LaagvliegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 op geringe hoogte oefenen met gevechtsvliegtuigen.
| Vloog laag | Laaggevlogen
|
LaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; laaide, heeft gelaaid) 1 heftig branden.
| Laaide | Gelaaid
|
| Labberen | Labberde | Gelabberd
|
LabelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; labelde, heeft gelabeld; labeling) 1 van een label voorzien.
| Labelde | Gelabeld
|
| Labeuren | Labeurde | Gelabeurd
|
LaborerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; laboreerde, heeft gelaboreerd) 1 lijden.
| Laboreerde | Gelaboreerd
|
LachenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lachte, heeft gelachen; lacher) 1 door een vertrekking van de mondhoeken en meestal onder voortbrenging van geluid, een gewaarwording van vrolijkheid uitdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Reír Reírse
| Lachte | Gelachen
|
LadderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ladderde, heeft geladderd) 1 (van kousen) ladders krijgen.
| Ladderde | Geladderd
|
LadenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laadde, heeft geladen) 1 (ook absoluut) van een lading, last voorzien 2 (een last) in of op iets of iem. leggen 3 (wat nodig is om te functioneren) inbrengen 4 voorzien van het nodige om te kunnen functioneren 5 software en data in het geheugen van een computer inlezen.
In Spaans overeenkomend met: Cargar
| Laadde | Geladen
|
LakenALLE betekenissen van dit woord: (het; lakens) 1 doek die over iets wordt uitgespreid, vooral van linnen of katoen 2 effen viltachtige geweven wollen stof. (overgankelijk werkwoord; laakte, heeft gelaakt; laker, laking) 1 afkeuren.
In Spaans overeenkomend met: Censurar, Desaprobar, Extrañar, Reprender, Reprobar sAanmerking maken op Afkeuren Berispen Gispen Wraken | Laakte | Gelaakt
|
LakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lakte, heeft gelakt; lakker) 1 met lak bedekken, bestrijken 2 met zegellak sluiten.
In Spaans overeenkomend met: Pintarse Lacar, Laquear
| Lakte | Gelakt
|
LallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; lalde, heeft gelald) 1 onduidelijk spreken.
| Lalde | Gelald
|
LambriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lambriseerde, heeft gelambriseerd) 1 met houtwerk bekleden.
| Lambriseerde | Gelambriseerd
|
LamellerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lamelleerde, heeft gelamelleerd) 1 tot lamellen vormen 2 als lamellen op elkaar leggen.
| Lamelleerde | Gelamelleerd
|
LamenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lamenteerde, heeft gelamenteerd) 1 weeklagen, jammeren.
| Lamenteerde | Gelamenteerd
|
LaminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lamineerde, heeft gelamineerd) 1 (metaal) tot blik pletten 2 (plastic of een andere stof) laagsgewijs vervaardigen of bedekken.
| Lamineerde | Gelamineerd
|
LamleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lei lam, heeft lamgelegd) 1 stilleggen.
In Spaans overeenkomend met: Paralizar sVerlammen | Legde lam | Lamgelegd
|
LammerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lammerde, heeft gelammerd) 1 (van ooien en geiten) jongen werpen.
| Lammerde | Gelammerd
|
LamslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg lam, heeft lamgeslagen) 1 (iem.) zo hard slaan dat hij bijna lam is 2 machteloos maken.
| Sloeg lam | Lamgeslagen
|
LancerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lanceerde, heeft gelanceerd; lancering) 1 (torpedo's, raketten) afvuren 2 de wereld insturen, ingang doen vinden.
In Spaans overeenkomend met: Lanzar sOntketenen Uitschrijven Van stapel laten lopen | Lanceerde | Gelanceerd
|
LandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; landde, is geland; landing) 1 vanaf het water op het land aankomen 2 (van vliegtuigen, vliegers) op de grond neerkomen.
In Spaans overeenkomend met: Abordar, Atracar Arribar ((haven)), Arribarse Aterrizar sAan land gaan Aan wal komen Aankomen Binnenlopen Dalen Neerstrijken | Landde | Geland
|
LandlopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; landloper) 1 zwerven over het platteland.
| |
|
LandmetenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; landmeter, landmeting) 1 gedeelten van de aarde opmeten en in kaart brengen.
| |
|
LangebaanschaatsenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 schaatsen op ovale banen van 400 m.
| |
|
| Langen | Langde | Gelangd
|
LanglaufenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; langlaufte, heeft/is gelanglauft; langlaufer) 1 zich voortbewegen op lange, smalle ski's over relatief vlak terrein.
| Langlaufte | Gelanglauft
|
| Langsfietsen | Fietste langs | Langsgefietst
|
LangsgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging langs, is langsgegaan) 1 voorbijgaan 2 op bezoek gaan.
In Spaans overeenkomend met: Pasar Pasar de largo, Sobrepasar sPasseren Voorbijgaan Voorbijlopen | Ging langs | Langsgegaan
|
LangskomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam langs, is langsgekomen) 1 voorbijgaan 2 langsgaan, op bezoek komen.
In Spaans overeenkomend met: Pasar sInhalen | Kwam langs | Langsgekomen
|
LangslopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep langs, is langsgelopen) 1 voorbijgaan 2 op bezoek gaan. (overgankelijk werkwoord; liep langs, heeft langsgelopen) 1 in volgorde afwerken.
| Liep langs | Langsgelopen
|
LangsrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed langs, is langsgereden) 1 voorbijrijden 2 langsgaan met de auto, fiets enz.
| Reed langs | Langsgereden
|
LangstrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok langs, is langsgetrokken) 1 voorbijtrekken.
| Trok langs | Langsgetrokken
|
LangswippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wipte langs, is langsgewipt) 1 een onaangekondigd bezoek brengen.
| Wipte langs | Langsgewipt
|
| Lanteren | Lanterde | Gelanterd
|
LanterfantenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lanterfantte, heeft gelanterfant; lanterfanter) 1 (pejoratief) luieren.
| Lanterfantte | Gelanterfant
|
LappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lapte, heeft gelapt) 1 (militair, leger) de dienst voor een collega tijdelijk waarnemen. (overgankelijk werkwoord; lapte, heeft gelapt) 1 (ook absoluut) (informeel) samen (geld) inbrengen voor een bepaald doel 2 met lappen herstellen 3 (een raam, houtwerk) met een lap wassen 4 (sport) (iem. die een ronde achterstand heeft) inhalen .
