Lijst van 11901 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       15 Nov 2011
Última Actualización: 15 Nov 2011

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
Na-apenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; aapte na, heeft nageaapt; na-aper)
1 (pejoratief) nabootsen, imiteren.

Aapte naNageaapt
Na-ijlenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ijlde na, heeft nageijld)
1 verward nagalmen.

Ijlde naNageijld
NaaienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; naaide, heeft genaaid; naaier)
1 (ook absoluut) met naald en draad vervaardigen, repareren of vasthechten
2 (ook absoluut) (vulgair) geslachtsgemeenschap hebben met (iem.)
3 (informeel) (iem.) bedriegen, benadelen.

In Spaans overeenkomend met: Coser
NaaideGenaaid
NaastenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; naastte, heeft genaast; naasting)
1 gebruikmaken van het recht om tegen een bepaalde vergoeding eigenaar te worden van.

NaastteGenaast
NababbelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; babbelde na, heeft nagebabbeld)
1 na afloop van iets nog even napraten.

Babbelde naNagebabbeld
NabauwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bauwde na, heeft nagebauwd; nabauwer)
1 spottend de woorden herhalen van.

Bauwde naNagebauwd
NabesprekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; besprak na, heeft nabesproken; nabespreking)
1 na afloop bespreken.

Besprak naNabesproken
NabestellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bestelde na, heeft nabesteld; nabesteller, nabestelling)
1 (iets) bestellen juist zo en op dezelfde voorwaarden als reeds geleverd is.

Bestelde naNabesteld
NabezorgenBezorgde naNabezorgd
NabijkomenKwam nabijNabijgekomen
NablaffenBlafte naNageblaft
NablijvenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; bleef na, is nagebleven; nablijver)
1 als straf na schooltijd op school blijven.

In Spaans overeenkomend met: Quedarse atrás, Tardar
  sAchterblijven
Bleef naNagebleven
NabloedenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; bloedde na, heeft nagebloed; nabloeding)
1 achteraf bloeden.

Bloedde naNagebloed
NabloeienALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; bloeide na, heeft nagebloeid; nabloeier)
1 bloeien nadat de eigenlijke bloeitijd voorbij is.

Bloeide naNagebloeid
NablussenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nablussing)
1 voortgaan met blussen na het bedwingen van de brand.

Bluste naNageblust
NabootsenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bootste na, heeft nagebootst; nabootser, nabootsing)
1 nadoen, namaken.

In Spaans overeenkomend met: Copiar
Imitar
Retratar
  sImiteren
Kopiëren
Nadoen
Namaken
Overschrijven
Bootste naNagebootst
NabordurenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; borduurde na, heeft nageborduurd)
1 uitvoerige nabeschouwingen houden.

Borduurde naNageborduurd
NabouwenBouwde naNagebouwd
NabrandenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; brandde na, heeft nagebrand)
1 blijven branden nadat het vuur reeds gedoofd is.

Brandde naNagebrand
NabrengenBracht naNagebracht
NacheckenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; checkte na, heeft nagecheckt)
1 (informeel) controleren.

Checkte naNagecheckt
NachtbrakenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nachtbraakte, heeft genachtbraakt; nachtbraker)
1 tot laat in de nacht opblijven.

NachtbraakteGenachtbraakt
NachtvliegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 vliegen bij duisternis, uitsluitend op de aanwijzingen van de instrumenten.

NacijferenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; cijferde na, heeft nagecijferd)
1 narekenen.

Cijferde naNagecijferd
NadenkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; dacht na, heeft nagedacht)
1 gericht denken.

In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar
  sBedenken
Overdenken
Wikken
Zinnen
Zinnen op
Dacht naNagedacht
NaderbijbrengenIn Spaans overeenkomend met: Avecinar
Bracht naderbijNaderbijgebracht
NaderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; naderde, heeft genaderd; nadering)
1 dichterbij komen.

In Spaans overeenkomend met: Acercarse, Aproximarse, Avecinarse
  sIn aantocht zijn
NaderdeGenaderd
NadoenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; deed na, heeft nagedaan)
1 doen naar het voorbeeld van
2 (iem.) in stem of gebaren nabootsen.

In Spaans overeenkomend met: Imitar
  sImiteren
Nabootsen
Deed naNagedaan
NadragenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; droeg na, heeft nagedragen)
1 iem. (iets) voortdurend verwijten.

Droeg naNagedragen
NadreunenDreunde naNagedreund
NadrukkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; drukte na, heeft nagedrukt; nadrukker)
1 nog eens drukken, vooral als roofdruk.

Drukte naNagedrukt
NadruppelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; druppelde na, heeft nagedruppeld)
1 (van urine) na het urineren nog enige tijd druppelsgewijs naar buiten komen, bij mannen met een vergrote prostaat.

Druppelde naNagedruppeld
NaduikenDook naNagedoken
NafluitenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; floot na, heeft nagefloten)
1 (een liedje) fluitend nadoen
2 door fluiten gevoelens van bewondering of spot uiten tgov. (iem. die voorbij loopt).

