| M-bankieren | M-bankierde | Ge-m-bankierd
|
| Maaibenen | Maaibeende | Gemaaibeend
|
MaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; maaide, heeft gemaaid) 1 (van paarden) in draf de voorbenen zijdelings optillen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; maaide, heeft gemaaid; maaier) 1 (gewassen) van het veld afsnijden 2 met zwaaiende bewegingen slaan.
In Spaans overeenkomend met: Segar sZichten | Maaide | Gemaaid
|
MaathoudenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hield maat, heeft maatgehouden) 1 bij het zingen of spelen in de maat blijven.
| Hield maat | Maatgehouden
|
MaatslaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 de maat van muziek aangeven.
| |
|
MacadamiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; macadamiseerde, heeft gemacadamiseerd) 1 (een weg) verharden met macadam.
| Macadamiseerde | Gemacadamiseerd
|
MacererenIn Spaans overeenkomend met: Macerer Macerar
| Macereerde | Gemacereerd
|
MachineschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 typen.
In Spaans overeenkomend met: Escribir a máquina, Mecanografiar, Teclear sTikken Typen | |
|
MachtigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; machtigde, heeft gemachtigd; machtiging) 1 de nodige bevoegdheid of volmacht geven.
In Spaans overeenkomend met: Apoderar, Autorizar sAutoriseren Een volmacht verlenen aan | Machtigde | Gemachtigd
|
MacrameeënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; macrameede, heeft gemacrameed) 1 macramé vervaardigen, m.n. in de jaren 70 van de twintigste eeuw populair als creatieve hobby.
| Macrameede | Gemacrameed
|
MaffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mafte, heeft gemaft; maffer) 1 (informeel) slapen.
In Spaans overeenkomend met: Dormir sPitten Slapen Uitslapen | Mafte | Gemaft
|
MagnetiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; magnetiseerde, heeft gemagnetiseerd) 1 magnetisch maken 2 (iem.) door magnetisme proberen te genezen 3 een sterke aantrekkingskracht uitoefenen op.
In Spaans overeenkomend met: Magnetizar
| Magnetiseerde | Gemagnetiseerd
|
MailenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mailde, heeft gemaild) 1 (ook absoluut) e-mailen 2 (reclame) verzenden per post.
| Mailde | Gemaild
|
| Mainteneren | Mainteneerde | Gemainteneerd
|
MajorerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; majoreerde, heeft gemajoreerd) 1 (handel) bij de uitgifte van aandelen of obligaties voor een hoger bedrag inschrijven dan men verwacht te zullen krijgen.
| Majoreerde | Gemajoreerd
|
MakelenIn Spaans overeenkomend met: Hacer el corretaje
| Makelde | Gemakeld
|
MakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte, heeft gemaakt; maker) 1 (wat kapot is) herstellen 2 tot stand brengen 3 in de genoemde toestand of positie brengen 4 (van hoeveelheden) zoveel bedragen als genoemd wordt .
In Spaans overeenkomend met: Fabricar Hacer Causar Construir Crear Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar sAanleggen Aanmaken Bedrijven Bouwen Construeren Creëren Doen Fabriceren Herstellen Ineenzetten Laten Laten doen Repareren Scheppen Uitbrengen Uitrichten Uitvoeren Verhelpen Verstellen Vervaardigen | Maakte | Gemaakt
|
MakkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| |
|
MalenIn de betekenis van: 1 draaien 2 tobben
sKwellen Vermalen | Maalde | Gemaald
|
MalenIn de betekenis van: 1 fijnmaken met een molen 2 (polderwater) uitpompen met een molen 3 kauwen
In Spaans overeenkomend met: Moler sKwellen Vermalen | Maalde | Gemalen
|
| Mallen | Malde | Gemald
|
MaltraiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maltraiteerde, heeft gemaltraiteerd) 1 mishandelen.
| Maltraiteerde | Gemaltraiteerd
|
MalverserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; malverseerde, heeft gemalverseerd) 1 toevertrouwde gelden verduisteren.
| Malverseerde | Gemalverseerd
|
ManagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; managede, heeft gemanaged) 1 leiden, besturen 2 (informeel) klaarspelen.
| Managede | Gemanaged
|
MandaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mandateerde, heeft gemandateerd) 1 machtigen.
| Mandateerde | Gemandateerd
|
| Mandiën | Mandiede | Gemandied
|
ManenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 het lange haar in de nek van paarden en leeuwen 2 (schertsend) lang hoofdhaar. (werkwoord; maande, heeft gemaand) 1 aansporen tot.
In Spaans overeenkomend met: Amonestar, Reprender sVermanen | Maande | Gemaand
|
ManeuvrerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) zie manoeuvreren.
| Maneuvreerde | Gemaneuvreerd
|
MangelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mangelde, heeft gemangeld) 1 (archaïsch) ontbreken. (overgankelijk werkwoord; mangelde, heeft gemangeld) 1 door middel van een mangel gladmaken.
In Spaans overeenkomend met: Calandrar, Satinar sKalanderen | Mangelde | Gemangeld
|
ManicurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; manicuurde, heeft gemanicuurd; manicure, manicure) 1 (iem.) aan de handen en nagels verzorgen.
In Spaans overeenkomend met: Hacer la manicura
| Manicuurde | Gemanicuurd
|
ManifesterenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; manifesteerde zich, heeft zich gemanifesteerd) 1 zich openbaren.
In Spaans overeenkomend met: Manifestar sLaten blijken Tonen Uiten | Manifesteerde | Gemanifesteerd
|
ManipulerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; manipuleerde, heeft gemanipuleerd) 1 goochelen met, op handige of bedrieglijke wijze omspringen met. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; manipuleerde, heeft gemanipuleerd; manipulator, manipulatie) 1 op slinkse wijze beïnvloeden.
In Spaans overeenkomend met: Manipular sHanteren Omgaan met | Manipuleerde | Gemanipuleerd
|
MankenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mankte, heeft/is gemankt) 1 hinken.
| Mankte | Gemankt
|
MankerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mankeerde, heeft gemankeerd) 1 niet in orde zijn, haperen, schelen 2 ontbreken 3 in gebreke zijn.
| Mankeerde | Gemankeerd
|
| Mannen | Mande | Gemand
|
ManoeuvrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; manoeuvreerde, heeft gemanoeuvreerd) 1 behendig laten bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Maniobrar sRangeren | Manoeuvreerde | Gemanoeuvreerd
|
| Manumitteren | Manumitteerde | Gemanumitteerd
|
MaquillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maquilleerde, heeft gemaquilleerd; maquillage) 1 schminken.
In Spaans overeenkomend met: Maquillar sBlanketten Grimeren Opmaken Schminken | Maquilleerde | Gemaquilleerd
|
MarchanderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; marchandeerde, heeft gemarchandeerd) 1 loven en bieden.
In Spaans overeenkomend met: Regatear sAfdingen Pingelen | Marchandeerde | Gemarchandeerd
|
MarcherenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (marcheerde, heeft/is gemarcheerd) in ritmische pas lopen, vooral in groepsverband 2 (marcheerde, heeft gemarcheerd) lopen, vorderen.
In Spaans overeenkomend met: Marchar sLopen | Marcheerde | Gemarcheerd
|
MarenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| |
|
MarginaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; marginaliseerde, heeft gemarginaliseerd; marginalisatie) 1 in de marge van de samenleving doen belanden 2 van invloed beroven.
| Marginaliseerde | Gemarginaliseerd
|
MarinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; marineerde, heeft gemarineerd) 1 in een marinade van azijn of wijn en kruiden leggen alvorens verder te bewerken 2 inmaken in azijn en kruiden.
