| Fabelen | Fabelde | Gefabeld
|
FabricerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fabriceerde, heeft gefabriceerd; fabricage/fabricatie) 1 (producten) door middel van werktuigen bewerken, vervaardigen op grote schaal 2 knutselend maken 3 (pejoratief) verzinnen, verdichten.
In Spaans overeenkomend met: Fabricar sAanmaken Maken Vervaardigen | Fabriceerde | Gefabriceerd
|
FabriekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fabriekte, heeft gefabriekt) 1 (schertsend; informeel) in elkaar zetten.
| Fabriekte | Gefabriekt
|
FabrikerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (in België, niet algemeen) (producten) fabriceren 2 (in België, niet algemeen) knutselen, fabriceren 3 (in België, niet algemeen) fabriceren, verzinnen.
| Fabrikeerde | Gefabrikeerd
|
FabulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fabuleerde, heeft gefabuleerd) 1 verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven.
| Fabuleerde | Gefabuleerd
|
| Faceliften | Faceliftte | Gefacelift
|
FacturerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; factureerde, heeft gefactureerd; facturist, facturering) 1 een factuur opmaken van, op een factuur vermelden.
| Factureerde | Gefactureerd
|
FaillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; failleerde, is gefailleerd) 1 niet meer kunnen betalen.
| Failleerde | Gefailleerd
|
FakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fakete, heeft gefaket) 1 namaken, verzinnen.
| Fakete | Gefaket
|
FalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; faalde, heeft gefaald) 1 het nagestreefde niet bereiken.
In Spaans overeenkomend met: Fallar
| Faalde | Gefaald
|
FalsificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; falsificeerde, heeft gefalsificeerd; falsificering) 1 vervalsen 2 de onjuistheid aantonen van.
| Falsificeerde | Gefalsificeerd
|
FalsifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie falsificeren.
| Falsifieerde | Gefalsifieerd
|
FantaserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fantaseerde, heeft gefantaseerd) 1 onwerkelijke voorstellingen bedenken 2 op een muziekinstrument improviseren. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fantaseerde, heeft gefantaseerd) 1 (droombeelden) scheppen met zijn verbeelding.
In Spaans overeenkomend met: Fantasear
| Fantaseerde | Gefantaseerd
|
FarcerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; farceerde, heeft gefarceerd) 1 gevogelte of vis vullen met gehakt vlees, truffels e.d.
In Spaans overeenkomend met: Rellenar
| Farceerde | Gefarceerd
|
FascinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fascineerde, heeft gefascineerd; fascinatie) 1 zeer sterk boeien.
In Spaans overeenkomend met: Fascinar sBetoveren | Fascineerde | Gefascineerd
|
FaserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; faseerde, heeft gefaseerd; fasering) 1 in fasen verdelen of doen verlopen.
| Faseerde | Gefaseerd
|
FatsoenerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fatsoeneerde, heeft gefatsoeneerd; fatsoenering) 1 netjes maken.
In Spaans overeenkomend met: Adecentar
| Fatsoeneerde | Gefatsoeneerd
|
FavoriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; favoriseerde, heeft gefavoriseerd) 1 begunstigen, bevoordelen.
| Favoriseerde | Gefavoriseerd
|
FaxenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; faxte, heeft gefaxt) 1 per faxpost verzenden.
| Faxte | Gefaxt
|
FederaliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; federaliseerde, is gefederaliseerd) 1 een federatie, een federale organisatie of staat gaan vormen. (overgankelijk werkwoord; federaliseerde, heeft gefederaliseerd; federalisering) 1 tot een federatie, een federale organisatie of staat omvormen.
| Federaliseerde | Gefederaliseerd
|
FedererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; federeerde, is gefedereerd) 1 een federatie vormen.
| Federeerde | Gefedereerd
|
FeestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; feestte, heeft gefeest) 1 feestvieren.
| Feestte | Gefeest
|
FeestvierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vierde feest, heeft feestgevierd; feestvierder) 1 deelnemen aan een feest, uiting geven aan feestvreugde.
In Spaans overeenkomend met: Celebrar una fiesta sFuiven Vieren | Vierde feest | Feestgevierd
|
FeilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; feilde, heeft gefeild) 1 falen.
| Feilde | Gefeild
|
FeliciterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; feliciteerde, heeft gefeliciteerd) 1 gelukwensen.