In Spaans overeenkomend met: Remendar sBoeten Flikken Oplappen Stoppen Verstellen | Lapte | Gelapt
|
| Lapzalven | Lapzalfde | Gelapzalfd
|
LarderenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lardeerde, heeft gelardeerd) 1 volstoppen met, voorzien van. (overgankelijk werkwoord; lardeerde, heeft gelardeerd) 1 (vlees) met dunne reepjes spek doorrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Lardear, Larder, Mechar sPiqueren | Lardeerde | Gelardeerd
|
LaserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laserde, heeft gelaserd) 1 (van het netvlies, vernauwde kransslagaderen e.d.) met laser behandelen.
| Laserde | Gelaserd
|
LasergamenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lasergamede, heeft gelasergamed) 1 een lasergame spelen.
| Lasergamede | Gelasergamed
|
LassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; laste, heeft gelast) 1 door een las verbinden.
In Spaans overeenkomend met: Soldar
| Laste | Gelast
|
LastenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 (boekhouden) verlies.
| Lastte | Gelast
|
LasterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lasterde, heeft gelasterd; lasteraar) 1 liegend kwaadspreken.
| Lasterde | Gelasterd
|
LastigvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel lastig, is/heeft lastiggevallen) 1 iem. storen met gezeur 2 iem. met oneerbare bedoelingen benaderen.
| Viel lastig | Lastiggevallen
|
LatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 toelaten 2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan 3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven 4 (liet, heeft gelaten) nalaten 5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten 6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan 7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iem. op een bepaalde plaats komt 8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iem. in de genoemde positie of toestand blijft 9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen 10 (liet, heeft gelaten) opbergen 11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt. (hulpwerkwoord) 1 ter uitdrukking van een mogelijkheid 2 ter uitdrukking van een wenselijkheid of aansporing 3 ter uitdrukking van verrassing.
In Spaans overeenkomend met: Causar Dejar sDoen Laten begaan Laten doen Laten schieten Loslaten Maken Verlaten van|Zich verlaten van Zich verlaten van | Liet | Gelaten
|
LatiniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; latiniseerde, heeft gelatiniseerd; latinisering) 1 aanpassen aan de Latijnse vorm.
| Latiniseerde | Gelatiniseerd
|
LattenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van latten gemaakt. (overgankelijk werkwoord; latte, heeft gelat) 1 met latten beslaan.
| Latte | Gelat
|
LauwerenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; lauwerde, heeft gelauwerd) 1 met een overwinnings- of ereteken tooien.
| Lauwerde | Gelauwerd
|
LavenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laafde, heeft gelaafd; laving) 1 drenken, (een dorstige) met drank verkwikken 2 (visserij) met een schepnet de vis uit het net scheppen.
In Spaans overeenkomend met: Propinar sTe drinken geven | Laafde | Gelaafd
|
LaverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (laveerde, heeft/is gelaveerd) zigzag tegen de wind in zeilen 2 (laveerde, heeft/is gelaveerd) zigzaggend lopen 3 (laveerde, heeft gelaveerd) schipperen.
In Spaans overeenkomend met: Barloventear, Bordear, Navegar de bolina
| Laveerde | Gelaveerd
|
LawaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lawaaide, heeft gelawaaid) 1 rumoer, drukte maken.
| Lawaaide | Gelawaaid
|
LaxerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; laxeerde, heeft gelaxeerd) 1 (iem.) behandelen met middelen die de stoelgang bevorderen.
In Spaans overeenkomend met: Purgar sAfdrijven Purgeren | Laxeerde | Gelaxeerd
|
Lay-outenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; lay-outte, heeft gelay-out) 1 de lay-out maken van.
| Lay-outte | Gelay-out
|
LazerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lazerde, is gelazerd) 1 (vulgair) vallen. (overgankelijk werkwoord; lazerde, heeft gelazerd) 1 (informeel) gooien, smijten.
| Lazerde | Gelazerd
|
LazerstralenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lazerstraalde, heeft gelazerstraald) 1 (informeel) vervelen, klieren.
| Lazerstraalde | Gelazerstraald
|
LaïciserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laïciseerde, heeft gelaïciseerd; laïcisering) 1 (het beheer van iets) in handen van leken brengen.
| Laïciseerde | Gelaïciseerd
|
LeasenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; leasede/leasete, heeft geleased/geleaset; leasing) 1 huren per contract voor een bepaalde tijd, soms met koopoptie na afloop van de huurtermijn.
| Leasede | Geleased
|
LebberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lebberde, heeft gelebberd) 1 met kleine teugjes en min of meer hoorbaar drinken.
| Lebberde | Gelebberd
|
LedigenALLE betekenissen van dit woord: zie ook legen (overgankelijk werkwoord; ledigde, heeft geledigd; lediging) 1 leegmaken.
In Spaans overeenkomend met: Vaciar sLegen Lenzen Lichten Ruimen Uithalen | Ledigde | Geledigd
|
| Leebraken | Leebraakte | Geleebraakt
|
| Leegblazen | Blies leeg | Leeggeblazen
|
LeegbloedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bloedde leeg, is leeggebloed) 1 al zijn bloed verliezen.
| Bloedde leeg | Leeggebloed
|
LeegdrinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dronk leeg, heeft leeggedronken) 1 door drinken leegmaken.
In Spaans overeenkomend met: Apurar sOpdrinken Opmaken Uitdrinken | Dronk leeg | Leeggedronken
|
LeegetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; at leeg, heeft leeggegeten) 1 al etend leegmaken.
| At leeg | Leeggegeten
|
LeeggietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; goot leeg, heeft leeggegoten) 1 gietend leegmaken, geheel uitgieten.
| Goot leeg | Leeggegoten
|
LeeggooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide leeg, heeft leeggegooid) 1 door uitgooien van de inhoud leegmaken.
| Gooide leeg | Leeggegooid
|
LeeghalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde leeg, heeft leeggehaald) 1 alles weghalen uit.
| Haalde leeg | Leeggehaald
|
LeegkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht leeg, heeft leeggekocht) 1 alles wegkopen uit.
| Kocht leeg | Leeggekocht
|
LeeglopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (liep leeg, is leeggelopen) (van lichamen, ruimten enz.) door het wegvloeien van de inhoud leeg worden 2 (liep leeg, heeft leeggelopen) (pejoratief) luieren.
