Na-apenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; aapte na, heeft nageaapt; na-aper) 1 (pejoratief) nabootsen, imiteren.
| Aapte na | Nageaapt
|
Na-ijlenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ijlde na, heeft nageijld) 1 verward nagalmen.
| Ijlde na | Nageijld
|
NaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naaide, heeft genaaid; naaier) 1 (ook absoluut) met naald en draad vervaardigen, repareren of vasthechten 2 (ook absoluut) (vulgair) geslachtsgemeenschap hebben met (iem.) 3 (informeel) (iem.) bedriegen, benadelen.
In Spaans overeenkomend met: Coser
| Naaide | Genaaid
|
NaastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naastte, heeft genaast; naasting) 1 gebruikmaken van het recht om tegen een bepaalde vergoeding eigenaar te worden van.
| Naastte | Genaast
|
NababbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; babbelde na, heeft nagebabbeld) 1 na afloop van iets nog even napraten.
| Babbelde na | Nagebabbeld
|
NabauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bauwde na, heeft nagebauwd; nabauwer) 1 spottend de woorden herhalen van.
| Bauwde na | Nagebauwd
|
NabesprekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; besprak na, heeft nabesproken; nabespreking) 1 na afloop bespreken.
| Besprak na | Nabesproken
|
NabestellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bestelde na, heeft nabesteld; nabesteller, nabestelling) 1 (iets) bestellen juist zo en op dezelfde voorwaarden als reeds geleverd is.
| Bestelde na | Nabesteld
|
| Nabezorgen | Bezorgde na | Nabezorgd
|
| Nabijkomen | Kwam nabij | Nabijgekomen
|
| Nablaffen | Blafte na | Nageblaft
|
NablijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef na, is nagebleven; nablijver) 1 als straf na schooltijd op school blijven.
In Spaans overeenkomend met: Quedarse atrás, Tardar sAchterblijven | Bleef na | Nagebleven
|
NabloedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bloedde na, heeft nagebloed; nabloeding) 1 achteraf bloeden.
| Bloedde na | Nagebloed
|
NabloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bloeide na, heeft nagebloeid; nabloeier) 1 bloeien nadat de eigenlijke bloeitijd voorbij is.
| Bloeide na | Nagebloeid
|
NablussenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nablussing) 1 voortgaan met blussen na het bedwingen van de brand.
| Bluste na | Nageblust
|
NabootsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bootste na, heeft nagebootst; nabootser, nabootsing) 1 nadoen, namaken.
In Spaans overeenkomend met: Copiar Imitar Retratar sImiteren Kopiëren Nadoen Namaken Overschrijven | Bootste na | Nagebootst
|
NabordurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; borduurde na, heeft nageborduurd) 1 uitvoerige nabeschouwingen houden.
| Borduurde na | Nageborduurd
|
| Nabouwen | Bouwde na | Nagebouwd
|
NabrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brandde na, heeft nagebrand) 1 blijven branden nadat het vuur reeds gedoofd is.
| Brandde na | Nagebrand
|
| Nabrengen | Bracht na | Nagebracht
|
NacheckenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; checkte na, heeft nagecheckt) 1 (informeel) controleren.
| Checkte na | Nagecheckt
|
NachtbrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nachtbraakte, heeft genachtbraakt; nachtbraker) 1 tot laat in de nacht opblijven.
| Nachtbraakte | Genachtbraakt
|
NachtvliegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 vliegen bij duisternis, uitsluitend op de aanwijzingen van de instrumenten.
| |
|
NacijferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; cijferde na, heeft nagecijferd) 1 narekenen.
| Cijferde na | Nagecijferd
|
NadenkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dacht na, heeft nagedacht) 1 gericht denken.
In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar sBedenken Overdenken Wikken Zinnen Zinnen op | Dacht na | Nagedacht
|
NaderbijbrengenIn Spaans overeenkomend met: Avecinar
| Bracht naderbij | Naderbijgebracht
|
NaderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; naderde, heeft genaderd; nadering) 1 dichterbij komen.
In Spaans overeenkomend met: Acercarse, Aproximarse, Avecinarse sIn aantocht zijn | Naderde | Genaderd
|
NadoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed na, heeft nagedaan) 1 doen naar het voorbeeld van 2 (iem.) in stem of gebaren nabootsen.
In Spaans overeenkomend met: Imitar sImiteren Nabootsen | Deed na | Nagedaan
|
NadragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; droeg na, heeft nagedragen) 1 iem. (iets) voortdurend verwijten.
| Droeg na | Nagedragen
|
| Nadreunen | Dreunde na | Nagedreund
|
NadrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte na, heeft nagedrukt; nadrukker) 1 nog eens drukken, vooral als roofdruk.
| Drukte na | Nagedrukt
|
NadruppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; druppelde na, heeft nagedruppeld) 1 (van urine) na het urineren nog enige tijd druppelsgewijs naar buiten komen, bij mannen met een vergrote prostaat.
| Druppelde na | Nagedruppeld
|
| Naduiken | Dook na | Nagedoken
|
NafluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; floot na, heeft nagefloten) 1 (een liedje) fluitend nadoen 2 door fluiten gevoelens van bewondering of spot uiten tgov. (iem. die voorbij loopt).
| Floot na | Nagefloten
|
NagaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ging na, is nagegaan) 1 concluderen door een beredeneerd onderzoek 2 op systematische wijze controleren.
