| Kaaidraaien | Kaaidraaide | Gekaaidraaid
|
| Kaaien | Kaaide | Gekaaid
|
KaalknippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knipte kaal, heeft kaalgeknipt) 1 het hoofdhaar geheel afknippen.
| Knipte kaal | Kaalgeknipt
|
KaalplukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plukte kaal, heeft kaalgeplukt) 1 door plukken kaal maken 2 afzetten.
| Plukte kaal | Kaalgeplukt
|
| Kaalscheren | Schoor kaal | Kaalgeschoren
|
KaalslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg kaal, heeft kaalgeslagen) 1 (een stuk grond) ontdoen van alle bomen die erop staan.
| Sloeg kaal | Kaalgeslagen
|
| Kaalvreten | Vrat kaal | Kaalgevreten
|
KaardenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kaardde, heeft gekaard; kaarder) 1 met een kaardmachine of wolkam de vezels van de te spinnen stof ontwarren en evenwijdig leggen.
In Spaans overeenkomend met: Cardar sHekelen | Kaardde | Gekaard
|
KaartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaartte, heeft gekaart; kaarter) 1 een kaartspel spelen.
In Spaans overeenkomend met: Jugar cartas
| Kaartte | Gekaart
|
KaartleggenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; legde kaart, heeft kaartgelegd) 1 (occultisme) door het leggen van kaarten inzicht krijgen in iemands persoonlijkheid, situatie en toekomst.
| |
|
KaartlezenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kaartlezer) 1 de aanwijzingen van kaarten interpreteren.
| |
|
KaartspelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; speelde kaart, heeft kaartgespeeld) 1 kaarten.
| Speelde kaart | Kaartgespeeld
|
| Kaasmaken | |
|
KaatsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaatste, heeft gekaatst; kaatser) 1 het kaatsspel spelen 2 terugspringen, terugstuiten. (overgankelijk werkwoord; kaatste, heeft gekaatst) 1 (vooral van geluiden en licht) terugwerpen, weerkaatsen.
| Kaatste | Gekaatst
|
KabbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kabbelde, heeft gekabbeld; kabbeling) 1 met kleine, korte golfjes voortstromen of tegen een oever slaan.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar Chapotear sKlapperen Klateren Klotsen Murmelen Plassen Plonzen | Kabbelde | Gekabbeld
|
| Kabelen | Kabelde | Gekabeld
|
KadastrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kadastreerde, heeft gekadastreerd) 1 het opmeten en in kaart brengen van gronden en gebouwen binnen een bepaald gebied.
| Kadastreerde | Gekadastreerd
|
| Kaderen | Kaderde | Gekaderd
|
| Kadraaien | Kadraaide | Gekadraaid
|
KadrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kadreerde, heeft gekadreerd) 1 in een lijst of kader zetten.
| Kadreerde | Gekadreerd
|
KafferenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kafferde, heeft gekafferd) 1 tekeergaan.
| Kafferde | Gekafferd
|
KaftenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kaftte, heeft gekaft) 1 (een boek) van een omslag voorzien.
| Kaftte | Gekaft
|
KakelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kakelde, heeft gekakeld) 1 het voor kippen kenmerkende geluid laten horen 2 luid en druk praten.
In Spaans overeenkomend met: Cacarear, Cloquear sKlokken | Kakelde | Gekakeld
|
KakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kaakte, heeft gekaakt; kaker) 1 (haring) schoonmaken door een deel van de ingewanden weg te halen na een insnijding onder de linkerkieuw.
| Kaakte | Gekaakt
|
KakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kakte, heeft gekakt; kakker) 1 (informeel) poepen.
In Spaans overeenkomend met: Defecar sOntlasting hebben Poepen Schijten | Kakte | Gekakt
|
KalanderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kalanderde, heeft gekalanderd) 1 machinaal glad en glanzend persen.
In Spaans overeenkomend met: Calandrar, Satinar sMangelen | Kalanderde | Gekalanderd
|
| Kalefaten | Kalefaatte | Gekalefaat
|
KalefaterenIn Spaans overeenkomend met: Calafatear sBreeuwen Kalfateren | Kalefaterde | Gekalefaterd
|
KalenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 kaal beginnen te worden. (overgankelijk werkwoord; kaalde, heeft gekaald) 1 (een schip) aftuigen.
| Kaalde | Gekaald
|
| Kalfaten | Kalfaatte | Gekalfaat
|
KalfaterenIn Spaans overeenkomend met: Calafatear sBreeuwen Kalefateren | Kalfaterde | Gekalfaterd
|
KalibrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kalibreerde, heeft gekalibreerd) 1 (techniek) een schaalverdeling aanbrengen op meetinstrumenten 2 (techniek) (de doorsnee van buizen) controleren 3 (techniek) (ijzeren draden en staven) in een bepaalde vorm walsen of trekken 4 (techniek) sorteren naar grootte.
In Spaans overeenkomend met: Calibrar, Contrastar sIjken | Kalibreerde | Gekalibreerd
|
KalkenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 uit witkalk of een kalkachtige stof bestaand of ermee bedekt. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kalkte, heeft gekalkt; kalker) 1 (muren) met kalk besmeren 2 (iets) slordig en snel schrijven.
| Kalkte | Gekalkt
|
| Kallegaaien | Kallegaaide | Gekallegaaid
|
| Kallen | Kalde | Gekald
|
KalligraferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kalligrafeerde, heeft gekalligrafeerd) 1 (iets) in schoonschrift opstellen.
| Kalligrafeerde | Gekalligrafeerd
|
KalmerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kalmeerde, is gekalmeerd; kalmering) 1 kalm worden. (overgankelijk werkwoord; kalmeerde, heeft gekalmeerd) 1 kalm maken.
In Spaans overeenkomend met: Tranquilizar, Tranquilizarse Apaciguar, Apaciguarse, Calmar, Sedar, Sosegar Acallar, Calmarse, Sosegarse sBedaren Gerust stellen Geruststellen Stillen Tot bedaren brengen | Kalmeerde | Gekalmeerd
|
KalvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kalfde, heeft gekalfd) 1 een kalf werpen.
| Kalfde | Gekalfd
|
KalverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kalverde, heeft gekalverd) 1 kalven.
| Kalverde | Gekalverd
|
KamenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaamde, is gekaamd) 1 (van wijn, bier) bederven door schimmelen of gisten.
| Kaamde | Gekaamd
|
| Kamenieren | Kamenierde | Gekamenierd
|
KammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kamde, heeft gekamd; kammer) 1 met een kam ontwarren en ordenen.
In Spaans overeenkomend met: Peinar sUitkammen | Kamde | Gekamd
|
KampenIn Spaans overeenkomend met: Batallar, Batirse, Combatir, Lidiar, Pelear Luchar sStrijd voeren Strijden Vechten Worstelen | Kampte | Gekampt
|
KamperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kampeerde, heeft/is gekampeerd; kampeerder) 1 buitenshuis verblijven, in een tent, caravan e.d.
In Spaans overeenkomend met: Acampar sLegeren | Kampeerde | Gekampeerd
|
KanaalzwemmenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (schertsend) zappen.
| |
|
KanaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kanaliseerde, heeft gekanaliseerd; kanalisatie) 1 in zekere banen leiden 2 (een streek) van kanalen voorzien 3 (een rivier) aanpassen door wegneming van scherpe bochten, uitdieping, sluizen enz.
In Spaans overeenkomend met: Canalizar
| Kanaliseerde | Gekanaliseerd
|
KandelarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie kandelaberen.
| Kandelaarde | Gekandelaard
|
KandiderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kandideerde, heeft gekandideerd) 1 als kandidaat voorstellen.
| Kandideerde | Gekandideerd
|
KanenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaande, is gekaand) 1 (informeel) met smaak eten 2 (van wijnvaten) schimmelen, muf worden.
| Kaande | Gekaand
|
KankerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kankerde, heeft gekankerd) 1 (pejoratief) hevig klagen 2 zich woekerend verspreiden.
In Spaans overeenkomend met: Refunfuñar, Rezongar sMopperen Morren Sputteren | Kankerde | Gekankerd
|
| Kannibaliseren | Kannibaliseerde | Gekannibaliseerd
|
KanonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kanonneerde, heeft gekanonneerd; kanonnade) 1 met kanonnen beschieten.
| Kanonneerde | Gekanonneerd
|
KanovarenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kanovaarder) 1 varen in een kano.
| |
|
KanoënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kanode, heeft/is gekanood) 1 met een kano varen.
| Kanode | Gekanood
|
KantelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kantelde, is gekanteld; kanteling) 1 naar één kant omvallen. (overgankelijk werkwoord; kantelde, heeft gekanteld) 1 op de zijkant draaien.
In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revés, Tumbar, Volcar sDoen vallen Omgooien Omkeren Omslaan Omvallen Omvergooien Ten val brengen | Kantelde | Gekanteld
|
KantenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van kant gemaakt. (werkwoord; kantte, heeft gekant) 1 zich verzetten tegen. (overgankelijk werkwoord; kantte, heeft gekant) 1 vlak, recht maken.
| Kantte | Gekant
|
| Kanthouwen | Kanthouwde | Gekanthouwd
|
KantklossenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 kantwerk vervaardigen d.m.v. klossen.
| |
|
KantonnerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kantonneerde, heeft gekantonneerd; kantonnering) 1 in de plaats van inkwartiering gelegerd zijn. (overgankelijk werkwoord; kantonneerde, heeft gekantonneerd) 1 troepen in bijeen liggende woonplaatsen inkwartieren.
| Kantonneerde | Gekantonneerd
|
KantrechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kantrechtte, heeft gekantrecht) 1 (hout) rechthoekig of haaks afzagen.
| Kantrechtte | Gekantrecht
|
KantwerkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer bolillos, Hacer encajes
| Kantwerkte | Gekantwerkt
|
KapenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaapte, heeft gekaapt; kaper, kaping) 1 met machtiging van de overheid de koopvaardijschepen van de vijand overvallen, zoals vroeger in oorlogstijd gebeurde. (overgankelijk werkwoord; kaapte, heeft gekaapt) 1 (een voertuig) onder bedreiging met geweld overmeesteren en de inzittenden gijzelen 2 (informeel) behendig wegnemen.
In Spaans overeenkomend met: Secuestrar
| Kaapte | Gekaapt
|
KapitaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kapitaliseerde, heeft gekapitaliseerd; kapitalisatie) 1 toevoegen aan het kapitaal 2 een periodieke ontvangst enz. uitdrukken in het bedrag dat tegen de normale rentevoet een gelijke interest oplevert.
| Kapitaliseerde | Gekapitaliseerd
|
KapittelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kapittelde, heeft gekapitteld) 1 (iem.) streng berispen.
| Kapittelde | Gekapitteld
|
| Kapotbijten | Beet kapot | Kapotgebeten
|
KapotgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging kapot, is kapotgegaan) 1 beschadigingen krijgen en daardoor niet meer bruikbaar zijn 2 (informeel) doodgaan.
In Spaans overeenkomend met: Estropearse Romperse sStukgaan | Ging kapot | Kapotgegaan
|
KapotmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte kapot, heeft kapotgemaakt) 1 zo behandelen dat het kapot gaat 2 (informeel) doodmaken.
In Spaans overeenkomend met: Romper
| Maakte kapot | Kapotgemaakt
|
KapotslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg kapot, heeft kapotgeslagen) 1 stukslaan 2 doodslaan.
| Sloeg kapot | Kapotgeslagen
|
| Kapotvriezen | Vroor kapot | Kapotgevroren
|
KappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kapte, heeft gekapt) 1 (informeel) ophouden, breken met. (onovergankelijk werkwoord; kapte, heeft gekapt) 1 met een bijl e.d. hakken. (overgankelijk werkwoord; kapte, heeft gekapt) 1 (ook absoluut) (sport) (de bal) spelen met een terugdraaiend effect 2 (ook absoluut) (voetbal) (de bal) doodleggen en zelf wegdraaien, zodat de tegenstander de verkeerde kant op loopt 3 het hoofdhaar opmaken 4 omhakken 5 door hakken in stukken verdelen 6 door hakken doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Rizar Cortar sFriseren Hakken Houwen | Kapte | Gekapt
|
KapseizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kapseisde, is gekapseisd) 1 omslaan, kantelen.
| Kapseisde | Gekapseisd
|
KarakteriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; karakteriseerde, heeft gekarakteriseerd; karakterisering) 1 kenmerken.
