ObjectiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; objectiveerde, heeft geobjectiveerd; objectivering) 1 objectief voorstellen of beschouwen.
| Objectiveerde | Geobjectiveerd
|
ObsederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; obsedeerde, heeft geobsedeerd) 1 (van gewaarwordingen en gedachten) volledig in beslag nemen.
In Spaans overeenkomend met: Obsesionar sBeklemmen | Obsedeerde | Geobsedeerd
|
ObserverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; observeerde, heeft geobserveerd; observeerder, observering) 1 gadeslaan, waarnemen.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar sGadeslaan Toekijken Toezien Waarnemen | Observeerde | Geobserveerd
|
| Obstrueren | Obstrueerde | Geobstrueerd
|
OccuperenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd) 1 zich bezighouden. (onovergankelijk werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd; occupatie) 1 (juridisch) optreden. (overgankelijk werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd) 1 bezit nemen van, bezetten.
| Occupeerde | Geoccupeerd
|
OctrooierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; octrooieerde, heeft geoctrooieerd) 1 octrooi verlenen.
| Octrooieerde | Geoctrooieerd
|
OculerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; oculeerde, heeft geoculeerd; oculering/oculatie) 1 een stukje bast zonder hout met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere boom.
In Spaans overeenkomend met: Inocular sEnten Inenten | Oculeerde | Geoculeerd
|
| Odoriseren | Odoriseerde | Geodoriseerd
|
OefenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend) 1 (protestants) onderling godsdienstige bijeenkomsten houden. (overgankelijk werkwoord; oefende, heeft geoefend) 1 (ook absoluut) door geregelde herhaling bekwamen 2 (deugden en plichten) in praktijk brengen.
In Spaans overeenkomend met: Ejercitar Practicar sDrillen | Oefende | Geoefend
|
OfferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; offerde, heeft geofferd; offeraar, offering) 1 aan een godheid als offer opdragen 2 schenken, afstaan 3 (informeel) betalen 4 (een dam- of schaakstuk) bewust laten slaan om een gunstiger positie op het bord te verkrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Inmolar Ofrendar, Sacrificar sOpofferen Slachtofferen | Offerde | Geofferd
|
OfficialiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; officialiseerde, heeft geofficialiseerd) 1 (in België) officieel maken.
| Officialiseerde | Geofficialiseerd
|
OfficiërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; officieerde, heeft geofficieerd) 1 als priester dienstdoen.
In Spaans overeenkomend met: Oficiar sDe mis lezen Dienst doen | Officieerde | Geofficieerd
|
OffrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; offreerde, heeft geoffreerd) 1 aanbieden om te nuttigen.
| Offreerde | Geoffreerd
|
OgenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; oogde, heeft geoogd) 1 (archaïsch) aandachtig kijken naar. (werkwoord; oogde, heeft geoogd) 1 (archaïsch) streven naar. (onovergankelijk werkwoord; oogde, heeft geoogd) 1 eruitzien, lijken.
| Oogde | Geoogd
|
OhaënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ohade, heeft geohaad) 1 (eufemisme) ouwehoeren.
| Ohade | Geohaad
|
OliënALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; oliede, heeft geolied) 1 met olie insmeren.
In Spaans overeenkomend met: Aceitar sInoliën | Oliede | Geolied
|
OmarmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omarmde, heeft omarmd; omarming) 1 de armen heen slaan om 2 met graagte accepteren.
In Spaans overeenkomend met: Abrazar sOmhelzen Omvademen | Omarmde | Omarmd
|
| Omberen | Omberde | Geomberd
|
OmbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ombond, heeft ombonden) 1 om het lichaam of om een voorwerp binden.
| Bond om | Omgebonden
|
OmbladerenIn Spaans overeenkomend met: Hojear sBladeren Doorbladeren | Bladerde om | Omgebladerd
|
OmblazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blies om, heeft omgeblazen) 1 door blazen omverwerpen.
| Blies om | Omgeblazen
|
OmboekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boekte om, heeft omgeboekt; omboeker, omboeking) 1 (boekhouden) in een andere rekening, op een andere plaats boeken 2 (randen van leerwerk) omvouwen en vlak kloppen of pletten.
| Boekte om | Omgeboekt
|
omboordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omboordde, heeft omboord) 1 met een boord omsluiten.
sOmzomen Staan langs | Boordde om | Omgeboord
|
OmboordenIn de betekenis van: 1 met een boord omsluiten
In Spaans overeenkomend met: Orlar sOmzomen Staan langs | Omboordde | Omboord
|
OmbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bouwde om, heeft omgebouwd) 1 veranderen, verbouwen.
| Bouwde om | Omgebouwd
|
| Ombrassen | Braste om | Omgebrast
|
OmbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht om, heeft omgebracht; ombrenger, ombrenging) 1 vermoorden.
In Spaans overeenkomend met: Matar sDoden Doodmaken | Bracht om | Omgebracht
|
OmbuigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; boog om, is omgebogen; ombuiger, ombuiging) 1 een gebogen stand aannemen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; boog om, heeft omgebogen) 1 (de voorgenomen koers) wijzigen 2 verbuigen.
In Spaans overeenkomend met: Arquear, Doblar, Encorvar Doblarse, Doblegarse, Rebotar ((),(tr. Redoblar o volver la punta de una cosa aguda. Rebotar un clavo.)) sBuigen Buigen|Zich buigen Doorbuigen Krommen|Zich krommen Omklinken Zich buigen Zich krommen | Boog om | Omgebogen
|
OmcirkelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omcirkelde, heeft omcirkeld; omcirkeling) 1 met een cirkel omgeven.
| Omcirkelde | Omcirkeld
|
OmdijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omdijkte, heeft omdijkt; omdijking) 1 met een ringdijk omsluiten.
| Omdijkte | Omdijkt
|
OmdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed om, heeft omgedaan) 1 om het lichaam of een lichaamsdeel doen.
In Spaans overeenkomend met: Abrocharse
| Deed om | Omgedaan
|
OmdolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doolde om, heeft omgedoold; omdoling) 1 (formeel) rondzwerven.
| Doolde om | Omgedoold
|
OmdonderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderde om, is omgedonderd) 1 (informeel) omvallen. (overgankelijk werkwoord; donderde om, heeft omgedonderd) 1 omsmijten.
| Donderde om | Omgedonderd
|
OmdopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doopte om, heeft omgedoopt; omdoping) 1 een andere naam geven.
| Doopte om | Omgedoopt
|
OmdraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide om, is omgedraaid; omdraaiing) 1 een halve slag draaien. (overgankelijk werkwoord; draaide om, heeft omgedraaid) 1 een halve slag doen draaien 2 in het tegenovergestelde doen veranderen. (wederkerend werkwoord; draaide zich om, heeft zich omgedraaid) 1 (van mensen en dieren) een halve draai om zijn as maken.
In Spaans overeenkomend met: Dar la vuelta Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Retornar, Volverse sDraaien Keren Omkeren Omkeren|Zich omkeren Ronddraaien Wenden Wentelen Zich omkeren Zwenken | Draaide om | Omgedraaid
|
| Omdragen | Droeg om | Omgedragen
|
| Omdrentelen | Drentelde om | Omgedrenteld
|
| Omdrijven | Dreef om | Omgedreven
|
| Omduikelen | Duikelde om | Omgeduikeld
|
OmduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde om, heeft omgeduwd) 1 door duwen omgooien.
| Duwde om | Omgeduwd
|
OmdwalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwaalde om, heeft omgedwaald; omdwaling) 1 rondzwerven.
| Dwaalde om | Omgedwaald
|
| Omeggen | Egde om | Omgeëgd
|
OmflikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flikkerde om, is omgeflikkerd) 1 (informeel) omvallen. (overgankelijk werkwoord; flikkerde om, heeft omgeflikkerd) 1 (informeel) omgooien.
| Flikkerde om | Omgeflikkerd
|
OmfloersenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omfloerste, heeft omfloerst) 1 met een floers, sluier omgeven 2 verhullen, versluieren.
| Omfloerste | Omfloerst
|
OmgaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging om, is omgegaan) 1 veel contact hebben met (iem.), (iem.) vaak zien 2 (iets) hanteren. (onovergankelijk werkwoord; ging om, is omgegaan) 1 (van een tijdruimte) voorbijgaan 2 gebeuren 3 omvallen 4 van mening veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Comerciar, Tratarse Circundar, Rodear sRondgaan | Ging om | Omgegaan
|
OmgespenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gespte om, heeft omgegespt) 1 om het middel gespen.
| Gespte om | Omgegespt
|
OmgevenIn de betekenis van: 1 voorzien van iets dat omgeeft 2 zich bevinden rondom
In Spaans overeenkomend met: Rodear
| Omgaf | Omgeven
|
omgevenIn de betekenis van: Ronddelen
| Gaf om | Omgegeven
|
OmglurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gluurde om, heeft omgegluurd) 1 tersluiks omkijken.
| Gluurde om | Omgegluurd
|
OmgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide om, heeft omgegooid) 1 omver doen vallen 2 (het roer, het stuur) vlug omdraaien 3 (informeel) (een programma, plan e.d.) op het laatste moment totaal veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revés, Tumbar, Volcar sDoen vallen Kantelen Omkeren Omslaan Omvallen Omvergooien Ten val brengen | Gooide om | Omgegooid
|
omgordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omgordde, heeft omgord; omgording) 1 (het middel) bekleden met iets. (overgankelijk werkwoord; gordde om, heeft omgegord; omgording) 1 (kledingstukken en wapens) om het middel vastbinden.
| Gordde om | Omgegord
|
OmgordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omgordde, heeft omgord; omgording) 1 (het middel) bekleden met iets. (overgankelijk werkwoord; gordde om, heeft omgegord; omgording) 1 (kledingstukken en wapens) om het middel vastbinden.
| Omgordde | Omgord
|
| Omgraven | Groef om | Omgegraven
|
OmgrenzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omgrensde, heeft omgrensd; omgrenzing) 1 van alle kanten begrenzen.
| Omgrensde | Omgrensd
|
| Omhaken | Haakte om | Omgehaakt
|
OmhakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hakte om, heeft omgehakt) 1 door hakken doen omvallen.
In Spaans overeenkomend met: Apear, Talar sVellen | Hakte om | Omgehakt
|
OmhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde om, heeft omgehaald) 1 omver doen vallen 2 (voetbal) (de bal) over het eigen hoofd naar achteren schoppen 3 (in België) (geld) inzamelen.
In Spaans overeenkomend met: Escarbar sPoken in | Haalde om | Omgehaald
|
omhangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hing om, heeft omgehangen) 1 om het lichaam of een lichaamsdeel hangen. (overgankelijk werkwoord; omhing, heeft omhangen) 1 omgeven met iets dat hangt.
| Hing om | Omgehangen
|
OmhangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hing om, heeft omgehangen) 1 om het lichaam of een lichaamsdeel hangen. (overgankelijk werkwoord; omhing, heeft omhangen) 1 omgeven met iets dat hangt.
| Omhing | Omhangen
|
OmheinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omheinde, heeft omheind; omheining) 1 met een heining omgeven.
| Omheinde | Omheind
|
OmhelzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omhelsde, heeft omhelsd; omhelzing) 1 (iem.) enthousiast omarmen 2 (een leer, voorstel e.d.) omarmen, aannemen.
In Spaans overeenkomend met: Abrazar sOmarmen Omvademen | Omhelsde | Omhelsd
|
OmhoogdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreef omhoog, heeft omhooggedreven) 1 naar boven doen gaan.
| Dreef omhoog | Omhooggedreven
|
OmhoogduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde omhoog, heeft omhooggeduwd) 1 naar boven duwen.
| Duwde omhoog | Omhooggeduwd
|
OmhooggaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging omhoog, is omhooggegaan) 1 naar boven gaan.
| Ging omhoog | Omhooggegaan
|
OmhooghoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield omhoog, heeft omhooggehouden) 1 (iets) zó houden, dat het zich in de hoogte bevindt.
| Hield omhoog | Omhooggehouden
|
| Omhoogkijken | Keek omhoog | Omhooggekeken
|
OmhoogkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam omhoog, is omhooggekomen) 1 opkomen, omhoog komen 2 in de maatschappij vooruitkomen.
| Kwam omhoog | Omhooggekomen
|
OmhooglopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep omhoog, is omhooggelopen) 1 naar boven lopen 2 (scheepvaart) op een ondiepte vastraken.
| Liep omhoog | Omhooggelopen
|
OmhoogschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot omhoog, is omhooggeschoten) 1 snel groeien 2 snel naar boven gaan.
| Schoot omhoog | Omhooggeschoten
|
OmhoogslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg omhoog, heeft omhooggeslagen) 1 door slaan in de hoogte drijven.
| Sloeg omhoog | Omhooggeslagen
|
OmhoogstekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stak omhoog, heeft omhooggestoken) 1 zich recht in de hoogte uitstrekken. (overgankelijk werkwoord; stak omhoog, heeft omhooggestoken) 1 recht in de hoogte steken.
| Stak omhoog | Omhooggestoken
|
OmhoogtillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tilde omhoog, heeft omhooggetild) 1 in de hoogte tillen.
| Tilde omhoog | Omhooggetild
|
OmhoogtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok omhoog, heeft omhooggetrokken) 1 naar boven trekken.
In Spaans overeenkomend met: Alzar sBeuren Heffen Ophalen Oprichten Tillen Verheffen Verhogen | Trok omhoog | Omhooggetrokken
|
| Omhoogvallen | Viel omhoog | Omhooggevallen
|
OmhoogvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog omhoog, is omhooggevlogen) 1 naar boven vliegen 2 in de hoogte gedreven worden.
In Spaans overeenkomend met: Remontarse sOpstijgen | Vloog omhoog | Omhooggevlogen
|
OmhoogwerkenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; werkte zich omhoog, heeft zich omhooggewerkt) 1 geleidelijk een betere maatschappelijke positie bereiken, zich opwerken.
| Werkte omhoog | Omhooggewerkt
|
OmhoogzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat omhoog, heeft omhooggezeten) 1 (scheepvaart) op een ondiepte vastzitten 2 in moeilijkheden verkeren.
| Zat omhoog | Omhooggezeten
|
OmhouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; houwde om, heeft omgehouwd) 1 door houwen doen omvallen.
| Hieuw om | Omgehouwen
|
OmhullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omhulde, heeft omhuld; omhuller, omhulling) 1 aan alle kanten bedekken.
In Spaans overeenkomend met: Enrollar Encapotar sHullen Inwikkelen Toestoppen Verbergen Woelen | Omhulde | Omhuld
|
| Omkaden | Omkaadde | Omkaad
|
OmkaderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omkaderde, heeft omkaderd; omkadering) 1 in een kader plaatsen, omlijnen.
| Omkaderde | Omkaderd
|
OmkantelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kantelde om, is omgekanteld) 1 op een andere zijde vallen. (overgankelijk werkwoord; kantelde om, heeft omgekanteld) 1 omwentelen op een andere zijde.
| Kantelde om | Omgekanteld
|
| Omkanten | Kantte om | Omgekant
|
OmkappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kapte om, heeft omgekapt; omkapping) 1 omhakken.
| Kapte om | Omgekapt
|
OmkegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kegelde om, heeft omgekegeld) 1 (informeel) omgooien.
| Kegelde om | Omgekegeld
|
OmkeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keilde om, heeft omgekeild) 1 (informeel) omgooien.
| Keilde om | Omgekeild
|
OmkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keerde om, is omgekeerd; omkering) 1 omdraaien en terugkeren. (overgankelijk werkwoord; keerde om, heeft omgekeerd) 1 omdraaien: een halve slag doen draaien 2 omdraaien: in het tegenovergestelde doen veranderen. (wederkerend werkwoord; keerde zich om, heeft zich omgekeerd) 1 zich omdraaien.
In Spaans overeenkomend met: Subvertir Invertir Derribar, Poner al revés, Trastornar, Tumbar, Volcar Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Retornar, Volverse sDoen vallen Draaien Kantelen Keren Omdraaien Omgooien Omkeren|Zich omkeren Omslaan Omvallen Omvergooien Omverwerpen Omwerpen Ondersteboven keren Ronddraaien Ten val brengen Vernietigen Zich omkeren | Keerde om | Omgekeerd
|
OmkiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kiepte om, is omgekiept) 1 (informeel) omvallen. (overgankelijk werkwoord; kiepte om, heeft omgekiept) 1 omverwerpen, omgooien.
| Kiepte om | Omgekiept
|
| Omkieperen | Kieperde om | Omgekieperd
|
OmkijkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; keek om, heeft omgekeken) 1 aandacht besteden aan 2 zoeken naar. (onovergankelijk werkwoord; keek om, heeft omgekeken) 1 achterwaarts kijken.
| Keek om | Omgekeken
|
| Omkippen | Kipte om | Omgekipt
|
OmklappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klapte om, is omgeklapt) 1 als een klep omgeslagen worden. (overgankelijk werkwoord; klapte om, heeft omgeklapt) 1 als een klep doen omslaan.
| Klapte om | Omgeklapt
|
OmkledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omkleedde, heeft omkleed; omkleding) 1 omhullen. (wederkerend werkwoord; kleedde zich om, heeft zich omgekleed) 1 andere kleren aantrekken.
In Spaans overeenkomend met: Vestir sAankleden Kleden Staan | Omkleedde | Omkleed
|
OmklemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omklemde, heeft omklemd; omklemming) 1 stevig en vast omvatten.
| Omklemde | Omklemd
|
OmklinkenIn Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Redoblar o volver la punta de una cosa aguda. Rebotar un clavo.)) sOmbuigen | Klonk om | Omgeklonken
|
| Omkloppen | Klopte om | Omgeklopt
|
| Omknellen | Omknelde | Omkneld
|
OmknikkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knikkerde om, heeft omgeknikkerd) 1 (informeel) omgooien.
| Knikkerde om | Omgeknikkerd
|
OmkomenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kwam om, is omgekomen) 1 te veel hebben van. (onovergankelijk werkwoord; kwam om, is omgekomen) 1 door geweld of gebrek doodgaan 2 (van tijd) langzaam verstrijken.
In Spaans overeenkomend met: Sucumbir, Sucumbir a Pasar, Transcurrir Perecer sBezwijken Creperen Ondergaan Overgaan Sneuvelen Sterven Vergaan Verlopen Verongelukken Verstrijken | Kwam om | Omgekomen
|
OmkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht om, heeft omgekocht; omkoper, omkoping) 1 (iem.) met behulp van steekpenningen, geschenken e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Sobornar
| Kocht om | Omgekocht
|
OmkransenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omkranste, heeft omkranst; omkransing) 1 met een krans omgeven.
| Omkranste | Omkranst
|
| Omkrijgen | Kreeg om | Omgekregen
|
OmkruipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroop om, is omgekropen) 1 zeer traag verstrijken.
| Kroop om | Omgekropen
|
OmkrullenIn Spaans overeenkomend met: Respingar ((rand van een slecht gemaakt kledingstuk),(por estar mal hecha o mal colocada la prenda))
| Krulde om | Omgekruld
|
| Omkuieren | Kuierde om | Omgekuierd
|
OmkukelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kukelde om, is omgekukeld) 1 (informeel) omvallen.
| Kukelde om | Omgekukeld
|
OmkwakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwakte om, is omgekwakt) 1 omvallen en hard op de grond neerkomen. (overgankelijk werkwoord; kwakte om, heeft omgekwakt) 1 uit onbesuisdheid of moedwil omgooien.
| Kwakte om | Omgekwakt
|
OmlaaggaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging omlaag, is omlaaggegaan) 1 naar beneden gaan.
| Ging omlaag | Omlaaggegaan
|
OmlaaghalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde omlaag, heeft omlaaggehaald) 1 naar beneden, in de laagte halen 2 in waarde of aanzien doen dalen.
| Haalde omlaag | Omlaaggehaald
|
| Omladen | Laadde om | Omgeladen
|
omleggenIn de betekenis van: 1 om iets heen leggen 2 andersom, omgekeerd leggen 3 een ander verloop geven 4 (informeel) vermoorden
In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar sOmschakelen Overschakelen | Legde om | Omgelegd
|
OmleggenIn de betekenis van: Met iets rondom beleggen
sOmschakelen Overschakelen | Omlegde | Omlegd
|
OmleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde om, heeft omgeleid; omleiding) 1 langs een omweg leiden.
| Leidde om | Omgeleid
|
OmliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag om, heeft omgelegen) 1 neerliggen, na omgevallen te zijn.
| Lag om | Omgelegen
|
OmlijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omlijnde, heeft omlijnd; omlijning) 1 omcirkelen 2 (van ideeën, plannen e.d.) duidelijk vaststellen.
| Omlijnde | Omlijnd
|
| Omlijsten | Omlijstte | Omlijst
|
OmlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep om, is omgelopen) 1 via een omweg lopen 2 de hele kring om een middelpunt doorlopen. (overgankelijk werkwoord; liep om, heeft omgelopen) 1 omverlopen.
| Liep om | Omgelopen
|
OmmurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ommuurde, heeft ommuurd; ommuring) 1 met een muur omgeven.
| Ommuurde | Ommuurd
|
| Omnaaien | Naaide om | Omgenaaid
|
| Omnevelen | Omnevelde | Omneveld
|
OmnummerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nummerde om, heeft omgenummerd; omnummering) 1 volgens een ander systeem nummeren.
| Nummerde om | Omgenummerd
|
OmpakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte om, heeft omgepakt) 1 anders inpakken.
| Pakte om | Omgepakt
|
OmpalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ompaalde, heeft ompaald) 1 rondom met palen afzetten.
| Ompaalde | Ompaald
|
| Ompantseren | Ompantserde | Ompantserd
|
| Omplanten | Plantte om | Omgeplant
|
OmploegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ploegde om, heeft omgeploegd) 1 met de ploeg omwerken 2 onderploegen.
In Spaans overeenkomend met: Arar sBeploegen Ploegen | Ploegde om | Omgeploegd
|
OmplooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plooide om, heeft omgeplooid) 1 in plooien omvouwen.
| Plooide om | Omgeplooid
|
| Ompoten | Pootte om | Omgepoot
|
| Omprangen | Omprangde | Omprangd
|
OmpratenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; praatte om, heeft omgepraat) 1 door praten van mening doen veranderen.
| Praatte om | Omgepraat
|
OmprogrammerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; programmeerde om, heeft omgeprogrammeerd) 1 een andere programmering toepassen in.
| Programmeerde om | Omgeprogrammeerd
|
OmrandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omrandde, heeft omrand; omranding) 1 met een rand omgeven.
| Omrandde | Omrand
|
| Omranken | Omrankte | Omrankt
|
OmrasterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omrasterde, heeft omrasterd; omrastering) 1 met rasterwerk omheinen.
| Omrasterde | Omrasterd
|
OmreizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reisde om, heeft/is omgereisd) 1 langs een omweg reizen.
| Reisde om | Omgereisd
|
OmrekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekende om, heeft omgerekend; omrekening) 1 herberekenen in andere eenheden.
| Rekende om | Omgerekend
|
OmrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed om, heeft/is omgereden) 1 langs een omweg rijden. (overgankelijk werkwoord; reed om, heeft omgereden) 1 omverrijden.
In Spaans overeenkomend met: Dar un rodeo
| Reed om | Omgereden
|
OmringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; omringde, heeft omringd) 1 omgeven met. (overgankelijk werkwoord; omringde, heeft omringd; omringing) 1 aan alle kanten omgeven.
In Spaans overeenkomend met: Rodear
| Omringde | Omringd
|
OmroepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riep om, heeft omgeroepen; omroeper, omroeping) 1 uitzenden via radio of tv 2 door een omroepinstallatie oproepen 3 in het openbaar op de straat bekendmaken.
In Spaans overeenkomend met: Emitir, Radiar sRondsturen | Riep om | Omgeroepen
|
OmroerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roerde om, heeft omgeroerd) 1 roerend dooreen mengen.
In Spaans overeenkomend met: Revolver Arremolinarse, Batir sDoorroeren Roeren | Roerde om | Omgeroerd
|
OmrollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rolde om, is omgerold) 1 zich rollend bewegen, omwentelen 2 rollend omvallen. (overgankelijk werkwoord; rolde om, heeft omgerold) 1 door rollen omgooien 2 omwentelen.
| Rolde om | Omgerold
|
OmruilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ruilde om, heeft omgeruild; omruiling) 1 een ruil doen, met elkaar ruilen.
| Ruilde om | Omgeruild
|
OmrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rukte om, heeft omgerukt) 1 ruw omver trekken.
| Rukte om | Omgerukt
|
OmschakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schakelde om, heeft omgeschakeld; omschakeling) 1 door te schakelen van richting, werking enz. doen veranderen 2 aanpassen, veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar sOmleggen Overschakelen | Schakelde om | Omgeschakeld
|
| Omschansen | Omschanste | Omschanst
|
| Omschenken | Schonk om | Omgeschonken
|
OmscheppenIn de betekenis van: Overscheppen
| Schepte om | Omgeschept
|
OmscheppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schepte om, heeft omgeschept) 1 omroeren.
| Schiep om | Omgeschapen
|
OmschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot om, heeft omgeschoten) 1 omverschieten 2 (scheepvaart) (een touw) anders oprollen.
| Schoot om | Omgeschoten
|
OmscholenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoolde om, heeft omgeschoold; omscholing) 1 (iem.) opleiden voor een ander vak dan hij aanvankelijk geleerd heeft.
| Schoolde om | Omgeschoold
|
OmschoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schopte om, heeft omgeschopt) 1 omver schoppen.
| Schopte om | Omgeschopt
|
OmschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omschreef, heeft omschreven; omschrijving) 1 aanduiden, vaststellen met woorden.
