| Gaaibollen | |
|
| Gaaischieten | |
|
GaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging, is gegaan) 1 verkering hebben met. (werkwoord; ging, is gegaan) 1 tot onderwerp hebben 2 beheren. (werkwoord; ging, is gegaan) 1 prevaleren boven. (werkwoord; ging, is gegaan) 1 zich geven, in actie zijn. (werkwoord; ging, is gegaan) 1 als doel hebben. (onovergankelijk werkwoord; ging, is gegaan) 1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen 2 voortgaan in de tijd 3 weggaan 4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan 5 (van apparaten) klinken 6 leiden, zich uitstrekken 7 verlopen 8 in de genoemde toestand of positie raken 9 lopen, zich te voet voortbewegen 10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid 11 begrepen zijn op, in iets.
In Spaans overeenkomend met: Andar, Andarse Andar Tocar Ir, Ir en vehículo sAfleggen Karren Kleppen Klinken Lopen Overgaan Rijden Slaan Te voet gaan Varen Wandelen (snel) | Ging | Gegaan
|
GaarkokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kookte gaar, is gaargekookt) 1 door verhitting in of met water gaar worden. (overgankelijk werkwoord; kookte gaar, heeft gaargekookt) 1 (mbt. gerechten) door verhitting in of met water (of een andere vloeistof) gaar maken.
| Kookte gaar | Gaargekookt
|
| Gaarsmoren | Smoorde gaar | Gaargesmoord
|
GadeslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg gade, heeft gadegeslagen) 1 (formeel) observeren, aandachtig kijken naar.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar sObserveren Toekijken Toezien Waarnemen | Sloeg gade | Gadegeslagen
|
GaffelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gaffelde, heeft gegaffeld) 1 (informeel) smullen.
| Gaffelde | Gegaffeld
|
| Gaggelen | Gaggelde | Gegaggeld
|
GakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gakte, heeft gegakt) 1 het voor ganzen kenmerkende geluid geven.
| Gakte | Gegakt
|
GallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; galde, heeft gegald) 1 lastig, vervelend doen. (overgankelijk werkwoord; galde, heeft gegald) 1 (vis) van de gal ontdoen 2 (leer) behandelen met een aftreksel van galnoten.
| Galde | Gegald
|
GalmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; galmde, heeft gegalmd) 1 klankweerkaatsing voortbrengen 2 luid weerklinken. (overgankelijk werkwoord; galmde, heeft gegalmd) 1 luidkeels uitroepen, met volle, krachtige stem zingen.
In Spaans overeenkomend met: Resonar sResoneren Weergalmen Weerklinken | Galmde | Gegalmd
|
| Galonneren | Galonneerde | Gegalonneerd
|
GalopperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; galoppeerde, heeft/is gegaloppeerd) 1 in galop gaan of rijden 2 rennen, zich bijzonder haasten 3 de galop dansen.
In Spaans overeenkomend met: Galopar
| Galoppeerde | Gegaloppeerd
|
GalvaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; galvaniseerde, heeft gegalvaniseerd; galvanisatie) 1 (geneeskunde) een lichaam aan galvanische stroom onderwerpen 2 galvanisch met een dunne laag metaal bedekken 3 thermisch verzinken.
In Spaans overeenkomend met: Galvanizar
| Galvaniseerde | Gegalvaniseerd
|
GamenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gamede, heeft gegamed) 1 een computerspel spelen.
| Gamede | Gegamed
|
GangbangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gangbangde, heeft gegangbangd) 1 aan groepsseks deelnemen.
| Gangbangde | Gegangbangd
|
| Ganneven | Gannefde | Gegannefd
|
GansrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 proberen te paard de kop van een opgehangen gans af te rukken.
| |
|
| Gansslaan | |
|
| Ganstrekken | |
|
GanzenbordenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ganzenbordde, heeft geganzenbord) 1 ganzenbord spelen.
| Ganzenbordde | Geganzenbord
|
GapenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gaapte, heeft gegaapt; gaper) 1 onwillekeurig op krampachtige wijze de mond openen en daarbij diep ademhalen, als gevolg van lusteloosheid of vermoeidheid 2 (van zaken) een wijde opening of ruime toegang hebben.
In Spaans overeenkomend met: Estar boquiabierto, Estar embobado Bostezar sAangapen Dom kijken Geeuwen | Gaapte | Gegaapt
|
GappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gapte, heeft gegapt; gapper) 1 (informeel) stelen.
In Spaans overeenkomend met: Afanar Hurtar, Sustraer sOntvreemden Stelen | Gapte | Gegapt
|
GaranderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; garandeerde, heeft gegarandeerd) 1 instaan voor, waarborgen.
In Spaans overeenkomend met: Afianzar Garantizar sBorg staan voor Instaan voor Sponsoren Waarborgen | Garandeerde | Gegarandeerd
|
GarenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 gesponnen draad. (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van garen vervaardigd.
| Gaarde | Gegaard
|
| Gareren | Gareerde | Gegareerd
|
GarnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; garneerde, heeft gegarneerd; garnering) 1 (een kledingstuk, sieraad of gerecht) versieren, opmaken 2 (scheepvaart) (lading) door bedekking beveiligen 3 oren en tuiten aanbrengen bij (aardewerk).
In Spaans overeenkomend met: Guarnecer sAfzetten Beslaan Stofferen Uitmonsteren | Garneerde | Gegarneerd
|
GarvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; garfde, heeft gegarfd; garver) 1 (graan) in garven binden.
| Garfde | Gegarfd
|
| Gaslaan | Sloeg ga | Gageslagen
|
| Gassen | Gaste | Gegast
|
GasterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gasteerde, heeft gegasteerd) 1 (van artiesten) optreden bij een gezelschap waaraan men niet vast verbonden is.
| Gasteerde | Gegasteerd
|
GatlikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gatlikte, heeft gegatlikt; gatlikker) 1 (vulgair) vleien.
In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar sFlemen Flikflooien | Gatlikte | Gegatlikt
|
GaufrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaufreerde, heeft gegaufreerd) 1 met walsen reliëffiguren persen in (papier, textiel, leer).
| Gaufreerde | Gegaufreerd
|
GebarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gebaarde, heeft gebaard) 1 gebaren maken .
In Spaans overeenkomend met: Hacer gestos
| Gebaarde | Gebaard
|
GebeurenALLE betekenissen van dit woord: (het; gebeurens) 1 geheel van voorvallen met de ermee verbonden effecten. (onovergankelijk werkwoord; gebeurde, is gebeurd) 1 onbedoeld plaatshebben, zich voordoen 2 gedaan worden 3 overkomen .