Floot naNagefloten
NagaanALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; ging na, is nagegaan)
1 concluderen door een beredeneerd onderzoek
2 op systematische wijze controleren.

In Spaans overeenkomend met: Averiguar
Comprobar
Examinar, Explorar
Considerar, Tomar en consideración
  sBeschouwen
Controleren
Exploreren
Navragen
Onderzoeken
Overwegen
Rekening houden met
Te weten komen
Uitvissen
Uitvorsen
Uitzoeken
Verifiëren
Verkennen
Vorsen
Ging naNagegaan
NagalmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; galmde na, heeft nagegalmd)
1 echoën.

Galmde naNagegalmd
NagapenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; gaapte na, heeft nagegaapt)
1 (iem.) met open mond nastaren.

Gaapte naNagegaapt
NagelbijtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; nagelbijter)
1 op de vingernagels bijten bij wijze van tic.

NagelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nagelde, heeft genageld)
1 met spijkers of pinnen bevestigen.

In Spaans overeenkomend met: Clavetear
  sSpijkeren
NageldeGenageld
NagenietenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; genoot na, heeft nagenoten)
1 blijven genieten van iets dat al voorbij is.

Genoot naNagenoten
NagevenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; gaf na, heeft nagegeven)
1 eerlijkheidshalve erkennen tot verdienste van.

Gaf naNagegeven
NagloeienALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; gloeide na, heeft nagegloeid)
1 nog even gloeien nadat de oorzaak ervan niet meer aanwezig is.

Gloeide naNagegloeid
NaglurenGluurde naNagegluurd
NahollenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; holde na, is nagehold)
1 (iem.) achternahollen.

Holde naNagehold
NahoudenHield naNagehouden
NajagenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; jaagde na/joeg na, heeft nagejaagd; najager)
1 vervolgen
2 jagen naar, proberen te verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear
Acosar, Perseguir
Cazar
  sAchtervolgen
Ambiëren
Aspireren
Bejagen
Dingen naar
Jacht maken op
Jagen
Nastreven
Streven naar
Vervolgen
Voortdrijven
Jaagde na, Joeg naNagejaagd
NajouwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; jouwde na, heeft nagejouwd)
1 met gejouw naroepen.

Jouwde naNagejouwd
NakaartenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kaartte na, heeft nagekaart)
1 blijven praten na het vertrek van anderen
2 terugkomen op een zaak die als afgedaan wordt beschouwd.

Kaartte naNagekaart
NakauwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; kauwde na, heeft nagekauwd)
1 telkens weer praten over (iets dat gebeurd is).

Kauwde naNagekauwd
NakenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; naakte, is genaakt)
1 (archaïsch) naderen.

NaakteGenaakt
NakijkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; keek na, heeft nagekeken)
1 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat)
2 (stukken, schriftelijk werk) corrigeren
3 controleren.

In Spaans overeenkomend met: Explorar
Controlar, Examinar, Verificar
Corregir
Inspeccionar, Revisar
  sAflezen
Controleren
Checken
Examineren
Herzien
Inspecteren
Nauwkeurig onderzoeken
Nazien
Reviseren
Surveilleren
Toezien
Keek naNagekeken
NaklinkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; klonk na, heeft nageklonken)
1 weergalmen.

Klonk naNageklonken
NakomenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kwam na, is nagekomen; nakomer, nakoming)
1 later komen dan anderen.
(overgankelijk werkwoord; kwam na, is nagekomen)
1 (iets) naleven, in acht nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
Venir después
  sLater komen
Naleven
Uitvoeren
Verrichten
Vervullen
Voltrekken
Kwam naNagekomen
NalatenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; liet na, heeft nagelaten)
1 als erfenis achterlaten
2 als teken van werking, invloed achterlaten
3 (iets) niet doen
4 verzuimen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar, Dejar en pos
Desaprovechar
  sAchterlaten
In de steek laten
Legateren
Uitlaten
Verlaten
Vermaken
Verzaken
Verzuimen
Weglaten
Liet naNagelaten
NalevenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; leefde na, heeft nageleefd; naleving)
1 leven volgens, zich houden aan een verplichting enz.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
  sNakomen
Uitvoeren
Verrichten
Vervullen
Voltrekken
Leefde naNageleefd
NaleverenLeverde naNageleverd
NalezenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; las na, heeft nagelezen)
1 overlezen.

Las naNagelezen
NalopenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; liep na, heeft nagelopen)
1 (iem.) achternalopen.
(overgankelijk werkwoord; liep na, heeft nagelopen; naloper)
1 controleren.

Liep naNagelopen
NamakenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; maakte na, heeft nagemaakt; namaker, namaking)
1 maken naar een voorbeeld.