In Spaans overeenkomend met: Desinflarse, Vaciarse
| Liep leeg | Leeggelopen
|
LeegmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte leeg, heeft leeggemaakt) 1 (iets) van zijn inhoud ontdoen.
| Maakte leeg | Leeggemaakt
|
LeegmalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maalde leeg, heeft leeggemalen) 1 (meren en plassen) door malen droogmaken.
| Maalde leeg | Leeggemalen
|
| Leegplukken | Plukte leeg | Leeggeplukt
|
LeegplunderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plunderde leeg, heeft leeggeplunderd; leegplundering) 1 door plundering leegmaken.
| Plunderde leeg | Leeggeplunderd
|
LeegpompenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pompte leeg, heeft leeggepompt) 1 pompend leegmaken.
| Pompte leeg | Leeggepompt
|
LeegrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed leeg, heeft leeggereden) 1 door rijden leegmaken.
| Reed leeg | Leeggereden
|
LeegrovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roofde leeg, heeft leeggeroofd) 1 door roof leegmaken.
| Roofde leeg | Leeggeroofd
|
LeegruimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruimde leeg, heeft leeggeruimd) 1 alles wegruimen uit of van.
| Ruimde leeg | Leeggeruimd
|
LeegschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk leeg, heeft leeggeschonken) 1 door schenken leegmaken.
| Schonk leeg | Leeggeschonken
|
LeegscheppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schepte leeg, heeft leeggeschept) 1 door scheppen leegmaken.
| Schepte leeg | Leeggeschept
|
| Leegschieten | Schoot leeg | Leeggeschoten
|
LeegschuddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schudde leeg, heeft leeggeschud) 1 door schudden leegmaken.
| Schudde leeg | Leeggeschud
|
LeegstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond leeg, heeft leeggestaan) 1 (van ruimtes) onbezet, ongebruikt, onbewoond zijn.
| Stond leeg | Leeggestaan
|
LeegstelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stal leeg, heeft leeggestolen) 1 alles stelen uit.
| Stal leeg | Leeggestolen
|
LeegstortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stortte leeg, heeft leeggestort) 1 door uitstorten van de inhoud legen.
| Stortte leeg | Leeggestort
|
| Leegstromen | Stroomde leeg | Leeggestroomd
|
| Leegvissen | Viste leeg | Leeggevist
|
LeegzuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoog leeg, heeft leeggezogen) 1 zuigend legen, geheel uitzuigen.
| Zoog leeg | Leeggezogen
|
LeerlooienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; leerlooier) 1 huiden tot leer bereiden.
In Spaans overeenkomend met: Adobar, Curtir sLooien Tanen | |
|
| Leertouwen | |
|
LeewiekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leewiekte, heeft geleewiekt) 1 (een vogel) het vermogen om te vliegen ontnemen door het laatste vleugellid, waaraan de grote slagpennen groeien, weg te nemen.
| Leewiekte | Geleewiekt
|
LegaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legaliseerde, heeft gelegaliseerd; legalisatie) 1 geldig, wettig verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Autorizar, Legalizar sWettigen | Legaliseerde | Gelegaliseerd
|
LegaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legateerde, heeft gelegateerd; legator, legatering) 1 als legaat bij uiterste wil vermaken.
In Spaans overeenkomend met: Dejar sAchterlaten In de steek laten Nalaten Verlaten Vermaken Verzuimen | Legateerde | Gelegateerd
|
LegenALLE betekenissen van dit woord: zie ook ledigen (overgankelijk werkwoord; leegde, heeft geleegd) 1 leegmaken.
In Spaans overeenkomend met: Vaciar sLedigen Lenzen Lichten Ruimen Uithalen | Leegde | Geleegd
|
LegerenIn de betekenis van: Een mengsel van metalen maken
sKamperen | Legeerde | Gelegeerd
|
LegerenIn de betekenis van: Ergens verblijven
In Spaans overeenkomend met: Acampar sKamperen | Legerde | Gelegerd
|
LeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde, heeft gelegd) 1 (ook absoluut) (van dieren) (een ei) voortbrengen 2 doen liggen 3 aanbrengen, plaatsen 4 doen ontstaan 5 in de genoemde toestand doen zijn . (wederkerend werkwoord; legde zich, heeft zich gelegd) 1 gaan liggen.
In Spaans overeenkomend met: Acomodar, Situar Colocar, Meter, Poner sDoen Plaatsen Situeren Stationeren Steken Stellen Stoppen Zetten | Legde | Gelegd
|
LegitimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legitimeerde, heeft gelegitimeerd) 1 legaliseren, wettig maken. (wederkerend werkwoord; legitimeerde zich, heeft zich gelegitimeerd) 1 bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft 2 zijn aanspraken op, zijn bevoegdheid tot iets bewijzen.
In Spaans overeenkomend met: Legitimar sEchten | Legitimeerde | Gelegitimeerd
|
LeidenALLE betekenissen van dit woord: (het; Leids, Leidenaar) 1 stad in Zuid-Holland. (overgankelijk werkwoord; leidde, heeft geleid) 1 (ook absoluut) (van wegen) zich uitstrekken in de genoemde richting 2 (ook absoluut) een leidinggevende functie hebben 3 (ook absoluut) vooropgaan in een rangorde, wedstrijd of competitie 4 in een bepaalde richting of toestand brengen 5 als leven doorbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar Conducir sBrengen De weg wijzen Geleiden Rondleiden Voeren | Leidde | Geleid
|
| Leidinggeven | Gaf leiding | Leidinggegeven
|
| Leken | Leekte | Geleekt
|
LekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lekkage) 1 (lekte, heeft gelekt) lek, niet dicht zijn 2 (lekte, is gelekt) door een ongewenste opening wegvloeien 3 (lekte, heeft gelekt) voortijdig informatie doorgeven.
In Spaans overeenkomend met: Derramarse, Escaparse ((),(Dicho de un líquido o de un gas: Salirse de un depósito, cañería, canal, etc., por algún resquicio.)), Gotear, Hacer agua, Salirse
| Lekte | Gelekt
|
LekkerbekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lekkerbekte, heeft gelekkerbekt) 1 smullen 2 watertanden.
| Lekkerbekte | Gelekkerbekt
|
LekrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 een lekke band krijgen.
| Reed lek | Lekgereden
|
LekschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot lek, heeft lekgeschoten) 1 lek maken door met iets te schieten 2 (figuurlijk) een bloedende wond toebrengen door te schieten met pijl of kogel.
| Schoot lek | Lekgeschoten
|
LellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; lelde, heeft geleld) 1 hard slaan, trappen.
| Lelde | Geleld
|
LemenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van leem. (overgankelijk werkwoord; leemde, heeft geleemd) 1 met leem of klei bestrijken.
| Leemde | Geleemd
|
LenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; leende, heeft geleend) 1 (van zaken) geschikt zijn voor 2 (van personen) zich ergens voor beschikbaar stellen of laten gebruiken. (overgankelijk werkwoord; leende, heeft geleend; lener, lening) 1 tijdelijk ten gebruike aan iem. afstaan 2 ten gebruike vragen en krijgen 3 ter beschikking stellen.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar, Dar en préstamo Prestar, Tomar en préstamo Dejar sUitlenen Voorschieten | Leende | Geleend
|
LengenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Lengde | Gelengd
|
LenigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lenigde, heeft gelenigd; leniger, leniging) 1 (pijn, nood) verzachten.