In Spaans overeenkomend met: Congratular, Felicitar sGelukwensen | Feliciteerde | Gefeliciteerd
|
FelsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; felste, heeft gefelst; felser) 1 (blikwerk, zinken of ijzeren platen) omvouwen en vastslaan.
| Felste | Gefelst
|
FemelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; femelde, heeft gefemeld; femelaar) 1 zoetsappige en zeurige praatjes houden.
| Femelde | Gefemeld
|
FermenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fermenteerde, heeft gefermenteerd; fermentatie) 1 gisten.
In Spaans overeenkomend met: Fermentar sGisten Werken | Fermenteerde | Gefermenteerd
|
FestonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; festonneerde, heeft gefestonneerd) 1 festons aanbrengen op (een stuk stof).
| Festonneerde | Gefestonneerd
|
FezelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fezelde, heeft gefezeld; fezelaar) 1 fluisteren.
| Fezelde | Gefezeld
|
FiatterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fiatteerde, heeft gefiatteerd) 1 goedkeuren.
| Fiatteerde | Gefiatteerd
|
FibrillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fibrilleerde, heeft gefibrilleerd; fibrillatie) 1 onregelmatig samentrekken (van telkens andere bundels van de hartspier). (overgankelijk werkwoord; fibrilleerde, heeft gefibrilleerd) 1 een vezelstructuur geven.
| Fibrilleerde | Gefibrilleerd
|
FicherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ficheerde, heeft geficheerd; fichering) 1 een kaartsysteem maken van.
| Ficheerde | Geficheerd
|
| Fictionaliseren | Fictionaliseerde | Gefictionaliseerd
|
FiedelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fiedelde, heeft gefiedeld; fiedelaar) 1 (informeel) (een melodie) op de viool spelen.
| Fiedelde | Gefiedeld
|
FieldenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fieldde, heeft gefield; fielder) 1 (sport) veldpartij zijn.
| Fieldde | Gefield
|
FierljeppenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 polsstokverspringen.
| Fierljepte | Gefierljept
|
FietscrossenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fietscroste, heeft gefietscrost) 1 een fietscross houden.
| Fietscroste | Gefietscrost
|
FietsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fietser) 1 (fietste, heeft/is gefietst) rijden op een fiets 2 (fietste, heeft gefietst) (van fietsen, wegen) zo aanvoelen bij het rijden als genoemd wordt .
In Spaans overeenkomend met: Montar en bicicleta
| Fietste | Gefietst
|
FietskamperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fietskampeerde, heeft gefietskampeerd) 1 een meerdaagse fietstocht maken waarbij men overnacht in een tent.
| |
|
| Figgelen | Figgelde | Gefiggeld
|
FigurerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; figureerde, heeft gefigureerd) 1 een rol vervullen. (onovergankelijk werkwoord; figureerde, heeft gefigureerd) 1 optreden als figurant 2 (in België) voorkomen, vermeld staan.
In Spaans overeenkomend met: Figurar sAfbeelden Voorstellen Vormen | Figureerde | Gefigureerd
|
FiguurrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 bij het schaatsenrijden voorgeschreven figuren beschrijven.
| |
|
FiguurzagenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 figuren uit dun hout zagen.
| Figuurzaagde | Gefiguurzaagd
|
| Fijfelen | Fijfelde | Gefijfeld
|
FijnhakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hakte fijn, heeft fijngehakt) 1 door hakken fijnmaken.
In Spaans overeenkomend met: Picar sHakken | Hakte fijn | Fijngehakt
|
FijnkauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kauwde fijn, heeft fijngekauwd) 1 door kauwen fijnmaken.
| Kauwde fijn | Fijngekauwd
|
FijnknijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kneep fijn, heeft fijngeknepen) 1 door knijpen fijnmaken.
| Kneep fijn | Fijngeknepen
|
FijnmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte fijn, heeft fijngemaakt) 1 maken dat iets fijn wordt.
In Spaans overeenkomend met: Pulverizar sVerpoederen Verpulveren | Maakte fijn | Fijngemaakt
|
FijnmalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maalde fijn, heeft fijngemalen) 1 door malen fijn maken.
| Maalde fijn | Fijngemalen
|
FijnslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg fijn, heeft fijngeslagen) 1 door slaan fijnmaken.
| Sloeg fijn | Fijngeslagen
|
FijnsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed fijn, heeft fijngesneden) 1 door snijden fijnmaken.
| Sneed fijn | Fijngesneden
|
FijnstampenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stampte fijn, heeft fijngestampt) 1 door stampen fijnmaken.
