| I-bankieren | I-bankierde | Ge-i-bankierd
|
IaënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; iade, heeft geïaad) 1 balken van, als een ezel.
| Iade | Geïaad
|
IdealiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; idealiseerde, heeft geïdealiseerd) 1 gunstiger of zelfs als ideaal beoordelen.
In Spaans overeenkomend met: Idealizar
| Idealiseerde | Geïdealiseerd
|
IdentificerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; identificeerde, heeft geïdentificeerd) 1 vereenzelvigen met. (overgankelijk werkwoord; identificeerde, heeft geïdentificeerd; identificatie) 1 de identiteit vaststellen. (wederkerend werkwoord; identificeerde zich, heeft zich geïdentificeerd) 1 zich legitimeren.
In Spaans overeenkomend met: Identificar, Reconocer sVereenzelvigen | Identificeerde | Geïdentificeerd
|
IdeologiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ideologiseerde, heeft geïdeologiseerd) 1 tot voorwerp van een ideologie maken.
| Ideologiseerde | Geïdeologiseerd
|
IgnorerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ignoreerde, heeft geïgnoreerd) 1 iem. niet willen kennen 2 zich onkundig van iets houden.
| Ignoreerde | Geïgnoreerd
|
IjkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ijkte, heeft geijkt; ijker, ijking) 1 (meet- en weegwerktuigen) toetsen aan de gestelde eisen en van een ijk voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Aforar, Calibrar, Contrastar sKalibreren Keuren Waarmerken | Ijkte | Geijkt
|
IjlenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (ijlde, is geijld) spoeden, snellen 2 (ijlde, heeft geijld) door koorts verward en onsamenhangend spreken.
| Ijlde | Geijld
|
IjsberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ijsbeerde, heeft geijsbeerd) 1 rusteloos op en neer lopen.
| Ijsbeerde | Geijsbeerd
|
IjsdansenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 kunstrijden waarbij een danspaar de figuren schaatst.
| |
|
| Ijshockeyen | Ijshockeyde | Geijshockeyd
|
IjsracenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ijsracete, heeft geijsracet) 1 met een motor met spijkerbanden racen op een ijsbaan.
| Ijsracete | Geijsracet
|
| Ijveren | Ijverde | Geijverd
|
IjzelenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; ijzelde, heeft geijzeld) 1 het zich vormen van ijzel.
| Ijzelde | Geijzeld
|
| Ijzen | Ijsde | Geijsd
|
IlluminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; illumineerde, heeft geïllumineerd) 1 feestelijk verlichten 2 (handschriften enz.) met ornamenten versieren 3 (tekeningen enz.) met doorschijnende kleuren opwerken.
In Spaans overeenkomend met: Adornar con luces, Iluminar sVerlichten | Illumineerde | Geïllumineerd
|
IllustrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; illustreerde, heeft geïllustreerd) 1 (een boek enz.) van afbeeldingen voorzien 2 toelichten met voorbeelden.
In Spaans overeenkomend met: Ilustrar sVeraanschouwelijken Verluchten | Illustreerde | Geïllustreerd
|
ImiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; imiteerde, heeft geïmiteerd; imitator, imitatie) 1 (iem. of iets) nadoen.
In Spaans overeenkomend met: Imitar sNabootsen Nadoen | Imiteerde | Geïmiteerd
|
ImkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; imkerde, heeft geïmkerd) 1 bijen houden.
| Imkerde | Geïmkerd
|
ImmatriculerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; immatriculeerde, heeft geïmmatriculeerd) 1 inschrijven in de madricula, het register van de leden.
| Immatriculeerde | Geïmmatriculeerd
|
ImmigrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; immigreerde, is geïmmigreerd; immigrant, immigratie) 1 zich uit een ander land ergens komen vestigen.
In Spaans overeenkomend met: Inmigrar
| Immigreerde | Geïmmigreerd
|
ImmobiliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; immobiliseerde, heeft geïmmobiliseerd; immobilisering) 1 onbeweeglijk maken.
| Immobiliseerde | Geïmmobiliseerd
|
ImmuniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; immuniseerde, heeft geïmmuniseerd; immunisering) 1 immuun maken, immuniteit veroorzaken.
In Spaans overeenkomend met: Inmunizar sImmuun maken | Immuniseerde | Geïmmuniseerd
|
ImplanterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; implanteerde, heeft geïmplanteerd; implantatie) 1 (geneeskunde) (levend weefsel) inbrengen, inzetten.
| Implanteerde | Geïmplanteerd
|
ImplementerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; implementeerde, heeft geïmplementeerd; implementatie) 1 (een plan) tot uitvoering brengen 2 (computer) installeren, testen en in gebruik nemen van apparatuur, informatiesysteem, programmatuur en/of procedures.
| Implementeerde | Geïmplementeerd
|
ImplicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; impliceerde, heeft geïmpliceerd) 1 inhouden.
In Spaans overeenkomend met: Envolver Contener, Implicar sInhouden Insluiten Met zich meebrengen | Impliceerde | Geïmpliceerd
|
ImploderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; implodeerde, is geïmplodeerd; implosie) 1 met kracht instorten door te grote druk van buitenaf of door zeer sterke gravitatiekrachten.
| Implodeerde | Geïmplodeerd
|
ImponerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; imponeerde, heeft geïmponeerd) 1 achting, eerbied, ontzag inboezemen.
In Spaans overeenkomend met: Imponer sIndruk maken op | Imponeerde | Geïmponeerd
|
ImporterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; importeerde, heeft geïmporteerd) 1 invoeren van elders.
In Spaans overeenkomend met: Importar sInvoeren | Importeerde | Geïmporteerd
|
ImpregnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; impregneerde, heeft geïmpregneerd; impregneerder, impregnatie) 1 (een poreuze vaste stof) doordrenken met een vloeistof om hem waterdicht, onbrandbaar enz. te maken.
In Spaans overeenkomend met: Impregnar
| Impregneerde | Geïmpregneerd
|
ImproviserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; improviseerde, heeft geïmproviseerd; improvisator, improvisatie) 1 een mondelinge of instrumentale voordracht houden, die op het ogenblik zelf is bedacht 2 met de op dat moment beschikbare middelen werken 3 variëren op een bekend thema.
In Spaans overeenkomend met: Improvisar
| Improviseerde | Geïmproviseerd
|
InactiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inactiveerde, heeft geïnactiveerd) 1 (iets) onwerkzaam maken.
| Inactiveerde | Geïnactiveerd
|
InademenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ademde in, heeft ingeademd; inademer, inademing) 1 (lucht) in de longen brengen.
In Spaans overeenkomend met: Aspirar
| Ademde in | Ingeademd
|
InaugurerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inaugureerde, heeft geïnaugureerd; inauguratie) 1 plechtig inwijden.
In Spaans overeenkomend met: Inaugurar sInwijden Officieel openen Onthullen | Inaugureerde | Geïnaugureerd
|
InbakerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bakerde in, heeft ingebakerd) 1 (een baby, een kind) in doeken wikkelen, warm instoppen.
In Spaans overeenkomend met: Empañar, Envolver, Vendar sBakeren Insluiten Inzwachtelen Omwikkelen | Bakerde in | Ingebakerd
|
InbakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bakte in, is ingebakken/ingebakt) 1 bij het bakken slinken.
| Bakte in | Ingebakken
|
InbeddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bedde in, heeft ingebed; inbedding) 1 iets doen rusten als in een bed 2 situeren, inpassen.
| Bedde in | Ingebed
|
InbeeldenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; beeldde zich in, heeft zich ingebeeld) 1 zich iets onwezenlijks of onmogelijks voorstellen als werkelijk bestaand 2 een te hoge dunk van zichzelf hebben.
| Beeldde in | Ingebeeld
|
InbellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; belde in, heeft ingebeld; inbeller) 1 via een modemverbinding contact leggen met een andere computer.
| Belde in | Ingebeld
|
| Inbeuken | Beukte in | Ingebeukt
|
InbijtenIn de betekenis van: Door gehakte bijten binnenbrengen
| Bijtte in | Ingebijt
|
InbijtenIn de betekenis van: Er de tanden inzetten
| Beet in | Ingebeten
|
InbindenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bond in, heeft ingebonden; inbinder, inbinding) 1 zich redelijker opstellen na felheid of brutaliteit. (overgankelijk werkwoord; bond in, heeft ingebonden) 1 (de vellen, bladen van een boek) in een band samenbinden.
In Spaans overeenkomend met: Encuadernar Aferrar ((zeilen),(velas)) sBinden Inhalen Oprollen | Bond in | Ingebonden
|
| Inblazen | Blies in | Ingeblazen
|
InblikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blikte in, heeft ingeblikt) 1 in blik conserveren 2 muziek, geluiden vastleggen.
In Spaans overeenkomend met: Enlatar
| Blikte in | Ingeblikt
|
InboekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boekte in, heeft ingeboekt) 1 boekhoudkundige gegevens in het grootboek schrijven.
| Boekte in | Ingeboekt
|
InboetenIn Spaans overeenkomend met: Substituir sIn de plaats stellen van Vervangen | Boette in | Ingeboet
|
InboezemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boezemde in, heeft ingeboezemd; inboezeming) 1 inprenten, vervullen met.
In Spaans overeenkomend met: Inspirar sBezielen Inspireren | Boezemde in | Ingeboezemd
|
InborenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boorde in, heeft ingeboord) 1 met een boor een gat maken in.
| Boorde in | Ingeboord
|
InbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bouwde in, heeft ingebouwd) 1 een gebouw, terrein, enz. met andere gebouwen omgeven 2 in de constructie opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Incorporar Empotrar
| Bouwde in | Ingebouwd
|
InbrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brandde in, is ingebrand; inbrander, inbranding) 1 niet gelijkmatig afbranden. (overgankelijk werkwoord; brandde in, heeft ingebrand) 1 met een gloeiend ijzer een merkteken indrukken 2 verf door sterke verhitting vastleggen 3 fotografisch vastleggen.
| Brandde in | Ingebrand
|
| Inbreien | Breide in | Ingebreid
|
InbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brak in, heeft ingebroken) 1 zich met geweld toegang verschaffen met het doel te stelen 2 inbreuk maken, plegen.
| Brak in | Ingebroken
|
InbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht in, heeft ingebracht; inbrenger, inbrenging) 1 naar binnen brengen 2 (geld of goederen) bijdragen aan een gezamenlijk bezit 3 voorstellen 4 (meststoffen) onder de grond brengen 5 (sport) in het veld brengen ter vervanging van een andere speler.
In Spaans overeenkomend met: Introducir sIndoen Invoeren | Bracht in | Ingebracht
|
| Inbrokkelen | Brokkelde in | Ingebrokkeld
|
| Inbuigen | Boog in | Ingebogen
|
InburgerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; burgerde in, is ingeburgerd) 1 wennen in een nieuwe woonplaats.
| Burgerde in | Ingeburgerd
|
| Inbusselen | Busselde in | Ingebusseld
|
IncalculerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; calculeerde in, heeft ingecalculeerd) 1 begroten 2 voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Incluir en cuenta sMeerekenen | Calculeerde in | Ingecalculeerd
|
IncarnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; incarneerde, heeft geïncarneerd; incarnatie) 1 een lichamelijke gestalte geven.