In Spaans overeenkomend met: Caracterizar sKenmerken Tekenen Typeren | Karakteriseerde | Gekarakteriseerd
|
| Karaoken | Karaookte | Gekaraookt
|
KarikaturiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; karikaturiseerde, heeft gekarikaturiseerd) 1 bespotten door een onevenwichtig beeld te geven.
| Karikaturiseerde | Gekarikaturiseerd
|
KarnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; karnde, heeft gekarnd) 1 (melk of room) in een karn bewerken om er boter en karnemelk van te maken.
| Karnde | Gekarnd
|
| Karnoffelen | Karnoffelde | Gekarnoffeld
|
KarrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; karde, heeft/is gekard) 1 (informeel) rijden.
In Spaans overeenkomend met: Ir, Ir en vehículo sGaan Rijden Varen | Karde | Gekard
|
KartelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kartelde, is gekarteld; karteling) 1 kartels, kerven krijgen. (overgankelijk werkwoord; kartelde, heeft gekarteld) 1 kartels, groefjes aanbrengen in 2 (beeldende kunst) greineren.
| Kartelde | Gekarteld
|
KartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kartte, heeft/is gekart) 1 in een kart racen.
| Kartte | Gekart
|
KarterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; karteerde, heeft gekarteerd; kartering) 1 een kaart maken van (een bepaald gebied).
| Karteerde | Gekarteerd
|
KartonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kartonneerde, heeft gekartonneerd; kartonnage) 1 (een boek) in bordpapier binden.
| Kartonneerde | Gekartonneerd
|
KarweienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; karweide, heeft gekarweid) 1 klussen.
| Karweide | Gekarweid
|
| Kasjeren | Kasjerde | Gekasjerd
|
| Kasseien | Kasseide | Gekasseid
|
KassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kaste, heeft gekast) 1 (edelstenen) zetten, invatten.
| Kaste | Gekast
|
KastijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kastijdde, heeft gekastijd; kastijding) 1 voor straf afranselen.
In Spaans overeenkomend met: Enderezar sBestraffen Verbeteren | Kastijdde | Gekastijd
|
KatalyserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; katalyseerde, heeft gekatalyseerd) 1 (scheikunde) als katalysator werken op.
| Katalyseerde | Gekatalyseerd
|
| Katapulteren | Katapulteerde | Gekatapulteerd
|
| Kathalzen | Kathalsde | Gekathalsd
|
KatheteriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; katheteriseerde, heeft gekatheteriseerd) 1 een katheter inbrengen bij (iem.).
| Katheteriseerde | Gekatheteriseerd
|
| Katknuppelen | |
|
KattenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; katte, heeft gekat) 1 hatelijke opmerkingen maken.
| Katte | Gekat
|
KauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kauwde, heeft gekauwd; kauwer) 1 met tanden en kiezen fijn maken.
In Spaans overeenkomend met: Mascar, Masticar
| Kauwde | Gekauwd
|
KavelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kavelde, heeft gekaveld; kaveling) 1 in delen of kavelingen verdelen.
| Kavelde | Gekaveld
|
| Kazakdraaien | |
|
KazenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaasde, heeft gekaasd) 1 kaas maken.
| Kaasde | Gekaasd
|
KazernerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kazerneerde, heeft gekazerneerd; kazernering) 1 in kazernes of daartoe bestemde verblijven legeren.
| Kazerneerde | Gekazerneerd
|
KeepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keepte, heeft gekeept; keeper) 1 als keeper fungeren.
| Keepte | Gekeept
|
| Keesten | Keestte | Gekeest
|
KeffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kefte, heeft gekeft) 1 hoog en vinnig blaffen.
| Kefte | Gekeft
|
KegelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kegelde, heeft gekegeld) 1 het kegelspel spelen. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Kegelde | Gekegeld
|
KeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keilde, heeft gekeild; keiler) 1 (ook absoluut) (een plat voorwerp) vlak langs het wateroppervlak werpen zodat het stuitert 2 (informeel) gooien.
In Spaans overeenkomend met: Echar, Lanzar sGooien Smijten Uitspelen Wegslingeren Wegwerpen Werpen | Keilde | Gekeild
|
KelderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kelderde, is gekelderd; keldering) 1 (van waardepapieren) sterk in waarde dalen 2 zinken. (overgankelijk werkwoord; kelderde, heeft gekelderd) 1 (in België) onmogelijk maken, doen mislukken.
| Kelderde | Gekelderd
|
KelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keelde, heeft gekeeld) 1 de keel afsnijden 2 wurgen.
| Keelde | Gekeeld
|
| Kenen | Keende | Gekeend
|
KenmerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kenmerkte, heeft gekenmerkt; kenmerking) 1 aanduiden met een kenmerk 2 merken.
In Spaans overeenkomend met: Caracterizar Hacer un signo, Indicar, Marcar sAanduiden Aangeven Aankruisen Een teken geven Karakteriseren Markeren Merken Tekenen Typeren | Kenmerkte | Gekenmerkt
|
KennenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kende, heeft gekend) 1 op de hoogte stellen van. (overgankelijk werkwoord; kende, heeft gekend; kenner) 1 bekend, vertrouwd zijn met 2 door studie of oefening geleerd hebben 3 herkennen.
In Spaans overeenkomend met: Conocer Saber sBekend zijn met | Kende | Gekend
|
KennismakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; maakte kennis, heeft kennisgemaakt; kennismaking) 1 voor het eerst ontmoeten 2 eerste beginselen leren kennen.
In Spaans overeenkomend met: Conocer
| Maakte kennis | Kennisgemaakt
|
| Kennisnemen | Nam kennis | Kennisgenomen
|
KenschetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kenschetste, heeft gekenschetst; kenschetsing) 1 kenmerken.
| Kenschetste | Gekenschetst
|
KentekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kentekende, heeft gekentekend) 1 karakteriseren.
| Kentekende | Gekentekend
|
KenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kenterde, heeft gekenterd; kentering) 1 veranderen 2 (van schepen) omslaan.
In Spaans overeenkomend met: Cambiar sVeranderen Verkeren | Kenterde | Gekenterd
|
KepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keepte, heeft gekeept) 1 insnijdingen maken in.
| Keepte | Gekeept
|
| Keperen | Keperde | Gekeperd
|
KerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; keerde, heeft gekeerd) 1 zich verzetten tegen. (onovergankelijk werkwoord; keerde, is gekeerd; kering) 1 omdraaien . (overgankelijk werkwoord; keerde, heeft gekeerd) 1 in een tegenovergestelde richting brengen 2 op iets richten 3 doen omwenden, terugdrijven, tegenhouden. (wederkerend werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Parar Volver del revés Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver Girar sAanhouden Draaien Omdraaien Omkeren Omkeren|Zich omkeren Ronddraaien Stilleggen Stoppen Stuiten Wenden Wentelen Zich omkeren Zwenken | Keerde | Gekeerd
|
KerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kerkte, heeft gekerkt) 1 de kerkdienst bijwonen.
| Kerkte | Gekerkt
|
KerkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kerkerde, heeft gekerkerd; kerkering) 1 (formeel) in een kerker opsluiten, gevangenzetten.
| Kerkerde | Gekerkerd
|
KermenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kermde, heeft gekermd) 1 aan pijn uiting geven door op steunende, klaaglijke wijze ongearticuleerde klanken voort te brengen.
In Spaans overeenkomend met: Gemir sZuchten | Kermde | Gekermd
|
| Kermissen | Kermiste | Gekermist
|
KerstenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kerstende, heeft gekerstend; kerstening) 1 (de maatschappij) organiseren volgens christelijke principes.
| Kerstende | Gekerstend
|
KervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kerfde/korf, is gekerfd; kerver, kerving) 1 (van stoffen) vezelig worden. (overgankelijk werkwoord; kerfde/korf, heeft gekerfd) 1 (ook absoluut) kerven snijden in 2 (tabak) in kleine stukjes snijden.
| Kerfde, Korf | Gekerfd, Gekorven
|
KetenALLE betekenissen van dit woord: (de; ketenen, ketens) 1 zware ketting, met name als boei 2 (scheikunde) samenhangende reeks atomen in een verbinding 3 (techniek) gesloten kring van geleidende elementen. (onovergankelijk werkwoord; keette, heeft gekeet) 1 (informeel) zich uitgelaten en lawaaierig gedragen.
| Keette | Gekeet
|
KetenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ketende, heeft geketend; ketening) 1 boeien, met een keten vastmaken 2 beknotten.
| Ketende | Geketend
|
KetsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (ketste, heeft/is geketst) stuiten 2 (ketste, heeft geketst) (van vuurwapens) weigeren, niet afgaan.
| Ketste | Geketst
|
KetterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ketterde, heeft geketterd; ketteraar) 1 hevig tekeergaan.
In Spaans overeenkomend met: Blasfemar sGod lasteren Gods lasteren | Ketterde | Geketterd
|
KettingrokenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kettingroker) 1 zeer veel roken.
| |
|
| Keuen | Keude | Gekeud
|
KeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keurde, heeft gekeurd; keurder, keuring) 1 onderzoeken en beoordelen of iets of iem. aan gestelde eisen voldoet.
In Spaans overeenkomend met: Degustar Censurar Aforar Criticar sBekritiseren Censureren Ijken Kritiseren Proeven Waarmerken | Keurde | Gekeurd
|
KeutelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keutelde, heeft gekeuteld) 1 prutsen.
| Keutelde | Gekeuteld
|
| Keuteren | Keuterde | Gekeuterd
|
KeuvelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keuvelde, heeft gekeuveld; keuvelaar) 1 praten voor de gezelligheid.
In Spaans overeenkomend met: Charlar sBabbelen Praten | Keuvelde | Gekeuveld
|
| Keveren | Keverde | Gekeverd
|
KezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keesde, heeft gekeesd) 1 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben.
| Keesde | Gekeesd
|
KibbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kibbelde, heeft gekibbeld) 1 ruzie maken, onenigheid hebben over kleinigheden.
| Kibbelde | Gekibbeld
|
KickboksenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 een bepaalde vechtsport met elementen uit boksen, karate en judo bedrijven.
| Kickbokste | Gekickbokst
|
| Kicken | Kickte | Gekickt
|
KidnappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kidnapte, heeft gekidnapt; kidnapper, kidnapping) 1 ontvoeren.
| Kidnapte | Gekidnapt
|
KiekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kiekte, heeft gekiekt) 1 een kiekje nemen van.
In Spaans overeenkomend met: Fotografiar sFotograferen | Kiekte | Gekiekt
|
| Kielen | Kielde | Gekield
|
KielhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kielhaalde, heeft gekielhaald) 1 (iem.) folteren door hem vastgebonden onder de kiel van een schip door te halen.
| Kielhaalde | Gekielhaald
|
KiemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiemde, heeft/is gekiemd) 1 ontkiemen, een kiem vormen.
| Kiemde | Gekiemd
|
KienenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiende, heeft gekiend; kiener) 1 het kienspel spelen.
| Kiende | Gekiend
|
KiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiepte, is gekiept) 1 omslaan, kantelen. (overgankelijk werkwoord; kiepte, heeft gekiept) 1 doen omslaan, neergooien 2 gooien, storten.
| Kiepte | Gekiept
|
KieperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kieperde, is gekieperd) 1 (informeel) tuimelen. (overgankelijk werkwoord; kieperde, heeft gekieperd) 1 kiepen.
| Kieperde | Gekieperd
|
KierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kierde, heeft gekierd) 1 een kier vertonen.
| Kierde | Gekierd
|
KieskauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kieskauwde, heeft gekieskauwd; kieskauwer) 1 met tegenzin eten.
| Kieskauwde | Gekieskauwd
|
KietelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kietelde, heeft gekieteld; kietelaar, kieteling) 1 een kriebeling opwekken bij 2 aangenaam prikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Cosquillear, Hacer cosquillas sKriebelen | Kietelde | Gekieteld
|
KiezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; koos, heeft gekozen; kiezer) 1 zijn voorkeur bepalen voor (een of meer uit een aantal personen of zaken) 2 een stem uitbrengen op 3 (iem.) bij keuze belasten met een functie of waardigheid .