In Spaans overeenkomend met: Majar Machacar, Machucar, Triturar sStampen Vermalen | Stampte fijn | Fijngestampt
|
| Fijnstoten | Stootte fijn, Stiet fijn | Fijngestoten
|
| Fijntrappen | Trapte fijn | Fijngetrapt
|
FijnwrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wreef fijn, heeft fijngewreven) 1 door wrijven fijnmaken.
| Wreef fijn | Fijngewreven
|
| Fikfakken | Fikfakte | Gefikfakt
|
FikkenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 (informeel) vingers, handen. (onovergankelijk werkwoord; fikte, heeft gefikt) 1 (informeel) branden.
| Fikte | Gefikt
|
FiksenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fikste, heeft gefikst) 1 (informeel) klaarspelen.
| Fikste | Gefikst
|
FileparkerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 de auto parkeren in de ruimte tussen twee achter elkaar staande auto's.
| |
|
FilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fileerde, heeft gefileerd) 1 (vlees, vis) van bot of graat ontdoen 2 (muziek) (een toon) met dezelfde intensiteit aanhouden 3 (spel) (de speelkaarten) langzaam één voor één openleggen 4 (beeldende kunst) met lijnornamenten beschilderen.
In Spaans overeenkomend met: Filetear
| Fileerde | Gefileerd
|
FilibusterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; filibusterde, heeft gefilibusterd) 1 obstructie plegen.
| Filibusterde | Gefilibusterd
|
FilmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; filmde, heeft gefilmd; filmer) 1 filmopnamen maken van.
In Spaans overeenkomend met: Filmar, Rodar sVerfilmen | Filmde | Gefilmd
|
FilosoferenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; filosofeerde, heeft gefilosofeerd) 1 wijsgerige bespiegelingen houden 2 vrijblijvend peinzen.
| Filosofeerde | Gefilosofeerd
|
FilterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; filterde, is gefilterd; filteraar, filtering) 1 als door een filter tevoorschijn komen. (overgankelijk werkwoord; filterde, heeft gefilterd) 1 door een filter tevoorschijn doen komen.
In Spaans overeenkomend met: Filtrar sFiltreren Zijgen | Filterde | Gefilterd
|
FiltrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; filtreerde, heeft gefiltreerd; filtratie) 1 filteren.
In Spaans overeenkomend met: Colar Filtrar sFilteren Zeven Zijgen | Filtreerde | Gefiltreerd
|
| Finaliseren | Finaliseerde | Gefinaliseerd
|
FinancierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; financierde, heeft gefinancierd; financiering) 1 krediet verschaffen ten behoeve van.
In Spaans overeenkomend met: Financiar
| Financierde | Gefinancierd
|
FinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fineerde, heeft gefineerd; fineerder) 1 (houtwerk) met fineer beleggen 2 (edele metalen) zuiveren.
In Spaans overeenkomend met: Chapar sMet platen bekleden | Fineerde | Gefineerd
|
FinetunenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; finetunede, heeft gefinetuned) 1 (een apparaat) precies afstellen 2 tot in de kleinste details regelen.
| Finetunede | Gefinetuned
|
FingerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fingeerde, heeft gefingeerd) 1 voorwenden 2 verzinnen.
In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Fingir sDoen alsof Simuleren Veinzen Voorgeven Voorwenden | Fingeerde | Gefingeerd
|
FinishenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; finishte, heeft/is gefinisht) 1 aankomen bij de finish.
| Finishte | Gefinisht
|
FiscaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fiscaliseerde, heeft gefiscaliseerd; fiscalisering) 1 belasting leggen op 2 door belasting financieren.
| Fiscaliseerde | Gefiscaliseerd
|
FistfuckenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fistfuckte, heeft gefistfuckt) 1 vuistneuken.
| Fistfuckte | Gefistfuckt
|
FitnessenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fitneste, heeft gefitnest) 1 fitnessoefeningen doen.
| Fitneste | Gefitnest
|
FittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fitte, heeft gefit; fitter, fitting) 1 (buizen) in elkaar passen, pasklaar maken 2 door omvatting met een fithaak meten 3 de diepte van boorgaten meten.
In Spaans overeenkomend met: Instalar sAanbrengen Aanleggen Installeren | Fitte | Gefit
|
FixerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; fixeerde, heeft gefixeerd) 1 zich richten op één zaak, met het gevaar dat men daardoor alle andere uit het oog verliest. (overgankelijk werkwoord; fixeerde, heeft gefixeerd; fixatie/fixering) 1 onbeweeglijk bevestigen, vastmaken 2 vaststellen 3 (fotonegatieven, fotoafdrukken, tekeningen) onuitwisbaar maken 4 (iem.) voortdurend brutaalweg aankijken 5 (biologie) (weefsels) doden met zo weinig mogelijke beschadiging van de structuur.