In Spaans overeenkomend met: Averiguar Comprobar Examinar, Explorar Considerar, Tomar en consideración sBeschouwen Controleren Exploreren Navragen Onderzoeken Overwegen Rekening houden met Te weten komen Uitvissen Uitvorsen Uitzoeken Verifiëren Verkennen Vorsen | Ging na | Nagegaan
|
NagalmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; galmde na, heeft nagegalmd) 1 echoën.
| Galmde na | Nagegalmd
|
NagapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaapte na, heeft nagegaapt) 1 (iem.) met open mond nastaren.
| Gaapte na | Nagegaapt
|
NagelbijtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; nagelbijter) 1 op de vingernagels bijten bij wijze van tic.
| |
|
NagelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nagelde, heeft genageld) 1 met spijkers of pinnen bevestigen.
In Spaans overeenkomend met: Clavetear sSpijkeren | Nagelde | Genageld
|
NagenietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; genoot na, heeft nagenoten) 1 blijven genieten van iets dat al voorbij is.
| Genoot na | Nagenoten
|
NagevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf na, heeft nagegeven) 1 eerlijkheidshalve erkennen tot verdienste van.
| Gaf na | Nagegeven
|
NagloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gloeide na, heeft nagegloeid) 1 nog even gloeien nadat de oorzaak ervan niet meer aanwezig is.
| Gloeide na | Nagegloeid
|
| Nagluren | Gluurde na | Nagegluurd
|
NahollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; holde na, is nagehold) 1 (iem.) achternahollen.
| Holde na | Nagehold
|
| Nahouden | Hield na | Nagehouden
|
NajagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; jaagde na/joeg na, heeft nagejaagd; najager) 1 vervolgen 2 jagen naar, proberen te verkrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear Acosar, Perseguir Cazar sAchtervolgen Ambiëren Aspireren Bejagen Dingen naar Jacht maken op Jagen Nastreven Streven naar Vervolgen Voortdrijven | Jaagde na, Joeg na | Nagejaagd
|
NajouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; jouwde na, heeft nagejouwd) 1 met gejouw naroepen.
| Jouwde na | Nagejouwd
|
NakaartenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kaartte na, heeft nagekaart) 1 blijven praten na het vertrek van anderen 2 terugkomen op een zaak die als afgedaan wordt beschouwd.
| Kaartte na | Nagekaart
|
NakauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kauwde na, heeft nagekauwd) 1 telkens weer praten over (iets dat gebeurd is).
| Kauwde na | Nagekauwd
|
NakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; naakte, is genaakt) 1 (archaïsch) naderen.
| Naakte | Genaakt
|
NakijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek na, heeft nagekeken) 1 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat) 2 (stukken, schriftelijk werk) corrigeren 3 controleren.
In Spaans overeenkomend met: Explorar Controlar, Examinar, Verificar Corregir Inspeccionar, Revisar sAflezen Controleren Checken Examineren Herzien Inspecteren Nauwkeurig onderzoeken Nazien Reviseren Surveilleren Toezien | Keek na | Nagekeken
|
NaklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonk na, heeft nageklonken) 1 weergalmen.
| Klonk na | Nageklonken
|
NakomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam na, is nagekomen; nakomer, nakoming) 1 later komen dan anderen. (overgankelijk werkwoord; kwam na, is nagekomen) 1 (iets) naleven, in acht nemen.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo Venir después sLater komen Naleven Uitvoeren Verrichten Vervullen Voltrekken | Kwam na | Nagekomen
|
NalatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet na, heeft nagelaten) 1 als erfenis achterlaten 2 als teken van werking, invloed achterlaten 3 (iets) niet doen 4 verzuimen.
In Spaans overeenkomend met: Dejar, Dejar en pos Desaprovechar sAchterlaten In de steek laten Legateren Uitlaten Verlaten Vermaken Verzaken Verzuimen Weglaten | Liet na | Nagelaten
|
NalevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leefde na, heeft nageleefd; naleving) 1 leven volgens, zich houden aan een verplichting enz.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo sNakomen Uitvoeren Verrichten Vervullen Voltrekken | Leefde na | Nageleefd
|
| Naleveren | Leverde na | Nageleverd
|
NalezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; las na, heeft nagelezen) 1 overlezen.
| Las na | Nagelezen
|
NalopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep na, heeft nagelopen) 1 (iem.) achternalopen. (overgankelijk werkwoord; liep na, heeft nagelopen; naloper) 1 controleren.
| Liep na | Nagelopen
|
NamakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte na, heeft nagemaakt; namaker, namaking) 1 maken naar een voorbeeld.
In Spaans overeenkomend met: Copiar Retratar sKopiëren Nabootsen Overschrijven | Maakte na | Nagemaakt
|
NametenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mat na, heeft nagemeten; nameter, nameting) 1 door meten controleren.
| Mat na | Nagemeten
|
| Naogen | Oogde na | Nageoogd
|
| Napeinzen | Peinsde na | Nagepeinsd
|
NapluizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ploos na, heeft nageplozen; napluizer) 1 tot in kleine details onderzoeken.
