M  sPracticables
Transitable
Transitables
1Transitable.begaanbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·gaan·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; begaanbaarder, begaanbaarst; begaanbaarheid)
1 (van wegen, straten, terreinen) geschikt om te betreden of te berijden.
  wn
begaanbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Begaanbaar
Lettergrepen: be·gaan·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Begaanbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; begaanbaarder, begaanbaarst; begaanbaarheid)
1 (van wegen, straten, terreinen) geschikt om te betreden of te berijden.
2Transitable.berijdbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·rijd·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; berijdbaarder, berijdbaarst; berijdbaarheid)
1 (van een weg) bereden kunnende worden.
  wn
berijdbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Berijdbaar
Lettergrepen: be·rijd·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Berijdbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; berijdbaarder, berijdbaarst; berijdbaarheid)
1 (van een weg) bereden kunnende worden.
practicablesadjetivo plural de la palabra: Practicable

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'practicable'
  sPracticable
Transitable
Transitables
1Practicable
Transitable
.
begaanbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·gaan·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; begaanbaarder, begaanbaarst; begaanbaarheid)
1 (van wegen, straten, terreinen) geschikt om te betreden of te berijden.
  wn
begaanbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Begaanbaar
Lettergrepen: be·gaan·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Begaanbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; begaanbaarder, begaanbaarst; begaanbaarheid)
1 (van wegen, straten, terreinen) geschikt om te betreden of te berijden.
2Practicable
Transitable
.
berijdbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·rijd·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; berijdbaarder, berijdbaarst; berijdbaarheid)
1 (van een weg) bereden kunnende worden.
  wn
berijdbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Berijdbaar
Lettergrepen: be·rijd·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Berijdbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; berijdbaarder, berijdbaarst; berijdbaarheid)
1 (van een weg) bereden kunnende worden.

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ OP Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e fgh i j l or st u y

3ea e i o uz

4ec dgilstx

5et

6ei

7ec q

8ea o

9e- di mn r s

10e _d _l ba bl

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
PRACTICA ..... PRACTICABLzVolgende/ Siguiente -->



arriba