| Daarlaten | Liet daar | Daargelaten
|
| Dabben | Dabde | Gedabd
|
DactyloscoperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dactyloscopeerde, heeft gedactyloscopeerd) 1 een vingerafdruk maken.
| Dactyloscopeerde | Gedactyloscopeerd
|
DagdievenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dagdiefde, heeft gedagdiefd) 1 zijn tijd verluieren.
| Dagdiefde | Gedagdiefd
|
DagdromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dagdroomde, heeft gedagdroomd; dagdromer) 1 mijmeren, fantaseren.
| Dagdroomde | Gedagdroomd
|
DagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daagde, heeft gedaagd) 1 aanbreken. (overgankelijk werkwoord; daagde, heeft gedaagd) 1 (juridisch) dagvaarden. (onpersoonlijk werkwoord; daagde, heeft gedaagd) 1 dag worden .
In Spaans overeenkomend met: Amanecer, Esclarecer sAanbreken Dag worden Krieken Licht worden | Daagde | Gedaagd
|
DagtekenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dagtekende, heeft gedagtekend) 1 dateren van. (overgankelijk werkwoord; dagtekende, heeft gedagtekend) 1 dateren, van een datum voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Fechar sDateren | Dagtekende | Gedagtekend
|
DagvaardenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dagvaardde, heeft gedagvaard; dagvaarding) 1 voor een rechtszitting oproepen.
| Dagvaardde | Gedagvaard
|
DalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daalde, is gedaald; daler, daling) 1 geleidelijk omlaaggaan 2 (van waarden, bedragen, hoeveelheden) verminderen, minder worden 3 (van geluiden) verminderen, minder worden in sterkte.
In Spaans overeenkomend met: Bajar, Deshinchar Descender Aterrizar sAfdalen Landen Naar beneden gaan Neerdalen Neerstrijken Uitstappen Verlagen Verzakken Wegzakken Zakken Zinken | Daalde | Gedaald
|
DalvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dalfde, heeft gedalfd) 1 bedelen 2 (van overheidspersoneel) persoonlijke voordelen afdwingen van bedrijven en instellingen waarmee men ambtshalve te maken heeft.
| Dalfde | Gedalfd
|
DamascerenIn Spaans overeenkomend met: Damasquinar
| Damasceerde | Gedamasceerd
|
DammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; damde, heeft gedamd; dammer) 1 het damspel spelen.
In Spaans overeenkomend met: Jugar a las damas
| Damde | Gedamd
|
DampenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dampte, heeft gedampt) 1 damp afgeven, uitwasemen 2 stevig roken.
| Dampte | Gedampt
|
DankenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dankte, heeft gedankt) 1 verschuldigd zijn aan. (overgankelijk werkwoord; dankte, heeft gedankt) 1 (ook absoluut) bidden uit dankbaarheid 2 (ook absoluut) dank betuigen aan.
In Spaans overeenkomend met: Agradecer, Dar gracias, Dar gracias a sBedanken Bedanken voor Dank betuigen Dankbaar zijn Dankbaar zijn voor Te danken hebben | Dankte | Gedankt
|
DankzeggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zegde dank/zei dank, heeft dankgezegd; dankzegging) 1 een dankgebed uitspreken.
| Zegde dank, Zei dank | Dankgezegd
|
DansenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; danste, heeft gedanst; danser) 1 springen, huppelen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; danste, heeft/is gedanst) 1 het lichaam ritmisch bewegen op de maat van de muziek.
In Spaans overeenkomend met: Bailar, Danzar
| Danste | Gedanst
|
DarrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; darde, heeft gedard) 1 (informeel) rusteloos heen en weer lopen.
| Darde | Gedard
|
DartelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dartelde, heeft/is gedarteld) 1 zich dartel bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Juguetear, Loquear, Retozar sRobbedoezen Stoeien | Dartelde | Gedarteld
|
DartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dartte, heeft gedart) 1 de dartssport beoefenen, darts gooien.
| Dartte | Gedart
|
DatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; datete, heeft gedatet) 1 uitgaan met iemand, met name iemand met wie men een relatie wil.
| Datete | Gedatet
|
DaterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dateerde, heeft gedateerd) 1 bestaan sinds. (werkwoord; dateerde, heeft gedateerd) 1 uit de genoemde tijd afkomstig zijn. (overgankelijk werkwoord; dateerde, heeft gedateerd) 1 van een datum voorzien 2 vaststellen uit welke tijd iets afkomstig is.
In Spaans overeenkomend met: Fechar Datar, Poner la fecha sDagtekenen | Dateerde | Gedateerd
|
DauwenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; dauwde, heeft gedauwd) 1 zich vormen van dauw.
| Dauwde | Gedauwd
|
DauwtrappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 vroeg naar buiten gaan om te wandelen of te fietsen.
| |
|
DaverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daverde, heeft gedaverd) 1 dreunen, schudden 2 (in België, niet algemeen) (van mensen) beven, trillen.
In Spaans overeenkomend met: Mugir Tronar sBrullen Bulderen Donderen Loeien | Daverde | Gedaverd
|
DavvenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; davvende, heeft gedavvend) 1 bidden.
| Davvende | Gedavvend
|
DazenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daasde, heeft gedaasd) 1 (informeel) onzin uitslaan.
| Daasde | Gedaasd
|
De-escalerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; de-escaleerde, is gede-escaleerd; de-escalatie) 1 stapsgewijs minder ernstig worden. (overgankelijk werkwoord; de-escaleerde, heeft gede-escaleerd) 1 stapsgewijs minder ernstig maken.
| De-escaleerde | Gede-escaleerd
|
DeactiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deactiveerde, heeft gedeactiveerd; deactiveerder, deactivering) 1 uitschakelen, buiten werking stellen 2 (een molecule) minder reactief maken.
In Spaans overeenkomend met: Desactivar sUitschakelen | Deactiveerde | Gedeactiveerd
|
| Deactualiseren | Deactualiseerde | Gedeactualiseerd
|
DealenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dealde, heeft gedeald; dealer) 1 handelen in drugs.
| Dealde | Gedeald
|
DeballoterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deballoteerde, heeft gedeballoteerd) 1 iem. bij stemming afwijzen als lid.
| Deballoteerde | Gedeballoteerd
|
DebarkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; debarkeerde, is gedebarkeerd; debarkering) 1 ontschepen, aan land gaan. (overgankelijk werkwoord; debarkeerde, heeft gedebarkeerd) 1 ontschepen, aan wal zetten.
| Debarkeerde | Gedebarkeerd
|
DebatterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; debatteerde, heeft gedebatteerd) 1 debat voeren.
| Debatteerde | Gedebatteerd
|
DebiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; debiteerde, heeft gedebiteerd) 1 als debet boeken 2 vertellen, aan de man brengen.
In Spaans overeenkomend met: Contar, Narrar sVerhalen Vertellen | Debiteerde | Gedebiteerd
|
DeblokkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deblokkeerde, heeft gedeblokkeerd) 1 de blokkade opheffen van.
In Spaans overeenkomend met: Desbloquear
| Deblokkeerde | Gedeblokkeerd
|
DebraillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; debrailleerde, heeft gedebrailleerd; debrailleur) 1 uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen, vertalen.
| Debrailleerde | Gedebrailleerd
|
DebrayerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd) 1 (de motor) ontkoppelen.
| Debrayeerde | Gedebrayeerd
|
DebriefenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; debriefte/debriefde, heeft gedebrieft/gedebriefd) 1 na een missie, m.n. een militaire missie, psychologische ondersteuning bieden.
| Debriefte | Gedebrieft
|
DebuggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debugde, heeft gedebugd) 1 de fouten in computerprogramma's opsporen en corrigeren.
| Debugde | Gedebugd
|
DebuterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; debuteerde, heeft gedebuteerd) 1 voor het eerst in het openbaar optreden, spelen of publiceren.
In Spaans overeenkomend met: Debutar
| Debuteerde | Gedebuteerd
|
DecanterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decanteerde, heeft gedecanteerd) 1 vloeistof langzaam van het bezinksel afgieten.
In Spaans overeenkomend met: Decantar sAfgieten Afschenken | Decanteerde | Gedecanteerd
|
DecentraliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; decentraliseerde, heeft gedecentraliseerd; decentralisatie) 1 (bestuurlijke bevoegdheden) spreiden over een aantal lagere instanties.
In Spaans overeenkomend met: Descentrar
| Decentraliseerde | Gedecentraliseerd
|
DechargerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dechargeerde, heeft gedechargeerd) 1 ontheffen 2 vrijspreken.
| Dechargeerde | Gedechargeerd
|
| Decideren | Decideerde | Gedecideerd
|
DecimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decimeerde, heeft gedecimeerd) 1 uitdunnen, iets sterk in aantal terugbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Diezmar
| Decimeerde | Gedecimeerd
|
DeclamerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; declameerde, heeft gedeclameerd; declamator, declamatie) 1 (een vers) opzeggen, voordragen.
| Declameerde | Gedeclameerd
|
DeclarerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; declareerde, heeft gedeclareerd; declarant) 1 een declaratie indienen 2 aangifte doen van goederen aan tolkantoren of voor de belasting 4 het specificeren van naam en type van een variabele in een computerprogramma. (wederkerend werkwoord; declareerde zich, heeft zich gedeclareerd) 1 zich over iets uitspreken.
In Spaans overeenkomend met: Declarar sAangeven Betuigen Verklaren | Declareerde | Gedeclareerd
|
DeclasserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; declasseerde, heeft gedeclasseerd; declassering) 1 uit een lijst of rangorde schrappen 2 overtroeven.
| Declasseerde | Gedeclasseerd
|
DeclinerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; declineerde, heeft gedeclineerd; declinatie) 1 (natuurkunde) afwijken.
In Spaans overeenkomend met: Declinar, Menguar sVerbuigen | Declineerde | Gedeclineerd
|
DecoderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decodeerde, heeft gedecodeerd) 1 uit code overbrengen in gewone taal.
| Decodeerde | Gedecodeerd
|
DecomprimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decomprimeerde, heeft gedecomprimeerd) 1 (computer) unzippen.
| Decomprimeerde | Gedecomprimeerd
|
DeconfessionaliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deconfessionaliseerde, is gedeconfessionaliseerd; deconfessionalisering) 1 het godsdienstig karakter verliezen.
| Deconfessionaliseerde | Gedeconfessionaliseerd
|
| Deconstrueren | Deconstrueerde | Gedeconstrueerd
|
DecorerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decoreerde, heeft gedecoreerd; decorateur, decoratie) 1 versieren, beschilderen 2 ridderen.
In Spaans overeenkomend met: Decorar Adornar, Engalanar, Ornamentar sOnderscheiden Opsieren Sieren Tooien Uitdossen Versieren | Decoreerde | Gedecoreerd
|
DecouperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decoupeerde, heeft gedecoupeerd) 1 in stukken snijden.
| Decoupeerde | Gedecoupeerd
|
DecreterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; decreteerde, heeft gedecreteerd) 1 verordenen van overheidswege.
| Decreteerde | Gedecreteerd
|
DeducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; deduceerde, heeft gededuceerd; deductie) 1 (het bijzondere) met behulp van logische regels uit het algemene afleiden.
In Spaans overeenkomend met: Deducir sAbstraheren Afleiden | Deduceerde | Gededuceerd
|
| Deelhebben | Had deel | Deelgehad
|
DeelnemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nam deel, heeft deelgenomen; deelnemer, deelname/deelneming) 1 meedoen 2 meeleven.
In Spaans overeenkomend met: Intervenir Participar, Tomar parte sDeelnemen aan Meedoen Voordoen|Zich voordoen Zich voordoen | Nam deel | Deelgenomen
|
DeeplinkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 dieplinken.
| Deeplinkte | Gedeeplinkt
|
DefibrillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; defibrilleerde, heeft gedefibrilleerd) 1 (geneeskunde) (iem.) met een defibrillator behandelen.
| Defibrilleerde | Gedefibrilleerd
|
DefilerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; defileerde, heeft gedefileerd) 1 in optocht voorbijtrekken, vooral als eerbetoon.
In Spaans overeenkomend met: Desfilar en formación
| Defileerde | Gedefileerd
|
DefiniërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; definieerde, heeft gedefinieerd; definitie) 1 duidelijk omschrijven.
In Spaans overeenkomend met: Definir sBepalen Omschrijven | Definieerde | Gedefinieerd
|
| Deflecteren | Deflecteerde | Gedeflecteerd
|
DeflorerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; defloreerde, heeft gedefloreerd; defloratie) 1 ontmaagden.
| Defloreerde | Gedefloreerd
|
DeformerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deformeerde, heeft gedeformeerd; deformatie/deformering) 1 vervormen, misvormen.
| Deformeerde | Gedeformeerd
|
DefragmenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; defragmenteerde, heeft gedefragmenteerd; defragmentatie) 1 (computer) de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen.
| Defragmenteerde | Gedefragmenteerd
|
DegenererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; degenereerde, is gedegenereerd; degeneratie) 1 ontaarden 2 (biologie) langzaam achteruitgaan in levensvatbaarheid, in kwaliteit.
In Spaans overeenkomend met: Degenerar sOntaarden Verbasteren Verworden Zinken | Degenereerde | Gedegenereerd
|
DeglacerenIn Spaans overeenkomend met: Déglacer, Desglasar
| Deglaceerde | Gedeglaceerd
|
DegraderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; degradeerde, is gedegradeerd; degradatie) 1 zijn rang verliezen. (overgankelijk werkwoord; degradeerde, heeft gedegradeerd) 1 in rang verlagen.
In Spaans overeenkomend met: Degradar sVerlagen | Degradeerde | Gedegradeerd
|
DegusterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; degusteerde, heeft gedegusteerd) 1 (culinaria) (wijnen) proeven om herkomst en kwaliteit te bepalen.
| Degusteerde | Gedegusteerd
|
DehydrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dehydreerde, heeft gedehydreerd; dehydratie) 1 drogen, droog maken.
| Dehydreerde | Gedehydreerd
|
DeinenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deinde, heeft gedeind) 1 (van vaartuigen) zacht op en neer bewegen.
| Deinde | Gedeind
|
| Deinzen | Deinsde | Gedeinsd
|
| Dejeuneren | Dejeuneerde | Gedejeuneerd
|
DekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dekte, heeft gedekt; dekker, dekking) 1 (ook absoluut) een voorwerp of een laag uitspreiden over 2 (ook absoluut) (sport) (een tegenstander) achtervolgen om hem geen kans tot spelen te geven 3 (een tekort, verlies) compenseren 4 overlappen 5 (van mannelijke zoogdieren) paren met 6 beschermen tegen risico, gevaar.
In Spaans overeenkomend met: Fecundar Cubrir, Tapar sBedekken Beleggen Toedekken | Dekte | Gedekt
|
| Dekoloniseren | Dekoloniseerde | Gedekoloniseerd
|
DelegerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; delegeerde, heeft gedelegeerd; delegatie/delegering) 1 (een recht, macht, bevoegdheid, schuld) overdragen 2 afvaardigen.
In Spaans overeenkomend met: Delegar sAfvaardigen | Delegeerde | Gedelegeerd
|
DelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; deelde, heeft gedeeld) 1 deelnemen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; deelde, heeft gedeeld) 1 (iets) in delen splitsen 2 verdelen 3 (wiskunde) (een getal) splitsen in factoren 4 gemeenschappelijk hebben.