In Spaans overeenkomend met: Copiar
Retratar
  sKopiëren
Nabootsen
Overschrijven
Maakte naNagemaakt
NametenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; mat na, heeft nagemeten; nameter, nameting)
1 door meten controleren.

Mat naNagemeten
NaogenOogde naNageoogd
NapeinzenPeinsde naNagepeinsd
NapluizenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; ploos na, heeft nageplozen; napluizer)
1 tot in kleine details onderzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Escarbar
  sUitvorsen
Ploos naNageplozen
NapratenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; praatte na, heeft nagepraat; naprater)
1 na afloop van een bijeenkomst nog blijven praten.
(overgankelijk werkwoord; praatte na, heeft nagepraat)
1 zeggen wat (iem.) eerder heeft gezegd.

Praatte naNagepraat
NarcotiserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; narcotiseerde, heeft genarcotiseerd; narcotiseur)
1 onder narcose brengen.

In Spaans overeenkomend met: Narcotizar
  sBedwelmen
Verdoven
Wegmaken
NarcotiseerdeGenarcotiseerd
NareizenReisde naNagereisd
NarekenenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; rekende na, heeft nagerekend; narekening)
1 (een berekening) controleren.

In Spaans overeenkomend met: Verificar la cuenta
Rekende naNagerekend
NarennenRende naNagerend
NarijdenReed naNagereden
NaroepenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; riep na, heeft nageroepen)
1 roepen tot iem. die weggaat
2 najouwen.

Riep naNageroepen
NarommelenRommelde naNagerommeld
NarrenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; narde, heeft genard)
1 treiteren.

NardeGenard
NasalerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nasaleerde, heeft genasaleerd; nasalering)
1 (taalkunde) door de neus uitspreken.

NasaleerdeGenasaleerd
NaschilderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schilderde na, heeft nageschilderd; naschildering)
1 schilderen naar de werkelijkheid of naar een andere afbeelding.

Schilderde naNageschilderd
NascholenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schoolde na, heeft nageschoold; nascholing)
1 aanvullend beroepsonderwijs geven aan werkenden.

Schoolde naNageschoold
NaschreeuwenSchreeuwde naNageschreeuwd
NaschrijvenSchreef naNageschreven
NasjenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook nassen (onovergankelijk werkwoord; nasjte, heeft genasjt)
1 (informeel) eten, m.n. lekker eten.

NasjteGenasjt
NaslaanALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; sloeg na, heeft nageslagen)
1 bepaalde informatie zoeken in een naslagwerk.

Sloeg naNageslagen
NasluipenSloop naNageslopen
NasnikkenSnikte naNagesnikt
NasnuffelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; snuffelde na, heeft nagesnuffeld)
1 nauwkeurig nagaan.

Snuffelde naNagesnuffeld
NaspelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; speelde na, heeft nagespeeld)
1 spelend nadoen
2 (spel) (dezelfde kaartsoort) opnieuw uitspelen.

Speelde naNagespeeld
NaspeurenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; speurde na, heeft nagespeurd; naspeurder)
1 (een toedracht, een hoedanigheid) uitzoeken, nauwkeurig herleiden.

Speurde naNagespeurd
NaspoelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; spoelde na, heeft nagespoeld; naspoeling)
1 af- of uitspoelen na een eerste reiniging.

Spoelde naNagespoeld
NasporenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; spoorde na, heeft nagespoord; nasporing)
1 door onderzoek en overleg op het spoor komen van iets onbekends.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar
  sDoorgronden
Navorsen
Onderzoeken
Spoorde naNagespoord
NassenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook nasjen (onovergankelijk werkwoord; naste, heeft genast)
1 (informeel) eten, m.n. lekker eten.

NasteGenast
NastarenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; staarde na, heeft nagestaard)
1 met de ogen starend volgen.

Staarde naNagestaard
NastrevenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; streefde na, heeft nagestreefd; nastreving)
1 (een doel) trachten te bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear
  sAmbiëren
Aspireren
Dingen naar
Najagen
Streven naar
Streefde naNagestreefd
NastromenStroomde naNagestroomd
NasturenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stuurde na, heeft nagestuurd)
1 nazenden.

In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir
  sNazenden
Stuurde naNagestuurd
NasukkelenSukkelde naNagesukkeld
NasynchroniserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; synchroniseerde na, heeft nagesynchroniseerd; nasynchronisatie)
1 (een film) van stemmen in een andere taal voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Doblar
Synchroniseerde naNagesynchroniseerd
NatafelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tafelde na, heeft nagetafeld)
1 aan tafel blijven praten nadat het eten reeds is afgelopen.

Tafelde naNagetafeld
NatekenenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tekende na, heeft nagetekend; natekening)
1 tekenen zoals voorgedaan, naar een model.

Tekende naNagetekend
NatellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; telde na, heeft nageteld)
1 tellen ter controle.

Telde naNageteld
NatgooienGooide natNatgegooid
NathoudenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; hield nat, heeft natgehouden)
1 in een natte toestand houden.