In Spaans overeenkomend met: Fijar, Sujetar Virar ((foto)) sBevestigen Vastbinden Vastmaken Vastzetten Verstevigen | Fixeerde | Gefixeerd
|
| Flabberen | Flabberde | Geflabberd
|
FladderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fladderaar) 1 (fladderde, heeft/is gefladderd) met ongelijkmatige bewegingen vliegen 2 (fladderde, heeft gefladderd) wapperen .
In Spaans overeenkomend met: Aletear, Flirtear, Revolotear sAan de scharrel zijn Flirten Scharrelen Wapperen | Fladderde | Gefladderd
|
FlakkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flakkerde, heeft geflakkerd; flakkering) 1 (van een vlam) met onrustige bewegingen branden.
In Spaans overeenkomend met: Deflagrar, Flamear sFlikkeren Schitteren Vonken schieten Wapperen | Flakkerde | Geflakkerd
|
FlamberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; flambeerde, heeft geflambeerd) 1 (vlees) door de vlam halen om haar of veren weg te schroeien 2 (vleesgerechten, desserts) opdienen met brandende alcohol 3 (geneeskunde) (een instrument) kiemvrij maken door het door een vlam te halen.
In Spaans overeenkomend met: Flambear
| Flambeerde | Geflambeerd
|
FlanerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flaneerde, heeft/is geflaneerd; flaneur) 1 wandelen om te zien en gezien te worden.
In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar Ruar sDrentelen Kuieren Rondhangen Slenteren | Flaneerde | Geflaneerd
|
FlankerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; flankeerde, heeft geflankeerd) 1 zich bevinden naast of aan beide kanten van.
In Spaans overeenkomend met: Flanquear
| Flankeerde | Geflankeerd
|
FlansenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Flanste | Geflanst
|
| Flappen | Flapte | Geflapt
|
FlapperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flapperde, heeft geflapperd) 1 een klappend geluid maken door het snel heen en weer gaan, bv. door de wind.
| Flapperde | Geflapperd
|
FlatterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; flatteerde, heeft geflatteerd) 1 (iets of iem.) gunstiger of mooier laten lijken dan die persoon of zaak in werkelijkheid is.
| Flatteerde | Geflatteerd
|
FlauwvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel flauw, is flauwgevallen) 1 in een toestand van lichte bewusteloosheid raken.
In Spaans overeenkomend met: Desmayarse, Desvanecerse sBewusteloos raken Bezwijmen In zwijm vallen | Viel flauw | Flauwgevallen
|
FlecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; flecteerde, heeft geflecteerd) 1 (taalkunde) verbuigen, flexie bezitten.
| Flecteerde | Geflecteerd
|
FleetracenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (van zeil-, roeiboten) met het gehele deelnemersveld een wedstrijd varen.
| Fleetracete | Gefleetracet
|
FlemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fleemde, heeft gefleemd; flemer) 1 (pejoratief) vleien.
In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar sFlikflooien Gatlikken | Fleemde | Gefleemd
|
FlensenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flenste, heeft geflenst) 1 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben. (overgankelijk werkwoord; flenste, heeft geflenst) 1 (de dode walvis) aan stukken snijden en het vet er in repen afhalen.
| Flenste | Geflenst
|
FlenzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; flensde, heeft geflensd) 1 (scheepvaart) (lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen.
| Flensde | Geflensd
|
| Fleren | Fleerde | Gefleerd
|
FlessenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fleste, is geflest) 1 (in België; informeel) zakken voor een examen. (overgankelijk werkwoord; fleste, heeft geflest) 1 afzetten 2 (in België; informeel) (iem.) laten zakken voor een examen.
| Fleste | Geflest
|
FleurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fleurde, heeft gefleurd) 1 met de fleur vissen.
| Fleurde | Gefleurd
|
FlexibiliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; flexibiliseerde, heeft geflexibiliseerd) 1 flexibel maken.
| Flexibiliseerde | Geflexibiliseerd
|
FlexwerkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; flexwerker) 1 werken zonder vast contract.
| |
|
| Flierefluiten | |
|
FlikflooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flikflooide, heeft geflikflooid; flikflooier) 1 (informeel) vleien 2 aanhalerig liefkozen.