In Spaans overeenkomend met: Compartir Dividir, Partir sAfbreken Opsplitsen Splitsen Verdelen | Deelde | Gedeeld
|
DeletenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deletete, heeft gedeletet) 1 (computer) wissen.
| Deletete | Gedeletet
|
DelgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; delgde, heeft gedelgd; delger, delging) 1 tenietdoen.
In Spaans overeenkomend met: Saldar una deuda sAflossen | Delgde | Gedelgd
|
DelibererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; delibereerde, heeft gedelibereerd) 1 beraadslagen.
| Delibereerde | Gedelibereerd
|
DeltavliegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zweefvliegen met een driehoekige vleugel.
| |
|
DelvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; delfde, heeft gedolven; delver, delving) 1 door graven doen ontstaan 2 door graven tevoorschijn brengen.
In Spaans overeenkomend met: Extraer sWinnen | Delfde, Dolf | Gedolven
|
DemagnetiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demagnetiseerde, heeft gedemagnetiseerd; demagnetisatie) 1 het magnetisme opheffen van.
| Demagnetiseerde | Gedemagnetiseerd
|
DemarquerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demarqueerde, heeft gedemarqueerd) 1 afbakenen 2 (biljarten) punten tellen bij aftrekking.
| Demarqueerde | Gedemarqueerd
|
DemarrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; demarreerde, heeft/is gedemarreerd; demarrage) 1 (sport) snel wegsprinten uit het peloton.
| Demarreerde | Gedemarreerd
|
DemaskerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demaskeerde, heeft gedemaskeerd) 1 ontmaskeren.
| Demaskeerde | Gedemaskeerd
|
DementerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dementeerde, is gedementeerd) 1 psychisch aftakelen, dement worden.
| Dementeerde | Gedementeerd
|
DemilitariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demilitariseerde, heeft gedemilitariseerd; demilitarisatie) 1 ontdoen van alles wat militair is.
| Demilitariseerde | Gedemilitariseerd
|
| Demineraliseren | Demineraliseerde | Gedemineraliseerd
|
DemobiliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demobiliseerde, heeft gedemobiliseerd) 1 (een leger) tot vredessterkte terugbrengen 2 (militair, leger) uit de krijgsdienst ontslaan 3 (juridisch) (roerend goed) tot onroerend verklaren.
| Demobiliseerde | Gedemobiliseerd
|
DemocratiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; democratiseerde, is gedemocratiseerd; democratisering) 1 democratischer worden. (overgankelijk werkwoord; democratiseerde, heeft gedemocratiseerd) 1 (een instelling) democratischer maken.
| Democratiseerde | Gedemocratiseerd
|
DemoniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demoniseerde, heeft gedemoniseerd) 1 iem. systematisch ongunstig voorstellen.
| Demoniseerde | Gedemoniseerd
|
DemonstrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; demonstreerde, heeft gedemonstreerd; demonstratie) 1 een betoging houden. (overgankelijk werkwoord; demonstreerde, heeft gedemonstreerd) 1 iets in zijn werking tonen.
| Demonstreerde | Gedemonstreerd
|
DemonterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; demonteerde, heeft gedemonteerd; demontering/demontage) 1 (een toestel) in onderdelen uit elkaar nemen, afbreken.
In Spaans overeenkomend met: Desmontar sUit elkaar nemen Uiteennemen | Demonteerde | Gedemonteerd
|
DemoraliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; demoraliseerde, heeft gedemoraliseerd; demoralisatie) 1 ontmoedigen.
In Spaans overeenkomend met: Desmoralizar sOntmoedigen | Demoraliseerde | Gedemoraliseerd
|
DemotiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; demotiveerde, heeft gedemotiveerd; demotivering) 1 het enthousiasme, de motivatie wegnemen bij.
| Demotiveerde | Gedemotiveerd
|
DempenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dempte, heeft gedempt; demping) 1 dichtgooien met aarde 2 minder sterk maken.
In Spaans overeenkomend met: Amortizar Amortiguar Llenar sAfbetalen Aflossen Amortiseren Invullen Spekken Stoppen Volmaken Volschenken Vullen | Dempte | Gedempt
|
| Demystificeren | Demystificeerde | Gedemystificeerd
|
| Denationaliseren | Denationaliseerde | Gedenationaliseerd
|
DenaturaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; denaturaliseerde, heeft gedenaturaliseerd) 1 het staatsburgerschap ontnemen aan.
| Denaturaliseerde | Gedenaturaliseerd
|
DenaturerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; denatureerde, heeft gedenatureerd) 1 onbruikbaar maken voor het gebruik als voedsel 2 de ruimtelijke structuur aan de macromoleculen ontnemen.
In Spaans overeenkomend met: Cambiar, Desnaturalizar
| Denatureerde | Gedenatureerd
|
DenderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; denderde, heeft/is gedenderd) 1 (van voertuigen) snel en met dreunend geluid zich voortbewegen.
| Denderde | Gedenderd
|
DenigrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; denigreerde, heeft gedenigreerd) 1 minachten, kleineren.
| Denigreerde | Gedenigreerd
|
DenivellerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; denivelleerde, heeft gedenivelleerd; denivellering) 1 op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken.
| Denivelleerde | Gedenivelleerd
|
DenkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dacht, heeft gedacht) 1 in gedachten hebben. (werkwoord; dacht, heeft gedacht) 1 rekening houden met. (werkwoord; dacht, heeft gedacht) 1 van plan zijn. (onovergankelijk werkwoord; dacht, heeft gedacht) 1 het verstand gebruiken, zijn gewaarwordingen ordenen, een oordeel vormen . (overgankelijk werkwoord; dacht, heeft gedacht) 1 als beeld van de werkelijkheid hebben 2 in aanmerking nemen .
In Spaans overeenkomend met: Creer Pensar
| Dacht | Gedacht
|
| Denomineren | Denomineerde | Gedenomineerd
|
DenoncerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; denonceerde, heeft gedenonceerd) 1 aangeven, verklikken.
| Denonceerde | Gedenonceerd
|
DenunciërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; denuncieerde, heeft gedenuncieerd; denunciateur, denunciatie) 1 verklikken.
| Denuncieerde | Gedenuncieerd
|
| Deodoriseren | Deodoriseerde | Gedeodoriseerd
|
DepannerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; depanneerde, heeft gedepanneerd) 1 (in België; informeel) (een auto met panne) repareren 2 (in België; informeel) (iem. die in moeilijkheden zit) helpen.
| Depanneerde | Gedepanneerd
|
DepenaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; depenaliseerde, heeft gedepenaliseerd) 1 (in België) (een strafbaar feit) uit het strafrecht halen.
| Depenaliseerde | Gedepenaliseerd
|
| Depersonaliseren | Depersonaliseerde | Gedepersonaliseerd
|
DepolariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; depolariseerde, heeft gedepolariseerd; depolarisatie) 1 (natuurkunde) de polariteit opheffen van.
| Depolariseerde | Gedepolariseerd
|
DepolitiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; depolitiseerde, heeft gedepolitiseerd) 1 ontdoen van zijn politieke betekenis.
| Depolitiseerde | Gedepolitiseerd
|
DeponerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deponeerde, heeft gedeponeerd) 1 ergens plaatsen, neerleggen 2 in bewaring geven 3 ter inschrijving in een openbaar register aanbieden 4 als getuigen verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Dejar en depósito, Depositar, Poner en depósito sAfgeven In bewaring geven Inleggen | Deponeerde | Gedeponeerd
|
DeporterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deporteerde, heeft gedeporteerd) 1 naar een ballingsoord, strafkolonie, concentratiekamp brengen.
In Spaans overeenkomend met: Deportar
| Deporteerde | Gedeporteerd
|
| Depouilleren | Depouilleerde | Gedepouilleerd
|
DeppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; depte, heeft gedept) 1 (zijn ogen, een wond enz.) bevochtigen met een lapje.
In Spaans overeenkomend met: Mojar sBetten | Depte | Gedept
|
DepreciërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deprecieerde, heeft gedeprecieerd) 1 de waarde, de koers verlagen van 2 geringschatten, minachten.
| Deprecieerde | Gedeprecieerd
|
DeprimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deprimeerde, heeft gedeprimeerd) 1 neerslachtig maken, ontmoedigen.
In Spaans overeenkomend met: Abatir, Deprimir, Desalentar sNeerdrukken Neerslachtig maken Terneerdrukken | Deprimeerde | Gedeprimeerd
|
| Deprivatiseren | Deprivatiseerde | Gedeprivatiseerd
|
| Depriveren | Depriveerde | Gedepriveerd
|
DeprogrammerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deprogrammeerde, heeft gedeprogrammeerd; deprogrammering) 1 genezen van de gevolgen van een hersenspoeling.
| Deprogrammeerde | Gedeprogrammeerd
|
DeputerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deputeerde, heeft gedeputeerd; deputatie) 1 afvaardigen.
In Spaans overeenkomend met: Diputar sAfvaardigen Tot afgevaardigde kiezen | Deputeerde | Gedeputeerd
|
DeraillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; derailleerde, is gederailleerd) 1 ontsporen 2 van de wijs raken.
In Spaans overeenkomend met: Descarrilar
| Derailleerde | Gederailleerd
|
DerangerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; derangeerde, heeft gederangeerd) 1 (iem.) storen, hinderen.
| Derangeerde | Gederangeerd
|
DeregulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dereguleerde, heeft gedereguleerd; deregulering) 1 ingewikkelde regels en procedures van overheidswege vereenvoudigen of schrappen.
| Dereguleerde | Gedereguleerd
|
DerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deerde, heeft gedeerd) 1 schade, letsel aandoen 2 verdriet doen.
In Spaans overeenkomend met: Perjudicar sSchaden | Deerde | Gedeerd
|
| Derogeren | Derogeerde | Gederogeerd
|
DervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; derfde, heeft gederfd; derver, derving) 1 missen, mislopen.
| Derfde | Gederfd
|
DesacraliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; desacraliseerde, heeft gedesacraliseerd; desacralisering) 1 ontheiligen.
| Desacraliseerde | Gedesacraliseerd
|
| Desambigueren | Desambigueerde | Gedesambigueerd
|
DesavouerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; desavoueerde, heeft gedesavoueerd) 1 loochenen, niet erkennen.
| Desavoueerde | Gedesavoueerd
|
| Desemen | Desemde | Gedesemd
|
DesensibiliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; desensibiliseerde, heeft gedesensibiliseerd; desensibilisatie) 1 ongevoelig maken.
| Desensibiliseerde | Gedesensibiliseerd
|
DeserterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deserteerde, is gedeserteerd; deserteur, desertie) 1 uit militaire dienst of van een schip voorgoed weglopen 2 naar de vijand overlopen.
In Spaans overeenkomend met: Desertar
| Deserteerde | Gedeserteerd
|
DesinfecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; desinfecteerde, heeft gedesinfecteerd; desinfectering) 1 ontsmetten.
In Spaans overeenkomend met: Desinfectar a Desinfectar sOntsmetten | Desinfecteerde | Gedesinfecteerd
|
DesintegrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; desintegreerde, is gedesintegreerd; desintegratie) 1 uiteenvallen, zijn samenhang verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Desintegrar sUit elkaar vallen | Desintegreerde | Gedesintegreerd
|
| Desinvesteren | Desinvesteerde | Gedesinvesteerd
|
| Desorganiseren | Desorganiseerde | Gedesorganiseerd
|
DesoriënterenIn Spaans overeenkomend met: Desorientar
| Desoriënteerde | Gedesoriënteerd
|
DessinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dessineerde, heeft gedessineerd) 1 van dessins voorzien.
| Dessineerde | Gedessineerd
|
DestabiliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; destabiliseerde, is gedestabiliseerd; destabilisator, destabilisering/destabilisatie) 1 zijn stabiliteit verliezen. (overgankelijk werkwoord; destabiliseerde, heeft gedestabiliseerd) 1 zijn stabiliteit doen verliezen.
| Destabiliseerde | Gedestabiliseerd
|
DestaliniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; destaliniseerde, heeft gedestaliniseerd; destalinisatie) 1 (politiek) Stalins beleid ombuigen.
| Destaliniseerde | Gedestaliniseerd
|
DestillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie distilleren.
In Spaans overeenkomend met: Destilar sBranden Distilleren Overhalen Stoken | Destilleerde | Gedestilleerd
|
DetacherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; detacheerde, heeft gedetacheerd) 1 tijdelijk elders laten werken 2 (militair, leger) tijdelijk elders legeren.
In Spaans overeenkomend met: Destacar
| Detacheerde | Gedetacheerd
|
| Detailleren | Detailleerde | Gedetailleerd
|
DetecterenIn Spaans overeenkomend met: Detectar
| Detecteerde | Gedetecteerd
|
DeterminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; determineerde, heeft gedetermineerd; determinatie/determinering) 1 bepalen, vaststellen 2 (planten) identificeren op basis van de kenmerken 3 (filosofie) bijzondere kenmerken toevoegen aan (een algemeen begrip).
In Spaans overeenkomend met: Determinar sBepalen Nauwkeurig bepalen | Determineerde | Gedetermineerd
|
DetinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; detineerde, heeft gedetineerd) 1 in hechtenis houden.
In Spaans overeenkomend met: Retener sOphouden Reserveren Terughouden Weerhouden | Detineerde | Gedetineerd
|
DetonerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (detoneerde, heeft gedetoneerd) vals zingen of spelen 2 (detoneerde, heeft gedetoneerd) misstaan 3 (detoneerde, heeft/is gedetoneerd) ontploffen.
In Spaans overeenkomend met: Desentonar
| Detoneerde | Gedetoneerd
|
DeugenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deugde, heeft gedeugd) 1 braaf zijn, goed oppassen 2 geschikt zijn voor iets.
In Spaans overeenkomend met: Ser apto, Servir sGeschikt zijn | Deugde | Gedeugd
|
DeukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deukte, heeft gedeukt) 1 één of meer deuken maken in.
| Deukte | Gedeukt
|
| Deunen | Deunde | Gedeund
|
| Deuviken | Deuvikte | Gedeuvikt
|
DevaluerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; devalueerde, heeft gedevalueerd; devaluatie/devaluering) 1 in waarde verminderen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; devalueerde, heeft gedevalueerd) 1 (de waarde van de munteenheid) verminderen ten opzichte van buitenlands geld.
In Spaans overeenkomend met: Depreciar, Devaluar
| Devalueerde | Gedevalueerd
|
| Deviëren | Devieerde | Gedevieerd
|
DiaboliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diaboliseerde, heeft gediaboliseerd) 1 demoniseren.
| Diaboliseerde | Gediaboliseerd
|
DiagnosticerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; diagnosticeerde, heeft gediagnosticeerd) 1 de diagnose opmaken van.
In Spaans overeenkomend met: Diagnosticar
| Diagnosticeerde | Gediagnosticeerd
|
DialogiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dialogiseerde, heeft gedialogiseerd) 1 in de vorm van een dialoog brengen.
| Dialogiseerde | Gedialogiseerd
|
DiamantklovenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 door klieven een diamant de vorm van een regelmatig kristal geven.
| |
|
| Dichtbinden | Bond dicht | Dichtgebonden
|
DichtdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed dicht, heeft dichtgedaan) 1 sluiten.