Hield natNatgehouden
NationaliserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nationaliseerde, heeft genationaliseerd; nationalisatie/nationalisering)
1 (productiemiddelen en bedrijven) tot eigendom van de staat maken.

NationaliseerdeGenationaliseerd
NatmakenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; maakte nat, heeft natgemaakt)
1 zo bewerken dat het nat wordt.

Maakte natNatgemaakt
NatrappenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trapte na, heeft nagetrapt)
1 een trap na geven.

Trapte naNagetrapt
NatregenenRegende natNatgeregend
NatrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; trok na, heeft nagetrokken)
1 m.b.v. extra informatie controleren.

In Spaans overeenkomend met: Calcar
  sCalqueren
Overtrekken
Slaafs volgen
Trok naNagetrokken
NatrillenTrilde naNagetrild
NatspuitenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; spoot nat, heeft natgespoten)
1 door spuiten natmaken.

Spoot natNatgespoten
NattenNatteGenat
NaturaliserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; naturaliseerde, heeft genaturaliseerd; naturalisatie)
1 (een vreemdeling) het staatsburgerschap verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Naturalizar
NaturaliseerdeGenaturaliseerd
NaturenTuurde naNagetuurd
NavelstarenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; navelstaarder)
1 opgaan in ietwat wereldvreemde zelfbeschouwing, voortdurend over zichzelf nadenken.

NavertellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vertelde na, heeft naverteld)
1 opnieuw vertellen.

Vertelde naNaverteld
NavigerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; navigeerde, heeft genavigeerd)
1 een schip, een vliegtuig vakkundig besturen
2 schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen
3 internetten.

In Spaans overeenkomend met: Navegar
NavigeerdeGenavigeerd
NavloeienALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vloeide na, heeft nagevloeid; navloeiing)
1 blijven vloeien na een bevalling.

Vloeide naNagevloeid
NavlooienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vlooide na, heeft nagevlooid)
1 uitpluizen.

Vlooide naNagevlooid
NavoelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; voelde na, heeft nagevoeld)
1 (wat iem. anders voelt) eveneens voelen.

Voelde naNagevoeld
NavolgenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; volgde na, heeft nagevolgd; navolger, navolging)
1 handelen naar het voorbeeld van.

Volgde naNagevolgd
NavorderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vorderde na, heeft nagevorderd; navordering)
1 later vorderen, eisen.

Vorderde naNagevorderd
NavorsenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vorste na, heeft nagevorst; navorser, navorsing)
1 naspeuren.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar, Inquirir
  sDoorgronden
Nasporen
Onderzoeken
Opsporen
Vorste naNagevorst
NavragenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vraagde na/vroeg na, heeft nagevraagd)
1 vragen naar, onderzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Averiguar
  sNagaan
Onderzoeken
Te weten komen
Uitvissen
Uitvorsen
Vroeg naNagevraagd
NavullenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vulde na, heeft nagevuld; navulling)
1 opnieuw vullen.

Vulde naNagevuld
NawegenWoog naNagewogen
NawerkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; werkte na, heeft nagewerkt; nawerking)
1 nog van invloed zijn na de eigenlijke werking
2 overwerk doen.

Werkte naNagewerkt
NawerpenWierp naNageworpen
NawijzenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wees na, heeft nagewezen)
1 wijzen naar iem. die voorbij of weggaat.

Wees naNagewezen
NawroetenWroette naNagewroet
NawuivenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; woof na/wuifde na, heeft nagewoven/nagewuifd)
1 wuiven naar (iem. die weggaat).

Wuifde naNagewuifd
NazakkenZakte naNagezakt
NazeggenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zegde na/zei na, heeft nagezegd)
1 herhalen wat een ander gezegd heeft.

In Spaans overeenkomend met: Repetir
Reiterar
  sDoornemen
Herhalen
Zegde na, Zei naNagezegd
NazeilenZeilde naNagezeild
NazendenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zond na, heeft nagezonden; nazending)
1 zenden aan iem. die vertrokken is
2 in aanvulling op een eerdere zending zenden.

In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir
  sNasturen
Zond naNagezonden
NazettenZette naNagezet
NazienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zag na, heeft nagezien)
1 (iets) controleren
2 naslaan
3 kijken naar (iem. die of iets dat weggaat).

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar
  sHerzien
Inspecteren
Nakijken
Reviseren
Zag naNagezien
NazinderenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zinderde na, heeft nagezinderd)
1 (in België) natrillen
2 (in België) nawerken, in afgezwakte vorm doorwerken.

Zinderde naNagezinderd
NazingenZong naNagezongen
NazittenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zat na, heeft nagezeten)
1 (iem.) achtervolgen
2 dwingen tot grotere activiteit.

Zat naNagezeten
NazoekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zocht na, heeft nagezocht; nazoeking)
1 uitzoeken
2 opzoeken.

Zocht naNagezocht
NazwaaienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zwaaide na, heeft nagezwaaid)
1 nawuiven.