In Spaans overeenkomend met: Definir sBepalen Definiëren | Omschreef | Omschreven
|
OmschuddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schudde om, heeft omgeschud) 1 door elkaar schudden.
| Schudde om | Omgeschud
|
OmsingelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omsingelde, heeft omsingeld; omsingeling) 1 aan alle kanten dicht omringen, met een vijandige bedoeling.
In Spaans overeenkomend met: Acordonar
| Omsingelde | Omsingeld
|
OmslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg om, is omgeslagen) 1 radicaal veranderen 2 kantelen, omvallen. (overgankelijk werkwoord; sloeg om, heeft omgeslagen) 1 (ook absoluut) (een draad) slaan of slingeren om de breinaald of haakpen, na die ingestoken te hebben in de reeds gemaakte steek 2 door slaan omgooien 3 omvouwen, ombuigen (een mouw, een pagina e.d.) 4 naar een bepaalde maatstaf verdelen 5 omdoen om hals of schouders .
In Spaans overeenkomend met: Volcar sKantelen Omgooien Omkeren Omvallen Omvergooien Ten val brengen | Sloeg om | Omgeslagen
|
| Omslepen | Sleepte om | Omgesleept
|
omslingerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slingerde om, heeft omgeslingerd; omslingering) 1 tegen het rafelen met een grote steek omnaaien. (overgankelijk werkwoord; omslingerde, heeft omslingerd; omslingering) 1 in slingers omgeven.
| Slingerde om | Omgeslingerd
|
OmslingerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slingerde om, heeft omgeslingerd; omslingering) 1 tegen het rafelen met een grote steek omnaaien. (overgankelijk werkwoord; omslingerde, heeft omslingerd; omslingering) 1 in slingers omgeven.
| Omslingerde | Omslingerd
|
OmsluierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omsluierde, heeft omsluierd; omsluiering) 1 aan het oog onttrekken 2 verhullen.
In Spaans overeenkomend met: Oscurecer, Velar sSluieren | Omsluierde | Omsluierd
|
OmsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omsloot, heeft omsloten; omsluiting) 1 aan alle kanten omringen 2 omvatten, bevatten.
In Spaans overeenkomend met: Ceñir
| Omsloot | Omsloten
|
| Omsmakken | Smakte om | Omgesmakt
|
OmsmedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeedde om, heeft omgesmeed; omsmeder, omsmeding) 1 in een andere vorm hersmeden 2 raffineren.
| Smeedde om | Omgesmeed
|
OmsmeltenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smolt om, heeft omgesmolten; omsmelting) 1 (iets) opnieuw smelten om het een andere vorm te geven.
| Smolt om | Omgesmolten
|
OmsmijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeet om, heeft omgesmeten) 1 met geweld omgooien.
| Smeet om | Omgesmeten
|
OmsnoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snoerde om, heeft omgesnoerd; omsnoering) 1 ombinden.
| Omsnoerde | Omsnoerd
|
omspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spande om, heeft omgespannen; omspanning) 1 (de trekpaarden) van plaats doen verwisselen. (overgankelijk werkwoord; omspande, heeft omspannen; omspanning) 1 in de greep van één of van beide handen omvatten 2 spannend omgeven 3 werkzaam zijn in (een bepaalde regio).
| Spande om | Omgespannen
|
OmspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spande om, heeft omgespannen; omspanning) 1 (de trekpaarden) van plaats doen verwisselen. (overgankelijk werkwoord; omspande, heeft omspannen; omspanning) 1 in de greep van één of van beide handen omvatten 2 spannend omgeven 3 werkzaam zijn in (een bepaalde regio).
| Omspande | Omspannen
|
OmspeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speldde om, heeft omgespeld) 1 door middel van spelden om iets bevestigen.
| Speldde om | Omgespeld
|
OmspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omspeelde, heeft omspeeld; omspeling) 1 (sport) een tegenstander al dribbelend passeren. (overgankelijk werkwoord; speelde om, heeft omgespeeld; omspeling) 1 (biljarten) (de speelbal) via twee of meer banden spelen alvorens deze tegen de derde bal caramboleert.
| Omspeelde | Omspeeld
|
OmspellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spelde om, heeft omgespeld) 1 omzetten naar een andere spelling.
| Spelde om | Omgespeld
|
| Omspinnen | Omspon | Omsponnen
|
OmspittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spitte om, heeft omgespit) 1 met een spade omkeren.
In Spaans overeenkomend met: Cavar sGraven Spitten Woelen | Spitte om | Omgespit
|
omspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoelde om, heeft omgespoeld; omspoeling) 1 door spoelen schoonmaken 2 (een film, geluidsband) andersom op een spoel winden. (overgankelijk werkwoord; omspoelde, heeft omspoeld; omspoeling) 1 rondom bespoelen.
| Spoelde om | Omgespoeld
|
OmspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoelde om, heeft omgespoeld; omspoeling) 1 door spoelen schoonmaken 2 (een film, geluidsband) andersom op een spoel winden. (overgankelijk werkwoord; omspoelde, heeft omspoeld; omspoeling) 1 rondom bespoelen.
| Omspoelde | Omspoeld
|
| Omspoken | Spookte om | Omgespookt
|
| Omspringen | Sprong om | Omgesprongen
|
| Omstaan | Stond om | Omgestaan
|
OmstikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omstikte, heeft omstikt; omstikking) 1 met een stiksel omgeven. (overgankelijk werkwoord; stikte om, heeft omgestikt; omstikking) 1 stikkend omnaaien.
| Omstikte | Omstikt
|
| Omstorten | Stortte om | Omgestort
|
OmstotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stiet om, heeft omgestoten) 1 door stoten omgooien.
| Stootte om, Stiet om | Omgestoten
|
OmstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omstraalde, heeft omstraald; omstraling) 1 met een krans van stralen omgeven.
| Omstraalde | Omstraald
|
OmstrengelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omstrengelde, heeft omstrengeld; omstrengeling) 1 strengelend omvatten 2 innig omhelzen.
| Omstrengelde | Omstrengeld
|
| Omstuiven | Stoof om | Omgestoven
|
| Omstulpen | Stulpte om | Omgestulpt
|
omstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omstuwde, heeft omstuwd; omstuwing) 1 in een dichte drom omgeven.
| Stuwde om | Omgestuwd
|
OmstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omstuwde, heeft omstuwd; omstuwing) 1 in een dichte drom omgeven.
| Omstuwde | Omstuwd
|
| Omsuizen | Omsuisde | Omsuisd
|
| Omtollen | Tolde om | Omgetold
|
OmtoverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; toverde om, heeft omgetoverd) 1 door toverkunst veranderen.
| Toverde om | Omgetoverd
|
OmtrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte om, heeft omgetrapt) 1 door trappen omgooien.
| Trapte om | Omgetrapt
|
omtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; omtrok, is omtrokken) 1 langs de omtrek van een bepaalde ruimte gaan. (overgankelijk werkwoord; omtrok, heeft omtrokken) 1 door trekken omgooien 2 lijnen trekken om.
| Trok om | Omgetrokken
|
OmtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; omtrok, is omtrokken) 1 langs de omtrek van een bepaalde ruimte gaan. (overgankelijk werkwoord; omtrok, heeft omtrokken) 1 door trekken omgooien 2 lijnen trekken om.
| Omtrok | Omtrokken
|
OmtuimelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tuimelde om, is omgetuimeld) 1 (informeel) omvallen.
| Tuimelde om | Omgetuimeld
|
| Omtuinen | Omtuinde | Omtuind
|
OmturnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; turnde om, heeft omgeturnd; omturning) 1 van mening of voornemen doen veranderen.
| Turnde om | Omgeturnd
|
OmvademenIn Spaans overeenkomend met: Abrazar sOmarmen Omhelzen | Omvademde | Omvademd
|
OmvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel om, is omgevallen) 1 vanuit stand in liggende positie vallen.
In Spaans overeenkomend met: Volcar sKantelen Omgooien Omkeren Omslaan Omvergooien Ten val brengen | Viel om | Omgevallen
|
| Omvamen | Omvaamde | Omvaamd
|
| Omvangen | Omving | Omvangen
|
OmvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer om, heeft/is omgevaren) 1 langs een omweg varen. (overgankelijk werkwoord; voer om, heeft omgevaren) 1 omver varen.
| Voer om | Omgevaren
|
OmvattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omvatte, heeft omvat; omvatting) 1 nauw omgeven 2 inhouden, behelzen.
In Spaans overeenkomend met: Abarcar, Caber, Incluir, Involucrar Comprender, Involucrar sBegrijpen Beseffen Bevatten Snappen Vatten Verstaan | Omvatte | Omvat
|
OmverblazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blies omver, heeft omvergeblazen) 1 door blazen laten omvallen.
| Blies omver | Omvergeblazen
|
OmverduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde omver, heeft omvergeduwd) 1 door duwen omgooien.
| Duwde omver | Omvergeduwd
|
OmvergooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide omver, heeft omvergegooid) 1 omgooien 2 tenietdoen.
In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revés, Tumbar, Volcar sDoen vallen Kantelen Omgooien Omkeren Omslaan Omvallen Ten val brengen | Gooide omver | Omvergegooid
|
OmverhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde omver, heeft omvergehaald) 1 omtrekken 2 overhoophalen 3 tenietdoen.
In Spaans overeenkomend met: Desquiciar sOndersteboven keren Ontwrichten | Haalde omver | Omvergehaald
|
OmverlopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liep omver, heeft omvergelopen) 1 omgooien door ertegenaan te lopen.
| Liep omver | Omvergelopen
|
| Omverlullen | Lulde omver | Omvergeluld
|
| Omverpraten | Praatte omver | Omvergepraat
|
OmverrennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rende omver, heeft omvergerend) 1 door hardlopen omgooien.
| Rende omver | Omvergerend
|
OmverrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reed omver, heeft omvergereden) 1 omgooien door ertegenaan te rijden.
| Reed omver | Omvergereden
|
OmverrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rukte omver, heeft omvergerukt) 1 met geweld en plotseling omtrekken.
| Rukte omver | Omvergerukt
|
OmverschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot omver, heeft omvergeschoten) 1 door schieten omgooien.
| Schoot omver | Omvergeschoten
|
OmverslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg omver, is omvergeslagen) 1 omslaan. (overgankelijk werkwoord; sloeg omver, heeft omvergeslagen) 1 met een slag om laten vallen.
| Sloeg omver | Omvergeslagen
|
OmvertrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok omver, heeft omvergetrokken) 1 omtrekken.
| Trok omver | Omvergetrokken
|
| Omvervallen | Viel omver | Omvergevallen
|
| Omverwaaien | Waaide omver | Omvergewaaid
|
OmverwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wierp omver, heeft omvergeworpen; omverwerping) 1 omgooien 2 te gronde richten 3 tenietdoen.
In Spaans overeenkomend met: Derrocar Subvertir Tirar sOmkeren Vernietigen | Wierp omver | Omvergeworpen
|
OmvlaggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlagde om, heeft omgevlagd) 1 (een schip) onder een andere vlag laten varen.
| Vlagde om | Omgevlagd
|
OmvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog om, is omgevlogen) 1 (van een tijdruimte) snel voorbijgaan.
| Vloog om | Omgevlogen
|
OmvormenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vormde om, heeft omgevormd; omvorming) 1 in een andere vorm brengen.
| Vormde om | Omgevormd
|
OmvouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vouwde om, heeft omgevouwen; omvouwing) 1 binnenste rand van iets naar buiten vouwen.
In Spaans overeenkomend met: Doblar, Plegar sPlooien Vouwen | Vouwde om | Omgevouwen
|
| Omvragen | Vraagde om, Vroeg om | Omgevraagd
|
| omwaaien | Waaide om, Woei om | Omgewaaid
|
| Omwaaien | Omwaaide, Omwoei | Omwaaid
|
OmwallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omwalde, heeft omwald; omwalling) 1 met een wal omringen.
| Omwalde | Omwald
|
| Omwalmen | Omwalmde | Omwalmd
|
| Omwandelen | Wandelde om | Omgewandeld
|
| Omwaren | Waarde om | Omgewaard
|
| Omwassen | Waste om | Omgewassen
|
OmweidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weidde om, heeft omgeweid) 1 (vee) in een ander weiland plaatsen.
| Omweidde | Omweid
|
OmwendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wendde om, heeft omgewend; omwending) 1 omdraaien.
| Wendde om | Omgewend
|
OmwentelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wentelde om, is omgewenteld; omwenteling) 1 om zijn as draaien. (overgankelijk werkwoord; wentelde om, heeft omgewenteld) 1 in de rondte draaien.
| Wentelde om | Omgewenteld
|
OmwerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; werkte om, heeft omgewerkt; omwerking) 1 opnieuw in een andere vorm bewerken 2 ploegend, spittend enz. keren.
| Werkte om | Omgewerkt
|
OmwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wierp om, heeft omgeworpen) 1 door een worp omgooien 2 (scheepvaart) veranderen van koers.
In Spaans overeenkomend met: Trastornar sOmkeren Ondersteboven keren | Wierp om | Omgeworpen
|
omwikkelen sBakeren Inbakeren Inzwachtelen | Wikkelde om | Omgewikkeld
|
OmwikkelenIn de betekenis van: Rondom inwikkelen
In Spaans overeenkomend met: Vendar sBakeren Inbakeren Inzwachtelen | Omwikkelde | Omwikkeld
|
omwindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omwond, heeft omwonden; omwinding) 1 omgeven met iets dat eromheen gewonden wordt.
| Wond om | Omgewonden
|
OmwindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omwond, heeft omwonden; omwinding) 1 omgeven met iets dat eromheen gewonden wordt.
| Omwond | Omwonden
|
| Omwippen | Wipte om | Omgewipt
|
OmwisselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wisselde om, heeft omgewisseld) 1 (ook absoluut) met elkaar van plaats wisselen 2 tegen elkaar ruilen.
In Spaans overeenkomend met: Turnar sAfwisselen Rouleren Verwisselen | Wisselde om | Omgewisseld
|
omwoelenIn de betekenis van: 1 (de grond) oppervlakkig omwerken 2 in wanorde brengen, door elkaar halen
| Woelde om | Omgewoeld
|
OmwoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; woelde om, heeft omgewoeld) 1 (de grond) oppervlakkig omwerken 2 in wanorde brengen, door elkaar halen.
| Omwoelde | Omwoeld
|
OmwolkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omwolkte, heeft omwolkt) 1 met wolken omsluiten.
| Omwolkte | Omwolkt
|
| Omwrikken | Wrikte om | Omgewrikt
|
| Omwringen | Wrong om | Omgewrongen
|
OmwroetenIn Spaans overeenkomend met: Escarbar
| Wroette om | Omgewroet
|
| Omzadelen | Zadelde om | Omgezadeld
|
OmzagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zaagde om, heeft omgezaagd) 1 door zagen doen omvallen.
| Zaagde om | Omgezaagd
|
| Omzakken | Omzakte | Omzakt
|
| Omzeggen | Zegde om, Zei om | Omgezegd
|
omzeilenIn de betekenis van: Langs een omweg zeilen
sOntwijken | Zeilde om | Omgezeild
|
OmzeilenIn de betekenis van: Behoedzaam ontwijken
In Spaans overeenkomend met: Esquivar sOntwijken | Omzeilde | Omzeild
|
omzettenIn de betekenis van: 1 van plaats laten verwisselen 2 in een andere stand brengen 3 verhandelen 4 veranderen 5 (muziek) overbrengen in een andere toonsoort
In Spaans overeenkomend met: Invertir Convertir, Transformar Trasladar sConverteren Overbrengen Overplaatsen Verleggen Verplaatsen | Zette om | Omgezet
|
OmzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette om, heeft omgezet; omzetter, omzetting) 1 van plaats laten verwisselen 2 in een andere stand brengen 3 verhandelen 4 veranderen 5 (muziek) overbrengen in een andere toonsoort.
In Spaans overeenkomend met: sConverteren Overbrengen Overplaatsen Verleggen Verplaatsen | Omzette | Omzet
|
OmzienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zag om, heeft omgezien) 1 aandacht besteden aan 2 uitkijken, zoeken naar. (onovergankelijk werkwoord; zag om, heeft omgezien) 1 omkijken.
| Zag om | Omgezien
|
| Omzitten | |
|
omzomenIn de betekenis van: Een zoom maken aan of om
In Spaans overeenkomend met: Ribetear sOmboorden Staan langs | Zoomde om | Omgezoomd
|
OmzomenIn de betekenis van: Met een rand omgeven
In Spaans overeenkomend met: Orlar sOmboorden Staan langs | Omzoomde | Omzoomd
|
OmzwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwaaide om, is omgezwaaid) 1 van standpunt veranderen 2 van studierichting veranderen.
| Zwaaide om | Omgezwaaid
|
OmzwachtelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omzwachtelde, heeft omzwachteld; omzwachteling) 1 met zwachtels omwikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Vendar sVerbinden Zwachtelen | Omzwachtelde | Omzwachteld
|
| Omzwalken | Zwalkte om | Omgezwalkt
|
| Omzwalpen | Zwalpte om | Omgezwalpt
|
| Omzwenken | Zwenkte om | Omgezwenkt
|
OmzwermenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; omzwermde, heeft omzwermd) 1 als een zwerm omgeven.
| Omzwermde | Omzwermd
|
| Omzwerven | Zwierf om | Omgezworven
|
| omzweven | Zweefde om | Omgezweefd
|
| Omzweven | Omzweefde | Omzweefd
|
OmzwiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwiepte om, is omgezwiept) 1 zwiepend omvallen.
| Omzwiepte | Omzwiept
|
| Omzwikken | Zwikte om | Omgezwikt
|
OnanerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; onaneerde, heeft geonaneerd; onanist, onanie) 1 (formeel) zich aftrekken.
| Onaneerde | Geonaneerd
|
OnderbelichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; belichtte onder, heeft onderbelicht; onderbelichting) 1 (fotografie) te kort belichten 2 te weinig aandacht besteden aan.
| Onderbelichtte | Onderbelicht
|
OnderbenuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; benutte onder, heeft onderbenut) 1 (productiemiddelen e.d.) niet geheel benutten.
| Onderbenutte | Onderbenut
|
OnderbetalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; onderbetaalde, heeft onderbetaald; onderbetaling) 1 te weinig betalen aan.
| Onderbetaalde | Onderbetaald
|
OnderbevrachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderbevrachtte, heeft onderbevracht; onderbevrachting) 1 (een deel van de bevrachting) uitbesteden.
| Onderbevrachtte | Onderbevracht
|
OnderbiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; onderbood, heeft onderboden) 1 lager bieden dan een ander 2 een lagere prijs vragen dan een ander.
| Bood onder | Onderboden
|
OnderbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bond onder, heeft ondergebonden) 1 (schaatsen) onder de voeten binden.
| Bond onder | Ondergebonden
|
| Onderblijven | Onderbleef | Onderbleven
|
OnderbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderbouwde, heeft onderbouwd; onderbouwing) 1 met argumenten ondersteunen.
| Onderbouwde | Onderbouwd
|
OnderbrekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderbrak, heeft onderbroken; onderbreking) 1 tijdelijk doen ophouden 2 afbreken, stoppen.
In Spaans overeenkomend met: Suspender Interrumpir sInterrumperen Schorsen | Onderbrak | Onderbroken
|
OnderbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht onder, heeft ondergebracht) 1 een onderkomen bezorgen 2 onder een zekere categorie brengen.
In Spaans overeenkomend met: Colocar sUitzetten | Bracht onder | Ondergebracht
|
| Onderdekken | Dekte onder | Ondergedekt
|
OnderdoenIn Spaans overeenkomend met: Sucumbir sBezwijken Onderwerpen|Zich onderwerpen Overweldigd worden Wijken Zich onderwerpen Zwichten | Deed onder | Ondergedaan
|
OnderdompelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dompelde onder, heeft ondergedompeld; onderdompeling) 1 geheel in een vloeistof dompelen.
In Spaans overeenkomend met: Sumergir, Zambullir
| Dompelde onder | Ondergedompeld
|
| Onderdoorspelen | Speelde onderdoor | Onderdoorgespeeld
|
onderdrukkenIn de betekenis van: Naar beneden duwen
In Spaans overeenkomend met: sBeteugelen Inhouden Matigen Neerslaan Opkroppen Smoren Verdringen Verdrukken Verkroppen Verstikken | Drukte onder | Ondergedrukt
|
OnderdrukkenIn de betekenis van: 1. met overmacht in bedwang, in een staat van afhankelijkheid houden => iemand eronder houden, iemand kunnen maken en breken, verdrukken 2. tegenhouden, bedwingen => beteugelen
In Spaans overeenkomend met: Reportar Oprimir, Reprimir Ahogar, Sofocar sBeteugelen Inhouden Matigen Neerslaan Opkroppen Smoren Verdringen Verdrukken Verkroppen Verstikken | Onderdrukte | Onderdrukt
|
OnderduikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dook onder, is ondergedoken; onderduiker, onderduiking) 1 zich schuil houden om zekere maatregelen te ontgaan 2 onder water duiken.
In Spaans overeenkomend met: Esconderse, Ocultarse Bucear, Inundar, Sumergirse, Sumirse sBegraven|Zich begraven Duiken Schuilhouden|Zich schuilhouden Verbergen|Zich verbergen Verscholen houden|Zich verscholen houden Verschuilen|Zich verschuilen Zich begraven Zich schuilhouden Zich verbergen Zich verscholen houden Zich verschuilen Zinken | Dook onder | Ondergedoken
|
OnderduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde onder, heeft ondergeduwd) 1 onder water duwen.
In Spaans overeenkomend met: Hundir
| Duwde onder | Ondergeduwd
|
| Ondereggen | Egde onder | Ondergeëgd
|
OndergaanIn de betekenis van: Doorstaan, verduren
In Spaans overeenkomend met: Perecer Padecer, Sufrir Vivir un hecho, Vivir un suceso sBeleven Creperen Doorleven Doormaken Doorstaan Dulden Lijden Lijden aan Omkomen Sneuvelen Uitstaan Velen Verdragen Vergaan Verongelukken | Onderging | Ondergaan
|
ondergaanIn de betekenis van: 1 onder de oppervlakte van iets verdwijnen 2 verwoest of vernietigd worden
In Spaans overeenkomend met: sBeleven Creperen Doorleven Doormaken Doorstaan Dulden Lijden Lijden aan Omkomen Sneuvelen Uitstaan Velen Verdragen Vergaan Verongelukken | Ging onder | Ondergegaan
|
| Ondergieten | Ondergoot | Ondergoten
|
| Ondergooien | Gooide onder | Ondergegooid
|
ondergravenIn de betekenis van: Onder de grond begraven
In Spaans overeenkomend met: Socavar Socavar sOndermijnen Uithollen | Groef onder | Ondergegraven
|
OndergravenIn de betekenis van: Ondermijnen
In Spaans overeenkomend met: Socavar Minar, Socavar sOndermijnen Uithollen | Ondergroef | Ondergraven
|
OnderhandelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; onderhandelde, heeft onderhandeld; onderhandelaar, onderhandeling) 1 proberen om met een ander tot overeenstemming te komen inzake een koop, geschil enz.
In Spaans overeenkomend met: Negociar
| Onderhandelde | Onderhandeld
|
OnderhoudenIn de betekenis van:
1 (iemand) toespreken 2 spreken met 3 in stand houden, laten voortduren 4 naleven, betrachten 5 (iets) in goede staat houden 6 aangenaam bezighouden 7 (iemand) financieel verzorgen
In Spaans overeenkomend met: Divertir, Entretener Mantener Conservar Sostener sAmuseren Behouden Bergen Bewaren Conserveren Dragen Ondersteunen Opvrolijken Overhouden Ruggensteunen Schoren Schragen Vermaken | Onderhield | Onderhouden
|
onderhoudenIn de betekenis van: Onder iets of onder zich houden
In Spaans overeenkomend met: sAmuseren Behouden Bergen Bewaren Conserveren Dragen Ondersteunen Opvrolijken Overhouden Ruggensteunen Schoren Schragen Vermaken | Hield onder | Ondergehouden
|
onderhurenIn de betekenis van: Huren van de huurder
In Spaans overeenkomend met: Subarrendar sOnderverhuren | Huurde onder | Ondergehuurd
|
OnderhurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; huurde onder, heeft ondergehuurd; onderhuurder) 1 huren van de huurder.
sOnderverhuren | Onderhuurde | Onderhuurd
|
OnderkennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderkende, heeft onderkend; onderkenner, onderkenning) 1 zich realiseren.