In Spaans overeenkomend met: Balotar, Votar Elegir, Escoger, Optar Seleccionar sBalloteren Selecteren Stemmen Uitkiezen Uitlezen Uitpikken Uitzoeken Verkiezen | Koos | Gekozen
|
KiftenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiftte, heeft gekift) 1 ruzie maken.
In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir sKijven Krakelen Ruzie maken Ruziën | Kiftte | Gekift
|
KijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keek, heeft gekeken) 1 met aandacht, gericht zien 2 eruitzien . (overgankelijk werkwoord; keek, heeft gekeken) 1 bekijken.
In Spaans overeenkomend met: Mirar Ver sBekijken Blikken Kijken naar Schouwen Toekijken Toezien | Keek | Gekeken
|
KijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keef, heeft gekeven; kijver) 1 ruzie maken met verheffing van stem.
In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir sKiften Krakelen Ruzie maken Ruziën | Keef | Gekeven
|
| Kikhalzen | Kikhalsde | Gekikhalsd
|
KikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Kikte | Gekikt
|
KikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kikkerde, heeft gekikkerd) 1 in gehurkte houding rondspringen.
| Kikkerde | Gekikkerd
|
KillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kilde, heeft gekild) 1 (van een zeil) klapperen. (overgankelijk werkwoord; kilde, heeft gekild; killer) 1 afmaken, koelbloedig vermoorden 2 meedogenloos optreden tegen.
| Kilde | Gekild
|
KimmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kimde, heeft gekimd) 1 (scheepvaart) slagzij maken.
| Kimde | Gekimd
|
KinkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kinkelde, is gekinkeld) 1 in scherven kapotvallen.
| Kinkelde | Gekinkeld
|
| Kippen | Kipte | Gekipt
|
KirrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kirde, heeft gekird) 1 het voor duiven kenmerkende trillende keelgeluid laten horen 2 opgewonden, lacherige geluidjes maken.
In Spaans overeenkomend met: Arrullar sRoekoeën | Kirde | Gekird
|
| Kiskassen | Kiskaste | Gekiskast
|
KissebissenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kissebiste, heeft gekissebist) 1 ruzie maken.
| Kissebiste | Gekissebist
|
| Kissen | Kiste | Gekist
|
KistenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kistte, heeft gekist; kister, kisting) 1 een kisting of kist maken. (overgankelijk werkwoord; kistte, heeft gekist) 1 een lijk in de doodkist leggen.
| Kistte | Gekist
|
KiteboardenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiteboardde, heeft gekiteboard) 1 kitesurfen.
| Kiteboardde | Gekiteboard
|
KiteskatenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiteskatete, heeft gekiteskatet) 1 skaten op skates met luchtbanden, waarbij men wordt voortgetrokken door een kite, vaak over het strand.
| Kiteskatete | Gekiteskatet
|
KitesurfenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kitesurfte/kitesurfde, heeft gekitesurft/gekitesurfd) 1 surfen op een speciaal surfboard, waarbij men wordt voortgetrokken door een kite.
| Kitesurfte | Gekitesurft
|
KitsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kitste, heeft gekitst) 1 (bouwkunde) (bakstenen) met de troffel bekappen.
| Kitste | Gekitst
|
KittelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kittelde, heeft gekitteld) 1 aangenaam prikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Titilar sLicht prikkelen | Kittelde | Gekitteld
|
KittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kitte, heeft gekit; kitter) 1 met kit aan elkaar lijmen of dichten.
| Kitte | Gekit
|
KlaarkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam klaar, is klaargekomen) 1 gereedkomen 2 een orgasme krijgen.
| Kwam klaar | Klaargekomen
|
| Klaarkrijgen | Kreeg klaar | Klaargekregen
|
KlaarleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde klaar, heeft klaargelegd) 1 ergens gereed voor gebruik neerleggen.
| Legde klaar | Klaargelegd
|
KlaarliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag klaar, heeft klaargelegen) 1 gereed zijn voor gebruik, vertrek enz.
| Lag klaar | Klaargelegen
|
KlaarmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte klaar, heeft klaargemaakt; klaarmaking) 1 voorbereiden 2 uit ingrediënten klaarmaken 3 (iem.) bevredigen, tot een orgasme brengen.
In Spaans overeenkomend met: Acondicionar, Preparar Disponer sBereiden In gereedheid brengen Toebereiden Voltooien Voorbereiden | Maakte klaar | Klaargemaakt
|
KlaarspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde klaar, heeft klaargespeeld) 1 iets moeilijks in orde of ten einde brengen.
In Spaans overeenkomend met: Acertar, Lograr, Tener éxito sDoorkomen Erin slagen Slagen Slagen in Slagen voor | Speelde klaar | Klaargespeeld
|
KlaarstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond klaar, heeft klaargestaan) 1 (van personen) gereed zijn om iets te gaan doen 2 (van zaken) voor het gebruik gereedgezet zijn.
| Stond klaar | Klaargestaan
|
KlaarstomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stoomde klaar, heeft klaargestoomd) 1 in zeer korte tijd voorbereiden.
| Stoomde klaar | Klaargestoomd
|
KlaarzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette klaar, heeft klaargezet) 1 ergens gereed voor gebruik neerzetten.
| Zette klaar | Klaargezet
|
KlaarzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat klaar, heeft klaargezeten) 1 gereed zitten of zijn om iets te gaan doen of om iets te ondergaan.
| Zat klaar | Klaargezeten
|
| Klabetteren | Klabetterde | Geklabetterd
|
KladdenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) ¶ alleen in verbindingen. (onovergankelijk werkwoord; kladde, heeft geklad) 1 knoeien. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kladde, heeft geklad) 1 slordig neerschrijven of schilderen.
In Spaans overeenkomend met: Pintarrajar, Pintarrajear sSmeren | Kladde | Geklad
|
KladderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kladderde, heeft gekladderd; kladderaar) 1 kladden, slordig neerschrijven of schilderen.
| Kladderde | Gekladderd
|
| Kladschilderen | Kladschilderde | Gekladschilderd
|
KlagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klaagde, heeft geklaagd; klager) 1 uiting geven aan pijn of droefheid 2 (juridisch) zijn misnoegen uiten. (overgankelijk werkwoord; klaagde, heeft geklaagd) 1 als klacht uiten.
In Spaans overeenkomend met: Dolerse, Gemir, Lamentarse, Quejarse
| Klaagde | Geklaagd
|
KlakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klakte, heeft geklakt) 1 een klappend geluid laten horen.
In Spaans overeenkomend met: Castañetear, Chasquear, Restallar sKlappen Kletteren Klikken | Klakte | Geklakt
|
| Klamaaien | Klamaaide | Geklamaaid
|
KlampenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klampte, heeft geklampt) 1 met een belegstuk vastmaken of versterken 2 enteren .
| Klampte | Geklampt
|
KlaplopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; klaploper) 1 altijd een ander laten betalen of van zijn gastvrijheid gebruikmaken.
| |
|
| Klappeien | Klappeide | Geklappeid
|
KlappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (klapte, heeft geklapt) de handen tegen elkaar slaan als teken van goedkeuring of bewondering 2 (klapte, is geklapt) uiteenspringen, barsten 3 (klapte, heeft geklapt) het geluid geven van iets dat barst, ontploft of tegen elkaar slaat 4 (klapte, heeft geklapt) het natuurlijk geluid van bepaalde vogels zoals eksters, raven, papegaaien enz. laten horen .
In Spaans overeenkomend met: Palmear Batir, Pegar Chocar, Golpear, Percutir Castañetear, Chasquear, Restallar sApplaudisseren Houwen Klakken Kletteren Klikken Kloppen Meppen Opvallen Slaan Toejuichen | Klapte | Geklapt
|
KlapperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klapperde, heeft geklapperd) 1 snel achtereen tegen iets slaan.
In Spaans overeenkomend met: Chapotear sKabbelen Klotsen Plassen Plonzen | Klapperde | Geklapperd
|
KlappertandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klappertandde, heeft geklappertand) 1 rillen van de kou.
| Klappertandde | Geklappertand
|
KlapwiekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klapwiekte, heeft geklapwiekt) 1 met vleugels kleppen of slaan.
| Klapwiekte | Geklapwiekt
|
KlarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klaarde, heeft geklaard) 1 klaarspelen, in orde maken 2 helder maken, zuiveren 3 (een schip) inklaren.
In Spaans overeenkomend met: Clarificar sClarifiëren Helder maken | Klaarde | Geklaard
|
KlasserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klasseerde, heeft geklasseerd; klassering) 1 (sport) in een klasse onderbrengen 2 (bureau) geordend opbergen 3 (in België, niet algemeen) (een monument) op de monumentenlijst plaatsen, beschermen. (wederkerend werkwoord; klasseerde zich, heeft zich geklasseerd) 1 (sport) zich op grond van wedstrijdresultaten plaatsen.
| Klasseerde | Geklasseerd
|
KlaterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klaterde, heeft geklaterd; klatering) 1 snel op elkaar volgende, heldere geluiden voortbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar sKabbelen Murmelen | Klaterde | Geklaterd
|
KlauterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klauterde, heeft/is geklauterd; klauteraar) 1 met moeite klimmen.
In Spaans overeenkomend met: Trepar sBeklimmen Klimmen | Klauterde | Geklauterd
|
KlauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klauwde, heeft/is geklauwd; klauwer) 1 met korte, vlugge streken schaatsen. (overgankelijk werkwoord; klauwde, heeft geklauwd) 1 (ook absoluut) (vulgair) stelen 2 krabben.
In Spaans overeenkomend met: Rascar sKrabben Krauwen Scharrelen | Klauwde | Geklauwd
|
KlaverjassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klaverjaste, heeft geklaverjast; klaverjasser) 1 een kaartspel voor vier personen spelen, waarbij de boer de hoogste troef is.
| Klaverjaste | Geklaverjast
|
KledderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kledderde, heeft gekledderd) 1 kliederen.
| Kledderde | Gekledderd
|
KledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kleedde, heeft gekleed) 1 (ook absoluut) (van kledingstukken) een bepaald effect hebben 2 aankleden.
In Spaans overeenkomend met: Vestir sAankleden Omkleden Staan | Kleedde | Gekleed
|
| Kleermaken | |
|
KleiduivenschietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 op kleiduiven schieten als sport.
| |
|
KleienALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van klei. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kleide, heeft gekleid; kleier) 1 (iets) met klei boetseren.
| Kleide | Gekleid
|
KleinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kleineerde, heeft gekleineerd; kleineerder, kleinering) 1 als minder belangrijk voorstellen.
| Kleineerde | Gekleineerd
|
KleinkrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kreeg klein, heeft kleingekregen) 1 onderwerpen, onder zijn gezag brengen.
| Kreeg klein | Kleingekregen
|
KleinmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte klein, heeft kleingemaakt) 1 (geld) kleinkrijgen. (wederkerend werkwoord; maakte zich klein, heeft zich kleingemaakt) 1 proberen om niet op te vallen.
| Maakte klein | Kleingemaakt
|
KleinsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed klein, heeft kleingesneden) 1 aan kleine stukken snijden.
| Sneed klein | Kleingesneden
|
| Kleinzen | Kleinsde | Gekleinsd
|
KlemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klemde, heeft geklemd; klemming) 1 knellend vastzitten. (overgankelijk werkwoord; klemde, heeft geklemd) 1 ergens in of tussen door sterke druk vastzetten, knellen, knijpen.