In Spaans overeenkomend met: Cerrar sDichtmaken Toedoen | Deed dicht | Dichtgedaan
|
DichtdraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; draaide dicht, heeft dichtgedraaid) 1 door draaien sluiten.
| Draaide dicht | Dichtgedraaid
|
| Dichtdrukken | Drukte dicht | Dichtgedrukt
|
DichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dichtte, heeft gedicht; dichter) 1 (ook absoluut) gedichten maken 2 dichtmaken.
In Spaans overeenkomend met: Obturar, Tapar sDichtmaken Stoppen Toestoppen Verstoppen Volstoppen | Dichtte | Gedicht
|
DichtgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging dicht, is dichtgegaan) 1 gesloten raken.
In Spaans overeenkomend met: Cerrarse ((wond, bloem),(herida, flor)) Cicatrizarse ((wond),(herida)) sHelen Sluiten | Ging dicht | Dichtgegaan
|
DichtgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide dicht, heeft dichtgegooid) 1 met een klap dichtdoen 2 dempen.
| Gooide dicht | Dichtgegooid
|
DichtgroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; groeide dicht, is dichtgegroeid) 1 verstopt, overwoekerd raken, bijvoorbeeld door planten 2 dik worden.
| Groeide dicht | Dichtgegroeid
|
DichtklappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klapte dicht, is dichtgeklapt) 1 dichtslaan, met een klap dichtgaan 2 (van mensen) zwijgen door remmingen. (overgankelijk werkwoord; klapte dicht, heeft dichtgeklapt) 1 met een klap dichtdoen.
| Klapte dicht | Dichtgeklapt
|
DichtknijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kneep dicht, heeft dichtgeknepen) 1 door knijpen sluiten.
| Kneep dicht | Dichtgeknepen
|
DichtknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knoopte dicht, heeft dichtgeknoopt) 1 met knopen dichtmaken.
In Spaans overeenkomend met: Abotonar, Abrochar
| Knoopte dicht | Dichtgeknoopt
|
| Dichtlakken | Lakte dicht | Dichtgelakt
|
DichtlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep dicht, is dichtgelopen) 2 (van letters in een klein korps) geheel zwart worden. (overgankelijk werkwoord; liep dicht, heeft dichtgelopen) 1 in een wedstrijd een achterstand ten opzichte van een tegenstander door lopen verkleinen.
| Liep dicht | Dichtgelopen
|
DichtmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte dicht, heeft dichtgemaakt) 1 maken dat iets dicht, gesloten wordt.
In Spaans overeenkomend met: Cerrar Obturar, Tapar sDichtdoen Dichten Stoppen Toedoen Toestoppen Verstoppen Volstoppen | Maakte dicht | Dichtgemaakt
|
| Dichtmetselen | Metselde dicht | Dichtgemetseld
|
DichtnaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naaide dicht, heeft dichtgenaaid) 1 door naaien afsluiten.
| Naaide dicht | Dichtgenaaid
|
DichtplakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plakte dicht, heeft dichtgeplakt) 1 door plakken sluiten.
| Plakte dicht | Dichtgeplakt
|
DichtrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed dicht, heeft dichtgereden) 1 (een achterstand) door rijden kleiner maken.
| Reed dicht | Dichtgereden
|
DichtschroeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schroeide dicht, heeft dichtgeschroeid; dichtschroeiing) 1 door schroeien dicht laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Sellar, Soasar
| Schroeide dicht | Dichtgeschroeid
|
DichtschroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schroefde dicht, heeft dichtgeschroefd) 1 met schroeven dichtmaken .
| Schroefde dicht | Dichtgeschroefd
|
DichtschuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoof dicht, heeft dichtgeschoven) 1 door schuiven sluiten.
| Schoof dicht | Dichtgeschoven
|
DichtslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg dicht, is dichtgeslagen) 1 met een slag dichtgaan. (overgankelijk werkwoord; sloeg dicht, heeft dichtgeslagen) 1 met een slag dichtdoen.
| Sloeg dicht | Dichtgeslagen
|
DichtslibbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slibde dicht, is dichtgeslibd; dichtslibbing) 1 door slibafzetting ondieper worden.
| Slibde dicht | Dichtgeslibd
|
| Dichtsluiten | Sloot dicht | Dichtgesloten
|
| Dichtsnoeren | Snoerde dicht | Dichtgesnoerd
|
DichtspijkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spijkerde dicht, heeft dichtgespijkerd; dichtspijkering) 1 met spijkers dichtmaken.
| Spijkerde dicht | Dichtgespijkerd
|
DichtspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong dicht, is dichtgesprongen) 1 (van een slot) zich plotseling sluiten.
| Sprong dicht | Dichtgesprongen
|
DichtstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte dicht, heeft dichtgestopt) 1 (een opening of holte) zodanig vullen dat zij afgesloten wordt.
| Stopte dicht | Dichtgestopt
|
| Dichtstrijken | Streek dicht | Dichtgestreken
|
DichttimmerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; timmerde dicht, heeft dichtgetimmerd) 1 door timmeren dichtmaken 2 zo organiseren of formuleren dat er geen wijzigingen aangebracht kunnen worden.
| Timmerde dicht | Dichtgetimmerd
|
DichttrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok dicht, is dichtgetrokken) 1 helemaal met wolken of mist bedekt worden. (overgankelijk werkwoord; trok dicht, heeft dichtgetrokken) 1 sluiten door te trekken.
| Trok dicht | Dichtgetrokken
|
DichtvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel dicht, is dichtgevallen) 1 (van deur, ogen) dichtgaan.
| Viel dicht | Dichtgevallen
|
| Dichtvouwen | Vouwde dicht | Dichtgevouwen
|
DichtvriezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vroor dicht, is dichtgevroren) 1 door bevriezing geheel met ijs bedekt worden.
In Spaans overeenkomend met: Helarse
| Vroor dicht | Dichtgevroren
|
DichtzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat dicht, heeft dichtgezeten) 1 afgesloten zijn 2 door mist onzichtbaar zijn.
| Zat dicht | Dichtgezeten
|
DicterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dicteerde, heeft gedicteerd) 1 (ook absoluut) (iets) voorzeggen om het op te laten schrijven 2 dwingend voorschrijven.
In Spaans overeenkomend met: Dictar, Imponer
| Dicteerde | Gedicteerd
|
| Dieken | Diekte | Gediekt
|
DienenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; diende, heeft gediend) 1 bruikbaar zijn voor. (werkwoord; diende, heeft gediend) 1 behoren, moeten. (werkwoord; diende, heeft gediend) 1 een functie vervullen als. (onovergankelijk werkwoord; diende, heeft gediend) 1 (juridisch) door de rechter in behandeling genomen worden 2 soldaat zijn 3 in dienst zijn. (overgankelijk werkwoord; diende, heeft gediend) 1 zijn persoon en arbeidskracht ter beschikking stellen van .
In Spaans overeenkomend met: Deber, Tener que Prestar servicio, Servir sBedienen Behoren Behoren te Helpen Horen Moeten Van dienst zijn Verplicht zijn om te | Diende | Gediend
|
DienstdoenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (van zaken) gebruikt worden, van nut zijn 2 (van personen) een functie of taak vervullen.
| Deed dienst | Dienstgedaan
|
DienstweigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weigerde dienst, heeft dienstgeweigerd) 1 weigeren om in militaire dienst te gaan.
| Weigerde dienst | Dienstgeweigerd
|
| Diepen | Diepte | Gediept
|
DiepgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging diep, is diepgegaan) 1 (sport) ver oprukken in de richting van het vijandelijke doel 2 (van schepen) zo diep in het water liggen als een bepaling aangeeft 3 tot het uiterste gaan.
| Ging diep | Diepgegaan
|
DieplinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dieplinkte, heeft gedieplinkt) 1 via een hyperlink rechtstreeks naar een subpagina van een website linken.
| Dieplinkte | Gedieplinkt
|
DiepvriezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vroor diep, heeft diepgevroren) 1 invriezen als methode van levensmiddelenconservering waarbij snelle, tot de kern gaande bevriezing wordt toegepast.
In Spaans overeenkomend met: Congelarse Congelar, Helar
| | Diepgevroren
|
DieselenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 doordraaien van een motor na het uitschakelen van de ontsteking.
| Dieselde | Gedieseld
|
DievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; diefde, heeft gediefd) 1 (informeel) stelen 2 dieven afplukken van (een plant).
| Diefde | Gediefd
|
DiffamerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diffameerde, heeft gediffameerd; diffamatie) 1 belasteren.
| Diffameerde | Gediffameerd
|
DifferentiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; differentieerde, heeft gedifferentieerd; differentiëring) 1 vanuit een homogeen geheel in verschillende vormen splitsen 2 (wiskunde) het berekenen van de differentiaal.
In Spaans overeenkomend met: Diferenciar sOnderscheiden Verschil maken tussen | Differentieerde | Gedifferentieerd
|
DiffunderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; diffundeerde, is gediffundeerd) 1 zich vermengen.
In Spaans overeenkomend met: Difundir sVerspreiden|Zich verspreiden Zich verspreiden | Diffundeerde | Gediffundeerd
|
DiftongerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; diftongeerde, is gediftongeerd; diftongering) 1 (taalkunde) in een tweeklank overgaan.
| Diftongeerde | Gediftongeerd
|
DigererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; digereerde, heeft gedigereerd) 1 (voedsel) verteren 2 (scheikunde) (een vloeistof en een vaste stof samen) matig verwarmen.
In Spaans overeenkomend met: Digerir sVerduwen Verteren Verwerken | Digereerde | Gedigereerd
|
DigitaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; digitaliseerde, heeft gedigitaliseerd) 1 (computer) (informatie) omzetten naar binaire getallen.
| Digitaliseerde | Gedigitaliseerd
|
| Dijen | Dijde | Gedijd
|
| Dijken | Dijkte | Gedijkt
|
| Dikken | Dikte | Gedikt
|
DilaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dilateerde, heeft gedilateerd; dilatatie) 1 (een opening) verwijden, doen uitzetten.
| Dilateerde | Gedilateerd
|
| Dimensioneren | Dimensioneerde | Gedimensioneerd
|
DimmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dimde, heeft gedimd) 1 (informeel) rustig aan doen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dimde, heeft gedimd) 1 (koplampen) zo instellen dat tegenliggers niet verblind worden.
In Spaans overeenkomend met: Reducir las luces
| Dimde | Gedimd
|
DinerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dineerde, heeft gedineerd) 1 de warme maaltijd gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Cenar
| Dineerde | Gedineerd
|
DingenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dong, heeft gedongen) 1 proberen te verkrijgen. (onovergankelijk werkwoord; dong, heeft gedongen) 1 afdingen.
| Dong | Gedongen
|
DiplomerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diplomeerde, heeft gediplomeerd; diplomering) 1 een diploma toekennen.
| Diplomeerde | Gediplomeerd
|
DippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dipte, heeft gedipt) 1 voorzichtig indopen 2 (telecommunicatie) (zendapparatuur) afstellen 3 (koeienspenen) behandelen met een ontsmettingsmiddel voor het melken.
| Dipte | Gedipt
|
DirigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dirigeerde, heeft gedirigeerd) 1 (een groep) leiden 2 zenden.
In Spaans overeenkomend met: Dirigir sBesturen Mennen Richten Sturen | Dirigeerde | Gedirigeerd
|
| Disambigueren | Disambigueerde | Gedisambigueerd
|
DisciplinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; disciplineerde, heeft gedisciplineerd) 1 onder tucht brengen.
| Disciplineerde | Gedisciplineerd
|
DisconterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; disconteerde, heeft gedisconteerd; discontering) 1 (economie) (een wissel) te gelde maken voor de vervaltijd, tegen een zeker disconto.
| Disconteerde | Gedisconteerd
|
| Discrediteren | Discrediteerde | Gediscrediteerd
|
DiscriminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; discrimineerde, heeft gediscrimineerd; discriminering/discriminatie) 1 (iem.) achterstellen op grond van niet ter zake doende kenmerken 2 onderscheiden.
In Spaans overeenkomend met: Discriminar
| Discrimineerde | Gediscrimineerd
|
DisculperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; disculpeerde, heeft gedisculpeerd; disculpatie) 1 verontschuldigen, van schuld vrijspreken.
| Disculpeerde | Gedisculpeerd
|
DiscussiërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; discussieerde, heeft gediscussieerd) 1 van gedachten wisselen, een discussie voeren.
In Spaans overeenkomend met: Discutir
| Discussieerde | Gediscussieerd
|
DiscuswerpenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; discuswerper) 1 werpnummer in de atletiek, waarbij men een discus zo ver mogelijk probeert te gooien.
| |
|
DiscuterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; discuteerde, heeft gediscuteerd) 1 discussiëren.
In Spaans overeenkomend met: Discutir, Hablar de sVan gedachten wisselen | Discuteerde | Gediscuteerd
|
DisfunctionerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; disfunctioneerde, heeft gedisfunctioneerd) 1 slecht functioneren.
| Disfunctioneerde | Gedisfunctioneerd
|
| Disharmoniëren | Disharmonieerde | Gedisharmonieerd
|
DiskwalificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diskwalificeerde, heeft gediskwalificeerd; diskwalificatie) 1 (sport) van de wedstrijd uitsluiten wegens overtreding van de spelregels of het reglement 2 ongeschikt verklaren.
| Diskwalificeerde | Gediskwalificeerd
|
| Dispenseren | Dispenseerde | Gedispenseerd
|
DisponerenIn Spaans overeenkomend met: Disponer, Usar sBeschikken Beschikken over | Disponeerde | Gedisponeerd
|
DisputerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; disputeerde, heeft gedisputeerd) 1 wetenschappelijk redetwisten.
In Spaans overeenkomend met: Disputar sRedetwisten Strijden Strijden voor Twisten | Disputeerde | Gedisputeerd
|
DissociërenIn Spaans overeenkomend met: Disociar sUiteen doen vallen | Dissocieerde | Gedissocieerd
|
| Distantiëren | Distantieerde | Gedistantieerd
|
DistillerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; distilleerde, heeft gedistilleerd) 1 met enige moeite afleiden uit. (overgankelijk werkwoord; distilleerde, heeft gedistilleerd; distillateur/distilleerder, distillatie) 1 door verdamping en daarop volgende condensatie zuiveren of scheiden 2 (sterkedrank) bereiden uit alcoholhoudende stoffen.
In Spaans overeenkomend met: Destilar sBranden Destilleren Overhalen Stoken | Distilleerde | Gedistilleerd
|
| Distingeren | Distingeerde | Gedistingeerd
|
DistribuerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; distribueerde, heeft gedistribueerd; distributeur, distributie) 1 uitdelen.
In Spaans overeenkomend met: Distribuir Repartir sRondbrengen Verdelen | Distribueerde | Gedistribueerd
|
DivergerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; divergeerde, heeft/is gedivergeerd) 1 uiteenwijken.
In Spaans overeenkomend met: Divergir sUiteenlopen | Divergeerde | Gedivergeerd
|
DiversifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diversifieerde, heeft gediversifieerd) 1 (formeel) verscheidenheid aanbrengen, variëren.
| Diversifieerde | Gediversifieerd
|
DiverterenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; diverteerde zich, heeft zich gediverteerd) 1 zich vermaken.
| Diverteerde | Gediverteerd
|
| Djakken | Djakte | Gedjakt
|
| Djorken | Djorkte | Gedjorkt
|
DobbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dobbelde, heeft gedobbeld; dobbelaar) 1 een kansspel met dobbelstenen spelen.
| Dobbelde | Gedobbeld
|
DobberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dobberde, heeft gedobberd) 1 drijvend zachtjes op en neer gaan 2 (handel) (van koersen) niet vast zijn.