In Spaans overeenkomend met: Encarnar Encarnarse sVlees worden | Incarneerde | Geïncarneerd
|
IncasserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; incasseerde, heeft geïncasseerd; incasseerder, incassatie/incassering) 1 (geld) innen 2 (tegenslag) moeten verdragen.
| Incasseerde | Geïncasseerd
|
IncheckenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; checkte in, heeft ingecheckt) 1 zich op een luchthaven laten registreren voor aanvang van een vliegreis. (overgankelijk werkwoord; checkte in, heeft ingecheckt) 1 (passagiers of bagage) op de luchthaven registreren voor aanvang van een vliegreis.
In Spaans overeenkomend met: Facturar
| Checkte in | Ingecheckt
|
InclinerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; inclineerde, heeft geïnclineerd) 1 (formeel) tenderen, overhellen.
| Inclineerde | Geïnclineerd
|
IncorporerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; incorporeerde, heeft geïncorporeerd; incorporatie) 1 inlijven, in zich opnemen.
| Incorporeerde | Geïncorporeerd
|
IndagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; daagde in, heeft ingedaagd; indager, indaging) 1 dagvaarden.
| Daagde in | Ingedaagd
|
IndalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daalde in, is ingedaald; indaling) 1 (van een kind in de baarmoeder) de bekkenbodem bereiken.
| Daalde in | Ingedaald
|
IndammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; damde in, heeft ingedamd; indamming) 1 tussen dijken insluiten 2 inperken, beperken.
| Damde in | Ingedamd
|
IndampenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dampte in, heeft ingedampt; indamping) 1 (een oplossing) concentreren door verdamping van het oplosmiddel.
| Dampte in | Ingedampt
|
IndekkenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; dekte zich in, heeft zich ingedekt; indekking) 1 zich vrijwaren.
| Dekte in | Ingedekt
|
IndelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deelde in, heeft ingedeeld; indeling) 1 ordenen in groepen 2 onderbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Clasificar sClassificeren Sorteren | Deelde in | Ingedeeld
|
IndenkenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; dacht zich in, heeft zich ingedacht) 1 zich in heel zijn betekenis voorstellen.
| Dacht in | Ingedacht
|
IndeukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deukte in, heeft ingedeukt) 1 een deuk maken in.
| Deukte in | Ingedeukt
|
IndexerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; indexeerde, heeft geïndexeerd; indexatie/indexering) 1 een index maken op 2 in een index opnemen 3 binden aan een index.
| Indexeerde | Geïndexeerd
|
IndicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; indiceerde, heeft geïndiceerd; indicator, indicering/indicatie) 1 een aanwijzing zijn voor 2 op de index plaatsen.
| Indiceerde | Geïndiceerd
|
IndienenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diende in, heeft ingediend; indiener, indiening) 1 bij de bevoegde macht inleveren, voorleggen.
In Spaans overeenkomend met: Elevar Presentar, Representar sAanbieden Presenteren Uitbeelden Vertonen Voorstellen | Diende in | Ingediend
|
IndijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dijkte in, heeft ingedijkt; indijker, indijking) 1 door een dijk of dijken omgeven.
| Dijkte in | Ingedijkt
|
IndikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dikte in, is ingedikt; indikking) 1 door koken dik worden. (overgankelijk werkwoord; dikte in, heeft ingedikt) 1 door koken dik maken.
In Spaans overeenkomend met: Consolidar sConsolideren Versterken | Dikte in | Ingedikt
|
IndividualiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; individualiseerde, heeft geïndividualiseerd; individualisering) 1 een op het individu gericht karakter geven.
| Individualiseerde | Geïndividualiseerd
|
IndoctrinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; indoctrineerde, heeft geïndoctrineerd; indoctrinatie) 1 (een politieke leer, een opvatting) onder druk doen aanvaarden.
In Spaans overeenkomend met: Adoctrinar
| Indoctrineerde | Geïndoctrineerd
|
IndoenIn Spaans overeenkomend met: Injerir Introducir sInbrengen Insteken Invoeren Steken | Deed in | Ingedaan
|
IndommelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dommelde in, is ingedommeld) 1 indutten, onvast in slaap vallen 2 insuffen, het verliezen van aandacht.
| Dommelde in | Ingedommeld
|
IndompelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dompelde in, heeft ingedompeld; indompeling) 1 in een vloeistof steken.
In Spaans overeenkomend met: Botar, Empapar, Mojar, Sumergir sDoordrenken Doorweken Indopen Soppen | Dompelde in | Ingedompeld
|
IndonderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderde in, is ingedonderd) 1 (informeel) instorten, inzakken. (overgankelijk werkwoord; donderde in, heeft ingedonderd) 1 insmijten 2 met geweld en geraas iets inslaan.
| Donderde in | Ingedonderd
|
IndopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doopte in, heeft ingedoopt) 1 in een vloeistof dompelen of steken.
In Spaans overeenkomend met: Botar, Empapar, Mojar, Sumergir sDoordrenken Doorweken Indompelen Soppen | Doopte in | Ingedoopt
|
IndosserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie endosseren.
| Indosseerde | Geïndosseerd
|
IndraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; draaide in, heeft ingedraaid) 1 door draaien inzetten, in iets brengen.
| Draaide in | Ingedraaid
|
| Indragen | Droeg in | Ingedragen
|
IndrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreef in, heeft ingedreven) 1 met kracht ergens inslaan.
| Dreef in | Ingedreven
|
IndringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drong in, is ingedrongen; indringer, indringing) 1 binnendringen. (wederkerend werkwoord; drong zich in, heeft zich ingedrongen) 1 zich door list, onbeschaamdheid enz. toegang bezorgen.
| Drong in | Ingedrongen
|
IndrinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dronk in, heeft ingedronken) 1 (formeel) in zich opnemen .
| Dronk in | Ingedronken
|
IndrogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droogde in, is ingedroogd; indroging) 1 droog wordend intrekken 2 door opdrogen inkrimpen.
| Droogde in | Ingedroogd
|
| Indroppelen | Droppelde in | Ingedroppeld
|
| Indruisen | Druiste in | Ingedruist
|
IndrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte in, heeft ingedrukt; indrukking) 1 door drukken naar binnen brengen .
| Drukte in | Ingedrukt
|
IndruppelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; druppelde in, heeft ingedruppeld) 1 druppels inbrengen in.
| Druppelde in | Ingedruppeld
|
InducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; induceerde, heeft geïnduceerd; inductie) 1 uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden 2 (natuurkunde) door inductie opwekken.
In Spaans overeenkomend met: Inducir
| Induceerde | Geïnduceerd
|
InduffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duffelde in, heeft ingeduffeld) 1 (in België) warm aankleden.
| Duffelde in | Ingeduffeld
|
| Induiken | Dook in | Ingedoken
|
IndustrialiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; industrialiseerde, heeft geïndustrialiseerd; industrialisering) 1 de industrie tot voornaamste middel van bestaan maken van (een land).
| Industrialiseerde | Geïndustrialiseerd
|
InduttenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dutte in, is ingedut) 1 onvast in slaap vallen 2 insuffen, het verliezen van aandacht.
| Dutte in | Ingedut
|
InduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde in, heeft ingeduwd) 1 door duwen stukmaken.
In Spaans overeenkomend met: Incrustar
| Duwde in | Ingeduwd
|
| Ineendraaien | Draaide ineen | Ineengedraaid
|
IneendringenIn Spaans overeenkomend met: Comprimir sIneendrukken Samendrukken Samenknijpen | Drong ineen | Ineengedrongen
|
IneendrukkenIn Spaans overeenkomend met: Comprimir sIneendringen Samendrukken Samenknijpen | Drukte ineen | Ineengedrukt
|
IneenduikenIn Spaans overeenkomend met: Agacharse sBukken|Zich bukken Zich bukken | Dook ineen | Ineengedoken
|
| Ineenfrommelen | Frommelde ineen | Ineengefrommeld
|
IneengrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep ineen, heeft ineengegrepen) 1 in elkaar grijpen.
| Greep ineen | Ineengegrepen
|
IneenkrimpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kromp ineen, is ineengekrompen; ineenkrimping) 1 zich samentrekken.
In Spaans overeenkomend met: Contraerse, Encogerse sIneenkronkelen Krimpen | Kromp ineen | Ineengekrompen
|
IneenkronkelenIn Spaans overeenkomend met: Contraerse, Encogerse sIneenkrimpen Krimpen | Kronkelde ineen | Ineengekronkeld
|
| Ineenlopen | Liep ineen | Ineengelopen
|
| Ineenpassen | Paste ineen | Ineengepast
|
IneenpersenIn Spaans overeenkomend met: Apelmazar
| Ineenpersde | Ineengepersd
|
| Ineenrollen | Rolde ineen | Ineengerold
|
| Ineenschroeven | Schroefde ineen | Ineengeschroefd
|
IneenschrompelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schrompelde ineen, is ineengeschrompeld; ineenschrompeling) 1 door schrompelen kleiner worden.
In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Arrugarse, Encogerse sRimpels krijgen Slinken Verschrompelen | Schrompelde ineen | Ineengeschrompeld
|
| Ineenschuiven | Schoof ineen | Ineengeschoven
|
IneenslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Sloeg ineen | Ineengeslagen
|
| Ineensluiten | Sloot ineen | Ineengesloten
|
| Ineensmelten | Smolt ineen | Ineengesmolten
|
IneenstortenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stortte ineen, is ineengestort; ineenstorting) 1 in stukken uiteenvallen, instorten.
In Spaans overeenkomend met: Desmoronarse sNeerzakken | Stortte ineen | Ineengestort
|
| Ineenstrengelen | Strengelde ineen | Ineengestrengeld
|
| Ineenvlechten | Vlocht ineen | Ineengevlochten
|
| Ineenvoegen | Voegde ineen | Ineengevoegd
|
| Ineenvouwen | Vouwde ineen | Ineengevouwen
|
IneenzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte ineen, is ineengezakt) 1 instorten 2 (van personen) flauwvallen.
| Zakte ineen | Ineengezakt
|
IneenzettenIn Spaans overeenkomend met: Construir Juntar Componer sAanleggen Bijeenvoegen Bouwen Construeren Maken Samenstellen | Zette ineen | Ineengezet
|
InentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; entte in, heeft ingeënt; inenting) 1 (geneeskunde) verzwakte of dode smetstof in het bloed brengen om het lichaam aan te zetten tot het maken van antistoffen, zonder dat de echte ziekte optreedt 2 (biologie) als ent inzetten.
In Spaans overeenkomend met: Inocular Vacunar sEnten Oculeren Vaccineren | Entte in | Ingeënt
|
InfantiliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; infantiliseerde, is geïnfantiliseerd; infantilisering/infantilisatie) 1 infantiel worden. (overgankelijk werkwoord; infantiliseerde, heeft geïnfantiliseerd) 1 versimpelen.
| Infantiliseerde | Geïnfantiliseerd
|
InfecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; infecteerde, heeft geïnfecteerd; infectie) 1 besmetten met een ziekte.