In Spaans overeenkomend met: Escarbar sUitvorsen | Ploos na | Nageplozen
|
NapratenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praatte na, heeft nagepraat; naprater) 1 na afloop van een bijeenkomst nog blijven praten. (overgankelijk werkwoord; praatte na, heeft nagepraat) 1 zeggen wat (iem.) eerder heeft gezegd.
| Praatte na | Nagepraat
|
NarcotiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; narcotiseerde, heeft genarcotiseerd; narcotiseur) 1 onder narcose brengen.
In Spaans overeenkomend met: Narcotizar sBedwelmen Verdoven Wegmaken | Narcotiseerde | Genarcotiseerd
|
| Nareizen | Reisde na | Nagereisd
|
NarekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekende na, heeft nagerekend; narekening) 1 (een berekening) controleren.
In Spaans overeenkomend met: Verificar la cuenta
| Rekende na | Nagerekend
|
| Narennen | Rende na | Nagerend
|
| Narijden | Reed na | Nagereden
|
NaroepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riep na, heeft nageroepen) 1 roepen tot iem. die weggaat 2 najouwen.
| Riep na | Nageroepen
|
| Narommelen | Rommelde na | Nagerommeld
|
NarrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; narde, heeft genard) 1 treiteren.
| Narde | Genard
|
NasalerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nasaleerde, heeft genasaleerd; nasalering) 1 (taalkunde) door de neus uitspreken.
| Nasaleerde | Genasaleerd
|
NaschilderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schilderde na, heeft nageschilderd; naschildering) 1 schilderen naar de werkelijkheid of naar een andere afbeelding.
| Schilderde na | Nageschilderd
|
NascholenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoolde na, heeft nageschoold; nascholing) 1 aanvullend beroepsonderwijs geven aan werkenden.
| Schoolde na | Nageschoold
|
| Naschreeuwen | Schreeuwde na | Nageschreeuwd
|
| Naschrijven | Schreef na | Nageschreven
|
NasjenALLE betekenissen van dit woord: zie ook nassen (onovergankelijk werkwoord; nasjte, heeft genasjt) 1 (informeel) eten, m.n. lekker eten.
| Nasjte | Genasjt
|
NaslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg na, heeft nageslagen) 1 bepaalde informatie zoeken in een naslagwerk.
| Sloeg na | Nageslagen
|
| Nasluipen | Sloop na | Nageslopen
|
| Nasnikken | Snikte na | Nagesnikt
|
NasnuffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snuffelde na, heeft nagesnuffeld) 1 nauwkeurig nagaan.
| Snuffelde na | Nagesnuffeld
|
NaspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde na, heeft nagespeeld) 1 spelend nadoen 2 (spel) (dezelfde kaartsoort) opnieuw uitspelen.
| Speelde na | Nagespeeld
|
NaspeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speurde na, heeft nagespeurd; naspeurder) 1 (een toedracht, een hoedanigheid) uitzoeken, nauwkeurig herleiden.
| Speurde na | Nagespeurd
|
NaspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoelde na, heeft nagespoeld; naspoeling) 1 af- of uitspoelen na een eerste reiniging.
| Spoelde na | Nagespoeld
|
NasporenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoorde na, heeft nagespoord; nasporing) 1 door onderzoek en overleg op het spoor komen van iets onbekends.
In Spaans overeenkomend met: Escrutar sDoorgronden Navorsen Onderzoeken | Spoorde na | Nagespoord
|
NassenALLE betekenissen van dit woord: zie ook nasjen (onovergankelijk werkwoord; naste, heeft genast) 1 (informeel) eten, m.n. lekker eten.
| Naste | Genast
|
NastarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; staarde na, heeft nagestaard) 1 met de ogen starend volgen.
| Staarde na | Nagestaard
|
NastrevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streefde na, heeft nagestreefd; nastreving) 1 (een doel) trachten te bereiken.
In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear sAmbiëren Aspireren Dingen naar Najagen Streven naar | Streefde na | Nagestreefd
|
| Nastromen | Stroomde na | Nagestroomd
|
NasturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuurde na, heeft nagestuurd) 1 nazenden.
In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir sNazenden | Stuurde na | Nagestuurd
|
| Nasukkelen | Sukkelde na | Nagesukkeld
|
NasynchroniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; synchroniseerde na, heeft nagesynchroniseerd; nasynchronisatie) 1 (een film) van stemmen in een andere taal voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Doblar
| Synchroniseerde na | Nagesynchroniseerd
|
NatafelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tafelde na, heeft nagetafeld) 1 aan tafel blijven praten nadat het eten reeds is afgelopen.
| Tafelde na | Nagetafeld
|
NatekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tekende na, heeft nagetekend; natekening) 1 tekenen zoals voorgedaan, naar een model.
| Tekende na | Nagetekend
|
NatellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; telde na, heeft nageteld) 1 tellen ter controle.
| Telde na | Nageteld
|
| Natgooien | Gooide nat | Natgegooid
|
NathoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield nat, heeft natgehouden) 1 in een natte toestand houden.
| Hield nat | Natgehouden
|
NationaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nationaliseerde, heeft genationaliseerd; nationalisatie/nationalisering) 1 (productiemiddelen en bedrijven) tot eigendom van de staat maken.
| Nationaliseerde | Genationaliseerd
|
NatmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte nat, heeft natgemaakt) 1 zo bewerken dat het nat wordt.
| Maakte nat | Natgemaakt
|
NatrappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trapte na, heeft nagetrapt) 1 een trap na geven.
| Trapte na | Nagetrapt
|
| Natregenen | Regende nat | Natgeregend
|
NatrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok na, heeft nagetrokken) 1 m.b.v. extra informatie controleren.