In Spaans overeenkomend met: Flotar, Sobrenadar sDrijven Vlotten | Dobberde | Gedobberd
|
DocerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; doceerde, heeft gedoceerd) 1 lesgeven in (een vak aan een hogere opleiding).
| Doceerde | Gedoceerd
|
DoctorerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doctoreerde, heeft/is gedoctoreerd) 1 (in België) promoveren.
| Doctoreerde | Gedoctoreerd
|
DocumenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; documenteerde, heeft gedocumenteerd; documentatie) 1 met bewijsstukken staven 2 voorzien van documentatie.
| Documenteerde | Gedocumenteerd
|
DodenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doodde, heeft gedood; doder) 1 van het leven beroven 2 verdrijven.
In Spaans overeenkomend met: Cargarse, Matar sDoodmaken Ombrengen | Doodde | Gedood
|
| Dodijnen | Dodijnde | Gedodijnd
|
| Doe-het-zelven | |
|
| Doedelen | Doedelde | Gedoedeld
|
DoelenALLE betekenissen van dit woord: (de m ; doelens) 1 schietbaan, oefenplaats van de vroegere schutterij. (werkwoord; doelde, heeft gedoeld) 1 verwijzen naar.
| Doelde | Gedoeld
|
DoelpuntenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doelpuntte, heeft gedoelpunt) 1 een doelpunt maken.
| Doelpuntte | Gedoelpunt
|
DoemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Doemde | Gedoemd
|
DoenALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (werkwoord; deed, heeft gedaan) 1 verhandelen, handel drijven in. (werkwoord; deed, heeft gedaan) 1 de genoemde tijd met iets bezig zijn. (onovergankelijk werkwoord; deed, heeft gedaan) 1 handelen, zich gedragen 2 als plaatsvervanger van een eerder genoemd werkwoord. (overgankelijk werkwoord; deed, heeft gedaan) 1 een bepaalde handeling of werking ten uitvoer brengen 2 in de genoemde positie of toestand brengen 3 laten ondergaan, laten ondervinden 4 opbrengen, kosten 5 schoonmaken 6 op oppervlakkige wijze bereizen, bezichtigen . (hulpwerkwoord) 1 zorgen dat het genoemde gebeurt, laten.
In Spaans overeenkomend met: Actuar, Obrar Hacer Causar Colocar, Meter, Poner sAanmaken Ageren Bedrijven Bezig zijn Handelen Laten Laten doen Leggen Maken Optreden Plaatsen Steken Stellen Stoppen Te werk gaan Uitbrengen Uitrichten Uitvoeren Zetten | Deed | Gedaan
|
DoezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doezelde, heeft gedoezeld) 1 dommelen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; doezelde, heeft gedoezeld) 1 (kleurstof) met een doezelaar dun uitwrijven.
In Spaans overeenkomend met: Dormitar Difuminar sLichtjes slapen Verdoezelen | Doezelde | Gedoezeld
|
| Doffen | Dofte | Gedoft
|
DogmatiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dogmatiseerde, heeft gedogmatiseerd) 1 tot dogma verheffen.
| Dogmatiseerde | Gedogmatiseerd
|
DokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dokte, heeft gedokt) 1 (van schepen) in het dok liggen. (overgankelijk werkwoord; dokte, heeft gedokt) 1 (ook absoluut) (informeel) betalen 2 (een schip) in het dok brengen.
In Spaans overeenkomend met: Pagar sBetalen Storten Uitbetalen Uitkeren Voldoen | Dokte | Gedokt
|
DokkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dokkerde, heeft/is gedokkerd) 1 (in België) denderen, ratelen, daveren.
| Dokkerde | Gedokkerd
|
DokterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dokterde, heeft gedokterd) 1 sleutelen aan, proberen te verbeteren. (onovergankelijk werkwoord; dokterde, heeft gedokterd) 1 de geneeskunst uitoefenen.
| Dokterde | Gedokterd
|
DoldraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide dol, is dolgedraaid) 1 (van schroeven) verder draaien zonder te pakken 2 (van mensen) doordraaien, instorten.
| Draaide dol | Dolgedraaid
|
DolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doler, doling) 1 (doolde, heeft/is gedoold) dwalen 2 (doolde, heeft gedoold) de weg kwijt zijn in morele zin.
In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar sDwalen Ronddolen Ronddwalen Waren Zwerven | Doolde | Gedoold
|
DolerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doleerde, heeft gedoleerd) 1 zich aansluiten bij de Doleantie.
| Doleerde | Gedoleerd
|
| Dollariseren | Dollariseerde | Gedollariseerd
|
DollenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dolde, heeft gedold) 1 beetnemen. (onovergankelijk werkwoord; dolde, heeft gedold) 1 stoeien. (overgankelijk werkwoord; dolde, heeft gedold) 1 (iem.) opfokken door hem voor gek te zetten.
| Dolde | Gedold
|
| Domen | Doomde | Gedoomd
|
DomesticerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; domesticeerde, heeft gedomesticeerd; domesticatie) 1 tot huisdier maken 2 tot goede landbouwgewassen maken.
| Domesticeerde | Gedomesticeerd
|
DomiciliërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; domicilieerde, heeft gedomicilieerd) 1 als woonplaats kiezen voor.
| Domicilieerde | Gedomicilieerd
|
DominerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; domineerde, heeft gedomineerd) 1 het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden.
In Spaans overeenkomend met: Dominar sBedwingen Beheersen Overheersen Uitschitteren | Domineerde | Gedomineerd
|
DominoënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dominode, heeft gedominood) 1 domino spelen.
| Dominode | Gedominood
|
DommelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dommelde, heeft gedommeld) 1 lichtjes slapen.
| Dommelde | Gedommeld
|
DompelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dompelde, heeft gedompeld; dompeling) 1 helemaal onder laten gaan in een vloeistof 2 in de genoemde toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Bañar sOvergieten | Dompelde | Gedompeld
|
| Dompen | Dompte | Gedompt
|
DonderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (donderde, heeft gedonderd) luid en vurig spreken 2 (donderde, heeft/is gedonderd) (informeel) met donderend geraas vallen 3 (donderde, is gedonderd) (informeel) lastig zijn . (overgankelijk werkwoord; donderde, heeft gedonderd) 1 (informeel) met geweld gooien. (onpersoonlijk werkwoord; donderde, heeft gedonderd) 1 onweren met donder.
In Spaans overeenkomend met: Retumbar, Tronar sBulderen Daveren Dreunen | Donderde | Gedonderd
|
DonderjagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderjaagde, heeft gedonderjaagd) 1 het zijn omgeving lastig maken.
| Donderjaagde | Gedonderjaagd
|
DonderstenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (informeel) vervelen.
| |
|
DonderstralenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderstraalde, heeft/is gedonderstraald) 1 (informeel) klieren, irriteren 2 (informeel) vallen.
| Donderstraalde | Gedonderstraald
|
DonerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doneerde, heeft gedoneerd; donateur, donatie) 1 geld geven, als donateur optreden 2 (organen en weefsels) voor transplantatie afstaan.
| Doneerde | Gedoneerd
|
DonkerenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; donkerde, heeft gedonkerd) 1 (archaïsch) donker worden.
| Donkerde | Gedonkerd
|
DoodbijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; beet dood, heeft doodgebeten) 1 door bijten doden 2 (geneeskunde) (weefsel) met bijtmiddelen doden.
| Beet dood | Doodgebeten
|
DoodblijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef dood, is doodgebleven) 1 plotseling sterven.
| Bleef dood | Doodgebleven
|
DoodbloedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bloedde dood, is doodgebloed) 1 omkomen door bloedverlies 2 geleidelijk af- of uitsterven, geleidelijk aflopen.
| Bloedde dood | Doodgebloed
|
DoodbrandenIn Spaans overeenkomend met: Foguear sToeschroeien Uitbranden | Brandde dood | Doodgebrand
|
| Dooddelen | Deelde dood | Doodgedeeld
|
DooddoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed dood, heeft doodgedaan) 1 (in België, niet algemeen) doden.
| Deed dood | Doodgedaan
|
DooddrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte dood, heeft doodgedrukt) 1 door drukken doden 2 door uitoefening van druk vernietigen.
| Drukte dood | Doodgedrukt
|
DoodergerenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; ergerde zich dood, heeft zich doodgeërgerd) 1 zich in hoge mate ergeren.
| Ergerde dood | Doodgeërgerd
|
DoodgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging dood, is doodgegaan) 1 ophouden te leven.
In Spaans overeenkomend met: Morirse Morir sOverlijden Sterven Verscheiden Versmachten | Ging dood | Doodgegaan
|
| Doodgooien | Gooide dood | Doodgegooid
|
DoodhongerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hongerde dood, is doodgehongerd) 1 van honger omkomen. (overgankelijk werkwoord; hongerde dood, heeft doodgehongerd) 1 de hongerdood doen sterven.
| Hongerde dood | Doodgehongerd
|
| Doodknijpen | Kneep dood | Doodgeknepen
|
DoodknuffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knuffelde dood, heeft doodgeknuffeld; doodknuffeling) 1 (iets) zo overdreven koesteren, dat het zijn functie, kracht of waarde verliest.
| Knuffelde dood | Doodgeknuffeld
|
| Doodknuppelen | Knuppelde dood | Doodgeknuppeld
|
DoodlachenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; lachte zich dood, heeft zich doodgelachen) 1 lang en uitbundig lachen.
| Lachte dood | Doodgelachen
|
DoodleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde dood, heeft doodgelegd) 1 (voetbal) (een aangespeelde bal) met de borst of de voet zó opvangen dat hij meteen stil komt te liggen, niet wegspringt.
| Legde dood | Doodgelegd
|
DoodliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag dood, heeft doodgelegen) 1 (van huisdieren) op commando onbeweeglijk liggen. (overgankelijk werkwoord; lag dood, heeft doodgelegen) 1 doden door erop te liggen.
| Lag dood | Doodgelegen
|
DoodlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep dood, is doodgelopen) 1 (van een weg) niet verder gaan 2 krachteloos worden en tot een einde komen.
| Liep dood | Doodgelopen
|
DoodmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte dood, heeft doodgemaakt) 1 doden 2 (sport) doodleggen.
In Spaans overeenkomend met: Matar sDoden Ombrengen | Maakte dood | Doodgemaakt
|
DoodmartelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; martelde dood, heeft doodgemarteld) 1 zo folteren dat de dood erop volgt.
| Martelde dood | Doodgemarteld
|
| Doodpraten | Praatte dood | Doodgepraat
|
| Doodranselen | Ranselde dood | Doodgeranseld
|
DoodrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed dood, heeft doodgereden) 1 zo aanrijden dat het slachtoffer eraan sterft.
| Reed dood | Doodgereden
|
DoodschamenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; schaamde zich dood, heeft zich doodgeschaamd) 1 zich vreselijk schamen.
| Schaamde dood | Doodgeschaamd
|
DoodschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot dood, heeft doodgeschoten) 1 met een vuurwapen of pijl doden.
In Spaans overeenkomend met: Fusilar
| Schoot dood | Doodgeschoten
|
| Doodschoppen | Schopte dood | Doodgeschopt
|
DoodschuddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schudde dood, heeft doodgeschud) 1 doden door te schudden, m.n. van baby's en jonge kinderen.
| Schudde dood | Doodgeschud
|
DoodslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg dood, heeft doodgeslagen) 1 door slaan doden.
| Sloeg dood | Doodgeslagen
|
DoodspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde dood, heeft doodgespeeld) 1 (een muziekstuk, toneelstuk e.d.) zo vaak spelen dat het bijzondere, mooie verdwijnt.
| Speelde dood | Doodgespeeld
|
DoodspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot dood, heeft doodgespoten) 1 door spuiten doden 2 (landbouw) door bespuiten doden.
| Spoot dood | Doodgespoten
|
DoodstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak dood, heeft doodgestoken) 1 met een steek doden.
| Stak dood | Doodgestoken
|
DoodtrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte dood, heeft doodgetrapt) 1 door trappen doden.
| Trapte dood | Doodgetrapt
|
DoodvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel dood, is doodgevallen) 1 een dodelijke val maken.
| Viel dood | Doodgevallen
|
DoodvechtenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vocht zich dood, heeft zich doodgevochten) 1 vechten tot de dood erop volgt.
| Vocht dood | Doodgevochten
|
DoodverklarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklaarde dood, heeft doodverklaard; doodverklaring) 1 constateren dat iem. dood is 2 iem. behandelen alsof hij niet meer bestaat.
| Verklaarde dood | Doodverklaard
|
| Doodverven | Doodverfde | Gedoodverfd
|
DoodvriezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vroor dood, is doodgevroren) 1 omkomen door overmatige kou.
| Vroor dood | Doodgevroren
|
DoodwerkenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; werkte zich dood, heeft zich doodgewerkt) 1 zich totaal uitputten met werken.
| Werkte dood | Doodgewerkt
|
DoodzwijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zweeg dood, heeft doodgezwegen) 1 negeren door er niet over te praten.
| Zweeg dood | Doodgezwegen
|
DooienALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; dooide, heeft gedooid) 1 ophouden te vriezen.
In Spaans overeenkomend met: Deshelarse sOntdooien Wegsmelten | Dooide | Gedooid
|
DoorademenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ademde door, heeft doorgeademd) 1 aanhoudend ademen 2 diep ademen.
| Ademde door | Doorgeademd
|
| Dooraderen | Dooraderde | Dooraderd
|
DoorakkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; akkerde door, heeft doorgeakkerd) 1 uitvoerig bespreken.
| Akkerde door | Doorgeakkerd
|
DoorbehandelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; behandelde door, heeft doorbehandeld) 1 doorgaan met medicatie en medische handelingen.
| Doorbehandelde | Doorbehandeld
|
DoorbellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; belde door, heeft doorgebeld) 1 (een mededeling) telefonisch doorgeven.
| Belde door | Doorgebeld
|
DoorberekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; berekende door, heeft doorberekend; doorberekening) 1 verwerken in de bij de verkoop berekende prijs.
| Berekende door | Doorberekend
|
DoorbetalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; betaalde door, heeft doorbetaald; doorbetaling) 1 de betaling voortzetten.
| Betaalde door | Doorbetaald
|
DoorbijtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (beet door, heeft doorgebeten) krachtig bijten 2 (beet door, is doorgebeten) (van scheikundige stoffen) bijtend doordringen 3 (beet door, heeft doorgebeten) volhouden. (overgankelijk werkwoord; beet door, heeft doorgebeten) 1 stukbijten 2 (van scherpe stoffen) door bijtende werking geheel doen vergaan.
In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir sDoorzetten Voet bij stuk houden Volharden Volhouden | Beet door | Doorgebeten
|
DoorbladerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorbladerde, heeft doorbladerd) 1 al bladerend doorlopen.