In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar sFlemen Gatlikken | Flikflooide | Geflikflooid
|
FlikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; flikte, heeft geflikt) 1 (informeel) handig klaarspelen 2 (pejoratief) lappen, leveren.
In Spaans overeenkomend met: Remendar sBoeten Lappen Oplappen Stoppen Verstellen | Flikte | Geflikt
|
FlikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flikkering) 1 (flikkerde, heeft geflikkerd) onrustig of telkens onderbroken licht of weerkaatsing geven 2 (flikkerde, is geflikkerd) (informeel) vallen. (overgankelijk werkwoord; flikkerde, heeft geflikkerd) 1 (informeel) gooien.
In Spaans overeenkomend met: Parpadear ((sterren),(estrella's)) Deflagrar, Flamear Relampaguear Chisporrotear Centellear, Destellar, Rielar sBliksemen Flakkeren Flitsen Flonkeren Fonkelen Glinsteren Knetteren Kraken Lichten Schitteren Tintelen Twinkelen Vonken schieten Wapperen | Flikkerde | Geflikkerd
|
FlippenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; flipte, is geflipt) 1 (informeel) teleurgesteld worden in, afknappen op. (onovergankelijk werkwoord; flipte, is geflipt) 1 ongunstig reageren op drugs 2 (informeel) mislukken in werk of studie 3 (informeel) plotseling heel boos worden.
| Flipte | Geflipt
|
FlipperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flipperde, heeft geflipperd) 1 een flipperkast bedienen 2 inbreken door de dagschoot van een slot met een kaartje o.i.d. weg te duwen.
| Flipperde | Geflipperd
|
FlirtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flirtte, heeft geflirt) 1 vrijblijvend een ander of elkaar het hof maken.
In Spaans overeenkomend met: Coquetear Flirtear, Revolotear sAan de scharrel zijn Fladderen Koketteren Scharrelen Versieren Wapperen | Flirtte | Geflirt
|
FlitsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (flitste, heeft/is geflitst) zich zeer snel voortbewegen 2 (flitste, heeft geflitst) (van lampen, lichten) een kort, fel licht geven 3 (flitste, heeft geflitst) streaken. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; flitste, heeft geflitst) 1 met flitslicht fotograferen.
In Spaans overeenkomend met: Relampaguear sBliksemen Flikkeren | Flitste | Geflitst
|
| Flitten | Flitte | Geflit
|
FlodderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flodderde, heeft geflodderd) 1 (van kleren) lubberen, te ruim zitten 2 slordig werken.
| Flodderde | Geflodderd
|
FloepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; floepte, is gefloept) 1 al of niet met een licht ploffend geluid snel bewegen.
| Floepte | Gefloept
|
FlonkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flonkerde, heeft geflonkerd; flonkering) 1 fonkelen.
In Spaans overeenkomend met: Centellear, Rielar, Titilar sFlikkeren Lichten Trillen Twinkelen | Flonkerde | Geflonkerd
|
FloppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flopte, is geflopt) 1 mislukken 2 (atletiek) de fosburyflop springen.
| Flopte | Geflopt
|
FlorerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; floreerde, heeft gefloreerd) 1 tot volle ontplooiing gekomen zijn.
In Spaans overeenkomend met: Florecer Prosperar sBloeien Gedijen Tieren Vooruitkomen Welvaren | Floreerde | Gefloreerd
|
FlossenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; floste, heeft geflost) 1 (het gebit) met tandzijde reinigen van voedselresten.
| Floste | Geflost
|
FluctuerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fluctueerde, heeft gefluctueerd; fluctuatie/fluctuering) 1 op en neer gaan (met name van beursprijzen).
In Spaans overeenkomend met: Fluctuar sOp en neer gaan Schommelen | Fluctueerde | Gefluctueerd
|
FluimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fluimde, heeft gefluimd) 1 fluimen uitspuwen.
| Fluimde | Gefluimd
|
FluisterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fluisterde, heeft gefluisterd) 1 nauwelijks hoorbaar (iets) zeggen 2 op bedekte wijze (iets) zeggen.
In Spaans overeenkomend met: Cuchichear Susurrar sMompelen Smoezelen Smoezen | Fluisterde | Gefluisterd
|
FluitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; floot, heeft gefloten; fluiter) 1 een fluitsignaal geven 2 (van zaken) een hoog, schriel geluid voortbrengen. (overgankelijk werkwoord; floot, heeft gefloten) 1 (ook absoluut) (een melodie) met de mond of met een fluit ten gehore brengen 2 (ook absoluut) als scheidsrechter leiden 3 door een fluitsignaal tot zich roepen.