In Spaans overeenkomend met: Distinguir, Divisar Reconocer sBespeuren Erkennen Herkennen Onderscheid maken tussen Onderscheiden Opmerken | Onderkende | Onderkend
|
OnderkoelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; is onderkoeld) 1 (van levende wezens) te sterk afkoelen. (overgankelijk werkwoord; onderkoelde, heeft onderkoeld; onderkoeling) 1 afkoelen tot beneden het stolpunt.
| Onderkoelde | Onderkoeld
|
OnderkomenALLE betekenissen van dit woord: (het; onderkomens) 1 onderdak, huisvesting. (bijvoeglijk naamwoord) 1 (in België, niet algemeen) lichamelijk erg verzwakt. (onovergankelijk werkwoord; onderkwam, is onderkomen) 1 (in België) vervallen.
| Onderkwam | Onderkomen
|
| Onderkopen | Onderkocht | Onderkocht
|
| Onderkotsen | Kotste onder | Ondergekotst
|
OnderkruipenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; onderkroop, heeft onderkropen; onderkruiper) 1 (iem.) in zijn handel of bedrijf trachten te verdringen, bv. door lagere prijzen te vragen 2 werken tijdens een staking.
| Onderkroop | Onderkropen
|
OnderleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde onder, heeft ondergelegd) 1 (iem.) onder zich op de grond leggen bij een worsteling 2 (iets) zo plaatsen dat het onder iets anders komt te liggen.
| Onderlegde | Onderlegd
|
OnderliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag onder, heeft ondergelegen) 1 onder iem. liggen .
| Lag onder | Ondergelegen
|
OnderlijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderlijnde, heeft onderlijnd; onderlijning) 1 onderstrepen 2 beklemtonen.
| Onderlijnde | Onderlijnd
|
OnderlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep onder, is ondergelopen) 1 door water of een andere vloeistof overstroomd worden.
| Liep onder | Ondergelopen
|
| Ondermengen | Ondermengde | Ondermengd
|
OndermijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondermijnde, heeft ondermijnd; ondermijner, ondermijning) 1 (iemands positie, macht e.d.) verzwakken 2 met mijnen ondergraven.
In Spaans overeenkomend met: Minar Socavar, Zapar sLoopgraven maken Ondergraven Uithollen | Ondermijnde | Ondermijnd
|
OndernemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondernam, heeft ondernomen; ondernemer, onderneming) 1 op zich nemen, beginnen te doen 2 (economie) speculeren.
In Spaans overeenkomend met: Acometer una empresa, Emprender
| Ondernam | Ondernomen
|
| Onderploegen | Ploegde onder | Ondergeploegd
|
OnderrichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderrichtte, heeft onderricht) 1 (iem.) onderwijzen 2 voorlichten over een vaardigheid.
| Onderrichtte | Onderricht
|
OnderschattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschatte, heeft onderschat; onderschatting) 1 beneden de waarde schatten.
In Spaans overeenkomend met: Subestimar
| Onderschatte | Onderschat
|
OnderscheidenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 verschillend. (overgankelijk werkwoord; onderscheidde, heeft onderscheiden; onderscheiding) 1 als ongelijksoortig scheiden 2 onderkennen 3 (iem.) eren met een onderscheiding, een ridderorde. (wederkerend werkwoord; onderscheidde zich, heeft zich onderscheiden) 1 door eigen toedoen opvallen.
In Spaans overeenkomend met: Decorar Diferenciar, Discernir, Distinguir, Divisar sBespeuren Decoreren Differentiëren Onderkennen Onderscheid maken tussen Opmerken Verschil maken tussen Versieren | Onderscheidde | Onderscheiden
|
OnderscheppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschepte, heeft onderschept; onderschepper, onderschepping) 1 (iets) op zijn weg tegenhouden, onderweg opvangen.
| Onderschepte | Onderschept
|
OnderschikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschikte, heeft onderschikt; onderschikking) 1 ondergeschikt maken aan.
In Spaans overeenkomend met: Subordinar sOndergeschikt maken | Onderschikte | Onderschikt
|
OnderschorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschoorde, heeft onderschoord) 1 met een of meer schoren van onderen steunen.
| Onderschoorde | Onderschoord
|
OnderschragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschraagde, heeft onderschraagd) 1 steunen.
| Onderschraagde | Onderschraagd
|
OnderschrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschreed, heeft onderschreden) 1 minder geld uitgeven dan (wat is toegestaan).
| Onderschreed | Onderschreden
|
OnderschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderschreef, heeft onderschreven) 1 erkennen, goedvinden.
In Spaans overeenkomend met: Firmar, Suscribir sOndertekenen Tekenen | Onderschreef | Onderschreven
|
OnderschuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoof onder, heeft ondergeschoven) 1 ongemerkt in de plaats van het echte of ware stellen.
| Schoof onder | Ondergeschoven
|
OndersneeuwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sneeuwde onder, is ondergesneeuwd) 1 geheel met sneeuw overdekt worden 2 uit de belangstelling verdrongen worden.
| Sneeuwde onder | Ondergesneeuwd
|
OnderspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderspande, heeft onderspannen) 1 (wiskunde) (van een koorde) (de uiteinden van een cirkelboog) met elkaar verbinden.
| Onderspande | Onderspannen
|
OnderspittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spitte onder, heeft ondergespit) 1 met een spade onder de grond werken.
| Spitte onder | Ondergespit
|
OnderspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderspoelde, heeft onderspoeld) 1 door water ondermijnen.
| Onderspoelde | Onderspoeld
|
| Onderspuiten | Spoot onder | Ondergespoten
|
onderstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond onder, heeft ondergestaan) 1 onder water staan.
| Stond onder | Ondergestaan
|
OnderstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond onder, heeft ondergestaan) 1 onder water staan.
| Onderstond | Onderstaan
|
OnderstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; stak onder, heeft ondergestoken) 1 (speelkaarten) door steken heimelijk omruilen.
| Stak onder | Ondergestoken
|
OnderstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderstelde, heeft ondersteld; onderstelling) 1 veronderstellen.
In Spaans overeenkomend met: Suponer sAannemen Menen Stellen Vermoeden Veronderstellen | Onderstelde | Ondersteld
|
OndersteunenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondersteunde, heeft ondersteund; ondersteuner, ondersteuning) 1 stutten 2 (iem.) zo vasthouden dat hij niet kan vallen 3 helpen, bijstaan 4 steun geven aan, onderschrijven.
In Spaans overeenkomend met: Apoyar Sostener sDragen Onderhouden Ruggensteunen Rugsteunen Schoren Schragen Steunen Stutten | Ondersteunde | Ondersteund
|
OnderstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte onder, heeft ondergestopt) 1 toedekken.
| Stopte onder | Ondergestopt
|
OnderstrepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderstreepte, heeft onderstreept; onderstreping) 1 een streep zetten onder 2 beklemtonen.
In Spaans overeenkomend met: Subrayar
| Onderstreepte | Onderstreept
|
OnderstromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stroomde onder, is ondergestroomd; onderstroming) 1 door een stroom overdekt worden.
| Stroomde onder | Ondergestroomd
|
OnderstuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stoof onder, is ondergestoven) 1 onder stuifzand, stof bedolven worden.
| Onderstoof | Onderstoven
|
OnderstuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderstutte, heeft onderstut; onderstutter, onderstutting) 1 stutten 2 helpen, beschermen.
| Onderstutte | Onderstut
|
OndertekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ondertekende, heeft ondertekend; ondertekenaar, ondertekening) 1 met zijn handtekening bekrachtigen.
In Spaans overeenkomend met: Firmar, Suscribir sOnderschrijven Tekenen | Ondertekende | Ondertekend
|
OndertitelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ondertitelde, heeft ondertiteld) 1 van ondertitels voorzien.
| Ondertitelde | Ondertiteld
|
OndertrouwenIn Spaans overeenkomend met: Desposarse
| Ondertrouwde | Ondertrouwd
|
OndertunnelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondertunnelde, heeft ondertunneld; ondertunneling) 1 een tunnel aanleggen onder (een gebied).
| Ondertunnelde | Ondertunneld
|
OnderuitgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging onderuit, is onderuitgegaan) 1 (informeel) uitglijden 2 (informeel) falen.
| Ging onderuit | Onderuitgegaan
|
| Onderuitglijden | Gleed onderuit | Onderuitgegleden
|
OnderuithalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde onderuit, heeft onderuitgehaald; onderuithaler) 1 (iem.) laten struikelen 2 (iem.) met woorden een nederlaag toebrengen.
| Haalde onderuit | Onderuitgehaald
|
OnderuitzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte onderuit, is onderuitgezakt) 1 zeer gemakkelijk, half liggend gaan zitten.
| Zakte onderuit | Onderuitgezakt
|
OndervangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderving, heeft ondervangen; ondervanging) 1 de kracht of gelding van iets tenietdoen 2 tijdelijk onderstutten.
| Onderving | Ondervangen
|
OnderverdelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdeelde onder, heeft onderverdeeld; onderverdeling) 1 in delen splitsen.
| Onderverdeelde | Onderverdeeld
|
OnderverhurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderverhuurde, heeft onderverhuurd; onderverhuurder, onderverhuur) 1 (iets dat men zelf gehuurd heeft of een deel daarvan) aan een ander verhuren.
In Spaans overeenkomend met: Subarrendar sOnderhuren | Onderverhuurde | Onderverhuurd
|
OndervindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondervond, heeft ondervonden; ondervinding) 1 ervaren 2 verkrijgen, ontvangen.
In Spaans overeenkomend met: Sufrir Experimentar, Pasar la experiencia sBeleven Doormaken Ervaren | Ondervond | Ondervonden
|
| Ondervoeden | Ondervoedde | Ondervoed
|
OndervragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ondervraagde/ondervroeg, heeft ondervraagd) 1 een onderzoek, een verhoor doen ondergaan 2 (in België, niet algemeen) (iem.) overhoren of examineren.
In Spaans overeenkomend met: Interrogar Encuestar
| Ondervraagde, Ondervroeg | Ondervraagd
|
OnderwaarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderwaardeerde, heeft ondergewaardeerd; onderwaardering) 1 te laag waarderen, onderschatten.
| Onderwaardeerde | Ondergewaardeerd
|
| Onderwerken | Werkte onder | Ondergewerkt
|
OnderwerpenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; onderwierp, heeft onderworpen) 1 een behandeling doen ondergaan. (overgankelijk werkwoord; onderwierp, heeft onderworpen) 1 onder zijn gezag brengen. (wederkerend werkwoord; onderwierp zich, heeft zich onderworpen) 1 erkennen dat iem., iets de overmacht heeft.
In Spaans overeenkomend met: Allanar, Someter sKnechten Pacificeren | Onderwierp | Onderworpen
|
OnderwijzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderwees, heeft onderwezen; onderwijzer, onderwijzing) 1 kennis, begrip of vaardigheid overbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Educar niños, Hacer de ayo Enseñar sLeren Opvoeden | Onderwees | Onderwezen
|
| Onderwinden | Wond onder | Ondergewonden
|
OnderzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette onder, heeft ondergezet; onderzetting) 1 laten onderlopen met water. (overgankelijk werkwoord; onderzette, heeft onderzet; onderzetting) 1 (juridisch) met hypotheek bezwaren.
| Zette onder | Ondergezet
|
| Onderzinken | Onderzonk | Onderzonken
|
OnderzoekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onderzocht, heeft onderzocht; onderzoeker, onderzoeking) 1 proberen om iets beter te leren kennen, om er een beter inzicht in te krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Requerir Averiguar Escrutar, Examinar, Explorar, Inquirir, Investigar sDoorgronden Exploreren Nagaan Nasporen Navorsen Navragen Opsporen Te weten komen Uitvissen Uitvorsen Uitzoeken Verkennen Vorsen | Onderzocht | Onderzocht
|
OndulerenALLE betekenissen van dit woord: zie ook unduleren (overgankelijk werkwoord; onduleerde, heeft geonduleerd) 1 (iets) doen golven.
In Spaans overeenkomend met: Ondular
| Onduleerde | Geonduleerd
|
OntaardenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontaardde, is ontaard) 1 (van zaken) overgaan in iets slechters. (onovergankelijk werkwoord; ontaardde, is ontaard; ontaarding) 1 de goede aard van het voorgeslacht verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Degenerar sDegenereren Verbasteren Verworden Zinken | Ontaardde | Ontaard
|
| Ontadelen | Ontadelde | Ontadeld
|
OntberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontbeerde, heeft ontbeerd; ontbering) 1 (iets) missen, waaraan men grote behoefte heeft.
In Spaans overeenkomend met: Prescindir
| Ontbeerde | Ontbeerd
|
OntbiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontbood, heeft ontboden; ontbieder, ontbieding) 1 (iem.) laten komen.
| Ontbood | Ontboden
|
OntbijtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontbeet, heeft ontbeten; ontbijter) 1 zijn ontbijt gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Desayunar
| Ontbeet | Ontbeten
|
OntbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontbond, heeft ontbonden; ontbinder, ontbinding) 1 opheffen, beëindigen 2 (wiskunde) de factoren van een getal bepalen.
In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar sAfgelasten Annuleren Tenietdoen Terugnemen | Ontbond | Ontbonden
|
OntbladerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontbladerde, heeft ontbladerd; ontbladering) 1 (bomen, gewassen enz.) van de bladeren of bladen ontdoen.
| Ontbladerde | Ontbladerd
|
OntblotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontblootte, heeft ontbloot; ontbloting) 1 de bekleding wegnemen van 2 (geologie) de bovenlaag wegnemen van.
| Ontblootte | Ontbloot
|
| Ontboezemen | Ontboezemde | Ontboezemd
|
OntbolsterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontbolsterde, heeft ontbolsterd; ontbolstering) 1 van de bolster ontdoen.
| Ontbolsterde | Ontbolsterd
|
OntbossenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontboste, heeft ontbost; ontbossing) 1 (een gebied) van bos ontdoen.
| Ontboste | Ontbost
|
OntbrandenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontbrandde, is ontbrand) 1 door hartstochten in vuur geraken. (onovergankelijk werkwoord; ontbrandde, is ontbrand; ontbranding) 1 gaan branden.
In Spaans overeenkomend met: Inflamarse sOntvlammen Vuur vatten | Ontbrandde | Ontbrand
|
OntbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontbrak, heeft ontbroken) 1 er niet zijn, terwijl dat wel moet of verwacht wordt.
In Spaans overeenkomend met: Estar ausente Faltar sAbsent zijn Afwezig zijn Schelen Verstek laten gaan | Ontbrak | Ontbroken
|
OntcijferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontcijferde, heeft ontcijferd; ontcijfering) 1 (iets onduidelijks) lezen en begrijpen.
In Spaans overeenkomend met: Descifrar
| Ontcijferde | Ontcijferd
|
OntdekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontdekte, heeft ontdekt; ontdekker, ontdekking) 1 bespeuren, waarnemen wat tot dusverre onbekend was 2 vinden wat verborgen is.
In Spaans overeenkomend met: Detectar Descubrir, Desvelar, Poner de manifiesto
| Ontdekte | Ontdekt
|
| Ontdoen | Ontdeed | Ontdaan
|
OntdooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontdooide, is ontdooid; ontdooiing) 1 door het dooien van ijs of sneeuw bevrijd worden 2 (informeel) minder stijf en koel worden. (overgankelijk werkwoord; ontdooide, heeft ontdooid) 1 door verwarming van ijs of sneeuw vrijmaken.
In Spaans overeenkomend met: Descongelar Deshelar, Deshelarse sDooien Wegsmelten | Ontdooide | Ontdooid
|
| Ontdubbelen | Ontdubbelde | Ontdubbeld
|
OntduikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontdook, heeft ontdoken; ontduiker, ontduiking) 1 zich weten te onttrekken aan.
In Spaans overeenkomend met: Evadirse Evadir sOntkomen Ontsnappen Ontvluchten Ontwijken | Ontdook | Ontdoken
|
OnteigenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onteigende, heeft onteigend; onteigening) 1 (iets) tegen schadeloosstelling ontnemen voor het algemeen belang.
| Onteigende | Onteigend
|
OnterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onteerde, heeft onteerd; ontering) 1 (iem.) van zijn eer beroven, te schande maken 2 (een vrouw) verkrachten.
In Spaans overeenkomend met: Amancillar, Desflorar, Empañar, Mancillar sOntluisteren Ontmaagden Ontwijden Schenden | Onteerde | Onteerd
|
OntervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onterfde, heeft onterfd; onterving) 1 (een toekomstig erfgenaam) bij testament zijn erfdeel onthouden.
| Onterfde | Onterfd
|
| Ontfermen | Ontfermde | Ontfermd
|
| Ontfronsen | Ontfronste | Ontfronst
|
OntfutselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontfutselde, heeft ontfutseld; ontfutseling) 1 (iets) heimelijk of listig ontnemen aan iem.
| Ontfutselde | Ontfutseld
|
OntgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontging, is ontgaan) 1 door iem. niet opgemerkt worden 2 niet duidelijk zijn voor iem.
In Spaans overeenkomend met: Escapar sOntkomen Ontsnappen | Ontging | Ontgaan
|
OntgassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgaste, heeft ontgast; ontgassing) 1 van schadelijk gas ontdoen.
| Ontgaste | Ontgast
|
OntgeldenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Ontgold | Ontgolden
|
| Ontgeven | Ontgaf | Ontgeven
|
| Ontgiften | Ontgiftte | Ontgift
|
OntginnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgon, heeft ontgonnen; ontginner, ontginning) 1 (grond) geschikt maken voor bebouwing 2 (mijnen) geschikt maken voor exploitatie.
| Ontgon | Ontgonnen
|
| Ontglijden | Ontgleed | Ontgleden
|
OntglippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontglipte, is ontglipt) 1 door een vlugge beweging ontkomen 2 ontgaan.
| Ontglipte | Ontglipt
|
| Ontgloeien | Ontgloeide | Ontgloeid
|
OntgoochelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgoochelde, heeft ontgoocheld; ontgoocheling) 1 (iem.) zijn illusies doen verliezen.
| Ontgoochelde | Ontgoocheld
|
OntgratenIn Spaans overeenkomend met: Desespinar, Despinar, Espinar
| Ontgraatte | Ontgraat
|
| Ontgraven | Ontgroef | Ontgraven
|
OntgrendelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgrendelde, heeft ontgrendeld; ontgrendeling) 1 de grendels wegschuiven van.
| Ontgrendelde | Ontgrendeld
|
OntgroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontgroeide, is ontgroeid; ontgroeiing) 1 te groot worden voor.
| Ontgroeide | Ontgroeid
|
OntgroenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgroende, heeft ontgroend; ontgroener, ontgroening) 1 (nieuw aangekomen studenten) inwijden in een gezelligheidsvereniging door ze met allerlei plagerijen op de proef te stellen.
| Ontgroende | Ontgroend
|
OntgrondenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontgrondde, heeft ontgrond; ontgronder, ontgronding) 1 (een stuk land) bewerken om het bebouwbaar te maken door de bovengrond af te graven.
| Ontgrondde | Ontgrond
|
OnthaastenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; onthaastte, heeft onthaast) 1 rustig aan doen omdat men zich normaal te veel haast.
| Onthaastte | Onthaast
|
OnthalenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; onthaalde, heeft onthaald) 1 trakteren op. (overgankelijk werkwoord; onthaalde, heeft onthaald) 1 ontvangen als gast.
In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien sTrakteren Vergasten Vrijhouden | Onthaalde | Onthaald
|
OnthalzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthalsde, heeft onthalsd) 1 (archaïsch) onthoofden.
In Spaans overeenkomend met: Yugular
| Onthalsde | Onthalsd
|
OnthardenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthardde, heeft onthard; ontharder, ontharding) 1 (metalen) in brosheid doen verminderen.
| Onthardde | Onthard
|
OntharenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthaarde, heeft onthaard; ontharing) 1 van het haar ontdoen.
| Onthaarde | Onthaard
|
| Onthechten | Onthechtte | Onthecht
|
| Ontheffen | Onthief | Ontheven
|
OntheiligenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontheiligde, heeft ontheiligd; ontheiliging) 1 ontwijden.
In Spaans overeenkomend met: Profanar sOntwijden Profaneren Schenden Verontheiligen | Ontheiligde | Ontheiligd
|
OnthoofdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthoofdde, heeft onthoofd; onthoofding) 1 het hoofd afslaan.
In Spaans overeenkomend met: Decapitar Cortar sHet hoofd afslaan | Onthoofdde | Onthoofd
|
OnthoudenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; onthield, heeft onthouden van) 1 geen gebruikmaken van. (overgankelijk werkwoord; onthield, heeft onthouden) 1 in het geheugen bewaren 2 (iets) niet aan iem. geven.
In Spaans overeenkomend met: Memorizar Apartar, Contener, Detener Recordar sAfhouden Herinneren Onttrekken Uit het hoofd leren Weghouden | Onthield | Onthouden
|
OnthullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthulde, heeft onthuld; onthuller, onthulling) 1 van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden 2 (onbekende feiten) openbaren.
In Spaans overeenkomend met: Inaugurar Revelar sInaugureren Inwijden Officieel openen Ontwikkelen Openbaren | Onthulde | Onthuld
|
OnthutsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onthutste, heeft onthutst) 1 (iem.) van streek brengen.
In Spaans overeenkomend met: Desconcertar Consternar sIn de war brengen Ontstellen Ontzetten Verbijsteren Verbluffen | Onthutste | Onthutst
|
OntinktenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontinktte, heeft ontinkt) 1 (drukwezen) inkt verwijderen uit (bedrukt papier).
| Ontinktte | Ontinkt
|
OntkalkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkalkte, heeft ontkalkt; ontkalker, ontkalking) 1 van kalk ontdoen.
| Ontkalkte | Ontkalkt
|
| Ontkapen | Ontkaapte | Ontkaapt
|
OntkennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ontkende, heeft ontkend; ontkenner, ontkenning) 1 meedelen dat iets niet waar is.
In Spaans overeenkomend met: Desmentir Negar sLoochenen | Ontkende | Ontkend
|
OntkerstenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontkerstende, is ontkerstend; ontkerstening) 1 (van landstreken, groepen mensen enz.) het christelijke geloof verliezen.
| Ontkerstende | Ontkerstend
|
OntketenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontketende, heeft ontketend; ontketening) 1 doen beginnen.
In Spaans overeenkomend met: Desencadenar Lanzar sLanceren Uitschrijven Van stapel laten lopen | Ontketende | Ontketend
|
OntkiemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontkiemde, is ontkiemd; ontkieming) 1 een kiem vormen, beginnen te groeien 2 ontstaan, ontluiken.
In Spaans overeenkomend met: Brotar, Lanzar sUitkomen Uitlopen | Ontkiemde | Ontkiemd
|
OntkledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkleedde, heeft ontkleed; ontkleding) 1 (formeel) uitkleden 2 van bekleding ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Desnudar sUitkleden | Ontkleedde | Ontkleed
|
OntkleurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkleurde, heeft ontkleurd) 1 kleur- en verfstoffen verwijderen uit.
| Ontkleurde | Ontkleurd
|
OntknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontknoopte, heeft ontknoopt; ontknoping) 1 ophelderen, oplossen.
| Ontknoopte | Ontknoopt
|
OntkolenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkoolde, heeft ontkoold; ontkoler, ontkoling) 1 ontdoen van koolstof.
| Ontkoolde | Ontkoold
|
OntkomenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontkwam, is ontkomen aan) 1 erin slagen zich aan iets te onttrekken. (onovergankelijk werkwoord; ontkwam, is ontkomen) 1 ontsnappen aan.
In Spaans overeenkomend met: Evadirse Escapar, Evadir Librarse sBehoeden|Zich behoeden Hoeden|Zich hoeden Ontduiken Ontgaan Ontsnappen Ontvluchten Ontwijken Vrijkomen Vrijlopen Zich behoeden Zich hoeden | Ontkwam | Ontkomen
|
OntkoppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontkoppelde, heeft ontkoppeld) 1 naar de vrije stand schakelen. (overgankelijk werkwoord; ontkoppelde, heeft ontkoppeld; ontkoppelaar, ontkoppeling) 1 loskoppelen.
| Ontkoppelde | Ontkoppeld
|
OntkrachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkrachtte, heeft ontkracht; ontkrachter, ontkrachting) 1 van zijn kracht beroven.
| Ontkrachtte | Ontkracht
|
| Ontkroezen | Ontkroesde | Ontkroesd
|
OntkurkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontkurkte, heeft ontkurkt; ontkurker, ontkurking) 1 (een fles, pot enz.) van de kurk ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Destapar Descorchar sOpenen | Ontkurkte | Ontkurkt
|
OntladenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontlaadde, heeft ontladen; ontlader, ontlading) 1 afladen, lossen 2 (vuurwapens) ontdoen van lading 3 (natuurkunde) van elektrische lading ontdoen. (wederkerend werkwoord; ontlaadde zich, heeft zich ontladen) 1 zich van spanning, opwinding bevrijden.
In Spaans overeenkomend met: Descargar sAfschieten | Ontlaadde | Ontladen
|
OntlastenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontlastte, heeft ontlast) 1 ontheffen. (overgankelijk werkwoord; ontlastte, heeft ontlast; ontlasting) 1 ontdoen van een last, van druk. (wederkerend werkwoord; ontlastte zich, heeft zich ontlast) 1 (formeel) poepen 2 zich van zijn inhoud ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Desahogar Eximir, Eximirse sVerzachten | Ontlastte | Ontlast
|
OntlatenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontliet, heeft ontlaten; ontlating) 1 (van wat hard is) zachter worden. (overgankelijk werkwoord; ontliet, heeft ontlaten) 1 (techniek) (metalen) ontharden.
| Ontliet | Ontlaten
|
OntledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontleedde, heeft ontleed; ontleder, ontleding) 1 in verschillende delen scheiden 2 de afzonderlijke delen op zichzelf en in betr. tot elkaar beschouwen 3 analyseren 4 (scheikunde) (samengestelde verbindingen) ontbinden.