In Spaans overeenkomend met: Aliviar, Desahogar sBevrijden Verlichten | Lenigde | Gelenigd
|
LenzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lensde, heeft/is gelensd) 1 (scheepvaart) bij stormweer met weinig zeil voor de wind uit zeilen.
In Spaans overeenkomend met: Vaciar sLedigen Legen Lichten Ruimen Uithalen | Lensde | Gelensd
|
LepelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; lepelde, heeft gelepeld) 1 met een lepel opscheppen of eten 2 (een bal) met een boogje slaan of schieten.
| Lepelde | Gelepeld
|
LeppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (lepte, heeft gelept) lebberen 2 (lepte, is gelept) (van bloemen en planten) verflensen. (overgankelijk werkwoord; lepte, heeft gelept) 1 (techniek) (een voorwerp) dun afslijpen.
| Lepte | Gelept
|
| Lepperen | Lepperde | Gelepperd
|
LerarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leraarde, heeft geleraard) 1 een leer verkondigen.
| Leraarde | Geleraard
|
LerenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van leer gemaakt. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; leerde, heeft geleerd) 1 bedrevenheid, kennis verwerven in 2 kennis, leerstof, vaardigheden enz. op anderen overdragen .
In Spaans overeenkomend met: Estudiar Instruir Aprender Enseñar sAanleren Bijbrengen Instrueren Onderwijzen Scholen | Leerde | Geleerd
|
LesgevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 onderwijzen.
In Spaans overeenkomend met: Dar clases
| Gaf les | Lesgegeven
|
LessenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leste, heeft gelest) 1 (informeel) autorijles nemen of geven. (overgankelijk werkwoord; leste, heeft gelest) 1 doen ophouden 2 (iets) met een vloeistof afkoelen of behandelen.
| Leste | Gelest
|
LettenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lette, heeft gelet) 1 aandacht geven 2 met aandacht toezicht houden op, waken voor. (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; lette, heeft gelet) 1 beletten, verhinderen.
| Lette | Gelet
|
LetterenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 letterkunde 2 literatuur.
| Letterde | Geletterd
|
LettergietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lettergieter) 1 drukletters vervaardigen.
| |
|
LetterzettenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; letterzetter) 1 letterstaafjes met daarbij behorend wit naast elkaar zetten en tot woorden vormen.
| |
|
| Letterziften | |
|
LeunenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; leunde, heeft geleund) 1 afhankelijk zijn van. (onovergankelijk werkwoord; leunde, heeft geleund) 1 iets als steun gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Apoyarse, Estribar sGeschraagd worden Rusten | Leunde | Geleund
|
LeurenIn Spaans overeenkomend met: Vender como buhonero sColporteren Venten | Leurde | Geleurd
|
LeuterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leuterde, heeft geleuterd; leuteraar) 1 kletsen, zeuren.
| Leuterde | Geleuterd
|
LevenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 complex van eigenschappen en functies van een organisme, zoals voortplanting, stofwisseling, groei en reageren op de omgeving, dat er voor zorgt dat dat organisme blijft voortbestaan 2 (levens) iemands bestaan van zijn geboorte tot zijn dood 3 (levens) levenswijze 4 geheel van verschijnselen en werkzaamheden in een bepaalde kring 5 drukte, rumoer 6 het vlezige deel van het dierlijk of plantaardig lichaam . (werkwoord; leefde, heeft geleefd) 1 in zijn onderhoud voorzien door het genoemde. (onovergankelijk werkwoord; leefde, heeft geleefd) 1 (van organische wezens) zich in de toestand bevinden waarin de verschillende functies en eigenschappen die tezamen het leven vormen aanwezig zijn 2 (van zaken en voorstellingen) bestaan, niet verloren gegaan zijn 3 zijn leven op een bepaalde manier inrichten, doorbrengen 4 (van ideeën, thema's e.d.) zo belangrijk of populair zijn dat het de mensen bezighoudt . (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Vivir
| Leefde | Geleefd
|
LeverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leverde, heeft geleverd; levering) 1 verschaffen 2 produceren 3 aandoen, (iets naars) bij iem. teweegbrengen .
In Spaans overeenkomend met: Entregar, Suministrar, Surtir Abastecer sAfleveren Bestellen Bevoorraden Bezorgen Inleveren Provianderen Spekken Toevoeren Van voorraden voorzien Voorzien van | Leverde | Geleverd
|
LezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; las, heeft gelezen; lezer, lezing) 1 gelezen worden. (overgankelijk werkwoord; las, heeft gelezen) 1 (ook absoluut) kennisnemen van de inhoud van (iets dat geschreven of gedrukt is) 2 (ook absoluut) (iets) voorlezen 3 opmaken uit de beschikbare gegevens 4 (archaïsch) inzamelen 5 selecteren van slechte exemplaren uit de goede.
In Spaans overeenkomend met: Leer
| Las | Gelezen
|
LiberaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liberaliseerde, heeft geliberaliseerd; liberalisatie) 1 bevrijden van beperkingen of belemmeringen.
| Liberaliseerde | Geliberaliseerd
|
LichtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lichtte, heeft gelicht) 1 licht geven 2 dagen, licht worden. (overgankelijk werkwoord; lichtte, heeft gelicht; lichting) 1 optillen 2 wegnemen, verwijderen 3 (een brievenbus, fuik enz.) leegmaken 4 (krijgsvolk) aanwerven, oproepen . (onpersoonlijk werkwoord; lichtte, heeft gelicht) 1 bliksemen.
In Spaans overeenkomend met: Vaciar Centellear, Rielar sFlikkeren Flonkeren Ledigen Legen Lenzen Ruimen Twinkelen Uithalen | Lichtte | Gelicht
|
| Lichtmissen | Lichtmiste | Gelichtmist
|
LiefhebbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; had lief, heeft liefgehad; liefhebber) 1 houden van, liefde voelen voor.
In Spaans overeenkomend met: Amar, Querer sBeminnen Houden van | Had lief | Liefgehad
|
| Liefhebberen | Liefhebberde | Geliefhebberd
|
LiefkozenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; liefkoosde, heeft geliefkoosd; liefkozing) 1 door woorden en gebaren laten merken dat men iets of iem. aardig vindt.