In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar sKnijpen Nijpen | Klemde | Geklemd
|
KlemrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed klem, heeft klemgereden) 1 (iem.) verhinderen zijn weg te vervolgen door het eigen voertuig voor dat van de ander te manoeuvreren.
| Reed klem | Klemgereden
|
| Klemzetten | Zette klem | Klemgezet
|
KlepelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klepelde, heeft geklepeld) 1 (van klokken) door klepelslag klinken.
| Klepelde | Geklepeld
|
KleppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klepte, heeft geklept) 1 klepperen 2 kletsen 3 (van een klok) het geluid geven van het telkens slaan van de klepel 4 heen en weer gaande bewegingen maken.
In Spaans overeenkomend met: Tocar sGaan Klinken Overgaan Slaan | Klepte | Geklept
|
KlepperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klepperde, heeft geklepperd) 1 een zich herhalend, klappend geluid voortbrengen 2 gestaag kleppend heen en weer gaan 3 met kleppers spelen.
In Spaans overeenkomend met: Repicar sBeieren Luiden | Klepperde | Geklepperd
|
KlessebessenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klessebeste, heeft geklessebest) 1 (informeel) kletsen.
| Klessebeste | Geklessebest
|
KletsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kletste, heeft gekletst; kletser) 1 veel en gemoedelijk praten 2 roddelen 3 onzinnig praten 4 door te slaan het geluid 'klets' laten horen . (overgankelijk werkwoord; kletste, heeft gekletst) 1 met een kletsend geluid gooien.
In Spaans overeenkomend met: Charlar Chismear, Murmurar sKwaadspreken | Kletste | Gekletst
|
KletterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kletterde, heeft gekletterd) 1 in snelle opeenvolging heldere of scherpe geluiden teweegbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Castañetear, Chasquear, Restallar Tintinar, Tintinear sKlakken Klappen Klikken Klingelen Rinkelen Tingelen | Kletterde | Gekletterd
|
KleumenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kleumde, heeft gekleumd; kleumer) 1 van kou ineengedoken zitten.
| Kleumde | Gekleumd
|
KleunenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Kleunde | Gekleund
|
KleurenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kleurde, heeft gekleurd) 1 qua kleur passen bij. (onovergankelijk werkwoord; kleurde, heeft gekleurd) 1 kleur hebben of krijgen 2 blozen. (overgankelijk werkwoord; kleurde, heeft gekleurd) 1 (ook absoluut) kleurstof aanbrengen op 2 subjectief weergeven 3 kleur geven aan.
In Spaans overeenkomend met: Colorear Ponerse rojo sBlozen Rood worden | Kleurde | Gekleurd
|
KleuterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kleuterde, heeft gekleuterd) 1 naar de kleutergroep van de basisschool gaan.
| Kleuterde | Gekleuterd
|
KlevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kleefde, heeft gekleefd; klever) 1 vast blijven zitten.
| Kleefde | Gekleefd
|
KliederenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kliederde, heeft gekliederd) 1 met natte stoffen knoeien.
| Kliederde | Gekliederd
|
| Klieken | Kliekte | Gekliekt
|
KlierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klierde, heeft geklierd) 1 (informeel) zich uiterst vervelend gedragen.
| Klierde | Geklierd
|
KlievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kliefde, heeft gekliefd; kliever, klieving) 1 met kracht splijten.
In Spaans overeenkomend met: Hender, Rajar sDoorklieven Kloven Splijten | Kliefde | Gekliefd
|
KlikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klikte, heeft geklikt) 1 het geluid 'klik' laten horen 2 (pejoratief; informeel) verklappen, overbrengen, aanbrengen 3 de muis van een computer met de vinger indrukken om een programma of functie te (des)activeren. (onpersoonlijk werkwoord; klikte, heeft geklikt) 1 goed samengaan.
In Spaans overeenkomend met: Delatar, Denunciar Castañetear, Chasquear, Restallar sAanbrengen Aangeven Aanzeggen Klakken Klappen Kletteren Verklikken Verraden | Klikte | Geklikt
|
KlikklakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klikklakte, heeft geklikklakt) 1 een ritmisch klikkend geluid geven.
| Klikklakte | Geklikklakt
|
KlimmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klimmer, klimming) 1 (klom, heeft/is geklommen) zich verplaatsen langs een hellend vlak of over obstakels 2 (klom, heeft/is geklommen) omhooggaan 3 (klom, is geklommen) stijgen, hoger worden in rang, waarde e.d. 4 (klom, is geklommen) (van planten) tegen iets omhoog groeien.
In Spaans overeenkomend met: Trepar Ascender, Ascender a, Ascender al, Montar, Subir, Subir a sBeklimmen Bestijgen Klauteren Naar boven gaan Rijzen Stijgen | Klom | Geklommen
|
KlingelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klingelde, heeft geklingeld) 1 het geluid geven van metalen of glazen voorwerpen die elkaar herhaaldelijk licht raken.
In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear sKletteren Rinkelen Tingelen | Klingelde | Geklingeld
|
KlinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonk, heeft geklonken) 1 een goed waarneembare klank voortbrengen 2 de genoemde indruk maken 3 zijn glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk. (overgankelijk werkwoord; klonk, heeft geklonken) 1 (het eind van een klinknagel) door hameren tot een kop vormen 2 (metalen delen) door kloppen of smeden verbinden 3 vastspijkeren.
In Spaans overeenkomend met: Sonar Tocar sGaan Kleppen Overgaan Slaan | Klonk | Geklonken
|
KlissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kliste, heeft geklist) 1 (in België, niet algemeen) arresteren, vangen, in de kraag vatten.
| Kliste | Geklist
|
| Klisteren | Klisteerde | Geklisteerd
|
KlittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klitte, heeft geklit; klitter) 1 een klit of klitten vormen 2 kleven aan iets of iem.
| Klitte | Geklit
|
KlodderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klodderde, heeft geklodderd; klodderaar) 1 met verf kliederen.
| Klodderde | Geklodderd
|
| Kloeten | Kloette | Gekloet
|
KlokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klokte, heeft geklokt) 1 de werktijden laten vastleggen door een tijdregistratiesysteem 2 het geluid 'klok' laten horen 3 als een klok uitstaan, vallen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; klokte, heeft geklokt) 1 (sport) de tijd opnemen van (een atleet).
In Spaans overeenkomend met: Gorgotear Cacarear, Cloquear sKakelen | Klokte | Geklokt
|
KlonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kloonde, heeft gekloond) 1 een kloon produceren.
| Kloonde | Gekloond
|
KlonerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kloneerde, heeft gekloneerd) 1 klonen.
| Kloneerde | Gekloneerd
|
KlonterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonterde, heeft geklonterd; klontering) 1 tot klonters worden, stremmen.
In Spaans overeenkomend met: Apelmazarse, Formar grumos
| Klonterde | Geklonterd
|
KlooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klooide, heeft geklooid; klooier) 1 (informeel) prutsen, lummelen.
| Klooide | Geklooid
|
KloothannesenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (vulgair) vervelend doen.
| |
|
KlootschietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 gooien met een zware houten bal.
| |
|
KloppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klopte, heeft geklopt; klopper) 1 hoorbaar op of tegen iets slaan 2 voelbaar en hoorbaar bewegen (van hart en bloedvaten) 3 overeenstemming vertonen. (overgankelijk werkwoord; klopte, heeft geklopt) 1 iets hoorbaar een slag of slagen geven 2 verbrijzelen 3 door slaan in de genoemde of bedoelde toestand brengen 4 verslaan .
In Spaans overeenkomend met: Batir, Pegar Latir Chocar, Golpear, Percutir Palpitar Llamar sHouwen Klappen Meppen Opvallen Slaan Trillen | Klopte | Geklopt
|
KlossenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kloste, heeft/is geklost) 1 zijn voeten niet optillen bij het lopen. (overgankelijk werkwoord; kloste, heeft geklost) 1 op een klos winden.
| Kloste | Geklost
|
KlotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klootte, heeft gekloot) 1 (vulgair) moeizaam of prutserig met iets bezig zijn 2 (vulgair) klieren, pesten.
| Klootte | Gekloot
|
KlotsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klotste, heeft/is geklotst; klotsing) 1 het geluid laten horen van golvende of botsende vloeistoffen.
In Spaans overeenkomend met: Chapotear sKabbelen Klapperen Plassen Plonzen | Klotste | Geklotst
|
KlovenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kloofde, is gekloofd; klover, kloving) 1 barsten, splijten. (overgankelijk werkwoord; kloofde, heeft gekloofd) 1 in de lengterichting splijten door hakken of het indrijven van een wig.
In Spaans overeenkomend met: Abrir en canal Hender, Rajar Exfoliar sDoorklieven Klieven Splijten Splitsen | Kloofde | Gekloofd
|
| Kluisteren | Kluisterde | Gekluisterd
|
KluivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kloof, heeft gekloven) 1 met de mond stukjes vlees van een in de hand of poot vastgehouden bot afeten.
| Kloof | Gekloven
|
| Kluizen | Kluisde | Gekluisd
|
KlunenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kluunde, heeft/is gekluund; kluner) 1 op plaatsen waar het ijs te slecht is met schaatsen over de wal lopen.
| Kluunde | Gekluund
|
KlungelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klungelde, heeft geklungeld; klungelaar) 1 prutsen, onhandig te werk gaan.
| Klungelde | Geklungeld
|
KlunzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klunsde, heeft geklunsd) 1 (informeel) stuntelen, stoethaspelen, knoeien.
| Klunsde | Geklunsd
|
| Kluppelen | Kluppelde | Gekluppeld
|
KlussenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kluste, heeft geklust; klusser) 1 werken aan reparaties in en om het huis.
In Spaans overeenkomend met: Hacer bricolaje
| Kluste | Geklust
|
KlutsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; klutste, heeft geklutst; klutser) 1 (eieren) slaan, kloppen en daardoor tot schuim maken.
| Klutste | Geklutst
|
KnabbelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knabbelde, heeft geknabbeld; knabbelaar) 1 met vlugge, korte bewegingen (iets) eten en er zo kleine stukjes afhalen.
| Knabbelde | Geknabbeld
|
KnagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knaagde, heeft geknaagd) 1 de voorste tanden op en neer laten gaan langs een voorwerp, om er iets af te halen of het op te eten 2 een aanhoudende en langzaamaan toenemende onaangename gewaarwording veroorzaken. (overgankelijk werkwoord; knaagde, heeft geknaagd; knager, knaging) 1 (een gat) door knagen doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Roer
| Knaagde | Geknaagd
|
KnakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (knakte, heeft/is geknakt) het geluid 'knak' laten horen 2 (knakte, is geknakt) een knak krijgen. (overgankelijk werkwoord; knakte, heeft geknakt) 1 met een knak breken, zonder de delen te scheiden 2 onherstelbare schade toebrengen.
| Knakte | Geknakt
|
KnallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knalde, heeft geknald) 1 een knal geven .
In Spaans overeenkomend met: Crujir, Chascar, Restallar sKnappen Kraken | Knalde | Geknald
|
KnappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (knapte, heeft geknapt) het geluid 'knap' laten horen 2 (knapte, is geknapt) met het geluid 'knap' breken, barsten, splijten, springen .
In Spaans overeenkomend met: Crujir, Chascar, Restallar sKnallen Kraken | Knapte | Geknapt
|
KnapperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knapperde, heeft geknapperd) 1 telkens knappen.