In Spaans overeenkomend met: Diseccionar
| Ontleedde | Ontleed
|
OntlenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontleende, heeft ontleend) 1 overnemen 2 te danken hebben aan. (overgankelijk werkwoord; ontleende, heeft ontleend; ontlener, ontlening) 1 (in België, niet algemeen) (van iem.) lenen.
In Spaans overeenkomend met: Extraer, Sacar sHozen Putten Scheppen | Ontleende | Ontleend
|
| Ontleren | Ontleerde | Ontleerd
|
OntlokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontlokte, heeft ontlokt; ontlokker, ontlokking) 1 (een handeling of uitspraak) uitlokken bij iem.
In Spaans overeenkomend met: Arrancar sTappen Te voorschijn trekken Trekken Uithalen | Ontlokte | Ontlokt
|
OntlopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontliep, is ontlopen) 1 ontsnappen aan 2 uiteenlopen, verschillen.
In Spaans overeenkomend met: Eludir sOntwijken | Ontliep | Ontlopen
|
OntluchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontluchtte, heeft ontlucht; ontluchter, ontluchting) 1 van lucht ontdoen.
| Ontluchtte | Ontlucht
|
OntluikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontlook, is ontloken; ontluiking) 1 zich ontsluiten 2 zich ontwikkelen. (overgankelijk werkwoord; ontlook, heeft ontloken) 1 (van bloemen) (de kelk) openen.
In Spaans overeenkomend met: Desabotonar, Nacer sGeboren worden Spruiten | Ontlook | Ontloken
|
OntluisterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontluisterde, heeft ontluisterd; ontluistering) 1 van zijn luister beroven.
In Spaans overeenkomend met: Amancillar, Empañar, Mancillar sOnteren | Ontluisterde | Ontluisterd
|
OntluizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontluisde, heeft ontluisd; ontluizer, ontluizing) 1 van luizen en neten reinigen.
| Ontluisde | Ontluisd
|
OntmaagdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmaagdde, heeft ontmaagd; ontmaagding) 1 (een vrouw) van de maagdelijkheid beroven.
In Spaans overeenkomend met: Desflorar sOnteren Ontwijden Schenden | Ontmaagdde | Ontmaagd
|
| Ontmaken | Ontmaakte | Ontmaakt
|
OntmannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmande, heeft ontmand; ontmanning) 1 (een mens) castreren.
In Spaans overeenkomend met: Castrar Capar, Emascular sCastreren Snijden | Ontmande | Ontmand
|
OntmantelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmantelde, heeft ontmanteld; ontmanteling) 1 ontdoen van essentiële delen 2 ontdoen van een omhulsel, bescherming.
| Ontmantelde | Ontmanteld
|
OntmaskerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmaskerde, heeft ontmaskerd; ontmaskeraar, ontmaskering) 1 van het masker ontdoen 2 in zijn ware gedaante voorstellen.
In Spaans overeenkomend met: Desenmascarar
| Ontmaskerde | Ontmaskerd
|
| Ontmasten | Ontmastte | Ontmast
|
| Ontmengen | Ontmengde | Ontmengd
|
OntmenselijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontmenselijkte, is ontmenselijkt; ontmenselijking) 1 aan menselijkheid verliezen. (overgankelijk werkwoord; ontmenselijkte, heeft ontmenselijkt) 1 beroven van het menselijke.
| Ontmenselijkte | Ontmenselijkt
|
OntmijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmijnde, heeft ontmijnd; ontmijning) 1 van mijnen ontdoen.
| Ontmijnde | Ontmijnd
|
OntmoedigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmoedigde, heeft ontmoedigd; ontmoediging) 1 moedeloos, neerslachtig maken.
In Spaans overeenkomend met: Desanimar, Desmoralizar Abatir sAfschrikken De moed ontnemen Demoraliseren Vrees aanjagen | Ontmoedigde | Ontmoedigd
|
OntmoetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmoette, heeft ontmoet; ontmoeting) 1 (iem.) toevallig of volgens afspraak vinden 2 (iets) ondervinden 3 (wiskunde) (van lijnen) een punt gemeen hebben met een andere lijn, maar zich slechts aan een zijde van die lijn uitstrekken.
In Spaans overeenkomend met: Afrontarse, Chocar contra, Dar con, Encontrar, Encontrarse con, Topar Hallar sAantreffen Het hoofd bieden Tegemoet treden Tegenkomen Treffen | Ontmoette | Ontmoet
|
| Ontmuggen | Ontmugde | Ontmugd
|
| Ontmunten | Ontmuntte | Ontmunt
|
OntmythologiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontmythologiseerde, heeft ontmythologiseerd) 1 van het mythologische karakter ontdoen.
| Ontmythologiseerde | Ontmythologiseerd
|
OntnemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontnam, heeft ontnomen; ontnemer, ontneming) 1 afnemen.
| Ontnam | Ontnomen
|
OntnuchterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontnuchterde, heeft ontnuchterd; ontnuchtering) 1 nuchter maken 2 ontgoochelen door ontdekking van de waarheid.
| Ontnuchterde | Ontnuchterd
|
OntpachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontpachtte, heeft ontpacht; ontpachting) 1 het pachtrecht afkopen.
| Ontpachtte | Ontpacht
|
| Ontpakken | Ontpakte | Ontpakt
|
| Ontpersen | Ontperste | Ontperst
|
OntpittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontpitte, heeft ontpit; ontpitter, ontpitting) 1 van de pitten ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Descarozar, Deshuesar Enuclear sUitbenen | Ontpitte | Ontpit
|
OntploffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontplofte, is ontploft; ontploffing) 1 met een knal uiteenbarsten.
In Spaans overeenkomend met: Saltar Estallar sBarsten In de lucht springen Openspringen | Ontplofte | Ontploft
|
OntplooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontplooide, heeft ontplooid; ontplooier, ontplooiing) 1 ontwikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar sOntwarren Ontwikkelen | Ontplooide | Ontplooid
|
| Ontpoppen | Ontpopte | Ontpopt
|
OntraadselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontraadselde, heeft ontraadseld; ontraadseling) 1 (iets raadselachtigs, geheims) ontknopen, oplossen.
| Ontraadselde | Ontraadseld
|
OntradenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontried, heeft ontraden; ontrading) 1 afraden.
In Spaans overeenkomend met: Desaconsejar sAfraden | Ontraadde, Ontried | Ontraden
|
OntrafelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontrafelde, heeft ontrafeld; ontrafeling) 1 in rafels losmaken 2 doorzien, doorgronden.
| Ontrafelde | Ontrafeld
|
| Ontratten | Ontratte | Ontrat
|
OntregelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontregelde, heeft ontregeld; ontregeling) 1 de regelmaat of regelmatige werking laten verliezen.
| Ontregelde | Ontregeld
|
OntrievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontriefde, heeft ontriefd; ontrieving) 1 (formeel) hinderen.
In Spaans overeenkomend met: Frustrar sTeleurstellen | Ontriefde | Ontriefd
|
OntroerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ontroerde, heeft ontroerd) 1 (iem.) in het gemoed treffen.
In Spaans overeenkomend met: Emocionar, Emocionarse Conmover sAangrijpen Bewegen | Ontroerde | Ontroerd
|
OntroestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontroestte, heeft ontroest; ontroester, ontroesting) 1 (ijzer) van roest ontdoen.
| Ontroestte | Ontroest
|
OntrollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontrolde, heeft ontrold) 1 open rollen. (wederkerend werkwoord; ontrolde zich, heeft zich ontrold) 1 tentoonspreiden.
In Spaans overeenkomend met: Desenvolver sAfwikkelen Uitrollen | Ontrolde | Ontrold
|
OntromenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontroomde, heeft ontroomd; ontromer, ontroming) 1 (melk) van de room ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Descremar Desnatar sAfromen Romen | Ontroomde | Ontroomd
|
OntrovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontroofde, heeft ontroofd; ontrover, ontroving) 1 (iets) door roof of diefstal ontnemen.
| Ontroofde | Ontroofd
|
OntruimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontruimde, heeft ontruimd; ontruimer, ontruiming) 1 (ruimte die men inneemt) verlaten 2 een ruimte door de aanwezigen of inwoners doen verlaten.
In Spaans overeenkomend met: Desalojar, Evacuar sEvacueren | Ontruimde | Ontruimd
|
OntrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontrukker, ontrukking) ¶ alleen in verbindingen.
| Ontrukte | Ontrukt
|
| Ontrusten | Ontrustte | Ontrust
|
OntschepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontscheepte, is ontscheept) 1 (in België) aan land gaan. (overgankelijk werkwoord; ontscheepte, heeft ontscheept; ontscheper, ontscheping) 1 uit het schip of de schepen laten, aan wal brengen.
In Spaans overeenkomend met: Descargar
| Ontscheepte | Ontscheept
|
OntschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontschoot, is ontschoten) 1 uit het geheugen verdwijnen 2 ontvallen, ondoordacht zeggen.
| Ontschoot | Ontschoten
|
| Ontschoeien | Ontschoeide | Ontschoeid
|
| Ontschorsen | Ontschorste | Ontschorst
|
OntsierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ontsierde, heeft ontsierd; ontsiering) 1 de schoonheid of aantrekkelijkheid verminderen van.
In Spaans overeenkomend met: Deslucir
| Ontsierde | Ontsierd
|
OntslaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontsloeg, heeft ontslagen) 1 vrijlaten uit een dwangpositie, ontheffen van een verplichting enz. (overgankelijk werkwoord; ontsloeg, heeft ontslagen) 1 (iem.) niet langer in dienst houden 2 laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Destituir Despedir, Licenciar sAfmonsteren Naar huis zenden Ontzetten Royeren | Ontsloeg | Ontslagen
|
| Ontslaken | Ontslaakte | Ontslaakt
|
OntslapenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontsliep, is ontslapen) 1 (formeel) sterven.
| Ontsliep | Ontslapen
|
OntslippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontslipte, is ontslipt) 1 slippend losraken 2 ongemerkt ontgaan.
| Ontslipte | Ontslipt
|
OntsluierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontsluierde, heeft ontsluierd; ontsluieraar, ontsluiering) 1 (onbekende feiten) openbaren.
| Ontsluierde | Ontsluierd
|
OntsluimerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontsluimerde, is ontsluimerd) 1 (archaïsch) ontwaken.
| Ontsluimerde | Ontsluimerd
|
| Ontsluipen | Ontsloop | Ontslopen
|
OntsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontsloot, heeft ontsloten; ontsluiter, ontsluiting) 1 openen 2 toegankelijk maken 3 (scheikunde) toegankelijk maken voor chemische reacties.
| Ontsloot | Ontsloten
|
OntsmettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontsmette, heeft ontsmet; ontsmetter, ontsmetting) 1 van smetstoffen reinigen.
In Spaans overeenkomend met: Desinfectar sDesinfecteren | Ontsmette | Ontsmet
|
OntsnappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontsnapte, is ontsnapt) 1 ontkomen aan, erin slagen zich te onttrekken. (onovergankelijk werkwoord; ontsnapte, is ontsnapt; ontsnapping) 1 met succes vluchten 2 naar buiten dringen 3 ongewild uitgesproken worden 4 (sport) snel een voorsprong nemen op de groep.
In Spaans overeenkomend met: Fugarse Huir Escaparse, Evadirse Escapar, Evadir sOntduiken Ontgaan Ontkomen Ontvluchten Ontwijken Vluchten | Ontsnapte | Ontsnapt
|
OntspannenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; meer ontspannen, meest ontspannen) 1 verkerend in de toestand dat de spanning opgeheven is. (wederkerend werkwoord; ontspande zich, heeft zich ontspannen; ontspanning) 1 tot rust komen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ontspande, heeft ontspannen; ontspanning) 1 (wat gespannen is) laten terugveren, de spanning eraf halen of laten gaan 2 door afleiding tot rust brengen.
In Spaans overeenkomend met: Destensar, Distender, Relajar Descansar sSlapen | Ontspande | Ontspannen
|
OntsparenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontspaarde, heeft ontspaard; ontsparing) 1 meer spaargeld opnemen dan inleggen.
| Ontspaarde | Ontspaard
|
OntspiegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontspiegelde, heeft ontspiegeld; ontspiegeling) 1 ontdoen van spiegeling.
| Ontspiegelde | Ontspiegeld
|
OntspinnenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; ontspon zich, heeft zich ontsponnen) 1 gaandeweg ontstaan.
| Ontspon | Ontsponnen
|
OntsporenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontspoorde, is ontspoord; ontsporing) 1 uit de rails raken 2 mislukken, zich vergalopperen.
In Spaans overeenkomend met: Descarrilar sUit de rails lopen | Ontspoorde | Ontspoord
|
OntspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontsprong, is ontsprongen) 1 zijn oorsprong hebben .
In Spaans overeenkomend met: Surtir sOpwellen Tevoorschijn komen | Ontsprong | Ontsprongen
|
OntspruitenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontsproot, is ontsproten) 1 voortkomen uit, afkomstig zijn van. (onovergankelijk werkwoord; ontsproot, is ontsproten) 1 uitspruiten.
In Spaans overeenkomend met: Originarse, Proceder sAfkomstig zijn Afstammen Het gevolg zijn van Voortkomen | Ontsproot | Ontsproten
|
OntstaanALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 begin van het bestaan van iets. (onovergankelijk werkwoord; ontstond, is ontstaan) 1 beginnen te bestaan, zijn oorsprong nemen.
In Spaans overeenkomend met: Darse Nacer Suscitarse sGroeien | Ontstond | Ontstaan
|
OntstekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontstak, is ontstoken) 1 ontbranden in. (onovergankelijk werkwoord; ontstak, is ontstoken) 1 geïnfecteerd raken. (overgankelijk werkwoord; ontstak, heeft ontstoken; ontsteking) 1 doen ontbranden.
In Spaans overeenkomend met: Encender sAanmaken Doen ontbranden Stoken | Ontstak | Ontstoken
|
OntstelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontstal, heeft ontstolen) 1 door diefstal ontnemen.
| Ontstal | Ontstolen
|
OntstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontstelde, heeft ontsteld) 1 (iem.) doen schrikken, van streek brengen.
In Spaans overeenkomend met: Consternar sOnthutsen Ontzetten Verbijsteren Verbluffen | Ontstelde | Ontsteld
|
OntstemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontstemde, heeft ontstemd) 1 (iem.) lichtelijk ergeren.
In Spaans overeenkomend met: Desafinar, Desafinarse
| Ontstemde | Ontstemd
|
OntstichtenIn Spaans overeenkomend met: Dar mal ejemplo, Escandalizar
| Ontstichtte | Ontsticht
|
OntstijgenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontsteeg, is ontstegen; ontstijging) 1 (formeel) zich verheffen boven.
| Ontsteeg | Ontstegen
|
OntstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontstopte, heeft ontstopt; ontstopper, ontstopping) 1 (een verstopte ruimte of opening) vrijmaken.
| Ontstopte | Ontstopt
|
OntstorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontstoorde, heeft ontstoord; ontstoring) 1 (een machine, motor enz.) vrijmaken van storing op elektronische apparatuur.
| Ontstoorde | Ontstoord
|
| Ontstrijden | Ontstreed | Ontstreden
|
| Ontstrikken | Ontstrikte | Ontstrikt
|
OnttakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onttakelde, heeft onttakeld; onttakeling) 1 (een schip) aftuigen.
| Onttakelde | Onttakeld
|
| Onttoveren | Onttoverde | Onttoverd
|
OnttrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onttrok, heeft onttrokken; onttrekking) 1 (scheikunde) uit iets anders afscheiden.
In Spaans overeenkomend met: Apartar, Contener, Detener sAfhouden Onthouden Weghouden | Onttrok | Onttrokken
|
OnttronenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onttroonde, heeft onttroond; onttroning) 1 (iem.) uit een belangrijke positie verdrijven.
In Spaans overeenkomend met: Destituir sAfzetten Van de troon stoten | Onttroonde | Onttroond
|
OnttuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; onttuigde, heeft onttuigd) 1 (scheepvaart) van de tuigage ontdoen.
| Onttuigde | Onttuigd
|
OntvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontviel, is ontvallen) 1 weggenomen worden door de dood 2 ondoordacht geuit worden.
| Ontviel | Ontvallen
|
OntvangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontving, heeft ontvangen) 1 (ook absoluut) (iem.) op bezoek krijgen 2 in het bezit of genot gesteld worden van 3 (een signaal) opvangen op een radio- of tv-toestel .
In Spaans overeenkomend met: Percibir Aceptar, Acoger, Admitir, Caber, Tomar Cobrar, Embolsar, Recaudar ((belasting, premie),(impuestos)) Concebir Obtener, Recibir sAannemen Accepteren Genieten Innen Krijgen Opnemen Opvangen Toelaten Toucheren Verdienen Zwanger worden | Ontving | Ontvangen
|
| Ontvaren | Ontvaarde, Ontvoer | Ontvaren
|
OntveinzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontveinsde, heeft ontveinsd; ontveinzing) 1 door te veinzen als niet-bestaand doen voorkomen.
In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar sVerbergen Verhelen Verschuilen Verstoppen | Ontveinsde | Ontveinsd
|
OntvellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvelde, heeft ontveld; ontvelling) 1 van het vel ontdoen.
| Ontvelde | Ontveld
|
OntvettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvette, heeft ontvet; ontvetting) 1 van vetdelen ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Desgrasar sDegraiseren Van vet ontdoen | Ontvette | Ontvet
|
OntvlammenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontvlamde, is ontvlamd) 1 plotseling in een bepaalde gemoedstoestand raken. (onovergankelijk werkwoord; ontvlamde, is ontvlamd; ontvlamming) 1 ontbranden.
In Spaans overeenkomend met: Inflamarse sOntbranden Vuur vatten | Ontvlamde | Ontvlamd
|
| Ontvlechten | Ontvlocht | Ontvlochten
|
OntvlekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvlekte, heeft ontvlekt; ontvlekker, ontvlekking) 1 van vlekken reinigen.
| Ontvlekte | Ontvlekt
|
OntvlezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvleesde, heeft ontvleesd) 1 van vlees ontdoen.
| Ontvleesde | Ontvleesd
|
OntvliedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontvlood, is ontvloden) 1 (archaïsch) ontvluchten, ontwijken.
| Ontvlood | Ontvloden
|
| Ontvliegen | Ontvloog | Ontvlogen
|
| Ontvloeien | Ontvloeide | Ontvloeid
|
| Ontvlokken | Ontvlokte | Ontvlokt
|
OntvluchtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontvluchtte, is ontvlucht; ontvluchting) 1 vluchten voor, ontsnappen.
In Spaans overeenkomend met: Evadirse Evadir sOntduiken Ontkomen Ontsnappen Ontwijken | Ontvluchtte | Ontvlucht
|
OntvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvoerde, heeft ontvoerd; ontvoerder, ontvoering) 1 (iem.) onder dwang meenemen.
In Spaans overeenkomend met: Raptar, Secuestrar sGijzelen | Ontvoerde | Ontvoerd
|
OntvolkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontvolkte, is ontvolkt) 1 (van gebieden, steden e.d.) minder inwoners krijgen. (overgankelijk werkwoord; ontvolkte, heeft ontvolkt; ontvolking) 1 (gebieden, steden e.d.) van bevolking ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Despoblar
| Ontvolkte | Ontvolkt
|
| Ontvonken | Ontvonkte | Ontvonkt
|
OntvoogdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvoogdde, heeft ontvoogd; ontvoogding) 1 ontheffen van het voogdijschap 2 (in België) een minderjarige vrijstellen van de voogdij 3 (een volk) van vreemde overheersing bevrijden.
In Spaans overeenkomend met: Emancipar sEmanciperen Mondig verklaren | Ontvoogdde | Ontvoogd
|
OntvouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvouwde, heeft ontvouwd/ontvouwen; ontvouwer, ontvouwing) 1 uiteenzetten, toelichten 2 openvouwen.
In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Extender, Tender sSpreiden Uitspreiden | Ontvouwde | Ontvouwen
|
OntvreemdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontvreemdde, heeft ontvreemd; ontvreemding) 1 (iets) stelen.
In Spaans overeenkomend met: Hurtar, Sustraer sGappen Stelen | Ontvreemdde | Ontvreemd
|
| Ontvrienden | Ontvriendde | Ontvriend
|
| Ontvriezen | Ontvroor | Ontvroren
|
OntwakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontwaakte, is ontwaakt; ontwaking) 1 wakker worden uit de slaap 2 tot zeker besef komen.
In Spaans overeenkomend met: Despertarse sWakker worden | Ontwaakte | Ontwaakt
|
OntwapenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ontwapende, heeft ontwapend; ontwapening) 1 (iem., een leger enz.) van bewapening ontdoen 2 weerloos maken.
In Spaans overeenkomend met: Desarmar
| Ontwapende | Ontwapend
|
OntwarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwaarde, heeft ontwaard) 1 beginnen te zien.
In Spaans overeenkomend met: Distinguir, Vislumbrar sBespeuren Doorschemeren In de smiezen krijgen In het oog krijgen Oppervlakkig leren kennen | Ontwaarde | Ontwaard
|
OntwarrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwarde, heeft ontward; ontwarring) 1 uit elkaar halen (wat dooreen is geraakt) 2 tot oplossing brengen.
In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar sOntplooien Ontwikkelen | Ontwarde | Ontward
|
| Ontwassen | Ontwies | Ontwassen
|
OntwaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwaterde, heeft ontwaterd; ontwatering) 1 ontdoen van het overtollige water.
| Ontwaterde | Ontwaterd
|
OntweienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontweide, heeft ontweid) 1 (wild, vis enz.) ontdoen van de ingewanden.
| Ontweide | Ontweid
|
| Ontweldigen | Ontweldigde | Ontweldigd
|
| Ontwellen | Ontwelde | Ontweld
|
OntwennenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontwende, is ontwend; ontwenning) 1 de gewendheid aan iets verliezen.
| Ontwende | Ontwend
|
OntwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwierp, heeft ontworpen; ontwerper) 1 (iets) bedenken en uitwerken op papier.
In Spaans overeenkomend met: Diseñar Proyectar, Tramar, Urdir Abocetar, Bosquejar, Esbozar sBeramen Plannen Schetsen Uitstippelen | Ontwierp | Ontworpen
|
OntwijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwijdde, heeft ontwijd; ontwijder, ontwijding) 1 (iets heiligs) schenden.
In Spaans overeenkomend met: Desflorar Profanar sOnteren Ontheiligen Ontmaagden Profaneren Schenden Verontheiligen | Ontwijdde | Ontwijd
|
OntwijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontweek, heeft ontweken) 1 voor iets of iem. uit de weg gaan, om een botsing te voorkomen 2 een confrontatie met iem. of iets proberen te voorkomen.
In Spaans overeenkomend met: Eludir Evadirse Esquivar, Evadir Evitar, Rehuir sMijden Omzeilen Ontduiken Ontkomen Ontlopen Ontsnappen Ontvluchten Uit de weg gaan Vermijden | Ontweek | Ontweken
|
OntwikkelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwikkelde, heeft ontwikkeld; ontwikkelaar, ontwikkeling) 1 uitbreiden, verbeteren, doen groeien 2 ontwerpen en uitvoeren op basis van onderzoek 3 (fotografie) (het latente beeld in een lichtgevoelig materiaal) omzetten in een zichtbare afbeelding. (wederkerend werkwoord; ontwikkelde zich, heeft zich ontwikkeld) 1 tot volle wasdom komen 2 geleidelijk ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar Elaborar Desarrollar Revelar sOnthullen Ontplooien Ontwarren Openbaren Uitwerken | Ontwikkelde | Ontwikkeld
|
| Ontwinden | Ontwond | Ontwonden
|
| Ontwoekeren | Ontwoekerde | Ontwoekerd
|
OntwormenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwormde, heeft ontwormd; ontwormer, ontworming) 1 (een dier, persoon) vrijmaken van ingewandswormen.
| Ontwormde | Ontwormd
|
OntworstelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontworstelde, heeft ontworsteld) 1 zich met veel moeite ontdoen van. (overgankelijk werkwoord; ontworstelde, heeft ontworsteld; ontworsteling) 1 door zware inspanning ontnemen.
| Ontworstelde | Ontworsteld
|
OntwortelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwortelde, heeft ontworteld; ontworteling) 1 (een plant) met wortel en al uit de grond rukken.
In Spaans overeenkomend met: Desarraigar
| Ontwortelde | Ontworteld
|
OntwrichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwrichtte, heeft ontwricht; ontwrichting) 1 (ledematen) losmaken uit hun gewricht 2 uit zijn verband rukken.