In Spaans overeenkomend met: Calcar sCalqueren Overtrekken Slaafs volgen | Trok na | Nagetrokken
|
| Natrillen | Trilde na | Nagetrild
|
NatspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot nat, heeft natgespoten) 1 door spuiten natmaken.
| Spoot nat | Natgespoten
|
| Natten | Natte | Genat
|
NaturaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naturaliseerde, heeft genaturaliseerd; naturalisatie) 1 (een vreemdeling) het staatsburgerschap verlenen.
In Spaans overeenkomend met: Naturalizar
| Naturaliseerde | Genaturaliseerd
|
| Naturen | Tuurde na | Nagetuurd
|
NavelstarenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; navelstaarder) 1 opgaan in ietwat wereldvreemde zelfbeschouwing, voortdurend over zichzelf nadenken.
| |
|
NavertellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertelde na, heeft naverteld) 1 opnieuw vertellen.
| Vertelde na | Naverteld
|
NavigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; navigeerde, heeft genavigeerd) 1 een schip, een vliegtuig vakkundig besturen 2 schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen 3 internetten.
In Spaans overeenkomend met: Navegar
| Navigeerde | Genavigeerd
|
NavloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloeide na, heeft nagevloeid; navloeiing) 1 blijven vloeien na een bevalling.
| Vloeide na | Nagevloeid
|
NavlooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlooide na, heeft nagevlooid) 1 uitpluizen.
| Vlooide na | Nagevlooid
|
NavoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voelde na, heeft nagevoeld) 1 (wat iem. anders voelt) eveneens voelen.
| Voelde na | Nagevoeld
|
NavolgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; volgde na, heeft nagevolgd; navolger, navolging) 1 handelen naar het voorbeeld van.
| Volgde na | Nagevolgd
|
NavorderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vorderde na, heeft nagevorderd; navordering) 1 later vorderen, eisen.
| Vorderde na | Nagevorderd
|
NavorsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vorste na, heeft nagevorst; navorser, navorsing) 1 naspeuren.
In Spaans overeenkomend met: Escrutar, Inquirir sDoorgronden Nasporen Onderzoeken Opsporen | Vorste na | Nagevorst
|
NavragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vraagde na/vroeg na, heeft nagevraagd) 1 vragen naar, onderzoeken.
In Spaans overeenkomend met: Averiguar sNagaan Onderzoeken Te weten komen Uitvissen Uitvorsen | Vroeg na | Nagevraagd
|
NavullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulde na, heeft nagevuld; navulling) 1 opnieuw vullen.
| Vulde na | Nagevuld
|
| Nawegen | Woog na | Nagewogen
|
NawerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte na, heeft nagewerkt; nawerking) 1 nog van invloed zijn na de eigenlijke werking 2 overwerk doen.
| Werkte na | Nagewerkt
|
| Nawerpen | Wierp na | Nageworpen
|
NawijzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wees na, heeft nagewezen) 1 wijzen naar iem. die voorbij of weggaat.
| Wees na | Nagewezen
|
| Nawroeten | Wroette na | Nagewroet
|
NawuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; woof na/wuifde na, heeft nagewoven/nagewuifd) 1 wuiven naar (iem. die weggaat).
| Wuifde na | Nagewuifd
|
| Nazakken | Zakte na | Nagezakt
|
NazeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zegde na/zei na, heeft nagezegd) 1 herhalen wat een ander gezegd heeft.
In Spaans overeenkomend met: Repetir Reiterar sDoornemen Herhalen | Zegde na, Zei na | Nagezegd
|
| Nazeilen | Zeilde na | Nagezeild
|
NazendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond na, heeft nagezonden; nazending) 1 zenden aan iem. die vertrokken is 2 in aanvulling op een eerdere zending zenden.
In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir sNasturen | Zond na | Nagezonden
|
| Nazetten | Zette na | Nagezet
|
NazienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zag na, heeft nagezien) 1 (iets) controleren 2 naslaan 3 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat).