Zwaaide naNagezwaaid
NederdalenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; daalde neder, is nedergedaald; nederdaling)
1 (archaïsch) neerdalen.

Daalde nederNedergedaald
NederzettenZette nederNedergezet
NeerbliksemenBliksemde neerNeergebliksemd
NeerbuigenIn Spaans overeenkomend met: Agobiar
  sNeerdrukken
Boog neerNeergebogen
NeerdalenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; daalde neer, is neergedaald)
1 dalen tot op de grond of tot op het wateroppervlak.

In Spaans overeenkomend met: Descender
Desplomarse, Hundirse
  sAfdalen
Dalen
Naar beneden gaan
Neerlaten|Zich neerlaten
Uitstappen
Zich neerlaten
Zinken
Daalde neerNeergedaald
NeerdoenDeed neerNeergedaan
NeerdonderenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; donderde neer, is neergedonderd)
1 (informeel) met geweld neervallen.
(overgankelijk werkwoord; donderde neer, heeft neergedonderd)
1 met geweld naar beneden werpen.

Donderde neerNeergedonderd
NeerdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; drukte neer, heeft neergedrukt; neerdrukking)
1 naar beneden drukken.

In Spaans overeenkomend met: Abatir, Agobiar, Deprimir, Desalentar
  sDeprimeren
Neerbuigen
Neerslachtig maken
Terneerdrukken
Drukte neerNeergedrukt
NeerduwenDuwde neerNeergeduwd
NeerdwarrelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; dwarrelde neer, is neergedwarreld)
1 dwarrelend neerkomen.

Dwarrelde neerNeergedwarreld
NeergaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ging neer, is neergegaan)
1 omlaaggaan tot op de grond
2 onderuitgaan bij het boksen.

Ging neerNeergegaan
NeergooienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; gooide neer, heeft neergegooid)
1 naar beneden, op de grond gooien.

Gooide neerNeergegooid
NeerhalenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; haalde neer, heeft neergehaald)
1 naar beneden trekken
2 (van gebouwen, muren) afbreken
3 onheus bekritiseren
4 (van boksers, voetballers e.d.) met geweld doen vallen.

In Spaans overeenkomend met: Demoler, Derribar, Desmoronar
Derrumbar
  sAfbreken
Doen ineenstorten
Doen instorten
Slopen
Haalde neerNeergehaald
NeerhangenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; hing neer, heeft neergehangen)
1 omlaag hangen.
(overgankelijk werkwoord; hing neer, heeft neergehangen)
1 ergens ophangen.

Hing neerNeergehangen
NeerhurkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; hurkte neer, is neergehurkt)
1 op de hurken gaan zitten.

Hurkte neerNeergehurkt
NeerkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek neer, heeft neergekeken)
1 minachten, uit de hoogte doen tegen.
(onovergankelijk werkwoord; keek neer, heeft neergekeken)
1 naar beneden kijken.

Keek neerNeergekeken
NeerkladdenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kladde neer, heeft neergeklad)
1 haastig en slordig neerschrijven.

Kladde neerNeergeklad
NeerklappenKlapte neerNeergeklapt
NeerkletterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kletterde neer, is neergekletterd)
1 kletterend neerkomen.

Kletterde neerNeergekletterd
NeerklimmenKlom neerNeergeklommen
NeerknallenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; knalde neer, heeft neergeknald)
1 (informeel) neerschieten.

Knalde neerNeergeknald
NeerknielenIn Spaans overeenkomend met: Arrodillarse, Hincarse
  sKnielen
Knielde neerNeergeknield
NeerkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam neer, is neergekomen)
1 treffen
2 betekenen, impliceren.
(onovergankelijk werkwoord; kwam neer, is neergekomen)
1 uit de lucht omlaag komen.

Kwam neerNeergekomen
NeerkrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; krabbelde neer, heeft neergekrabbeld)
1 haastig en slordig opschrijven.

Krabbelde neerNeergekrabbeld
NeerkwakkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kwakte neer, heeft neergekwakt)
1 neersmijten
2 zonder enige zorg op papier zetten.

Kwakte neerNeergekwakt
NeerlatenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; liet neer, heeft neergelaten; neerlating)
1 naar beneden laten, laten zakken.

In Spaans overeenkomend met: Bajar
Liet neerNeergelaten
NeerleggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; legde neer, heeft neergelegd)
1 (wat onvermijdelijk is) aanvaarden.
(overgankelijk werkwoord; legde neer, heeft neergelegd; neerlegging)
1 op iets leggen of plaatsen
2 afstand doen van (een functie)
3 doodschieten
4 (een bedrag) betalen
5 (juridisch) deponeren
6 vastleggen in een geschrift
.

In Spaans overeenkomend met: Acostar
Colocar, Poner
  sNeervlijen
Verplaatsen
Vlijen
Legde neerNeergelegd
NeerliggenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; lag neer, heeft neergelegen)
1 ergens uitgestrekt liggen.