In Spaans overeenkomend met: Desarticular Desquiciar sOmverhalen Ondersteboven keren Verrekken Verstuiken | Ontwrichtte | Ontwricht
|
OntwringenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontwrong, heeft ontwrongen) 1 (iets) met geweld afnemen 2 (iets) met veel moeite uit iets verkrijgen.
| Ontwrong | Ontwrongen
|
OntzadelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzadelde, heeft ontzadeld) 1 afzadelen.
| Ontzadelde | Ontzadeld
|
OntzegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzegelde, heeft ontzegeld; ontzegeling) 1 (wat verzegeld is) van het zegel of van de zegels ontdoen.
| Ontzegelde | Ontzegeld
|
OntzeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzegde/ontzei, heeft ontzegd; ontzegging) 1 weigeren iem. (iets) te geven of toe te staan. (wederkerend werkwoord; ontzegde zich/ontzei zich, heeft zich ontzegd) 1 afzien van.
| Ontzegde, Ontzei | Ontzegd
|
| Ontzeilen | Ontzeilde | Ontzeild
|
OntzenuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzenuwde, heeft ontzenuwd; ontzenuwing) 1 (argumentatie, beschuldigingen) afdoende weerleggen.
In Spaans overeenkomend met: Marcir, Marchitar, Mustiar Refutar sVerzwakken Weerleggen | Ontzenuwde | Ontzenuwd
|
OntzettenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ontzette, heeft ontzet) 1 (iem.) de genoemde waardigheid, functie enz. ontnemen. (overgankelijk werkwoord; ontzette, heeft ontzet) 1 van belegeraars bevrijden 2 hevig doen schrikken.
In Spaans overeenkomend met: Desbloquear Destituir Consternar sOnthutsen Ontslaan Ontstellen Royeren Verbijsteren Verbluffen | Ontzette | Ontzet
|
| Ontzielen | Ontzielde | Ontzield
|
OntzienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzag, heeft ontzien) 1 zo voorzichtig mogelijk behandelen.
In Spaans overeenkomend met: Dignarse, Ser indulgente Acatar sEerbiedigen Hoogachten Laten vermurwen|Zich laten vermurwen Sparen Toegeeflijk zijn voor Vereren Zich laten vermurwen | Ontzag | Ontzien
|
OntziltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontziltte, is ontzilt; ontzilting) 1 het zout verliezen. (overgankelijk werkwoord; ontziltte, heeft ontzilt) 1 (de bodem) van zout ontdoen.
| Ontziltte | Ontzilt
|
OntzinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontzonk, is ontzonken; ontzinking) 1 (van gemoedstoestanden) verloren gaan.
| Ontzonk | Ontzonken
|
| Ontzinnen | Ontzinde, Ontzon | Ontzonnen
|
| Ontzippen | Ontzipte | Ontzipt
|
OntzoutenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzoutte, heeft ontzout; ontzouting) 1 ontzilten.
In Spaans overeenkomend met: Desalar
| Ontzoutte | Ontzouten
|
OntzuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ontzuilde, is ontzuild; ontzuiling) 1 de opsplitsing in allerlei kerkelijk-politieke belangengroepen kwijtraken. (overgankelijk werkwoord; ontzuilde, heeft ontzuild) 1 de verzuiling opheffen.
| Ontzuilde | Ontzuild
|
OntzurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ontzuurde, heeft ontzuurd; ontzuring) 1 van zuren ontdoen.
| Ontzuurde | Ontzuurd
|
| Ontzwachtelen | Ontzwachtelde | Ontzwachteld
|
| Ontzwavelen | Ontzwavelde | Ontzwaveld
|
| Ontzwellen | Ontzwol | Ontzwollen
|
OnwerenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; onweerde, heeft geonweerd) 1 donderen en bliksemen.
| Onweerde | Geonweerd
|
OogstenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; oogstte, heeft geoogst) 1 (ook absoluut) de oogst binnenhalen van (een gewas) 2 (succes, roem, bijval e.d.) verwerven.
In Spaans overeenkomend met: Coleccionar Cosechar, Recolectar sCollecteren Innen Inzamelen Plukken Rapen | Oogstte | Geoogst
|
OordelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; oordeelde, heeft geoordeeld) 1 een oordeel, een vonnis wijzen 2 door redeneren tot een gevolgtrekking komen. (overgankelijk werkwoord; oordeelde, heeft geoordeeld) 1 een oordeel, een mening hebben over.
In Spaans overeenkomend met: Juzgar sBerechten Rechtspreken Veroordelen Vonnissen | Oordeelde | Geoordeeld
|
| Oorlogen | Oorloogde | Geoorloogd
|
OorlogvoerenIn Spaans overeenkomend met: Militar sStrijden | Voerde oorlog | Oorloggevoerd
|
OormerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; oormerkte, heeft geoormerkt) 1 van een oormerk voorzien 2 aan de beschikbaarstelling van een som geld een bepaalde bestemming verbinden.
| Oormerkte | Geoormerkt
|
OpbaggerenIn Spaans overeenkomend met: Dragar sBaggeren Uitbaggeren | Baggerde op | Opgebaggerd
|
OpbakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bakte op, heeft opgebakken) 1 (alles wat gebakken moet worden) bakken 2 door bakken opnieuw gereed maken voor consumptie.
| Bakte op | Opgebakken
|
OpbarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; baarde op, heeft opgebaard; opbaring) 1 (iemands lijk) op een baar leggen.
| Baarde op | Opgebaard
|
OpbellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; belde op, heeft opgebeld) 1 telefoneren naar (iem.).
In Spaans overeenkomend met: Llamar, Llamar por teléfono, Telefonear sTelefoneren | Belde op | Opgebeld
|
OpbergenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; borg op, heeft opgeborgen; opberger, opberging) 1 in een ruimte plaatsen om te bewaren.
In Spaans overeenkomend met: Guardar
| Borg op | Opgeborgen
|
OpbeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; beurde op, heeft opgebeurd) 1 (ook absoluut) (iem.) uit zijn moedeloosheid opheffen 2 optillen.
In Spaans overeenkomend met: Reconfortar sSterken Versterken Vertroosten | Beurde op | Opgebeurd
|
OpbiechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; biechtte op, heeft opgebiecht) 1 bekennen, zeggen wat men weet of denkt.
In Spaans overeenkomend met: Confesar, Confesarse
| Biechtte op | Opgebiecht
|
OpbiedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bood op, heeft opgeboden; opbieder, opbieding) 1 bij veilingen een hoger bod doen dan zijn voorganger.
| Bood op | Opgeboden
|
OpbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bond op, heeft opgebonden; opbinder, opbinding) 1 naar boven omslaan en daar vastbinden 2 tot steun aan iets vastbinden 3 samenbinden .
In Spaans overeenkomend met: Bridar, Embridar sBrideren | Bond op | Opgebonden
|
OpblazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blies op, heeft opgeblazen) 1 doen ontploffen 2 doen opzwellen door er lucht in te blazen 3 overdrijven 4 (een elektrisch apparaat) stukmaken door het op een te sterke energiebron aan te sluiten.
In Spaans overeenkomend met: Inflar sDoen zwellen Oppompen | Blies op | Opgeblazen
|
OpblekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleekte op, is opgebleekt) 1 bleker worden.
| Bleekte op | Opgebleekt
|
OpblijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef op, is opgebleven) 1 niet naar bed gaan.
| Bleef op | Opgebleven
|
OpblinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blonk op, heeft opgeblonken) 1 (in België, niet algemeen) oppoetsen.
| Blonk op | Opgeblonken
|
OpbloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bloeide op, is opgebloeid) 1 tot nieuwe ontwikkeling komen.
| Bloeide op | Opgebloeid
|
| Opbobbelen | Bobbelde op | Opgebobbeld
|
| Opboeien | Boeide op | Opgeboeid
|
| Opboenen | Boende op | Opgeboend
|
| Opboksen | Bokste op | Opgebokst
|
OpbollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bolde op, is opgebold; opbolling) 1 bol worden, rond gaan staan.
| Bolde op | Opgebold
|
| Opbomen | Boomde op | Opgeboomd
|
OpborenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boorde op, heeft opgeboord; opboring) 1 (een geboorde opening) wijder maken 2 bij een grondboring naar boven brengen.
| Boorde op | Opgeboord
|
OpborrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; borrelde op, is opgeborreld; opborreling) 1 borrelend naar boven komen.
| Borrelde op | Opgeborreld
|
OpborstelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; borstelde op, heeft opgeborsteld) 1 omhoog borstelen 2 met een borstel schoonmaken.
| Borstelde op | Opgeborsteld
|
OpbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bouwde op, heeft opgebouwd) 1 al bouwend in elkaar zetten 2 langzaam tot stand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Carpintear sBouwen Timmeren | Bouwde op | Opgebouwd
|
| Opbraden | Braadde op | Opgebraden
|
OpbrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brandde op, is opgebrand) 1 geheel en al verbranden 2 uitgeput raken. (overgankelijk werkwoord; brandde op, heeft opgebrand) 1 door branden verbruiken.
| Brandde op | Opgebrand
|
| Opbrassen | Braste op | Opgebrast
|
OpbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; opbreker, opbreking) 1 (brak op, is opgebroken) weggaan 2 (brak op, heeft/is opgebroken) zich wreken . (overgankelijk werkwoord; brak op, heeft opgebroken) 1 uit elkaar nemen en verplaatsen 2 openbreken, losbreken.
| Brak op | Opgebroken
|
OpbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht op, heeft opgebracht; opbrenger, opbrenging) 1 opleveren, voortbrengen 2 de moed opvatten iets te doen of enthousiasme, interesse e.d. te tonen 3 (iem.) als gevangene naar het politiebureau brengen 4 (sport) (de bal) vanuit de achterhoede naar voren brengen 5 (een laag) aanbrengen op een oppervlak.
In Spaans overeenkomend met: Dar Producir Poner, Sobreponer sAandoen Aangeven Aantrekken Afwerpen Geven Opleggen Opleveren Toebrengen Toekennen Verlenen Voortbrengen | Bracht op | Opgebracht
|
| Opbruisen | Bruiste op | Opgebruist
|
| Opcommanderen | Commandeerde op | Opgecommandeerd
|
OpdagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; daagde op, is opgedaagd) 1 verschijnen .
In Spaans overeenkomend met: Aparecer sOpdraven Te voorschijn komen Uitkomen Verschijnen | Daagde op | Opgedaagd
|
| Opdekken | Dekte op | Opgedekt
|
OpdelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deelde op, heeft opgedeeld; opdeler, opdeling) 1 geheel verdelen.
| Deelde op | Opgedeeld
|
OpdelvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dolf op, heeft opgedolven) 1 door graven tevoorschijn halen 2 met moeite tevoorschijn brengen.
| Delfde op, Dolf op | Opgedolven
|
OpdienenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; diende op, heeft opgediend) 1 (het eten) op tafel brengen.
In Spaans overeenkomend met: Servir sAankaarten Serveren | Diende op | Opgediend
|
OpdiepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diepte op, heeft opgediept; opdieping) 1 uit de diepte naar boven brengen 2 met moeite opsporen of zich verschaffen 3 dieper maken.
| Diepte op | Opgediept
|
OpdirkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dirkte op, heeft opgedirkt; opdirking) 1 (pejoratief) zonder smaak versieren 2 (scheepvaart) met dirken hijsen.
| Dirkte op | Opgedirkt
|
OpdissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; diste op, heeft opgedist; opdisser, opdissing) 1 (wat ongeloofwaardig is of dient om te misleiden) vertellen 2 op tafel zetten.
| Diste op | Opgedist
|
OpdoekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; doekte op, heeft opgedoekt) 1 (informeel) buiten gebruik stellen 2 (een zeil, een vlag) samenvouwen en bijeenbinden.
In Spaans overeenkomend met: Eliminar sAfschaffen Elimineren Uitmaken Verwijderen Wegdoen | Doekte op | Opgedoekt
|
OpdoemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doemde op, is opgedoemd) 1 tevoorschijn komen, zichtbaar worden.
| Doemde op | Opgedoemd
|
OpdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed op, heeft opgedaan) 1 (ook absoluut) (het eten) opdienen 2 (abstracte zaken) verkrijgen, verwerven 3 zich door onvoorzichtigheid of moedwil op de hals halen 4 op het hoofd zetten 5 (in België) (geld) opmaken.
In Spaans overeenkomend met: Ponerse sAandoen | Deed op | Opgedaan
|
OpdoffenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; dofte zich op, heeft zich opgedoft) 1 zich overdreven opmaken, mooi maken.
| Dofte op | Opgedoft
|
| Opdokken | Dokte op | Opgedokt
|
OpdonderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; donderde op, is opgedonderd) 1 (grof) weggaan.
| Donderde op | Opgedonderd
|
| Opdouwen | Douwde op | Opgedouwd
|
OpdraaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; draaide op, is opgedraaid) 1 verantwoordelijk gesteld worden voor. (overgankelijk werkwoord; draaide op, heeft opgedraaid) 1 opwinden.
| Draaide op | Opgedraaid
|
OpdragenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; droeg op, heeft opgedragen) 1 aan iem. aanbieden als eerbewijs. (overgankelijk werkwoord; droeg op, heeft opgedragen) 1 heiligen, toewijden 2 iem. dwingend vragen (iets te doen) 3 (iets) zo lang dragen tot het geheel versleten is.
In Spaans overeenkomend met: Celebrar, Festejar Dedicar Comisionar, Encargar, Encomendar Cometer sBelasten met Celebreren Opdracht geven Opdragen aan Spenderen Toevertrouwen Toewijden Vieren | Droeg op | Opgedragen
|
OpdravenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draafde op, is opgedraafd) 1 komen op verzoek of op bevel. (overgankelijk werkwoord; draafde op, heeft opgedraafd) 1 (een paard) voor laten draven om te beoordelen.
In Spaans overeenkomend met: Aparecer sOpdagen Te voorschijn komen Uitkomen Verschijnen | Draafde op | Opgedraafd
|
| Opdreggen | Dregde op | Opgedregd
|
OpdreunenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreunde op, heeft opgedreund) 1 op eentonige wijze opzeggen, voorlezen enz.
| Dreunde op | Opgedreund
|
OpdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreef op, heeft opgedreven) 1 vooruit drijven, vooruit doen gaan 2 op een overdreven of onnatuurlijke wijze laten stijgen.
In Spaans overeenkomend met: Montear ((jacht)) sJagen | Dreef op | Opgedreven
|
OpdringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drong op, is opgedrongen; opdringer, opdringing) 1 dringend zich in een bepaalde richting begeven. (overgankelijk werkwoord; drong op, heeft opgedrongen) 1 iem. tegen zijn zin (iets) doen aannemen. (wederkerend werkwoord; drong zich op, heeft zich opgedrongen) 1 (van herinneringen, gedachten) met kracht oprijzen, voor de verbeelding komen 2 (van personen) met alle middelen iemands gezelschap of genegenheid zoeken.
In Spaans overeenkomend met: Constreñir, Imponer, Obligar sForceren Opleggen | Drong op | Opgedrongen
|
OpdrinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dronk op, heeft opgedronken) 1 drinkend geheel tot zich nemen 2 door drinken opmaken.
In Spaans overeenkomend met: Apurar Beberse sLeegdrinken Opmaken Uitdrinken | Dronk op | Opgedronken
|
OpdrogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droogde op, is opgedroogd; opdroging) 1 droog worden. (overgankelijk werkwoord; droogde op, heeft opgedroogd) 1 droogmaken.
| Droogde op | Opgedroogd
|
OpdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte op, heeft opgedrukt; opdrukking) 1 door drukken op iets brengen. (wederkerend werkwoord; drukte zich op, heeft zich opgedrukt) 1 zich met de armen uit liggende houding oprichten, als lichaamsoefening.
| Drukte op | Opgedrukt
|
OpduikelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duikelde op, heeft opgeduikeld) 1 (informeel) bij toeval vinden.
| Duikelde op | Opgeduikeld
|
OpduikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dook op, is opgedoken) 1 uit het water omhoogkomen 2 (informeel) onverwachts verschijnen, zich onverwachts voordoen. (overgankelijk werkwoord; dook op, heeft opgedoken) 1 door duiken naar boven brengen 2 (informeel) opduikelen.
| Dook op | Opgedoken
|
OpduvelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duvelde op, is opgeduveld) 1 (informeel) weggaan.
| Duvelde op | Opgeduveld
|
OpduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde op, heeft opgeduwd; opduwer, opduwing) 1 door duwen omhoog doen gaan 2 voor zich uit duwen.
In Spaans overeenkomend met: Propulsar sStuwen Voortstuwen | Duwde op | Opgeduwd
|
OpdwarrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwarrelde op, is opgedwarreld) 1 dwarrelend omhooggaan.
| Dwarrelde op | Opgedwarreld
|
OpdweilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dweilde op, heeft opgedweild) 1 dweilend wegnemen.
| Dweilde op | Opgedweild
|
OpeendringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drong opeen, is opeengedrongen) 1 dicht op elkaar in gaan.
In Spaans overeenkomend met: Agolparse sSamendrommen | Drong opeen | Opeengedrongen
|
OpeenhopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hoopte opeen, heeft opeengehoopt; opeenhoping) 1 tot een hoop opstapelen.
In Spaans overeenkomend met: Acopiar Acumular, Reunir sAccumuleren Opeenstapelen Ophopen Opstapelen Stapelen | Hoopte opeen | Opeengehoopt
|
| Opeenklemmen | Klemde opeen | Opeengeklemd
|
OpeenstapelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stapelde opeen, heeft opeengestapeld; opeenstapeling) 1 tot een hoge stapel maken.
In Spaans overeenkomend met: Acumular, Reunir sOpeenhopen Ophopen Opstapelen Stapelen | Stapelde opeen | Opeengestapeld
|
| Opeenvolgen | Volgde opeen | Opeengevolgd
|
OpeisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; eiste op, heeft opgeëist; opeiser, opeising) 1 eisen dat iets of iem. waarop men recht heeft, wordt overgegeven.
In Spaans overeenkomend met: Exigir sEisen Rekenen Vereisen Vergen Voorschrijven Vorderen | Eiste op | Opgeëist
|
OpenbarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; openbaarde, heeft geopenbaard; openbaring) 1 bekend of zichtbaar doen worden. (wederkerend werkwoord; openbaarde zich, heeft zich geopenbaard) 1 bekend worden.
In Spaans overeenkomend met: Revelar sOnthullen Ontwikkelen | Openbaarde | Geopenbaard
|
OpenbarstenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; barstte open, is opengebarsten; openbarsting) 1 al barstende opengaan.
In Spaans overeenkomend met: Estallar, Reventar sBarsten Bersten Openbersten Scheuren Springen | Barstte open | Opengebarsten
|
OpenberstenIn Spaans overeenkomend met: Estallar, Reventar sBarsten Bersten Openbarsten Scheuren Springen | Berstte open, Borst open | Opengeborsten
|
OpenblijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef open, is opengebleven) 1 niet gesloten worden.
| Bleef open | Opengebleven
|
OpenbrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; brak open, is opengebroken; openbreker, openbreking) 1 al brekend opengaan. (overgankelijk werkwoord; brak open, heeft opengebroken) 1 door breken met geweld openmaken 2 voortijdig wijzigingen aanbrengen in.
| Brak open | Opengebroken
|
| Openbuigen | Boog open | Opengebogen
|
OpendoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; deed open, heeft opengedaan) 1 openen door het genoemde weg te schuiven of te draaien.
In Spaans overeenkomend met: Abrir sOpenen Openmaken | Deed open | Opengedaan
|
OpendraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide open, is opengedraaid) 1 draaiend opengaan. (overgankelijk werkwoord; draaide open, heeft opengedraaid) 1 draaiend openmaken.
| Draaide open | Opengedraaid
|
| Openduwen | Duwde open | Opengeduwd
|
OpenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; opende, heeft geopend; opener, opening) 1 beginnen. (overgankelijk werkwoord; opende, heeft geopend) 1 (ook absoluut) laten beginnen, in bedrijf brengen 2 ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is 3 openstellen, toegankelijk maken. (wederkerend werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Destapar Encabezar ((lijst, inschrijving),(lista, inscripción)) Abrir sBeginnen Ontkurken Opendoen Openmaken | Opende | Geopend
|
OpengaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging open, is opengegaan) 1 open, ontsloten raken.
| Ging open | Opengegaan
|
OpengooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide open, heeft opengegooid) 1 met kracht openmaken.
| Gooide open | Opengegooid
|
OpenhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde open, heeft opengehaald) 1 al trekkend, door aan iets te blijven hangen, een opening maken in.
| Haalde open | Opengehaald
|
| Openhangen | Hing open | Opengehangen
|
OpenhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield open, heeft opengehouden) 1 zorgen dat (iets) niet dichtgaat of gesloten wordt 2 vrijhouden.
In Spaans overeenkomend met: Conservar, Reservar sBespreken Boeken Reserveren Vrijhouden | Hield open | Opengehouden
|
OpenknippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knipte open, heeft opengeknipt) 1 met een schaar openmaken.
| Knipte open | Opengeknipt
|
OpenkrabbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; krabde open, heeft opengekrabd) 1 door krabben openmaken.
In Spaans overeenkomend met: Arañar sSchrammen | Krabde open | Opengekrabd
|
OpenlatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet open, heeft opengelaten) 1 geopend laten 2 leeg laten.
| Liet open | Opengelaten
|
OpenleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde open, heeft opengelegd; openlegging) 1 zo leggen dat het geopend is 2 toegankelijk maken.
| Legde open | Opengelegd
|
OpenliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag open, heeft opengelegen) 1 open, onbedekt liggen.
| Lag open | Opengelegen
|
OpenmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte open, heeft opengemaakt) 1 zo openen dat er in het genoemde een opening ontstaat.
In Spaans overeenkomend met: Abrir, Desabrochar sOpendoen Openen Openvouwen | Maakte open | Opengemaakt
|
OpenpeuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peuterde open, heeft opengepeuterd) 1 al peuterend, met de vingers of met een klein werktuig openmaken.
| Peuterde open | Opengepeuterd
|
OpenprikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prikte open, heeft opengeprikt) 1 door prikken openen.
| Prikte open | Opengeprikt
|
OpenrijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reet open, heeft opengereten) 1 openscheuren.
| Reet open | Opengereten
|
OpenrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rukte open, heeft opengerukt) 1 met kracht opentrekken.
| Rukte open | Opengerukt
|
OpenscheurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheurde open, is opengescheurd) 1 al scheurend opengaan. (overgankelijk werkwoord; scheurde open, heeft opengescheurd) 1 door scheuren openmaken.
| Scheurde open | Opengescheurd
|
OpenschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot open, is opengeschoten) 1 plotseling opengaan.
| Schoot open | Opengeschoten
|
OpenschuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoof open, is opengeschoven) 1 schuivend opengaan. (overgankelijk werkwoord; schoof open, heeft opengeschoven) 1 door schuiven openmaken.
| Schoof open | Opengeschoven
|
OpenslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg open, heeft opengeslagen) 1 openleggen 2 door slaan openmaken.
| Sloeg open | Opengeslagen
|
| Opensmijten | Smeet open | Opengesmeten
|
OpensnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed open, heeft opengesneden) 1 door snijden openmaken.
In Spaans overeenkomend met: Sajar sInsnijden | Sneed open | Opengesneden
|
| Openspalken | Spalkte open | Opengespalkt
|
OpensperrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sperde open, heeft opengesperd) 1 wijd uit elkaar doen, zodat een grote opening ontstaat.
| Sperde open | Opengesperd
|
OpensplijtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; spleet open, is opengespleten; opensplijting) 1 al splijtend opengaan. (overgankelijk werkwoord; spleet open, heeft opengespleten) 1 door splijten openmaken.
| Spleet open | Opengespleten
|
OpenspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong open, is opengesprongen) 1 plotseling opengaan.
In Spaans overeenkomend met: Saltar sBarsten In de lucht springen Ontploffen | Sprong open | Opengesprongen
|
OpenstaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stond open, heeft opengestaan) 1 bereid zijn om te luisteren naar. (onovergankelijk werkwoord; stond open, heeft opengestaan) 1 niet dicht zijn 2 (van een rekening) niet voldaan zijn 3 vrij, vacant zijn.
In Spaans overeenkomend met: Estar libre, Estar vacante sVacant zijn Vaceren | Stond open | Opengestaan
|
OpenstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde open, heeft opengesteld; openstelling) 1 toegankelijk maken.
| Stelde open | Opengesteld
|
OpentrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte open, heeft opengetrapt) 1 openmaken door ertegen te trappen.
| Trapte open | Opengetrapt
|
OpentrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok open, heeft opengetrokken) 1 al trekkend openmaken.
| Trok open | Opengetrokken
|
OpenvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel open, is opengevallen) 1 al vallend opengaan 2 onbezet raken . (overgankelijk werkwoord; viel open, heeft opengevallen) 1 door vallen verwonden.
| Viel open | Opengevallen
|
OpenvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog open, is opengevlogen) 1 plotseling en snel opengaan.
| Vloog open | Opengevlogen
|
OpenvouwenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar sOpenmaken | Vouwde open | Opengevouwen
|
| Openwerken | Werkte open | Opengewerkt
|
| Openwerpen | Wierp open | Opengeworpen
|
OpenzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette open, heeft opengezet) 1 opendoen en open laten staan.
| Zette open | Opengezet
|
| Openzwaaien | Zwaaide open | Opengezwaaid
|
OperationaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; operationaliseerde, heeft geoperationaliseerd; operationalisering) 1 gereedmaken voor gebruik, in gebruik nemen.
| Operationaliseerde | Geoperationaliseerd
|
OpererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; opereerde, heeft geopereerd) 1 te werk gaan. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; opereerde, heeft geopereerd) 1 (geneeskunde) een operatie verrichten op.