In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar sHerzien Inspecteren Nakijken Reviseren | Zag na | Nagezien
|
NazinderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zinderde na, heeft nagezinderd) 1 (in België) natrillen 2 (in België) nawerken, in afgezwakte vorm doorwerken.
| Zinderde na | Nagezinderd
|
| Nazingen | Zong na | Nagezongen
|
NazittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zat na, heeft nagezeten) 1 (iem.) achtervolgen 2 dwingen tot grotere activiteit.
| Zat na | Nagezeten
|
NazoekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zocht na, heeft nagezocht; nazoeking) 1 uitzoeken 2 opzoeken.
| Zocht na | Nagezocht
|
NazwaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zwaaide na, heeft nagezwaaid) 1 nawuiven.
| Zwaaide na | Nagezwaaid
|
NederdalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daalde neder, is nedergedaald; nederdaling) 1 (archaïsch) neerdalen.
| Daalde neder | Nedergedaald
|
| Nederzetten | Zette neder | Nedergezet
|
| Neerbliksemen | Bliksemde neer | Neergebliksemd
|
NeerbuigenIn Spaans overeenkomend met: Agobiar sNeerdrukken | Boog neer | Neergebogen
|
NeerdalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daalde neer, is neergedaald) 1 dalen tot op de grond of tot op het wateroppervlak.
In Spaans overeenkomend met: Descender Desplomarse, Hundirse sAfdalen Dalen Naar beneden gaan Neerlaten|Zich neerlaten Uitstappen Zich neerlaten Zinken | Daalde neer | Neergedaald
|
| Neerdoen | Deed neer | Neergedaan
|
NeerdonderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderde neer, is neergedonderd) 1 (informeel) met geweld neervallen. (overgankelijk werkwoord; donderde neer, heeft neergedonderd) 1 met geweld naar beneden werpen.
| Donderde neer | Neergedonderd
|
NeerdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte neer, heeft neergedrukt; neerdrukking) 1 naar beneden drukken.
In Spaans overeenkomend met: Abatir, Agobiar, Deprimir, Desalentar sDeprimeren Neerbuigen Neerslachtig maken Terneerdrukken | Drukte neer | Neergedrukt
|
| Neerduwen | Duwde neer | Neergeduwd
|
NeerdwarrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwarrelde neer, is neergedwarreld) 1 dwarrelend neerkomen.
| Dwarrelde neer | Neergedwarreld
|
NeergaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging neer, is neergegaan) 1 omlaaggaan tot op de grond 2 onderuitgaan bij het boksen.
| Ging neer | Neergegaan
|
NeergooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide neer, heeft neergegooid) 1 naar beneden, op de grond gooien.
| Gooide neer | Neergegooid
|
NeerhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde neer, heeft neergehaald) 1 naar beneden trekken 2 (van gebouwen, muren) afbreken 3 onheus bekritiseren 4 (van boksers, voetballers e.d.) met geweld doen vallen.
In Spaans overeenkomend met: Demoler, Derribar, Desmoronar Derrumbar sAfbreken Doen ineenstorten Doen instorten Slopen | Haalde neer | Neergehaald
|
NeerhangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hing neer, heeft neergehangen) 1 omlaag hangen. (overgankelijk werkwoord; hing neer, heeft neergehangen) 1 ergens ophangen.
| Hing neer | Neergehangen
|
NeerhurkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hurkte neer, is neergehurkt) 1 op de hurken gaan zitten.
| Hurkte neer | Neergehurkt
|
NeerkijkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; keek neer, heeft neergekeken) 1 minachten, uit de hoogte doen tegen. (onovergankelijk werkwoord; keek neer, heeft neergekeken) 1 naar beneden kijken.
| Keek neer | Neergekeken
|
NeerkladdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kladde neer, heeft neergeklad) 1 haastig en slordig neerschrijven.
| Kladde neer | Neergeklad
|
| Neerklappen | Klapte neer | Neergeklapt
|
NeerkletterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kletterde neer, is neergekletterd) 1 kletterend neerkomen.
| Kletterde neer | Neergekletterd
|
| Neerklimmen | Klom neer | Neergeklommen
|
NeerknallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knalde neer, heeft neergeknald) 1 (informeel) neerschieten.
| Knalde neer | Neergeknald
|
NeerknielenIn Spaans overeenkomend met: Arrodillarse, Hincarse sKnielen | Knielde neer | Neergeknield
|
NeerkomenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kwam neer, is neergekomen) 1 treffen 2 betekenen, impliceren. (onovergankelijk werkwoord; kwam neer, is neergekomen) 1 uit de lucht omlaag komen.
| Kwam neer | Neergekomen
|
NeerkrabbelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; krabbelde neer, heeft neergekrabbeld) 1 haastig en slordig opschrijven.
| Krabbelde neer | Neergekrabbeld
|
NeerkwakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kwakte neer, heeft neergekwakt) 1 neersmijten 2 zonder enige zorg op papier zetten.
| Kwakte neer | Neergekwakt
|
NeerlatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet neer, heeft neergelaten; neerlating) 1 naar beneden laten, laten zakken.
In Spaans overeenkomend met: Bajar
| Liet neer | Neergelaten
|
NeerleggenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; legde neer, heeft neergelegd) 1 (wat onvermijdelijk is) aanvaarden. (overgankelijk werkwoord; legde neer, heeft neergelegd; neerlegging) 1 op iets leggen of plaatsen 2 afstand doen van (een functie) 3 doodschieten 4 (een bedrag) betalen 5 (juridisch) deponeren 6 vastleggen in een geschrift .