In Spaans overeenkomend met: Infectar Contagiar sAansteken Besmetten Verpesten | Infecteerde | Geïnfecteerd
|
InfiltrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; infiltreerde, is geïnfiltreerd; infiltrant, infiltratie) 1 langzaam of tersluiks binnendringen 2 doorsijpelen.
In Spaans overeenkomend met: Infiltrar
| Infiltreerde | Geïnfiltreerd
|
InfluencerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; influenceerde, heeft geïnfluenceerd) 1 invloed hebben op.
| Influenceerde | Geïnfluenceerd
|
InfluisterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fluisterde in, heeft ingefluisterd; influistering) 1 nauwelijks hoorbaar in het oor zeggen 2 met arglistige bedoeling heimelijk meedelen 3 souffleren.
In Spaans overeenkomend met: Sugerir sEen wenk geven Opperen Suggereren Voorstellen | Fluisterde in | Ingefluisterd
|
| Informatiseren | Informatiseerde | Geïnformatiseerd
|
InformerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; informeerde, heeft geïnformeerd) 1 inlichtingen inwinnen. (overgankelijk werkwoord; informeerde, heeft geïnformeerd) 1 inlichtingen verstrekken.
In Spaans overeenkomend met: Informar sBerichten Inlichten Voorlichten | Informeerde | Geïnformeerd
|
IngaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging in, is ingegaan) 1 bestrijden. (werkwoord; ging in, is ingegaan) 1 nader behandelen. (onovergankelijk werkwoord; ging in, is ingegaan) 1 aanvangen, beginnen van kracht te zijn.
In Spaans overeenkomend met: Entrar, Montar Comenzar, Empezar, Principiar sAanbreken Aanvangen Beginnen Binnengaan Binnenlopen | Ging in | Ingegaan
|
IngevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf in, heeft ingegeven; ingeving) 1 in de geest brengen .
In Spaans overeenkomend met: Soplar
| Gaf in | Ingegeven
|
IngietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; goot in, heeft ingegoten) 1 (een vloeistof) gietend naar binnen laten stromen 2 (geneeskunde) infuseren 3 door middel van gesmolten metaal in iets bevestigen.
In Spaans overeenkomend met: Verter sInschenken | Goot in | Ingegoten
|
| Inglijden | Gleed in | Ingegleden
|
IngooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide in, heeft ingegooid) 1 (ook absoluut) door gooien ergens binnenbrengen 2 door een worp breken.
| Gooide in | Ingegooid
|
IngravenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; groef in, heeft ingegraven; ingraving) 1 volledig begraven.
| Groef in | Ingegraven
|
IngraverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; graveerde in, heeft ingegraveerd) 1 door graveren aanbrengen in.
| Graveerde in | Ingegraveerd
|
| Ingriffen | Grifte in | Ingegrift
|
IngrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep in, heeft ingegrepen) 1 sterk merkbaar zijn 2 handelen om erger te voorkomen 3 in elkaar grijpen (van tanden, radertjes enz.).
In Spaans overeenkomend met: Intervenir sInterveniëren Mengen in|Zich mengen in Tussenbeide komen Zich mengen in | Greep in | Ingegrepen
|
IngroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; groeide in, is ingegroeid) 1 in iets vast groeien.
| Groeide in | Ingegroeid
|
| Ingroeven | Groefde in | Ingegroefd
|
InhakenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; haakte in, heeft/is ingehaakt) 1 aanknopen bij. (onovergankelijk werkwoord; haakte in, heeft/is ingehaakt) 1 (de arm) steken door de gebogen arm van een ander. (overgankelijk werkwoord; haakte in, heeft ingehaakt) 1 met een haak slaan in.
| Haakte in | Ingehaakt
|
InhakkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; hakte in, heeft ingehakt) 1 met woede aanvallen. (overgankelijk werkwoord; hakte in, heeft ingehakt) 1 door hakken aanbrengen 2 door hakken inslaan.
| Hakte in | Ingehakt
|
InhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde in, heeft ingehaald) 1 (ook absoluut) (een voortrijdend voertuig) voorbijgaan 2 feestelijk ontvangen 3 naar zich toe of binnen iets brengen 4 achternagaan en weer bereiken 5 achteraf alsnog doen.
In Spaans overeenkomend met: Conseguir, Lograr Aferrar ((zeilen),(velas)) Adelantar Alcanzar Pasar sAchterhalen Behalen Bereiken Inbinden Langskomen Oprollen Reiken tot | Haalde in | Ingehaald
|
InhalerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; inhaleerde, heeft geïnhaleerd; inhaleerder, inhalering) 1 diep inademen.
In Spaans overeenkomend met: Inhalar
| Inhaleerde | Geïnhaleerd
|
| Inhebben | Had in | Ingehad
|
| Inheien | Heide in | Ingeheid
|
InhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield in, heeft ingehouden; inhouder, inhouding) 1 bedwingen, beheersen 2 van het verschuldigde aftrekken, niet uitbetalen 3 in zich hebben, bevatten 4 (zijn buik) ingetrokken houden. (wederkerend werkwoord; hield zich in, heeft zich ingehouden) 1 zich bedwingen.
In Spaans overeenkomend met: Deducir, Descontar Contener, Reportar Implicar sAftellen Aftrekken Beteugelen Bevatten Houden Impliceren Insluiten Korten Matigen Onderdrukken Vervatten | Hield in | Ingehouden
|
InhouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hieuw in/inhieuw, heeft ingehouwen) 1 inhakken, door hakken aanbrengen.
| Hieuw in | Ingehouwen
|
InhuldigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; huldigde in, heeft ingehuldigd; inhuldiging) 1 plechtig bevestigen in een ambt 2 (in België) (gebouwen e.d.) inwijden.
In Spaans overeenkomend met: Investir sBeleggen Investeren | Huldigde in | Ingehuldigd
|
InhurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; huurde in, heeft ingehuurd) 1 (iem.) tijdelijk in dienst nemen.
| Huurde in | Ingehuurd
|
InitialiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; initialiseerde, heeft geïnitialiseerd) 1 (computer) (een computerprogramma) van beginwaarden voorzien.
| Initialiseerde | Geïnitialiseerd
|
InitiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; initieerde, heeft geïnitieerd; initiëring) 1 inwijden 2 invoeren.
| Initieerde | Geïnitieerd
|
| Injagen | Jaagde in, Joeg in | Ingejaagd
|
InjecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; injecteerde, heeft geïnjecteerd) 1 een injectie geven.
In Spaans overeenkomend met: Inyectar sInspuiten | Injecteerde | Geïnjecteerd
|
| Inkaderen | Kaderde in | Ingekaderd
|
InkakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kakte in, is ingekakt) 1 (informeel) insuffen.
| Kakte in | Ingekakt
|
| Inkalven | Kalfde in | Ingekalfd
|
InkankerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kankerde in, is ingekankerd; inkankering) 1 invreten 2 door kanker ingevreten worden.
| Kankerde in | Ingekankerd
|
InkapselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kapselde in, heeft ingekapseld; inkapseling) 1 insluiten in een omhulsel dat het voorwerp geheel omgeeft.
| Kapselde in | Ingekapseld
|
| Inkelderen | Kelderde in | Ingekelderd
|
InkepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keepte in, heeft ingekeept; inkeping) 1 een of meer kepen maken in 2 (stukken hout) in elkaar doen sluiten.
| Keepte in | Ingekeept
|
InkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Keerde in | Ingekeerd
|
InkervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kerfde in, is ingekerfd/ingekorven; inkerving) 1 barsten, kerven krijgen. (overgankelijk werkwoord; kerfde in, heeft ingekerfd/ingekorven) 1 een kerf of kerven snijden in.
| Kerfde in, Korf in | Ingekerfd, Ingekorven
|
InkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek in, heeft ingekeken) 1 vluchtig kennisnemen van de inhoud van (een boek of geschrift).
| Keek in | Ingekeken
|
InklappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klapte in, is ingeklapt) 1 mentaal instorten 2 met een klap in elkaar storten. (overgankelijk werkwoord; klapte in, heeft ingeklapt) 1 naar binnen vouwen.
| Klapte in | Ingeklapt
|
InklarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klaarde in, heeft ingeklaard; inklaring) 1 voor in te voeren goederen de douaneformaliteiten vervullen.
| Klaarde in | Ingeklaard
|
InkledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kleedde in, heeft ingekleed; inkleding) 1 in bepaalde vorm gieten 2 door het plechtig aandoen van het ordegewaad in een rooms-katholieke orde opnemen.
| Kleedde in | Ingekleed
|
InklemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klemde in, heeft ingeklemd; inklemming) 1 vastklemmen tussen of in iets.
| Klemde in | Ingeklemd
|
InkleurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kleurde in, heeft ingekleurd; inkleuring) 1 met kleur invullen.
| Kleurde in | Ingekleurd
|
| Inklimmen | Klom in | Ingeklommen
|
InklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonk in, is ingeklonken; inklinking) 1 door indroging of het vaster ineenwerken lager worden. (overgankelijk werkwoord; klonk in, heeft ingeklonken) 1 door klinken met de hamer ergens in vastmaken.
| Klonk in | Ingeklonken
|
| Inkloppen | Klopte in | Ingeklopt
|
InkokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kookte in, is ingekookt) 1 dikker worden door verdamping. (overgankelijk werkwoord; kookte in, heeft ingekookt) 1 dikker doen worden door verdamping.
In Spaans overeenkomend met: Reducir sRéduire | Kookte in | Ingekookt
|
InkomenALLE betekenissen van dit woord: (het; inkomens) 1 bedrag dat men ontvangt uit arbeid of vermogen, of als uitkering of winst uit aanmerkelijk belang. (onovergankelijk werkwoord; kwam in, is ingekomen) 1 binnenkomen.
In Spaans overeenkomend met: Entrar sBinnenkomen | Kwam in | Ingekomen
|
InkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht in, heeft ingekocht; inkoper) 1 voor eigen gebruik kopen 2 kopen met het doel weer te verkopen 3 door storting van een som rechten verwerven.
In Spaans overeenkomend met: Comprar, Procurarse sAankopen Aanschaffen Afnemen Kopen Overnemen | Kocht in | Ingekocht
|
InkoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kopte in, heeft ingekopt) 1 (voetbal) (de bal) als besluit van een aanval in de richting van het doel koppen.
| Kopte in | Ingekopt
|
InkortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kortte in, heeft ingekort; inkorting) 1 korter maken in lengte of tijd.