In Spaans overeenkomend met: Aliñar, Dejar en adobo, Enmarinar Adobar Escabechar, Marinar sAanmaken (sla, saus) Inleggen Inmaken | Marineerde | Gemarineerd
|
MarkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; markeerde, heeft gemarkeerd; markeerder, markering) 1 met bepaalde merktekens aanduiden 2 (van dieren) (het eigen territorium) afbakenen door een geurtje achter te laten.
In Spaans overeenkomend met: Marcar sAanduiden Aangeven Aankruisen Een teken geven Kenmerken Merken | Markeerde | Gemarkeerd
|
MarktenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; marktte, heeft gemarkt) 1 de markt bezoeken.
| Marktte | Gemarkt
|
| Marlen | Marlde | Gemarld
|
| Marmelen | Marmelde | Gemarmeld
|
MarmerenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van marmer vervaardigd of daarmee bekleed. (overgankelijk werkwoord; marmerde, heeft gemarmerd; marmering) 1 (iets) verven, kleuren zodat het op marmer gaat lijken.
In Spaans overeenkomend met: Jaspear, Vetear Marmolar sAderen | Marmerde | Gemarmerd
|
| Maroderen | Marodeerde | Gemarodeerd
|
| Marren | Marde | Gemard
|
MartelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; martelde, heeft gemarteld) 1 (pejoratief) folteren 2 kwellen, tergen.
In Spaans overeenkomend met: Martirizar, Torturar sPijnigen | Martelde | Gemarteld
|
MaskerenIn de betekenis van: Verbergen, verbloemen, aan het oog onttrekken
In Spaans overeenkomend met: Paliar sBemantelen Bewimpelen Verbergen Verbloemen Verkleden Vermommen | Maskeerde | Gemaskeerd
|
MaskerenIn de betekenis van: (Het gezicht) met een masker bedekken
In Spaans overeenkomend met: Enmascarar sBemantelen Bewimpelen Verbergen Verbloemen Verkleden Vermommen | Maskerde | Gemaskerd
|
| Massacreren | Massacreerde | Gemassacreerd
|
MasserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; masseerde, heeft gemasseerd) 1 (iem., zijn spieren) kneden, wrijven of kloppen om de bloedsomloop te bevorderen 2 (biljarten) (een biljartbal) met de keu rechtstandig stoten 3 (iem.) door intensief contact proberen te beïnvloeden.
In Spaans overeenkomend met: Masajear
| Masseerde | Gemasseerd
|
MassificerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; massificeerde, is gemassificeerd; massificatie) 1 worden tot een massa. (overgankelijk werkwoord; massificeerde, heeft gemassificeerd) 1 maken tot een massa.
| Massificeerde | Gemassificeerd
|
| Masten | Mastte | Gemast
|
MastiekenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van mastiek gemaakt. (overgankelijk werkwoord; mastiekte, heeft gemastiekt) 1 iets met mastiek bedekken.
| Mastiekte | Gemastiekt
|
MastklimmenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; mastklimmer) 1 (als spel) in een gladgemaakte paal klimmen.
| |
|
MasturberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; masturbeerde, heeft gemasturbeerd; masturbatie) 1 zichzelf seksueel bevredigen. (overgankelijk werkwoord; masturbeerde, heeft gemasturbeerd) 1 (iem.) seksueel bevredigen.
In Spaans overeenkomend met: Masturbar
| Masturbeerde | Gemasturbeerd
|
MatennaaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (informeel) eigen vrienden, collega's benadelen.
| |
|
MaterialiserenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; materialiseerde zich, heeft zich gematerialiseerd) 1 veranderen in een stoffelijke gedaante.
In Spaans overeenkomend met: Materializar sStoffelijk maken Stoffelijk voorstellen | Materialiseerde | Gematerialiseerd
|
MathematiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mathematiseerde, heeft gemathematiseerd; mathematisering) 1 een vraagstuk een wiskundige vorm geven.
| Mathematiseerde | Gemathematiseerd
|
MatigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; matigde, heeft gematigd; matiging) 1 zuiniger gaan leven, zich matigen. (overgankelijk werkwoord; matigde, heeft gematigd) 1 binnen de juiste maat brengen of houden.
In Spaans overeenkomend met: Moderar, Reportar sBeteugelen Inhouden Onderdrukken | Matigde | Gematigd
|
MatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; matste, heeft gematst) 1 (informeel) (iem.) een gunst verlenen.
| Matste | Gematst
|
MattenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van matten of biezen gemaakt. (overgankelijk werkwoord; matte, heeft gemat; matter) 1 van een mat voorzien 2 matteren.
| Matte | Gemat
|
MatterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; matteerde, heeft gematteerd; mattering) 1 mat, dof maken.
| Matteerde | Gematteerd
|
MauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mauwde, heeft gemauwd) 1 miauwen 2 zeuren.
| Mauwde | Gemauwd
|
MaximaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maximaliseerde, heeft gemaximaliseerd; maximalisering) 1 zo groot mogelijk maken, tot een maximum voeren.
In Spaans overeenkomend met: Maximizar
| Maximaliseerde | Gemaximaliseerd
|
MaximerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maximeerde, heeft gemaximeerd) 1 een bovengrens aan iets stellen 2 maximaliseren.
| Maximeerde | Gemaximeerd
|
MazelenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 (geneeskunde) kinderziekte die gekenmerkt wordt door rode vlekjes op de huid en vaak hoge koorts.
| Mazelde | Gemazeld
|
MazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maasde, heeft gemaasd) 1 brei- of netwerk herstellen door met de naald zo nauwkeurig mogelijk de breisteek na te doen.
| Maasde | Gemaasd
|
MazzelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mazzelde, heeft gemazzeld; mazzelaar) 1 boffen.
| Mazzelde | Gemazzeld
|
MeanderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; meanderde, heeft gemeanderd) 1 (formeel) (van rivieren) zich bochtig door het landschap slingeren.
| Meanderde | Gemeanderd
|
MechaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; mechaniseerde, heeft gemechaniseerd; mechanisering/mechanisatie) 1 inrichten met werktuigen ter vervanging van menselijke of dierlijke arbeid.
| Mechaniseerde | Gemechaniseerd
|
MedebrengenIn Spaans overeenkomend met: Llevar Ir a buscar a sBijeenbrengen Meebrengen Meenemen Vergaderen | Bracht mede | Medegebracht
|
MededelenIn Spaans overeenkomend met: Comunicar Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar sAankondigen Berichten In kennis stellen Meedelen Verwittigen Voortzeggen | Deelde mede | Medegedeeld
|
| Mededingen | Dong mede | Medegedongen
|
MedelevenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 aandacht voor de gevoelens van anderen, met name voor hun verdriet.
| Leefde mede | Medegeleefd
|
MedeondertekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; medeondertekende, heeft medeondertekend; medeondertekenaar, medeondertekening) 1 samen met anderen ondertekenen.
| Ondertekende mede | Medeondertekend
|
| Medeslepen | Sleepte mede | Medegesleept
|
| Medestrijden | Streed mede | Medegestreden
|
MedewerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie meewerken.
| Werkte mede | Medegewerkt
|
MedicaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; medicaliseerde, heeft gemedicaliseerd; medicalisering) 1 afhankelijker maken van de medische wetenschap.
| Medicaliseerde | Gemedicaliseerd
|
| Medicineren | Medicineerde | Gemedicineerd
|
MediterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mediteerde, heeft gemediteerd; meditatie) 1 in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren 2 in gedachten verzonken zijn 3 (rooms-katholiek) een contemplatieve, vrome overdenking houden.
