E-mailenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; e-mailde, heeft ge-e-maild) 1 per e-mail verzenden.
| E-mailde | Ge-e-maild
|
EbaucherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ebaucheerde, heeft geëbaucheerd) 1 schetsen, vluchtig ontwerpen, met name het maken van een model in was of klei voor een beeld in marmer of metaal.
| Ebaucheerde | Geëbaucheerd
|
EbbenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 ebbenhout. (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 ebbenhouten 2 zwart als ebbenhout.
| Ebde | Geëbd
|
EcarterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ecarteerde, heeft geëcarteerd) 1 ecarté spelen. (overgankelijk werkwoord; ecarteerde, heeft geëcarteerd) 1 (formeel) verwijderen, terzijde schuiven.
| Ecarteerde | Geëcarteerd
|
| Echelonneren | Echelonneerde | Geëchelonneerd
|
EchoënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; echode, heeft geëchood) 1 weergalmen. (overgankelijk werkwoord; echode, heeft geëchood) 1 napraten, nazeggen.
| Echode | Geëchood
|
EchtbrekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; echtbreker) 1 (formeel) overspel plegen.
| |
|
EchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; echtte, heeft geëcht; echting) 1 (een kind) wettig verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Legitimar sLegitimeren | Echtte | Geëcht
|
EclipserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; eclipseerde, is geëclipseerd) 1 verduisterd worden 2 verdwijnen.
| Eclipseerde | Geëclipseerd
|
| Economiseren | Economiseerde | Geëconomiseerd
|
EenendertigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; eenendertigde, heeft geëenendertigd) 1 een kaartspel spelen waarbij men 31 punten moet verzamelen.
| Eenendertigde | Geëenendertigd
|
EenentwintigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; eenentwintigde, heeft geëenentwintigd) 1 een kaartspel spelen waarbij men tot 21 punten kaarten van de bank mag kopen.
| Eenentwintigde | Geëenentwintigd
|
EerbiedigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; eerbiedigde, heeft geëerbiedigd; eerbiediging) 1 het bestaansrecht erkennen van (iets) en daarnaar handelen.
In Spaans overeenkomend met: Acatar, Respectar, Respetar sHoogachten Ontzien Respecteren Vereren | Eerbiedigde | Geëerbiedigd
|
| Eesten | Eestte | Geëest
|
EffectuerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; effectueerde, heeft geëffectueerd; effectuering) 1 ten uitvoer brengen.
| Effectueerde | Geëffectueerd
|
EffenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; effende, heeft geëffend; effenaar, effening) 1 gladmaken 2 vereffenen.
In Spaans overeenkomend met: Allanar sEffen maken | Effende | Geëffend
|
EgaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; egaliseerde, heeft geëgaliseerd; egalisatie/egalisering) 1 gelijk, gladmaken.
| Egaliseerde | Geëgaliseerd
|
EggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; egde, heeft geëgd) 1 (grond) met de eg bewerken.
In Spaans overeenkomend met: Rastrillar
| Egde | Geëgd
|
EgotrippenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; egotripper) 1 zich aan een egotrip overgeven.
| |
|
EiertikkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 het tegen elkaar tikken van gekookte eieren.
| |
|
| Eigenen | Eigende | Geëigend
|
| Einden | Eindde | Geëind
|
EindigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; eindiging) 1 (eindigde, is geëindigd) niet verder gaan 2 (eindigde, heeft geëindigd) bidden na de maaltijd 3 (eindigde, is geëindigd) (sport) finishen 4 uiteindelijk terechtkomen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; eindigde, heeft geëindigd) 1 beëindigen.
In Spaans overeenkomend met: Acabarse Terminar Acabar Boquear, Expirar, Terminarse sAflopen Afmaken Afsluiten Besluiten Beëindigen Ophouden Uitgaan Uitlopen Uitmaken Uitraken Verlopen Voleindigen | Eindigde | Geëindigd
|
EisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; eiste, heeft geëist; eiser) 1 met alle geweld willen 2 (juridisch) van de rechter als uitspraak verlangen 3 (iets) als een noodzakelijk deel van een proces of actie nodig hebben .