In Spaans overeenkomend met: Acostar Colocar, Poner sNeervlijen Verplaatsen Vlijen | Legde neer | Neergelegd
|
NeerliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag neer, heeft neergelegen) 1 ergens uitgestrekt liggen.
| Lag neer | Neergelegen
|
| Neerlopen | Liep neer | Neergelopen
|
NeerpennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pende neer, heeft neergepend) 1 haastig opschrijven.
| Pende neer | Neergepend
|
| Neerplenzen | Plensde neer | Neergeplensd
|
NeerploffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plofte neer, is neergeploft) 1 gaan zitten door zijn gewicht te laten vallen. (overgankelijk werkwoord; plofte neer, heeft neergeploft) 1 met een plof doen vallen 2 (scheikunde) precipiteren.
| Plofte neer | Neergeploft
|
NeerpotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pootte neer, heeft neergepoot) 1 (informeel) neerzetten.
| Pootte neer | Neergepoot
|
| Neerrollen | Rolde neer | Neergerold
|
NeersabelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sabelde neer, heeft neergesabeld) 1 door een slag met de sabel neerslaan 2 genadeloos neerhalen in een kritiek of recensie.
| Sabelde neer | Neergesabeld
|
NeerschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot neer, heeft neergeschoten) 1 met een schot verwonden of doden en doen vallen.
| Schoot neer | Neergeschoten
|
| Neerschijnen | Scheen neer | Neergeschenen
|
NeerschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schreef neer, heeft neergeschreven) 1 opschrijven.
In Spaans overeenkomend met: Escribir sUitschrijven | Schreef neer | Neergeschreven
|
| Neerschuiven | Schoof neer | Neergeschoven
|
NeersijpelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sijpelde neer, is neergesijpeld) 1 (van regen) sijpelend neerkomen.
| Sijpelde neer | Neergesijpeld
|
NeerslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg neer, is neergeslagen) 1 (scheikunde) zich afzetten als neerslag 2 (van vloeistoffen, gassen, weersverschijnselen) naar beneden komen. (overgankelijk werkwoord; sloeg neer, heeft neergeslagen) 1 naar beneden slaan 2 (iem.) slaan zodat hij valt 3 (scheikunde) doen afzetten als neerslag 4 (een opstand) met geweld onderdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Ahogar, Sofocar sOnderdrukken Smoren Verkroppen Verstikken | Sloeg neer | Neergeslagen
|
NeersmakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; smakte neer, is neergesmakt) 1 met een smak vallen. (overgankelijk werkwoord; smakte neer, heeft neergesmakt) 1 met een smak op de grond werpen.
| Smakte neer | Neergesmakt
|
NeersmijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeet neer, heeft neergesmeten) 1 op de grond smijten, naar beneden smijten.
| Smeet neer | Neergesmeten
|
NeerstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak neer, heeft neergestoken) 1 met een steek doden of verwonden.
| Stak neer | Neergestoken
|
NeerstortenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stortte neer, is neergestort) 1 met geweld vallen.
| Stortte neer | Neergestort
|
| Neerstoten | Stootte neer, Stiet neer | Neergestoten
|
NeerstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; streek neer, is neergestreken) 1 (van vogels) na een vlucht zich neerzetten 2 (van mensen) ergens voor kortere of langere tijd plaatsnemen of zich vestigen.
In Spaans overeenkomend met: Aterrizar sDalen Landen | Streek neer | Neergestreken
|
NeerstromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stroomde neer, is neergestroomd) 1 (van regen) in stromen neervallen.
| Stroomde neer | Neergestroomd
|
NeertellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; telde neer, heeft neergeteld) 1 (een bedrag) betalen.
In Spaans overeenkomend met: Contar, Enumerar sAftellen Tellen | Telde neer | Neergeteld
|
| Neertrappen | Trapte neer | Neergetrapt
|
NeertrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok neer, heeft neergetrokken) 1 omvertrekken.
| Trok neer | Neergetrokken
|
NeervallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel neer, is neergevallen) 1 naar beneden, op de grond vallen 2 neerknielen.
In Spaans overeenkomend met: Caer sAfvallen Vallen Verschieten | Viel neer | Neergevallen
|
| Neervellen | Velde neer | Neergeveld
|
NeervlijenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlijde neer, heeft neergevlijd) 1 in gemakkelijke houding, zachtjes neerleggen.
In Spaans overeenkomend met: Acostar sNeerleggen | Vlijde neer | Neergevlijd
|
NeerwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wierp neer, heeft neergeworpen) 1 naar beneden, op de grond werpen.
| Wierp neer | Neergeworpen
|
NeerzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte neer, is neergezakt) 1 naar beneden zakken, zich laten glijden.
In Spaans overeenkomend met: Desmoronarse sIneenstorten | Zakte neer | Neergezakt
|
NeerzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette neer, heeft neergezet) 1 plaatsen 2 (beeldende kunst) uitbeelden.