In Spaans overeenkomend met: Meditar sPeinzen | Mediteerde | Gemediteerd
|
Mee-etenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; at mee, heeft meegegeten; mee-eter) 1 met anderen samen (iets) eten.
| At mee | Meegegeten
|
| Meebakken | |
|
| Meebepalen | Bepaalde mee | Meebepaald
|
MeebeslissenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; besliste mee, heeft meebeslist) 1 inspraak hebben.
| Besliste mee | Meebeslist
|
| Meebetalen | Betaalde mee | Meebetaald
|
| Meebidden | Bad mee | Meegebeden
|
MeeblazenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Blies mee | Meegeblazen
|
MeebrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht mee, heeft meegebracht) 1 bij zich hebben 2 in de aard liggen van, van nature vertonen.
In Spaans overeenkomend met: Llevar Ir a buscar a Traer sBijeenbrengen Medebrengen Meenemen Vergaderen | Bracht mee | Meegebracht
|
MeedeinenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 deinend meebewegen 2 zonder inspanning of verzet gebruikmaken van, deelnemen aan iets.
| Deinde mee | Meegedeind
|
MeedelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deelde mee, heeft meegedeeld) 1 deelhebben in, deelnemen aan. (overgankelijk werkwoord; deelde mee, heeft meegedeeld) 1 berichten, doen vernemen.
In Spaans overeenkomend met: Comentar Comunicar Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar sAankondigen Berichten In kennis stellen Mededelen Verwittigen Voortzeggen | Deelde mee | Meegedeeld
|
MeedenkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dacht mee, heeft meegedacht) 1 met een of meer anderen zijn gedachten laten gaan over hetzelfde onderwerp, om gezamenlijk tot een oplossing te komen.
| Dacht mee | Meegedacht
|
MeedingenIn Spaans overeenkomend met: Competir, Rivalizar sConcurreren Wedijveren | Dong mee | Meegedongen
|
MeedoenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deed mee, heeft meegedaan) 1 samen met anderen iets doen.
In Spaans overeenkomend met: Participar sDeelnemen | Deed mee | Meegedaan
|
MeedraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (draaide mee, heeft meegedraaid) meedoen in een bepaald ritme, een bepaald patroon van werkzaamheden 2 (draaide mee, heeft/is meegedraaid) samen, tegelijk met iem. of iets draaien.
| Draaide mee | Meegedraaid
|
| Meedragen | Droeg mee | Meegedragen
|
MeedrijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreef mee, is meegedreven) 1 met iem. of iets anders drijven of gedreven worden.
| Dreef mee | Meegedreven
|
MeedrinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; dronk mee, heeft meegedronken; meedrinker) 1 met anderen samen (iets) drinken.
| Dronk mee | Meegedronken
|
| Meefinancieren | Financierde mee | Meegefinancierd
|
MeegaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging mee, is meegegaan) 1 volgen in denk- of handelwijze. (onovergankelijk werkwoord; ging mee, is meegegaan) 1 anderen vergezellen 2 gebruikt kunnen worden, bruikbaar blijven.
In Spaans overeenkomend met: Acompañar
| Ging mee | Meegegaan
|
MeegevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gaf mee, heeft meegegeven) 1 wijken voor druk, soepel zijn. (overgankelijk werkwoord; gaf mee, heeft meegegeven) 1 geven aan iem. die vertrekt.
In Spaans overeenkomend met: Dotar sBegiftigen | Gaf mee | Meegegeven
|
MeehelpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hielp mee, heeft meegeholpen) 1 een of meer anderen helpen iets te doen 2 mee van invloed zijn om iets te bereiken.
In Spaans overeenkomend met: Asistir sAssisteren Bijstaan Helpen Ter zijde staan Verzorgen | Hielp mee | Meegeholpen
|
| Meeklappen | |
|
| Meeklinken | Klonk mee | Meegeklonken
|
MeekomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam mee, is meegekomen) 1 meegaan 2 samen met iem. of iets tegelijk verschijnen 3 gelijke vorderingen met anderen maken.
In Spaans overeenkomend met: Venir
| Kwam mee | Meegekomen
|
MeekrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kreeg mee, heeft meegekregen) 1 toegewezen krijgen om mee te nemen 2 op zijn hand krijgen, overhalen .
| Kreeg mee | Meegekregen
|
MeekunnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kon mee) 1 gebruikt kunnen worden, bruikbaar blijven.
| Kon mee | Meegekund
|
MeelevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leefde mee, heeft meegeleefd) 1 de gevoelens van anderen delen en met hen meevoelen.
| Leefde mee | Meegeleefd
|
MeelezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; las mee, heeft meegelezen) 1 samen met een ander lezen.
| Las mee | Meegelezen
|
MeeliftenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liftte mee, heeft/is meegelift) 1 als lifter meerijden.
| Liftte mee | Meegelift
|
MeelijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leed mee, heeft meegeleden) 1 delen in het lijden met of van anderen.
| Leed mee | Meegeleden
|
MeelokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lokte mee, heeft meegelokt) 1 (iem. of iets) overhalen, verleiden, verlokken om mee te gaan.
| Lokte mee | Meegelokt
|
MeelopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep mee, is meegelopen) 1 lopend vergezellen 2 navolgen wat anderen doen 3 voordelig zijn voor.
In Spaans overeenkomend met: Acompañar
| Liep mee | Meegelopen
|
MeeluisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; luisterde mee, heeft meegeluisterd) 1 tegelijk met een ander of anderen luisteren.
| Luisterde mee | Meegeluisterd
|
MeemakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte mee, heeft meegemaakt) 1 ondervinden, getuige zijn van.
| Maakte mee | Meegemaakt
|
MeenemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam mee, heeft meegenomen) 1 met zich voeren, zich laten vergezellen door 2 profijt hebben van 3 in één moeite door verrichten.
In Spaans overeenkomend met: Llevar Ir a buscar a Traer Llevarse sBijeenbrengen Medebrengen Meebrengen Vergaderen | Nam mee | Meegenomen
|
MeeondertekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie medeondertekenen.
| Ondertekende mee | Meeondertekend
|
MeepakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte mee, heeft meegepakt) 1 grijpen en meenemen.
| Pakte mee | Meegepakt
|
MeepikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pikte mee, heeft meegepikt) 1 (informeel) in één moeite door doen .
| Pikte mee | Meegepikt
|
MeepratenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praatte mee, heeft meegepraat; meeprater) 1 met anderen praten 2 slijmen, iem. naar de mond praten.
| Praatte mee | Meegepraat
|
MeerderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; meerderde, is gemeerderd; meerdering) 1 (formeel) vermeerderen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; meerderde, heeft gemeerderd) 1 bij breien, haken enz. het aantal steken op de pen groter maken .
| Meerderde | Gemeerderd
|
MeeregerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; regeerde mee, heeft meegeregeerd) 1 deelnemen aan de regering.
| Regeerde mee | Meegeregeerd
|
| Meereizen | Reisde mee | Meegereisd
|
MeerekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekende mee, heeft meegerekend) 1 bij de rest optellen.