In Spaans overeenkomend met: Silbar sSissen | Floot | Gefloten
|
FluorescerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fluoresceerde, heeft gefluoresceerd) 1 (van bepaalde stoffen) het invallende licht weer uitstralen in een andere frequentie.
| Fluoresceerde | Gefluoresceerd
|
FluoriderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fluorideerde, heeft gefluorideerd; fluoridering) 1 fluoride toevoegen aan.
| Fluorideerde | Gefluorideerd
|
FnuikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fnuikte, heeft gefnuikt; fnuiking) 1 beknotten, verminderen.
| Fnuikte | Gefnuikt
|
FocussenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; focuste, heeft gefocust) 1 (de aandacht) richten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; focuste, heeft gefocust) 1 (de camera) scherp stellen.
| Focuste | Gefocust
|
FocusserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; focusseerde, heeft gefocusseerd) 1 (natuurkunde) in een brandpunt verenigen.
| Focusseerde | Gefocusseerd
|
FoefelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foefelde, heeft gefoefeld; foefelaar) 1 (in België; informeel) frauderen 2 (in België; informeel) prutsen, knoeien, slordig werken. (overgankelijk werkwoord; foefelde, heeft gefoefeld) 1 (in België; informeel) snel en/of slordig wegbergen.
| Foefelde | Gefoefeld
|
| Foelien | Foeliede | Gefoelied
|
FoeragerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foerageerde, heeft gefoerageerd; foerageur, foeragering) 1 voer, levensmiddelen halen.
| Foerageerde | Gefoerageerd
|
FoeterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foeterde, heeft gefoeterd; foeteraar) 1 (informeel) mopperen, uitvaren.
| Foeterde | Gefoeterd
|
FoezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foezelde, heeft gefoezeld; foezelaar) 1 frauderen.
| Foezelde | Gefoezeld
|
FokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fokte, heeft gefokt) 1 (vee of andere huisdieren) zich doen voortplanten 2 (pejoratief; informeel) vrijen met het doel kinderen voort te brengen.
In Spaans overeenkomend met: Criar Criarse, Procrear sOpfokken | Fokte | Gefokt
|
FoliërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; folieerde, heeft gefolieerd) 1 de bladen van een boek nummeren.
| Folieerde | Gefolieerd
|
FolterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; folterde, heeft gefolterd; folteraar, foltering) 1 (iem.) behandelen met slagen, schoppen enz. om hem te straffen, te laten bekennen, zijn lust op te wekken enz.
In Spaans overeenkomend met: Apasionar, Atormentar sKwellen | Folterde | Gefolterd
|
| Fomenteren | Fomenteerde | Gefomenteerd
|
FonduenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fondude, heeft gefonduud) 1 een fonduemaaltijd houden.
| Fonduede | Gefonduud
|
FonkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fonkelde, heeft gefonkeld; fonkeling) 1 levendig glanzen of stralen 2 (van dranken) sprankelen.
In Spaans overeenkomend met: Destellar sFlikkeren Tintelen | Fonkelde | Gefonkeld
|
FoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fopte, heeft gefopt) 1 beetnemen.
In Spaans overeenkomend met: Burlar sBedriegen Verschalken | Fopte | Gefopt
|
ForcerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; forceerde, heeft geforceerd) 1 zich dwingen. (overgankelijk werkwoord; forceerde, heeft geforceerd; forcering) 1 (iets) met geweld of met verkeerde middelen bereiken 2 beschadigen door verkeerd kracht uit te oefenen 3 door geweld openen 4 (landbouw) voortijdig tot ontwikkeling of bloei brengen 5 (techniek) metalen platen met behulp van druk vormen. (wederkerend werkwoord; forceerde zich, heeft zich geforceerd) 1 zich te veel inspannen.
In Spaans overeenkomend met: Forzar, Violentar Constreñir, Imponer, Obligar sGeweld aandoen Opdringen Opleggen Verkrachten | Forceerde | Geforceerd
|
ForenzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; forensde, heeft geforensd) 1 heen en weer reizen als forens.
| Forensde | Geforensd
|
FormaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; formaliseerde, heeft geformaliseerd; formalisering) 1 de juiste of een vaste vorm geven.