In Spaans overeenkomend met: Colocar Asentar, Sentar Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar Poner sDoen zitten Oprichten Opslaan Vestigen | Zette neer | Neergezet
|
NeerzienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zag neer, heeft neergezien) 1 minachten. (onovergankelijk werkwoord; zag neer, heeft neergezien) 1 van een hoger punt naar beneden kijken.
| Zag neer | Neergezien
|
NeerzijgenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeeg neer, is neergezegen) 1 (formeel) moeizaam naar beneden, op de grond zakken.
| Zeeg neer | Neergezegen
|
| Neerzinken | Zonk neer | Neergezonken
|
NeerzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat neer, heeft/is neergezeten) 1 (formeel) gaan zitten 2 (formeel) gezeten zijn, zitten.
| Zat neer | Neergezeten
|
NegerenIn de betekenis van: 1 doen alsof (iemand of iets) er niet is
In Spaans overeenkomend met: Ignorar, Saltarse ((),(Saltarse una ordenanza, Saltarse un semáforo)) No hacer caso, Pasar por alto sGeen aandacht schenken Onder tafel schuiven Passeren Wegcijferen | Negeerde | Genegeerd
|
NegerenIn de betekenis van: Pesten
In Spaans overeenkomend met: sGeen aandacht schenken Onder tafel schuiven Passeren Wegcijferen | Negerde | Genegerd
|
NegligerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; negligeerde, heeft genegligeerd) 1 verwaarlozen.
| Negligeerde | Genegligeerd
|
NegotiërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; negotieerde, heeft genegotieerd) 1 (formeel) handel drijven 2 (formeel) onderhandelen.
| Negotieerde | Genegotieerd
|
NeigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; neigde, heeft geneigd) 1 bereid zijn een mening, een gedachte te accepteren. (werkwoord; neigde, heeft geneigd) 1 tenderen naar. (overgankelijk werkwoord; neigde, heeft geneigd) 1 in schuine richting naar beneden buigen.
In Spaans overeenkomend met: Ladearse Inclinar sAfdwalen Buigen Doen overhellen Opzij gaan | Neigde | Geneigd
|
NekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nekte, heeft genekt) 1 funest zijn voor.
| Nekte | Genekt
|
NemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam, heeft genomen; nemer) 1 vastpakken 2 nuttigen, gebruiken 3 in genoemde toestand brengen 4 aanschaffen of zich verschaffen 5 aannemen, aanvaarden, accepteren 6 het genoemde doen 7 afnemen, wegnemen 8 gebruiken, zich bedienen van 9 op genoemde wijze opvatten .
In Spaans overeenkomend met: Coger Asir, Coger, Echar ((hapje, slok),(bocado, trago)), Echarse ((hap, slok),(bocado, trago)), Tomar sAanvatten Oprapen Pakken Vatten | Nam | Genomen
|
NeppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nepte, heeft genept; nepper) 1 (informeel) bedriegen, misleiden.
| Nepte | Genept
|
NestelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nestelde, heeft genesteld; nesteling) 1 zijn nest maken. (wederkerend werkwoord; nestelde zich, heeft zich genesteld) 1 plaatsnemen en het zich behaaglijk maken.
In Spaans overeenkomend met: Anidar
| Nestelde | Genesteld
|
| Netelen | Netelde | Geneteld
|
NetsurfenIn Spaans overeenkomend met: Navegar sSurfen Websurfen | Netsurfte | Genetsurft
|
| Netten | Nette | Genet
|
NetwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; netwerkte, heeft genetwerkt; netwerker) 1 mensen benaderen die nuttig kunnen zijn voor de eigen carrière.
| Netwerkte | Genetwerkt
|
NeukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; neukte, heeft geneukt) 1 (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben met (iem.).
In Spaans overeenkomend met: Follar
| Neukte | Geneukt
|
NeuriënALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; neuriede, heeft geneuried) 1 met gesloten mond halfluid zingen zonder woorden.
In Spaans overeenkomend met: Tararear
| Neuriede | Geneuried
|
NeurotiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; neurotiseerde, heeft geneurotiseerd; neurotisering) 1 neurotisch maken.
| Neurotiseerde | Geneurotiseerd
|
NeuspeuterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; neuspeuteraar) 1 in de neus peuteren.
In Spaans overeenkomend met: Hurgarse la nariz
| |
|
NeutraliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; neutraliseerde, heeft geneutraliseerd; neutralisatie/neutralisering) 1 werking of invloed tenietdoen van 2 (scheikunde) een zure of basische reactie stoppen door het toevoegen van een hoeveelheid base resp. zuur.
In Spaans overeenkomend met: Neutralizar
| Neutraliseerde | Geneutraliseerd
|
NeuzelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; neuzelde, heeft geneuzeld; neuzelaar) 1 zeuren, zaniken 2 onzin uitkramen 3 door de neus spreken.
| Neuzelde | Geneuzeld
|
NeuzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; neusde, heeft geneusd) 1 snuffelen, rondkijken.
| Neusde | Geneusd
|
NevelenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; nevelde, heeft geneveld) 1 misten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; nevelde, heeft geneveld) 1 (gewassen) met vloeibare bestrijdingsmiddelen bespuiten.
| Nevelde | Geneveld
|
NiesenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie niezen.
In Spaans overeenkomend met: Estornudar sNiezen Proesten | Nieste | Geniest
|
NietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; niette, heeft geniet) 1 met nietjes vastmaken.
| Niette | Geniet
|
| Nietsnutten | |
|
NiezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; niesde, heeft geniesd; niezer) 1 met kracht de lucht uit de neus stoten ten gevolge van een prikkeling van de slijmvliezen 2 (van een motor) een stotend geluid maken als de vlam terugslaat in de carburateur.