In Spaans overeenkomend met: Exigir Reclamar sOpeisen Rekenen Vereisen Vergen Voorschrijven Vorderen | Eiste | Geëist
|
EjaculerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ejaculeerde, heeft geëjaculeerd; ejaculatie) 1 ejaculaat uitscheiden.
| Ejaculeerde | Geëjaculeerd
|
ElektrificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; elektrificeerde, heeft geëlektrificeerd; elektrificatie) 1 inrichten tot het gebruiken van elektriciteit.
In Spaans overeenkomend met: Electrizar
| Elektrificeerde | Geëlektrificeerd
|
ElektriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; elektriseerde, heeft geëlektriseerd) 1 elektriciteit opwekken in, mededelen aan 2 een prikkelende, bezielende werking uitoefenen.
| Elektriseerde | Geëlektriseerd
|
ElektrocuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; elektrocuteerde, heeft geëlektrocuteerd; elektrocutie) 1 doden door elektrische stroom.
In Spaans overeenkomend met: Electrocutar
| Elektrocuteerde | Geëlektrocuteerd
|
| Elideren | Elideerde | Geëlideerd
|
EliminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; elimineerde, heeft geëlimineerd; eliminering/eliminatie) 1 wegwerken, verwijderen of uitschakelen 2 (eufemisme) vermoorden.
In Spaans overeenkomend met: Eliminar sAfschaffen Opdoeken Uitmaken Verwijderen Wegdoen | Elimineerde | Geëlimineerd
|
EmaillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emailleerde, heeft geëmailleerd; emailleur) 1 met email bekleden.
In Spaans overeenkomend met: Esmaltar
| Emailleerde | Geëmailleerd
|
EmanciperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emancipeerde, heeft geëmancipeerd; emancipatie) 1 bevrijden van sociale, politieke, wettelijke enz. belemmeringen 2 gelijkstellen voor de wet.
In Spaans overeenkomend met: Emancipar sMondig verklaren Ontvoogden | Emancipeerde | Geëmancipeerd
|
EmanerenIn Spaans overeenkomend met: Emanar sUitstralen | Emaneerde | Geëmaneerd
|
EmballerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emballeerde, heeft geëmballeerd; emballeur, emballage) 1 inpakken op grote schaal.
In Spaans overeenkomend met: Embalar, Empaquetar sInpakken Pakken | Emballeerde | Geëmballeerd
|
EmbarkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; embarkeerde, is geëmbarkeerd) 1 zich inschepen. (overgankelijk werkwoord; embarkeerde, heeft geëmbarkeerd) 1 aan boord van een schip brengen.
| Embarkeerde | Geëmbarkeerd
|
EmenderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; emendeerde, heeft geëmendeerd; emendatie) 1 verbeteringen aanbrengen in.
| Emendeerde | Geëmendeerd
|
EmigrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; emigreerde, is geëmigreerd; emigrant, emigratie) 1 verhuizen naar het buitenland.
In Spaans overeenkomend met: Emigrar sUittrekken Uitwijken | Emigreerde | Geëmigreerd
|
EmitterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emitteerde, heeft geëmitteerd; emissie) 1 (aandelen enz.) uitgeven 2 (afvalstoffen) uitstoten.
In Spaans overeenkomend met: Editar Emitir sAfgeven In omloop brengen Uitgeven | Emitteerde | Geëmitteerd
|
EmmerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; emmerde, heeft geëmmerd) 1 (pejoratief; informeel) zeuren.
| Emmerde | Geëmmerd
|
EmotionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emotioneerde, heeft geëmotioneerd) 1 emoties, ontroering veroorzaken.
| Emotioneerde | Geëmotioneerd
|
EmulgerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; emulgeerde, heeft geëmulgeerd) 1 een emulsie maken van of met.
In Spaans overeenkomend met: Emulsionar
| Emulgeerde | Geëmulgeerd
|
EncadrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; encadreerde, heeft geëncadreerd; encadrering) 1 inlijsten 2 omsluiten.
| Encadreerde | Geëncadreerd
|
EncanaillerenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; encanailleerde zich, heeft zich geëncanailleerd) 1 zich inlaten met.
| Encanailleerde | Geëncanailleerd
|
EndosserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; endosseerde, heeft geëndosseerd) 1 (handel) een wissel of ander stuk aan een ander overdragen door op de rugzijde de ondertekende en gedagtekende clausule te schrijven.