In Spaans overeenkomend met: Operar
| Opereerde | Geopereerd
|
OpetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; at op, heeft opgegeten) 1 opmaken door te eten 2 opmaken, verkwisten.
In Spaans overeenkomend met: Comerse, Consumir
| At op | Opgegeten
|
OpflakkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flakkerde op, is opgeflakkerd; opflakkering) 1 (van vlammen) zich flakkerend verheffen.
| Flakkerde op | Opgeflakkerd
|
OpfleurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fleurde op, is opgefleurd; opfleuring) 1 weer levenslustig worden. (overgankelijk werkwoord; fleurde op, heeft opgefleurd) 1 fleurig maken.
| Fleurde op | Opgefleurd
|
| Opflikken | Flikte op | Opgeflikt
|
OpflikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; flikkerde op, is opgeflikkerd; opflikkering) 1 (informeel) weggaan 2 met sterk schijnsel opvlammen.
In Spaans overeenkomend met: Renacer sOpleven | Flikkerde op | Opgeflikkerd
|
| Opflitsen | Flitste op | Opgeflitst
|
OpfokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; fokte op, heeft opgefokt; opfokker, opfokking) 1 aankweken, grootbrengen 2 (een motor) opvoeren 3 (informeel) opjutten, nerveus maken.
In Spaans overeenkomend met: Criar sFokken | Fokte op | Opgefokt
|
OpfrissenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; friste op, is opgefrist; opfrissing) 1 fris worden. (overgankelijk werkwoord; friste op, heeft opgefrist) 1 weer fris maken 2 (kennis, herinneringen) weer activeren in het geheugen . (wederkerend werkwoord; friste zich op, heeft zich opgefrist) 1 zich opknappen.
| Friste op | Opgefrist
|
OpgaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging op, is opgegaan) 1 geheel in beslag genomen worden door 2 geheel verdwijnen in. (onovergankelijk werkwoord; ging op, is opgegaan) 1 omhooggaan 2 opkomen, verschijnen 3 examen doen 4 verdwijnen 5 in alle delen juist zijn 6 op het podium gaan.
In Spaans overeenkomend met: Subir Montar sBegaan Bestijgen Opkomen Opstaan Verrijzen Wassen | Ging op | Opgegaan
|
OpgebruikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gebruikte op, heeft opgebruikt) 1 opmaken.
In Spaans overeenkomend met: Destrozar por el uso Agotar Acabar, Apurar, Consumir Supurar sAfdragen Putten uit Slijten Uitputten Verbruiken Verslijten Verteren | Gebruikte op | Opgebruikt
|
OpgeienIn Spaans overeenkomend met: Cargar, Recoger velas sGeien | Geide op | Opgegeid
|
OpgeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geilde op, heeft opgegeild) 1 (vulgair) opvrijen, seksueel prikkelen.
| Geilde op | Opgegeild
|
OpgevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; gaf op, heeft opgegeven) 1 (ook absoluut) ophouden met iets te doen of vast te houden 2 gegevens bekendmaken aan een instantie 3 iem. (iets) opdragen, tot taak stellen 4 (iem.) als kandidaat, als gegadigde voordragen 5 (slijm, bloed e.d.) braken.
In Spaans overeenkomend met: Dejar caer, Quitar Decir Perder Desistir, Renunciar sAfleggen Afstand doen van Kwijtraken Prijsgeven Uitvallen Verbeuren Verkwisten Verliezen Verspelen Zeggen | Gaf op | Opgegeven
|
OpgietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; goot op, heeft opgegoten) 1 (een vloeistof) op iets gieten, met name om het te laten trekken of weken.
| Goot op | Opgegoten
|
| Opgloeien | Gloeide op | Opgegloeid
|
OpgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide op, heeft opgegooid) 1 omhooggooien.
| Gooide op | Opgegooid
|
OpgravenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; groef op, heeft opgegraven; opgraver, opgraving) 1 door graven naar boven of tevoorschijn brengen.
In Spaans overeenkomend met: Desenterrar sRooien | Groef op | Opgegraven
|
OpgroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; groeide op, is opgegroeid) 1 volwassen worden.
In Spaans overeenkomend met: Criarse
| Groeide op | Opgegroeid
|
| Ophakken | Hakte op | Opgehakt
|
OphalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde op, heeft opgehaald) 1 omhooghalen 2 afhalen en meenemen 3 in de herinnering terugroepen, in herinnering brengen 4 opfrissen, verbeteren .
In Spaans overeenkomend met: Alzar, Levantar Jalar Buscar Recoger Ir a buscar a sAfhalen Beuren Heffen Hijsen Omhoogtrekken Oprichten Tillen Verhalen Verheffen Verhogen Voorttrekken | Haalde op | Opgehaald
|
OphangenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; hing op, heeft opgehangen) 1 vastleggen, vastpinnen op 2 (een redenering, theorie e.d.) baseren op. (onovergankelijk werkwoord; hing op, heeft opgehangen) 1 een telefoongesprek beëindigen door de verbinding te verbreken. (overgankelijk werkwoord; hing op, heeft opgehangen) 1 in de hoogte hangen 2 ter dood brengen door de galg .
In Spaans overeenkomend met: Ahorcar, Colgar
| Hing op | Opgehangen
|
OpharkenIn Spaans overeenkomend met: Rastrillar sAanharken Harken Uitkammen | Harkte op | Opgeharkt
|
OphebbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; had op, heeft opgehad) 1 als hoofddeksel dragen 2 geconsumeerd hebben .
In Spaans overeenkomend met: Llevar, Tener puesto sAanhebben Dragen Voorhebben | Had op | Opgehad
|
OpheffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hief op, heeft opgeheven; opheffer, opheffing) 1 optillen, omhoog richten 2 tenietdoen, krachteloos maken 3 (een instelling, zaak) beëindigen .
In Spaans overeenkomend met: Elevar, Encaramar, Encumbrar Levantar Liquidar sAfwikkelen Liquideren Opvoeren Solveren Tillen Verheffen | Hief op | Opgeheven
|
OphelderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; helderde op, heeft opgehelderd) 1 toelichten, verduidelijken.
In Spaans overeenkomend met: Despejar Aclarar sBeduiden Duidelijk maken Uitleggen Verhelderen Verklaren | Helderde op | Opgehelderd
|
| Ophelpen | Hielp op | Opgeholpen
|
OphemelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hemelde op, heeft opgehemeld; ophemeling) 1 uitbundig prijzen.
In Spaans overeenkomend met: Ensalzar sRoemen | Hemelde op | Opgehemeld
|
OphijsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hees op, heeft opgehesen) 1 naar boven hijsen.
In Spaans overeenkomend met: Izar sHijsen | Hees op | Opgehesen
|
| Ophikken | Hikte op | Opgehikt
|
OphitsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hitste op, heeft opgehitst; ophitser, ophitsing) 1 opstoken.
In Spaans overeenkomend met: Agitar, Azuzar, Perturbar Acuciar, Incitar sAanstoken Agiteren Op stang jagen Opruien Opstoken Opwinden Prikkelen Sarren Schudden | Hitste op | Opgehitst
|
OphoepelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hoepelde op, is opgehoepeld) 1 (informeel) weggaan.
| Hoepelde op | Opgehoepeld
|
OphoestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hoestte op, heeft opgehoest) 1 door hoesten uitspuwen 2 (schertsend) produceren.
| Hoestte op | Opgehoest
|
OphogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hoogde op, heeft opgehoogd; ophoging) 1 hoger maken 2 (een afbeelding) door het aanbrengen van licht sterker doen opkomen.
| Hoogde op | Opgehoogd
|
OphokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hokte op, heeft opgehokt) 1 in een hok doen of houden.
| Hokte op | Opgehokt
|
OphopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hoopte op, heeft opgehoopt; ophoping) 1 op een hoop leggen. (wederkerend werkwoord; hoopte zich op, heeft zich opgehoopt) 1 aangroeien, vermeerderen.
In Spaans overeenkomend met: Acopiar Acumular, Apilar, Reunir sAccumuleren Opeenhopen Opeenstapelen Opstapelen Stapelen | Hoopte op | Opgehoopt
|
| Ophoren | Hoorde op | Opgehoord
|
OphoudenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; hield op, heeft opgehouden) 1 zich bezighouden met. (onovergankelijk werkwoord; hield op, is opgehouden) 1 niet voortgaan. (overgankelijk werkwoord; hield op, heeft opgehouden) 1 omhooghouden 2 (een bepaalde indruk) trachten te geven 3 openhouden 4 tegenhouden 5 (iem.) beletten verder te gaan. (wederkerend werkwoord; hield zich op, heeft zich opgehouden) 1 zijn.
In Spaans overeenkomend met: Extender, Tender Expirar, Terminarse Finalizar Parar Retener Cesar sAflaten Aflopen Bezwijken Detineren Eindigen Ophouden te bestaan Opraken Rekken Reserveren Stoppen Strekken Terughouden Uitbreiden Uitgaan Uitlopen Uitraken Uitscheiden Uitsteken Uitstrekken Vergroten Verlopen Weerhouden Wijder maken Wijken | Hield op | Opgehouden
|
OpiniërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; opinieerde, heeft geopinieerd) 1 iemands mening beïnvloeden.
| Opinieerde | Geopinieerd
|
OpjagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; jaagde op/joeg op, heeft opgejaagd; opjager, opjaging) 1 opdrijven, opvoeren 2 doen opschrikken en op de vlucht jagen 3 opjutten, tot spoed aanzetten 4 (in België) snel doen opgroeien. (wederkerend werkwoord; jaagde zich op/joeg zich op, heeft zich opgejaagd) 1 (in België) zich zenuwachtig, druk maken.
In Spaans overeenkomend met: Acuciar, Arrear, Impeler sAandrijven Drijven Voortdrijven | Jaagde op, Joeg op | Opgejaagd
|
OpjuinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; juinde op, heeft opgejuind) 1 (informeel) opjagen.
| Juinde op | Opgejuind
|
OpjuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; jutte op, heeft opgejut; opjutter, opjutting) 1 (informeel) opjagen.
| Jutte op | Opgejut
|
OpkalefaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kalefaterde op, heeft opgekalefaterd; opkalefatering) 1 (informeel) weer min of meer in orde brengen.
| Kalefaterde op | Opgekalefaterd
|
OpkalfaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie opkalefateren.
| Kalfaterde op | Opgekalfaterd
|
| Opkalken | Kalkte op | Opgekalkt
|
OpkammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kamde op, heeft opgekamd) 1 in de hoogte kammen.
| Kamde op | Opgekamd
|
| Opkappen | Kapte op | Opgekapt
|
OpkijkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; keek op, heeft opgekeken) 1 verrast worden. (werkwoord; keek op, heeft opgekeken) 1 ontzag voelen voor 2 opzien tegen, verwachten dat iets naar zal zijn. (onovergankelijk werkwoord; keek op, heeft opgekeken) 1 naar omhoog kijken.
| Keek op | Opgekeken
|
OpkikkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kikkerde op, is opgekikkerd; opkikkering) 1 weer opleven. (overgankelijk werkwoord; kikkerde op, heeft opgekikkerd) 1 weer moed, energie geven.
| Kikkerde op | Opgekikkerd
|
| Opkisten | Kistte op | Opgekist
|
OpklappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klapte op, heeft opgeklapt) 1 als een klep naar boven bewegen.
| Klapte op | Opgeklapt
|
OpklarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klaarde op, is opgeklaard; opklaring) 1 helderder worden.
| Klaarde op | Opgeklaard
|
| Opklauteren | Klauterde op | Opgeklauterd
|
| Opkleden | Kleedde op | Opgekleed
|
OpklimmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klom op, is opgeklommen; opklimming) 1 stijgen 2 tot een hogere rang komen.
In Spaans overeenkomend met: Remontar sTeruggaan | Klom op | Opgeklommen
|
OpklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; klonk op, heeft opgeklonken) 1 weerklinken.
| Klonk op | Opgeklonken
|
OpkloppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klopte op, heeft opgeklopt) 1 door kloppen doen opzetten 2 belangrijker doen schijnen.
| Klopte op | Opgeklopt
|
| Opknabbelen | Knabbelde op | Opgeknabbeld
|
OpknappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt) 1 (iem.) iets onaangenaams bezorgen. (onovergankelijk werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt) 1 beter worden, zich beter voelen. (overgankelijk werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt) 1 (gebouwen, meubels e.d.) verbeteren 2 (een handeling) verrichten 3 gevangenisstraf uitzitten.
In Spaans overeenkomend met: Arreglar Asear sIn orde maken Netjes maken Reinigen | Knapte op | Opgeknapt
|
OpknippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knipte op, heeft opgeknipt) 1 (het haar) van onder naar boven kort knippen 2 (m.n. van organisaties, projecten e.d.) opsplitsen.
| Knipte op | Opgeknipt
|
OpknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knoopte op, heeft opgeknoopt; opknoping) 1 met een strop ter dood brengen 2 met een knoop opbinden.
In Spaans overeenkomend met: Colgar
| Knoopte op | Opgeknoopt
|
OpkokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kookte op, heeft opgekookt; opkoking) 1 aan de kook brengen.
In Spaans overeenkomend met: Levantar
| Kookte op | Opgekookt
|
OpkomenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; kwam op, is opgekomen) 1 verdedigen. (werkwoord; kwam op, is opgekomen) 1 zich verzetten tegen. (onovergankelijk werkwoord; kwam op, is opgekomen) 1 omhoog, naar boven komen 2 verschijnen 3 ontstaan 4 populair worden 5 (theater) op het toneel komen 6 (van gewassen) ontkiemen en boven de grond komen 7 (in België) zich kandidaat stellen bij verkiezingen.
In Spaans overeenkomend met: Subir Ocurrirse sOpgaan Opstaan Verrijzen Wassen | Kwam op | Opgekomen
|
| Opkooien | Kooide op | Opgekooid
|
OpkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht op, heeft opgekocht; opkoper, opkoping) 1 alles kopen wat men van zeker artikel krijgen kan.
In Spaans overeenkomend met: Acaparar sBeslag leggen op Meester maken van|Zich meester maken van Toe-eigenen|Zich toe-eigenen Zich meester maken van Zich toe-eigenen | Kocht op | Opgekocht
|
| Opkorten | Kortte op | Opgekort
|
| Opkoteren | Koterde op | Opgekoterd
|
OpkrabbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; krabbelde op, is opgekrabbeld) 1 met moeite opstaan na gevallen te zijn. (overgankelijk werkwoord; krabbelde op, heeft opgekrabbeld) 1 haastig, slordig opschrijven.
| Krabbelde op | Opgekrabbeld
|
OpkramenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kraamde op, is opgekraamd) 1 (in België) opstappen, weggaan.
| Kraamde op | Opgekraamd
|
OpkrassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kraste op, is opgekrast) 1 (informeel) weggaan.
| Kraste op | Opgekrast
|
| Opkrijgen | Kreeg op | Opgekregen
|
OpkrikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; krikte op, heeft opgekrikt) 1 met een krik of dommekracht omhoog brengen 2 met kunstmiddelen verbeteren.
| Krikte op | Opgekrikt
|
OpkroppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kropte op, heeft opgekropt; opkropping) 1 met moeite in zich verborgen houden.
In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir sOnderdrukken Verdringen Verdrukken Verkroppen | Kropte op | Opgekropt
|
OpkruienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kruide op, is opgekruid) 1 (van ijsschotsen) zich ophopen. (overgankelijk werkwoord; kruide op, heeft opgekruid) 1 (ijsschotsen) op elkaar schuiven.
| Kruide op | Opgekruid
|
OpkruipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroop op, is opgekropen) 1 (verkeer) (van rails) verschuiven in de richting waarin zij steeds bereden worden.
| Kroop op | Opgekropen
|
| Opkrullen | Krulde op | Opgekruld
|
OpkuisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kuiste op, heeft opgekuist) 1 (in België; informeel) met een dweil, een bezem, een doek o.i.d. verwijderen.
| Kuiste op | Opgekuist
|
OpkwekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kweekte op, heeft opgekweekt; opkweking) 1 door zorg tot wasdom brengen.
| Kweekte op | Opgekweekt
|
| Opkwikken | Kwikte op | Opgekwikt
|
OplaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; laaide op, is opgelaaid; oplaaiing) 1 (van vuur) plotseling met hoog uitslaande vlammen branden 2 (van hartstochten) verhevigen.
| Laaide op | Opgelaaid
|
OpladenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; laadde op, heeft opgeladen; oplader, oplading) 1 op iets laden 2 bevrachten 3 opnieuw voorzien van elektrische spanning 4 nieuwe energie geven aan, geestelijk sterk maken.
| Laadde op | Opgeladen
|
OplappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lapte op, heeft opgelapt; oplapper, oplapping) 1 herstellen op onsolide wijze 2 verstellen door er een lap op te zetten.
In Spaans overeenkomend met: Remendar sBoeten Flikken Lappen Stoppen Verstellen | Lapte op | Opgelapt
|
OplatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet op, heeft opgelaten; oplater, oplating) 1 loslaten zodat het omhoog gaat.
| Liet op | Opgelaten
|
OplazerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lazerde op, is opgelazerd) 1 (informeel) weggaan.
| Lazerde op | Opgelazerd
|
OpleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde op, heeft opgelegd; oplegger, oplegging) 1 iem. verplichten tot 2 (drukwezen) ter perse leggen 3 op iets leggen of plaatsen 4 (houten meubelen) bekleden met dunne bladen van een fijnere houtsoort 5 (in België, niet algemeen) bijbetalen, bijleggen 6 (in België) inmaken.
In Spaans overeenkomend met: Poner, Sobreponer Echar ((belasting),(impuestos)), Imponer sAandoen Aantrekken Forceren Opbrengen Opdringen | Legde op | Opgelegd
|
OpleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde op, heeft opgeleid; opleider, opleiding) 1 de nodige kennis en vaardigheid bijbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Educar Preparar sDresseren Grootbrengen Kweken Opvoeden | Leidde op | Opgeleid
|
OplepelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lepelde op, heeft opgelepeld) 1 met een lepel opeten 2 (parate kennis) gemakkelijk opzeggen.
| Lepelde op | Opgelepeld
|
OplettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lette op, heeft opgelet; opletter) 1 aandachtig luisteren of kijken.
In Spaans overeenkomend met: Atender, Atender a, Estar atento, Tener cuidado Cuidar sAandacht schenken Acht slaan op Bewaken Letten op Oppassen Passen op Verplegen Zorgen voor | Lette op | Opgelet
|
OpleukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leukte op, heeft opgeleukt; opleuking) 1 (ironisch; informeel) opvrolijken.
| Leukte op | Opgeleukt
|
OplevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leefde op, is opgeleefd; opleving) 1 weer tot nieuwe bloei komen.
In Spaans overeenkomend met: Animarse Renacer Reponerse sDurven Geanimeerd worden Herleven Herrijzen Moed vatten Opflikkeren | Leefde op | Opgeleefd
|
OpleverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leverde op, heeft opgeleverd) 1 na voltooiing aan de opdrachtgever overdragen 2 als resultaat hebben.
In Spaans overeenkomend met: Beneficiar, Dejar, Producir, Reportar ((voordelen),(ventajas)) sAfwerpen Opbrengen Renderen Voortbrengen | Leverde op | Opgeleverd
|
OplezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; las op, heeft opgelezen; oplezer, oplezing) 1 voorlezen.
| Las op | Opgelezen
|
OplichtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lichtte op, is opgelicht; oplichter, oplichting) 1 lichter van kleur worden. (overgankelijk werkwoord; lichtte op, heeft opgelicht; oplichting) 1 optillen 2 (iem.) geld of goed afhandig maken door bedrog, leugens 3 lichter maken.
In Spaans overeenkomend met: Estafar, Sisar
| Lichtte op | Opgelicht
|
OplikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; likte op, heeft opgelikt) 1 door likken opnemen.
| Likte op | Opgelikt
|
OploevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; loefde op, is opgeloefd) 1 zeilend het schip meer tegen de wind in sturen.
| Loefde op | Opgeloefd
|
OplopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep op, is opgelopen) 1 toenemen 2 verder lopen 3 in schuine richting naar boven gaan . (overgankelijk werkwoord; liep op, heeft opgelopen) 1 onverlangd krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Contraer
| Liep op | Opgelopen
|
OplossenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; loste op, is opgelost; oplosser, oplossing) 1 in een vloeistof verdwijnen 2 verdwijnen. (overgankelijk werkwoord; loste op, heeft opgelost) 1 het gevraagde uit de gegevens berekenen 2 tot een bevredigend einde brengen 3 (een stof) met een vloeistof tot een homogeen geheel verenigen. (wederkerend werkwoord; loste zich op, heeft zich opgelost) 1 (van groepen personen) uiteengaan.
In Spaans overeenkomend met: Desleír Disolver, Resolver, Solucionar, Solventar sAanlengen Binden Liéren | Loste op | Opgelost
|
OpluchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; luchtte op, heeft opgelucht) 1 van zorg ontheffen, verlichten.
In Spaans overeenkomend met: Aliviar sVerlichten Verzachten | Luchtte op | Opgelucht
|
| Opluiken | Look op | Opgeloken
|
OpluisterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; luisterde op, heeft opgeluisterd; opluistering) 1 de sfeer in positieve zin beïnvloeden.
| Luisterde op | Opgeluisterd
|
OpmakenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; maakte op, heeft opgemaakt) 1 uit verschillende gegevens samenvoegen. (overgankelijk werkwoord; maakte op, heeft opgemaakt) 1 gebruiken tot er niets meer over is 2 gereed maken, in orde brengen 3 make-up aanbrengen op 4 (een tekst) samenstellen. (wederkerend werkwoord; maakte zich op, heeft zich opgemaakt) 1 zich voorbereiden, zich gereed maken.
In Spaans overeenkomend met: Apurar Imponer Acabar, Consumir Redactar Maquillar sBlanketten Grimeren Leegdrinken Maquilleren Opdrinken Opstellen Redigeren Schminken Stellen Stileren Uitdrinken Verdoen Verklungelen Verkwisten Vermorsen Verspillen | Maakte op | Opgemaakt
|
OpmalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maalde op, heeft opgemalen; opmaling) 1 (water) omhoog malen.
| Maalde op | Opgemalen
|
OpmarcherenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; marcheerde op, is opgemarcheerd) 1 (militair, leger) in gesloten gelederen oprukken.
| Marcheerde op | Opgemarcheerd
|
OpmerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; merkte op, heeft opgemerkt) 1 waarnemen, bemerken 2 meedelen als aandachtspunt.
In Spaans overeenkomend met: Divisar Percibir Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Notar, Observar, Percatar, Percatarse Hacer notar, Señalar sBemerken Bespeuren Gewaar worden Gewaarworden Merken Onderkennen Onderscheiden Opmerkzaam maken Signaleren Vernemen Waarnemen | Merkte op | Opgemerkt
|
OpmetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mat op, heeft opgemeten; opmeter, opmeting) 1 een maat of maten opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Medir, Tomar la medida sAfmeten Meten Opnemen Roeien Uitmeten | Mat op | Opgemeten
|
| Opmetselen | Metselde op | Opgemetseld
|
OpmieterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; mieterde op, is opgemieterd) 1 (informeel) weggaan.
| Mieterde op | Opgemieterd
|
OpmonterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; monterde op, heeft opgemonterd; opmontering) 1 opvrolijken.
In Spaans overeenkomend met: Animar sAanmoedigen Animeren Bemoedigen Bezielen Opvrolijken Opwekken | Monterde op | Opgemonterd
|
OpnaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; naaide op, heeft opgenaaid; opnaaier, opnaaiing) 1 op iets vastnaaien 2 (vulgair) opfokken, zenuwachtig maken.
| Naaide op | Opgenaaid
|
OpnemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam op, heeft opgenomen) 1 (ook absoluut) gehoor geven bij het telefoneren 2 pakken en optillen 3 (een handeling, taak) gaan uitvoeren 4 (geld) halen bij bank, giro of automaat 5 opvatten 6 nauwkeurig waarnemen 7 (wat men waarneemt) vastleggen met beeld- of geluidsapparatuur 8 opschrijven, noteren 9 binnen een groter geheel een plaats geven 10 absorberen .
In Spaans overeenkomend met: Absorber Grabar Ingresar Acoger, Refugiar Rodar Medir, Tomar la medida Tantear Avecinar Afiliar sAannemen Accepteren Afmeten Meten Monsteren Ontvangen Opmeten Opvangen Roeien Uitmeten Vestigen | Nam op | Opgenomen
|
OpnoemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; noemde op, heeft opgenoemd; opnoemer, opnoeming) 1 na elkaar noemen.
| Noemde op | Opgenoemd
|
OpofferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; offerde op, heeft opgeofferd; opoffering) 1 opgeven voor een bepaald doel.
In Spaans overeenkomend met: Ofrendar, Sacrificar sOfferen | Offerde op | Opgeofferd
|
| Opontbieden | Ontbood op | Opontboden
|
OppakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte op, heeft opgepakt) 1 pakken en optillen 2 in hechtenis nemen.
| Pakte op | Opgepakt
|
OppassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; paste op, heeft opgepast) 1 opletten 2 tijdelijk zorgen voor iem. of iets 3 acht geven op wat men doet 4 (informeel) terugtrekken, coitus interruptus toepassen .