In Spaans overeenkomend met: Ser Acaecer, Acontecer, Darse, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar Pasar sAan de hand zijn Geschieden Overkomen Plaatsvinden Voordoen|Zich voordoen Voorkomen Voorvallen Zich voordoen | Gebeurde | Gebeurd
|
GebiedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gebood, heeft geboden; gebieder) 1 heersen. (overgankelijk werkwoord; gebood, heeft geboden) 1 (ook absoluut) (iets) met gezag bevelen 2 (van onstoffelijke zaken) vereisen 3 (archaïsch) heersen over.
| Gebood | Geboden
|
GebruikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gebruikte, heeft gebruikt) 1 (ook absoluut) regelmatig (alcohol of drugs) innemen 2 zich hetzij geregeld, hetzij bij een bepaalde gelegenheid bedienen van, gebruikmaken van 3 (voedsel, drank) tot zich nemen.
In Spaans overeenkomend met: Utilizar Aprovechar Comer Cometer, Emplear, Hacer uso de, Servirse, Servirse de, Usar Tomar Beber sAanwenden Benutten Bikken Drinken Eten Gebruik maken Gebruik maken van Nuttigen Profiteren Vreten | Gebruikte | Gebruikt
|
| Gebruikmaken | Maakte gebruik | Gebruikgemaakt
|
GedachtelezenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 door telepathie de gedachten van anderen te weten komen.
| |
|
GedenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gedacht, heeft gedacht) 1 stilstaan bij (een persoon, gebeurtenis).
In Spaans overeenkomend met: Acordarse, Recordarse sHerinneren|Zich herinneren Zich herinneren | |
|
GedijenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gedijde, heeft gedijd) 1 voorspoedig groeien 2 (van zaken) in bloei en voorspoed toenemen.
In Spaans overeenkomend met: Crecer Prosperar sAanwassen Bloeien Floreren Groeien Tieren Toenemen Vooruitkomen Wassen Welvaren | Gedijde | Gedijd
|
GedogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gedoogde, heeft gedoogd; gedoger, gedoging) 1 (formeel) dulden.
In Spaans overeenkomend met: Permitir sNiet beletten Permitteren Toelaten Toestaan Vergunnen Veroorloven | Gedoogde | Gedoogd
|
GedragenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; gedragenheid) 1 (van met de stem of een instrument voortgebrachte klanken) plechtstatig. (wederkerend werkwoord; gedroeg zich, heeft zich gedragen) 1 (van personen) op de genoemde manier handelen en reageren 2 (van zaken) de genoemde werking vertonen.
| Gedroeg | Gedragen
|
GeeuwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; geeuwde, heeft gegeeuwd) 1 vaak onwillekeurig, met wijd open mond diep en langzaam inademen.
In Spaans overeenkomend met: Bostezar sGapen | Geeuwde | Gegeeuwd
|
GeheimhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield geheim, heeft geheimgehouden; geheimhouding) 1 (iets) niet openbaren, er niets van laten blijken of er niet over spreken.
| Hield geheim | Geheimgehouden
|
| Gehengen | Gehengde | Gehengd
|
GehoorzamenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gehoorzaamde, heeft gehoorzaamd) 1 gewillig bevelen of aanwijzingen opvolgen 2 (van voer- en vaartuigen) goed reageren op handelingen van de bestuurder.
In Spaans overeenkomend met: Obedecer
| Gehoorzaamde | Gehoorzaamd
|
GeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geide, heeft gegeid) 1 (scheepvaart) (zeilen) inkorten of gorden door het doorhalen van de daartoe bestemde touwen.
In Spaans overeenkomend met: Cargar, Recoger velas sOpgeien | Geide | Gegeid
|
GeilbekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bekte geil, heeft geilgebekt) 1 (informeel) vuilbekken.
| Geilbekte | Gegeilbekt
|
GeilenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; geilde, heeft gegeild) 1 hevig verlangen naar. (onovergankelijk werkwoord; geilde, heeft gegeild; geilaard) 1 (informeel) een hevige prikkel tot paring hebben.
| Geilde | Gegeild
|
GeitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (pejoratief) zich meisjesachtig aanstellerig en giechelig gedragen.
| Geitte | Gegeit
|
GekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gekte, heeft gegekt) 1 schertsen.
| Gekte | Gegekt
|
GekscherenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gekscheerde, heeft gegekscheerd) 1 schertsen.
In Spaans overeenkomend met: Mofarse Bromear, Burlarse sBespotten Grappen Grappen maken Honen Schertsen Spotten | Gekscheerde | Gegekscheerd
|
GelastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gelastte, heeft gelast) 1 bevelen, gebieden.
In Spaans overeenkomend met: Mandar, Ordenar sBevelen Sommeren Verordenen Voorschrijven | Gelastte | Gelast
|
GeldenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; gold, heeft gegolden) 1 doorgaan voor. (onovergankelijk werkwoord; gold, heeft gegolden) 1 meetellen bij het spel 2 toegepast worden 3 betreffen, aangaan.
In Spaans overeenkomend met: Concernir, Incumbir Imperar sAangaan Betreffen Heersen Raken | Gold | Gegolden
|
GeleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geleidde, heeft geleid; geleider, geleiding) 1 (formeel) met iem. meegaan, om eer te bewijzen of uit voorzorg 2 (natuurkunde) (energie, golven) doorlaten, doorgeven.
In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar Conducir sBrengen De weg wijzen Leiden Rondleiden Voeren | Geleidde | Geleid
|
| Gelen | Geelde | Gegeeld
|
GelievenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 (formeel) minnenden, een minnend paar. (overgankelijk werkwoord; geliefde, heeft geliefd) 1 (formeel) als aangenaam aanvaarden.
In Spaans overeenkomend met: Servirse, Tener a bien sWelwillend zijn Zo goed zijn om te | Geliefde | Geliefd
|
| Gelijkbreien | Breide gelijk | Gelijkgebreid
|
GelijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; geleek, heeft geleken) 1 (formeel) lijken.