In Spaans overeenkomend met: Crepitar, Decrepitar sKnetteren Kraken | Knapperde | Geknapperd
|
KnarpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knarpte, heeft geknarpt) 1 knerpen.
| Knarpte | Geknarpt
|
KnarsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knarste, heeft geknarst) 1 een ongelijkmatig, schurend of piepend, onaangenaam geluid voortbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Rechinar Chillar, Chirriar sKnersen Knetteren Kraken Krassen Piepen | Knarste | Geknarst
|
KnarsetandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knarsetandde, heeft geknarsetand) 1 knarsen met de tanden.
| Knarsetandde | Geknarsetand
|
KnauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knauwde, heeft geknauwd; knauwer) 1 onduidelijk spreken door het inslikken van lettergrepen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knauwde, heeft geknauwd) 1 krachtig bijten.
In Spaans overeenkomend met: Morder sBeitsen Bijten Happen | Knauwde | Geknauwd
|
KnechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knechtte, heeft geknecht) 1 willoos ondergeschikt maken.
In Spaans overeenkomend met: Someter sOnderwerpen | Knechtte | Geknecht
|
KnedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kneedde, heeft gekneed; kneder, kneding) 1 door drukken, knijpen enz. bewerken 2 door drukken, knijpen enz. doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Macerar, Moldear, Sobar Amasar sBetasten Maceren Vormen Weken Zacht maken | Kneedde | Gekneed
|
KnellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knelde, heeft gekneld; knelling) 1 met sterke druk vasthouden, stevig drukken 2 benauwen.
In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar sAandrukken Aanduwen Dringen Drukken Persen Pressen | Knelde | Gekneld
|
KnerpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knerpte, heeft geknerpt) 1 een krakend of knarsend geluid maken.
| Knerpte | Geknerpt
|
KnersenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knerste, heeft geknerst) 1 knarsen.
In Spaans overeenkomend met: Chirriar sKnarsen Knetteren Kraken Krassen Piepen | Knerste | Geknerst
|
KnetterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knetterde, heeft geknetterd) 1 knappende of ploffende geluiden voortbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Chillar, Chirriar Crepitar, Decrepitar Chisporrotear sFlikkeren Knapperen Knarsen Knersen Kraken Krassen Piepen | Knetterde | Geknetterd
|
| Kneukelen | Kneukelde | Gekneukeld
|
| Kneuteren | Kneuterde | Gekneuterd
|
KneuzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kneusde, heeft gekneusd; kneuzing) 1 (lichaamsdelen) door slaan of drukking onderhuids beschadigen 2 door een slag, stoot of druk aan de oppervlakte beschadigen.
In Spaans overeenkomend met: Contundir, Contusionar sBlutsen | Kneusde | Gekneusd
|
KnevelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knevelde, heeft gekneveld; kneveling) 1 vastbinden 2 beknotten.
In Spaans overeenkomend met: Hacer exacción, Hacer extorsión sAfdwingen Afpersen | Knevelde | Gekneveld
|
KnibbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knibbelde, heeft geknibbeld; knibbelaar) 1 op onbelangrijke zaken afdingen.
| Knibbelde | Geknibbeld
|
| Kniebanden | Kniebandde | Geknieband
|
KnielenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knielde, heeft/is geknield; knieling) 1 op een knie of op de knieën gaan zitten of liggen.
In Spaans overeenkomend met: Arrodillarse, Hincarse sNeerknielen | Knielde | Geknield
|
| Kniepoten | Kniepootte | Gekniepoot
|
KniezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kniesde, heeft gekniesd; kniezer) 1 treuren, zich ongelukkig, chagrijnig voelen.
| Kniesde | Gekniesd
|
KnijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kneep, heeft geknepen; knijper) 1 (pejoratief) bezuinigen . (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kneep, heeft geknepen) 1 krachtig, aan verschillende kanten tegelijk op iets drukken.
In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar sKlemmen Nijpen | Kneep | Geknepen
|
| Knikkebenen | Knikkebeende | Geknikkebeend
|
KnikkebollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knikkebolde, heeft geknikkebold) 1 vanwege slaap of ouderdom voortdurend met het hoofd knikken.
| Knikkebolde | Geknikkebold
|
KnikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (knikte, is geknikt) half breken 2 (knikte, heeft geknikt) in hoekige vorm buigen 3 (knikte, heeft geknikt) het hoofd een of meer keren buigen. (overgankelijk werkwoord; knikte, heeft geknikt) 1 een knik maken in, half breken.
| Knikte | Geknikt
|
KnikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knikkerde, heeft geknikkerd) 1 met knikkers spelen. (overgankelijk werkwoord; knikkerde, heeft geknikkerd) 1 (informeel) smijten.
| Knikkerde | Geknikkerd
|
KnipogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knipoogde, heeft geknipoogd) 1 een oog even sluiten en weer openen als teken van verstandhouding of flirt.
In Spaans overeenkomend met: Guiñar, Guiñar el ojo, Parpadear, Pestañear sKnipperen Met de ogen knipperen Pinken Tintelogen | Knipoogde | Geknipoogd
|
KnippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knipte, heeft geknipt; knipper) 1 het geluid 'knip' maken met duim en vingers 2 knipperen 3 geschikt zijn om geknipt te worden. (overgankelijk werkwoord; knipte, heeft geknipt) 1 (ook absoluut) snijden met een schaar 2 met de schaar creëren 3 met een tang enz. inknippen.
In Spaans overeenkomend met: Recortar Cortar, Esquilar Agujerear sDoorzeven Ponsen Scheren Snoeien Trimmen | Knipte | Geknipt
|
KnipperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knipperde, heeft geknipperd) 1 herhaaldelijk of voortdurend de ogen openen en sluiten 2 lampen snel aan en uit doen.
In Spaans overeenkomend met: Guiñar el ojo, Pestañear sKnipogen Pinken Tintelogen | Knipperde | Geknipperd
|
KnisperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knisperde, heeft geknisperd) 1 een knapperend of ritselend geluid maken.
| Knisperde | Geknisperd
|
KnisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie knisperen.
| Knisterde | Geknisterd
|
KnobbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knobbelde, heeft geknobbeld) 1 dobbelen.
| Knobbelde | Geknobbeld
|
KnobelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knobelde, heeft geknobeld) 1 dobbelen, meestal met drie dobbelstenen.
| Knobelde | Geknobeld
|
KnoeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knoeide, heeft geknoeid; knoeier) 1 prutsen, onhandig te werk gaan 2 frauderen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knoeide, heeft geknoeid) 1 herhaaldelijk morsen.
In Spaans overeenkomend met: Estropear Defraudar, Estafar Chafallar, Chapucear sBederven Bedriegen Beschadigen Beunhazen Frauderen Havenen Modderen Schenden Stuk maken Stukmaken Toetakelen Verhaspelen Verknoeien Verpesten Verprutsen Zwendelen | Knoeide | Geknoeid
|
KnokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knokte, heeft geknokt; knokker) 1 (informeel) vechten.
| Knokte | Geknokt
|
KnopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knoopte, heeft geknoopt) 1 d.m.v. knopen vastmaken 2 vervaardigen uit band, touw enz. door hierin bepaalde knopen te leggen.
In Spaans overeenkomend met: Atar sStrikken | Knoopte | Geknoopt
|
KnoppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knopte, heeft geknopt) 1 knoppen krijgen. (overgankelijk werkwoord; knopte, heeft geknopt) 1 (landbouw) van bloemknoppen ontdoen.
| Knopte | Geknopt
|
KnorrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knorde, heeft geknord) 1 een dof, trillend, onregelmatig brommend geluid maken 2 het voor varkens kenmerkende geluid laten horen 3 met boze woorden misnoegen, ontevredenheid uiten 4 (informeel) slapen.
In Spaans overeenkomend met: Gruñir Roncar sGrommen Ronken Snorken Snurken | Knorde | Geknord
|
KnotszwaaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 gymnastische oefeningen met knotsen uitvoeren.
| |
|
KnottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knotte, heeft geknot) 1 (bomen) van de top of van zijscheuten ontdoen 2 (lichaamsdelen of de einden daarvan) van de top ontdoen, respectievelijk afsnijden 3 onderdrukken, breken.
| Knotte | Geknot
|
KnuffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knuffelde, heeft geknuffeld; knuffelaar) 1 liefkozend aanhalen.
In Spaans overeenkomend met: Mimar a
| Knuffelde | Geknuffeld
|
KnuppelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; knuppelde, heeft geknuppeld; knuppelaar) 1 met een knuppel slaan.
| Knuppelde | Geknuppeld
|
KnutselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; knutselde, heeft geknutseld; knutselaar) 1 uit liefhebberij dingen maken of in elkaar zetten. (overgankelijk werkwoord; knutselde, heeft geknutseld) 1 met geringe hulpmiddelen construeren.
In Spaans overeenkomend met: Hacer trabajos manuales
| Knutselde | Geknutseld
|
KoeionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; koeioneerde, heeft gekoeioneerd) 1 de baas spelen over, vitten op.
| Koeioneerde | Gekoeioneerd
|
KoekeloerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koekeloerde, heeft gekoekeloerd) 1 gluren.
In Spaans overeenkomend met: Contemplar
| Koekeloerde | Gekoekeloerd
|
| Koeken | Koekte | Gekoekt
|
| Koekenbakken | Bakte koeken | Koekengebakken
|
KoekhappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; koekhapper) 1 als spelletje geblinddoekt proberen in een koek te happen.
| |
|
KoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; koelde, heeft gekoeld) 1 koeler doen worden .
In Spaans overeenkomend met: Enfriar sLaten afkoelen | Koelde | Gekoeld
|
KoerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koerde, heeft gekoerd) 1 het dofrollende, voor duiven kenmerkende geluid maken.
In Spaans overeenkomend met: Arrullar
| Koerde | Gekoerd
|
KoersenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (koerste, heeft/is gekoerst) de koers richten of houden 2 (koerste, heeft/is gekoerst) gaan, zich bewegen 3 (koerste, heeft gekoerst) (wielersport) aan een wielerwedstrijd deelnemen. (overgankelijk werkwoord; koerste, heeft gekoerst) 1 schatten, begroten 2 klaarspelen.
| Koerste | Gekoerst
|
KoesterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; koesterde, heeft gekoesterd; koestering) 1 liefderijk verzorgen 2 bij zichzelf voelen. (wederkerend werkwoord; koesterde zich, heeft zich gekoesterd) 1 zich laten verwarmen.
In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar Empollar huevos, Incubar Gestar Fomentar sBevorderen Broeden Broeden op Dragen Troetelen Vertroetelen Verwennen Zwanger zijn van | Koesterde | Gekoesterd
|
| Koeteren | Koeterde | Gekoeterd
|
| Koeterwalen | Koeterwaalde | Gekoeterwaald
|
| Koetsen | Koetste | Gekoetst
|
| Kofferen | Kofferde | Gekofferd
|
| Koffiedrinken | Dronk koffie | Koffiegedronken
|
KoffiezettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zette koffie, heeft koffie gezet) 1 koffie bereiden.
| Zette koffie | Koffiegezet
|
KogelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kogelde, heeft gekogeld) 1 gooien, smijten 2 (een bal) hard trappen, schieten.
| Kogelde | Gekogeld
|
KogelslingerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 werpnummer in de atletiek, waarbij men een aan een staaldraad bevestigde kogel zo ver mogelijk probeert weg te gooien.
| |
|
KogelstotenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (atletiek) werpnummer in de atletiek, waarbij men een massieve metalen bol zo ver mogelijk probeert weg te stoten.
| |
|
KokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kookte, heeft gekookt) 1 (van vloeistoffen) door verhitting in een toestand zijn waarbij door de hele vloeistof verdamping optreedt. (overgankelijk werkwoord; kookte, heeft gekookt) 1 (ook absoluut) (een maaltijd) klaarmaken 2 (een vloeistof) verhitten totdat hij gaat verdampen 3 (een gerecht) in kokend water gaar maken.