In Spaans overeenkomend met: Abreviar, Acortar sAfkorten Bekorten Verkorten | Kortte in | Ingekort
|
InkorvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; korfde in, heeft ingekorfd; inkorving) 1 (bijen, duiven, e.d.) in korven doen.
| Korfde in | Ingekorfd
|
| Inkosten | Kostte in | Ingekost
|
InkrassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kraste in, heeft ingekrast) 1 door krassen ergens in aanbrengen.
| Kraste in | Ingekrast
|
| Inkrijgen | Kreeg in | Ingekregen
|
InkrimpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kromp in, is ingekrompen; inkrimping) 1 afnemen in omvang, hoeveelheid. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kromp in, heeft ingekrompen) 1 kleiner maken in hoeveelheid.
In Spaans overeenkomend met: Reducir sHerleiden Reduceren Vereenvoudigen Zetten | Kromp in | Ingekrompen
|
| Inkruipen | Kroop in | Ingekropen
|
InktenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; inktte, heeft geïnkt) 1 van inkt voorzien.
| Inktte | Geïnkt
|
InkuilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kuilde in, heeft ingekuild; inkuiler, inkuiling) 1 in een kuil doen en met aarde, stro enz. bedekken.
| Kuilde in | Ingekuild
|
| Inkuipen | Kuipte in | Ingekuipt
|
InkwartierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwartierde in, heeft ingekwartierd; inkwartiering) 1 (militairen) bij burgers inlegeren 2 onderbrengen.
| Kwartierde in | Ingekwartierd
|
InladenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laadde in, heeft ingeladen; inlader, inlading) 1 als lading brengen in.
In Spaans overeenkomend met: Cargar sBeladen Belasten | Laadde in | Ingeladen
|
| Inlappen | Lapte in | Ingelapt
|
InlassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laste in, heeft ingelast; inlassing) 1 tussenvoegen.
In Spaans overeenkomend met: Insertar, Interponer sInschakelen Tussenvoegen | Laste in | Ingelast
|
InlatenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liet in, heeft ingelaten) 1 omgaan met (mensen of dingen van laag allooi). (overgankelijk werkwoord; liet in, heeft ingelaten) 1 (een vloeistof) binnen laten stromen.
In Spaans overeenkomend met: Dejar entrar sBinnenlaten | Liet in | Ingelaten
|
InlegerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legerde in, heeft ingelegerd; inlegering) 1 (troepen) in garnizoen of bezetting leggen.
| Legerde in | Ingelegerd
|
InleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde in, heeft ingelegd; inlegger) 1 inbrengen van geld 2 (een kledingstuk) innemen 3 in, binnen, tussen iets leggen 4 (vruchten, groenten enz.) met pekel, zuur, brandewijn of suiker in een pot doen om ze te conserveren 5 (stukjes anders gekleurd hout, ivoor enz.) inzetten .
In Spaans overeenkomend met: Incrustar Dejar en depósito, Depositar, Poner en depósito Confitar, Hacer confitura Escabechar, Marinar Hacer marquetería, Taracear Adobar, Curar con sal, Salar sAfgeven Deponeren In bewaring geven In het zout leggen Inmaken Konfijten Marineren Pekelen Zouten | Legde in | Ingelegd
|
InleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde in, heeft ingeleid; inleider, inleiding) 1 in algemene trekken voorlopig behandelen 2 (een bevalling) kunstmatig op gang brengen.
In Spaans overeenkomend met: Encabezar sStaan boven Voorafgaan aan | Leidde in | Ingeleid
|
| Inlenen | Leende in | Ingeleend
|
InlevenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; leefde zich in, heeft zich ingeleefd; inleving) 1 zich geheel en al met zijn gedachten in iets verplaatsen.
| Leefde in | Ingeleefd
|
InleverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leverde in, heeft ingeleverd) 1 (ook absoluut) afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen 2 afgeven op een daarvoor bestemde plaats of bij een daartoe aangewezen persoon.
In Spaans overeenkomend met: Entregar sAfleveren Bestellen Bezorgen Leveren Toevoeren | Leverde in | Ingeleverd
|
InlezenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; las zich in, heeft zich ingelezen) 1 door lezen zich oriënteren en thuisraken in een vakgebied. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; las in, heeft ingelezen; inlezer, inlezing) 1 gegevens uit een extern geheugen lezen en invoeren in het werkgeheugen.
| Las in | Ingelezen
|
InlichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lichtte in, heeft ingelicht; inlichting) 1 de nodige kennis verschaffen, opheldering geven.
In Spaans overeenkomend met: Informar sBerichten Informeren Voorlichten | Lichtte in | Ingelicht
|
InlijstenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lijstte in, heeft ingelijst; inlijster, inlijsting) 1 in een lijst vatten, zetten.
In Spaans overeenkomend met: Encajar, Enmarcar
| Lijstte in | Ingelijst
|
InlijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lijfde in, heeft ingelijfd; inlijving) 1 (een persoon, bedrijf e.d.) in een groep, in een groter geheel opnemen 2 (grondgebied van een staat) op gewelddadige of wederrechtelijke wijze met een andere staat verenigen.
| Lijfde in | Ingelijfd
|
InlineskatenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; inlineskater, inlineskating) 1 rolschaatsen op inlineskates.
| |
|
InloggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; logde in, heeft ingelogd) 1 de procedure doorlopen waarmee de verbinding met of de toegang tot een computer tot stand wordt gebracht.
| Logde in | Ingelogd
|
| Inlokken | Lokte in | Ingelokt
|
| Inloodsen | Loodste in | Ingeloodst
|
InlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep in, heeft ingelopen) 1 door lopen uitslijten 2 warmlopen. (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; liep in, heeft/is ingelopen) (een achterstand) verkleinen 2 (liep in, heeft ingelopen) (schoenen) door te dragen gemakkelijker doen zitten 3 (liep in, heeft ingelopen) (vuil dat aan schoenen blijft zitten) in huis brengen.
| Liep in | Ingelopen
|
InlossenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loste in, heeft ingelost; inlosser, inlossing) 1 door betaling van de op een pand aangegane schuld dat pand weer in zijn bezit krijgen 2 (een belofte) gestand doen.
| Loste in | Ingelost
|
InlotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lootte in, heeft ingeloot) 1 door loting selecteren.
| Lootte in | Ingeloot
|
InluidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; luidde in, heeft ingeluid) 1 (iets nieuws of het begin van iets) aankondigen.
| Luidde in | Ingeluid
|
| Inluizen | Luisde in | Ingeluisd
|
InmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte in, heeft ingemaakt; inmaker) 1 (eetwaren) conserveren, inleggen 2 (de tegenstander) geheel overwinnen.
In Spaans overeenkomend met: Confitar, Hacer confitura Escabechar, Marinar Adobar, Curar con sal, Salar sIn het zout leggen Inleggen Konfijten Marineren Pekelen Zouten | Maakte in | Ingemaakt
|
InmengenIn Spaans overeenkomend met: Involucrar sDooreenmengen | Mengde in | Ingemengd
|
InmetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mat in, heeft ingemeten) 1 minder uitmeten dan er eigenlijk moet zijn 2 bij het landmeten, gelijke delen op een te meten stuk afzetten.
| Mat in | Ingemeten
|
InmetselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; metselde in, heeft ingemetseld) 1 door metselen invoegen, met metselwerk omringen.
In Spaans overeenkomend met: Encarcelar
| Metselde in | Ingemetseld
|
| Inmetsen | Metste in | Ingemetst
|
| Inmijnen | Mijnde in | Ingemijnd
|
InnaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naaide in, heeft ingenaaid) 1 door naaien ergens in bergen of sluiten 2 (een boek) binden door de vellen aan elkaar te naaien en in een omslag te zetten 3 (een kledingstuk) innemen.
In Spaans overeenkomend met: Encuadernar en rústica sBrocheren | Naaide in | Ingenaaid
|
InnemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam in, heeft ingenomen) 1 (een geneesmiddel) slikken 2 (plaatsruimte) in beslag nemen 3 veroveren 4 in een vervoermiddel binnenhalen 5 door naaien korter of nauwer maken.
In Spaans overeenkomend met: Ingerir, Tomar, Tragar sBinnenkrijgen Inslikken | Nam in | Ingenomen
|
InnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inde, heeft geïnd; inner, inning) 1 (geld, e.d.) in ontvangst nemen.
In Spaans overeenkomend met: Cobrar, Embolsar, Recaudar ((belasting, premie),(impuestos)) Coleccionar sCollecteren Inzamelen Ontvangen Oogsten Plukken Rapen Verdienen | Inde | Geïnd
|
InnestelenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; nestelde zich in, heeft zich ingenesteld; innesteling) 1 zich vastzetten.
| Nestelde in | Ingenesteld
|
InnoverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; innoveerde, heeft geïnnoveerd; innovatie) 1 als nieuwigheid invoeren.
| Innoveerde | Geïnnoveerd
|
| Inoefenen | Oefende in | Ingeoefend
|
InoliënIn Spaans overeenkomend met: Aceitar sOliën | Oliede in | Inolied
|
| Inoogsten | Oogstte in | Ingeoogst
|
InpakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte in, heeft ingepakt) 1 (ook absoluut) (iets) in een omhulsel, bv. een koffer, kist, cadeaupapier enz. stoppen 2 (een koffer, doos e.d.) vullen met voorwerpen 3 warm aankleden 4 (iem.) inpalmen 5 (de tegenstander) ruim verslaan.
In Spaans overeenkomend met: Empacar, Envolver Embalar, Empaquetar Enfundar sBekleden Emballeren Instoppen Pakken Verpakken Vullen | Pakte in | Ingepakt
|
InpalmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; palmde in, heeft ingepalmd) 1 iemands vertrouwen weten te krijgen 2 hand over hand naar zich toehalen.
In Spaans overeenkomend met: Engatusar a
| Palmde in | Ingepalmd
|
InparkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; parkeerde in, heeft ingeparkeerd) 1 (een auto) parkeren tussen twee andere auto's in.
| Parkeerde in | Ingeparkeerd
|
InpassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paste in, heeft ingepast) 1 invoegen in een bestaand geheel.
| Paste in | Ingepast
|
InpekelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pekelde in, heeft ingepekeld) 1 (iets) in de pekel leggen.
| Pekelde in | Ingepekeld
|
| Inpekken | Pekte in | Ingepekt
|
| Inpennen | Pende in | Ingepend
|
InpeperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peperde in, heeft ingepeperd) 1 iem. (iets) nadrukkelijk inprenten.
| Peperde in | Ingepeperd
|
InperkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; perkte in, heeft ingeperkt; inperking) 1 (iets) tussen nauwere grenzen insluiten.
| Perkte in | Ingeperkt
|
| Inpersen | Perste in | Ingeperst
|
InpikkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; pikte in, heeft ingepikt) 1 (in België) inhaken op, aanknopen bij. (overgankelijk werkwoord; pikte in, heeft ingepikt; inpikker) 1 (informeel) (iets) pakken, meenemen 2 (informeel) (iets) inrichten, aanleggen 3 (een roeispaan) in het water steken.
| Pikte in | Ingepikt
|
InplakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plakte in, heeft ingeplakt) 1 (iets) door plakken ergens in bevestigen.
| Plakte in | Ingeplakt
|
InplannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plande in, heeft ingepland) 1 in de planning rekening houden met.
| Plande in | Ingepland
|
InplantenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plantte in, heeft ingeplant; inplanting) 1 (gewas, e.d.) in de grond zetten 2 implanteren 3 (in België) (gebouwen, bedrijven, instellingen) neerzetten, oprichten, vestigen (in een bepaald gebied).
| Plantte in | Ingeplant
|
| Inploegen | Ploegde in | Ingeploegd
|
| Inplooien | Plooide in | Ingeplooid
|
InpluggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plugde in, heeft ingeplugd) 1 (elektronische toestellen) op elkaar aansluiten door middel van een stekkertje.
| Plugde in | Ingeplugd
|
InpolderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; polderde in, heeft ingepolderd; inpoldering) 1 (water) tot polder maken, bedijken.
| Polderde in | Ingepolderd
|
| Inpompen | Pompte in | Ingepompt
|
| Inponsen | Ponste in | Ingeponst
|
| Inpraten | Praatte in | Ingepraat
|
InprentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prentte in, heeft ingeprent; inprenting) 1 (iets) diep en vast in iemands gemoed of geest doen indringen.