In Spaans overeenkomend met: Parecerse, Semejar, Semejarse sLijken Lijken op | Geleek | Geleken
|
| Gelijkknippen | Knipte gelijk | Gelijkgeknipt
|
GelijkkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam gelijk, is gelijkgekomen) 1 dezelfde score bereiken als de tegenstander.
| Kwam gelijk | Gelijkgekomen
|
| Gelijkliggen | Lag gelijk | Gelijkgelegen
|
GelijklopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep gelijk, heeft gelijkgelopen) 1 (van uurwerken) steeds de juiste tijd aanwijzen 2 (van wegen, vaarten enz.) dezelfde richting volgen, evenwijdig zijn 3 (van vloeren, gangen enz.) overal dezelfde hoogte hebben, horizontaal zijn.
| Liep gelijk | Gelijkgelopen
|
GelijkmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte gelijk, heeft gelijkgemaakt) 1 (ook absoluut) (de stand in een wedstrijd) in evenwicht brengen 2 geheel vlak of effen maken.
In Spaans overeenkomend met: Abalanzar
| Maakte gelijk | Gelijkgemaakt
|
GelijkrichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; richtte gelijk, heeft gelijkgericht; gelijkrichter, gelijkrichting) 1 dezelfde richting laten krijgen 2 (natuurkunde) (wisselstroom) in gelijkstroom veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Rectificar sDoor herhaalde destillatie zuiveren | Richtte gelijk | Gelijkgericht
|
GelijkschakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schakelde gelijk, heeft gelijkgeschakeld; gelijkschakeling) 1 in eenzelfde elektrische stroomketen opnemen 2 doen aansluiten bij een systeem 3 (mensen) op dezelfde wijze behandelen .
| Schakelde gelijk | Gelijkgeschakeld
|
GelijkspelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; speelde gelijk, heeft gelijkgespeeld) 1 een gelijke eindstand bereiken in een wedstrijd.
| Speelde gelijk | Gelijkgespeeld
|
GelijkstaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stond gelijk, heeft gelijkgestaan) 1 overeenkomen. (onovergankelijk werkwoord; stond gelijk, heeft gelijkgestaan) 1 in een wedstrijd of competitie hetzelfde aantal punten hebben.
| Stond gelijk | Gelijkgestaan
|
GelijkstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde gelijk, heeft gelijkgesteld; gelijkstelling) 1 van gelijke waarde achten.
| Stelde gelijk | Gelijkgesteld
|
| Gelijkstemmen | Stemde gelijk | Gelijkgestemd
|
GelijktrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok gelijk, heeft gelijkgetrokken; gelijktrekking) 1 in niveau, waarde enz. gelijk maken.
| Trok gelijk | Gelijkgetrokken
|
GelijkzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette gelijk, heeft gelijkgezet) 1 (een uurwerk) op de juiste tijd zetten.
| Zette gelijk | Gelijkgezet
|
GelovenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; geloofde, heeft geloofd) 1 vast vertrouwen op. (onovergankelijk werkwoord; geloofde, heeft geloofd) 1 er vast van overtuigd zijn dat iem. of iets niet alleen in de verbeelding, maar in werkelijkheid bestaat 2 gelovig zijn . (overgankelijk werkwoord; geloofde, heeft geloofd) 1 vertrouwen stellen in 2 (iets) op gezag van een ander als waar beschouwen 3 menen, aannemen .
In Spaans overeenkomend met: Creer Opinar sAchten Houden voor Menen Van mening zijn Vinden | Geloofde | Geloofd
|
GelukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gelukte, is gelukt) 1 (formeel) een voorspoedige afloop hebben.
| Gelukte | Gelukt
|
GelukwensenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wenste geluk, heeft gelukgewenst) 1 (iem.) zijn belangstelling in en vreugde over iets dat hem te beurt gevallen is betuigen.
In Spaans overeenkomend met: Congratular, Felicitar sFeliciteren | Wenste geluk | Gelukgewenst
|
GenakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; genaakte, is genaakt) 1 (formeel) naderen.
| Genaakte | Genaakt
|
GeneraliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; generaliseerde, heeft gegeneraliseerd; generalisering/generalisatie) 1 uit een bijzonder geval een algemene conclusie afleiden.
In Spaans overeenkomend met: Generalizar sVeralgemenen | Generaliseerde | Gegeneraliseerd
|
GenerenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; geneerde zich, heeft zich gegeneerd) 1 zich schamen, zich verlegen voelen.
| Geneerde | Gegeneerd
|
GenererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; genereerde, heeft gegenereerd) 1 voortbrengen.
| Genereerde | Gegenereerd
|
GenezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; genas, is genezen; genezer, genezing) 1 van een ziekte of aandoening herstellen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; genas, heeft genezen) 1 beter maken, doen herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Curarse Curar Sanar
| Genas | Genezen
|
GenietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; genoot, heeft genoten; genieter, genieting) 1 genot hebben, plezier beleven. (overgankelijk werkwoord; genoot, heeft genoten) 1 tot gebruik, voordeel hebben, krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Obtener, Recibir Regocijarse Deleitarse, Gozar sBlij zijn Genieten van Genot scheppen Krijgen Ontvangen Toucheren Verblijden|Zich verblijden Verheugen in|Zich verheugen in Verheugen|Zich verheugen Verlustigen in|Zich verlustigen in Zich verblijden Zich verheugen Zich verheugen in Zich verlustigen in | Genoot | Genoten
|
GenoegenALLE betekenissen van dit woord: (het; genoegens) 1 (geen meervoud) voldoening, bevrediging 2 plezier, aangenaam gevoel.
| Genoegde | Genoegd
|
GenotterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (schertsend; informeel) intens genieten.
| |
|
GerakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; geraakte/gerocht, heeft geraakt) 1 (formeel) raken.
In Spaans overeenkomend met: Caer sVervallen | Geraakte | Geraakt
|
GereedhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield gereed, heeft gereedgehouden) 1 voor gebruik klaar houden.
| Hield gereed | Gereedgehouden
|
GereedkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam gereed, is gereedgekomen) 1 voltooid worden.
| Kwam gereed | Gereedgekomen
|
GereedleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde gereed, heeft gereedgelegd) 1 klaarleggen.
| Legde gereed | Gereedgelegd
|
GereedliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag gereed, heeft gereedgelegen) 1 klaarliggen.
| Lag gereed | Gereedgelegen
|
GereedmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte gereed, heeft gereedgemaakt) 1 klaarmaken, bereiden.