In Spaans overeenkomend met: Incluir en cuenta Computar sBerekenen Incalculeren Uitrekenen | Rekende mee | Meegerekend
|
MeerijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed mee, heeft/is meegereden; meerijder) 1 met een of meer anderen in gezelschap rijden.
| Reed mee | Meegereden
|
MeerokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rookte mee, heeft meegerookt) 1 als niet-roker de tabaksrook van andere rokers inademen.
| Rookte mee | Meegerookt
|
MeesjouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sjouwde mee, heeft meegesjouwd) 1 met zich meevoeren, meeslepen.
| Sjouwde mee | Meegesjouwd
|
MeeslepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleepte mee, heeft meegesleept) 1 achter zich aan slepen 2 met moeite meenemen 3 sterk inspireren.
In Spaans overeenkomend met: Acarrear sMet zich meebrengen Veroorzaken | Sleepte mee | Meegesleept
|
MeesleurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleurde mee, heeft meegesleurd) 1 ruw meeslepen.
In Spaans overeenkomend met: Arrastrar sSlepen Trekken Voorttrekken | Sleurde mee | Meegesleurd
|
MeesmuilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; meesmuilde, heeft gemeesmuild) 1 met een spottende, schampere glimlach zeggen.
| Meesmuilde | Gemeesmuild
|
MeespelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; speelde mee, heeft meegespeeld) 1 meedoen met een spel 2 ook een rol spelen, mede van invloed zijn.
| Speelde mee | Meegespeeld
|
MeesprekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Sprak mee | Meegesproken
|
MeestemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stemde mee, heeft meegestemd) 1 deelnemen aan een stemming 2 instemmen.
| Stemde mee | Meegestemd
|
| Meesteren | Meesterde | Gemeesterd
|
| Meestrijden | Streed mee | Meegestreden
|
| Meesturen | Stuurde mee | Meegestuurd
|
MeetellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; telde mee, heeft meegeteld) 1 ook van belang zijn. (overgankelijk werkwoord; telde mee, heeft meegeteld) 1 meerekenen.
In Spaans overeenkomend met: Entrar en cuenta sIn aanmerking komen | Telde mee | Meegeteld
|
| Meetrainen | Trainde mee | Meegetraind
|
MeetrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (trok mee, is meegetrokken) samen met anderen of met iets anders ergens heen trekken 2 (trok mee, heeft meegetrokken) tegelijk aan iets trekken. (overgankelijk werkwoord; trok mee, heeft meegetrokken) 1 (iem., iets) ergens heen trekken.
| Trok mee | Meegetrokken
|
| Meetrillen | Trilde mee | Meegetrild
|
MeetronenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; troonde mee, heeft meegetroond) 1 door zachte, maar aandringende overreding bewegen mee te gaan.
| Troonde mee | Meegetroond
|
MeevallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel mee, is meegevallen) 1 beter bevallen dan verwacht werd.
In Spaans overeenkomend met: Salir mejor de lo esperado
| Viel mee | Meegevallen
|
MeevarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer mee, heeft/is meegevaren) 1 met anderen varen.
| Voer mee | Meegevaren
|
| Meevechten | Vocht mee | Meegevochten
|
| Meeverzekeren | Verzekerde mee | Meeverzekerd
|
| Meevieren | Vierde mee | Meegevierd
|
MeevoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; voelde mee, heeft meegevoeld) 1 zich indenken in (de gevoelens van een ander).
| Voelde mee | Meegevoeld
|
MeevoerenIn Spaans overeenkomend met: Acarrear, Llevarse consigo sAanvoeren | Voerde mee | Meegevoerd
|
MeevragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vroeg mee, heeft meegevraagd) 1 uitnodigen om mee te gaan of mee te komen.
| Vroeg mee | Meegevraagd
|
| Meewandelen | Wandelde mee | Meegewandeld
|
MeewerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte mee, heeft meegewerkt) 1 met een ander aan iets werken 2 helpen bij het streven naar een doel.
In Spaans overeenkomend met: Colaborar, Cooperar sSamenwerken | Werkte mee | Meegewerkt
|
| Meewillen | Wilde mee, Wou mee | Meegewild
|
| Meezeilen | Zeilde mee | Meegezeild
|
MeezeulenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zeulde mee, heeft meegezeuld) 1 (informeel) met zich meeslepen.
| Zeulde mee | Meegezeuld
|
MeezingenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zong mee, heeft meegezongen; meezinger) 1 met anderen tegelijk zingen, aan een gezang deelnemen.
| Zong mee | Meegezongen
|
MeezittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat mee, heeft meegezeten) 1 gunstig zitten, goed gaan.
| Zat mee | Meegezeten
|
MeierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; meierde, heeft gemeierd) 1 (informeel) vervelend kletsen, zaniken.
| Meierde | Gemeierd
|
MekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie mekkeren.
| Mekte | Gemekt
|
MekkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mekkerde, heeft gemekkerd) 1 het voor geiten kenmerkende geluid maken 2 zeuren.
In Spaans overeenkomend met: Balar
| Mekkerde | Gemekkerd
|
MeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meldde, heeft gemeld; melder, melding) 1 min of meer officieel meedelen. (wederkerend werkwoord; meldde zich, heeft zich gemeld) 1 iem. meedelen dat men gearriveerd is.
In Spaans overeenkomend met: Avisar Mencionar Dictaminar, Informar, Referir sBerichten Gewag maken van Noemen Overbrengen Verhalen Vermelden Verslaan Vertellen | Meldde | Gemeld
|
MelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; meelde, heeft gemeeld) 1 bloemen.
| Meelde | Gemeeld
|
MelkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; melkte, heeft gemolken) 1 (ook absoluut) (een melkdier) van haar melk ontlasten 2 houden, fokken 3 (een kip enz.) telkens haar eieren ontnemen .
In Spaans overeenkomend met: Ordeñar
| Melkte, Molk | Gemolken
|
MemorerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; memoreerde, heeft gememoreerd) 1 herinneren aan 2 opschrijven ter herinnering.
| Memoreerde | Gememoreerd
|
MemoriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; memoriseerde, heeft gememoriseerd; memorisatie) 1 van buiten leren.
| Memoriseerde | Gememoriseerd
|
| Menageren | Menageerde | Gemenageerd
|
| Mendelen | Mendelde | Gemendeld
|
MenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meende, heeft gemeend) 1 in ernst bedoelen 2 bedoelen, voorhebben 3 veronderstellen, vermoeden.
In Spaans overeenkomend met: Creer Opinar Suponer sAannemen Geloven Houden voor Onderstellen Stellen Vermoeden Veronderstellen | Meende | Gemeend
|
| Meneren | Meneerde | Gemeneerd
|
| Mengelen | Mengelde | Gemengeld
|
MengenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; mengde, heeft gemengd) 1 zich bemoeien met. (overgankelijk werkwoord; mengde, heeft gemengd; menger, menging) 1 vermengen, (twee of meer stoffen) door elkaar werken.
In Spaans overeenkomend met: Inmiscuir, Mezclar sMixen Temperen Vermengen Verwarren | Mengde | Gemengd
|
MeniënALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meniede, heeft gemenied) 1 met menie verven.
| Meniede | Gemenied
|
MennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mende, heeft gemend; menner) 1 door middel van een leidsel of toom besturen.
In Spaans overeenkomend met: Dirigir sBesturen Dirigeren Richten Sturen | Mende | Gemend
|
| Mensendiecken | Mensendieckte | Gemensendieckt
|
MenstruerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; menstrueerde, heeft gemenstrueerd) 1 de menstruatie hebben, ongesteld zijn.
In Spaans overeenkomend met: Menstruar
| Menstrueerde | Gemenstrueerd
|
MeppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; mepte, heeft gemept; mepper) 1 hard slaan.