In Spaans overeenkomend met: Acariciar sStrelen | Liefkoosde | Geliefkoosd
|
LiegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 een kaartspel spelen waarbij de kaarten onjuist worden benoemd. (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (onovergankelijk werkwoord; loog, heeft gelogen) 1 bewust onwaarheid, leugens spreken.
In Spaans overeenkomend met: Mentir
| Loog | Gelogen
|
| Liflaffen | Liflafte | Geliflaft
|
LiftenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liftte, heeft/is gelift; lifter) 1 reizen door een auto aan te houden en daarin mee te rijden. (overgankelijk werkwoord; liftte, heeft gelift) 1 (sport) (een bal, gewicht) omhoog brengen 2 faceliften.
In Spaans overeenkomend met: Ir en autostop sEen lift krijgen | Liftte | Gelift
|
LiggenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lag, heeft gelegen) 1 afhangen van. (werkwoord; lag, heeft gelegen) 1 (informeel) bezig zijn met. (onovergankelijk werkwoord; lag, heeft gelegen) 1 in horizontale positie op een vlak rusten 2 zich bevinden 3 in de genoemde toestand verkeren 4 (van zaken) in rust zijn 5 overeenkomen met iemands gewoonte, karakter of aanleg.
In Spaans overeenkomend met: Estar echado, Yacer Estar situado Estar, Ubicar, Ubicarse sBevinden|Zich bevinden Gelegen zijn Zich bevinden | Lag | Gelegen
|
LijdenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het ondergaan van smart, ellende. (werkwoord; leed, heeft geleden) 1 hebben, ziek zijn door. (onovergankelijk werkwoord; leed, heeft geleden; lijder) 1 in ellende verkeren 2 schade ondervinden . (overgankelijk werkwoord; leed, heeft geleden) 1 (pijn, gebrek) ondergaan 2 verdragen.
In Spaans overeenkomend met: Padecer, Sufrir sDoorstaan Dulden Lijden aan Ondergaan Uitstaan Velen Verdragen | Leed | Geleden
|
LijkenIn de betekenis van: 1 (scheepvaart) (zeilen) op de wind brassen 2 (scheepvaart) (een zeil) met touwwerk omzomen 3 een lijk afleggen
sGelijken Lijken op Overkomen Schijnen Toeschijnen Voorkomen | Lijkte | Gelijkt
|
LijkenIn de betekenis van: 1 overeenkomst hebben of tonen 2 de schijn hebben het genoemde te zijn 3 bevallen, geschikt zijn voor
In Spaans overeenkomend met: Parecer, Parecerse, Semejar, Semejarse sGelijken Lijken op Overkomen Schijnen Toeschijnen Voorkomen | Leek | Geleken
|
LijmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lijmde, heeft gelijmd; lijmer) 1 talmen, treuzelen. (overgankelijk werkwoord; lijmde, heeft gelijmd) 1 (iets) met lijm bestrijken en vasthechten 2 (een verstoorde verhouding) herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Pegar sHechten Plakken | Lijmde | Gelijmd
|
LijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lijnde, heeft gelijnd) 1 afslanken.
| Lijnde | Gelijnd
|
LijntekenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 tekenen met behulp van passer en liniaal.
| |
|
LijntrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lijntrekker) 1 luieren, niets uitvoeren.
| |
|
LijstenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lijstte, heeft gelijst) 1 inlijsten.
| Lijstte | Gelijst
|
| Lijzen | | Gelijsd
|
LikkebaardenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; likkebaardde, heeft gelikkebaard) 1 zijn lippen aflikken als teken dat iets lekker smaakt.
| Likkebaardde | Gelikkebaard
|
LikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; likte, heeft gelikt; likker) 1 met de tong heen en weer gaan over 2 glad en glanzend polijsten .
In Spaans overeenkomend met: Lamer
| Likte | Gelikt
|
LillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lilde, heeft gelild) 1 (van een weke massa) trillende bewegingen maken.
| Lilde | Gelild
|
LimiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; limiteerde, heeft gelimiteerd) 1 beperken, een grens stellen aan.
| Limiteerde | Gelimiteerd
|
LiniërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; linieerde, heeft gelinieerd; linieerder, liniëring) 1 evenwijdig lijnen trekken op.
| Linieerde | Gelinieerd
|
LinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; linkte, heeft gelinkt; linker/linkerd) 1 verbinden 2 (computer) (teksten) d.m.v. hyperlinks met elkaar verbinden 3 (computer) (in een programma) alle programmamodules integreren.
| Linkte | Gelinkt
|
LiplezenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (van slechthorenden en doven) proberen te begrijpen wat iem. zegt door naar de lipbewegingen en de mimiek van het gezicht te kijken.
| |
|
LippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lipte, heeft gelipt) 1 (handel) voor eigen rekening handel drijven in artikelen waarin men als makelaar is aangesteld 2 voor lage prijs goederen of effecten overnemen van iem. die in moeilijkheden is.
| Lipte | Gelipt
|
LiquiderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liquideerde, heeft geliquideerd; liquidator/liquidateur, liquidatie) 1 (geldelijke zaken) afwikkelen, verrekenen 2 (een onderneming) opheffen 3 uitroeien, uit de weg ruimen.
In Spaans overeenkomend met: Liquidar sAfwikkelen Opheffen Solveren | Liquideerde | Geliquideerd
|
LispelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lispelde, heeft gelispeld) 1 de s en z onduidelijk, met een zacht gesis uitspreken.
In Spaans overeenkomend met: Cecear, Tartajear
| Lispelde | Gelispeld
|
| Lispen | Lispte | Gelispt
|
LithograferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lithografeerde, heeft gelithografeerd) 1 in steendruk vervaardigen.
| Lithografeerde | Gelithografeerd
|
LiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lieerde, heeft gelieerd) 1 verbinden, verenigen.
In Spaans overeenkomend met: Ligar
| Lieerde | Gelieerd
|
| Lobberen | Lobberde | Gelobberd
|
LobbyenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lobbyde, heeft gelobbyd; lobbyist, lobbying) 1 druk uitoefenen op de politieke besluitvorming.
| Lobbyde | Gelobbyd
|
| Lodderen | Lodderde | Gelodderd
|
| Lodderogen | Lodderoogde | Gelodderoogd
|
LodenALLE betekenissen van dit woord: (het, de m ) 1 sterke dichte wollen stof 2 loden jas. (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van lood 2 van de stof loden . (overgankelijk werkwoord; loodde, heeft gelood) 1 in lood zetten 2 (scheepvaart) de diepte van een vaarwater peilen 3 met het schietlood onderzoeken of iets loodrecht staat.