In Spaans overeenkomend met: Formalizar
| Formaliseerde | Geformaliseerd
|
FormatterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; formatteerde, heeft geformatteerd; formatteur, formattering) 1 het voor een bepaalde computer geschikt maken van een diskette door vaststelling en identificatie van het aantal en de grootte van de sectoren.
| Formatteerde | Geformatteerd
|
FormerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; formeerde, heeft geformeerd; formeerder, formering/formatie) 1 vormen, samenstellen.
In Spaans overeenkomend met: Formar sAangaan Vormen | Formeerde | Geformeerd
|
FormulerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; formuleerde, heeft geformuleerd) 1 (ook absoluut) verwoorden 2 (techniek) in een verwerkbare vorm brengen.
In Spaans overeenkomend met: Formular
| Formuleerde | Geformuleerd
|
FosforescerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fosforesceerde, heeft gefosforesceerd; fosforescentie) 1 zacht licht geven na bestraling met lichtstralen, röntgenstralen of andere stralen.
In Spaans overeenkomend met: Fosforescer
| Fosforesceerde | Gefosforesceerd
|
FotograferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fotografeerde, heeft gefotografeerd) 1 door middel van fotografie afbeelden.
In Spaans overeenkomend met: Fotografiar sKieken | Fotografeerde | Gefotografeerd
|
FotokopiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; fotokopieerde, heeft gefotokopieerd) 1 een fotokopie maken van.
| Fotokopieerde | Gefotokopieerd
|
FouillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fouilleerde, heeft gefouilleerd; fouillering) 1 iem. tastend onderzoeken op verboden zaken.
In Spaans overeenkomend met: Cachear, Registrar
| Fouilleerde | Gefouilleerd
|
FournerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fourneerde, heeft gefourneerd; fournering) 1 geld storten 2 verschaffen, leveren.
In Spaans overeenkomend met: Facilitar Proporcionar sBezorgen Verschaffen | Fourneerde | Gefourneerd
|
FoutparkerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; foutparkeerder) 1 op een verboden plaats parkeren.
| Parkeerde fout | Foutgeparkeerd
|
FoxtrottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foxtrotte, heeft gefoxtrot) 1 de foxtrot dansen.
| Foxtrotte | Gefoxtrot
|
FractionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fractioneerde, heeft gefractioneerd) 1 in fracties verdelen 2 trapsgewijs distilleren.
| Fractioneerde | Gefractioneerd
|
FragmenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fragmenteerde, heeft gefragmenteerd; fragmentering) 1 in stukken of in fragmenten uiteenvallen. (overgankelijk werkwoord; fragmenteerde, heeft gefragmenteerd) 1 in fragmenten verdelen.
| Fragmenteerde | Gefragmenteerd
|
FrankerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frankeerde, heeft gefrankeerd; frankering) 1 voor verzending van een postzegel of porto voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Franquear
| Frankeerde | Gefrankeerd
|
FrapperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frappeerde, heeft gefrappeerd) 1 treffen, opvallen 2 (wijn) in of met ijs afkoelen.
| Frappeerde | Gefrappeerd
|
FraserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fraseerde, heeft gefraseerd; frasering) 1 duidelijk in frasen verdelen.
| Fraseerde | Gefraseerd
|
FrauderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fraudeerde, heeft gefraudeerd; fraudeur) 1 fraude plegen, oneerlijk handelen.
In Spaans overeenkomend met: Defraudar, Estafar sBedriegen Knoeien Zwendelen | Fraudeerde | Gefraudeerd
|
FrazelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; frazelde, heeft gefrazeld) 1 (in België, niet algemeen) (van kleine kinderen) stamelen, beginnen te spreken.
| Frazelde | Gefrazeld
|
FreewheelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; freewheelde, heeft gefreewheeld) 1 zijn fiets laten doorlopen zonder te trappen 2 zijn gemak ervan nemen.
| Freewheelde | Gefreewheeld
|
FrequenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frequenteerde, heeft gefrequenteerd) 1 vaak bezoeken.
| Frequenteerde | Gefrequenteerd
|
| Fretten | Frette | Gefret
|
FrezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; freesde, heeft gefreesd) 1 (hout, metaal) met de frees bewerken 2 (landbouw) (de grond) goed losmaken en egaliseren.