In Spaans overeenkomend met: Hojear sBladeren Ombladeren | Bladerde door | Doorgebladerd
|
DoorblazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blies door, heeft doorgeblazen) 1 reinigen door erdoorheen te blazen.
| Blies door | Doorgeblazen
|
doorbloedenIn de betekenis van: Blijven bloeden
| Bloedde door | Doorgebloed
|
DoorbloedenIn de betekenis van: Met bloed doordrongen worden
| Doorbloedde | Doorbloed
|
| Doorbloeien | Bloeide door | Doorgebloeid
|
| Doorborduren | Borduurde door | Doorgeborduurd
|
doorborenIn de betekenis van: Blijven boren, doorgaan met boren
In Spaans overeenkomend met: sDoorprikken Doorsteken Doorzeven | Boorde door | Doorgeboord
|
DoorborenIn de betekenis van: 1. in iets doordringen 2. gaten maken in => perforeren
In Spaans overeenkomend met: Espetar, Puncionar Horadar, Perforar, Taladrar sDoorprikken Doorsteken Doorzeven | Doorboorde | Doorboord
|
DoorbrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brandde door, is doorgebrand) 1 door en door branden 2 door branden kapotgaan. (overgankelijk werkwoord; brandde door, heeft doorgebrand) 1 door branden in delen scheiden.
In Spaans overeenkomend met: Derretirse sSmelten Verbranden Versmelten Vloeibaar worden | Brandde door | Doorgebrand
|
DoorbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brak door, is doorgebroken) 1 openbarsten, openbreken 2 door iets heen breken 3 opvallend op de voorgrond treden, aan de top komen. (overgankelijk werkwoord; doorbrak, heeft doorbroken; doorbreking) 1 een opening, een weg breken door. (overgankelijk werkwoord; brak door, heeft doorgebroken; doorbreking) 1 door drukken in delen scheiden 2 (een ruimte) door het slopen van de afscheiding met een andere verbinden.
In Spaans overeenkomend met: Quebrar, Romper sAfbreken Breken Schenden Stukbreken Verbreken | Brak door | Doorgebroken
|
DoorbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht door, heeft doorgebracht) 1 (de tijd) besteden.
In Spaans overeenkomend met: Alargar, Entregar, Llegar, Pasar Desbaratar sAangeven Aanreiken Verdrijven Verkwisten Verspillen | Bracht door | Doorgebracht
|
DoorbrievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; briefde door, heeft doorgebriefd) 1 (ongunstig) overbrieven.
| Briefde door | Doorgebriefd
|
DoorbuigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; boog door, is doorgebogen; doorbuiging) 1 krom worden. (overgankelijk werkwoord; boog door, heeft doorgebogen) 1 door druk doen ombuigen.
In Spaans overeenkomend met: Arquear, Doblar, Encorvar Doblarse, Doblegarse sBuigen Buigen|Zich buigen Krommen|Zich krommen Ombuigen Zich buigen Zich krommen | Boog door | Doorgebogen
|
DoordenderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; denderde door, is doorgedenderd) 1 denderend verder rijden of hollen 2 (figuurlijk) blindelings doorgaan met een eenmaal begonnen activiteit.
| Denderde door | Doorgedenderd
|
DoordenkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dacht door, heeft doorgedacht; doordenker) 1 voortgaan met denken, dieper denken. (overgankelijk werkwoord; doordacht, heeft doordacht; doordenking) 1 in zijn hele omvang overdenken.
| Dacht door | Doorgedacht
|
| Doordesemen | Doordesemde | Doordesemd
|
DoordoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed door, heeft doorgedaan) 1 (in België, niet algemeen) doorgaan, doorzetten.
| Deed door | Doorgedaan
|
DoordouwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; douwde door, heeft doorgedouwd; doordouwer) 1 doorzetten, volhouden. (overgankelijk werkwoord; douwde door, heeft doorgedouwd) 1 doordrukken.
| Douwde door | Doorgedouwd
|
DoordraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide door, is doorgedraaid) 1 doorgaan met draaien 2 (van schroeven) doldraaien 3 zijn beheersing verliezen, overspannen worden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; draaide door, heeft doorgedraaid) 1 ten gevolge van een te groot aanbod aan de markt onttrekken.
| Draaide door | Doorgedraaid
|
DoordrammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dramde door, heeft doorgedramd; doordrammer) 1 aandringen, aanhouden om iets gedaan te krijgen.
| Dramde door | Doorgedramd
|
DoordravenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (draafde door, heeft doorgedraafd) onbesuisd en ondoordacht doorredeneren 2 (draafde door, is doorgedraafd) verder draven.
| Draafde door | Doorgedraafd
|
DoordrenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doordrenkte, heeft doordrenkt; doordrenking) 1 door en door natmaken.
In Spaans overeenkomend met: Embeber Empapar sBevochtigen Doorweken Indompelen Indopen Soppen | Doordrenkte | Doordrenkt
|
DoordrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreef door, heeft doorgedreven; doordrijver) 1 (een mening, een besluit) tegen de wens of de behoefte van anderen in laten aanvaarden of uitvoeren.
| Dreef door | Doorgedreven
|
doordringenIn de betekenis van: 1 met moeite voortgaan 2 met veel moeite benaderen, contact maken 3 doen beseffen
In Spaans overeenkomend met: Penetrar Penetrar sBinnendringen Doortrekken Dringen door Dringen in | Drong door | Doorgedrongen
|
DoordringenIn de betekenis van: 1 dringen in alle delen van 2 volkomen overtuigen van
In Spaans overeenkomend met: Penetrar Penetrar sBinnendringen Doortrekken Dringen door Dringen in | Doordrong | Doordrongen
|
| Doordruipen | Droop door | Doorgedropen
|
DoordrukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drukte door, heeft doorgedrukt) 1 (drukwezen) zodanig bedrukt zijn dat de kleur aan de andere zijde zichtbaar wordt. (overgankelijk werkwoord; drukte door, heeft doorgedrukt) 1 door moeite gedaan weten te krijgen dat iets tot stand wordt gebracht.
| Drukte door | Doorgedrukt
|
| Dooreengooien | Gooide dooreen | Dooreengegooid
|
| Dooreengroeien | Groeide dooreen | Dooreengegroeid
|
| Dooreenhaspelen | Haspelde dooreen | Dooreengehaspeld
|
| Dooreenjagen | Jaagde dooreen, Joeg dooreen | Dooreengejaagd
|
| Dooreenlopen | Liep dooreen | Dooreengelopen
|
DooreenmengenIn Spaans overeenkomend met: Involucrar sInmengen | Mengde dooreen | Dooreengemengd
|
| Dooreenroeren | Roerde dooreen | Dooreengeroerd
|
| Dooreenschudden | Schudde dooreen | Dooreengeschud
|
| Dooreenslaan | Sloeg dooreen | Dooreengeslagen
|
| Dooreensmijten | Smeet dooreen | Dooreengesmeten
|
| Dooreenwarren | Warde dooreen | Dooreengeward
|
| Dooreenwerken | Werkte dooreen | Dooreengewerkt
|
| Dooreenwerpen | Wierp dooreen | Dooreengeworpen
|
DooremmerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; emmerde door, heeft doorgeëmmerd) 1 (pejoratief) doorzeuren.
| Emmerde door | Doorgeëmmerd
|
| Dooreten | At door | Doorgegeten
|
DooretterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; etterde door, heeft doorgeëtterd) 1 (van een ongewenste toestand) zich uitbreiden.
| Etterde door | Doorgeëtterd
|
DoorfietsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (fietste door, heeft doorgefietst) sneller fietsen 2 (fietste door, heeft/is doorgefietst) doorgaan met fietsen.
| Fietste door | Doorgefietst
|
DoorgaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging door, is doorgegaan) 1 (in België, niet algemeen) doorgaan voor. (werkwoord; ging door, is doorgegaan) 1 aangezien, gehouden worden voor. (onovergankelijk werkwoord; ging door, is doorgegaan) 1 verder gaan 2 blijven doen 3 blijven duren 4 ondanks zekere moeilijkheden of na aanvankelijke onzekerheid gebeuren of tot stand komen 5 (in België, niet algemeen) plaatsvinden 6 (in België; informeel) weggaan, naar huis gaan.
In Spaans overeenkomend met: Continuar Proseguir, Seguir Atravesar, Recorrer sAfleggen Aflopen Gaan door Verder gaan met Vervolgen Voortgaan Voortzetten | Ging door | Doorgegaan
|
DoorgevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf door, heeft doorgegeven) 1 verder geven, vooral zó dat een hele reeks van personen het voorwerp in handen krijgt 2 verder vertellen, bekendmaken.
In Spaans overeenkomend met: Traspasar
| Gaf door | Doorgegeven
|
| Doorglippen | Glipte door | Doorgeglipt
|
| Doorgraven | Groef door | Doorgegraven
|
| Doorgroeien | Groeide door | Doorgegroeid
|
DoorgrondenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorgrondde, heeft doorgrond; doorgronding) 1 volledig doorzien, begrijpen.
In Spaans overeenkomend met: Escrutar Penetrar, Penetrarse sBegrijpen Bevatten Doorzien Nasporen Navorsen Onderzoeken | Doorgrondde | Doorgrond
|
DoorhakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hakte door, heeft doorgehakt) 1 door hakken scheiden.
| Hakte door | Doorgehakt
|
DoorhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde door, heeft doorgehaald) 1 door een opening naar zich toe trekken 2 doorstrepen, schrappen.
In Spaans overeenkomend met: Borrar sSchrappen Wissen | Haalde door | Doorgehaald
|
DoorhangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hing door, heeft/is doorgehangen) 1 zo hangen dat het doorbuigt of uitzakt.
| Hing door | Doorgehangen
|
DoorhebbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; had door, heeft doorgehad) 1 (informeel) doorzien, snappen.
| Had door | Doorgehad
|
| Doorhelpen | Hielp door | Doorgeholpen
|
| Doorhollen | Holde door | Doorgehold
|
| Doorjagen | Jaagde door, Joeg door | Doorgejaagd
|
| Doorkerven | Kerfde door, Korf door | Doorgekorven
|
DoorkiezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koos door, heeft doorgekozen) 1 het doorkiesnummer bellen.
| Koos door | Doorgekozen
|
DoorkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek door, heeft doorgekeken) 1 vluchtig beoordelen.
| Keek door | Doorgekeken
|
DoorklievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kliefde door, heeft doorgekliefd; doorkliever, doorklieving) 1 door klieven in stukken verdelen. (overgankelijk werkwoord; doorkliefde, heeft doorkliefd; doorkliever, doorklieving) 1 gaan door.
In Spaans overeenkomend met: Hender, Rajar Surcar sDoorsnijden Klieven Kloven Splijten | Kliefde door | Doorgekliefd
|
DoorklikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klikte door, heeft doorgeklikt) 1 (computer) via een link naar een andere plaats op een internetsite of naar een andere internetsite gaan.
| Klikte door | Doorgeklikt
|
DoorklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonk door, heeft doorgeklonken) 1 hoorbaar zijn. (overgankelijk werkwoord; doorklonk, heeft doorklonken) 1 met klank vervullen.
| Klonk door | Doorgeklonken
|
| Doorknagen | Knaagde door | Doorgeknaagd
|
DoorknippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knipte door, heeft doorgeknipt) 1 in tweeën knippen.
| Knipte door | Doorgeknipt
|
DoorkokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kookte door, is doorgekookt) 1 terdege, over de gehele massa koken.
| Kookte door | Doorgekookt
|
DoorkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam door, is doorgekomen) 1 zijn, haar weg nemen 2 ten einde brengen, doorstaan 3 door iets heen dringen.
In Spaans overeenkomend met: Acertar, Lograr, Tener éxito Atravesar, Ir a través de sDoormaken Doortrekken Erin slagen Klaarspelen Slagen Slagen in Slagen voor | Kwam door | Doorgekomen
|
DoorkoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kopte door, heeft doorgekopt; doorkopper) 1 (een bal) verder koppen.
| Kopte door | Doorgekopt
|
| Doorkrabben | Krabde door | Doorgekrabd
|
DoorkrassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kraste door, heeft doorgekrast) 1 met krassen doorhalen.
| Kraste door | Doorgekrast
|
DoorkrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kreeg door, heeft doorgekregen) 1 (geleidelijk) begrijpen, doorzien 2 doorgebeld, doorgeseind, doorgegeven enz. krijgen.
| Kreeg door | Doorgekregen
|
| Doorkruiden | Doorkruidde | Doorkruid
|
DoorkruisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorkruiste, heeft doorkruist; doorkruising) 1 rondtrekken door, in allerlei richtingen doorlopen 2 dwarsbomen, indruisen tegen, tegenwerken. (overgankelijk werkwoord; kruiste door, heeft doorgekruist; doorkruising) 1 met een kruis doorhalen.
In Spaans overeenkomend met: Atravesar Cruzar sKruisen | Doorkruiste | Doorkruist
|
DoorladenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laadde door, heeft doorgeladen; doorlading) 1 (een vuurwapen) schietklaar maken door na het laden met een handeling een kogel van het magazijn in de kamer te brengen.
| Laadde door | Doorgeladen
|
| Doorlappen | Lapte door | Doorgelapt
|
DoorlatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet door, heeft doorgelaten) 1 laten passeren, laten doordringen.
In Spaans overeenkomend met: Pasar
| Liet door | Doorgelaten
|
| Doorlekken | Lekte door | Doorgelekt
|
DoorlerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leerde door, heeft doorgeleerd) 1 na beëindiging van een school een hogere gaan bezoeken.
| Leerde door | Doorgeleerd
|
DoorlevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorleefde, heeft doorleefd; doorleving) 1 meemaken, beleven.
In Spaans overeenkomend met: Vivir un hecho, Vivir un suceso sBeleven Doormaken Ondergaan | Doorleefde | Doorleefd
|
DoorlezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; las door, heeft doorgelezen) 1 verder lezen. (overgankelijk werkwoord; las door, heeft doorgelezen) 1 tot het einde toe lezen.
In Spaans overeenkomend met: Leer de cabo a rabo
| Las door | Doorgelezen
|
DoorlichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorlichtte, heeft doorlicht; doorlichting) 1 met röntgenstralen onderzoeken 2 kritisch onderzoeken op efficiëntie.
| Lichtte door | Doorgelicht
|
DoorliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag door, heeft/is doorgelegen) 1 wonden krijgen door langdurig op bed liggen.
| Lag door | Doorgelegen
|
DoorlinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; linkte door, heeft doorgelinkt) 1 (computer) (een gebruiker) naar een andere website laten gaan 2 doorklikken.
| Linkte door | Doorgelinkt
|
| Doorloodsen | Loodste door | Doorgeloodst
|
DoorlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep door, is doorgelopen) 1 doorgaan met lopen 2 (van kleuren) zich uitbreiden buiten de oorspronkelijke grens 3 doorgaan, voortduren 4 (van koffie) door het filter vloeien 5 sneller lopen. (overgankelijk werkwoord) 1 (doorliep, heeft doorlopen) zich bewegen door 2 (doorliep, is doorlopen) volgen. (overgankelijk werkwoord; liep door, heeft doorgelopen) 1 doornemen, vluchtig lezen 2 stuklopen.
In Spaans overeenkomend met: Transitar
| Liep door | Doorgelopen
|
DoormakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte door, heeft doorgemaakt) 1 ondergaan, beleven.