In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear sPeilen Polsen Sonderen Vademen Vissen naar | Loodde | Gelood
|
LoeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; loeide, heeft geloeid) 1 het voor runderen kenmerkende geluid laten horen 2 (van de wind, sirenes enz.) huilen.
In Spaans overeenkomend met: Berrear, Bramar, Rugir Balar, Gritar, Ladrar, Rebuznar Mugir sBalken Blaten Briesen Brullen Bulderen Bulken Daveren Grommen Hinniken Schreeuwen Uitbrullen | Loeide | Geloeid
|
LoensenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; loenste, heeft geloenst) 1 een beetje scheel zijn of kijken.
In Spaans overeenkomend met: Bizquear, Torcer la vista sScheel kijken Scheelzien | Loenste | Geloenst
|
LoerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; loerde, heeft geloerd) 1 heimelijk verlangen naar. (onovergankelijk werkwoord; loerde, heeft geloerd; loerder) 1 spieden, gluren.
| Loerde | Geloerd
|
| Loerogen | Loeroogde | Geloeroogd
|
LoevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; loefde, heeft/is geloefd) 1 (scheepvaart) de voorsteven van het schip naar de wind brengen.
In Spaans overeenkomend met: Orzar
| Loefde | Geloefd
|
LogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loogde, heeft geloogd) 1 met loog behandelen.
In Spaans overeenkomend met: Lavar sDe was doen Wassen | Loogde | Geloogd
|
LogenstraffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; logenstrafte, heeft gelogenstraft; logenstraffing) 1 de onwaarheid of onjuistheid aantonen van.
| Logenstrafte | Gelogenstraft
|
LogerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; logeerde, heeft/is gelogeerd) 1 als gast tijdelijk zijn intrek nemen.
In Spaans overeenkomend met: Estar convidado, Hospedarse Alojarse sTe gast zijn | Logeerde | Gelogeerd
|
LoggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; logde, heeft gelogd) 1 met de log de snelheid van het schip meten.
| Logde | Gelogd
|
LokaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lokaliseerde, heeft gelokaliseerd; lokalisatie) 1 tot een bepaalde plaats beperken 2 de plaats vaststellen van 3 (van m.n. software) geschikt maken voor de lokale markt.
In Spaans overeenkomend met: Localizar Ubicar
| Lokaliseerde | Gelokaliseerd
|
LokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; lokte, heeft gelokt) 1 iem. prikkelen om dichterbij te komen of naar een bepaalde plaats te gaan.
In Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar
| Lokte | Gelokt
|
| Lollen | Lolde | Gelold
|
LompenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 versleten textiel.
| |
|
LonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loonde, heeft geloond) 1 opwegen tegen.
In Spaans overeenkomend met: Recompensar Tener valor, Valer sBelonen Schadeloos stellen Terugdoen Vergelden Waard zijn | Loonde | Geloond
|
LonkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lonkte, heeft gelonkt; lonker) 1 iem. een korte, vriendelijke, lokkende blik toewerpen.
In Spaans overeenkomend met: Mirar ávidamente
| Lonkte | Gelonkt
|
LoochenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loochende, heeft geloochend; loochenaar, loochening) 1 het bestaan ontkennen van.
In Spaans overeenkomend met: Negar, Repugnar sOntkennen Tegenspreken | Loochende | Geloochend
|
LoodsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loodste, heeft geloodst) 1 (een schip) als loods door een vaarwater brengen 2 behendig ergens heenbrengen.
| Loodste | Geloodst
|
LooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; looide, heeft gelooid; looier) 1 (leer) bereiden uit geprepareerde dierenhuiden.
In Spaans overeenkomend met: Adobar, Curtir sLeerlooien Tanen | Looide | Gelooid
|
LopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liep, heeft gelopen) 1 bezig zijn met. (onovergankelijk werkwoord; loper) 1 (liep, heeft/is gelopen) zich te voet voortbewegen 2 (liep, heeft/is gelopen) rennen 3 (liep, heeft/is gelopen) (van zaken) zich voortbewegen 4 (liep, is gelopen) vloeien, stromen 5 (liep, heeft gelopen) (van instrumenten) functioneren, in werking zijn 6 (liep, heeft gelopen) (van tijd en wat daarin voorvalt) gaande zijn, doorgaan 7 (liep, heeft gelopen) zich uitstrekken, gelegen zijn 8 (liep, heeft gelopen) verlopen, zich ontwikkelen 9 (liep, heeft gelopen) zich lenen om erop of erin te lopen 10 (liep, heeft gelopen) door zich te voet voort te bewegen in een bepaalde toestand of positie brengen 11 (liep, heeft gelopen) zich in de genoemde toestand bevinden. (overgankelijk werkwoord; liep, heeft gelopen) 1 volgen, deelnemen aan.
In Spaans overeenkomend met: Andar, Andarse Fluir, Manar Ir Marchar Caminar, Dar pasos Pasear sAan de wandel zijn Afleggen Begeven|Zich begeven Gaan Marcheren Schrijden Stappen Stromen Te voet gaan Tippelen Treden Van stapel lopen Verlopen Vlieten Vloeien Wandelen Wandelen (snel) Zich begeven | Liep | Gelopen
|
| Lorren | Lorde | Gelord
|
LosbarstenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; barstte los, is losgebarsten; losbarsting) 1 zich plotseling en met hevigheid voordoen 2 (van personen) plotseling een bepaalde emotie uiten.
| Barstte los | Losgebarsten
|
| Losbeuken | Beukte los | Losgebeukt
|
LosbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bond los, heeft losgebonden) 1 wat gebonden is losmaken.
| Bond los | Losgebonden
|
LosbrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brandde los, is losgebrand) 1 op heftige wijze beginnen.
| Brandde los | Losgebrand
|
LosbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brak los, is losgebroken) 1 door breuk loslaten 2 losbarsten, met geweld tot een uitbarsting komen. (overgankelijk werkwoord; brak los, heeft losgebroken) 1 brekend of met een breekwerktuig losmaken of afscheiden.
In Spaans overeenkomend met: Soltarse sDe vrijheid hernemen Vrijmaken|Zich vrijmaken Zich vrijmaken | Brak los | Losgebroken
|
| Losdoen | Deed los | Losgedaan
|
LosdraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide los, is losgedraaid) 1 door draaien loslaten. (overgankelijk werkwoord; draaide los, heeft losgedraaid) 1 door draaien losmaken.
In Spaans overeenkomend met: Aflojar
| Draaide los | Losgedraaid
|
| Losdrukken | Drukte los | Losgedrukt
|
LosgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging los, is losgegaan) 1 loslaten.