In Spaans overeenkomend met: Inculcar
| Prentte in | Ingeprent
|
| Inprikken | Prikte in | Ingeprikt
|
InramenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raamde in, heeft ingeraamd; inraming) 1 (dia's) in een raampje zetten, zodat ze vertoond kunnen worden.
| Raamde in | Ingeraamd
|
| Inranselen | Ranselde in | Ingeranseld
|
| Inregelen | Regelde in | Ingeregeld
|
InregenenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; regende in, heeft ingeregend) 1 naar binnen regenen.
| Regende in | Ingeregend
|
InrekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekende in, heeft ingerekend; inrekening) 1 (iem.) in verzekerde bewaring brengen.
In Spaans overeenkomend met: Arrestar, Detener sAanhouden Arresteren In verzekerde bewaring nemen Stoppen | Rekende in | Ingerekend
|
InrichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; richtte in, heeft ingericht) 1 (iets) zo maken dat het geschikt is voor het genoemde 2 (een lokaliteit) in gereedheid brengen voor gebruik of bewoning 3 ordenen in verband met een bepaalde bestemming .
In Spaans overeenkomend met: Amueblar Establecer, Instalar Arreglar sOprichten Opruimen Regelen Ruimen Schikken Stichten Terechtbrengen Vestigen | Richtte in | Ingericht
|
InrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed in, heeft ingereden) 1 door rijden geschikt maken voor gebruik.
In Spaans overeenkomend met: Entrar sBinnenrijden | Reed in | Ingereden
|
InrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reeg in, heeft ingeregen) 1 (iets) in iets anders rijgen 2 met een rijgsnoer nauwer maken.
| Reeg in | Ingeregen
|
InroepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riep in, heeft ingeroepen) 1 verzoeken (hulp) 2 (in België) aanvoeren, ter verdediging gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Pedir, Rogar sAanvragen Verzoeken Vragen | Riep in | Ingeroepen
|
InroestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roestte in, is ingeroest) 1 door roest ingevreten worden 2 door roesten vastklemmen.
| Roestte in | Ingeroest
|
InrollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rolde in, heeft ingerold) 1 rollende brengen in 2 tot een rol maken, inwikkelen 3 (zaad e.d.) met een rol de akker in persen.
| Rolde in | Ingerold
|
InroosterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roosterde in, heeft ingeroosterd; inroostering) 1 in het les- of werkrooster opnemen.
| Roosterde in | Ingeroosterd
|
InruilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruilde in, heeft ingeruild) 1 (een oud product) ruilen tegen een nieuwer exemplaar met bijbetaling.
In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar sInwisselen Ruilen Uitwisselen Verruilen Wisselen | Ruilde in | Ingeruild
|
InruimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruimde in, heeft ingeruimd; inruiming) 1 (ruimte) vrij maken voor iets of iem.
| Ruimde in | Ingeruimd
|
InrukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rukte in, is ingerukt) 1 na afloop van de dienst enz. in de kwartieren terugkeren 2 weggaan.
| Rukte in | Ingerukt
|
InschakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schakelde in, heeft ingeschakeld; inschakeling) 1 onder spanning brengen, in werking stellen 2 de hulp inroepen van.
In Spaans overeenkomend met: Poner Interponer sAanzetten Inlassen Tussenvoegen | Schakelde in | Ingeschakeld
|
InschalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schaalde in, heeft ingeschaald; inschaling) 1 invoegen in een salarisschaal.
| Schaalde in | Ingeschaald
|
InschattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schatte in, heeft ingeschat; inschatting) 1 beoordelen.
| Schatte in | Ingeschat
|
InschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schonk in, heeft ingeschonken; inschenker, inschenking) 1 (drank, vloeistof) door schenken ergens in doen.
In Spaans overeenkomend met: Echar Verter sIngieten | Schonk in | Ingeschonken
|
InschepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; scheepte in, heeft ingescheept; inscheping) 1 (personen) aan boord doen gaan. (wederkerend werkwoord; scheepte zich in, heeft zich ingescheept) 1 zich aan boord van een vaartuig begeven.
| Scheepte in | Ingescheept
|
| Inscheppen | Schepte in | Ingeschept
|
InscherpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; scherpte in, heeft ingescherpt; inscherping) 1 (iets) op het hart drukken, met klem voorhouden.
| Scherpte in | Ingescherpt
|
InscheurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheurde in, is ingescheurd; inscheuring) 1 (van zaken) naar binnen toe scheuren 2 (van de vrouwelijke geslachtsdelen bij de baring, of van de barende zelf) naar binnen toe scheuren. (overgankelijk werkwoord; scheurde in, heeft ingescheurd) 1 (zaken) naar binnen toe scheuren.
| Scheurde in | Ingescheurd
|
InschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; schoot in, heeft ingeschoten) 1 (ook absoluut) (de bal) in het doel schieten 2 (iets) door schieten breken 3 (wapens e.d.) testen .
| Schoot in | Ingeschoten
|
InschikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schikte in, heeft/is ingeschikt; inschikking) 1 opschuiven 2 speelruimte afstaan.
| Schikte in | Ingeschikt
|
| Inschilderen | Schilderde in | Ingeschilderd
|
InschoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schopte in, heeft ingeschopt) 1 door schoppen (iets) breken, stuk maken.
| Schopte in | Ingeschopt
|
InschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schreef in, heeft ingeschreven; inschrijving) 1 intekenen 2 (van aannemers e.a.) schriftelijk opgeven voor welke prijs men iets wil leveren. (overgankelijk werkwoord; schreef in, heeft ingeschreven) 1 (iets) opschrijven in een boek, register 2 (personen) door opschrijven van hun naam in een register enz. in een bepaalde hoedanigheid aannemen of erkennen.
In Spaans overeenkomend met: Inscribir Consignar Matricular sBijboeken Boeken Registreren | Schreef in | Ingeschreven
|
| Inschroeven | Schroefde in | Ingeschroefd
|
InschuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoof in, heeft ingeschoven) 1 naar binnen schuiven 2 (iets) dichter op elkaar schuiven.
In Spaans overeenkomend met: Introducir sInsteken | Schoof in | Ingeschoven
|
InseinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; seinde in, heeft ingeseind) 1 (informeel) inlichten, op de hoogte stellen van iets.
| Seinde in | Ingeseind
|
InseminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; insemineerde, heeft geïnsemineerd; inseminatie) 1 bevruchten.
| Insemineerde | Geïnsemineerd
|
| Insijpelen | Sijpelde in | Ingesijpeld
|
InsinuerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; insinueerde, heeft geïnsinueerd; insinuatie) 1 op een bedekte manier beschuldigen, op suggestieve wijze te verstaan geven 2 gerechtelijk aanzeggen.
| Insinueerde | Geïnsinueerd
|
InsisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; insisteerde, heeft geïnsisteerd) 1 aandringen.
| Insisteerde | Geïnsisteerd
|
InslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (sloeg in, is ingeslagen) de genoemde richting gaan volgen 2 (sloeg in, is ingeslagen) met een slag in iets doordringen 3 (sloeg in, heeft ingeslagen) (sport) door slaan zich inspelen, zich voorbereiden op een wedstrijd. (overgankelijk werkwoord; sloeg in, heeft ingeslagen) 1 breken door erop te slaan 2 in voorraad nemen 3 naar binnen vouwen 4 (iets) door slaan ergens in vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Clavar Dar con, Dar en Tomar ((van een weg),(Tomar un camino)) sHalen Raken Teisteren Treffen | Sloeg in | Ingeslagen
|
InslapenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sliep in, is ingeslapen) 1 in slaap geraken 2 (eufemisme) sterven 3 minder actief of waakzaam worden.
In Spaans overeenkomend met: Adormecer, Dormirse sIn slaap vallen Onder zeil gaan | Sliep in | Ingeslapen
|
| Inslenteren | Slenterde in | Ingeslenterd
|
InslijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleep in, heeft ingeslepen) 1 door slijpen aanbrengen in 2 op de juiste maat slijpen.
| Sleep in | Ingeslepen
|
InslijtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sleet in, is ingesleten; inslijting) 1 (van materialen) door aanhoudende wrijving over een smal oppervlak een inkeping krijgen.
| Sleet in | Ingesleten
|
InslikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slikte in, heeft ingeslikt) 1 naar binnen slikken 2 (klanken, woorden, enz.) niet helemaal uitspreken 3 niet uiten.
In Spaans overeenkomend met: Zamparse Tomar Deglutir, Tragar sBinnenkrijgen Doorslikken Innemen Slikken Slokken Verslinden Verzwelgen | Slikte in | Ingeslikt
|
| Inslokken | Slokte in | Ingeslokt
|
| Inslorpen | Slorpte in | Ingeslorpt
|
InsluimerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sluimerde in, is ingesluimerd; insluimering) 1 indutten, onvast in slaap vallen 2 insuffen, het verliezen van aandacht.
| Sluimerde in | Ingesluimerd
|
InsluipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloop in, is ingeslopen; insluiper, insluiping) 1 sluipend naar binnen gaan of komen.
In Spaans overeenkomend met: Introducirse sBinnendringen Toegang verschaffen|Zich toegang verschaffen Zich toegang verschaffen | Sloop in | Ingeslopen
|
InsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloot in, heeft ingesloten; insluiter, insluiting) 1 in een omhulsel voegen en dat sluiten 2 aan twee of meer zijden omgeven 3 opsluiten 4 mede betekenen, in zich bevatten.
In Spaans overeenkomend met: Adjuntar Incluir Implicar Envolver sBakeren Betrekken Bevatten Bijsluiten Impliceren Inbakeren Inhouden Inzwachtelen | Sloot in | Ingesloten
|
| Inslurpen | Slurpte in | Ingeslurpt
|
InsmeltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; smolt in, is ingesmolten) 1 door smelten in volume verminderen 2 langzaam, bij kleine gedeelten verminderen 3 smeltend overgaan, vervloeien in. (overgankelijk werkwoord; smolt in, heeft ingesmolten) 1 smeltend invoegen.
| Smolt in | Ingesmolten
|
InsmerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeerde in, heeft ingesmeerd) 1 smerend inwrijven, bestrijken.