In Spaans overeenkomend met: Cocinar Bullir, Hervir Cocer, Guisar sBereiden Borrelen Op het kookpunt zijn Zieden | Kookte | Gekookt
|
KokerdenkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zeer beperkt denken zonder begrip van samenhang met andere situaties.
| |
|
KoketterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; koketteerde, heeft gekoketteerd) 1 ergens mee pronken, te koop lopen. (onovergankelijk werkwoord; koketteerde, heeft gekoketteerd) 1 de aandacht proberen te trekken d.m.v. kleding, maniertjes enz.
In Spaans overeenkomend met: Coquetear sFlirten Versieren | Koketteerde | Gekoketteerd
|
KokhalzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kokhalsde, heeft gekokhalsd) 1 op het punt staan te braken.
| Kokhalsde | Gekokhalsd
|
KokkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kokkelde, heeft gekokkeld) 1 kakelen.
| Kokkelde | Gekokkeld
|
KokkerellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kokkerelde, heeft gekokkereld) 1 koken met plezier.
| Kokkerelde | Gekokkereld
|
| Kokkeren | Kokkerde | Gekokkerd
|
KolderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kolderde, heeft gekolderd) 1 aan de kolder lijden.
In Spaans overeenkomend met: Desatinar sBazelen Raaskallen | Kolderde | Gekolderd
|
KolkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kolkte, heeft gekolkt) 1 wervelen, een kolk vormen.
| Kolkte | Gekolkt
|
| Kollen | Kolde | Gekold
|
KolonialiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kolonialiseerde, heeft gekolonialiseerd) 1 koloniseren.
| Kolonialiseerde | Gekolonialiseerd
|
KoloniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; koloniseerde, heeft gekoloniseerd; kolonist, kolonisatie) 1 (gebieden) tot koloniën vormen.
| Koloniseerde | Gekoloniseerd
|
KolvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kolfde, heeft gekolfd; kolver) 1 het kolfspel spelen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kolfde, heeft gekolfd) 1 (zog) afnemen met een borstkolf.
| Kolfde | Gekolfd
|
KomediespelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; komediespeler) 1 bedrog plegen, zich aanstellen.
| Speelde komedie | Komediegespeeld
|
KomenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 (een idee, gespreksonderwerp e.d.) krijgen 2 bedragen. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 (iets onstoffelijks) bereiken. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 afkomstig zijn uit. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 (van zaken) voortgebracht worden, het resultaat zijn. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 (een geheim) ontdekken. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 aanraken 2 in het bezit van iets raken. (werkwoord; kwam, is gekomen) 1 toegevoegd worden aan, bij. (onovergankelijk werkwoord; kwam, is gekomen) 1 een punt, plaats of positie bereiken, daartoe vorderen 2 min of meer toevallig of onbedoeld een bepaalde toestand, bepaalde omstandigheden bereiken 3 verschijnen, naderen 4 klaarkomen .
In Spaans overeenkomend met: Provenir Venir sAfkomstig zijn van Voortkomen | Kwam | Gekomen
|
| Kondschappen | Kondschapte | Gekondschapt
|
KonfijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; konfijtte, heeft gekonfijt) 1 in suiker inleggen.
In Spaans overeenkomend met: Confitar, Hacer confitura sInleggen Inmaken | Konfijtte | Gekonfijt
|
KonkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; konkelde, heeft gekonkeld; konkelaar) 1 (informeel) intrigeren 2 (informeel) kwaadspreken.
In Spaans overeenkomend met: Intrigar, Tramar sBekonkelen Intrigeren | Konkelde | Gekonkeld
|
KonkelfoezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; konkelfoesde, heeft gekonkelfoesd) 1 intrigeren 2 smoezen.
| Konkelfoesde | Gekonkelfoesd
|
KonterfeitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; konterfeitte, heeft gekonterfeit) 1 (pejoratief) afbeelden, uitschilderen.
| Konterfeitte | Gekonterfeit
|
KontlikkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kontlikker) 1 (informeel) op laffe wijze vleien, naar de mond praten 2 (informeel) de anus stimuleren met de mond.
| |
|
KontneukenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (vulgair) geslachtsgemeenschap bedrijven op zodanige wijze dat de penis in de anus van de partner wordt gebracht.
| |
|
KonvooierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; konvooieerde, heeft gekonvooieerd; konvooieerder) 1 met een konvooi schepen begeleiden.
| Konvooieerde | Gekonvooieerd
|
KooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kooide, heeft gekooid) 1 een eendenkooi houden. (overgankelijk werkwoord; kooide, heeft gekooid) 1 in een kooi of kooien sluiten.
| Kooide | Gekooid
|
KoorddansenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; koorddanser) 1 over een gespannen touw of een staaldraad lopen en springen, en daarbij acrobatische kunststukjes uitvoeren.
| |
|
KopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kocht, heeft gekocht) 1 in bezit krijgen tegen betaling.
In Spaans overeenkomend met: Adquirir Comprar, Procurarse sAankopen Aanschaffen Afnemen Behalen Buitmaken Inkopen Krijgen Overnemen Verkrijgen Verwerven | Kocht | Gekocht
|
KoperenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van koper 2 koperkleurig . (overgankelijk werkwoord; koperde, heeft gekoperd) 1 met koper bekleden.
| Koperde | Gekoperd
|
KopiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kopieerde, heeft gekopieerd) 1 (ook absoluut) een tweede, identiek exemplaar maken van (iets) 2 (het gedrag van iem.) overnemen.
In Spaans overeenkomend met: Copiar sNabootsen Namaken Overschrijven | Kopieerde | Gekopieerd
|
KopjeduikelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duikelde kopje, heeft kopjegeduikeld) 1 een koprol maken.
| Duikelde kopje | Kopjegeduikeld
|
KoppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koppelde, heeft gekoppeld; koppelaar, koppeling) 1 de koppeling van een voertuig inschakelen. (overgankelijk werkwoord; koppelde, heeft gekoppeld) 1 een relatie leggen tussen 2 (personen, dieren, zaken) paarsgewijs bijeenvoegen 3 een liefdesrelatie tot stand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Embragar Acoplar Proponer en matrimonio, Proponerse en matrimonio sSchakelen | Koppelde | Gekoppeld
|
KoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kopte, heeft gekopt; kopper) 1 (ook absoluut) (voetbal) een bal een stotende beweging met het hoofd geven 2 (ook absoluut) van de kop ontdoen 3 (ook absoluut) (bankpapier) met het kopje naar boven leggen 4 in een krantenkop melden.
| Kopte | Gekopt
|
KoppensnellenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; koppensneller) 1 de hoofden van eigenhandig vermoorde vijanden als fetisj of trofee meenemen 2 topfunctionarissen van andere ondernemingen wegkopen 3 (schertsend) slechts de koppen van de krant lezen 4 schuldigen zoeken, aanwijzen.
| |
|
KoprollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koprolde, heeft gekoprold) 1 een koprol maken.
| Koprolde | Gekoprold
|
| Kopschudden | |
|
KorfballenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; korfballer) 1 korfbal spelen.
| Korfbalde | Gekorfbald
|
KorrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; korrelde, heeft/is gekorreld; korreling) 1 korrelig worden. (overgankelijk werkwoord; korrelde, heeft gekorreld) 1 korrelig maken 2 een korrelige oppervlakte geven aan.
| Korrelde | Gekorreld
|
| Korren | Korde | Gekord
|
| Korsten | Korstte | Gekorst
|
KortenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; korting) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; kortte, heeft gekort) 1 inkorten 2 (iem.) minder uitbetalen dan waar hij oorspronkelijk recht op had.
In Spaans overeenkomend met: Deducir, Descontar Bajar sAfslaan Aftellen Aftrekken Inhouden Korting geven | Kortte | Gekort
|
| Kortoren | Kortoorde | Gekortoord
|
KortsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloot kort, heeft kortgesloten) 1 kortsluiting veroorzaken 2 in overeenstemming brengen met, afstemmen op (iets of elkaar).
| Sloot kort | Kortgesloten
|
KortstaartenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kortstaartte, heeft gekortstaart) 1 de staart afsnijden of korter maken.
| Kortstaartte | Gekortstaart
|
| Kortvleugelen | Kortvleugelde | Gekortvleugeld
|
KortwiekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kortwiekte, heeft gekortwiekt; kortwieking) 1 (een vogel) aan één van de vleugels de grote en kleine slagpennen wegknippen, om het wegvliegen te beletten 2 (iem.) beperken in zijn macht of vrijheid van handelen 3 het haar kort afknippen van.
| Kortwiekte | Gekortwiekt
|
KorvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; korfde, heeft gekorfd) 1 (bijen) in een korf brengen.
| Korfde | Gekorfd
|
KostenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 het geld dat voor iets betaald is of betaald moet worden. (onovergankelijk werkwoord; kostte, heeft gekost) 1 voor het genoemde bedrag verkrijgbaar zijn 2 te staan komen op, vergen.
In Spaans overeenkomend met: Valer Costar
| Kostte | Gekost
|
| Kostumeren | Kostumeerde | Gekostumeerd
|
KotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kootte, heeft gekoot) 1 (spel) met kleine stenen werpen naar een rechtopstaande steen.
| Kootte | Gekoot
|
| Koteren | Koterde | Gekoterd
|
KotsenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kotste, heeft gekotst) 1 (informeel) walgen van. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kotste, heeft gekotst) 1 (informeel) braken.
In Spaans overeenkomend met: Provocar Vomitar sBraken Overgeven Spugen Uitbraken Vomeren | Kotste | Gekotst
|
KotterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kotterde, heeft gekotterd; kotteraar) 1 met de kotter gaten uitboren.
| Kotterde | Gekotterd
|
KoukleumenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 kleumen, blauwbekken.
| |
|
KoutenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; koutte, heeft gekout) 1 (formeel) informeel en gezellig met elkaar praten.
| Koutte | Gekout
|
KouvattenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vatte kou, heeft kougevat) 1 een verkoudheid oplopen.
| Vatte kou | Kougevat
|
KozenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; koosde, heeft gekoosd; kozer) 1 (archaïsch) liefkozen.
| Koosde | Gekoosd
|
KraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kraaide, heeft gekraaid) 1 het voor de haan kenmerkende geluid maken 2 (van kinderen) van plezier kreetjes, geluiden voortbrengen. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Kraaide | Gekraaid
|
| Krabbedieven | Krabbediefde | Gekrabbediefd
|
KrabbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krabbelde, heeft gekrabbeld; krabbelaar) 1 voortdurend krabben 2 zich onbeholpen voortbewegen, stumperig schaatsenrijden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; krabbelde, heeft gekrabbeld) 1 haastig en onduidelijk schrijven of tekenen.
In Spaans overeenkomend met: Garabatear
| Krabbelde | Gekrabbeld
|
KrabbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; krabde, heeft gekrabd) 1 de nagels of een scherp voorwerp over iets heen halen.
In Spaans overeenkomend met: Rascar sKlauwen Krauwen Scharrelen | Krabde | Gekrabd
|
KrachttrainenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 trainen om de lichaamskracht te vergroten, m.n. met gewichten.
| Krachttrainde | Gekrachttraind
|
KrakelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krakeelde, heeft gekrakeeld) 1 luidruchtig ruzie maken, kijven.