In Spaans overeenkomend met: Aderezar sAanmaken Bereiden Toebereiden Voorbereiden | Maakte gereed | Gereedgemaakt
|
GereedstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond gereed, heeft gereedgestaan) 1 klaarstaan.
| Stond gereed | Gereedgestaan
|
| Gereedzetten | Zette gereed | Gereedgezet
|
GerenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het telkens of aanhoudend rennen. (onovergankelijk werkwoord; geerde, heeft gegeerd) 1 een schuine richting hebben aan één of meer zijden. (overgankelijk werkwoord; geerde, heeft gegeerd) 1 (een rok) naar beneden schuin uitlopend knippen.
| Geerde | Gegeerd
|
GerievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geriefde, heeft geriefd) 1 (formeel) bijstaan, helpen.
| Geriefde | Geriefd
|
GeringschattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schatte gering, heeft geringgeschat; geringschatting) 1 van weinig betekenis achten.
| Schatte gering | Geringgeschat
|
GermaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; germaniseerde, heeft gegermaniseerd; germanisatie) 1 aan de Duitse cultuur aanpassen.
| Germaniseerde | Gegermaniseerd
|
GeruststellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; stelde gerust, heeft gerustgesteld; geruststelling) 1 iemands vrees of bezorgdheid wegnemen.
In Spaans overeenkomend met: Apaciguar, Apaciguarse, Calmar, Sosegar sBedaren Kalmeren | Stelde gerust | Gerustgesteld
|
GeschiedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; geschiedde, is geschied) 1 (formeel) gebeuren 2 (formeel) overkomen.
In Spaans overeenkomend met: Acaecer, Acontecer, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar sAan de hand zijn Gebeuren Overkomen Plaatsvinden Voorkomen Voorvallen | Geschiedde | Geschied
|
| Geschiedschrijven | |
|
GeselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geselde, heeft gegeseld; geseling) 1 met een gesel slaan 2 met geweld of met woede slaan op 3 (gebreken, ondeugden) vinnig hekelen 4 hevig kwellen.
In Spaans overeenkomend met: Azotar sStriemen Teisteren | Geselde | Gegeseld
|
GespenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gespte, heeft gegespt) 1 met een of meer gespen vastmaken.
| Gespte | Gegespt
|
GesticulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gesticuleerde, heeft gegesticuleerd; gesticulatie) 1 gestes, gebaren maken.
In Spaans overeenkomend met: Accionar, Gesticular sGebaren maken | Gesticuleerde | Gegesticuleerd
|
GetroostenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; getroostte zich, heeft zich getroost) 1 (formeel) gewillig doorstaan.
| Getroostte | Getroost
|
GetuigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; getuigde, heeft getuigd) 1 tonen, doen blijken. (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; getuigde, heeft getuigd) 1 een getuigenverklaring afleggen.
In Spaans overeenkomend met: Atestiguar, Testimoniar sCertificeren | Getuigde | Getuigd
|
GeurenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; geurde, heeft gegeurd) 1 (formeel) pronken met. (onovergankelijk werkwoord; geurde, heeft gegeurd) 1 aangenaam ruiken.
In Spaans overeenkomend met: Despedir olor, Oler sRieken Ruiken | Geurde | Gegeurd
|
GevallenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; geviel, heeft gevallen) 1 (archaïsch) gebeuren.
| Geviel | Gevallen
|
| Gevangenhouden | Hield gevangen | Gevangengehouden
|
| Gevangenmaken | Maakte gevangen | Gevangengemaakt
|
GevangennemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam gevangen, heeft gevangengenomen) 1 van de vrijheid beroven.
In Spaans overeenkomend met: Entregarse
| Nam gevangen | Gevangengenomen
|
GevangenzettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zette gevangen, heeft gevangengezet) 1 in de gevangenis zetten.
| Zette gevangen | Gevangengezet
|
GevangenzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat gevangen, heeft gevangengezeten) 1 in de gevangenis zitten.
| Zat gevangen | Gevangengezeten
|
GevenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; gaf, heeft gegeven) 1 houden van, gesteld zijn op. (onovergankelijk werkwoord; gaf, heeft gegeven; gever) 1 (van zaken) vervelend, hinderlijk zijn. (overgankelijk werkwoord; gaf, heeft gegeven) 1 (iets) aan iem. doen toekomen zodat het van eigenaar wisselt 2 (iets) aan iemand doen toekomen zonder dat het van eigenaar wisselt 3 toebrengen 4 van zich doen uitgaan 5 verschaffen, opleveren 6 tot stand brengen, veroorzaken 7 organiseren.
In Spaans overeenkomend met: Impartir, Propinar ((oorvijg, pak slaag, schop),(bofetada, paliza, patada)) Largar ((klap)) Dar, Rendir sAangeven Opbrengen Toebrengen Toedienen Toekennen Verlenen | Gaf | Gegeven
|
GevoelenALLE betekenissen van dit woord: (het; gevoelens) 1 (formeel) oordeel, mening. (overgankelijk werkwoord; gevoelde, heeft gevoeld) 1 (archaïsch) met het zintuig van het gevoel gewaarworden 2 (archaïsch) een indruk van iets hebben.
In Spaans overeenkomend met: Sentir sAanvoelen Gewaarworden Voelen | Gevoelde | Gevoeld
|
GewaarwordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; werd gewaar, is gewaargeworden; gewaarwording) 1 (formeel) waarnemen 2 (formeel) zich bewust worden van 3 (formeel) ervaren.
In Spaans overeenkomend met: Apercibirse, Apercibirse de Sentir sAanvoelen Gevoelen Merken Opmerken Voelen Waarnemen | Werd gewaar | Gewaargeworden
|
| Gewagen | Gewaagde | Gewaagd
|
GewennenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gewende, is gewend; gewenning) 1 (formeel) zich thuis gaan voelen.
In Spaans overeenkomend met: Habituar, Habituarse sAarden Gewend raken Wennen | Gewende | Gewend
|
GewichtheffenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; gewichtheffer) 1 zware gewichten optillen als sport.
| |
|
| Gewinnen | Gewon | Gewonnen
|
GewordenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gewerd, is geworden) 1 (archaïsch) ten deel vallen, te beurt vallen .
| Gewerd | Geworden
|
GidsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gidste, heeft gegidst) 1 als gids leiden, functioneren.
| Gidste | Gegidst
|
GiebelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; giebelde, heeft gegiebeld) 1 giechelen.
| Giebelde | Gegiebeld
|
GiechelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; giechelde, heeft gegiecheld) 1 onderdrukt lachen.
| Giechelde | Gegiecheld
|
GiegagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; giegaagde, heeft gegiegaagd) 1 balken als een ezel.
| Giegaagde | Gegiegaagd
|
GierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gierde, heeft gegierd) 1 zeer uitbundig lachen 2 een hoog, fluitend geluid voortbrengen door zich snel voort te bewegen 3 vloeibare mest op het land brengen 4 (van een schip) door de stroom heen en weer gaan .