In Spaans overeenkomend met: Embadurnar, Untar Ponerse sNat maken | Smeerde in | Ingesmeerd
|
InsmijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeet in, heeft ingesmeten) 1 met kracht werpen in.
| Smeet in | Ingesmeten
|
InsneeuwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sneeuwde in, is ingesneeuwd) 1 door de neervallende sneeuw ingesloten worden en geïsoleerd raken. (onpersoonlijk werkwoord; sneeuwde in, heeft ingesneeuwd) 1 naar binnen sneeuwen.
| Sneeuwde in | Ingesneeuwd
|
InsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed in, heeft ingesneden; insnijding) 1 een snee maken in 2 door snijden ergens in aanbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Sajar sOpensnijden | Sneed in | Ingesneden
|
InsnoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snoerde in, heeft ingesnoerd; insnoering) 1 door snoeren een plaatselijke vernauwing aanbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Agarrotar
| Snoerde in | Ingesnoerd
|
| Insnuiven | Snoof in | Ingesnoven
|
| Insoppen | Sopte in | Ingesopt
|
InspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spande in, heeft ingespannen; inspanner, inspanning) 1 volledig inzetten, alle vermogens gebruiken van 2 (een trekdier) optuigen en voor de wagen spannen. (wederkerend werkwoord; spande zich in, heeft zich ingespannen) 1 zorgen dat iets zo goed mogelijk gebeurt.
In Spaans overeenkomend met: Uncir sBespannen Optuigen Spannen Tuigen Voorspannen | Spande in | Ingespannen
|
InspecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; inspecteerde, heeft geïnspecteerd; inspecteur, inspectie) 1 nauwgezet controleren, bekijken.
In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar sHerzien Nakijken Nazien Reviseren | Inspecteerde | Geïnspecteerd
|
| Inspelden | Speldde in | Ingespeld
|
InspelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; speelde in, heeft ingespeeld) 1 reageren op gebeurtenissen door er rekening mee te houden. (overgankelijk werkwoord; speelde in, heeft ingespeeld) 1 door spelen geschikt maken voor gebruik. (wederkerend werkwoord; speelde zich in, heeft zich ingespeeld) 1 al spelend, door oefeningen zich voorbereiden op een wedstrijd of optreden.
| Speelde in | Ingespeeld
|
| Inspijkeren | Spijkerde in | Ingespijkerd
|
InspinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spon in, heeft ingesponnen) 1 in spinsel wikkelen.
| Spon in | Ingesponnen
|
InspirerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inspireerde, heeft geïnspireerd; inspirator, inspiratie) 1 bezielen, de geest gaande maken.
In Spaans overeenkomend met: Soplar Inspirar sBezielen Inboezemen | Inspireerde | Geïnspireerd
|
| Inspitten | Spitte in | Ingespit
|
InsprekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sprak in, heeft ingesproken) 1 spreken in een opnameapparaat .
| Sprak in | Ingesproken
|
InspringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; sprong in, is ingesprongen) 1 reageren, inhaken op. (onovergankelijk werkwoord; sprong in, is ingesprongen) 1 in de plaats treden voor 2 zich ten opzichte van iets anders meer naar binnen uitstrekken 3 een eindje van de kantlijn beginnen.
In Spaans overeenkomend met: Reemplazar, Remplazar, Substituir sAflossen De plaats innemen van Vervangen | Sprong in | Ingesprongen
|
InspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot in, heeft ingespoten; inspuiting) 1 (iets) met een spuit binnenbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Inyectar sInjecteren | Spoot in | Ingespoten
|
| Instaan | Stond in | Ingestaan
|
InstallerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; installeerde, heeft geïnstalleerd) 1 (toestellen, machines enz.) aanbrengen, instellen en voor het gebruik gereedmaken 2 (iem.) ergens vestigen en geheel inrichten 3 (iem. in een ambt of een waardigheid) plechtig bevestigen. (wederkerend werkwoord; installeerde zich, heeft zich geïnstalleerd; installatie) 1 zo gaan zitten dat men alles bij de hand heeft.
In Spaans overeenkomend met: Instalar sAanbrengen Aanleggen Fitten | Installeerde | Geïnstalleerd
|
InstampenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stampte in, heeft ingestampt) 1 door stampen in elkaar duwen 2 door grote druk op het gemoed of de geest inprenten, met moeite (aan iem.) leren.
| Stampte in | Ingestampt
|
InstappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stapte in, is ingestapt) 1 binnengaan in een voertuig 2 beginnen, meedoen aan.
In Spaans overeenkomend met: Montar Subir Embarcar Subir Subir a sIn de trein stappen Naar boven gaan | Stapte in | Ingestapt
|
InstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak in, heeft ingestoken) 1 (ook absoluut) (iets) ergens in steken 2 (drukwezen) innaaien .
In Spaans overeenkomend met: Injerir Enhebrar, Ensartar Introducir sIndoen Inschuiven Rijgen Steken | Stak in | Ingestoken
|
InstellenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stelde in, heeft ingesteld) 1 zich voorbereiden op. (overgankelijk werkwoord; stelde in, heeft ingesteld; insteller, instelling) 1 tot stand brengen, oprichten, stichten 2 (toestellen) zó stellen dat ze voor gebruik geschikt zijn.
In Spaans overeenkomend met: Plantear Enfocar Establecer sBepalen Beschikken Bevelen Pas maken Scherp stellen | Stelde in | Ingesteld
|
| Instemmen | Stemde in | Ingestemd
|
InstigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; instigeerde, heeft geïnstigeerd; instigatie) 1 aansporen.
| Instigeerde | Geïnstigeerd
|
| Instijgen | Steeg in | Ingestegen
|
InstinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stonk in, is ingestonken) ¶ alleen in verbindingen.
| Stonk in | Ingestonken
|
InstituerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; institueerde, heeft geïnstitueerd) 1 instellen, stichten.
| Institueerde | Geïnstitueerd
|
InstitutionaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; institutionaliseerde, heeft geïnstitutionaliseerd; institutionalisering) 1 maken tot een gevestigde instelling 2 tot een formele regeling maken.
| Institutionaliseerde | Geïnstitutionaliseerd
|
| Instomen | Stoomde in | Ingestoomd
|
InstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte in, heeft ingestopt) 1 toedekken.
In Spaans overeenkomend met: Enfundar sBekleden Inpakken Vullen | Stopte in | Ingestopt
|
| Instormen | Stormde in | Ingestormd
|
InstortenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stortte in, is ingestort; instorting) 1 in stukken in elkaar vallen 2 plotseling overspannen raken.
In Spaans overeenkomend met: Desplomarse Allanarse ((gebouw),(edificio)), Derrumbarse sInzakken Verzakken | Stortte in | Ingestort
|
| Instoten | Stootte in, Stiet in | Ingestoten
|
| Instouwen | Stouwde in | Ingestouwd
|
| Instralen | Straalde in | Ingestraald
|
InstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streek in, heeft ingestreken) 1 strijkend aanbrengen in 2 (bouwkunde) (voegen) strijkend volmaken.
| Streek in | Ingestreken
|
| Instromen | Stroomde in | Ingestroomd
|
InstruerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; instrueerde, heeft geïnstrueerd; instructeur, instructie) 1 een vaardigheid onderwijzen 2 (juridisch) (een zaak) voorbereiden.
In Spaans overeenkomend met: Enseñar, Instruir sBijbrengen Leren Scholen | Instrueerde | Geïnstrueerd
|
InstrumenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; instrumenteerde, heeft geïnstrumenteerd) 1 (ook absoluut) (een akte) opmaken 2 (ook absoluut) aan de opererende arts de instrumenten aanreiken 3 (een muziekstuk) zetten voor de verschillende instrumenten van een orkest.
| Instrumenteerde | Geïnstrumenteerd
|
InstuderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; studeerde in, heeft ingestudeerd) 1 zich door studeren eigen maken.
In Spaans overeenkomend met: Estudiar sStudie maken van | Studeerde in | Ingestudeerd
|
InstuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stoof in, is ingestoven) 1 (vooral van stof) naar binnen stuiven 2 landwaarts verstuiven.
| Stoof in | Ingestoven
|
InsturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuurde in, heeft ingestuurd) 1 door zending in het bezit van iem. laten komen.
| Stuurde in | Ingestuurd
|
InstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuwde in, heeft ingestuwd) 1 (scheepslading) op de juiste plaats opstellen.
| Stuwde in | Ingestuwd
|
InsuffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sufte in, is ingesuft) 1 het verliezen van aandacht.
| Sufte in | Ingesuft
|
| Intanden | Tandde in | Ingetand
|
IntapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tapete in, heeft ingetapet) 1 (een gekneusd of zwak gewricht) verstevigen door het met tape te omwikkelen.
| Tapete in | Ingetapet
|
IntegrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; integreerde, is geïntegreerd; integratie) 1 in een eenheid opgaan. (overgankelijk werkwoord; integreerde, heeft geïntegreerd) 1 in een geheel doen opgaan 2 (wiskunde) het berekenen van de integraal.
In Spaans overeenkomend met: Integrar, Integrarse
| Integreerde | Geïntegreerd
|
IntekenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tekende in, heeft ingetekend; intekenaar, intekening) 1 zich schriftelijk verbinden tot iets. (overgankelijk werkwoord; tekende in, heeft ingetekend) 1 (tekeningen) op iets invullen.
In Spaans overeenkomend met: Reservar Suscribir
| Tekende in | Ingetekend
|
IntenderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; intendeerde, heeft geïntendeerd) 1 beogen, bedoelen.
| Intendeerde | Geïntendeerd
|
IntensifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; intensifieerde, heeft geïntensifieerd) 1 heviger, krachtiger maken.
| Intensifieerde | Geïntensifieerd
|
IntensiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; intensiveerde, heeft geïntensiveerd) 1 heviger, krachtiger maken.
In Spaans overeenkomend met: Intensificar
| Intensiveerde | Geïntensiveerd
|
| Intercepteren | Intercepteerde | Geïntercepteerd
|
InterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; teerde in, heeft/is ingeteerd; intering) 1 (een kapitaal) door verbruik laten achteruitgaan, minder maken.
| Teerde in | Ingeteerd
|
InteresserenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; interesseerde, heeft geïnteresseerd) 1 belangstelling hebben, tonen voor. (overgankelijk werkwoord; interesseerde, heeft geïnteresseerd) 1 belangstelling inboezemen, nieuwsgierig maken.
In Spaans overeenkomend met: Cautivar, Interesar sBelang inboezemen | Interesseerde | Geïnteresseerd
|
InterfererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; interfereerde, heeft geïnterfereerd; interferent, interferentie) 1 tussenbeide komen 2 op elkaar inwerken.