In Spaans overeenkomend met: Experimentar, Pasar la experiencia Atravesar, Ir a través de Vivir un hecho, Vivir un suceso sBeleven Doorkomen Doorleven Doortrekken Ervaren Ondergaan Ondervinden | Maakte door | Doorgemaakt
|
| Doormarcheren | Marcheerde door | Doorgemarcheerd
|
| Doormengen | Mengde door | Doorgemengd
|
DoormetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mat door, heeft doorgemeten; doormeting) 1 (techniek) meten m.b.v. een doorgaande elektrische stroom.
| Mat door | Doorgemeten
|
DoormodderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; modderde door, heeft doorgemodderd) 1 (informeel) doorgaan met prutsen, knoeien.
| Modderde door | Doorgemodderd
|
| Doornagelen | Nagelde door | Doorgenageld
|
DoornemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam door, heeft doorgenomen) 1 globaal bestuderen 2 globaal bespreken.
In Spaans overeenkomend met: Reiterar, Repetir sHerhalen Nazeggen | Nam door | Doorgenomen
|
DoornummerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; nummerde door, heeft doorgenummerd; doornummering) 1 de nummers laten doorlopen.
| Nummerde door | Doorgenummerd
|
DoorpakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pakte door, heeft doorgepakt; doorpakker) 1 krachtig ingrijpen.
| Pakte door | Doorgepakt
|
DoorplaatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plaatste door, heeft doorgeplaatst) 1 (mbt. personen) elders onderbrengen, op een andere afdeling of in een andere organisatie plaatsen, aan het werk helpen e.d. 2 (mbt. advertenties) in een ander medium plaatsen.
| Plaatste door | Doorgeplaatst
|
DoorploegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ploegde door, heeft doorgeploegd) 1 doorgaan met ploegen. (overgankelijk werkwoord; doorploegde, heeft doorploegd; doorploeging) 1 met de ploeg gaan, voren trekken door.
In Spaans overeenkomend met: Surcar
| Ploegde door | Doorgeploegd
|
| Doorpluizen | Pluisde door, Ploos door | Doorgepluisd, Doorgeplozen
|
DoorpratenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praatte door, heeft doorgepraat) 1 verder praten. (overgankelijk werkwoord; praatte door, heeft doorgepraat) 1 grondig bespreken.
| Praatte door | Doorgepraat
|
DoorprikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prikte door, heeft doorgeprikt) 1 door prikken openen. (overgankelijk werkwoord; prikte door, heeft doorgeprikt) 1 (in België) door prikken openen.
In Spaans overeenkomend met: Pinchar Puncionar sDoorboren Doorsteken | Prikte door | Doorgeprikt
|
DoorredenerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; redeneerde door, heeft doorgeredeneerd) 1 een redenering voortzetten.
| Redeneerde door | Doorgeredeneerd
|
DoorregenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; regende door, is doorgeregend) 1 regen doorlaten. (onpersoonlijk werkwoord; regende door, heeft doorgeregend) 1 voortgaan met regenen.
| Regende door | Doorgeregend
|
DoorreizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doorreisde, is doorreisd) 1 doorgaan met reizen.
In Spaans overeenkomend met: Recorrer sRondreizen | Reisde door | Doorgereisd
|
DoorrennenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rende door, is doorgerend) 1 verder rennen.
| Rende door | Doorgerend
|
DoorrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed door, heeft/is doorgereden) 1 doorgaan met rijden 2 sneller rijden.
| Reed door | Doorgereden
|
DoorroerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roerde door, heeft doorgeroerd) 1 roeren.
In Spaans overeenkomend met: Arremolinarse, Batir sOmroeren Roeren | Roerde door | Doorgeroerd
|
DoorroestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roestte door, is doorgeroest) 1 zo door roest aangetast worden dat er een of meer gaten ontstaan.
| Roestte door | Doorgeroest
|
DoorrokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rookte door, heeft doorgerookt) 1 doorgaan met roken. (overgankelijk werkwoord; rookte door, heeft doorgerookt) 1 met rook doortrekken.
| Rookte door | Doorgerookt
|
DoorrollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rolde door, heeft doorgerold) 1 (handel) (een optie) verkopen en met de opbrengst een nieuwe kopen.
| Rolde door | Doorgerold
|
DoorschakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schakelde door, heeft doorgeschakeld; doorschakeling) 1 (een telefoontoestel) doorverbinden naar een ander toestel, zodat gesprekken op dat tweede toestel binnenkomen.
| Schakelde door | Doorgeschakeld
|
DoorschemerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schemerde door, heeft/is doorgeschemerd) 1 vaag zichtbaar zijn door iets anders heen .
In Spaans overeenkomend met: Vislumbrar sBespeuren In de smiezen krijgen In het oog krijgen Ontwaren Oppervlakkig leren kennen | Schemerde door | Doorgeschemerd
|
DoorscheurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheurde door, is doorgescheurd) 1 scheurend stukgaan. (overgankelijk werkwoord; scheurde door, heeft doorgescheurd) 1 in tweeën scheuren.
In Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar sVaneenscheuren Verscheuren | Scheurde door | Doorgescheurd
|
DoorschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot door, is doorgeschoten) 1 snel verder gaan 2 (van organismen) snel groeien. (overgankelijk werkwoord; doorschoot, heeft doorschoten) 1 met schoten doorboren 2 tussen ieder blad papier in een boek een blad wit papier aanbrengen.
| Schoot door | Doorgeschoten
|
DoorschijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheen door, heeft doorgeschenen) 1 licht doorlaten.
| Scheen door | Doorgeschenen
|
| Doorschouwen | Doorschouwde | Doorschouwd
|
DoorschrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schrapte door, heeft doorgeschrapt) 1 een streep halen door.
| Schrapte door | Doorgeschrapt
|
DoorschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schreef door, heeft doorgeschreven) 1 doorgaan met schrijven.
| Schreef door | Doorgeschreven
|
DoorschuddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schudde door, heeft doorgeschud) 1 door schudden vermengen.
| Schudde door | Doorgeschud
|
DoorschuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoof door, is doorgeschoven) 1 naar een andere plaats, positie gaan. (overgankelijk werkwoord; schoof door, heeft doorgeschoven) 1 verder schuiven 2 doorgeven naar een ander.
| Schoof door | Doorgeschoven
|
DoorseinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; seinde door, heeft doorgeseind) 1 naar een volgend kantoor seinen.
| Seinde door | Doorgeseind
|
DoorsijpelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sijpelde door, is doorgesijpeld) 1 in druppels doordringen 2 geleidelijk aan zich manifesteren, bekend worden, zich openbaren.
In Spaans overeenkomend met: Rezumar, Rezumarse sDoorzweten | Sijpelde door | Doorgesijpeld
|
DoorslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg door, is doorgeslagen) 1 (van vocht enz.) ergens doorheen dringen 2 (van oppervlakten) met vocht doordrongen worden 3 overhellen naar de kant van het grootste gewicht 4 te veel gaan overdrijven 5 (van wielen, werktuigen en werktuigdelen) draaien zonder te pakken 6 het stroomcircuit onderbreken 7 een misdaad toegeven. (overgankelijk werkwoord; sloeg door, heeft doorgeslagen) 1 stukslaan 2 door slaan mengen 3 (een patroon) met een dubbele rijgsteek op de stof overnemen.
In Spaans overeenkomend met: Desbaratar sRaaskallen | Sloeg door | Doorgeslagen
|
| Doorslapen | Sliep door | Doorgeslapen
|
DoorslenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (slenterde door, heeft/is doorgeslenterd) slenterend verder gaan 2 (slenterde door, is doorgeslenterd) slenterend doorkruisen.
| Slenterde door | Doorgeslenterd
|
DoorslijtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sleet door, is doorgesleten) 1 door slijten kapotgaan.
In Spaans overeenkomend met: Desgastarse sAfslijten Slijten Uitslijten Verslijten | Sleet door | Doorgesleten
|
DoorslikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slikte door, heeft doorgeslikt) 1 slikkend door het keelgat brengen.
In Spaans overeenkomend met: Deglutir, Tragar Tragarse sInslikken Slikken Slokken | Slikte door | Doorgeslikt
|
| Doorslippen | Slipte door | Doorgeslipt
|
DoorsluizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sluisde door, heeft doorgesluisd; doorsluizing) 1 massaal doorgeven.
| Sluisde door | Doorgesluisd
|
| Doorsmelten | Smolt door | Doorgesmolten
|
DoorsmerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeerde door, heeft doorgesmeerd; doorsmeerder, doorsmering) 1 (auto's) een periodieke onderhoudsbeurt geven.
In Spaans overeenkomend met: Aceitar, Lubrificar Engrasar, Untar sAansmeren Besmeren Invetten Smeren | Smeerde door | Doorgesmeerd
|
DoorsmeulenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; smeulde door, heeft doorgesmeuld) 1 blijven smeulen.
| Smeulde door | Doorgesmeuld
|
| Doorsmokkelen | Smokkelde door | Doorgesmokkeld
|
DoorsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed door, heeft doorgesneden; doorsnijding) 1 met een scherp werktuig in tweeën verdelen. (overgankelijk werkwoord; doorsneed, heeft doorsneden; doorsnijding) 1 als met een mes door iets heen gaan.
In Spaans overeenkomend met: Cortar, Disecar, Seccionar Surcar sDoorklieven Sectie verrichten | Sneed door | Doorgesneden
|
DoorsnuffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorsnuffelde, heeft doorsnuffeld) 1 oppervlakkig doorzoeken.
| Snuffelde door | Doorgesnuffeld
|
| Doorspekken | Doorspekte | Doorspekt
|
DoorspelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; speelde door, heeft doorgespeeld) 1 doorgaan met spelen. (overgankelijk werkwoord; speelde door, heeft doorgespeeld) 1 al spelend doornemen 2 heimelijk doorgeven 3 spelend doorgeven.
| Speelde door | Doorgespeeld
|
DoorspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoelde door, heeft doorgespoeld) 1 (een buis enz.) reinigen door er een vloeistof doorheen te laten stromen 2 (een geluids- of videoband) versneld doordraaien.
| Spoelde door | Doorgespoeld
|
DoorsprekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprak door, heeft doorgesproken) 1 doorgaan met spreken. (overgankelijk werkwoord; sprak door, heeft doorgesproken) 1 grondig bespreken.
| Sprak door | Doorgesproken
|
DoorstaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorstond, heeft doorstaan) 1 (iets pijnlijks) tot het einde verduren.
In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin Resistir Padecer, Sufrir sDulden Harden Lijden Lijden aan Ondergaan Uithouden Uitstaan Velen Verdragen | Doorstond | Doorstaan
|
DoorstappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stapte door, heeft/is doorgestapt) 1 sneller lopen 2 verder lopen.
| Stapte door | Doorgestapt
|
DoorstartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; startte door, heeft/is doorgestart) 1 een doorstart maken.
| Startte door | Doorgestart
|
DoorstekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stak door, is doorgestoken) 1 in een dwarsrichting een kortere weg nemen door. (overgankelijk werkwoord; doorstak, heeft doorstoken) 1 met een scherp voorwerp doorboren. (overgankelijk werkwoord; stak door, heeft doorgestoken) 1 door of in een opening brengen 2 (iets) breken door er iets doorheen te steken 3 (een buis) ontstoppen door er een lang voorwerp doorheen te halen.
In Spaans overeenkomend met: Espetar, Puncionar Barrenar sAftappen Doorboren Doorprikken | Stak door | Doorgestoken
|
DoorstikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stikte door, heeft doorgestikt) 1 met een stiksteek erdoor naaien. (overgankelijk werkwoord; doorstikte, heeft doorstikt) 1 met stikwerk geheel versieren.
| Stikte door | Doorgestikt
|
DoorstomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 verder stomen 2 vol inzet doorgaan.
| Stoomde door | Doorgestoomd
|
DoorstortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stortte door, heeft doorgestort) 1 (geld dat tijdelijk of ten onrechte is toevertrouwd) overmaken op de rekening van de rechthebbende.
| Stortte door | Doorgestort
|
DoorstotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stootte door, is doorgestoten) 1 doordringen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; stootte door, heeft doorgestoten) 1 (biljarten) (een biljartbal) zodanig stoten dat hij na het raken van de tweede bal nagenoeg niet van zijn baan afwijkt.
| Stootte door, Stiet door | Doorgestoten
|
DoorstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorstraalde, heeft doorstraald; doorstraling) 1 (voedsel) met ioniserende stralen conserveren.
| Doorstraalde | Doorstraald
|
DoorstrepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streepte door, heeft doorgestreept; doorstreping) 1 een streep halen door.
| Streepte door | Doorgestreept
|
DoorstromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stroomde door, is doorgestroomd; doorstromer, doorstroming) 1 van een goedkopere naar een duurdere woning verhuizen 2 van een lagere vorm van onderwijs naar een hogere gaan 3 stromend door iets heen gaan. (overgankelijk werkwoord; doorstroomde, heeft doorstroomd; doorstroming) 1 als een stroom gaan door.
| Stroomde door | Doorgestroomd
|
DoorstuderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; studeerde door, heeft doorgestudeerd) 1 doorgaan met studeren 2 zijn studie vervolgen bij een hogere onderwijsinstelling.
| Studeerde door | Doorgestudeerd
|
DoorsturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuurde door, heeft doorgestuurd) 1 verder sturen.
| Stuurde door | Doorgestuurd
|
| Doorsukkelen | Sukkelde door | Doorgesukkeld
|
| Doortasten | Tastte door | Doorgetast
|
DoortellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; telde door, heeft doorgeteld; doortelling) 1 bij een doorgaande telling meegerekend worden 2 doorgaan met tellen.
| Telde door | Doorgeteld
|
| Doortintelen | Doortintelde | Doortinteld
|
DoortochtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tochtte door, heeft doorgetocht) 1 geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden.
| Tochtte door | Doorgetocht
|
DoortrappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (trapte door, is doorgetrapt) doorgaan met trappen 2 (trapte door, heeft doorgetrapt) verder fietsen 3 (trapte door, heeft doorgetrapt) sneller fietsen 4 (trapte door, heeft doorgetrapt) (van fietsen) een slag overslaan 5 (trapte door, heeft doorgetrapt) trappen om te raken 6 (trapte door, is doorgetrapt) (in België; informeel) niet goed wijs zijn.
| Trapte door | Doorgetrapt
|
DoortrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok door, heeft doorgetrokken) 1 voortgaan met trekken. (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; trok door, heeft doorgetrokken) het toilet doorspoelen 2 (doortrok, heeft doortrokken) naar een verder gelegen punt voortzetten 3 (trok door, heeft doorgetrokken) door trekken doen breken, kapotmaken. (overgankelijk werkwoord; doortrok, heeft doortrokken) 1 in alle delen doen doordringen.
In Spaans overeenkomend met: Penetrar Alargar Recorrer Saturar Atravesar, Ir a través de sDoordringen Doorkomen Doormaken Langer maken Rekken Uitleggen Uitrekken Uittrekken Verlengen Verzadigen | Trok door | Doorgetrokken
|
DoorvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer door, heeft/is doorgevaren) 1 doorgaan met varen.
| Voer door | Doorgevaren
|
| Doorvechten | Vocht door | Doorgevochten
|
DoorverbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbond door, heeft doorverbonden; doorverbinding) 1 (telecommunicatie) een verdergaande verbinding tot stand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Vincular
| Verbond door | Doorverbonden
|
DoorverkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkocht door, heeft doorverkocht) 1 weer aan een ander verkopen.
| Verkocht door | Doorverkocht
|
DoorvertellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertelde door, heeft doorverteld) 1 aan een ander of anderen verder vertellen.
| Doorvertelde | Doorverteld
|
DoorverwijzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwees door, heeft doorverwezen; doorverwijzing) 1 van de ene instantie verder sturen naar de andere.
| Verwees door | Doorverwezen
|
| Doorvlechten | Vlocht door | Doorgevlochten
|
| Doorvliegen | Vloog door | Doorgevlogen
|
| Doorvlijmen | Doorvlijmde | Doorvlijmd
|
DoorvoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorvoelde, heeft doorvoeld) 1 intens, volkomen voelen.
| Doorvoelde | Doorvoeld
|
DoorvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voerde door, heeft doorgevoerd) 1 (koopwaren) door een land vervoeren, aanvoeren met het doel dat ze weer verder vervoerd worden 2 (maatregelen) uitvoeren, toepassen.