In Spaans overeenkomend met: Silbar Gritar Abonar sBemesten Joelen Mesten Piepen Roepen Schreeuwen | Gierde | Gegierd
|
GietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; goot, heeft gegoten) 1 (vocht) laten stromen uit een vat, een emmer enz. 2 door gieten vervaardigen 3 (in België, niet algemeen) begieten, water geven. (onpersoonlijk werkwoord; goot, heeft gegoten) 1 hevig regenen.
In Spaans overeenkomend met: Abrevar, Aguar, Regar Moldear, Vaciar Llover Derramar, Verter sAfgieten Begieten Besproeien Bevloeien Plengen Regenen Schenken Sproeien Storten Vergieten Water geven Wateren | Goot | Gegoten
|
| Gijlen | Gijlde | Gegijld
|
GijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gijpte, heeft gegijpt) 1 (scheepvaart) bij het voor de wind zeilen het grootzeil overbrengen naar het andere boord.
| Gijpte | Gegijpt
|
GijzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gijzelde, heeft gegijzeld; gijzeling) 1 (iem.) als onderpand nemen voor het afdwingen van bepaalde eisen 2 (juridisch) (een schuldenaar) gevangenzetten totdat hij zijn schuld heeft betaald.
In Spaans overeenkomend met: Raptar sOntvoeren | Gijzelde | Gegijzeld
|
GillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gilde, heeft gegild) 1 (van zaken) een hoog en schel geluid laten horen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gilde, heeft gegild) 1 met hoge, luide stem roepen.
In Spaans overeenkomend met: Aullar, Chillar sBlèren Brullen Bulderen Krijsen Uitbrullen | Gilde | Gegild
|
GinnegappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ginnegapte, heeft geginnegapt) 1 spottend, half ingehouden lachen.
| Ginnegapte | Geginnegapt
|
GipsenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van gips vervaardigd. (overgankelijk werkwoord; gipste, heeft gegipst) 1 met gips bestrijken 2 (landbouw) (grond) bestrooien met gemalen gips 3 (wijnbouw) (de most) met gebrand gips zuiveren 4 (geneeskunde) (lichaamsdelen) in een gipsverband leggen.
| Gipste | Gegipst
|
GirerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gireerde, heeft gegireerd) 1 per postgiro betalen.
In Spaans overeenkomend met: Endosar, Girar, Traspasar un crédito sEndosseren Wenden | Gireerde | Gegireerd
|
GispenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gispte, heeft gegispt; gisping) 1 (formeel) hekelen.
In Spaans overeenkomend met: Censurar, Desaprobar, Reprender, Reprobar sAfkeuren Berispen Laken Wraken | Gispte | Gegispt
|
GissenIn Spaans overeenkomend met: Adivinar Barruntar, Conjeturar, Entrever, Presentir, Prever Acertar, Atinar sDoorzien Raden Vermoeden Verwachten | Giste | Gegist
|
GistenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gistte, heeft gegist; gisting) 1 door micro-organismen veranderd worden van chemische structuur.
In Spaans overeenkomend met: Fermentar sFermenteren Werken | Gistte | Gegist
|
GlacerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; glaceerde, heeft geglaceerd) 1 glanzend maken 2 (gebak) glazuren, bestrijken met glazuur 3 (vruchten) tot een gelei laten verkoken.
In Spaans overeenkomend met: Glasear sGlanzend maken | Glaceerde | Geglaceerd
|
GladdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gladde, heeft geglad) 1 gladmaken.
| Gladde | Geglad
|
| Gladkammen | Kamde glad | Gladgekamd
|
GladmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte glad, heeft gladgemaakt) 1 gelijk, effen maken 2 (stoffen, papier) glanzig, glimmend maken 3 vereffenen, aanzuiveren.
| Maakte glad | Gladgemaakt
|
GladschavenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schaafde glad, heeft gladgeschaafd) 1 door schaven gladmaken.
| Schaafde glad | Gladgeschaafd
|
| Gladscheren | Schoor glad | Gladgeschoren
|
| Gladschuren | Schuurde glad | Gladgeschuurd
|
| Gladslijpen | Sleep glad | Gladgeslepen
|
GladstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streek glad, heeft gladgestreken) 1 door strijken gladmaken.
In Spaans overeenkomend met: Planchar
| Streek glad | Gladgestreken
|
| Gladwrijven | Wreef glad | Gladgewreven
|
GlanzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glansde, heeft geglansd) 1 weerspiegelen doordat het een glad oppervlak heeft. (overgankelijk werkwoord; glansde, heeft geglansd) 1 (iets) doen glimmen, blinken.
In Spaans overeenkomend met: Brillar, Lucir Aprestar, Lustrar sBlinken Schijnen Schitteren | Glansde | Geglansd
|
| Glarieogen | Glarieoogde | Geglarieoogd
|
| Glariën | Glariede | Geglaried
|
GlasblazenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; glasblazer) 1 heet, week glas tot de vereiste vorm blazen.
| |
|
GlasstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; glasstraalde, heeft geglasstraald) 1 (mbt. oppervlakken van glas of bep. metalen) met zeer fijne deeltjes glas bestralen.
| Glasstraalde | Geglasstraald
|
GlazurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; glazuurde, heeft geglazuurd) 1 met glazuur bedekken.
| Glazuurde | Geglazuurd
|
GlibberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glibberde, heeft geglibberd) 1 herhaaldelijk uitglijden op een glad oppervlak 2 (van iets dat glibberig is) glijdend voortschuiven.
In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar sGlijden Glippen Schuiven Uitglijden | Glibberde | Geglibberd
|
GlijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gleed, heeft/is gegleden) 1 gemakkelijk, met zeer weinig wrijving schuiven.
In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar sGlibberen Glippen Schuiven Uitglijden | Gleed | Gegleden
|
GlimlachenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glimlachte, heeft geglimlacht) 1 het gezicht tot een glimlach plooien.
In Spaans overeenkomend met: Sonreír
| Glimlachte | Geglimlacht
|
GlimmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glom, heeft geglommen) 1 glanzen, weerspiegelen doordat het een glad oppervlak heeft 2 glimlachen van genot of trots.
In Spaans overeenkomend met: Relucir sBlinken Glinsteren Schitteren | Glom | Geglommen
|
GlinsterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glinsterde, heeft geglinsterd; glinstering) 1 lichtjes schitteren.