In Spaans overeenkomend met: Atender, Atender a, Estar atento, Tener cuidado Cuidar sAandacht schenken Acht slaan op Letten op Opletten Passen op Verzorgen | Paste op | Opgepast
|
OppeppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pepte op, heeft opgepept; oppepper, oppepping) 1 (informeel) meer kracht geven.
| Pepte op | Opgepept
|
OpperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; opperde, heeft geopperd) 1 aanvoeren, voorstellen 2 (bouwmateriaal) aanvoeren bij de metselaars.
In Spaans overeenkomend met: Enunciar, Expresar Aducir Sugerir sBetuigen Een wenk geven Influisteren Suggereren Uitdrukken Uiten Uitspreken Verwoorden Voorstellen | Opperde | Geopperd
|
OppersenIn Spaans overeenkomend met: Planchar sOpstrijken | Perste op | Opgeperst
|
OppeuzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peuzelde op, heeft opgepeuzeld) 1 langzaam en smakelijk opeten.
| Peuzelde op | Opgepeuzeld
|
OppiepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; piepte op, heeft opgepiept) 1 (informeel) met behulp van een pieper oproepen 2 (informeel) krokant maken door opwarming in de oven.
| Piepte op | Opgepiept
|
OppijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pijpte op, heeft opgepijpt) 1 (iets) fraaier of groter voorstellen dan het is.
| Pijpte op | Opgepijpt
|
OppikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pikte op, heeft opgepikt; oppikker) 1 aantreffen en meenemen 2 met een haak uit het water halen 3 (iets) met de snavel opnemen en eten 4 (informeel) vernemen, leren.
| Pikte op | Opgepikt
|
OpplakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plakte op, heeft opgeplakt) 1 op iets plakken.
| Plakte op | Opgeplakt
|
| Opploegen | Ploegde op | Opgeploegd
|
| Opplooien | Plooide op | Opgeplooid
|
OppoetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poetste op, heeft opgepoetst) 1 poetsen zodat het weer gaat glimmen.
| Poetste op | Opgepoetst
|
OppokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pookte op, heeft opgepookt) 1 (vuur, de haard enz.) door poken sterker laten branden.
In Spaans overeenkomend met: Hurgar sAanstoken | Pookte op | Opgepookt
|
OppompenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pompte op, heeft opgepompt) 1 door pompen vullen 2 door pompen omhooghalen.
In Spaans overeenkomend met: Bombear Inflar sDoen zwellen Opblazen Pompen | Pompte op | Opgepompt
|
OpponerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; opponeerde, heeft geopponeerd) 1 zich tegen iem. of iets verzetten 2 bij de openbare verdediging van een vertoog de stellingen van de verdediger omver trachten te stoten. (overgankelijk werkwoord; opponeerde, heeft geopponeerd) 1 tegenover iets anders plaatsen 2 (schermen) de druk van de kling van de tegenstander met tegendruk beantwoorden.
In Spaans overeenkomend met: Contrarrestar, Oponerse sGekant zijn tegen Tegen ingaan Tegenover elkaar staan Tegenwerken Tegenwerpingen maken | Opponeerde | Geopponeerd
|
OpporrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; porde op, heeft opgepord) 1 (vuur, de kachel enz.) feller doen branden 2 aansporen, opwekken.
| Porde op | Opgepord
|
OppottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; potte op, heeft opgepot; oppotter, oppotting) 1 (geld) vrekkig opsparen 2 (landbouw) (planten) potten.
| Potte op | Opgepot
|
OpprikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prikte op, heeft opgeprikt) 1 op iets vastprikken.
| Prikte op | Opgeprikt
|
OpproppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; propte op, heeft opgepropt; oppropping) 1 volstoppen, overmatig opvullen.
| Propte op | Opgepropt
|
OprakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rakelde op, heeft opgerakeld; oprakeling) 1 (vuur) door rakelen weer doen branden 2 weer in herinnering halen.
| Rakelde op | Opgerakeld
|
OprakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raakte op, is opgeraakt) 1 bijna niet meer voorradig zijn.
In Spaans overeenkomend met: Finalizar sBezwijken Ophouden Ophouden te bestaan | Raakte op | Opgeraakt
|
OprapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raapte op, heeft opgeraapt) 1 van de grond opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Pellizcar, Pizcar, Pulsar, Puntear Asir, Coger, Tomar Recoger sAanvatten Afplukken Nemen Pakken Plukken Rapen Tokkelen Vatten | Raapte op | Opgeraapt
|
| Opredderen | Redderde op | Opgeredderd
|
OprekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekte op, heeft opgerekt; oprekker, oprekking) 1 rekken om ruimer te maken.
| Rekte op | Opgerekt
|
| Oprennen | Rende op | Opgerend
|
OprichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; richtte op, heeft opgericht; oprichter, oprichting) 1 overeind zetten 2 (een onderneming, instelling enz.) vestigen, stichten 3 (een bouwwerk) omhoog doen rijzen. (wederkerend werkwoord; richtte zich op, heeft zich opgericht) 1 overeind komen.
In Spaans overeenkomend met: Elevar Establecer, Instalar Crear Alzar Empinar, Erguir, Erigir, Erizar ((stekels, haar),(púas, pelo)), Erizarse ((stekels, haar),(púas, pelo)), Estatuir, Levantar sBeuren Doen opstaan Heffen Inrichten Neerzetten Omhoogtrekken Ophalen Opslaan Overeind zetten Rechtop zetten Stichten Tillen Verheffen Verhogen Vestigen | Richtte op | Opgericht
|
OprijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed op, is opgereden; oprijder) 1 verder naar voren rijden. (overgankelijk werkwoord; reed op, heeft opgereden) 1 (een voertuig) zo lang gebruiken totdat het versleten is 2 (een paard) zodanig berijden dat het sierlijk loopt.
In Spaans overeenkomend met: Atropellar sOverrijden | Reed op | Opgereden
|
| Oprijten | Reet op | Opgereten
|
OprijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rees op, is opgerezen) 1 (archaïsch) omhooggaan.
| Rees op | Opgerezen
|
OprispenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rispte op, is opgerispt; oprisping) 1 uit de maag naar boven brengen.
In Spaans overeenkomend met: Eructar, Regoldar sBoeren | Rispte op | Opgerispt
|
OproeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roeide op, heeft/is opgeroeid) 1 (watersport) zich naar de start begeven.
| Roeide op | Opgeroeid
|
OproepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riep op, heeft opgeroepen; oproeper, oproeping) 1 (iem.) dringend verzoeken ergens te komen 2 aansporen 3 telefonisch contact vragen 4 (vragen, gevoelens) veroorzaken 5 (in België) wekken.
In Spaans overeenkomend met: Evocar Llamar Convocar sAanroepen Bijeenroepen Convoceren Praaien Uitschrijven | Riep op | Opgeroepen
|
| Oproeren | Roerde op | Opgeroerd
|
OprokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rookte op, heeft opgerookt) 1 (een sigaar, sigaret enz.) roken tot die op is 2 (geld) met het kopen van rookwaar opmaken.
| Rookte op | Opgerookt
|
OprollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rolde op, is opgerold; oproller, oprolling) 1 tot een rol ineenrollen. (overgankelijk werkwoord; rolde op, heeft opgerold) 1 omhoog doen rollen 2 tot een rol maken 3 (een bende) arresteren.
In Spaans overeenkomend met: Arrollar Aferrar ((zeilen),(velas)) Arremangarse, Remangarse Bobinar, Enrollar, Envolver sInbinden Inhalen Strengelen Wikkelen Winden | Rolde op | Opgerold
|
OprottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rotte op, is opgerot) 1 (pejoratief) weggaan.
| Rotte op | Opgerot
|
OpruienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ruide op, heeft opgeruid; opruier, opruiing) 1 opstoken.
In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar, Sublevar sAan het muiten brengen Agiteren Ophitsen Oproerig maken Opstoken Opwinden Schudden | Ruide op | Opgeruid
|
OpruimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ruimde op, heeft opgeruimd; opruimer, opruiming) 1 uit de weg ruimen 2 (artikelen) uitverkopen 3 in orde brengen, netjes maken.
In Spaans overeenkomend met: Ordenar Arreglar sInrichten Regelen Ruimen Schikken Terechtbrengen | Ruimde op | Opgeruimd
|
OprukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rukte op, is opgerukt; oprukking) 1 voorwaarts trekken.
In Spaans overeenkomend met: Ascender, Subir en categoría sAvanceren In rang opklimmen Overgaan Promotie maken | Rukte op | Opgerukt
|
| Opruwen | Ruwde op | Opgeruwd
|
OpschakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schakelde op, heeft opgeschakeld) 1 (informeel) (een auto) in een hogere versnelling zetten.
| Schakelde op | Opgeschakeld
|
OpschalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schaalde op, heeft opgeschaald) 1 op een grotere schaal brengen, m.n. in omvang, kracht, uitwerking doen toenemen 2 in een hogere schaal indelen, m.n. ernstiger inschatten, waarbij verantwoordelijkheid aan een hogere bestuurslaag wordt overgedragen.
| Schaalde op | Opgeschaald
|
OpscharrelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; scharrelde op, heeft opgescharreld) 1 met moeite vinden, verkrijgen.
| Scharrelde op | Opgescharreld
|
OpschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk op, heeft opgeschonken) 1 (ook absoluut) (water enz.) op iets schenken of gieten 2 leegschenken.
| Schonk op | Opgeschonken
|
| Opschepen | Scheepte op | Opgescheept
|
OpscheppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schepte op, heeft opgeschept; opschepper) 1 de eigen kracht, slimheid, bezittingen enz. overdrijven. (overgankelijk werkwoord; schepte op, heeft opgeschept) 1 (ook absoluut) (eten) op borden scheppen 2 met een schep van de grond opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Baladronear, Fanfarronear, Jactarse, Presumir Excavar con pala, Recoger con pala, Traspalar sBluffen Pochen Scheppen Snoeven Snorken Stoffen Verbeelding hebben Zwetsen | Schepte op | Opgeschept
|
OpscherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoor op, heeft opgeschoren) 1 (haar) van onder naar boven wegscheren 2 (een haag) snoeiend ontdoen van afhangende takken 3 met geschoren touwwerk ophijsen.
| Schoor op | Opgeschoren
|
OpscherpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; scherpte op, heeft opgescherpt; opscherping) 1 scherpen, scherper maken.
| Scherpte op | Opgescherpt
|
OpschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot op, is opgeschoten) 1 zich haasten 2 vooruitgaan, vorderingen maken 3 opgroeien, wassen 4 met een snelle beweging in de lucht opstijgen 5 in het zaad schieten. (overgankelijk werkwoord; schoot op, heeft opgeschoten) 1 (touwwerk) in bochten leggen.
In Spaans overeenkomend met: Acrecentar, Activar sVeld winnen Vlotten Vooruitgaan Vorderen | Schoot op | Opgeschoten
|
OpschikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schikte op, heeft/is opgeschikt; opschikking) 1 opschuiven. (overgankelijk werkwoord; schikte op, heeft opgeschikt) 1 iets in orde brengen 2 optooien, versieren.
| Schikte op | Opgeschikt
|
OpschilderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schilderde op, heeft opgeschilderd; opschildering) 1 door schilderen opknappen.
| Schilderde op | Opgeschilderd
|
OpschoeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoeide op, heeft opgeschoeid; opschoeiing) 1 (een wal, dijk enz.) met aarde en planken ophogen.
| Schoeide op | Opgeschoeid
|
| Opschommelen | Schommelde op | Opgeschommeld
|
OpschonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoonde op, heeft opgeschoond; opschoning) 1 zuiveren, reinigen.
| Schoonde op | Opgeschoond
|
| Opschoppen | Schopte op | Opgeschopt
|
| Opschorsen | Schorste op | Opgeschorst
|
OpschortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schortte op, heeft opgeschort; opschorting) 1 op een later tijdstip stellen.
| Schortte op | Opgeschort
|
| Opschransen | Schranste op | Opgeschranst
|
OpschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schreef op, heeft opgeschreven; opschrijver, opschrijving) 1 een notitie maken van.
In Spaans overeenkomend met: Anotar, Apuntar, Notar Registrar sAantekenen Boeken Noteren Registreren Te boek stellen Vastleggen | Schreef op | Opgeschreven
|
OpschrikkenIn de betekenis van: Doen schrikken
In Spaans overeenkomend met: AsustarSobresaltar sSchrikken | Schrikte op | Opgeschrikt
|
OpschrikkenIn de betekenis van: Schrik krijgen
In Spaans overeenkomend met: Asustarse sSchrikken | Schrok op | Opgeschrokken
|
OpschroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schroefde op, heeft opgeschroefd; opschroeving) 1 bovenmatig verhogen 2 met schroeven vastmaken op iets.
| Schroefde op | Opgeschroefd
|
OpschrokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schrokte op, heeft opgeschrokt) 1 gulzig opeten.
| Schrokte op | Opgeschrokt
|
OpschuddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schudde op, heeft opgeschud; opschudding) 1 (iets) schuddend weer bol en zacht maken 2 (een persoon of dier) wakker schudden.
In Spaans overeenkomend met: Mullir Sacudir sSchokken Schudden Wrikken Zacht maken | Schudde op | Opgeschud
|
OpschuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoof op, is opgeschoven; opschuiving) 1 in een bepaalde richting verschoven worden 2 (van personen) opschikken om plaats te maken 3 (van gebeurtenissen) uitgesteld worden. (overgankelijk werkwoord; schoof op, heeft opgeschoven) 1 (iets) in een bepaalde richting verschuiven 2 (een gebeurtenis) uitstellen.
In Spaans overeenkomend met: Deslizarse sSchuiven | Schoof op | Opgeschoven
|
OpschurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schuurde op, heeft opgeschuurd) 1 door schuren enigszins ruw maken.
| Schuurde op | Opgeschuurd
|
| Opschutten | Schutte op | Opgeschut
|
OpsierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sierde op, heeft opgesierd; opsiering) 1 door versierselen fraaier maken 2 (iets) fraaier voorstellen dan het is.
In Spaans overeenkomend met: Adornar, Engalanar, Ornamentar sDecoreren Sieren Tooien Uitdossen Versieren | Sierde op | Opgesierd
|
OpsjorrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sjorde op, heeft opgesjord) 1 door sjorren naar boven brengen.
| Sjorde op | Opgesjord
|
| Opsjouwen | Sjouwde op | Opgesjouwd
|
OpslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg op, is opgeslagen) 1 in prijs stijgen 2 (van vocht) uit de grond naar boven komen. (overgankelijk werkwoord; sloeg op, heeft opgeslagen) 1 opwaarts, in de hoogte slaan 2 (een prijs, tarief enz.) verhogen 3 opstellen, in elkaar zetten 4 een voorraad vormen van 5 (touwwerk) opnieuw slaan uit de beste garens van reeds gebruikt touwwerk 6 vastleggen en/of bewaren van gegevens uit een geheugen op bv. een diskette.
In Spaans overeenkomend met: Almacenar Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar sNeerzetten Oprichten Vestigen | Sloeg op | Opgeslagen
|
OpslepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleepte op, heeft opgesleept) 1 (een vaartuig) stroomopwaarts slepen.
| Sleepte op | Opgesleept
|
| Opsleuren | Sleurde op | Opgesleurd
|
OpslibbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slibde op, is opgeslibd; opslibbing) 1 (van gronden onder water) door het neerzetten van slib hoger worden 2 (van het water) door het bezinken van slib ondieper worden.
| Slibde op | Opgeslibd
|
OpslobberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slobberde op, heeft opgeslobberd) 1 slobberend naar binnen werken.
| Slobberde op | Opgeslobberd
|
OpslokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slokte op, heeft opgeslokt) 1 gulzig doorslikken.
In Spaans overeenkomend met: Zampar sGulzig eten | Slokte op | Opgeslokt
|
OpslorpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slorpte op, heeft opgeslorpt; opslorping) 1 opslurpen 2 beslag leggen op, in beslag nemen.
In Spaans overeenkomend met: Empapar Absorber, Sorber sOpslurpen Resorberen Slurpen | Slorpte op | Opgeslorpt
|
OpsluitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloot op, is opgesloten; opsluiter, opsluiting) 1 (militair, leger) (van gelederen) weer aansluiten. (overgankelijk werkwoord; sloot op, heeft opgesloten) 1 in een afgesloten ruimte plaatsen 2 (bouwdelen, straatdelen) voorgoed vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Aprisionar, Encerrar, Recluir sGevangen nemen Vastzetten | Sloot op | Opgesloten
|
OpslurpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slurpte op, heeft opgeslurpt) 1 slurpend opdrinken.
In Spaans overeenkomend met: Absorber, Sorber sOpslorpen Resorberen Slurpen | Slurpte op | Opgeslurpt
|
| Opsmeren | Smeerde op | Opgesmeerd
|
OpsmukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smukte op, heeft opgesmukt; opsmukking) 1 overdreven versieren.
| Smukte op | Opgesmukt
|
| Opsmullen | Smulde op | Opgesmuld
|
OpsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sneed op, heeft opgesneden; opsnijder) 1 opscheppen. (overgankelijk werkwoord; sneed op, heeft opgesneden) 1 (iets) snijden tot alles op is.
| Sneed op | Opgesneden
|
OpsnoepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snoepte op, heeft opgesnoept) 1 snoepend opeten.
| Snoepte op | Opgesnoept
|
OpsnorrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snorde op, heeft opgesnord) 1 her of der vinden.
In Spaans overeenkomend met: Olisquear
| Snorde op | Opgesnord
|
| Opsnuffelen | Snuffelde op | Opgesnuffeld
|
OpsnuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; snoof op, heeft opgesnoven; opsnuiving) 1 in de neus ophalen.
In Spaans overeenkomend met: Aspirar con fuerza por la nariz, Husmear, Tomar
| Snoof op | Opgesnoven
|
OpsodemieterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sodemieterde op, is opgesodemieterd) 1 (informeel) weggaan.
| Sodemieterde op | Opgesodemieterd
|
OpsolferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; solferde op, heeft opgesolferd) 1 (in België; informeel) opzadelen met.
| Solferde op | Opgesolferd
|
OpsommenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; somde op, heeft opgesomd; opsommer, opsomming) 1 achtereenvolgens noemen.
In Spaans overeenkomend met: Enumerar
| Somde op | Opgesomd
|
OpsouperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; soupeerde op, heeft opgesoupeerd) 1 opmaken, verbrassen.
| Soupeerde op | Opgesoupeerd
|
OpspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spande op, heeft opgespannen) 1 stevig op iets vastmaken.
| Spande op | Opgespannen
|
OpsparenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spaarde op, heeft opgespaard) 1 bij elkaar sparen.
| Spaarde op | Opgespaard
|
OpspattenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; spatte op, is opgespat) 1 spattend omhoogvliegen.
In Spaans overeenkomend met: Brotar, Surgir sStuiven Verspuiten | Spatte op | Opgespat
|
OpspeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speldde op, heeft opgespeld) 1 op iets vastspelden 2 met spelden hoger vastmaken.
| Speldde op | Opgespeld
|
OpspelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; speelde op, heeft opgespeeld) 1 uitvaren, zich heftig uiten. (overgankelijk werkwoord; speelde op, heeft opgespeeld) 1 (een speelkaart) uitspelen.
| Speelde op | Opgespeeld
|
| Opsperren | Sperde op | Opgesperd
|
OpspeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speurde op, heeft opgespeurd) 1 opsporen.
| Speurde op | Opgespeurd
|
OpsplitsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; splitste op, heeft opgesplitst; opsplitsing) 1 verdelen in groepen.
In Spaans overeenkomend met: Dividir, Partir sAfbreken Delen Splitsen Verdelen | Splitste op | Opgesplitst
|
| Opspoelen | Spoelde op | Opgespoeld
|
OpsporenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoorde op, heeft opgespoord; opsporing) 1 zoeken en vinden.
In Spaans overeenkomend met: Inquirir, Rastrear sNavorsen Onderzoeken | Spoorde op | Opgespoord
|
| Opspreken | Sprak op | Opgesproken
|
OpspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong op, is opgesprongen) 1 in de hoogte springen.
In Spaans overeenkomend met: Saltar
| Sprong op | Opgesprongen
|
OpspuitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; spoot op, is opgespoten; opspuiting) 1 spuitend naar boven komen. (overgankelijk werkwoord; spoot op, heeft opgespoten) 1 in de hoogte spuiten 2 (een terrein) door het opbrengen van slib verhogen.
In Spaans overeenkomend met: Saltar ((water),(agua))
| Spoot op | Opgespoten
|
OpspuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spuwde op, heeft opgespuwd; opspuwing) 1 (formeel) spuwend opgeven.
| Spuwde op | Opgespuwd
|
OpstaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stond op, is opgestaan) 1 zich verzetten tegen, in opstand komen. (onovergankelijk werkwoord; stond op, is opgestaan) 1 gaan staan 2 het bed verlaten 3 (van gerechten) op het vuur staan.
In Spaans overeenkomend met: Levantarse, Ponerse en pie Levantarse de la cama Subir Resucitar Insurreccionarse sGaan staan In opstand komen Opgaan Opkomen Uit bed komen Verrijzen Wassen | Stond op | Opgestaan
|
OpstapelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stapelde op, heeft opgestapeld; opstapeling) 1 stapels maken van. (wederkerend werkwoord; stapelde zich op, heeft zich opgestapeld) 1 tot een stapel aangroeien.
In Spaans overeenkomend met: Amontonar Acumular, Apilar, Reunir sOpeenhopen Opeenstapelen Ophopen Stapelen | Stapelde op | Opgestapeld
|
OpstappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stapte op, is opgestapt) 1 vertrekken 2 op of in iets stappen, bv. op de fiets 3 (in België) meelopen (in een betoging, een optocht e.d.).
In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir sOp weg gaan Tijgen Weggaan | Stapte op | Opgestapt
|
OpstartenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; startte op, heeft opgestart; opstarter, opstarting) 1 in beweging, in gang zetten 2 bedrijfsklaar maken.
| Startte op | Opgestart
|
OpstekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stak op, is opgestoken) 1 in kracht toenemen. (overgankelijk werkwoord; stak op, heeft opgestoken) 1 in de hoogte brengen 2 (iets) leren 3 (iets) doen ontbranden 4 (het haar) met spelden enz. omhoog vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Prender
| Stak op | Opgestoken
|
OpstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde op, heeft opgesteld; opsteller, opstelling) 1 op zijn plaats zetten 2 (een plan, theorie) ontwerpen 3 op schrift zetten. (wederkerend werkwoord; stelde zich op, heeft zich opgesteld) 1 een standpunt innemen.
In Spaans overeenkomend met: Sentar Redactar sOpmaken Redigeren Stellen Stileren Vooropstellen | Stelde op | Opgesteld
|
| Opstemmen | Stemde op | Opgestemd
|
OpstijgenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; steeg op, is opgestegen; opstijging) 1 in de lucht omhooggaan 2 te paard stijgen.
In Spaans overeenkomend met: Elevarse, Remontarse Subir planeado sOmhoogvliegen Stijgen Zweefvliegen | Steeg op | Opgestegen
|
| Opstijven | Stijfde op | Opgestijfd
|
| Opstijven | Steef op | Opgesteven
|
OpstikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Stikte op | Opgestikt
|
OpstokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stookte op, heeft opgestookt; opstoker, opstoking) 1 (vuur) sterker doen branden 2 (brandstoffen) stokend verbruiken 3 (een persoon of dier) aanzetten tot verzet of strijd.
In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar sAgiteren Ophitsen Opruien Opwinden Schudden | Stookte op | Opgestookt
|
OpstomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stoomde op, is opgestoomd) 1 vastberaden ergens naartoe gaan.
| Stoomde op | Opgestoomd
|
OpstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte op, heeft opgestopt) 1 volstoppen, opvullen 2 stoppen, stuiten.
In Spaans overeenkomend met: Congestionar, Obstruir sBelemmeren Een congestie veroorzaken Obstructie voeren Verstoppen | Stopte op | Opgestopt
|
| Opstormen | Stormde op | Opgestormd
|
OpstotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stiet op, heeft opgestoten; opstoting) 1 (jacht) (wild) uit het leger opjagen.
| Stootte op, Stiet op | Opgestoten
|
OpstovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stoofde op, heeft opgestoofd; opstoving) 1 (voedsel) door stoven verder klaarmaken.
| Stoofde op | Opgestoofd
|
| Opstralen | Straalde op | Opgestraald
|
| Opstrijden | Streed op | Opgestreden
|
OpstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streek op, heeft opgestreken; opstrijker, opstrijking) 1 (geld e.d.) ontvangen 2 (stof, kleding enz.) met een strijkijzer in de vereiste toestand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Planchar sOppersen | Streek op | Opgestreken
|
| Opstromen | Stroomde op | Opgestroomd
|
| Opstrompelen | Strompelde op | Opgestrompeld
|
OpstropenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stroopte op, heeft opgestroopt; opstroping) 1 in de hoogte stropen.
| Stroopte op | Opgestroopt
|
OpstuitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stuitte op, is opgestuit) 1 in de hoogte stuiten.
| |
|
OpstuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stoof op, is opgestoven) 1 stuivend omhoogvliegen 2 tot een hoop omhoogstuiven 3 razend worden. (overgankelijk werkwoord; stoof op, heeft opgestoven) 1 door verstuiving aanbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Remontarse Enarbolarse sBoos worden Opvliegen | Stoof op | Opgestoven
|
OpsturenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stuurde op, heeft opgestuurd) 1 (verkeer) enigszins tegen de windrichting in sturen om het afdrijven te voorkomen. (overgankelijk werkwoord; stuurde op, heeft opgestuurd) 1 versturen.