In Spaans overeenkomend met: Endosar, Girar, Traspasar un crédito sGireren Wenden | Endosseerde | Geëndosseerd
|
EnerverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; enerveerde, heeft geënerveerd) 1 op de zenuwen werken.
| Enerveerde | Geënerveerd
|
EngagerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; engageerde, heeft geëngageerd) 1 (een artiest) tot bepaalde diensten verbinden 2 (schermen) contact tussen de klingen herstellen. (wederkerend werkwoord; engageerde zich, heeft zich geëngageerd) 1 zich als artiest verbinden 2 zich verloven.
In Spaans overeenkomend met: Enzarzar sBetrekken In dienst nemen | Engageerde | Geëngageerd
|
EnquêterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; enquêteerde, heeft geënquêteerd) 1 (iem.) ondervragen over bepaalde meningen, gewoonten enz.
In Spaans overeenkomend met: Encuestar
| Enquêteerde | Geënquêteerd
|
EnscenerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ensceneerde, heeft geënsceneerd; enscenering) 1 voor het toneel of de film inrichten 2 als schijnvertoning opvoeren.
| Ensceneerde | Geënsceneerd
|
EntamerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; entameerde, heeft geëntameerd) 1 een begin maken met.
| Entameerde | Geëntameerd
|
EntenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; entte, is geënt) 1 grondvesten op. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; entte, heeft geënt; enting) 1 een loot op een andere boom bevestigen zodat zij zich met die stam kan verbinden 2 inenten.
In Spaans overeenkomend met: Injertar Inocular sInenten Oculeren | Entte | Geënt
|
EnterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; enterde, heeft geënterd) 1 (ook absoluut) (een vijandelijk schip) aan boord klampen en beklimmen om het te veroveren 2 (informeel) (iem.) aanklampen, aanhouden.
In Spaans overeenkomend met: Aferrar
| Enterde | Geënterd
|
EntertainenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; entertainde, heeft geëntertaind; entertainer, entertaining) 1 vermaken, aangenaam bezighouden.
| Entertainde | Geëntertaind
|
EnthousiasmerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; enthousiasmeerde, heeft geënthousiasmeerd) 1 enthousiast maken.
In Spaans overeenkomend met: Entusiasmar sBezielen | Enthousiasmeerde | Geënthousiasmeerd
|
| Entraineren | Entraineerde | Geëntraineerd
|
EpaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; epateerde, heeft geëpateerd) 1 overdonderen.
| Epateerde | Geëpateerd
|
EpibrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; epibreerde, heeft geëpibreerd) 1 (schertsend) niet nader aan te geven werkzaamheden verrichten, waarvan men de indruk wil geven dat ze belangrijk zijn.
| Epibreerde | Geëpibreerd
|
EpilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; epileerde, heeft geëpileerd; epilatie) 1 ontharen met een pincet.
In Spaans overeenkomend met: Depilar, Depilarse
| Epileerde | Geëpileerd
|
EquiperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; equipeerde, heeft geëquipeerd) 1 van het nodige voorzien.
| Equipeerde | Geëquipeerd
|
ErbarmenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 (formeel) medelijden. (werkwoord; erbarmde, heeft erbarmd) 1 medelijden tonen met, uit medelijden hulp verlenen aan, zich ontfermen over.
| Erbarmde | Erbarmd
|
ErenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; eerde, heeft geëerd) 1 hoger aanzien verlenen.
In Spaans overeenkomend met: Honrar sHuldigen Vereren | Eerde | Geëerd
|
ErgerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ergerde, heeft geërgerd) 1 tot ontstemming of verontwaardiging prikkelen. (wederkerend werkwoord; ergerde zich, heeft zich geërgerd) 1 ontstemd, geprikkeld worden.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Molestar Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar Disgustar, Enojar sBedroeven Tegenstaan Vermoeien Vervelen | Ergerde | Geërgerd
|
ErkennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; erkende, heeft erkend; erkenning) 1 inzien, toegeven 2 als wettig, echt, juist aanvaarden 3 zich dankbaar tonen voor.