In Spaans overeenkomend met: Parpadear ((sterren),(estrella's)), Relucir sBlinken Flikkeren Glimmen Schitteren | Glinsterde | Geglinsterd
|
GlippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glipte, is geglipt) 1 wegglijden 2 zich onopgemerkt verplaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar sGlibberen Glijden Schuiven Uitglijden | Glipte | Geglipt
|
| Glissen | Gliste | Geglist
|
GloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gloeide, heeft gegloeid; gloeiing) 1 door verhitting stralen 2 zonder vlammen, met een rode gloed branden 3 zeer heet zijn.
In Spaans overeenkomend met: Arder sBlaken | Gloeide | Gegloeid
|
GlooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glooide, heeft geglooid) 1 in lichte mate hellen.
| Glooide | Geglooid
|
GlorenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gloorde, heeft gegloord) 1 zacht, glanzend schijnen.
| Gloorde | Gegloord
|
GloriërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glorieerde, heeft geglorieerd) 1 triomferen.
| Glorieerde | Geglorieerd
|
GlosserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; glosseerde, heeft geglosseerd) 1 van aantekeningen voorzien.
| Glosseerde | Geglosseerd
|
GluipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gluipte, heeft gegluipt; gluiper) 1 vals of huichelachtig kijken.
| |
|
GlunderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glunderde, heeft geglunderd) 1 stralend, vergenoegd kijken.
| Glunderde | Geglunderd
|
GlurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gluurde, heeft gegluurd) 1 stiekem, met nieuwsgierige, onderzoekende blik kijken.
| Gluurde | Gegluurd
|
| Gluurogen | Gluuroogde | Gegluuroogd
|
GniffelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gniffelde, heeft gegniffeld) 1 onderdrukt lachen.
| Gniffelde | Gegniffeld
|
GnuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gnuifde, heeft gegnuifd) 1 zich verkneukelen.
| Gnuifde | Gegnuifd
|
GoedachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; achtte goed, heeft goedgeacht) 1 voor goed of nuttig oordelen.
| Achtte goed | Goedgeacht
|
GoeddoenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deed goed, heeft goedgedaan) 1 goede daden doen, liefdadig zijn 2 helpen, verlichting geven.
| Deed goed | Goedgedaan
|
GoeddunkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dunkte goed, heeft goedgedunkt) 1 nodig, nuttig, wenselijk voorkomen.
| Docht goed | Goedgedocht
|
GoedkeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keurde goed, heeft goedgekeurd; goedkeuring) 1 (iem.) geschikt bevinden 2 geen bezwaar tegen iets hebben, ermee instemmen.
In Spaans overeenkomend met: Aprobar sBeamen Billijken Toestemmen | Keurde goed | Goedgekeurd
|
| Goedleggen | Legde goed | Goedgelegd
|
GoedmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte goed, heeft goedgemaakt) 1 (bedreven kwaad) door andere daden ongedaan maken 2 (een gebrek of tekortkoming) compenseren.
In Spaans overeenkomend met: Compensar sCompenseren Vergoeden | Maakte goed | Goedgemaakt
|
GoedpratenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; praatte goed, heeft goedgepraat) 1 (iets) door redenering zo weten voor te stellen, dat men er geen verkeerdheid meer in vindt.
| Praatte goed | Goedgepraat
|
| Goedspreken | Sprak goed | Goedgesproken
|
GoedvindenALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; vond goed, heeft goedgevonden) 1 goedkeuren, geen bezwaar tegen iets hebben.
In Spaans overeenkomend met: Acceder, Acordar, Consentir sHet eens zijn Toegeven Toestemmen | Vond goed | Goedgevonden
|
GokkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; gokte, heeft gegokt) 1 verwachtingen bouwen op. (onovergankelijk werkwoord; gokte, heeft gegokt; gokker) 1 een kansspel spelen om geld 2 een risico nemen dat voordeel op kan leveren.
| Gokte | Gegokt
|
GolfenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; golfde/golfte, heeft gegolfd/gegolft; golfer) 1 het golfspel spelen.
| Golfte | Gegolft
|
GolvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; golfde, heeft gegolfd; golving) 1 een beurtelings rijzend en dalend oppervlak vertonen 2 in een golflijn voortlopen 3 in golven stromen.
In Spaans overeenkomend met: Ondear
| Golfde | Gegolfd
|
GommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gomde, heeft gegomd) 1 (van bomen) gom laten uitvloeien 2 gummen. (overgankelijk werkwoord; gomde, heeft gegomd) 1 (iets) met gom bestrijken 2 (weefsel) met gom glanzig maken.
| Gomde | Gegomd
|
GonzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gonsde, heeft gegonsd) 1 klinken als een vliegende bij.
In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar sBrommen Razen Snorren Suizelen Suizen Tuiten Zoemen | Gonsde | Gegonsd
|
GoochelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld) 1 op handige of bedrieglijke wijze met iets omspringen. (onovergankelijk werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld; goochelaar) 1 vlugge, voor het oog bedrieglijke toeren met de handen verrichten. (overgankelijk werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld) 1 door toveren in de genoemde positie of toestand brengen.
| Goochelde | Gegoocheld
|
GoogelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; googelde, heeft gegoogeld) 1 zoeken op het internet, onderzoeken aan de hand van informatie via het internet.
| Googelde | Gegoogeld
|
GooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gooide, heeft gegooid; gooier) 1 (iets) door krachtig met de arm te zwaaien vanuit de hand naar iets of iem. anders laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Arrojar Tirar Echar, Lanzar sKeilen Smijten Uitgooien Uitsmijten Uitspelen Uitwerpen Wegslingeren Wegwerpen Werpen | Gooide | Gegooid
|
GordelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gordelde, heeft gegordeld) 1 deelnemen aan de Gordel, een jaarlijks wandel- en fietsevenement in de Vlaamse gordel rondom Brussel.
| Gordelde | Gegordeld
|
GordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gordde, heeft gegord; gording) 1 met een gordel vastmaken 2 met een gordel omgeven 3 (scheepvaart) reven.
| Gordde | Gegord
|
GorgelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gorgelde, heeft gegorgeld) 1 een vloeistof achter in de keel in beweging houden door uit te ademen door de mond om zodoende de keel te spoelen.