In Spaans overeenkomend met: Fresar
| Freesde | Gefreesd
|
FrictionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frictioneerde, heeft gefrictioneerd) 1 (techniek) een weke stof d.m.v. een mangel in een weefsel persen.
| Frictioneerde | Gefrictioneerd
|
FriemelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; friemelde, heeft gefriemeld; friemelaar, friemeling) 1 frunniken.
| Friemelde | Gefriemeld
|
FrijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frijnde, heeft gefrijnd) 1 (beeldende kunst) (gehouwen steen) voorzien van smalle evenwijdige groefjes.
| Frijnde | Gefrijnd
|
FriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; friseerde, heeft gefriseerd) 1 (haren) doen krullen 2 (industrie) (geruwde stof) opkammen met golvende lijnen.
In Spaans overeenkomend met: Rizar sKappen | Friseerde | Gefriseerd
|
FriturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; frituurde, heeft gefrituurd) 1 bakken door onderdompeling in hete olie of vet.
In Spaans overeenkomend met: Freír en grasa sumergido Freír
| Frituurde | Gefrituurd
|
FrommelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frommelde, heeft gefrommeld) 1 tersluiks of slordig wegstoppen .
In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar sKreukelen Kreuken Verfomfaaien Verfrommelen Verkreukelen | Frommelde | Gefrommeld
|
| Fronselen | Fronselde | Gefronseld
|
FronsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fronste, heeft gefronst) 1 (de wenkbrauwen, het voorhoofd) tot rimpels samentrekken 2 (in België) plooien, plooien aanbrengen in (een kledingstuk).
In Spaans overeenkomend met: Fruncir sRimpelen | Fronste | Gefronst
|
FrotterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frotteerde, heeft gefrotteerd; frottage) 1 wrijven.
| Frotteerde | Gefrotteerd
|
FruitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fruitte, heeft gefruit) 1 in een open pan in vet lichtbruin bakken.
In Spaans overeenkomend met: Sofreír Freír
| Fruitte | Gefruit
|
FrunnikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; frunnikte, heeft gefrunnikt) 1 met de vingers in onrustige beweging ergens aan zitten. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Frunnikte | Gefrunnikt
|
FrustrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frustreerde, heeft gefrustreerd; frustratie) 1 (iem.) belemmeren in de verwezenlijking van zijn verwachtingen of behoeften 2 dwarsbomen, verijdelen.
In Spaans overeenkomend met: Frustrar
| Frustreerde | Gefrustreerd
|
FrutselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; frutselde, heeft gefrutseld; frutselaar) 1 friemelen. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Frutselde | Gefrutseld
|
FuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; foof/fuifde, heeft gefoven/gefuifd) 1 op uitgelaten wijze feestvieren. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; foof/fuifde, heeft gefoven/gefuifd) 1 (iem.) trakteren.
In Spaans overeenkomend met: Celebrar una fiesta sFeestvieren Vieren | Fuifde | Gefuifd
|
FulminerenIn Spaans overeenkomend met: Fulminar sRazen Tekeer gaan Tekeergaan Tieren | Fulmineerde | Gefulmineerd
|
FunctionerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; functioneerde, heeft gefunctioneerd; functionering) 1 zijn functie of taak vervullen 2 in werking zijn.
In Spaans overeenkomend met: Funcionar sHet doen In zijn werk gaan Werken | Functioneerde | Gefunctioneerd
|
FunderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fundeerde, heeft gefundeerd; fundering) 1 van grondvesten voorzien 2 gronden, baseren.
In Spaans overeenkomend met: Cimentar, Fundamentar, Fundar Fundar, Instituir, Motivar sBaseren Grondvesten Stichten Vestigen | Fundeerde | Gefundeerd
|
FungerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; fungeerde, heeft gefungeerd) 1 optreden als. (onovergankelijk werkwoord; fungeerde, heeft gefungeerd) 1 zijn betrekking vervullen.
| Fungeerde | Gefungeerd
|
FuserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fuseerde, is gefuseerd) 1 een fusie aangaan.
| Fuseerde | Gefuseerd
|
FusillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fusilleerde, heeft gefusilleerd; fusillade) 1 met het geweer executeren.
In Spaans overeenkomend met: Fusilar
| Fusilleerde | Gefusilleerd
|
FusionerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fusioneerde, is gefusioneerd) 1 (in België) fuseren. (overgankelijk werkwoord; fusioneerde, heeft gefusioneerd) 1 (in België) een fusie doen aangaan, samenvoegen.
| Fusioneerde | Gefusioneerd
|
FutselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; futselde, heeft gefutseld; futselaar) 1 friemelen. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Futselde | Gefutseld
|
FêterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fêteerde, heeft gefêteerd) 1 huldigen.
| Fêteerde | Gefêteerd
|