Lag neerNeergelegen
NeerlopenLiep neerNeergelopen
NeerpennenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; pende neer, heeft neergepend)
1 haastig opschrijven.

Pende neerNeergepend
NeerplenzenPlensde neerNeergeplensd
NeerploffenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; plofte neer, is neergeploft)
1 gaan zitten door zijn gewicht te laten vallen.
(overgankelijk werkwoord; plofte neer, heeft neergeploft)
1 met een plof doen vallen
2 (scheikunde) precipiteren.

Plofte neerNeergeploft
NeerpotenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; pootte neer, heeft neergepoot)
1 (informeel) neerzetten.

Pootte neerNeergepoot
NeerrollenRolde neerNeergerold
NeersabelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; sabelde neer, heeft neergesabeld)
1 door een slag met de sabel neerslaan
2 genadeloos neerhalen in een kritiek of recensie.

Sabelde neerNeergesabeld
NeerschietenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schoot neer, heeft neergeschoten)
1 met een schot verwonden of doden en doen vallen.

Schoot neerNeergeschoten
NeerschijnenScheen neerNeergeschenen
NeerschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schreef neer, heeft neergeschreven)
1 opschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escribir
  sUitschrijven
Schreef neerNeergeschreven
NeerschuivenSchoof neerNeergeschoven
NeersijpelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sijpelde neer, is neergesijpeld)
1 (van regen) sijpelend neerkomen.

Sijpelde neerNeergesijpeld
NeerslaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sloeg neer, is neergeslagen)
1 (scheikunde) zich afzetten als neerslag
2 (van vloeistoffen, gassen, weersverschijnselen) naar beneden komen.
(overgankelijk werkwoord; sloeg neer, heeft neergeslagen)
1 naar beneden slaan
2 (iem.) slaan zodat hij valt
3 (scheikunde) doen afzetten als neerslag
4 (een opstand) met geweld onderdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Ahogar, Sofocar
  sOnderdrukken
Smoren
Verkroppen
Verstikken
Sloeg neerNeergeslagen
NeersmakkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; smakte neer, is neergesmakt)
1 met een smak vallen.
(overgankelijk werkwoord; smakte neer, heeft neergesmakt)
1 met een smak op de grond werpen.

Smakte neerNeergesmakt
NeersmijtenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; smeet neer, heeft neergesmeten)
1 op de grond smijten, naar beneden smijten.

Smeet neerNeergesmeten
NeerstekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stak neer, heeft neergestoken)
1 met een steek doden of verwonden.

Stak neerNeergestoken
NeerstortenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stortte neer, is neergestort)
1 met geweld vallen.

Stortte neerNeergestort
NeerstotenStootte neer, Stiet neerNeergestoten
NeerstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; streek neer, is neergestreken)
1 (van vogels) na een vlucht zich neerzetten
2 (van mensen) ergens voor kortere of langere tijd plaatsnemen of zich vestigen.

In Spaans overeenkomend met: Aterrizar
  sDalen
Landen
Streek neerNeergestreken
NeerstromenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stroomde neer, is neergestroomd)
1 (van regen) in stromen neervallen.

Stroomde neerNeergestroomd
NeertellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; telde neer, heeft neergeteld)
1 (een bedrag) betalen.

In Spaans overeenkomend met: Contar, Enumerar
  sAftellen
Tellen
Telde neerNeergeteld
NeertrappenTrapte neerNeergetrapt
NeertrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; trok neer, heeft neergetrokken)
1 omvertrekken.

Trok neerNeergetrokken
NeervallenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; viel neer, is neergevallen)
1 naar beneden, op de grond vallen
2 neerknielen.

In Spaans overeenkomend met: Caer
  sAfvallen
Vallen
Verschieten
Viel neerNeergevallen
NeervellenVelde neerNeergeveld
NeervlijenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vlijde neer, heeft neergevlijd)
1 in gemakkelijke houding, zachtjes neerleggen.

In Spaans overeenkomend met: Acostar
  sNeerleggen
Vlijde neerNeergevlijd
NeerwerpenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wierp neer, heeft neergeworpen)
1 naar beneden, op de grond werpen.

Wierp neerNeergeworpen
NeerzakkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zakte neer, is neergezakt)
1 naar beneden zakken, zich laten glijden.

In Spaans overeenkomend met: Desmoronarse
  sIneenstorten
Zakte neerNeergezakt
NeerzettenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zette neer, heeft neergezet)
1 plaatsen
2 (beeldende kunst) uitbeelden.

In Spaans overeenkomend met: Colocar
Asentar, Sentar
Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar
Poner
  sDoen zitten
Oprichten
Opslaan
Vestigen
Zette neerNeergezet
NeerzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag neer, heeft neergezien)
1 minachten.
(onovergankelijk werkwoord; zag neer, heeft neergezien)
1 van een hoger punt naar beneden kijken.

Zag neerNeergezien
NeerzijgenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zeeg neer, is neergezegen)
1 (formeel) moeizaam naar beneden, op de grond zakken.