In Spaans overeenkomend met: Gargarizar sAfspoelen Spoelen | Gorgelde | Gegorgeld
|
GourmettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gourmette, heeft gegourmet) 1 recreatief tafelen waarbij ieder aan tafel in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt.
| Gourmette | Gegourmet
|
GraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; graaide, heeft gegraaid) 1 met de handen ergens in rondtasten. (overgankelijk werkwoord; graaide, heeft gegraaid) 1 stelen 2 zich op oneerlijke of discutabele wijze verrijken bij de uitoefening van zijn functie.
| Graaide | Gegraaid
|
GrabbelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; grabbelde, heeft gegrabbeld) 1 graaien.
| Grabbelde | Gegrabbeld
|
GraderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gradeerde, heeft gegradeerd; gradering) 1 het gehalte verhogen van (metalen) 2 (zeewater) op het voor de verdamping in de zoutpannen vereiste gehalte brengen 3 (beeldende kunst) frijnen.
In Spaans overeenkomend met: Graduar sIn graden verdelen | Gradeerde | Gegradeerd
|
GraduerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gradueerde, heeft gegradueerd; graduatie) 1 van een schaalverdeling voorzien, in graden verdelen 2 een graad aan een hogeschool of universiteit verlenen.
| Gradueerde | Gegradueerd
|
| Granen | Graande | Gegraand
|
GranulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; granuleerde, heeft gegranuleerd; granulatie) 1 (geneeskunde) (van weefsel) korrelig worden. (overgankelijk werkwoord; granuleerde, heeft gegranuleerd) 1 (een stof) een korrelige structuur geven 2 (een oppervlakte) ruw maken.
| Granuleerde | Gegranuleerd
|
| Grapjassen | Grapjaste | Gegrapjast
|
GrappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grapte, heeft gegrapt) 1 op grappige wijze, als iets grappigs zeggen.
In Spaans overeenkomend met: Bromear sGekscheren Grappen maken Schertsen | Grapte | Gegrapt
|
GrasduinenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 met gras begroeide duinen. (onovergankelijk werkwoord; grasduinde, heeft gegrasduind) 1 op zijn gemak, voor zijn plezier met iets bezig zijn.
| Grasduinde | Gegrasduind
|
GrasmaaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; grasmaaier) 1 gras afsnijden met de zeis of grasmaaier.
| Maaide gras | Grasgemaaid
|
GratificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gratificeerde, heeft gegratificeerd) 1 genade schenken 2 (iem.) belonen met een gratificatie.
| Gratificeerde | Gegratificeerd
|
GratinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gratineerde, heeft gegratineerd) 1 (gerechten) in de oven een korstje laten krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Gratinar sPaneren | Gratineerde | Gegratineerd
|
GratiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gratieerde, heeft gegratieerd) 1 gratie verlenen aan.
| Gratieerde | Gegratieerd
|
GrauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (grauwde, is gegrauwd) grijs, grauw worden 2 (grauwde, heeft gegrauwd) snauwen.
| Grauwde | Gegrauwd
|
GravenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; groef, heeft gegraven; graver) 1 (een gat) in de grond maken met de handen, een schop of ander graafwerktuig.
In Spaans overeenkomend met: Cavar sOmspitten Spitten Woelen | Groef | Gegraven
|
GraverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; graveerde, heeft gegraveerd) 1 (beeldende kunst) met een scherpe stift tekeningen inkrassen in hout, metaal of glas, om daarvan vervolgens afdrukken te maken.
In Spaans overeenkomend met: Abrir, Grabar sGriffen | Graveerde | Gegraveerd
|
GraviterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; graviteerde, heeft/is gegraviteerd) 1 als gevolg van de zwaartekracht zich in een bepaalde richting voortbewegen.
| Graviteerde | Gegraviteerd
|
GrazenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; graasde, heeft gegraasd) 1 in grasland gras eten .
In Spaans overeenkomend met: Pastar, Tascar Pacer sWeiden | Graasde | Gegraasd
|
GreinenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van geiten- of kemelshaar gemaakt. (overgankelijk werkwoord; greinde, heeft gegreind) 1 greineren.
| Greinde | Gegreind
|
GreinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; greineerde, heeft gegreineerd) 1 (een oppervlak) zo bewerken dat het oneffen wordt.
| Greineerde | Gegreineerd
|
GrendelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grendelde, heeft gegrendeld) 1 met een grendel op slot doen.
In Spaans overeenkomend met: Correr el cerrojo sAfgrendelen | Grendelde | Gegrendeld
|
| Grenzen | Grensde | Gegrensd
|
GrienenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; griende, heeft gegriend; griener) 1 (pejoratief) huilen.
| Griende | Gegriend
|
GrievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; griefde, heeft gegriefd) 1 kwetsen, krenken.
In Spaans overeenkomend met: Acongojar, Afligir, Entristecer Ofender sBedroeven Beledigen Krenken Smarten Verongelijken | Griefde | Gegriefd
|
GriezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; griezelde, heeft gegriezeld) 1 huiveren van ontzetting, schrik of afkeer.
| Griezelde | Gegriezeld
|
GriffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; griffelde, heeft gegriffeld; griffeling) 1 met een metalen schrijfstift schrijven 2 (landbouw) enten.
In Spaans overeenkomend met: Insertar
| Griffelde | Gegriffeld
|
GriffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grifte, heeft gegrift) 1 graveren, met een stift inkrassen 2 (landbouw) enten.
In Spaans overeenkomend met: Grabar sGraveren | Grifte | Gegrift
|
| Grijnen | Grijnde | Gegrijnd
|
GrijnslachenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grijnslachte, heeft gegrijnslacht) 1 spottend, hatelijk lachen.
| Grijnslachte | Gegrijnslacht
|
GrijnzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grijnsde, heeft gegrijnsd) 1 het gezicht tot een grijns vertrekken.
In Spaans overeenkomend met: Reírse maliciosamente
| Grijnsde | Gegrijnsd
|
GrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep, heeft gegrepen) 1 een beweging maken om iets te pakken, te raken. (overgankelijk werkwoord; greep, heeft gegrepen) 1 beetpakken om iets vast te houden, te bemachtigen of tegen te houden .
In Spaans overeenkomend met: Agazapar, Asir, Captar, Coger Agarrar, Empuñar sAangrijpen Bemachtigen Pakken Vastgrijpen Vastpakken Vatten | Greep | Gegrepen
|
GrijsrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 opzettelijk te weinig strippen afstempelen op de strippenkaart.
| |
|
GrijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grijsde, is gegrijsd) 1 grijs worden.
| Grijsde | Gegrijsd
|
GrillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; grilde, heeft gegrild) 1 roosteren.