In Spaans overeenkomend met: Batir, Golpear, Pegar Abofetear, Escarnecer, Ultrajar sHouwen Klappen Kloppen Slaan | Mepte | Gemept
|
| Merceriseren | Merceriseerde | Gemerceriseerd
|
MerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; meerde, heeft gemeerd) 1 (een schip) aan de wal vastleggen.
| Meerde | Gemeerd
|
MergelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; mergelde, heeft gemergeld) 1 (land) met mergel bemesten.
In Spaans overeenkomend met: Margar sMet mergel bemesten | Mergelde | Gemergeld
|
MerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; merkte, heeft gemerkt) 1 waarnemen 2 met een merk tekenen.
In Spaans overeenkomend met: Percibir Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Notar, Observar, Percatar, Percatarse Sentir Hacer un signo, Indicar, Marcar sAanduiden Aangeven Aankruisen Bemerken Een teken geven Gewaar worden Gewaarworden Kenmerken Markeren Opmerken Tekenen Vernemen Waarnemen | Merkte | Gemerkt
|
MestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mestte, heeft gemest) 1 (van vee) poepen. (overgankelijk werkwoord; mestte, heeft gemest) 1 (ook absoluut) bemesten 2 (ook absoluut) mest verwijderen uit 3 vet laten worden door veel voedsel te geven.
In Spaans overeenkomend met: Abonar sBemesten Gieren | Mestte | Gemest
|
MetalliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; metalliseerde, heeft gemetalliseerd; metallisatie) 1 tot zuiver metaal maken 2 bedekken met een dun laagje metaal 3 zo duurzaam maken als metaal.
| Metalliseerde | Gemetalliseerd
|
MetamorfoserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; metamorfoseerde, is gemetamorfoseerd) 1 van gedaante veranderen. (overgankelijk werkwoord; metamorfoseerde, heeft gemetamorfoseerd) 1 van gedaante doen veranderen.
| Metamorfoseerde | Gemetamorfoseerd
|
MetastaserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; metastaseerde, is gemetastaseerd; metastase/metastasering) 1 (van een gezwel) zich uitzaaien.
| Metastaseerde | Gemetastaseerd
|
MetenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; mat, heeft gemeten) 1 bepalen wie de beste is. (onovergankelijk werkwoord; mat, heeft gemeten; meting) 1 de genoemde afmeting hebben. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; mat, heeft gemeten) 1 de lengte, inhoud, temperatuur, oppervlakte enz. bepalen van.
In Spaans overeenkomend met: Medir, Tantear, Tomar la medida sAfmeten Opmeten Opnemen Roeien Uitmeten | Mat | Gemeten
|
MetselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; metselde, heeft gemetseld; metselaar, metseling) 1 bouwstenen met specie op elkaar voegen (tot) 2 (van dieren) een nest maken met specie.
In Spaans overeenkomend met: Trabajar de albañil
| Metselde | Gemetseld
|
MetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; metste, heeft gemetst) 1 (in België; informeel) metselen.
| Metste | Gemetst
|
MeubelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meubelde, heeft gemeubeld) 1 meubileren.
| Meubelde | Gemeubeld
|
MeubilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meubileerde, heeft gemeubileerd; meubilering) 1 van huisraad voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Amueblar
| Meubileerde | Gemeubileerd
|
| Meuken | Meukte | Gemeukt
|
MeurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; meurde, heeft gemeurd) 1 (informeel) slapen 2 (informeel) stinken.
| Meurde | Gemeurd
|
| Mevrouwen | Mevrouwde | Gemevrouwd
|
MiauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; miauwde, heeft gemiauwd) 1 het voor katten kenmerkende geluid laten horen.
In Spaans overeenkomend met: Maullar
| Miauwde | Gemiauwd
|
MicrofilmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; microfilmde, heeft gemicrofilmd) 1 op een microfilm vastleggen.
| Microfilmde | Gemicrofilmd
|
| Middagmalen | Middagmaalde | Gemiddagmaald
|
MiddelenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 geld, bezittingen. (overgankelijk werkwoord; middelde, heeft gemiddeld) 1 het gemiddelde berekenen van 2 (van kosten, uitgaven) gelijkelijk verdelen onder de betrokkenen.
| Middelde | Gemiddeld
|
MidgetgolfenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; midgetgolfte/midgetgolfde, heeft gemidgetgolft/gemidgetgolfd) 1 midgetgolf spelen.
| Midgetgolfte | Gemidgetgolft
|
MidwinterblazenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 blazen op een midwinterhoorn.
| |
|
| Miegelen | Miegelde | Gemiegeld
|
MiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; miepte, heeft gemiept) 1 (informeel) zeuren.
| Miepte | Gemiept
|
MierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mierde, heeft gemierd) 1 prutsen 2 (informeel) zeuren.
| Mierde | Gemierd
|
MieterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mieterde, is gemieterd) 1 (informeel) vallen. (overgankelijk werkwoord; mieterde, heeft gemieterd) 1 met geweld gooien, doen vallen.
| Mieterde | Gemieterd
|
| Miezelen | Miezelde | Gemiezeld
|
MiezerenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; miezerde, heeft gemiezerd) 1 motregenen.
| Miezerde | Gemiezerd
|
MigrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; migreerde, is gemigreerd; migrant, migratie) 1 trekken, verhuizen.
| Migreerde | Gemigreerd
|
MijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; meed, heeft gemeden) 1 ontwijken, trachten niet in aanraking te komen met.
In Spaans overeenkomend met: Evitar, Rehuir sOntwijken Uit de weg gaan Vermijden | Meed | Gemeden
|
MijmerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mijmerde, heeft gemijmerd; mijmeraar, mijmering) 1 aanhoudend en weemoedig peinzen.
In Spaans overeenkomend met: Soñar
| Mijmerde | Gemijmerd
|
MijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mijnde, heeft gemijnd) 1 zich tot koper verklaren op een openbare verkoping bij afslag.
| Mijnde | Gemijnd
|
| Mijten | Mijtte | Gemijt
|
MijterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mijterde, heeft gemijterd) 1 tot bisschop of een andere hoogwaardigheid verheffen.
| Mijterde | Gemijterd
|
MikkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; mikte, heeft gemikt) 1 streven naar. (onovergankelijk werkwoord; mikte, heeft gemikt) 1 richten op een doel. (overgankelijk werkwoord; mikte, heeft gemikt) 1 (informeel) gooien.
| Mikte | Gemikt
|
| Milderen | Milderde | Gemilderd
|
MilitariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; militariseerde, heeft gemilitariseerd; militarisering) 1 militaire invloed uitoefenen op.
| Militariseerde | Gemilitariseerd
|
MillimeterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; millimeterde, heeft gemillimeterd) 1 (het hoofdhaar) zeer kort afknippen.
| Millimeterde | Gemillimeterd
|
MimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mimede, heeft gemimed) 1 uitbeelden zonder de stem te gebruiken, maar slechts met gebaren.
| Mimede | Gemimed
|
MinachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; minachtte, heeft geminacht; minachting) 1 weinig of geen achting hebben voor.
In Spaans overeenkomend met: Aborrecer, Despreciar, Menospreciar sEen hekel hebben aan Versmaden | Minachtte | Geminacht
|
MinderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; minderde, is geminderd) 1 afnemen. (overgankelijk werkwoord; minderde, heeft geminderd) 1 minder, geringer maken.
| Minderde | Geminderd
|
MineraliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mineraliseerde, is gemineraliseerd) 1 tot mineraal worden. (overgankelijk werkwoord; mineraliseerde, heeft gemineraliseerd) 1 tot mineraal maken.
| Mineraliseerde | Gemineraliseerd
|
MinimaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; minimaliseerde, heeft geminimaliseerd; minimalisering) 1 zo klein mogelijk maken 2 kleineren of als kleiner voorstellen.