In Spaans overeenkomend met: Aflojarse
| Ging los | Losgegaan
|
LosgespenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar Desabrocharse Desdar sLoshaken Losmaken Terugdraaien | Gespte los | Losgegespt
|
LosgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide los, heeft losgegooid) 1 gooiend losmaken.
| Gooide los | Losgegooid
|
| Losgraven | Groef los | Losgegraven
|
LoshakenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar, Desabrocharse, Descolgar, Desenganchar sAfhaken Losgespen | Haakte los | Losgehaakt
|
| Loshalen | Haalde los | Losgehaald
|
LoshangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hing los, heeft losgehangen) 1 niet goed vastzitten 2 vrij hangen, niet opgestoken of vastgebonden zijn.
| Hing los | Losgehangen
|
| Losharken | Harkte los | Losgeharkt
|
LoskloppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klopte los, heeft losgeklopt) 1 door kloppen losmaken.
| Klopte los | Losgeklopt
|
| Losknippen | Knipte los | Losgeknipt
|
LosknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knoopte los, heeft losgeknoopt) 1 het dicht- of vastgeknoopte losmaken.
In Spaans overeenkomend met: Desabotonar, Desabotonarse, Desabrochar, Desabrocharse
| Knoopte los | Losgeknoopt
|
LoskomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam los, is losgekomen) 1 (van zaken) los worden van iets waaraan het verbonden is 2 tot uiting komen, zich uiten 3 vrijkomen, beschikbaar komen 4 uit de gevangenis komen.
| Kwam los | Losgekomen
|
LoskopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht los, heeft losgekocht) 1 door betaling van losgeld vrijmaken.
In Spaans overeenkomend met: Redimir sAfkopen Vrijkopen | Kocht los | Losgekocht
|
LoskoppelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; koppelde los, heeft losgekoppeld; loskoppeling) 1 wat gekoppeld is losmaken.
| Koppelde los | Losgekoppeld
|
LoskrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kreeg los, heeft losgekregen) 1 gedaan krijgen dat iem. of iets los, vrij wordt 2 gedaan krijgen dat iets ter beschikking wordt gesteld.
| Kreeg los | Losgekregen
|
LoslatenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liet los, heeft losgelaten) 1 los worden, niet vast blijven zitten. (overgankelijk werkwoord; liet los, heeft losgelaten) 1 niet langer vasthouden 2 niet voor zich houden, laten blijken 3 afstand doen van.
In Spaans overeenkomend met: Dejar salir Dejar Largar, Libertar, Poner en libertad Soltar sAfhelpen Bevrijden Laten Laten begaan Laten schieten Losmaken Lossen Tappen Uitlaten Verlaten van|Zich verlaten van Verlossen Vieren Vrijlaten Vrijmaken Weglaten Zich verlaten van | Liet los | Losgelaten
|
LoslopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep los, heeft losgelopen) 1 vrij rondlopen.
| Liep los | Losgelopen
|
LosmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte los, heeft losgemaakt; losmaking) 1 maken dat iets of iem. los wordt 2 minder samenhangend maken, minder vast laten zijn 3 ter beschikking weten te krijgen 4 (interesses, emoties) oproepen 5 ontdoen .
In Spaans overeenkomend met: Desamarrar, Desatar, Soltar Desdar Zafar Despegar sDe hindernissen wegnemen van Losgespen Loslaten Terugdraaien | Maakte los | Losgemaakt
|
| Losnemen | Nam los | Losgenomen
|
LospeuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peuterde los, heeft losgepeuterd) 1 met moeite losmaken 2 door aandrang of overreding iets trachten te verkrijgen of te weten te komen.
| Peuterde los | Losgepeuterd
|
LospratenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; praatte los, heeft losgepraat) 1 door praten gedaan krijgen.
| Praatte los | Losgepraat
|
LosrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raakte los, is losgeraakt) 1 vrij, los komen.
In Spaans overeenkomend met: Soltarse Zafarse sVallen | Raakte los | Losgeraakt
|
LosrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed los, heeft losgereden) 1 (wielersport) (iem.) door sneller te rijden achter zich laten.
| Reed los | Losgereden
|
LosrukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rukte los, is losgerukt) 1 met kracht afgaan op. (overgankelijk werkwoord; rukte los, heeft losgerukt) 1 met kracht lostrekken.
| Rukte los | Losgerukt
|
LosscheurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheurde los, is losgescheurd) 1 scheurend losgaan. (overgankelijk werkwoord; scheurde los, heeft losgescheurd) 1 door scheuren losmaken.
| Scheurde los | Losgescheurd
|
LosschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot los, is losgeschoten) 1 plotseling losraken.
| Schoot los | Losgeschoten
|
LosschroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schroefde los, heeft losgeschroefd) 1 losmaken wat vastgeschroefd is.
| Schroefde los | Losgeschroefd
|
LosschuddenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schudde los, is losgeschud) 1 door schudden losgaan. (overgankelijk werkwoord; schudde los, heeft losgeschud) 1 schuddend losmaken of openen.
| Schudde los | Losgeschud
|
LossenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loste, heeft gelost) 1 (ook absoluut) achteropraken, afhaken 2 (een vaar- of voertuig) ontladen 3 (een lading) uitladen 4 loslaten .
In Spaans overeenkomend met: Dejar salir Descargar sLoslaten Tappen Uitlaten Vieren Weglaten | Loste | Gelost
|
LosslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg los, is losgeslagen) 1 (van schepen) van zijn ankers slaan. (overgankelijk werkwoord; sloeg los, heeft losgeslagen) 1 door slaan losmaken of openen.
| Sloeg los | Losgeslagen
|
| Lossnijden | Sneed los | Losgesneden
|
LosspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong los, is losgesprongen) 1 springend los- en opengaan.
In Spaans overeenkomend met: Saltar sUitschieten | Sprong los | Losgesprongen
|
| Losstaan | Stond los | Losgestaan
|
LosstormenIn Spaans overeenkomend met: Arremeter
| Stormde los | Losgestormd
|
LostornenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tornde los, heeft losgetornd) 1 losmaken wat aaneengenaaid is.