In Spaans overeenkomend met: Asar a la parrilla Asar a la parilla sGrilleren | Grilde | Gegrild
|
GrillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grilleerde, heeft gegrilleerd) 1 roosteren.
In Spaans overeenkomend met: Asar a la parrilla sGrillen | Grilleerde | Gegrilleerd
|
| Grimassen | Grimaste | Gegrimast
|
GrimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grimeerde, heeft gegrimeerd; grimeur) 1 (het gezicht van toneelspelers enz.) beschilderen en tekenen om er de voor de rol vereiste uitdrukking aan te geven.
In Spaans overeenkomend met: Maquillar sBlanketten Maquilleren Opmaken Schminken | Grimeerde | Gegrimeerd
|
GrimlachenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grimlachte, heeft gegrimlacht) 1 het gezicht tot een hatelijke, bittere of valse lach vertrekken.
| Grimlachte | Gegrimlacht
|
| Grimmen | Grimde | Gegrimd
|
GrindenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grindde, heeft gegrind) 1 grind delven, uitgraven. (overgankelijk werkwoord; grindde, heeft gegrind) 1 met grind bestrooien.
| Grindde | Gegrind
|
GrinnikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grinnikte, heeft gegrinnikt) 1 min of meer grijnzend lachen met een knorrend keelgeluid.
| Grinnikte | Gegrinnikt
|
GrintenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie grinden. (overgankelijk werkwoord) zie grinden.
| Grintte | Gegrint
|
GrissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; griste, heeft gegrist) 1 met snelle greep een ander afhandig maken.
| Griste | Gegrist
|
GroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; groeide, is gegroeid) 1 (van levende wezens en hun organen) in grootte toenemen 2 (van gewassen) opschieten, uit de aarde tevoorschijn komen 3 (van zaken) vermeerderen.
In Spaans overeenkomend met: Crecer Darse Encarnar ((wild vlees),(carne)) Aumentar Prevalecer Vegetar sAangroeien Aanwassen Gedijen Ontstaan Stijgen Toenemen Vegeteren Wassen Wortel schieten | Groeide | Gegroeid
|
GroenenIn Spaans overeenkomend met: Verdecer
| Groende | Gegroend
|
GroepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; groepte, heeft gegroept) 1 een groep vormen.
| Groepte | Gegroept
|
GroeperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; groepeerde, heeft gegroepeerd; groepering) 1 in een of meer groepen verenigen.
| Groepeerde | Gegroepeerd
|
GroetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; groette, heeft gegroet) 1 een heilwens tot iem. of iets richten of met een gebaar beleefdheid betonen.
In Spaans overeenkomend met: Saludar sBegroeten | Groette | Gegroet
|
GroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; groefde, heeft gegroefd) 1 een groef maken in.
In Spaans overeenkomend met: Rizar
| Groefde | Gegroefd
|
GrollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; grolde, heeft gegrold) 1 grappen verkopen.
| Grolde | Gegrold
|
| Grommelen | Grommelde | Gegrommeld
|
GrommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gromde, heeft gegromd) 1 een dof brommend geluid maken. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gromde, heeft gegromd) 1 (iets) morrend zeggen, brommen.
In Spaans overeenkomend met: Balar, Gritar, Ladrar, Rebuznar Gruñir sBalken Blaten Brullen Hinniken Knorren Loeien Schreeuwen | Gromde | Gegromd
|
GrondenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; grondde, heeft gegrond) 1 baseren op. (overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond) 1 (ook absoluut) grondverven 2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen 3 de bodem peilen van 4 (archaïsch) stichten.
In Spaans overeenkomend met: Basar, Fundar sBaseren | Grondde | Gegrond
|
GrondvervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grondverfde, heeft gegrondverfd) 1 in de grondverf zetten.
| Grondverfde | Gegrondverfd
|
GrondvestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grondvestte, heeft gegrondvest; grondvester, grondvesting) 1 in het leven roepen.
In Spaans overeenkomend met: Fundar, Instituir, Motivar sBaseren Funderen Stichten Vestigen | Grondvestte | Gegrondvest
|
GrootbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht groot, heeft grootgebracht) 1 (kinderen, jonge dieren) door voortdurende zorg doen opgroeien.
In Spaans overeenkomend met: Educar sDresseren Kweken Opleiden Opvoeden | Bracht groot | Grootgebracht
|
GroothoudenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; hield zich groot, heeft zich grootgehouden) 1 doen alsof men iets hinderlijks niet bespeurt of het zich niet aantrekt.
| Hield groot | Grootgehouden
|
| Grootspreken | |
|
GrosserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; grosseerde, heeft gegrosseerd) 1 (een stuk) overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen.
| Grosseerde | Gegrosseerd
|
| Grossieren | Grossierde | Gegrossierd
|
GruizelenIn Spaans overeenkomend met: Derribarse, Derruirse, Desmoronarse, Fragmentarse sAfbrokkelen | Gruizelde | Gegruizeld
|
| Gruizen | Gruisde | Gegruisd
|
GruttenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 mengsel van gebroken boekweit- en haverkorrels 2 gepelde, gebroken gerst.
| Grutte | Gegrut
|
GruwelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gruwelde, heeft gegruweld) 1 gruwen.
| Gruwelde | Gegruweld
|
GruwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gruwde, heeft gegruwd) 1 een gevoel van afgrijzen hebben.
In Spaans overeenkomend met: Horrorizarse sOntzet zijn | Gruwde | Gegruwd
|
| Guillocheren | Guillocheerde | Geguillocheerd
|
GuillotinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; guillotineerde, heeft geguillotineerd) 1 onthoofden met de guillotine.
| Guillotineerde | Geguillotineerd
|
| Gullen | Gulde | Geguld
|
GulpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gulpte, is gegulpt) 1 plotseling met een dikke straal tevoorschijn komen.
| Gulpte | Gegulpt
|
GummenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gumde, heeft gegumd) 1 vegen met gum.
| Gumde | Gegumd
|
GunnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gunde, heeft gegund) 1 uit goedheid schenken 2 zonder nijd of spijt zien dat een ander iets heeft of ontvangt 3 de uitvoering van een werk aan iem. toewijzen.
| Gunde | Gegund
|
GutsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gutste, heeft gegutst) 1 overvloedig, in stromen neervloeien of storten. (overgankelijk werkwoord; gutste, heeft gegutst) 1 met een guts uitsteken.
| Gutste | Gegutst
|
GymmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gymde, heeft gegymd) 1 gymnastiek doen.
| Gymde | Gegymd
|