In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir sKiften Kijven Ruzie maken Ruziën | Krakeelde | Gekrakeeld
|
KrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (kraakte, heeft gekraakt) een scherp, onregelmatig geluid maken 2 (kraakte, heeft/is gekraakt) (scheikunde) ontleden. (overgankelijk werkwoord; kraakte, heeft gekraakt; kraker) 1 met gekraak doen breken 2 (een gebouw) binnendringen en in gebruik nemen als woning 3 inbreken, openbreken 4 bekritiseren, afkraken 5 (scheikunde) splitsen van complexe organische verbindingen in eenvoudiger verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Chirriar Crepitar, Decrepitar Crujir, Chascar, Restallar Usurpar Chisporrotear sFlikkeren Knallen Knappen Knapperen Knarsen Knersen Knetteren Krassen Meester maken van|Zich meester maken van Overweldigen Piepen Usurperen Zich meester maken van | Kraakte | Gekraakt
|
KrakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krakte, is gekrakt) 1 met gekraak breken, barsten.
| Krakte | Gekrakt
|
KralenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van kralen vervaardigd.
| Kraalde | Gekraald
|
KramenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kraamde, heeft gekraamd) 1 in het kraambed liggen 2 een kraamvrouw verzorgen.
| Kraamde | Gekraamd
|
KrammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kramde, heeft gekramd) 1 (weg- en waterbouw) een krammat leggen of bevestigen. (overgankelijk werkwoord; kramde, heeft gekramd) 1 met een kram of met krammen vastmaken 2 (varkens) voorzien van een ring van ijzerdraad door de neus om ze het wroeten te beletten.
| Kramde | Gekramd
|
KransenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kranste, heeft gekranst) 1 met een krans versieren.
| Kranste | Gekranst
|
| Krasselen | Krasselde | Gekrasseld
|
KrassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kraste, heeft gekrast) 1 het geluid maken van een scherp voorwerp dat over een hard oppervlak schrapt 2 een rauw en snijdend keelgeluid maken 3 schrappen, strepen maken. (overgankelijk werkwoord; kraste, heeft gekrast) 1 door inkerven, schrappen doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Rayar Carraspear, Graznar Chirriar Legrar, Raer, Raspar sKnarsen Knersen Knetteren Kraken Piepen Schrabben Schrapen Schrappen | Kraste | Gekrast
|
KrauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; krauwde, heeft gekrauwd; krauwer) 1 zacht krabben.
In Spaans overeenkomend met: Rascar sKlauwen Krabben Scharrelen | Krauwde | Gekrauwd
|
| Krengen | Krengde | Gekrengd
|
KrenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; krenkte, heeft gekrenkt; krenking) 1 kwetsen 2 letsel, schade, nadeel toebrengen aan.
In Spaans overeenkomend met: Insultar Ofender sAffronteren Beledigen Grieven Verongelijken | Krenkte | Gekrenkt
|
KrentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; krentte, heeft gekrent) 1 (jonge druiventrossen) uitdunnen om grotere druiven te krijgen.
| Krentte | Gekrent
|
KreppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; krepte, heeft gekrept) 1 kroezen, gekruld haar tegen de draad in kammen.
| Krepte | Gekrept
|
KreukelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kreukelde, is gekreukeld) 1 kreukels krijgen. (overgankelijk werkwoord; kreukelde, heeft gekreukeld) 1 kreuken maken.
In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar sFrommelen Kreuken Verfomfaaien Verfrommelen Verkreukelen | Kreukelde | Gekreukeld
|
KreukenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kreukte, is gekreukt) 1 kreuken krijgen. (overgankelijk werkwoord; kreukte, heeft gekreukt) 1 verkreukelen.
In Spaans overeenkomend met: Arrugar sFrommelen Kreukelen Verfomfaaien Verfrommelen Verkreukelen | Kreukte | Gekreukt
|
KreunenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kreunde, heeft gekreund) 1 een klagend, benauwd geluid maken.
In Spaans overeenkomend met: Suspirar sZuchten | Kreunde | Gekreund
|
KreupelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kreupelde, heeft/is gekreupeld) 1 kreupel lopen.
| Kreupelde | Gekreupeld
|
| Krevelen | Krevelde | Gekreveld
|
KribbebijtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (van een paard of ezel) uit verveling telkens in de krib bijten.
| |
|
| Kribbelen | Kribbelde | Gekribbeld
|
KribbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kribde, heeft gekribd) 1 ruzie maken, kribbig zijn. (overgankelijk werkwoord; kribde, heeft gekribd) 1 kribben maken in (een rivier).
| Kribde | Gekribd
|
KriebelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kriebelde, heeft gekriebeld; kriebelaar, kriebeling) 1 de huid licht aanraken en zo een hinderlijke gevoel veroorzaken 2 heel klein schrijven.
In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar Cosquillear, Hacer cosquillas sJeuken Kietelen Krieuwelen Wriemelen | Kriebelde | Gekriebeld
|
KriekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (van de dag, de dageraad) aanbreken. (onovergankelijk werkwoord; kriekte, heeft gekriekt) 1 geluid geven als een krekel.
In Spaans overeenkomend met: Amanecer sAanbreken Dagen Licht worden | Kriekte | Gekriekt
|
KrielenIn Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular sKrioelen Wemelen Wriemelen Zwermen | Krielde | Gekrield
|
KrieuwelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krieuwelde, heeft gekrieuweld; krieuweling) 1 jeuken, kriebelen 2 klein, ineengedrongen schrijven.
In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar sJeuken Kriebelen Wriemelen | Krieuwelde | Gekrieuweld
|
| Krieuwen | Krieuwde | Gekrieuwd
|
KrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kreeg, heeft gekregen) 1 al dan niet door eigen toedoen ontvangen, in het genot gesteld worden van 2 in de genoemde omstandigheden terecht komen 3 in de gedachten, het gevoel, het lichaam doen opkomen 4 in de genoemde positie, toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Conseguir, Empuñar Echar ((haar, tanden),(pelo, dientes)), Obtener, Recibir sBehalen Buitmaken Erin slagen om Genieten Kopen Ontvangen Toucheren Verkrijgen Verwerven | Kreeg | Gekregen
|
KrijsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krees/krijste, heeft gekresen/gekrijst) 1 op scherpe, schelle, doordringende wijze schreeuwen.
In Spaans overeenkomend met: Chillar Estridular, Gañir sGillen | Krijste | Gekrijst
|
KrijtenIn de betekenis van: Met krijt behandelen, besmeren
sHuilen Schreien Wenen | Krijtte | Gekrijt
|
KrijtenIn de betekenis van: Huilen
In Spaans overeenkomend met: Llorar sHuilen Schreien Wenen | Kreet | Gekreten
|
| Krijzeltanden | Krijzeltandde | Gekrijzeltand
|
| Krikken | Krikte | Gekrikt
|
| Krikkrakken | Krikkrakte | Gekrikkrakt
|
KrimpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kromp, is gekrompen; krimping) 1 zich samentrekken door het verlies of het opnemen van vocht onder invloed van temperatuurverandering 2 zich krommen t.g.v. iets onaangenaams 3 (van de maan) afnemen 4 (van de wind) tegen de zon in naar het zuiden draaien.
In Spaans overeenkomend met: Deshinchar, Encogerse Corrugar sIneenkrimpen Ineenkronkelen Leeg laten lopen | Kromp | Gekrompen
|
KringelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kringelde, heeft gekringeld; kringeling) 1 tal van kringen of kringetjes vormen.
| Kringelde | Gekringeld
|
KrinkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krinkelde, heeft/is gekrinkeld; krinkeling) 1 krullen, kringen beschrijven.
| Krinkelde | Gekrinkeld
|
KrioelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; krioelde, heeft gekrioeld) 1 geheel gevuld zijn met. (onovergankelijk werkwoord; krioelde, heeft gekrioeld; krioeling) 1 zich in alle richtingen door elkaar bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular sKrielen Wemelen Wriemelen Zwermen | Krioelde | Gekrioeld
|
| Kriskrassen | Kriskraste | Gekriskrast
|
| Krissen | Kriste | Gekrist
|
KristalliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kristalliseerde, is gekristalliseerd) 1 een kristal of kristallen vormen 2 een heldere, vaste vorm aannemen.
| Kristalliseerde | Gekristalliseerd
|
KritiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kritiseerde, heeft gekritiseerd) 1 bekritiseren, afkeurende kritiek uitoefenen op.
In Spaans overeenkomend met: Criticar sBekritiseren Keuren | Kritiseerde | Gekritiseerd
|
KroeglopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kroegloper) 1 veelvuldig allerlei kroegen bezoeken.
| |
|
KroelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroelde, heeft gekroeld) 1 vrijend tegen elkaar aanliggen of zitten.
| Kroelde | Gekroeld
|
KroezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroezelde, heeft gekroezeld) 1 (in België, niet algemeen) kroezen.
| Kroezelde | Gekroezeld
|
KroezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroesde, heeft gekroesd) 1 (van haar) sterk krullen.
| Kroesde | Gekroesd
|
| Kroken | Krookte | Gekrookt
|
KrollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krolde, heeft gekrold) 1 (van katten in de paartijd) luid huilend schreeuwen.
| Krolde | Gekrold
|
KrombuigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; boog krom, is kromgebogen) 1 door buigen krom worden. (overgankelijk werkwoord; boog krom, heeft kromgebogen) 1 door buigen krom maken.
In Spaans overeenkomend met: Curvar, Doblar sBuigen Krommen Verbuigen | Boog krom | Kromgebogen
|
| Kromgroeien | Groeide krom | Kromgegroeid
|
KromliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag krom, heeft kromgelegen) 1 geldgebrek hebben doordat men een bepaalde som moet opbrengen.
| Lag krom | Kromgelegen
|
| Kromlopen | Liep krom | Kromgelopen
|
KrommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kromde, is gekromd; kromming) 1 in de genoemde richting buigen. (overgankelijk werkwoord; kromde, heeft gekromd) 1 krom maken.
In Spaans overeenkomend met: Curvar, Doblar, Enarcar sBuigen Krombuigen Verbuigen | Kromde | Gekromd
|
KrompratenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praatte krom, heeft kromgepraat; kromprater) 1 gebrekkig, onbeholpen praten.
| Praatte krom | Kromgepraat
|
KromsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloot krom, heeft kromgesloten) 1 (iem.) folteren door zijn hand- en voetboeien te verbinden.
| Sloot krom | Kromgesloten
|
KromtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok krom, is kromgetrokken) 1 zich krommen of buigen door hitte, vocht enz.
In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Enarcarse, Ladearse, Torcerse sBuigen | Trok krom | Kromgetrokken
|
KronenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kroonde, heeft gekroond; kroning) 1 (iem.) de kroon opzetten, de vorstelijke waardigheid verlenen 2 bekronen.
In Spaans overeenkomend met: Coronar sBekronen | Kroonde | Gekroond
|
KronkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kronkelde, heeft/is gekronkeld; kronkeling) 1 kronkels vertonen. (wederkerend werkwoord; kronkelde zich, heeft zich gekronkeld; kronkeling) 1 kronkelend zijn weg gaan.
In Spaans overeenkomend met: Serpentear sSlingeren | Kronkelde | Gekronkeld
|
| Kronometreren | Kronometreerde | Gekronometreerd
|
KroppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kropte, is gekropt) 1 (van kool, slaplanten) kroppen vormen.
| Kropte | Gekropt
|
| Krozen | Kroosde | Gekroosd
|
| Kruchen | Kruchte | Gekrucht
|
KruidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kruidde, heeft gekruid) 1 met kruiden bereiden of vermengen, om er geur en smaak aan te geven.
In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Condimentar Sazonar sAanmaken (sla, saus) Assaisoner Op smaak brengen | Kruidde | Gekruid
|
KruidenierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruidenierde, heeft gekruidenierd) 1 kleinhandel drijven 2 bekrompen en krenterig zijn.
| Kruidenierde | Gekruidenierd
|
KruienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruide, heeft gekruid) 1 (van het ijs in rivieren) losraken en in beweging komen, zodat de schotsen over elkaar schuiven. (overgankelijk werkwoord; kruide, heeft gekruid) 1 met een kruiwagen vervoeren 2 (een windmolen) met de wieken naar de wind zetten.
| Kruide | Gekruid
|
KruimelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruimelde, heeft gekruimeld; kruimeling) 1 in kruimels uiteenvallen 2 bij het eten kruimels maken. (overgankelijk werkwoord; kruimelde, heeft gekruimeld) 1 aan kruimels maken.