In Spaans overeenkomend met: Interferir sInterferentie veroorzaken | Interfereerde | Geïnterfereerd
|
InterliniërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; interlinieerde, heeft geïnterlinieerd) 1 interlinies aanbrengen.
| Interlinieerde | Geïnterlinieerd
|
InternaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; internaliseerde, heeft geïnternaliseerd; internalisering) 1 tot onderdeel van het innerlijk maken.
| Internaliseerde | Geïnternaliseerd
|
InternationaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; internationaliseerde, heeft geïnternationaliseerd; internationalisatie/internationalisering) 1 internationaal maken.
| Internationaliseerde | Geïnternationaliseerd
|
InternerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interneerde, heeft geïnterneerd; internering) 1 (iem.) een gedwongen verblijfplaats aanwijzen.
In Spaans overeenkomend met: Internar sNaar het binnenland brengen | Interneerde | Geïnterneerd
|
| Internetbankieren | Internetbankierde | Geïnternetbankierd
|
InternettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; internette, heeft geïnternet; internetter) 1 al dan niet doelgericht via hyperlinks naar een bepaalde website gaan om informatie te vergaren.
| Internette | Geïnternet
|
InterpellerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interpelleerde, heeft geïnterpelleerd; interpellant, interpellatie) 1 (iem.) om opheldering of inlichtingen vragen.
In Spaans overeenkomend met: Interpelar
| Interpelleerde | Geïnterpelleerd
|
InterpolerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interpoleerde, heeft geïnterpoleerd; interpolatie) 1 inlassen, tussenvoegen.
In Spaans overeenkomend met: Interpolar sTussenvoegen | Interpoleerde | Geïnterpoleerd
|
InterpreterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interpreteerde, heeft geïnterpreteerd; interpretator, interpretatie) 1 uitleggen, verklaren naar de innerlijke bedoeling 2 vertolken.
In Spaans overeenkomend met: Interpretar sDuiden Uitleggen Verklaren Vertolken | Interpreteerde | Geïnterpreteerd
|
InterpungerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; interpungeerde, heeft geïnterpungeerd; interpunctie) 1 (een tekst) van leestekens voorzien.
| Interpungeerde | Geïnterpungeerd
|
InterrumperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interrumpeerde, heeft geïnterrumpeerd; interruptie) 1 in de rede vallen.
In Spaans overeenkomend met: Interrumpir sOnderbreken Schorsen | Interrumpeerde | Geïnterrumpeerd
|
InterveniërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; intervenieerde, heeft geïntervenieerd; interveniënt, interventie) 1 ingrijpen in een conflict.
In Spaans overeenkomend met: Intervenir sIngrijpen Mengen in|Zich mengen in Tussenbeide komen Zich mengen in | Intervenieerde | Geïntervenieerd
|
InterviewenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; interviewde, heeft geïnterviewd; interviewer) 1 een vraaggesprek houden met.
In Spaans overeenkomend met: Entrevistar
| Interviewde | Geïnterviewd
|
IntikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tikte in, heeft ingetikt) 1 (een ruit) inslaan 2 (computer) intypen 3 door tikken naar binnen plaatsen, deponeren in.
| Tikte in | Ingetikt
|
IntimiderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; intimideerde, heeft geïntimideerd; intimidatie) 1 door bedreiging afschrikken, weerhouden, ontmoedigen.
In Spaans overeenkomend met: Amedrentar, Atemorizar, Intimidar sBang maken Bevreesd maken Schrik aanjagen Vrees aanjagen | Intimideerde | Geïntimideerd
|
IntoetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; toetste in, heeft ingetoetst; intoetsing) 1 (computer) intypen.
| Toetste in | Ingetoetst
|
IntomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; toomde in, heeft ingetoomd) 1 (emoties) matigen, bedwingen.
In Spaans overeenkomend met: Contener, Refrenar, Reprimir sBedwingen Beteugelen Betomen In toom houden | Toomde in | Ingetoomd
|
IntonerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; intoneerde, heeft geïntoneerd; intonering/intonatie) 1 een bepaalde stembuiging volgen in het spreken 2 (muziek) de toon aangeven 3 (een muziekinstrument) juist stemmen.
| Intoneerde | Geïntoneerd
|
IntrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte in, heeft ingetrapt) 1 trappend forceren 2 met de voet indrukken.
In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrépito Pisar sVerbrijzelen Vermorzelen Verpletteren | Trapte in | Ingetrapt
|
IntredenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trad in, is ingetreden) 1 toetreden tot een kloosterorde, monnik of non worden 2 (van tijdruimten) een aanvang nemen 3 (van toestanden) tot stand komen.
| Trad in | Ingetreden
|
IntrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; trok in, is ingetrokken) 1 gaan inwonen bij, samenwonen met. (onovergankelijk werkwoord; trok in, is ingetrokken) 1 indringen in, opgezogen worden door 2 (van hout enz.) krimpen. (overgankelijk werkwoord; trok in, heeft ingetrokken) 1 door trekken achteruit, naar binnen brengen 2 terugnemen, herroepen 3 (militair, leger) terugroepen zonder te vervangen.
In Spaans overeenkomend met: Ir a ocupar Retirar Retractar, Retractarse Retratar sHerroepen Terugkomen Terugtrekken Verwijderen Zijn intrek nemen Zijn tenten opslaan | Trok in | Ingetrokken
|
IntrigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; intrigeerde, heeft geïntrigeerd) 1 met slinkse streken te werk gaan, een heimelijke invloed aanwenden om zijn doel te bereiken. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; intrigeerde, heeft geïntrigeerd) 1 door de geheimzinnigheid fascineren.
In Spaans overeenkomend met: Intrigar, Tramar sBekonkelen Konkelen | Intrigeerde | Geïntrigeerd
|
IntroducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; introduceerde, heeft geïntroduceerd; introductie) 1 inleiden, voorstellen, in een besloten kring uitnodigen 2 in omloop brengen, op de markt brengen.
In Spaans overeenkomend met: Introducir
| Introduceerde | Geïntroduceerd
|
IntroevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; troefde in, heeft ingetroefd) 1 (spel) een troef uitspelen bij een kaart van een andere kleur.
| Troefde in | Ingetroefd
|
| Introuwen | Trouwde in | Ingetrouwd
|
| Intuinen | Tuinde in | Ingetuind
|
IntypenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; typte in, heeft ingetypt) 1 gegevens via het toetsenbord in de computer invoeren.
| Typte in | Ingetypt
|
InunderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inundeerde, heeft geïnundeerd; inundatie) 1 onder water zetten van lager gelegen land, bv. ter verdediging.
| Inundeerde | Geïnundeerd
|
InvaliderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; invalideerde, heeft geïnvalideerd; invalidatie) 1 (juridisch) ongeldig verklaren, krachteloos maken.
| Invalideerde | Geïnvalideerd
|
InvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel in, is ingevallen) 1 naar binnen vallen, in iets vallen 2 ergens plotseling met geweld binnenkomen 3 plotseling beginnen 4 iem. vervangen 5 eensklaps in gedachte komen 6 (muziek) op het juiste ogenblik mee gaan doen.
In Spaans overeenkomend met: Sumirse ((wangen),(mejillas))
| Viel in | Ingevallen
|
| Invangen | Ving in | Ingevangen
|
| Invaren | Voer in | Ingevaren
|
InvechtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vocht in, heeft ingevochten) 1 (vechtsport) (van boksers) de afstand tussen elkaar verkleinen tot borst aan borst. (wederkerend werkwoord; vocht zich in, heeft zich ingevochten) 1 met moeite ergens binnen proberen te komen.
| Vocht in | Ingevochten
|
InventariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inventariseerde, heeft geïnventariseerd; inventarisatie) 1 de inventaris opmaken van 2 (hetgeen men aantreft) op een rij zetten.
| Inventariseerde | Geïnventariseerd
|
InverdienenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdiende in, heeft inverdiend) 1 terugverdienen van gemaakte kosten.
| Verdiende in | Inverdiend
|
InvesterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; investeerde, heeft geïnvesteerd; investeerder, investering) 1 (geld) aanwenden met een productieve bestemming 2 besteden aan.
In Spaans overeenkomend met: Invertir, Investir sBeleggen Inhuldigen | Investeerde | Geïnvesteerd
|
InvettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vette in, heeft ingevet; invetting) 1 met vet insmeren.
In Spaans overeenkomend met: Aceitar, Engrasar, Lubrificar sDoorsmeren Smeren | Vette in | Ingevet
|
| Invijzen | Vees in | Ingevezen
|
InviterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; inviteerde, heeft geïnviteerd; invitatie) 1 (formeel) uitnodigen 2 (spel) een invite doen 3 (schermen) een stoot uitlokken.
In Spaans overeenkomend met: Invitar sNoden Uitnodigen Vragen | Inviteerde | Geïnviteerd
|
InvlechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlocht in, heeft ingevlochten) 1 door vlechten inbrengen, tussenbrengen 2 iets in zeker verband opnemen.
| Vlocht in | Ingevlochten
|
InvliegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vloog in, heeft ingevlogen) 1 (een vliegtuig) testen door ermee te vliegen 2 per vliegtuig aanvoeren.
| Vloog in | Ingevlogen
|
| Invloeien | Vloeide in | Ingevloeid
|
| Invluchten | Vluchtte in | Ingevlucht
|
InvochtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vochtte in, heeft ingevocht) 1 vochtig maken om te kunnen bewerken.
| Vochtte in | Ingevocht
|
InvoegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voegde in, heeft ingevoegd; invoeger, invoeging) 1 met een vervoermiddel een plaats vinden in een reeds op de weg rijdende stroom. (overgankelijk werkwoord; voegde in, heeft ingevoegd) 1 tussen andere zaken zijn plaats geven 2 (de voegen van metselwerk) opvullen.
| Voegde in | Ingevoegd
|
InvoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voelde in, heeft ingevoeld) 1 gevoelsmatig begrijpen.
| Voelde in | Ingevoeld
|
InvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voerde in, heeft ingevoerd; invoering) 1 (goederen) uit een ander gebied of land aanvoeren 2 (een werkwijze, regeling e.d.) van start doen gaan 3 ergens in leiden, toevoeren, inbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Importar Introducir sImporteren Inbrengen Indoen | Voerde in | Ingevoerd
|
| Involgen | Volgde in | Ingevolgd
|
InvolverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; involveerde, heeft geïnvolveerd) 1 (formeel) meebrengen 2 (formeel) betrekken bij.
| Involveerde | Geïnvolveerd
|
InvorderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vorderde in, heeft ingevorderd; invorderaar, invordering) 1 betaling eisen van (een schuld).
| Vorderde in | Ingevorderd
|
| Invouwen | Vouwde in | Ingevouwen
|
InvretenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vrat zich in, heeft zich ingevreten) 1 (van larven) door vreten gaten maken in, aantasten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vrat in, heeft ingevreten; invreting) 1 aantasten, beschadigend steeds dieper of verder gaan in.
| Vrat in | Ingevreten
|
InvriezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vroor in, heeft ingevroren) 1 door bevriezen conserveren.