In Spaans overeenkomend met: Aplicar, Emplear Realizar sAanwenden In toepassing brengen Toepassen Tot stand brengen Verwezenlijken | Voerde door | Doorgevoerd
|
DoorvorsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorvorste, heeft doorvorst; doorvorser, doorvorsing) 1 geheel met scherpe blik doorzoeken.
| Doorvorste | Doorvorst
|
DoorvragenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vraagde door/vroeg door, heeft doorgevraagd) 1 doorgaan met vragen.
| Vroeg door | Doorgevraagd
|
| Doorvreten | Vrat door | Doorgevreten
|
DoorwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waaide door/woei door, heeft/is doorgewaaid) 1 doortochten.
| Waaide door, Woei door | Doorgewaaid
|
DoorwadenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorwaadde, heeft doorwaad; doorwading) 1 wadend oversteken.
In Spaans overeenkomend met: Vadear sWaden | Waadde door | Doorgewaad
|
| Doorwaken | Doorwaakte | Doorwaakt
|
DoorwandelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wandelde door, heeft/is doorgewandeld) 1 doorgaan met wandelen.
| Wandelde door | Doorgewandeld
|
| Doorwarmen | Doorwarmde | Doorwarmd
|
| Doorwasemen | Wasemde door | Doorgewasemd
|
DoorwegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woog door, heeft doorgewogen) 1 (in België) zwaar wegen, meetellen, van belang zijn.
| Woog door | Doorgewogen
|
DoorwekenIn Spaans overeenkomend met: Empapar sDoordrenken Indompelen Indopen Soppen | Doorweekte | Doorweekt
|
DoorwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte door, heeft doorgewerkt; doorwerking) 1 voortgaan met werken, met name na het gebruikelijke tijdstip van beëindiging 2 (van krachten, beginselen enz.) zijn werking geleidelijk verder uitstrekken. (overgankelijk werkwoord; werkte door, heeft doorgewerkt) 1 ten einde toe bestuderen 2 bewerken door iets toe te voegen.
| Werkte door | Doorgewerkt
|
| Doorweven | Weefde door | Doorgeweven
|
DoorwinterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; winterde door, heeft doorgewinterd) 1 gedurende de winter op het veld laten staan.
| Winterde door | Doorgewinterd
|
| Doorwoelen | Doorwoelde | Doorwoeld
|
| Doorwonden | Doorwondde | Doorwond
|
DoorworstelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; worstelde door, heeft doorgeworsteld; doorworsteling) 1 met moeite doorwerken.
| Worstelde door | Doorgeworsteld
|
DoorzagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; zaagde door, heeft doorgezaagd) 1 in tweeën zagen .
| Zaagde door | Doorgezaagd
|
DoorzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte door, is doorgezakt) 1 een doorbuiging krijgen 2 tot diep in de nacht veel alcohol drinken.
| Zakte door | Doorgezakt
|
DoorzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond door, heeft doorgezonden) 1 doorsturen.
In Spaans overeenkomend met: Reexpedir
| Zond door | Doorgezonden
|
DoorzettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zette door, heeft doorgezet; doorzetter) 1 verhevigen 2 volhouden, niet opgeven. (overgankelijk werkwoord; zette door, heeft doorgezet) 1 (iets) met ijver ondanks bezwaren of tegenwerking doen voortgaan.
In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir sDoorbijten Voet bij stuk houden Volharden Volhouden | Zette door | Doorgezet
|
DoorzeurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeurde door, heeft doorgezeurd) 1 doorgaan met zeuren 2 (van pijn enz.) niet overgaan, hinderlijk op de achtergrond aanwezig blijven.
| Zeurde door | Doorgezeurd
|
DoorzevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorzeefde, heeft doorzeefd) 1 met talloze gaten doorboren.
In Spaans overeenkomend met: Horadar, Perforar Agujerear sDoorboren Knippen Ponsen | Doorzeefde | Doorzeefd
|
| Doorzieken | Ziekte door | Doorgeziekt
|
DoorzienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doorzag, heeft doorzien) 1 doorgronden. (overgankelijk werkwoord; zag door, heeft doorgezien) 1 vluchtig onderzoeken, doornemen.
In Spaans overeenkomend met: Adivinar Penetrar, Penetrarse sBegrijpen Bevatten Doorgronden Gissen Raden Verwachten | Doorzag | Doorzien
|
| Doorzijgen | Zeeg door | Doorgezegen
|
| Doorzijpelen | Zijpelde door | Doorgezijpeld
|
DoorzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat door, heeft doorgezeten) 1 (paardensport) de drafbewegingen van het paard met de zit volgen.
| Zat door | Doorgezeten
|
DoorzoekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zocht door, heeft doorgezocht) 1 doorgaan met zoeken. (overgankelijk werkwoord; doorzocht, heeft doorzocht; doorzoeking) 1 overal zoekend doorlopen, doorvoelen enz.
In Spaans overeenkomend met: Escudriñar, Indagar, Registrar sAfzoeken | Zocht door | Doorgezocht
|
| Doorzwelgen | Zwolg door | Doorgezwolgen
|
DoorzwetenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zweette door, heeft doorgezweet) 1 (van muren en keramisch vaatwerk) vocht doorlaten.
In Spaans overeenkomend met: Rezumar, Rezumarse sDoorsijpelen | Doorzweette | Doorzweet
|
DoorzwikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwikte door, is doorgezwikt) 1 verstuikt raken.
| Doorzwikte | Doorzwikt
|
DopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt) 1 bevochtigen door indompeling 2 de doop toedienen 3 een naam geven, m.n. bij het dopen 4 (in België) ontgroenen.
In Spaans overeenkomend met: Bautizar
| Doopte | Gedoopt
|
DoppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dopte, heeft gedopt) 1 (in België; informeel) van de bijstand leven, stempelen. (overgankelijk werkwoord; dopte, heeft gedopt) 1 van de dop ontdoen 2 (in België; informeel) dopen, bevochtigen door indompeling.
In Spaans overeenkomend met: Desgranar sAfplukken | Dopte | Gedopt
|
| Dorren | Dorde | Gedord
|
DorsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dorste, heeft gedorsen/gedorst; dorser) 1 (zaad van veldvruchten) met een daartoe geschikt instrument uit de aren, halmen, peulen enz. slaan.
In Spaans overeenkomend met: Trillar sAfranselen Afrossen | Dorste | Gedorst
|
| Dorsten | Dorstte | Gedorst
|
DoserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doseerde, heeft gedoseerd; dosering) 1 een dosis bepalen 2 in doses verdelen.
| Doseerde | Gedoseerd
|
| Dossen | Doste | Gedost
|
DoterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; doteerde, heeft gedoteerd) 1 (een wedstrijd, toernooi) van prijzengeld voorzien. (overgankelijk werkwoord; doteerde, heeft gedoteerd) 1 schenken, geven.
| Doteerde | Gedoteerd
|
DotterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dotterde, heeft gedotterd) 1 (iem.) een dotterbehandeling geven.
| Dotterde | Gedotterd
|
DoublerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doubleerde, heeft gedoubleerd) 1 (ook absoluut) (een leerjaar) nogmaals doorlopen 2 (ook absoluut) (de inzet van een spel) verdubbelen 3 (kleding) voeren.
| Doubleerde | Gedoubleerd
|
DouchenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; douchte, heeft gedoucht; doucher) 1 zich wassen onder een straal stromend water.
In Spaans overeenkomend met: Ducharse
| Douchte | Gedoucht
|
DouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; douwde, heeft gedouwd; douwer) 1 (informeel) duwen.
In Spaans overeenkomend met: Empujar sDringen Duwen Stoten | Douwde | Gedouwd
|
DovenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doofde, is gedoofd; dover, doving) 1 (van vuur, licht) ophouden met branden. (overgankelijk werkwoord; doofde, heeft gedoofd) 1 (vuur, licht) uitdoen.
In Spaans overeenkomend met: Apagar, Apagarse, Extinguir sBlussen Uitblazen Uitblussen Uitdoen Uitdoven Uitmaken | Doofde | Gedoofd
|
DraaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; draaide, heeft gedraaid) 1 als middelpunt hebben. (onovergankelijk werkwoord) 1 (draaide, heeft/is gedraaid) zich in de rondte bewegen 2 (draaide, is gedraaid) van richting veranderen 3 (draaide, heeft gedraaid) functioneren, in werking zijn 4 (draaide, heeft gedraaid) lopen, gaande zijn. (overgankelijk werkwoord; draaide, heeft gedraaid) 1 (ook absoluut) in de rondte laten bewegen 2 (ook absoluut) (een telefoonnummer) kiezen 3 van richting doen veranderen 4 door draaien maken of bewerken 5 door draaien in de genoemde toestand brengen 6 door middel van apparatuur vertonen of ten gehore brengen .
In Spaans overeenkomend met: Marcar Rodar Tornear Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver Girar Virar sKeren Omdraaien Omkeren Omkeren|Zich omkeren Ronddraaien Wenden Wentelen Zich omkeren Zwenken | Draaide | Gedraaid
|
DragenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droeg, heeft gedragen; drager) 1 zich over een afstand uitstrekken. (overgankelijk werkwoord; droeg, heeft gedragen) 1 (ook absoluut) van onderen tegenkracht uitoefenen, zodat het niet valt 2 (ook absoluut) door dragen verplaatsen 3 (ook absoluut) zwanger zijn van 4 bij zich hebben 5 als kledingstuk, sieraad enz. aan, op het lichaam hebben 6 voorzien zijn van 7 zich belasten met 8 verdragen .
In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin Gestar Reportar Sufrir Sostener Llevar, Tener puesto sAanhebben Brengen Koesteren Naar buiten brengen Onderhouden Ondersteunen Ophebben Ruggensteunen Schoren Schragen Voorhebben Zwanger zijn van | Droeg | Gedragen
|
DrainerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; draineerde, heeft gedraineerd; drainage) 1 (bouwland, weiland, pleinen) droogleggen door het aanleggen van buizen onder de grond 2 (geneeskunde) het vocht laten weglopen uit een holte of abces.
In Spaans overeenkomend met: Drenar sAftappen Afwateren Droogleggen | Draineerde | Gedraineerd
|
DralenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draalde, heeft gedraald; draler, draling) 1 (formeel) treuzelen.
In Spaans overeenkomend met: Tardar
| Draalde | Gedraald
|
DramatiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dramatiseerde, heeft gedramatiseerd; dramatisering) 1 voor het toneel bewerken 2 ernstiger voorstellen dan het is.
In Spaans overeenkomend met: Dramatizar
| Dramatiseerde | Gedramatiseerd
|
DrammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dramde, heeft gedramd; drammer) 1 (informeel) aandringen, aanhoudend zeuren, zaniken.
| Dramde | Gedramd
|
DraperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drapeerde, heeft gedrapeerd; drapering) 1 (een kleed) losjes, in plooien afhangend over of om iets heen leggen.
In Spaans overeenkomend met: Empavesar, Ornar con colgaduras
| Drapeerde | Gedrapeerd
|
DravenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draver) 1 (draafde, heeft gedraafd) (van paarden) in draf gaan 2 (draafde, heeft/is gedraafd) hard lopen.
In Spaans overeenkomend met: Trotar sDribbelen | Draafde | Gedraafd
|
DreggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dregde, heeft gedregd) 1 met een dreg (naar iets) vissen.
| Dregde | Gedregd
|
DreigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreigde, heeft gedreigd; dreiging) 1 (van iets slechts of vervelends) op het punt staan te gebeuren, los te barsten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dreigde, heeft gedreigd) 1 iets slechts of vervelends in het vooruitzicht stellen.
In Spaans overeenkomend met: Amagar, Amenazar, Conminar sBedreigen | Dreigde | Gedreigd
|
DreinenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreinde, heeft gedreind; dreiner) 1 huilerig zeuren.
| Dreinde | Gedreind
|
DrenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drenkte, heeft gedrenkt; drenking) 1 drinken geven aan 2 laten doortrekken met een vloeistof.
| Drenkte | Gedrenkt
|
DrentelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drentelde, heeft/is gedrenteld; drentelaar, drenteling) 1 langzaam, op zijn gemak, zonder een bepaald doel rondlopen.
In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar sFlaneren Kuieren Rondhangen Slenteren | Drentelde | Gedrenteld
|
DrenzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drensde, heeft gedrensd) 1 dreinen.
| Drensde | Gedrensd
|
DresserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dresseerde, heeft gedresseerd; dresseur, dressuur) 1 africhten, kunstjes leren.
In Spaans overeenkomend met: Amaestrar Educar Adiestrar sAfrichten Grootbrengen Kweken Opleiden Opvoeden Temmen Tot gehoorzaamheid dwingen | Dresseerde | Gedresseerd
|
| Dretsen | Dretste | Gedretst
|
DreunenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreunde, heeft gedreund) 1 trillen met een zwaar, dof geluid 2 dof en zwaar weerklinken.
In Spaans overeenkomend met: Retumbar sDonderen | Dreunde | Gedreund
|
DreutelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreutelde, heeft gedreuteld) 1 (informeel) treuzelen.
| Dreutelde | Gedreuteld
|
DrevelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drevelde, heeft gedreveld) 1 met een drevel aan- of doorslaan.
| Drevelde | Gedreveld
|
DribbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dribbelde, heeft/is gedribbeld) 1 met kleine snelle passen lopen 2 (sport) de bal met lichte tikjes voortdrijven.
In Spaans overeenkomend met: Driblar Trotar sDraven | Dribbelde | Gedribbeld
|
DriegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; driegde, heeft gedriegd) 1 (in België) rijgen, met wijde steken vastnaaien.
| Driegde | Gedriegd
|
DrijvenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dreef, heeft gedreven) 1 aansporen, bewegen tot. (onovergankelijk werkwoord; drijver) 1 (dreef, heeft/is gedreven) aan de oppervlakte van een vloeistof blijven 2 (dreef, heeft/is gedreven) in de lucht zweven 3 (dreef, heeft gedreven) doornat zijn. (overgankelijk werkwoord; dreef, heeft gedreven) 1 voor zich uit doen gaan 2 (handel) plegen, (een zaak) leiden 3 slaan 4 figuren op metaal uitkloppen .
In Spaans overeenkomend met: Ir a la deriva Flotar, Sobrenadar Nadar Acuciar, Arrear, Impeler sAandrijven Afdrijven Dobberen Op drift zijn Opjagen Vlotten Voortdrijven Zwemmen | Dreef | Gedreven
|
DrillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drilde, heeft gedrild; driller, drilling) 1 schudden, trillen. (overgankelijk werkwoord; drilde, heeft gedrild) 1 volgens strenge regels, op harde wijze africhten 2 boren 3 slijpen met een rad.