In Spaans overeenkomend met: Confirmar Reconocer Confesar, Declarar sBekennen Bekrachtigen Bevestigen Herkennen Onderkennen Staven Toegeven Vormen | Erkende | Erkend
|
| Erlangen | Erlangde | Erlangd
|
EroderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; erodeerde, is geërodeerd) 1 door wind of water afslijten.
In Spaans overeenkomend met: Erosionar sAfslijten | Erodeerde | Geërodeerd
|
| Erotiseren | Erotiseerde | Geërotiseerd
|
EruitzienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zag eruit, heeft eruitgezien) 1 het genoemde voorkomen hebben 2 de genoemde indruk maken.
| Zag eruit | Eruitgezien
|
ErvarenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; ervarener, meest ervaren; ervarenheid) 1 door ondervinding bekwaam. (overgankelijk werkwoord; ervaarde, heeft ervaren; ervaring) 1 ondervinden, meemaken.
In Spaans overeenkomend met: Experimentar, Pasar la experiencia sBeleven Doormaken Ondervinden | Ervoer | Ervaren
|
ErvenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 erfgenamen. (overgankelijk werkwoord; erfde, heeft geërfd) 1 (ook absoluut) (iets) uit een nalatenschap, door erfenis verkrijgen 2 (eigenschappen) van zijn ouders of voorouders meekrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Heredar sBeërven | Erfde | Geërfd
|
EscalerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; escaleerde, is geëscaleerd; escalatie) 1 het voorwerp worden van escalatie. (overgankelijk werkwoord; escaleerde, heeft geëscaleerd) 1 het voorwerp maken van escalatie.
In Spaans overeenkomend met: Escalar sMet ladders bestormen | Escaleerde | Geëscaleerd
|
| Escamoteren | Escamoteerde | Geëscamoteerd
|
EscorterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; escorteerde, heeft geëscorteerd) 1 ter bescherming of als bewijs van eer begeleiden.
In Spaans overeenkomend met: Escoltar sBegeleiden Gewapend begeleiden | Escorteerde | Geëscorteerd
|
EskimoterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; eskimoteerde, is geëskimoteerd) 1 met de boot omslaan en doordraaien totdat men weer overeind komt.
| Eskimoteerde | Geëskimoteerd
|
EssayerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; essayeerde, heeft geëssayeerd) 1 het zilver- of goudgehalte van een voorwerp of munt onderzoeken.
| Essayeerde | Geëssayeerd
|
| Esthetiseren | Esthetiseerde | Geësthetiseerd
|
EtalerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; etaleerde, heeft geëtaleerd; etaleur) 1 (winkelwaren) uitstallen 2 met enige voldoening tonen.
In Spaans overeenkomend met: Exhibir, Presentar Exponer sBlootstellen Tentoonspreiden Uitbrengen Uitkramen Uitstallen | Etaleerde | Geëtaleerd
|
EtenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 voedsel 2 maaltijd. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; at, heeft gegeten) 1 (iets) als voedsel tot zich nemen.
In Spaans overeenkomend met: Consumir Comer Cenar sBikken Gebruiken Nuttigen Vreten | At | Gegeten
|
EtiketterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; etiketteerde, heeft geëtiketteerd; etikettering) 1 van een etiket voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Etiquetar
| Etiketteerde | Geëtiketteerd
|
EtsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; etste, heeft geëtst) 1 (ook absoluut) in een met hars of was bedekte plaat krassen maken en die vervolgens door een zuur laten inbijten 2 (geneeskunde) aantasten, invreten op.
| Etste | Geëtst
|
EtterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; etterde, heeft geëtterd) 1 etter afscheiden 2 sarren, treiteren.