In Spaans overeenkomend met: Congelar sBevriezen | Vroor in | Ingevroren
|
InvullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulde in, heeft ingevuld; invuller, invulling) 1 (de opengelaten ruimte van een formulier, oefening) beschrijven 2 concretiseren, uitwerken.
In Spaans overeenkomend met: Introducir Llenar Rellenar sAanbrengen Dempen Spekken Stoppen Volmaken Volschenken Vullen | Vulde in | Ingevuld
|
InwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (waaide in/woei in, is ingewaaid) door de wind ingedrukt of omvergeworpen worden 2 (waaide in/woei in, heeft ingewaaid) (van wind) inkomen.
| Waaide in, Woei in | Ingewaaid
|
InwachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wachtte in, heeft ingewacht; inwachting) 1 wachten op de komst, de bezorging of inlevering van.
| Wachtte in | Ingewacht
|
| Inwandelen | Wandelde in | Ingewandeld
|
InwassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waste in, heeft ingewassen) 1 (voegen) opvullen met.
| Waste in | Ingewassen
|
InwaterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waterde in, is ingewaterd) 1 water doorlaten. (overgankelijk werkwoord; waterde in, heeft ingewaterd) 1 (houten vaatwerk) doen dichttrekken door het met water te vullen.
| Waterde in | Ingewaterd
|
InwegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; woog in, heeft ingewogen) 1 verliezen door te ruim wegen.
| Woog in | Ingewogen
|
InwekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weekte in, heeft/is ingeweekt; inweking) 1 in een vloeistof liggen om week te worden, vlekken op te laten lossen enz. (overgankelijk werkwoord; weekte in, heeft ingeweekt) 1 in een vloeistof leggen om het week te maken, vlekken op te lossen enz.
In Spaans overeenkomend met: Hidratar sHydreren Vocht toevoegen aan | Weekte in | Ingeweekt
|
InwerkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; werkte in, heeft ingewerkt) 1 uitwerking hebben, invloed hebben. (overgankelijk werkwoord; werkte in, heeft ingewerkt) 1 (iem.) in een materie thuis laten worden 2 al werkend aanbrengen in 3 naar boven smaller metselen.
In Spaans overeenkomend met: Orientar sOriënteren | Werkte in | Ingewerkt
|
InwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wierp in, heeft ingeworpen) 1 (ook absoluut) (de bal) door een inworp weer in het spel brengen 2 ingooien: door werpen breken.
| Wierp in | Ingeworpen
|
InwevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weefde in, heeft ingeweven) 1 bij het of door weven inwerken, aanbrengen in 2 inlassen, invoegen.
| Weefde in | Ingeweven
|
InwijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wijdde in, heeft ingewijd; inwijding) 1 plechtig of feestelijk in gebruik nemen 2 deelgenoot maken van de geheimen.
In Spaans overeenkomend met: Bendecir Inaugurar Iniciar Consagrar sConsacreren Consecreren Inaugureren Inzegenen Officieel openen Onthullen Wijden Zegenen | Wijdde in | Ingewijd
|
InwijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; week in, is ingeweken) 1 (in België, niet algemeen) immigreren.
| Week in | Ingeweken
|
InwikkelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wikkelde in, heeft ingewikkeld) 1 in een omhulsel doen.
In Spaans overeenkomend met: Enrollar sHullen Omhullen Toestoppen Woelen | Wikkelde in | Ingewikkeld
|
InwilligenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; willigde in, heeft ingewilligd; inwilliging) 1 gunstig beslissen over.
In Spaans overeenkomend met: Allanarse ((verzoek),(ruego)), Otorgar sToekennen Toestaan Verlenen | Willigde in | Ingewilligd
|
InwinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; won in, heeft ingewonnen) 1 trachten te krijgen 2 (drukwezen) (ruimte) besparen.
| Won in | Ingewonnen
|
| Inwippen | Wipte in | Ingewipt
|
InwisselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wisselde in, heeft ingewisseld; inwisseling) 1 wisselen voor iets anders.
In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar sInruilen Ruilen Uitwisselen Verruilen Wisselen | Wisselde in | Ingewisseld
|
InwonenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woonde in, heeft ingewoond; inwoning) 1 bij iem. in huis wonen.
In Spaans overeenkomend met: Habitar sBewonen | Woonde in | Ingewoond
|
| Inwortelen | Wortelde in | Ingeworteld
|
InwrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wreef in, heeft ingewreven) 1 (een oppervlak, lichaamsdeel enz.) door wrijven met iets bedekken of doordrenken 2 (iets) hevig verwijten.
In Spaans overeenkomend met: Frotar, Frotarse
| Wreef in | Ingewreven
|
| Inwroeten | Wroette in | Ingewroet
|
InzaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zaaide in, heeft ingezaaid) 1 (een gewas) als zaad in de grond aanbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Sembrar sZaaien | Zaaide in | Ingezaaid
|
InzagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zaagde in, heeft ingezaagd; inzaging) 1 met een zaag een snee of kerf (in hout) maken.
| Zaagde in | Ingezaagd
|
InzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte in, is ingezakt; inzakking) 1 door zijn gewicht dringen in de stof van het steunende vlak of in een onderliggende holte 2 in elkaar zakken, al zakkend zijn verband verliezen 3 (handel) (van koersen, prijzen, de markt) snel lager worden 4 (van personen) in gezondheid achteruitgaan.
In Spaans overeenkomend met: Derrumbarse sInstorten Verzakken | Zakte in | Ingezakt
|
InzamelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zamelde in, heeft ingezameld; inzamelaar, inzameling) 1 geld of goederen bijeenbrengen voor een bepaald doel.
In Spaans overeenkomend met: Coleccionar sCollecteren Innen Oogsten Plukken Rapen | Zamelde in | Ingezameld
|
InzegenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zegende in, heeft ingezegend; inzegening) 1 door het verlenen van de zegen heiligen.
In Spaans overeenkomend met: Bendecir Consagrar sConsacreren Consecreren Inwijden Wijden Zegenen | Zegende in | Ingezegend
|
| Inzeilen | Zeilde in | Ingezeild
|
InzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond in, heeft ingezonden; inzender, inzending) 1 insturen.
| Zond in | Ingezonden
|
InzepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zeepte in, heeft ingezeept; inzeping) 1 met zeep insmeren 2 met sneeuw inwrijven.
In Spaans overeenkomend met: Enjabonar sZepen | Zeepte in | Ingezeept
|
InzettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zette in, heeft ingezet) 1 (van periodes) beginnen. (overgankelijk werkwoord; zette in, heeft ingezet) 1 (ook absoluut) (een bedrag, voorwerp) op het spel zetten 2 (ook absoluut) (iets dat geveild wordt) voor een bepaald bedrag te koop aanbieden 3 (ook absoluut) (een melodie, lied) beginnen te zingen of te spelen 4 plaatsen in of tussen een bepaalde ruimte 5 beginnen te doen 6 in actie laten komen. (wederkerend werkwoord; zette zich in, heeft zich ingezet) 1 zijn best doen, zich inspannen.
In Spaans overeenkomend met: Entonar sEen lied aanheffen | Zette in | Ingezet
|
InzienALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; zag in, heeft ingezien) 1 inkijken, vluchtig lezen of bekijken 2 zich realiseren 3 op de genoemde wijze beoordelen.
| Zag in | Ingezien
|
| Inzijpelen | Zijpelde in | Ingezijpeld
|
| Inzingen | Zong in | Ingezongen
|
InzinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zonk in, is ingezonken; inzinking) 1 zinken in iets anders.
| Zonk in | Ingezonken
|
| Inzitten | Zat in | Ingezeten
|
InzoomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoomde in, heeft ingezoomd) 1 het beeld dat men filmt met de camera dichterbij halen.
| Zoomde in | Ingezoomd
|
InzoutenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoutte in, heeft ingezouten) 1 (levensmiddelen) door middel van zout conserveren.
| Zoutte in | Ingezouten
|
InzuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoog in, heeft ingezogen; inzuiging) 1 met de mond zuigend in zich opnemen 2 door capillaire werking in zich opnemen.
| Zoog in | Ingezogen
|
| Inzulten | Zultte in | Ingezult
|
InzwachtelenIn Spaans overeenkomend met: Envolver, Vendar sBakeren Inbakeren Insluiten Omwikkelen | Zwachtelde in | Ingezwachteld
|
| Inzwelgen | Zwolg in | Ingezwolgen
|
| Inzwemmen | Zwom in | Ingezwommen
|
InzwerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwoer in, heeft ingezworen) 1 beëdigen.
| Zwoor in | Ingezworen
|
IoniserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ioniseerde, is geïoniseerd) 1 in ionen gesplitst worden. (overgankelijk werkwoord; ioniseerde, heeft geïoniseerd) 1 in ionen splitsen.
In Spaans overeenkomend met: Ionizar
| Ioniseerde | Geïoniseerd
|
IriserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; iriseerde, heeft geïriseerd) 1 de kleuren van de regenboog hebben. (overgankelijk werkwoord; iriseerde, heeft geïriseerd) 1 kleuren in de tinten van de regenboog.
In Spaans overeenkomend met: Irisar sDe kleuren van de regenboog vertonen | Iriseerde | Geïriseerd
|
IroniserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ironiseerde, heeft geïroniseerd; ironisering) 1 in ironie spreken. (overgankelijk werkwoord; ironiseerde, heeft geïroniseerd) 1 tot een voorwerp van ironie maken.
In Spaans overeenkomend met: Ironizar
| Ironiseerde | Geïroniseerd
|
IrrigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; irrigeerde, heeft geïrrigeerd; irrigatie) 1 (landbouw) (bouw- of weiland) bevloeien 2 (geneeskunde) (een wond, lichaamsholte) uitspoelen.
In Spaans overeenkomend met: Abrevar sBevloeien | Irrigeerde | Geïrrigeerd
|
IrriterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; irriteerde, heeft geïrriteerd; irritatie) 1 ergeren 2 sterk prikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Dar dentera Acuciar Irritar sPrikkelen Verbitteren Vertoornen | Irriteerde | Geïrriteerd
|
IslamiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; islamiseerde, heeft geïslamiseerd; islamisering) 1 de maatschappij organiseren volgens islamitische principes.
| Islamiseerde | Geïslamiseerd
|
IsolerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; isoleerde, heeft geïsoleerd) 1 (ook absoluut) (iets) zo afschermen, dat elektriciteit, warmte, kou of geluid niet meer naar buiten of naar binnen kan treden 2 totaal afzonderen.
In Spaans overeenkomend met: Aislar sAfzonderen Alleen zetten | Isoleerde | Geïsoleerd
|
IsomeriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; isomeriseerde, heeft geïsomeriseerd; isomerisatie) 1 (scheikunde) (een stof) omzetten in een andere isomerische structuur.
| Isomeriseerde | Geïsomeriseerd
|
ItalianiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; italianiseerde, heeft geïtalianiseerd) 1 de Italiaanse schildertrant navolgen.
| Italianiseerde | Geïtalianiseerd
|
ItererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; itereerde, heeft geïtereerd) 1 herhalen.
| Itereerde | Geïtereerd
|