In Spaans overeenkomend met: Estornudar sNiesen Proesten | Niesde | Geniesd
|
NijdassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nijdaste, heeft genijdast) 1 iem. sarren.
| Nijdaste | Genijdast
|
NijgenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; neeg, heeft genegen) 1 buigen als groet.
In Spaans overeenkomend met: Inclinarse sBuigen Een buiging maken | Neeg | Genegen
|
NijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; neep, heeft genepen) 1 (vooral van benauwende omstandigheden) kwellen 2 (in België, niet algemeen) knellen.
In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar sKlemmen Knijpen | Neep | Genepen
|
| Nikken | Nikte | Genikt
|
NiksenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (informeel) luieren.
| Nikste | Genikst
|
NippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nipte, heeft genipt) 1 een klein slokje drinken.
| Nipte | Genipt
|
NitrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nitreerde, heeft genitreerd) 1 (scheikunde) nitrogroepen invoeren in een stof, gewoonlijk door behandeling met geconcentreerd salpeterzuur of met mengsels daarvan 2 (techniek) (staal) verhitten met droog ammoniakgas, waarbij aan het oppervlak ijzernitride wordt gevormd.
| Nitreerde | Genitreerd
|
NivellerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nivelleerde, heeft genivelleerd) 1 (ook absoluut) gelijktrekken, eenvormig maken 2 (grond) gelijkmaken.
| Nivelleerde | Genivelleerd
|
NiëllerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; niëlleerde, heeft geniëlleerd; niëllering) 1 niëllowerk maken.
| Niëlleerde | Geniëlleerd
|
NodenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; noodde, heeft genood) 1 verlokken tot. (overgankelijk werkwoord; noodde, heeft genood) 1 uitnodigen.
In Spaans overeenkomend met: Invitar sInviteren Uitnodigen Vragen | Noodde | Genood
|
NodigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nodigde, heeft genodigd) 1 (formeel) uitnodigen, verzoeken.
| Nodigde | Genodigd
|
NoemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd) 1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden 2 met het uitspreken van een naam vermelden 3 (in België) heten.
In Spaans overeenkomend met: Bautizar Citar, Referir Mencionar, Mentar Denominar Llamar, Nombrar sAanhalen Benoemen Citeren Een naam geven aan Gewag maken van Heten Melden Uitmaken voor Vermelden | Noemde | Genoemd
|
NokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (nokte, heeft/is genokt) (informeel) verdwijnen, weggaan 2 (nokte, heeft genokt) (informeel) ophouden, kappen.
| Nokte | Genokt
|
NominerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nomineerde, heeft genomineerd; nominatie) 1 kandidaat stellen.
| Nomineerde | Genomineerd
|
NoodzakenIn Spaans overeenkomend met: Forzar, Obligar sDwingen Verplichten | Noodzaakte | Genoodzaakt
|
| Noordelijken | Noordelijkte | Genoordelijkt
|
| Noordoosteren | Noordoosterde | Genoordoosterd
|
| Noordwesteren | Noordwesterde | Genoordwesterd
|
| Nopen | Noopte | Genoopt
|
| Noppen | Nopte | Genopt
|
NormaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; normaliseerde, heeft genormaliseerd; normalisatie) 1 standaardiseren, regelmatig maken 2 weer normaal maken.
| Normaliseerde | Genormaliseerd
|
NormerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; normeerde, heeft genormeerd; normering) 1 een norm vaststellen voor.
| Normeerde | Genormeerd
|
NoterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; noteerde, heeft genoteerd) 1 een prijs, koers bereiken. (overgankelijk werkwoord; noteerde, heeft genoteerd; notatie/notering) 1 opschrijven 2 (prijzen of koersen) bepalen, opgeven.
In Spaans overeenkomend met: Anotar, Apuntar, Notar sAantekenen Opschrijven Te boek stellen | Noteerde | Genoteerd
|
NotificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; notificeerde, heeft genotificeerd; notificatie) 1 bekendmaken 2 registreren als ontvangen stuk.
| Notificeerde | Genotificeerd
|
NotulerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; notuleerde, heeft genotuleerd) 1 een verslag maken van een vergadering.
In Spaans overeenkomend met: Multar sBekeuren Verbaliseren | Notuleerde | Genotuleerd
|
NuancerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nuanceerde, heeft genuanceerd; nuancering) 1 een nuance aanbrengen in.
In Spaans overeenkomend met: Matizar sSchakeren Tinten | Nuanceerde | Genuanceerd
|
NummerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nummerde, heeft genummerd; nummering) 1 (van militairen) zijn volgnummer afroepen. (overgankelijk werkwoord; nummerde, heeft genummerd) 1 van een nummer voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Numerar
| Nummerde | Genummerd
|
| Nutten | Nutte | Genut
|
NuttigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nuttigde, heeft genuttigd; nuttiging) 1 (formeel) (iets) eten.
In Spaans overeenkomend met: Comer Sumir ((hostie),(hostia)), Tomar sBikken Eten Gebruiken Vreten | Nuttigde | Genuttigd
|