Zeeg neerNeergezegen
NeerzinkenZonk neerNeergezonken
NeerzittenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zat neer, heeft/is neergezeten)
1 (formeel) gaan zitten
2 (formeel) gezeten zijn, zitten.

Zat neerNeergezeten
NegerenIn de betekenis van:
1 doen alsof (iemand of iets) er niet is

In Spaans overeenkomend met: Ignorar, Saltarse ((),(Saltarse una ordenanza, Saltarse un semáforo))
No hacer caso, Pasar por alto
  sGeen aandacht schenken
Onder tafel schuiven
Passeren
Wegcijferen
NegeerdeGenegeerd
NegerenIn de betekenis van: Pesten

In Spaans overeenkomend met:
  sGeen aandacht schenken
Onder tafel schuiven
Passeren
Wegcijferen
NegerdeGenegerd
NegligerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; negligeerde, heeft genegligeerd)
1 verwaarlozen.

NegligeerdeGenegligeerd
NegotiërenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; negotieerde, heeft genegotieerd)
1 (formeel) handel drijven
2 (formeel) onderhandelen.

NegotieerdeGenegotieerd
NeigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 bereid zijn een mening, een gedachte te accepteren.
(werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 tenderen naar.
(overgankelijk werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 in schuine richting naar beneden buigen.

In Spaans overeenkomend met: Ladearse
Inclinar
  sAfdwalen
Buigen
Doen overhellen
Opzij gaan
NeigdeGeneigd
NekkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nekte, heeft genekt)
1 funest zijn voor.

NekteGenekt
NemenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nam, heeft genomen; nemer)
1 vastpakken
2 nuttigen, gebruiken
3 in genoemde toestand brengen
4 aanschaffen of zich verschaffen
5 aannemen, aanvaarden, accepteren
6 het genoemde doen
7 afnemen, wegnemen
8 gebruiken, zich bedienen van
9 op genoemde wijze opvatten
.

In Spaans overeenkomend met: Coger
Asir, Coger, Echar ((hapje, slok),(bocado, trago)), Echarse ((hap, slok),(bocado, trago)), Tomar
  sAanvatten
Oprapen
Pakken
Vatten
NamGenomen
NeppenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nepte, heeft genept; nepper)
1 (informeel) bedriegen, misleiden.

NepteGenept
NestelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nestelde, heeft genesteld; nesteling)
1 zijn nest maken.
(wederkerend werkwoord; nestelde zich, heeft zich genesteld)
1 plaatsnemen en het zich behaaglijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Anidar
NesteldeGenesteld
NetelenNeteldeGeneteld
NetsurfenIn Spaans overeenkomend met: Navegar
  sSurfen
Websurfen
NetsurfteGenetsurft
NettenNetteGenet
NetwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; netwerkte, heeft genetwerkt; netwerker)
1 mensen benaderen die nuttig kunnen zijn voor de eigen carrière.

NetwerkteGenetwerkt
NeukenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; neukte, heeft geneukt)
1 (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben met (iem.).

In Spaans overeenkomend met: Follar
NeukteGeneukt
NeuriënALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; neuriede, heeft geneuried)
1 met gesloten mond halfluid zingen zonder woorden.

In Spaans overeenkomend met: Tararear
NeuriedeGeneuried
NeurotiserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; neurotiseerde, heeft geneurotiseerd; neurotisering)
1 neurotisch maken.

NeurotiseerdeGeneurotiseerd
NeuspeuterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; neuspeuteraar)
1 in de neus peuteren.

In Spaans overeenkomend met: Hurgarse la nariz
NeutraliserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; neutraliseerde, heeft geneutraliseerd; neutralisatie/neutralisering)
1 werking of invloed tenietdoen van
2 (scheikunde) een zure of basische reactie stoppen door het toevoegen van een hoeveelheid base resp. zuur.

In Spaans overeenkomend met: Neutralizar
NeutraliseerdeGeneutraliseerd
NeuzelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; neuzelde, heeft geneuzeld; neuzelaar)
1 zeuren, zaniken
2 onzin uitkramen
3 door de neus spreken.

NeuzeldeGeneuzeld
NeuzenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; neusde, heeft geneusd)
1 snuffelen, rondkijken.

NeusdeGeneusd
NevelenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; nevelde, heeft geneveld)
1 misten.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; nevelde, heeft geneveld)
1 (gewassen) met vloeibare bestrijdingsmiddelen bespuiten.

NeveldeGeneveld
NiesenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord) zie niezen.

In Spaans overeenkomend met: Estornudar
  sNiezen
Proesten
NiesteGeniest
NietenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; niette, heeft geniet)
1 met nietjes vastmaken.

NietteGeniet
Nietsnutten
NiezenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; niesde, heeft geniesd; niezer)
1 met kracht de lucht uit de neus stoten ten gevolge van een prikkeling van de slijmvliezen
2 (van een motor) een stotend geluid maken als de vlam terugslaat in de carburateur.