In Spaans overeenkomend met: Minimizar
| Minimaliseerde | Geminimaliseerd
|
MiniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; miniseerde, heeft geminiseerd) 1 verminderen.
| Miniseerde | Geminiseerd
|
MinnekozenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; minnekoosde, heeft geminnekoosd) 1 vrijen, uit verliefdheid knuffelen.
| Minnekoosde | Geminnekoosd
|
MinnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; minde, heeft gemind; minnaar) 1 vrijen, uit verliefdheid knuffelen . (overgankelijk werkwoord; minde, heeft gemind) 1 (formeel) liefhebben.
| Minde | Gemind
|
| Minoriseren | Minoriseerde | Geminoriseerd
|
| Misachten | Misachtte | Misacht
|
MisbruikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misbruikte, heeft misbruikt) 1 een verkeerd of slecht gebruikmaken van 2 verkrachten, onteren.
In Spaans overeenkomend met: Abusar
| Misbruikte | Misbruikt
|
MisdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; misdeed, heeft misdaan) 1 (iets) doen tegenover een ander in strijd met wetten of normen.
| Misdeed | Misdaan
|
MisdragenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; misdroeg zich, heeft zich misdragen; misdraging) 1 zich slecht gedragen.
| Misdroeg | Misdragen
|
MisdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misdreef, heeft misdreven) 1 misdoen.
| Misdreef | Misdreven
|
MisduidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misduidde, heeft misduid) 1 verkeerd uitleggen of opvatten.
| Misduidde | Misduid
|
misgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging mis, is misgegaan) 1 mislukken.
| Ging mis | Misgegaan
|
MisgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging mis, is misgegaan) 1 mislukken.
| Misging | Misgaan
|
| Misgelden | Misgold | Misgolden
|
| Misgokken | Gokte mis | Misgegokt
|
| Misgooien | Gooide mis | Misgegooid
|
MisgrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep mis, heeft misgegrepen) 1 verkeerd grijpen.
| Misgreep | Misgrepen
|
misgrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep mis, heeft misgegrepen) 1 verkeerd grijpen.
| Greep mis | Misgegrepen
|
MisgunnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misgunde, heeft misgund) 1 niet gunnen, benijden.
In Spaans overeenkomend met: Envidiar sBenijden Jaloers zijn op | Misgunde | Misgund
|
MishagenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 akelig gevoel, ongenoegen, misnoegen. (onovergankelijk werkwoord; mishaagde, heeft mishaagd) 1 (formeel) niet behagen, niet aanstaan.
| Mishaagde | Mishaagd
|
MishandelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mishandelde, heeft mishandeld; mishandeling) 1 lichamelijk kwaad doen 2 slecht behandelen.
In Spaans overeenkomend met: Maltratar
| Mishandelde | Mishandeld
|
MishorenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (rooms-katholiek) de mis bijwonen.
| Mishoorde | Mishoord
|
MiskennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; miskende, heeft miskend; miskenning) 1 ten onrechte niet erkennen 2 niet weten te waarderen.
| Miskende | Miskend
|
| Miskijken | Miskeek | Miskeken
|
MiskleunenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kleunde mis, heeft misgekleund) 1 (informeel) zich erg vergissen.
| Kleunde mis | Misgekleund
|
| Miskomen | Miskwam | Miskomen
|
MisleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misleidde, heeft misleid; misleiding) 1 (iem.) overtuigen van iets dat niet waar is.
In Spaans overeenkomend met: Despistar Engañar sBedriegen Op een dwaalspoor brengen | Misleidde | Misleid
|
| Mislezen | Mislas | Mislezen
|
MislopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep mis, is misgelopen) 1 (van zaken) ongunstig, verkeerd lopen. (overgankelijk werkwoord; liep mis, heeft misgelopen) 1 missen doordat men te laat is of niet in aanmerking komt.
In Spaans overeenkomend met: Perder sMissen | Liep mis | Misgelopen
|
MislukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking) 1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat 2 niet worden wat iem. of iets worden moest.
In Spaans overeenkomend met: Abortar Fracasar sAborteren Een miskraam krijgen Ontijdig bevallen | Mislukte | Mislukt
|
MismeesterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mismeesterde, heeft mismeesterd) 1 (in België, niet algemeen) medisch verkeerd behandelen.
| Mismeesterde | Mismeesterd
|
MisnoegenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 ontevredenheid, ongenoegen. (overgankelijk werkwoord; misnoegde, heeft misnoegd) 1 (formeel) redenen tot ontevredenheid geven.
| Misnoegde | Misnoegd
|
MispakkenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; mispakte zich, heeft zich mispakt) 1 (in België; informeel) zich vergissen, bedrogen uitkomen.
| Mispakte | Mispakt
|
MispeuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mispeuterde, heeft mispeuterd) 1 (in België) misdoen, (iets slechts of verkeerds) doen.
| Mispeuterde | Mispeuterd
|
MisprijzenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het misprijzen 2 verachting. (overgankelijk werkwoord; misprees, heeft misprezen) 1 afkeuren.
| Misprees | Misprezen
|
| Misraden | Misraadde, Misried | Misraden
|
| misraden | Raadde mis, Ried mis | Misgeraden
|
MisrekenenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; misrekende zich, heeft zich misrekend; misrekening) 1 zich vergissen, in zijn verwachting teleurgesteld worden.
| Misrekende | Misrekend
|
| Misschieten | Schoot mis | Misgeschoten
|
MissenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; miste, heeft gemist) 1 (informeel) ontbreken 2 (in België; informeel) zich vergissen . (overgankelijk werkwoord; miste, heeft gemist) 1 (ook absoluut) (het doel) niet treffen, niet raken 2 de afwezigheid, het gemis van iem. of iets pijnlijk ervaren 3 niet meemaken, mislopen, niet waarnemen.
In Spaans overeenkomend met: Perder Carecer, Echar de menos sMislopen Niet hebben | Miste | Gemist
|
MissionerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; missioneerde, heeft gemissioneerd) 1 het verrichten van de missie.
| Missioneerde | Gemissioneerd
|
MisslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; sloeg mis, heeft misgeslagen) 1 verkeerd, ernaast slaan.
| Sloeg mis | Misgeslagen
|
MissprekenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; missprak zich, heeft zich missproken) 1 (in België) zich verspreken.
| Sprak mis | Misgesproken
|
| Misspringen | Sprong mis | Misgesprongen
|
MisstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; misstond, heeft misstaan) 1 (van kleding, kapsel enz.) niet goed staan 2 niet passend zijn voor.
| Misstond | Misstaan
|
| Misstappen | Stapte mis | Misgestapt
|
MistastenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tastte mis, heeft misgetast) 1 verkeerd, ernaast tasten 2 een verkeerde keuze met vervelende gevolgen maken.
| Tastte mis | Misgetast
|
| Mistekenen | Mistekende | Mistekend
|
| Mistellen | Telde mis | Misgeteld
|
MistenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; mistte, heeft gemist) 1 mistig weer zijn.
| Mistte | Gemist
|
| Mistrouwen | Mistrouwde | Mistrouwd
|
| Misvallen | Misviel | Misvallen
|
MisvattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misvatte, heeft misvat) 1 verkeerd opvatten, begrijpen.
| Vatte mis | Misgevat
|
MisverstaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstond mis, heeft misverstaan) 1 verkeerd begrijpen.
| Verstond mis | Misverstaan
|
MisvormenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; misvormde, heeft misvormd; misvorming) 1 lelijk maken.