In Spaans overeenkomend met: Enconarse Ulcerarse Supurar sZweren | Etterde | Geëtterd
|
EtymologiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; etymologiseerde, heeft geëtymologiseerd) 1 de historische oorsprong en de verwante vormen van een woord onderzoeken en verklaren.
| Etymologiseerde | Geëtymologiseerd
|
EuropeaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; europeaniseerde, heeft geëuropeaniseerd; europeanisering) 1 de West-Europese denkwijze, zienswijze en levenswijze ingang doen vinden bij.
| Europeaniseerde | Geëuropeaniseerd
|
EuthanaserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; euthanaseerde, heeft geëuthanaseerd) 1 euthanasie toepassen op.
| Euthanaseerde | Geëuthanaseerd
|
EvacuerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; evacueerde, is geëvacueerd) 1 om veiligheidsredenen tijdelijk weggaan uit zijn woonplaats. (overgankelijk werkwoord; evacueerde, heeft geëvacueerd) 1 (personen) om veiligheidsredenen tijdelijk wegvoeren uit hun woonplaats.
In Spaans overeenkomend met: Evacuar sOntruimen | Evacueerde | Geëvacueerd
|
EvaluerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; evalueerde, heeft geëvalueerd; evaluatie) 1 beoordelen, waarderen.
| Evalueerde | Geëvalueerd
|
EvangeliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; evangeliseerde, heeft geëvangeliseerd; evangelisatie) 1 het evangelie verkondigen aan.
In Spaans overeenkomend met: Evangelizar
| Evangeliseerde | Geëvangeliseerd
|
EvaporerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; evaporeerde, is geëvaporeerd; evaporatie) 1 verdampen.
| Evaporeerde | Geëvaporeerd
|
EvenarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; evenaarde, heeft geëvenaard) 1 gelijk te stellen zijn met.
| Evenaarde | Geëvenaard
|
EvocerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie evoqueren.
| Evoceerde | Geëvoceerd
|
EvoluerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; evolueerde, heeft/is geëvolueerd) 1 een ontwikkelingsproces doormaken 2 wendingen maken.
In Spaans overeenkomend met: Desarrollarse, Evolucionar sOntwikkelen|Zich ontwikkelen Zich ontwikkelen | Evolueerde | Geëvolueerd
|
EvoquerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; evoqueerde, heeft geëvoqueerd) 1 (beelden, gevoelens) oproepen.
| Evoqueerde | Geëvoqueerd
|
| Exalteren | Exalteerde | Geëxalteerd
|
ExaminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; examineerde, heeft geëxamineerd; examinator) 1 (iem.) onderzoeken, ondervragen naar zijn kundigheden.
In Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar sNakijken Nauwkeurig onderzoeken | Examineerde | Geëxamineerd
|
ExcellerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; excelleerde, heeft geëxcelleerd) 1 uitmunten.
| Excelleerde | Geëxcelleerd
|
ExcerperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; excerpeerde, heeft geëxcerpeerd) 1 uittrekken.
In Spaans overeenkomend met: Resumir sResumeren Samenvatten | Excerpeerde | Geëxcerpeerd
|
| Exciteren | Exciteerde | Geëxciteerd
|
ExcommunicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; excommuniceerde, heeft geëxcommuniceerd; excommunicatie) 1 (iem.) van de sacramenten of van de kerkgemeenschap uitsluiten.
In Spaans overeenkomend met: Excomulgar
| Excommuniceerde | Geëxcommuniceerd
|
ExcuserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; excuseerde, heeft geëxcuseerd) 1 verontschuldigen.
In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar sVerontschuldigen Verschonen | Excuseerde | Geëxcuseerd
|
ExecuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; executeerde, heeft geëxecuteerd; executeur, executie) 1 (juridisch) (een vonnis) voltrekken 2 op grond van een vonnis terechtstellen 3 (gevangenen, gijzelaars e.d.) doden. (wederkerend werkwoord; executeerde zich, heeft zich geëxecuteerd) 1 (beursterm) zich insolvent verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Ejecutar sTer dood brengen Terechtstellen | Executeerde | Geëxecuteerd
|
ExercerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; exerceerde, heeft geëxerceerd) 1 militaire bewegingsoefeningen uitvoeren.
| Exerceerde | Geëxerceerd
|
ExhiberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; exhibeerde, heeft geëxhibeerd) 1 tentoonstellen, uitstallen 2 (een bewijsstuk) overleggen.
| Exhibeerde | Geëxhibeerd
|
ExisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; existeerde, heeft geëxisteerd) 1 bestaan.
| Existeerde | Geëxisteerd
|
ExpanderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; expandeerde, is geëxpandeerd) 1 zich uitbreiden.