In Spaans overeenkomend met: Desmigajar, Desmigar sVerbrokkelen Verkruimelen | Kruimelde | Gekruimeld
|
KruimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruimde, heeft gekruimd) 1 kruim worden, kruimelen.
| Kruimde | Gekruimd
|
KruipenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kroop, heeft gekropen) 1 zeer onderdanig gehoorzamen. (onovergankelijk werkwoord; kruiper) 1 (kroop, heeft/is gekropen) (van mensen) zich op handen en voeten of op de knieën voortbewegen 2 (kroop, heeft/is gekropen) (van dieren) zich schuivend voortbewegen 3 (kroop, is gekropen) (van planten) met de stengel over de grond groeien 4 (kroop, heeft/is gekropen) zich zeer langzaam voortbewegen 5 (kroop, is gekropen) zich ergens nestelen .
In Spaans overeenkomend met: Gatear Arrastrarse, Reptar
| Kroop | Gekropen
|
KruisboogschietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 schieten met een kruisboog.
| |
|
KruisenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruiste, heeft gekruist; kruising) 1 zich kruiselings heen en weer bewegen 2 laveren 3 met normale snelheid vliegen, rijden, varen enz. (overgankelijk werkwoord; kruiste, heeft gekruist) 1 kruiselings plaatsen 2 dwars over iets heen gaan 3 (een plant of dier) laten bevruchten door een exemplaar van andere soort of ander ras.
In Spaans overeenkomend met: Crucificar Cruzar sDoorkruisen Kruisigen | Kruiste | Gekruist
|
KruisigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kruisigde, heeft gekruisigd; kruisiging) 1 aan een kruis nagelen of slaan.
In Spaans overeenkomend met: Crucificar sKruisen | Kruisigde | Gekruisigd
|
KruisjassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruisjaste, heeft gekruisjast) 1 kruisjas spelen.
| Kruisjaste | Gekruisjast
|
| Kruiven | Kruifde | Gekruifd
|
KrukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krukte, heeft gekrukt) 1 stuntelen.
| Krukte | Gekrukt
|
KrullenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krulde, heeft gekruld; krulling) 1 van nature krullen hebben 2 krullen krijgen. (overgankelijk werkwoord; krulde, heeft gekruld) 1 krullen maken in.
| Krulde | Gekruld
|
KuberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kubeerde, heeft gekubeerd) 1 (een getal) tot de derde macht verheffen 2 de inhoud berekenen van.
| Kubeerde | Gekubeerd
|
KuchenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kuchte, heeft gekucht) 1 kort en droog hoesten.
| Kuchte | Gekucht
|
KuierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kuierde, heeft/is gekuierd) 1 (informeel) op zijn gemak wandelen.
In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar sDrentelen Flaneren Rondhangen Slenteren | Kuierde | Gekuierd
|
KuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kuilde, heeft gekuild) 1 met de kuil vissen. (overgankelijk werkwoord; kuilde, heeft gekuild) 1 (knolvruchten, groenvoer e.d.) in een kuil bergen om ze te bewaren.
In Spaans overeenkomend met: Enterrar sBegraven | Kuilde | Gekuild
|
KuipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kuipte, heeft gekuipt; kuiper) 1 heimelijke, ongeoorloofde of oneerlijke middelen aanwenden om invloed of voordeel te verkrijgen. (overgankelijk werkwoord; kuipte, heeft gekuipt) 1 met ijzeren banden samenbinden 2 in een kuip leggen om te bewaren.
| Kuipte | Gekuipt
|
KuisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kuiste, heeft gekuist) 1 zuiveren van ongepaste taal of stijl 2 (in België; informeel) schoonmaken.
| Kuiste | Gekuist
|
KuitschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot kuit, heeft kuitgeschoten) 1 (van vissen) eieren leggen.
| Schoot kuit | Kuitgeschoten
|
| Kuiven | Kuifde | Gekuifd
|
KukelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kukelde, is gekukeld) 1 (informeel) vallen.
| Kukelde | Gekukeld
|
| Kullen | Kulde | Gekuld
|
KunnenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 vermogen. (hulpwerkwoord) 1 om een mogelijkheid uit te drukken 2 om een wens of verwensing uit te drukken . (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kon, heeft gekund) 1 de kracht of macht bezitten iets te doen 2 (van zaken) mogelijk zijn, de mogelijkheid hebben 3 geoorloofd zijn .
In Spaans overeenkomend met: Poder
| Kon | Gekund
|
KunstrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kunstrijder) 1 ijssport waarbij men op schaatsen figuren, bewegingen en sprongen uitvoert.
| |
|
KunstvliegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kunstvlieger) 1 stuntvliegen.
| |
|
KunstzwemmenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zwemsport waarbij onberispelijke uitvoering van de slag of beweging het doel is.
| |
|
KurenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 ongewenst, grillig gedrag. (onovergankelijk werkwoord; kuurde, heeft gekuurd) 1 een kuur doen.
| Kuurde | Gekuurd
|
KurkenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van kurk vervaardigd. (overgankelijk werkwoord; kurkte, heeft gekurkt) 1 met een kurk afsluiten.
| Kurkte | Gekurkt
|
KussenALLE betekenissen van dit woord: (het; kussens) 1 met veren, schuimplastic enz. gevulde zak die dient om het lichaam of een deel ervan zacht te ondersteunen 2 voorwerp dat in uiterlijk of functie op een kussen lijkt. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kuste, heeft gekust; kusser) 1 met de lippen aanraken.
In Spaans overeenkomend met: Besar sZoenen | Kuste | Gekust
|
KwaadsprekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprak kwaad, heeft kwaadgesproken; kwaadspreker) 1 slechte dingen over iem. vertellen.
In Spaans overeenkomend met: Calumniar, Infamar Chismear, Murmurar sBelasteren Kletsen Roddelen | Sprak kwaad | Kwaadgesproken
|
KwadraterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwadrateerde, heeft gekwadrateerd; kwadratering) 1 in het kwadraat verheffen.
| Kwadrateerde | Gekwadrateerd
|
KwadrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwadreerde, heeft gekwadreerd) 1 (wiskunde) kwadrateren.
| Kwadreerde | Gekwadreerd
|
KwakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwaakte, heeft gekwaakt) 1 het geluid van kikkers, eenden enz. laten horen 2 luidruchtig praten.
In Spaans overeenkomend met: Croar
| Kwaakte | Gekwaakt
|
KwakkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwakkelde, heeft gekwakkeld; kwakkelaar) 1 telkens een beetje ziek zijn 2 moeilijkheden ondervinden in zijn ontwikkeling. (onpersoonlijk werkwoord; kwakkelde, heeft gekwakkeld) 1 afwisselend licht vriezen en weer dooien.
| Kwakkelde | Gekwakkeld
|
KwakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwakte, is gekwakt) 1 met een plof vallen. (overgankelijk werkwoord; kwakte, heeft gekwakt) 1 met een plof neersmijten.
| Kwakte | Gekwakt
|
| Kwakzalven | Kwakzalfde | Gekwakzalfd
|
KwalificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwalificeerde, heeft gekwalificeerd; kwalificatie) 1 bestempelen 2 een rechtskundige naam geven. (wederkerend werkwoord; kwalificeerde zich, heeft zich gekwalificeerd) 1 zich plaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Calificar, Cualificar
| Kwalificeerde | Gekwalificeerd
|
KwalsterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwalsterde, heeft gekwalsterd) 1 rochelen.
| Kwalsterde | Gekwalsterd
|
| Kwanselen | Kwanselde | Gekwanseld
|
KwantificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwantificeerde, heeft gekwantificeerd; kwantificering/kwantificatie) 1 in hoeveelheden, in een getal uitdrukken.
| Kwantificeerde | Gekwantificeerd
|
KwartettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwartette, heeft gekwartet; kwartetter) 1 het kwartetspel spelen.
| Kwartette | Gekwartet
|
KwebbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwebbelde, heeft gekwebbeld; kwebbelaar) 1 kletsen.
| Kwebbelde | Gekwebbeld
|
KwekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kweekte, heeft gekweekt; kweker) 1 (gewassen, dieren of weefsel) vermeerderen en doen groeien 2 (nieuwe plantenrassen) ontwikkelen 3 (onstoffelijke zaken) doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Educar Cultivar sAankweken Bebouwen Beschaven Dresseren Grootbrengen Opleiden Opvoeden Telen Verbouwen | Kweekte | Gekweekt
|
KwekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwekte, heeft gekwekt) 1 het voor kikkers, ganzen, eksters kenmerkende geluid laten horen 2 (informeel) kletsen.
| Kwekte | Gekwekt
|
KwelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kweelde, heeft gekweeld) 1 (formeel) (van vogels) liefelijk zingen 2 (schertsend) (van mensen) luid en sentimenteel zingen.
| Kweelde | Gekweeld
|
KwellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwelde, heeft/is gekweld; kweller, kwelling) 1 (van water) langzaam onder een dam of dijk doordringen. (overgankelijk werkwoord; kwelde/kwol, heeft gekweld/gekwollen) 1 vaak of langdurig ongemak of pijn aandoen.
In Spaans overeenkomend met: Importunar Moler Atenazar ((gedachte of gevoel),(Dicho de un pensamiento o de un sentimiento)), Atormentar sFolteren Malen Vermalen Vervolgen | Kwelde | Gekweld
|
| Kwelmen | Kwelmde | Gekwelmd
|
KwetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwetste, heeft gekwetst; kwetsing) 1 (archaïsch of in België) verwonden, blesseren 2 pijnlijk treffen.
In Spaans overeenkomend met: Lesionar Herir, Lastimar Chocar, Desagradar, Escandalizar sAanstoot geven Choqueren Letsel toebrengen Pijn doen Verwonden Wonden | Kwetste | Gekwetst
|
KwetterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwetterde, heeft gekwetterd; kwetteraar) 1 (van vogels) een druk geluid maken 2 (van mensen) ratelen.
In Spaans overeenkomend met: Gorjear, Piar sPiepen Sjilpen Tjilpen | Kwetterde | Gekwetterd
|
KwezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwezelde, heeft gekwezeld; kwezelaar) 1 huichelen.
| Kwezelde | Gekwezeld
|
KwijlenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwijlde, heeft gekwijld; kwijler) 1 kwijl uit de mond laten lopen.
In Spaans overeenkomend met: Babear
| Kwijlde | Gekwijld
|
KwijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwijnde, heeft gekwijnd) 1 (van levende wezens) achteruitgaan, zijn krachten verliezen 2 verflauwen, langzaam achteruitgaan, niet meer bloeien.
In Spaans overeenkomend met: Languidecer, Marchitarse, Mustiarse sUitteren Verdorren Verflensen Verkleuren Verleppen Vervallen Verwelken Wegkwijnen | Kwijnde | Gekwijnd
|
| Kwijten | Kweet | Gekweten
|
KwijtmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte kwijt, heeft kwijtgemaakt) 1 zoekmaken.
| Maakte kwijt | Kwijtgemaakt
|
KwijtrakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raakte kwijt, is kwijtgeraakt) 1 bevrijd worden van 2 verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Perder sOpgeven Verbeuren Verkwisten Verliezen Verspelen | Raakte kwijt | Kwijtgeraakt
|
KwijtscheldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schold kwijt, heeft kwijtgescholden; kwijtschelding) 1 (een schuld) als voldaan beschouwen.
| Schold kwijt | Kwijtgescholden
|
| Kwijtspelen | Speelde kwijt | Kwijtgespeeld
|
KwinkelerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwinkeleerde, heeft gekwinkeleerd) 1 (van vogels) vrolijk fluiten 2 (schertsend) vrolijk zingen.
| Kwinkeleerde | Gekwinkeleerd
|
KwispelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwispelde, heeft gekwispeld) 1 snel heen en weer bewegen.
| Kwispelde | Gekwispeld
|
KwispelstaartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwispelstaartte, heeft gekwispelstaart) 1 zijn staart snel heen en weer bewegen.
| Kwispelstaartte | Gekwispelstaart
|
KwiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwiteerde, heeft gekwiteerd) 1 vrijstelling verlenen 2 voor voldaan ondertekenen.
| Kwiteerde | Gekwiteerd
|