In Spaans overeenkomend met: Ejercitar sOefenen | Drilde | Gedrild
|
DringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drong, is gedrongen) 1 zich een weg banen 2 naar voren duwen . (overgankelijk werkwoord; drong, heeft gedrongen) 1 door drukken verplaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar Empujar Apremiar, Urgir sAandrukken Aanduwen Douwen Dringend zijn Drukken Duwen Haasten Jachten Knellen Persen Pressen Stoten Tot haast aanzetten Urgent zijn | Drong | Gedrongen
|
DrinkenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 vloeistof die men opdrinkt. (onovergankelijk werkwoord; dronk, heeft gedronken) 1 alcohol gebruiken. (overgankelijk werkwoord; dronk, heeft gedronken) 1 (ook absoluut) (vloeistof) tot zich nemen 2 door drinken in een bepaalde toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Tomar Beber sGebruiken | Dronk | Gedronken
|
DroedelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droedelde, heeft gedroedeld) 1 gedachteloos zomaar wat tekenen.
| Droedelde | Gedroedeld
|
DrogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droogde, heeft/is gedroogd; droger, droging) 1 droog worden. (overgankelijk werkwoord; droogde, heeft gedroogd) 1 droogmaken of droog laten worden 2 (levensmiddelen) conserveren door er de van nature in aanwezige vochten uit te trekken.
In Spaans overeenkomend met: Secar sDroogmaken Uitdrogen | Droogde | Gedroogd
|
DrogerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drogeerde, heeft gedrogeerd) 1 stimulerende middelen toedienen.
| Drogeerde | Gedrogeerd
|
DromenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; droomde, heeft gedroomd) 1 hevig verlangen naar. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; droomde, heeft gedroomd; dromer) 1 (iets) tijdens de slaap beleven, alsof het echt gebeurt 2 mijmeren zonder te letten op wat rondom gebeurt.
In Spaans overeenkomend met: Soñar
| Droomde | Gedroomd
|
DrommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dromde, heeft/is gedromd) 1 (formeel) in drommen komen of gaan.
| Dromde | Gedromd
|
DroogleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde droog, heeft drooggelegd; drooglegger, drooglegging) 1 droogmaken, draineren 2 de verkoop van alcoholische dranken verbieden.
In Spaans overeenkomend met: Drenar sAftappen Afwateren Draineren | Legde droog | Drooggelegd
|
DrooglopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep droog, is drooggelopen) 1 boven water komen bij eb 2 (van machines) vastlopen door te weinig vloeistof.
| Liep droog | Drooggelopen
|
DroogmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte droog, heeft drooggemaakt; droogmaking) 1 afdrogen 2 (een meer, een plas enz.) door uitmaling in droog land veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Secar sDrogen Uitdrogen | Maakte droog | Drooggemaakt
|
DroogmalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maalde droog, heeft drooggemalen) 1 droogmaken.
| Maalde droog | Drooggemalen
|
DroogstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond droog, heeft drooggestaan) 1 geen water meer hebben 2 (van koeien) geen melk meer geven 3 geen alcoholische drank meer gebruiken.
| Stond droog | Drooggestaan
|
DroogstokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stookte droog, heeft drooggestookt) 1 door verwarming droogmaken.
| Stookte droog | Drooggestookt
|
DroogvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel droog, is drooggevallen) 1 bij het vallen van het water droog komen te liggen.
| Viel droog | Drooggevallen
|
| Droogwrijven | Wreef droog | Drooggewreven
|
DroogzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette droog, heeft drooggezet) 1 (personen) alcoholische drank ontzeggen 2 (een schip) in een droogdok brengen.
| Zette droog | Drooggezet
|
DroogzwemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwom droog, heeft drooggezwommen) 1 zwembewegingen maken op het droge 2 iets oefenen in een leersituatie 3 zich behelpen.
| Zwom droog | Drooggezwommen
|
DroppelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie druppelen.
| Droppelde | Gedroppeld
|
DroppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dropte, heeft gedropt; dropping) 1 (formeel) druppelen. (overgankelijk werkwoord; dropte, heeft gedropt) 1 iem. ergens afzetten 2 (militair, leger) uit een vliegtuig werpen.
| Dropte | Gedropt
|
DrossenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droste, is gedrost) 1 deserteren.
| Droste | Gedrost
|
| Drozen | Droosde | Gedroosd
|
DruilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; druilde, heeft gedruild) 1 (van het weer) regenachtig zijn.
In Spaans overeenkomend met: Echar la siesta sDutten Sluimeren | Druilde | Gedruild
|
| Druiloren | Druiloorde | Gedruiloord
|
DruipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droop, heeft gedropen; druiper) 1 in druppels neervallen 2 vocht in druppels laten neervallen.
In Spaans overeenkomend met: Chorrear sStromen | Droop | Gedropen
|
DruipstaartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; druipstaartte, heeft gedruipstaart) 1 (van honden, vossen enz.) de staart tussen de benen laten hangen.
| Druipstaartte | Gedruipstaart
|
DruisenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; druiste, heeft gedruist) 1 een aanhoudend dof, vrij sterk geluid voortbrengen.
| Druiste | Gedruist
|
DrukkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; drukte, heeft gedrukt) 1 een last zijn voor. (overgankelijk werkwoord; drukte, heeft gedrukt) 1 (ook absoluut) door een stuwende kracht iets in zekere toestand of ergens brengen 2 (ook absoluut) (letters, tekeningen enz.) d.m.v. een pers op papier e.d. overbrengen 3 (ook absoluut) poepen 4 (ook absoluut) (sport) gewichtheffen, waarbij de halter vanaf het strottenhoofd boven het hoofd gebracht wordt 5 omlaagbrengen 6 (boeken, platen) met de pers vervaardigen . (wederkerend werkwoord; drukte zich, heeft zich gedrukt) 1 (informeel) zich aan zijn plicht onttrekken.
In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar Estampar, Imprimir sAandrukken Aanduwen Afdrukken Boekdrukken Dringen Knellen Persen Pressen Printen | Drukte | Gedrukt
|
DrummenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drumde, heeft gedrumd) 1 (in België) dringen, duwen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; drumde, heeft gedrumd; drummer) 1 de drums bespelen.
| Drumde | Gedrumd
|
DruppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; druppeling) 1 (druppelde, heeft/is gedruppeld) in druppels vallen 2 (druppelde, heeft gedruppeld) druppels laten vallen. (overgankelijk werkwoord; druppelde, heeft gedruppeld) 1 in druppels laten neervallen. (onpersoonlijk werkwoord; druppelde, heeft gedruppeld) 1 zachtjes regenen.
| Druppelde | Gedruppeld
|
DruppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (drupte, heeft/is gedrupt) in druppels neervallen 2 (drupte, heeft gedrupt) druppels laten vallen. (onpersoonlijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Drupte | Gedrupt
|
DubbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dubbelde, heeft gedubbeld) 1 (sport) een dubbelspel spelen. (overgankelijk werkwoord; dubbelde, heeft gedubbeld) 1 (ook absoluut) (in België) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen 2 een beschermende laag of bekleding aanbrengen op (een schip) 3 (een beschadigde prent of tekening) op een nieuwe papieren onderlaag plakken 4 (sport) op een ronde achterstand zetten.
| Dubbelde | Gedubbeld
|
DubbelslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg dubbel, is dubbelgeslagen) 1 in tweeën buigen. (overgankelijk werkwoord; sloeg dubbel, heeft dubbelgeslagen) 1 omvouwen.
| Sloeg dubbel | Dubbelgeslagen
|
DubbelvouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vouwde dubbel, heeft dubbelgevouwen) 1 zo in tweeën vouwen dat de helften op elkaar liggen.
In Spaans overeenkomend met: Doblar
| Vouwde dubbel | Dubbelgevouwen
|
| Dubbelzien | Zag dubbel | Dubbelgezien
|
DubbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dubde, heeft gedubd) 1 twijfelen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dubde, heeft gedubd) 1 (een film of plaat) nog eens opnemen met een andere stem.
In Spaans overeenkomend met: Dudar Titubear, Vacilar sAarzelen In dubio staan Schoorvoeten Schromen Twijfelen Weifelen | Dubde | Gedubd
|
DuchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duchtte, heeft geducht) 1 vrezen.
In Spaans overeenkomend met: Temer sBang zijn voor Schromen Terugschrikken voor Vrezen | Duchtte | Geducht
|
DuellerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duelleerde, heeft geduelleerd; duellist) 1 een tweegevecht houden.
| Duelleerde | Geduelleerd
|
DuidenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; duidde, heeft geduid) 1 een aanwijzing zijn voor. (onovergankelijk werkwoord; duidde, heeft geduid; duider, duiding) 1 wijzen met de vinger. (overgankelijk werkwoord; duidde, heeft geduid) 1 uitleggen.
In Spaans overeenkomend met: Interpretar sInterpreteren Uitleggen Verklaren Vertolken | Duidde | Geduid
|
DuikelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duikelaar, duikeling) 1 (duikelde, heeft/is geduikeld) buitelen 2 (duikelde, is geduikeld) (informeel) draaiend vallen 3 (duikelde, is geduikeld) (van waardepapieren) kelderen.
In Spaans overeenkomend met: Voltear sBuitelen Kopje duikelen Voltigeren | Duikelde | Geduikeld
|
DuikenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; dook, is gedoken) 1 zich verdiepen in. (onovergankelijk werkwoord; duiker) 1 (dook, heeft/is gedoken) met gestrekt lichaam voorover springen zodat men ondersteboven in het water terechtkomt 2 (dook, is gedoken) snel omlaaggaan 3 (dook, is gedoken) zich schielijk verbergen.
In Spaans overeenkomend met: Bucear, Zambullirse Inundar sOnderduiken Zinken | Dook | Gedoken
|
DuimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duimde, heeft geduimd; duimer) 1 de duim van de ene en de wijsvinger van de andere hand afwisselend tegen elkaar drukken, om een afwezige iets goeds toe te wensen 2 op de duim zuigen.
| Duimde | Geduimd
|
DuisterenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; duisterde, heeft geduisterd; duistering) 1 (formeel) duister worden.
| Duisterde | Geduisterd
|
| Duivelen | Duivelde | Geduiveld
|
DuizelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duizelde, heeft geduizeld) 1 draaierig in het hoofd worden.
| Duizelde | Geduizeld
|
DuldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duldde, heeft geduld; dulder, dulding) 1 lijdzaam ondergaan 2 toelaten.
In Spaans overeenkomend met: Consentir Aguantar hasta el fin Aguantar Comportar Padecer Tolerar sAanzien Doorstaan Harden Lijden Lijden aan Ondergaan Pikken Toelaten Tolereren Uithouden Uitstaan Velen Verdragen Weerstaan | Duldde | Geduld
|
DumpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dumpte, heeft gedumpt; dumping) 1 (ook absoluut) onder de marktprijs verkopen 2 (ook absoluut) als afval storten 3 (iem.) in de steek laten, laten vallen.
| Dumpte | Gedumpt
|
DunkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; docht/dunkte, heeft gedocht/gedunkt) 1 het oordeel zijn van iem. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dunkte, heeft gedunkt) 1 (de bal) spelen door hem naar beneden door de basket te duwen.
| Docht | Gedocht
|
DunnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dunde, is gedund) 1 minder dicht of talrijk worden. (overgankelijk werkwoord; dunde, heeft gedund) 1 minder dicht of talrijk maken.
| Dunde | Gedund
|
DuperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dupeerde, heeft gedupeerd) 1 de dupe doen worden.
| Dupeerde | Gedupeerd
|
DuplicerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dupliceerde, heeft gedupliceerd; duplicatie) 1 op een repliek antwoorden. (overgankelijk werkwoord; dupliceerde, heeft gedupliceerd) 1 kopiëren.
In Spaans overeenkomend met: Duplicar sOp een repliek antwoorden | Dupliceerde | Gedupliceerd
|
DurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duurde, heeft geduurd) 1 blijven bestaan.
In Spaans overeenkomend met: Tardar Durar sAanblijven Aanhouden Beklijven Standhouden Voortduren | Duurde | Geduurd
|
DurvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dorst/durfde, heeft gedurfd; durver) 1 (iets) doen, ondanks dat men angstig is of dat er reden is tot angst.
In Spaans overeenkomend met: Animarse Atreverse, Osar Atreverse a sBestaan Geanimeerd worden Moed vatten Opleven Wagen | Durfde, Dorst | Gedurfd
|
DuttenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dutte, heeft gedut; dutter) 1 een kort slaapje doen 2 dommelen.
In Spaans overeenkomend met: Echar la siesta sDruilen Sluimeren | Dutte | Gedut
|
DuvelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (duvelde, heeft geduveld) (informeel) last veroorzaken 2 (duvelde, is geduveld) (informeel) plotseling vallen.
| Duvelde | Geduveld
|
DuwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duwde, heeft geduwd) 1 druk uitoefenen op. (overgankelijk werkwoord; duwde, heeft geduwd) 1 door druk voortbewegen 2 door duwen ergens, in een toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Empujar sDouwen Dringen Stoten | Duwde | Geduwd
|
DwalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwaalde, heeft gedwaald; dwaler, dwaling) 1 zich in de juiste richting vergissen 2 zwerven, zonder bepaald doel rondgaan 3 zich vergissen, met name zich van het pad der deugd verwijderen.
In Spaans overeenkomend met: Descarriarse, Desviarse, Extraviarse Equivocarse Errar, Vagabundear, Vagar sAfdwalen Afscheiden|Zich afscheiden Dolen Een fout maken Ernaast zitten Ronddolen Ronddwalen Van de weg afraken Van de weg afwijken Verdwalen Vergissen in|Zich vergissen in Vergissen|Zich vergissen Waren Zich afscheiden Zich vergissen Zich vergissen in Zwerven | Dwaalde | Gedwaald
|
DwarrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwarrelde, heeft/is gedwarreld; dwarreling) 1 in een onregelmatige, fladderende, draaiende beweging zich verplaatsen.
| Dwarrelde | Gedwarreld
|
DwarsbomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dwarsboomde, heeft gedwarsboomd) 1 moeilijkheden in de weg leggen.
In Spaans overeenkomend met: Contrariar sHinderen Tegenwerken | Dwarsboomde | Gedwarsboomd
|
DwarsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dwarste, heeft gedwarst) 1 (in België, niet algemeen) kruisen, dwars oversteken.
| Dwarste | Dwarst
|
DwarsliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag dwars, heeft dwarsgelegen; dwarsligger) 1 zich op een onredelijke manier ergens tegen verzetten.
| Lag dwars | Dwarsgelegen
|
DweilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dweilde, heeft/is gedweild) 1 doelloos op straat rondzwerven. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dweilde, heeft gedweild) 1 (een oppervlak) met een dweil schoonmaken 2 (een ijsbaan) met een dweilwagen vegen.
In Spaans overeenkomend met: Fregar
| Dweilde | Gedweild
|
| Dwepen | Dweepte | Gedweept
|
DwingenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwong, heeft gedwongen) 1 (van kinderen) zeuren om iets te krijgen. (overgankelijk werkwoord; dwong, heeft gedwongen) 1 (iem.) door uitoefening van macht beïnvloeden.
In Spaans overeenkomend met: Forzar, Obligar sNoodzaken Verplichten | Dwong | Gedwongen
|