In Spaans overeenkomend met: Expandir sUitbreiden | Expandeerde | Geëxpandeerd
|
ExpatriërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; expatrieerde, heeft geëxpatrieerd; expatriëring) 1 weggaan uit het vaderland. (overgankelijk werkwoord; expatrieerde, heeft geëxpatrieerd) 1 uit het land verdrijven.
| Expatrieerde | Geëxpatrieerd
|
ExpediërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; expedieerde, heeft geëxpedieerd) 1 afzenden, verzenden.
In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir
| Expedieerde | Geëxpedieerd
|
ExperimenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; experimenteerde, heeft geëxperimenteerd) 1 een proef nemen.
In Spaans overeenkomend met: Experimentar
| Experimenteerde | Geëxperimenteerd
|
ExpirerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; expireerde, is geëxpireerd) 1 sterven 2 (van termijnen) aflopen. (overgankelijk werkwoord; expireerde, heeft geëxpireerd) 1 uitademen.
| Expireerde | Geëxpireerd
|
ExplicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; expliceerde, heeft geëxpliceerd; explicator/explicateur, explicatie) 1 uitleggen.
| Expliceerde | Geëxpliceerd
|
ExpliciterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; expliciteerde, heeft geëxpliciteerd; explicitatie) 1 uitdrukkelijk formuleren.
| Expliciteerde | Geëxpliciteerd
|
ExpliquerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; expliqueerde, heeft geëxpliqueerd) 1 uitleggen.
| Expliqueerde | Geëxpliqueerd
|
ExploderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; explodeerde, is geëxplodeerd; explosie) 1 ontploffen, met een knal uiteenbarsten 2 ontploffen, in woede uitbarsten.
| Explodeerde | Geëxplodeerd
|
ExploiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; exploiteerde, heeft geëxploiteerd; exploitant, exploitatie) 1 (een zaak) tegen vast loon of tegen provisie voor rekening van een ander beheren 2 uitbuiten.
In Spaans overeenkomend met: Beneficiar ((mijn),(mina)), Explotar sUitbaten Uitbuiten Uitmelken | Exploiteerde | Geëxploiteerd
|
ExplorerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; exploreerde, heeft geëxploreerd; exploratie) 1 een gebied verkennen of op bodemschatten doorzoeken.
In Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar sNagaan Onderzoeken Uitvissen Uitzoeken Verkennen Vorsen | Exploreerde | Geëxploreerd
|
ExponerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; exponeerde, heeft geëxponeerd) 1 plaatsen in een kwetsbare positie 2 uiteenzetten 3 (fotografie) aan de inwerking van het licht blootstellen.
| Exponeerde | Geëxponeerd
|
ExporterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; exporteerde, heeft geëxporteerd) 1 (goederen) uitvoeren.
In Spaans overeenkomend met: Exportar sUitvoeren | Exporteerde | Geëxporteerd
|
ExposerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; exposeerde, heeft geëxposeerd) 1 tentoonstellen.
In Spaans overeenkomend met: Exhibir, Exponer sTentoonstellen | Exposeerde | Geëxposeerd
|
ExtensiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; extensiveerde, heeft geëxtensiveerd; extensivering) 1 meer extensief maken.
| Extensiveerde | Geëxtensiveerd
|
ExtraherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; extraheerde, heeft geëxtraheerd; extractie) 1 (geneeskunde) uittrekken 2 een uittreksel maken van 3 (techniek) een stof uit een mengsel afscheiden.
| Extraheerde | Geëxtraheerd
|
ExtrapolerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; extrapoleerde, heeft geëxtrapoleerd; extrapolatie) 1 (wiskunde) uit bekende termen van een reeks daarbuiten gelegen termen berekenen 2 doorberekenen.
In Spaans overeenkomend met: Extrapolar
| Extrapoleerde | Geëxtrapoleerd
|
| Extruderen | Extrudeerde | Geëxtrudeerd
|
| Ezelen | Ezelde | Geëzeld
|