In Spaans overeenkomend met: Descoser sTornen | Tornde los | Losgetornd
|
LostrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok los, heeft losgetrokken) 1 door trekken losmaken 2 trekkend openen.
| Trok los | Losgetrokken
|
| Losvijzen | Vees los | Losgevezen
|
| Losvliegen | Vloog los | Losgevlogen
|
LoswekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weekte los, is losgeweekt) 1 door weking losgaan. (overgankelijk werkwoord; weekte los, heeft losgeweekt) 1 door weken losmaken.
| Weekte los | Losgeweekt
|
LoswerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; werkte los, heeft losgewerkt) 1 met moeite vrijmaken.
| Werkte los | Losgewerkt
|
| Loswinden | Wond los | Losgewonden
|
| Loswoelen | Woelde los | Losgewoeld
|
LoswrikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wrikte los, heeft losgewrikt) 1 wrikkend losmaken.
| Wrikte los | Losgewrikt
|
LoswringenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; wrong zich los, heeft zich losgewrongen) 1 door wringen ontsnappen.
| Wrong los | Losgewrongen
|
LoswroetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wroette los, heeft losgewroet) 1 wroetend losmaken.
| Wroette los | Losgewroet
|
| Loszagen | Zaagde los | Losgezaagd
|
LoszittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat los, heeft losgezeten) 1 niet stevig bevestigd zijn.
| Zat los | Losgezeten
|
LotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lootte, heeft geloot; loter, loting) 1 iets door het lot laten beslissen. (overgankelijk werkwoord; lootte, heeft geloot) 1 uit een loterij trekken.
In Spaans overeenkomend met: Echar suertes, Sacar a la suerte, Sortear
| Lootte | Geloot
|
LouterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; louterde, heeft gelouterd; louteraar, loutering) 1 moreel beter maken 2 (een metaal) scheiden van de stoffen waarmee het vermengd is.
In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Limpiar, Purificar Refinar sRaffineren Reinigen Schoonmaken Vegen Verfijnen Zuiveren | Louterde | Gelouterd
|
LovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loofde, heeft geloofd; lover) 1 (formeel) prijzen .
In Spaans overeenkomend met: Alabar, Elogiar, Encaramar sLof toezwaaien Prijzen Roemen | Loofde | Geloofd
|
LozenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loosde, heeft geloosd) 1 (ook absoluut) (overtollige vloeistof) laten wegvloeien 2 zich ontdoen van.
| Loosde | Geloosd
|
LubbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lubde, heeft gelubd; lubber) 1 (een dier) castreren 2 de ingewanden wegnemen van (een vis) 3 (informeel) (iem.) overhalen een bepaald karwei op zich te nemen.
| Lubde | Gelubd
|
LubberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lubberde, heeft gelubberd) 1 (van kleren enz.) te ruim zitten.
| Lubberde | Gelubberd
|
LuchtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luchtte, heeft gelucht; luchting) 1 ter opfrissing aan de buitenlucht blootgesteld zijn. (overgankelijk werkwoord; luchtte, heeft gelucht) 1 aan de frisse lucht blootstellen 2 lucht geven aan, uiten .
In Spaans overeenkomend met: Airear, Ventilar Aventar sSpuien Uitluchten Ventileren Wannen | Luchtte | Gelucht
|
| Luibakken | Luibakte | Geluibakt
|
LuidenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 mensen. (onovergankelijk werkwoord; luidde, heeft geluid; luider) 1 (van een klok of bel) geluid voortbrengen doordat de klepel aan weerszijden met de wand in aanraking komt 2 (van woorden enz.) de genoemde inhoud bevatten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; luidde, heeft geluid) 1 (een klok, bel) geluid laten voortbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Repicar Llamar, Tocar la campanilla sAanbellen Beieren Bellen Klepperen Schellen | Luidde | Geluid
|
| Luien | Luide | Geluid
|
LuierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luierde, heeft geluierd) 1 niets uitvoeren.
| Luierde | Geluierd
|
| Luieriken | Luierikte | Geluierikt
|
LuikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; look, is geloken) 1 (archaïsch) (van de ogen) dichtgaan. (overgankelijk werkwoord; look, heeft geloken) 1 (archaïsch) (de ogen) dichtdoen.
| Look | Geloken
|
LuilakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luilakte, heeft geluilakt) 1 luieren 2 (in Nederland) aan het vieren van de luilak meedoen.
| Luilakte | Geluilakt
|
LuimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luimde, heeft geluimd) 1 (informeel) dommelen.
| Luimde | Geluimd
|
LuisterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; luisterde, heeft geluisterd) 1 gehoorzamen aan, zich richten naar. (onovergankelijk werkwoord; luisterde, heeft geluisterd; luisteraar) 1 met aandacht, gericht horen .
In Spaans overeenkomend met: Escuchar sAanhoren Beluisteren Toehoren Toeluisteren | Luisterde | Geluisterd
|
| Luistervinken | Luistervinkte | Geluistervinkt
|
LuiwammesenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luiwammeste, heeft geluiwammest) 1 (informeel) luieren.
| Luiwammeste | Geluiwammest
|
LuizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; luisde, heeft geluisd) 1 ontluizen .
| Luisde | Geluisd
|
LukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lukte, is gelukt) 1 (van zaken) goed uitvallen.
In Spaans overeenkomend met: Salir bien
| Lukte | Gelukt
|
LullenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lulde, heeft geluld) 1 (informeel) kletsen, praten.
| Lulde | Geluld
|
LumbeckenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lumbeckte, heeft gelumbeckt) 1 boekbinden zonder garen, maar met zeer sterke lijm.
| Lumbeckte | Gelumbeckt
|
LummelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lummelde, heeft gelummeld) 1 lanterfanten.
| Lummelde | Gelummeld
|
LunchenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lunchte, heeft geluncht) 1 de middagmaaltijd gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Comer Merendar Almorzar
| Lunchte | Geluncht
|
LunzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lunsde, heeft gelunsd) 1 van een luns voorzien.
| Lunsde | Gelunsd
|
LurkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lurkte, heeft gelurkt; lurker) 1 (van nieuwe deelnemers aan een nieuwsgroep) de (informele) regels leren zonder een actieve bijdrage te mogen leveren 2 hoorbaar zuigen 3 lebberen.
In Spaans overeenkomend met: Chupar sOpzuigen Zuigen | Lurkte | Gelurkt
|
LustenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; lustte, heeft gelust) 1 houden van (spijs, drank enz.).
| Lustte | Gelust
|
LuwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luwde, is geluwd) 1 stiller worden, minder winderig zijn 2 bedaren, kalmer worden. (overgankelijk werkwoord; luwde, heeft geluwd) 1 beschutting geven tegen de wind.
In Spaans overeenkomend met: Calmarse, Sosegarse Amainar sBekoelen Tot rust komen Uitrazen Uitwoeden Verzwakken | Luwde | Geluwd
|
LynchenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lynchte, heeft gelyncht) 1 (een van misdaad verdachte persoon) in samenwerking met anderen zonder proces vermoorden.
In Spaans overeenkomend met: Linchar
| Lynchte | Gelyncht
|