In Spaans overeenkomend met: Estornudar
  sNiesen
Proesten
NiesdeGeniesd
NijdassenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nijdaste, heeft genijdast)
1 iem. sarren.

NijdasteGenijdast
NijgenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; neeg, heeft genegen)
1 buigen als groet.

In Spaans overeenkomend met: Inclinarse
  sBuigen
Een buiging maken
NeegGenegen
NijpenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; neep, heeft genepen)
1 (vooral van benauwende omstandigheden) kwellen
2 (in België, niet algemeen) knellen.

In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar
  sKlemmen
Knijpen
NeepGenepen
NikkenNikteGenikt
NiksenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (informeel) luieren.

NiksteGenikst
NippenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nipte, heeft genipt)
1 een klein slokje drinken.

NipteGenipt
NitrerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nitreerde, heeft genitreerd)
1 (scheikunde) nitrogroepen invoeren in een stof, gewoonlijk door behandeling met geconcentreerd salpeterzuur of met mengsels daarvan
2 (techniek) (staal) verhitten met droog ammoniakgas, waarbij aan het oppervlak ijzernitride wordt gevormd.

NitreerdeGenitreerd
NivellerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nivelleerde, heeft genivelleerd)
1 (ook absoluut) gelijktrekken, eenvormig maken
2 (grond) gelijkmaken.

NivelleerdeGenivelleerd
NiëllerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; niëlleerde, heeft geniëlleerd; niëllering)
1 niëllowerk maken.

NiëlleerdeGeniëlleerd
NodenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; noodde, heeft genood)
1 verlokken tot.
(overgankelijk werkwoord; noodde, heeft genood)
1 uitnodigen.

In Spaans overeenkomend met: Invitar
  sInviteren
Uitnodigen
Vragen
NooddeGenood
NodigenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nodigde, heeft genodigd)
1 (formeel) uitnodigen, verzoeken.

NodigdeGenodigd
NoemenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.

In Spaans overeenkomend met: Bautizar
Citar, Referir
Mencionar, Mentar
Denominar
Llamar, Nombrar
  sAanhalen
Benoemen
Citeren
Een naam geven aan
Gewag maken van
Heten
Melden
Uitmaken voor
Vermelden
NoemdeGenoemd
NokkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (nokte, heeft/is genokt) (informeel) verdwijnen, weggaan
2 (nokte, heeft genokt) (informeel) ophouden, kappen.

NokteGenokt
NominerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nomineerde, heeft genomineerd; nominatie)
1 kandidaat stellen.

NomineerdeGenomineerd
NoodzakenIn Spaans overeenkomend met: Forzar, Obligar
  sDwingen
Verplichten
NoodzaakteGenoodzaakt
NoordelijkenNoordelijkteGenoordelijkt
NoordoosterenNoordoosterdeGenoordoosterd
NoordwesterenNoordwesterdeGenoordwesterd
NopenNoopteGenoopt
NoppenNopteGenopt
NormaliserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; normaliseerde, heeft genormaliseerd; normalisatie)
1 standaardiseren, regelmatig maken
2 weer normaal maken.

NormaliseerdeGenormaliseerd
NormerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; normeerde, heeft genormeerd; normering)
1 een norm vaststellen voor.

NormeerdeGenormeerd
NoterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; noteerde, heeft genoteerd)
1 een prijs, koers bereiken.
(overgankelijk werkwoord; noteerde, heeft genoteerd; notatie/notering)
1 opschrijven
2 (prijzen of koersen) bepalen, opgeven.

In Spaans overeenkomend met: Anotar, Apuntar, Notar
  sAantekenen
Opschrijven
Te boek stellen
NoteerdeGenoteerd
NotificerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; notificeerde, heeft genotificeerd; notificatie)
1 bekendmaken
2 registreren als ontvangen stuk.

NotificeerdeGenotificeerd
NotulerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; notuleerde, heeft genotuleerd)
1 een verslag maken van een vergadering.

In Spaans overeenkomend met: Multar
  sBekeuren
Verbaliseren
NotuleerdeGenotuleerd
NuancerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nuanceerde, heeft genuanceerd; nuancering)
1 een nuance aanbrengen in.

In Spaans overeenkomend met: Matizar
  sSchakeren
Tinten
NuanceerdeGenuanceerd
NummerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nummerde, heeft genummerd; nummering)
1 (van militairen) zijn volgnummer afroepen.
(overgankelijk werkwoord; nummerde, heeft genummerd)
1 van een nummer voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Numerar
NummerdeGenummerd
NuttenNutteGenut
NuttigenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nuttigde, heeft genuttigd; nuttiging)
1 (formeel) (iets) eten.

In Spaans overeenkomend met: Comer
Sumir ((hostie),(hostia)), Tomar
  sBikken
Eten
Gebruiken
Vreten
NuttigdeGenuttigd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->



boven