In Spaans overeenkomend met: Afear, Deformar, Desfigurar sVerdraaien Vervormen Verwringen | Misvormde | Misvormd
|
| Miswijzen | Wees mis | Misgewezen
|
MiszeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; miszegde/miszei, heeft miszegd) 1 (iets) ongepasts zeggen.
| Miszegde, Miszei | Miszegd
|
| Miszien | Miszag | Miszien
|
MiszittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 mankeren, niet in orde zijn 2 zich vergissen.
| Zat mis | Misgezeten
|
MitigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mitigeerde, heeft gemitigeerd; mitigatie) 1 verzachten, matigen, verlichten.
| Mitigeerde | Gemitigeerd
|
MitraillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mitrailleerde, heeft gemitrailleerd) 1 met mitrailleurs beschieten.
In Spaans overeenkomend met: Ametrallar
| Mitrailleerde | Gemitrailleerd
|
| Mitsen | Mitste | Gemitst
|
MixenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mixte, heeft gemixt; mixer, mixing) 1 (ingrediënten) mengen 2 (verschillende geluidsopnamen) op één geluidsband overbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Mezclar sMengen Temperen Vermengen Verwarren | Mixte | Gemixt
|
MobiliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mobiliseerde, heeft gemobiliseerd; mobilisatie) 1 (troepen, mankracht) inzetbaar maken, voor actie klaarmaken.
In Spaans overeenkomend met: Movilizar
| Mobiliseerde | Gemobiliseerd
|
ModderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; modderde, heeft gemodderd; modderaar) 1 prutsen.
In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear sBeunhazen Knoeien Verhaspelen Verknoeien Verprutsen | Modderde | Gemodderd
|
ModdervechtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 voor de show vechten in een bak met modder, ten overstaan van een publiek 2 (figuurlijk) elkaar over en weer belasteren en beschuldigen.
| |
|
ModellerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; modelleerde, heeft gemodelleerd) 1 op schaal navormen. (overgankelijk werkwoord; modelleerde, heeft gemodelleerd; modelleur) 1 boetseren, vormen, in model brengen.
In Spaans overeenkomend met: Hacer un modelo, Modelar sVormen | Modelleerde | Gemodelleerd
|
ModeltekenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 tekenen naar een voorbeeld.
| Tekende model | Modelgetekend
|
ModererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; modereerde, heeft gemodereerd; moderator, moderatie) 1 matigen.
| Modereerde | Gemodereerd
|
ModerniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; moderniseerde, heeft gemoderniseerd; modernisering) 1 naar de hedendaagse smaak, stijl of eisen inrichten.
In Spaans overeenkomend met: Modernizar Actualizar sActualiseren Actueel maken Bijwerken Updaten | Moderniseerde | Gemoderniseerd
|
ModificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; modificeerde, heeft gemodificeerd; modificatie/modificering) 1 wijzigen, aanpassen.
In Spaans overeenkomend met: Modificar sWijzigen | Modificeerde | Gemodificeerd
|
ModulerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; moduleerde, heeft gemoduleerd; modulator, modulatie) 1 (muziek) van de ene toonsoort naar de andere overgaan 2 de draaggolven van radio- en andere zenders in sterkte veranderen 3 ontwerpen volgens een modulus 4 met gepaste stembuiging uitspreken 5 een digitale bitstroom omzetten in een analoog signaal.
In Spaans overeenkomend met: Modular
| Moduleerde | Gemoduleerd
|
MoederenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; moederde, heeft gemoederd) 1 als een moeder zijn.
| Moederde | Gemoederd
|
| Moeien | Moeide | Gemoeid
|
MoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; moerde, heeft gemoerd) 1 (informeel) vernielen 2 jonge planten afleggen.
| Moerde | Gemoerd
|
MoetenALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (onovergankelijk werkwoord; moest, heeft gemoeten) 1 zich verplicht voelen te 2 noodzakelijk zijn 3 (in België) hoeven. (overgankelijk werkwoord; moest, heeft gemoeten) 1 (ook absoluut) willen 2 (in België) hoeven. (hulpwerkwoord) 1 aannemelijk zijn 2 (in België, niet algemeen) mogen.
In Spaans overeenkomend met: Deber, Tener que sBehoren Behoren te Dienen Horen Verplicht zijn om te | Moest | Gemoeten
|
MoffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; moffelde, heeft gemoffeld) 1 (metalen voorwerpen) lakken en in een moffel drogen waardoor een harde deklaag ontstaat 2 emailleren 3 wegmoffelen, doen verdwijnen.
| Moffelde | Gemoffeld
|
MogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mocht, heeft gemocht/gemogen/gemoogd) 1 vrijheid, toestemming hebben om 2 toegestaan zijn 3 er goed aan doen 4 reden hebben tot. (overgankelijk werkwoord; mocht, heeft gemocht/gemogen/gemoogd) 1 sympathie hebben voor, op prijs stellen 2 (in België) lusten. (hulpwerkwoord) 1 om iets als mogelijk voor te stellen 2 om iets als wenselijk voor te stellen.
In Spaans overeenkomend met: Poder Apreciar, Estimar sHechten aan Houden van Op prijs stellen Waarderen | Mocht | Gemogen
|
MoirerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; moireerde, heeft gemoireerd) 1 (weefsel) een gevlamd patroon geven.
In Spaans overeenkomend met: Dar aguas, Dar visos
| Moireerde | Gemoireerd
|
MokerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mokerde, heeft gemokerd) 1 met een moker slaan 2 zeer hard slaan.
| Mokerde | Gemokerd
|
| Mokkelen | Mokkelde | Gemokkeld
|
MokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mokte, heeft gemokt) 1 ontstemd zijn maar er niets over zeggen.
In Spaans overeenkomend met: Estar enfurruñado sEen lip trekken Pruilen | Mokte | Gemokt
|
MolesterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; molesteerde, heeft gemolesteerd; molestatie) 1 (een persoon) in elkaar slaan 2 (een zaak) kapotmaken.
| Molesteerde | Gemolesteerd
|
MollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; molde, heeft gemold) 1 (informeel) vernielen 2 (landbouw) (grond) gelijkmaken 3 (landbouw) (grond) door ploegen voorzien van drainagegangen.
| Molde | Gemold
|
MolmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; molmde, is gemolmd) 1 verrotten.
| Molmde | Gemolmd
|
MommelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mommelde, heeft gemommeld; mommelaar) 1 mummelen, mompelen.
| Mommelde | Gemommeld
|
| Mommen | Momde | Gemomd
|
MompelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; mompelde, heeft gemompeld) 1 binnensmonds, onverstaanbaar zeggen 2 fluisteren, terughoudend vertellen als gerucht.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar Musitar, Susurrar sBrommen Fluisteren Morren Mummelen Prevelen Ruisen | Mompelde | Gemompeld
|
| Monden | Mondde | Gemond
|
MonitorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; monitoorde, heeft gemonitoord; monitoring) 1 controleren, toezicht houden op.
| Monitorde | Gemonitord
|
MonkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; monkelde, heeft gemonkeld) 1 fijntjes lachen, uit genoegen of spot glimlachen of meesmuilen.
| Monkelde | Gemonkeld
|
| Monken | Monkte | Gemonkt
|
| Monoftongeren | Monoftongeerde | Gemonoftongeerd
|
MonopoliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; monopoliseerde, heeft gemonopoliseerd; monopolisering) 1 tot een monopolie maken.
In Spaans overeenkomend met: Monopolizar
| Monopoliseerde | Gemonopoliseerd
|
MonopoliënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; monopoliede, heeft gemonopolied) 1 een spelletje monopoly doen.
| Monopoliede | Gemonopolied
|
| Monopolyen | Monopolyde | Gemonopolyd
|
MonsterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; monsterde, heeft gemonsterd) 1 aanmonsteren. (overgankelijk werkwoord; monsterde, heeft gemonsterd) 1 (ook absoluut) (iem.) in dienst nemen 2 grondig onderzoeken.
In Spaans overeenkomend met: Tantear sOpnemen | Monsterde | Gemonsterd
|
MonterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; monteerde, heeft gemonteerd) 1 (een machine, meubelstuk, huis) uit de losse delen in elkaar zetten 2 (aan, in, op iets) bevestigen, aanbrengen als onderdeel 3 (een film, foto, stuk drukwerk) uit fragmenten in elkaar zetten.
In Spaans overeenkomend met: Montar sZetten | Monteerde | Gemonteerd
|
| Montignaccen | Montignacte | Gemontignact
|
| Mooipraten | |
|
MooizittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat mooi, heeft mooigezeten) 1 (van een hond of kat) op de achterpoten zitten met opgericht lijf.
| Zat mooi | Mooigezeten
|
MoordenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; moordde, heeft gemoord; moordenaar) 1 met opzet iem. om het leven brengen.
In Spaans overeenkomend met: Asesinar sVermoorden | Moordde | Gemoord
|
MopperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mopperde, heeft gemopperd; mopperaar) 1 ontevredenheid uiten.
In Spaans overeenkomend met: Refunfuñar, Rezongar sKankeren Morren Sputteren | Mopperde | Gemopperd
|
MoraliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; moraliseerde, heeft gemoraliseerd; moralisatie) 1 zedenkundige beschouwingen houden.
| Moraliseerde | Gemoraliseerd
|
MorrelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; morrelde, heeft gemorreld) 1 ondermijnen, verzwakken. (onovergankelijk werkwoord; morrelde, heeft gemorreld) 1 op de tast knoeien, rommelen.
| Morrelde | Gemorreld
|
MorrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; morde, heeft gemord) 1 mopperen als protest.
In Spaans overeenkomend met: Rezongar Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar sBrommen Kankeren Mompelen Mopperen Mummelen Ruisen Sputteren | Morde | Gemord
|
MorsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; morste, heeft gemorst) 1 (iets, vooral eten of drinken) per ongeluk laten vallen en daardoor iets bevuilen.
| Morste | Gemorst
|
MortelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mortelde, is gemorteld) 1 in gruis vallen. (overgankelijk werkwoord; mortelde, heeft gemorteld) 1 vergruizen.
| Mortelde | Gemorteld
|
| Morzelen | Morzelde | Gemorzeld
|
MotiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; motiveerde, heeft gemotiveerd; motivering) 1 van argumenten voorzien 2 enthousiast maken.
| Motiveerde | Gemotiveerd
|
MotoriserenIn Spaans overeenkomend met: Motorizar
| Motoriseerde | Gemotoriseerd
|
| Motorracen | |
|
| Motorren | Motorde | Gemotord
|
MotorrennenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 motorrace.
| |
|
| Motorrijden | |
|
MotregenenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; motregende, heeft gemotregend) 1 in fijne regen neervallen.
In Spaans overeenkomend met: Lloviznar
| Motregende | Gemotregend
|
MotsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; motste, heeft gemotst) 1 (paarden en honden) bij oren en/of staart knotten, couperen.
| Motste | Gemotst
|
MottenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; motte, heeft gemot) 1 (informeel) motregenen.
| Motte | Gemot
|
MountainbikenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; mountainbiker, mountainbiking) 1 op een mountainbike fietsen.
| Mountainbikete | Gemountainbiket
|
MousserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mousseerde, heeft gemousseerd) 1 (van wijn) schuimen, opbruisen door vrijkomend koolzuurgas.
| Mousseerde | Gemousseerd
|
MoutenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; moutte, heeft gemout) 1 bewerken tot mout.
| Moutte | Gemout
|
MovenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (informeel) weggaan.
| Movede | Gemoved
|
| Moveren | Moveerde | Gemoveerd
|
| Muffen | Mufte | Gemuft
|
MuggenziftenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; muggenziftte, heeft gemuggenzift; muggenzifter) 1 vitten op kleinigheden.
In Spaans overeenkomend met: Zaherir Criticar Disputar
| Muggenziftte | Gemuggenzift
|
| Muiken | Muikte | Gemuikt
|
| Muilbanden | Muilbandde | Gemuilband
|
MuilkorvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; muilkorfde, heeft gemuilkorfd) 1 een muilkorf aandoen 2 het zwijgen opleggen.
| Muilkorfde | Gemuilkorfd
|
MuitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; muitte, heeft gemuit; muiter) 1 (vooral van militairen en scheepsbemanning) oproer maken.
In Spaans overeenkomend met: Alzarse, Rebelarse, Resistirse, Sublevarse sIn opstand komen Rebelleren Verzetten|Zich verzetten Zich verzetten | Muitte | Gemuit
|
MuizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; muisde, heeft gemuisd) 1 stilletjes smullen 2 de computermuis hanteren .
| Muisde | Gemuisd
|
MultiplicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; multipliceerde, heeft gemultipliceerd; multiplicatie) 1 vermenigvuldigen.
In Spaans overeenkomend met: Multiplicar sVerveelvoudigen | Multipliceerde | Gemultipliceerd
|
MummelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mummelde, heeft gemummeld; mummelaar, mummeling) 1 (van bejaarden) mompelen 2 de kaken bewegen om te kauwen.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar sBrommen Mompelen Morren Ruisen | Mummelde | Gemummeld
|
MummificerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mummificeerde, is gemummificeerd; mummificatie) 1 tot mummie worden 2 (van weefsel) verdrogen en verschrompelen. (overgankelijk werkwoord; mummificeerde, heeft gemummificeerd) 1 tot mummie doen worden.
| Mummificeerde | Gemummificeerd
|
MuntenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; muntte, heeft gemunt; munter) 1 tot geld slaan.
| Muntte | Gemunt
|
MurmelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; murmelde, heeft gemurmeld; murmeling) 1 (van beekjes) zacht ruisen.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar Susurrar sKabbelen Klateren Ritselen Ruisen | Murmelde | Gemurmeld
|
MurmurerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; murmureerde, heeft gemurmureerd) 1 (archaïsch) mopperen.
| Murmureerde | Gemurmureerd
|
| Murwen | Murwde | Gemurwd
|
MusicerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; musiceerde, heeft gemusiceerd; musicus) 1 muziek maken.
| Musiceerde | Gemusiceerd
|
MuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; muteerde, heeft gemuteerd; mutatie) 1 (gegevens) veranderen.
| Muteerde | Gemuteerd
|
MutilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mutileerde, heeft gemutileerd; mutilatie) 1 verminken.
| Mutileerde | Gemutileerd
|
| Muurschilderen | |
|
MystificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mystificeerde, heeft gemystificeerd; mystificatie) 1 misleiden.
| Mystificeerde | Gemystificeerd
|
MythologiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mythologiseerde, heeft gemythologiseerd) 1 tot een mythe maken.
| Mythologiseerde | Gemythologiseerd
|
MêlerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mêleerde, heeft gemêleerd) 1 mengen.
| Mêleerde | Gemêleerd
|