In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir sDoen toekomen Opzenden Sturen Verzenden Zenden | Stuurde op | Opgestuurd
|
OpstuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stutte op, heeft opgestut) 1 door het aanbrengen van stutten staande houden.
| Stutte op | Opgestut
|
OpstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuwde op, heeft opgestuwd; opstuwing) 1 door een van onderen werkende kracht opwaarts drijven 2 voortstuwen 3 (een stroom enz.) door een waterkering tegenhouden 4 in een depot of als lading opstapelen.
| Stuwde op | Opgestuwd
|
OptakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; takelde op, heeft opgetakeld; optakeling) 1 met takels ophijsen 2 optuigen 3 smakeloos versieren.
In Spaans overeenkomend met: Aparejar sOptuigen Tuigen | Takelde op | Opgetakeld
|
OptandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tandde op, heeft opgetand; optanding) 1 (een houtoppervlakte) met de tandschaaf van fijne ribbetjes voorzien.
| Tandde op | Opgetand
|
OptassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; taste op, heeft opgetast) 1 opstapelen.
| Taste op | Opgetast
|
OptekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tekende op, heeft opgetekend; optekenaar, optekening) 1 opschrijven om te onthouden 2 (een houtskooltekening) in zwartkrijt zetten.
| Tekende op | Opgetekend
|
OptellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; telde op, heeft opgeteld; opteller, optelling) 1 bij elkaar tellen.
In Spaans overeenkomend met: Sumar sAdderen Bijtellen | Telde op | Opgeteld
|
OpterenIn de betekenis van: Een keuze doen, kiezen
In Spaans overeenkomend met: Optar sBesluiten Overgaan | Opteerde | Geopteerd
|
opterenIn de betekenis van: Verteren, geheel opmaken, zodat er niets meer overblijft
In Spaans overeenkomend met: Acabar, Apurar, Consumir sBesluiten Overgaan | Teerde op | Opgeteerd
|
OptillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tilde op, heeft opgetild) 1 omhoog beuren.
In Spaans overeenkomend met: Levantar
| Tilde op | Opgetild
|
OptimaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; optimaliseerde, heeft geoptimaliseerd; optimalisering) 1 optimaal maken, in de meest gunstige omstandigheden of tot de gunstigste oplossing brengen.
| Optimaliseerde | Geoptimaliseerd
|
| Optimmeren | Timmerde op | Opgetimmerd
|
OptomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; toomde op, heeft opgetoomd) 1 (een rijdier) de toom aandoen.
| Toomde op | Opgetoomd
|
OptooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tooide op, heeft opgetooid; optooiing) 1 fraaier maken.
In Spaans overeenkomend met: Zafar Ataviar sUitdossen | Tooide op | Opgetooid
|
OptornenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; tornde op, heeft/is opgetornd) 1 met moeite ergens tegenin gaan. (onovergankelijk werkwoord; tornde op, is opgetornd) 1 (van naaisel) losgaan doordat de draad gebroken is. (overgankelijk werkwoord; tornde op, heeft opgetornd) 1 (het naaisel van iets) lossnijden.
| Tornde op | Opgetornd
|
OptransformerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; transformeerde op, heeft opgetransformeerd) 1 (een elektrische stroom van zekere spanning) veranderen in een stroom van hogere spanning.
| Transformeerde op | Opgetransformeerd
|
OptredenALLE betekenissen van dit woord: (het; optredens) 1 handelwijze 2 gelegenheid dat een artiest of een gezelschap een voorstelling geeft. (onovergankelijk werkwoord; trad op, heeft opgetreden) 1 een uitvoering geven op het toneel 2 een functie vervullen 3 handelen 4 zich voordoen.
In Spaans overeenkomend met: Actuar, Obrar sAgeren Bezig zijn Doen Handelen Te werk gaan | Trad op | Opgetreden
|
OptrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; trok op, heeft opgetrokken) 1 omgaan met. (onovergankelijk werkwoord; trok op, is opgetrokken; optrekker, optrekking) 1 zich begeven in een bepaalde richting 2 (van voertuigen) snelheid maken 3 (van mist) verdwijnen. (overgankelijk werkwoord; trok op, heeft opgetrokken) 1 in de hoogte trekken, doen gaan 2 opbouwen.
In Spaans overeenkomend met: Disiparse sOvergaan Vergaan Vervliegen Wegtrekken | Trok op | Opgetrokken
|
| Optroeven | Troefde op | Opgetroefd
|
OptrommelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trommelde op, heeft opgetrommeld; optrommeling) 1 bijeenroepen.
| Trommelde op | Opgetrommeld
|
OptuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tuigde op, heeft opgetuigd; optuiger, optuiging) 1 wat tot het tuig of de tuigage behoort aanbrengen op 2 versieren.
In Spaans overeenkomend met: Uncir Aparejar sBespannen Inspannen Optakelen Spannen Tuigen Voorspannen | Tuigde op | Opgetuigd
|
OptuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tutte op, heeft opgetut) 1 (schertsend) make-up aanbrengen, mooi aankleden.
| Tutte op | Opgetut
|
OpvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel op, is opgevallen) 1 door bepaalde eigenschappen snel opgemerkt worden.
In Spaans overeenkomend met: Destacarse Chocar, Golpear, Percutir sAfsteken Klappen Kloppen Slaan Uitkomen | Viel op | Opgevallen
|
OpvangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ving op, heeft opgevangen) 1 vangen, zodat het niet verder valt 2 (geluiden, stemmen, signalen enz.) terloops waarnemen 3 (iem.) helpen bij de overgang naar een nieuwe situatie 4 in zijn werking of gevolgen tenietdoen.
In Spaans overeenkomend met: Acoger, Captar sAannemen Accepteren Ontvangen Opnemen | Ving op | Opgevangen
|
OpvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer op, is opgevaren) 1 (formeel) opstijgen ten hemel.
In Spaans overeenkomend met: Remontar ((rivier),(río))
| Voer op | Opgevaren
|
OpvattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vatte op, heeft opgevat) 1 op de genoemde wijze beschouwen 2 (een gevoel) gaan ondervinden .
| Vatte op | Opgevat
|
OpvegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veegde op, heeft opgeveegd) 1 bijeenvegen en opruimen.
In Spaans overeenkomend met: Barrer sAanvegen Bezemen Schoonvegen Vegen | Veegde op | Opgeveegd
|
OpverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veerde op, is opgeveerd) 1 als door een veer gedreven omhoog springen.
| Veerde op | Opgeveerd
|
OpvervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfde op, heeft opgeverfd) 1 door verven opknappen.
| Verfde op | Opgeverfd
|
OpvierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vierde op, heeft opgevierd) 1 (scheepvaart) (touwen e.d.) verder vieren.
| Vierde op | Opgevierd
|
| Opvijlen | Vijlde op | Opgevijld
|
OpvijzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vijzelde op, heeft opgevijzeld; opvijzelaar, opvijzeling) 1 met enige moeite opknappen 2 met vijzels in de hoogte brengen.
| Vijzelde op | Opgevijzeld
|
| Opvijzen | Vees op | Opgevezen
|
OpvissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; viste op, heeft opgevist) 1 vissend uit het water halen 2 tevoorschijn brengen.
| Viste op | Opgevist
|
OpvlammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlamde op, is opgevlamd) 1 oplaaien.
| Vlamde op | Opgevlamd
|
OpvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog op, is opgevlogen; opvlieging) 1 omhoogvliegen 2 vlug opstaan 3 driftig worden.
In Spaans overeenkomend met: Remontarse sOpstuiven | Vloog op | Opgevlogen
|
OpvoedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voedde op, heeft opgevoed; opvoeder, opvoeding) 1 (een mens of dier) grootbrengen en vormen.
In Spaans overeenkomend met: Criar Educar Educar niños, Hacer de ayo sDresseren Grootbrengen Kweken Onderwijzen Opleiden | Voedde op | Opgevoed
|
OpvoegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voegde op, heeft opgevoegd; opvoeging) 1 de voegen van metselwerk met specie vullen.
| Voegde op | Opgevoegd
|
OpvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voerde op, heeft opgevoerd; opvoerder, opvoering) 1 de kracht, grootte, uitwerking enz. vergroten van 2 (een toneelstuk, opera enz.) ten tonele brengen 3 (iets nieuws) naar voren brengen 4 (voer) verbruiken.
In Spaans overeenkomend met: Encumbrar Elevar Echar ((toneelstuk),(drama)), Representar sOpheffen Verheffen Verhogen | Voerde op | Opgevoerd
|
OpvolgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (volgde op, heeft/is opgevolgd) iem. vervangen die vertrokken is 2 (volgde op, heeft opgevolgd) zich houden aan 3 de kwaliteit en de voortgang controleren van (een proces of werkzaamheden) 4 (volgde op, heeft opgevolgd) (in België) (een ontwikkeling, een behandeling, werkzaamheden) volgen en toezien op de kwaliteit, het effect, de voortgang ervan.
In Spaans overeenkomend met: Seguir, Suceder sBewandelen Bijhouden Volgen Volgen op Voortvloeien | Volgde op | Opgevolgd
|
OpvorderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vorderde op, heeft opgevorderd; opvordering) 1 opeisen, terugvorderen.
| Vorderde op | Opgevorderd
|
OpvouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vouwde op, heeft opgevouwen) 1 een of meermalen dichtvouwen.
| Vouwde op | Opgevouwen
|
OpvragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vraagde op/vroeg op, heeft opgevraagd; opvraging) 1 vragen om iets.
| Vraagde op, Vroeg op | Opgevraagd
|
OpvretenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vrat op, heeft opgevreten) 1 (informeel) opeten.
| Vrat op | Opgevreten
|
OpvriezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vroor op, is opgevroren) 1 opnieuw bevriezen 2 omhoog komen door bevriezing van de ondergrond, bv. bij bestratingen, deurdorpels enz.
| Vroor op | Opgevroren
|
OpvrijenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vrijde op, heeft opgevrijd) 1 (iem.) seksueel prikkelen 2 (iem.) door vriendelijkheden aangenaam trachten te zijn om iets van hem gedaan te krijgen.
| Vrijde op, Vree op | Opgevrijd, Opgevreeën
|
OpvrolijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vrolijkte op, heeft opgevrolijkt; opvrolijking) 1 vrolijker maken.
In Spaans overeenkomend met: Divertir, Entretener Animar Amenizar sAanmoedigen Amuseren Animeren Bemoedigen Bezielen Onderhouden Opmonteren Opwekken Verlevendigen Vermaken | Vrolijkte op | Opgevrolijkt
|
OpvullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulde op, heeft opgevuld; opvulling) 1 geheel vullen 2 een zetsel e.d. met wit vullen tot de regel of de vorm vol is.
In Spaans overeenkomend met: Atiborrar Mechar Acolchar, Rellenar sOpzetten Volproppen Vullen | Vulde op | Opgevuld
|
OpwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waaide op/woei op, is opgewaaid; opwaaiing) 1 door de wind in de hoogte gedreven worden. (overgankelijk werkwoord; waaide op/woei op, heeft opgewaaid) 1 door waaien omhoog brengen.
| Waaide op, Woei op | Opgewaaid
|
OpwaarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waardeerde op, heeft opgewaardeerd; opwaardering) 1 een hogere waarde geven 2 een hogere status geven 3 (iets) een hogere waarde geven.
| Waardeerde op | Opgewaardeerd
|
OpwachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wachtte op, heeft opgewacht; opwachting) 1 ergens wachten tot iem. komt.
| Wachtte op | Opgewacht
|
| Opwandelen | Wandelde op | Opgewandeld
|
OpwarmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; warmde op, is opgewarmd; opwarmer, opwarming) 1 geleidelijk een hogere temperatuur krijgen. (overgankelijk werkwoord; warmde op, heeft opgewarmd) 1 opnieuw warm maken 2 (iem.) enthousiast maken.
| Warmde op | Opgewarmd
|
OpwassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wies op, is opgewassen) 1 (archaïsch) opgroeien.
| Wies op | Opgewassen
|
| Opwegen | Woog op | Opgewogen
|
OpwekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wekte op, heeft opgewekt) 1 (iem.) aansporen, bemoedigen. (overgankelijk werkwoord; wekte op, heeft opgewekt; opwekking) 1 (gevoelens, elektriciteit) doen ontstaan 2 weer levend maken.
In Spaans overeenkomend met: Estimular Instigar Animar Resucitar Irritar Despertar sAanmoedigen Aansporen Aanvuren Aanwakkeren Animeren Bemoedigen Bezielen Doen herleven Opmonteren Opvrolijken Prikkelen Wakker maken Wekken Zwepen | Wekte op | Opgewekt
|
OpwellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; welde op, is opgeweld; opwelling) 1 naar boven komen. (overgankelijk werkwoord; welde op, heeft opgeweld) 1 opkoken, aan de kook brengen.
In Spaans overeenkomend met: Surtir sOntspringen Tevoorschijn komen | Welde op | Opgeweld
|
OpwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte op, is opgewerkt; opwerking) 1 (van vaartuigen) in een bepaalde richting met moeite vooruitkomen. (overgankelijk werkwoord; werkte op, heeft opgewerkt) 1 (beeldhouwwerk, snijwerk enz.) door het bewerken hoog doen opkomen 2 door bewerken in de vereiste toestand brengen. (wederkerend werkwoord; werkte zich op, heeft zich opgewerkt) 1 uit een minder gunstige positie vooruitkomen.
| Werkte op | Opgewerkt
|
OpwerpenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wierp op, heeft opgeworpen) 1 pretenderen het genoemde te zijn. (overgankelijk werkwoord; wierp op, heeft opgeworpen; opwerping) 1 omhooggooien 2 (een opmerking, vraag enz.) te berde brengen 3 doen verrijzen.
In Spaans overeenkomend met: Plantear sStellen Voorstellen | Wierp op | Opgeworpen
|
OpwindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wond op, heeft opgewonden; opwinding) 1 (de veer van een uurwerk) spannen 2 (iets) tot een kluwen of rol maken 3 (iem.) in een geestdriftige, hartstochtelijke toestand brengen 4 omhoogbrengen m.b.v. een windas 5 (iem.) seksueel prikkelen. (wederkerend werkwoord; wond zich op, heeft zich opgewonden) 1 zich openlijk zeer aan iets ergeren.
In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar Excitar Apasionar Amartillar, Atirantar, Dar cuerda, Tensar sAanwakkeren Agiteren Nauwer aanhalen Ophitsen Opruien Opstoken Passioneren Prikkelen Schudden Spannen Strekken Uitrekken Verhitten Werken op | Wond op | Opgewonden
|
OpwippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wipte op, is opgewipt) 1 wippend omhooggaan. (overgankelijk werkwoord; wipte op, heeft opgewipt) 1 met een wip in de hoogte doen gaan.
| Wipte op | Opgewipt
|
OpwrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wreef op, heeft opgewreven; opwrijving) 1 door wrijven weer glanzend maken.
In Spaans overeenkomend met: Limpiar sPoetsen Reinigen Schoonmaken | Wreef op | Opgewreven
|
| Opwroeten | Wroette op | Opgewroet
|
OpzadelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zadelde op, heeft opgezadeld) 1 (iem.) met iets onaangenaams belasten. (overgankelijk werkwoord; zadelde op, heeft opgezadeld; opzadeling) 1 (een rijdier) het zadel opleggen.
In Spaans overeenkomend met: Ensillar sZadelen | Zadelde op | Opgezadeld
|
| Opzakken | Zakte op | Opgezakt
|
OpzeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zei op, heeft opgezegd) 1 mededelen dat men de genoemde aangegane verbintenis enz. wil doen ophouden of van een recht of dienst geen gebruik meer wil maken 2 voordragen, reciteren.
In Spaans overeenkomend met: Declamar, Recitar sReciteren Voordragen | Zegde op, Zei op | Opgezegd
|
OpzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond op, heeft opgezonden; opzending) 1 (scheepvaart) (iem.) naar de wal sturen .
In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir sDoen toekomen Opsturen Sturen Verzenden Zenden | Zond op | Opgezonden
|
OpzettenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zette op, heeft opgezet) 1 (iem.) tot verzet aandrijven. (onovergankelijk werkwoord; zette op, is opgezet; opzetter, opzetting) 1 in omvang toenemen 2 in een bepaalde richting zich voortbewegen. (overgankelijk werkwoord; zette op, heeft opgezet) 1 op de bedoelde plaats zetten 2 omhoog doen gaan, overeind zetten 3 (een project) organiseren 4 (dode dieren) opvullen om ze te bewaren in die vorm die het levende dier had.
In Spaans overeenkomend met: Montar Acolchar, Rellenar Abultarse, Hincharse sOpvullen Opzwellen Rijzen Uitdijen Vullen Zwellen | Zette op | Opgezet
|
OpzienALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen. (werkwoord; zag op, heeft opgezien) 1 bewonderen 2 verwachten dat iets naar zal zijn. (onovergankelijk werkwoord; zag op, heeft opgezien) 1 opkijken.
| Zag op | Opgezien
|
OpzijleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 voor later gebruik apart leggen, sparen, geld ergens voor reserveren.
| Legde opzij | Opzijgelegd
|
OpzijschuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoof opzij, heeft opzijgeschoven) 1 aan de kant schuiven.
| Schoof opzij | Opzijgeschoven
|
OpzijzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette opzij, heeft opzijgezet) 1 als minder belangrijk beschouwen.
| Zette opzij | Opzijgezet
|
OpzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zat op, heeft opgezeten) 1 overeind zitten 2 (van honden) op de achterste poten gaan zitten 3 te paard stijgen.
| Zat op | Opgezeten
|
OpzoekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zocht op, heeft opgezocht) 1 na enig zoeken tevoorschijn halen 2 bepaalde informatie zoeken in een naslagwerk 3 (iem.) bezoeken 4 gaan naar.
In Spaans overeenkomend met: Buscar Visitar sAfgaan Bezoeken Snorren Uitkijken Uitzien Zoeken | Zocht op | Opgezocht
|
OpzoutenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 weggaan, ophoepelen. (overgankelijk werkwoord; zoutte op, heeft opgezouten; opzouting) 1 (gevoelens) niet uiten.
| Zoutte op | Opgezouten
|
OpzuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoog op, heeft opgezogen; opzuiging) 1 door zuigen opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Chupar sLurken Zuigen | Zoog op | Opgezogen
|
OpzuipenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoop op, heeft opgezopen) 1 (vulgair) (drank) gretig tot zich nemen 2 (vulgair) (geld) uitgeven aan sterkedrank.
| Zoop op | Opgezopen
|
OpzuiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zuiverde op, heeft opgezuiverd; opzuivering) 1 (wat ongelijk van oppervlakte is) zuiver bijwerken.
| Zuiverde op | Opgezuiverd
|
OpzwellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwol op, is opgezwollen; opzwelling) 1 door zwellen in omvang toenemen 2 omhoog komen.
In Spaans overeenkomend met: Hinchar Abultarse, Hincharse sOpzetten Rijzen Uitdijen Zwellen | Zwol op | Opgezwollen
|
OpzwepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zweepte op, heeft opgezweept) 1 (ook absoluut) (iem.) sterk prikkelen 2 (iets) in de hoogte jagen.
| Zweepte op | Opgezweept
|
| Opzwoegen | Zwoegde op | Opgezwoegd
|
OrakelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; orakelde, heeft georakeld) 1 nadrukkelijk verkondigen.
| Orakelde | Georakeld
|
OrdenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ordende, heeft geordend; ordening) 1 plaatsen volgens een bepaalde ordening 2 naar een bepaalde schikking regelen 3 (religie) in een orde opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Arreglar Organizar Planear sAanrichten Arrangeren Plannen | Ordende | Geordend
|
OrdinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ordineerde, heeft geordineerd) 1 (rooms-katholiek) de priesterwijding geven.
| Ordineerde | Geordineerd
|
OrdonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ordonneerde, heeft geordonneerd) 1 bevelen 2 (de onderdelen van een schilderij) schikken, ordenen.
| Ordonneerde | Geordonneerd
|
OrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; oreerde, heeft georeerd; orator, oratie) 1 een redevoering houden 2 (schertsend) hoogdravend of druk praten.
| Oreerde | Georeerd
|
OrganiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; organiseerde, heeft georganiseerd; organisator, organisatie) 1 een bepaalde structuur aanbrengen 2 (informeel) (een evenement) tot stand brengen.
In Spaans overeenkomend met: Organizar sRegelen Uitschrijven | Organiseerde | Georganiseerd
|
| Orgelen | Orgelde | Georgeld
|
OriënterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; oriënteerde, heeft georiënteerd) 1 richten. (overgankelijk werkwoord; oriënteerde, heeft georiënteerd) 1 richten volgens het kompas 2 voorlichten, inzicht geven. (wederkerend werkwoord; oriënteerde zich, heeft zich georiënteerd; oriëntatie) 1 inzicht trachten te verkrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Orientar sInwerken | Oriënteerde | Georiënteerd
|
OrkestrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; orkestreerde, heeft georkestreerd; orkestratie) 1 (een compositie) in partijen voor orkest bewerken.
| Orkestreerde | Georkestreerd
|
OrnamenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ornamenteerde, heeft geornamenteerd) 1 met ornamenten versieren.
| Ornamenteerde | Geornamenteerd
|
OscillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; oscilleerde, heeft geoscilleerd; oscillatie) 1 voortdurend toe- en afnemen van de intensiteit van een verschijnsel.
In Spaans overeenkomend met: Oscilar sSchommelen Slingeren | Oscilleerde | Geoscilleerd
|
OtterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; otterde, heeft geotterd) 1 moeizaam bezig zijn.
| Otterde | Geotterd
|
OutillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; outilleerde, heeft geoutilleerd) 1 voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis.
| Outilleerde | Geoutilleerd
|
OuwehoerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ouwehoerde, heeft geouwehoerd) 1 (informeel) kletsen.
| Ouwehoerde | Geouwehoerd
|
| Ouwenelen | Ouweneelde | Geouweneeld
|
OverbelastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overbelastte, heeft overbelast; overbelasting) 1 te zwaar belasten, meer belasten dan de normale spanning, breukvastheid, het prestatievermogen enz. toelaat.
In Spaans overeenkomend met: Sobrecargar
| Overbelastte | Overbelast
|
OverbelichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; belichtte over, heeft overbelicht; overbelichting) 1 (fotografie) te lang, te sterk belichten 2 te sterk de nadruk leggen op.
| Overbelichtte | Overbelicht
|
| Overbevolken | Overbevolkte | Overbevolkt
|
OverbiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; overbood, heeft overboden) 1 hoger bieden dan een ander 2 een hogere prijs vragen dan een ander.
| Overbood | Overboden
|
OverblijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef over, is overgebleven; overblijver) 1 ongedaan, ongebruikt blijven 2 blijven bestaan, in leven blijven 3 niet naar huis gaan tijdens de middagpauze op school.
In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse Sobrar sBlijven Overhouden Resten Resteren Toeven Verblijven | Bleef over | Overgebleven
|
OverbluffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overblufte, heeft overbluft) 1 (iem.) overtroeven met bluf.
| Overblufte | Overbluft
|
OverboekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boekte over, heeft overgeboekt; overboeking) 1 in een ander boek of naar een andere rekening overbrengen. (overgankelijk werkwoord; overboekte, heeft overboekt; overboeking) 1 (reisaccommodatie) meer dan eenmaal verhuren.
In Spaans overeenkomend met: Transferir sOverzetten | Boekte over | Overgeboekt
|
overbrengenIn de betekenis van: 1 verplaatsen over een zekere afstand 2 meedelen als tussenpersoon of op verzoek van een ander 3 doen overgaan van de ene persoon of zaak op de andere 4 (geluid, beweging enz.) naar een andere plaats brengen 5 vertalen
In Spaans overeenkomend met: Impulsar Comunicar Dictaminar, Informar Trasladar Transmitir Transferir, Transportar sMelden Omzetten Overdragen Overplaatsen Transporteren Uitzenden Verleggen Verplaatsen Verslaan Vervoeren Voeren | Bracht over | Overgebracht
|
OverbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht over, heeft overgebracht; overbrenging) 1 verplaatsen over een zekere afstand 2 meedelen als tussenpersoon of op verzoek van een ander 3 doen overgaan van de ene persoon of zaak op de andere 4 (geluid, beweging enz.) naar een andere plaats brengen 5 vertalen.
In Spaans overeenkomend met: sMelden Omzetten Overdragen Overplaatsen Transporteren Uitzenden Verleggen Verplaatsen Verslaan Vervoeren Voeren | Overbracht | Overbracht
|
OverbrievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; briefde over, heeft overgebriefd; overbriever, overbrieving) 1 verklikken 2 (iets ongunstigs) per brief mededelen.
| Briefde over | Overgebriefd
|
OverbruggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overbrugde, heeft overbrugd; overbrugging) 1 een brug bouwen over 2 een voorziening aanbrengen tussen (niet-aansluitende verschijnselen, opvattingen, perioden of functies).
| Overbrugde | Overbrugd
|
OverbuigenIn Spaans overeenkomend met: Ladear sOverhellen | Boog over | Overgebogen
|
OvercompenserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overcompenseerde, heeft overgecompenseerd; overcompensatie) 1 te sterk compenseren.
| Overcompenseerde | Overgecompenseerd
|
OverdekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overdekte, heeft overdekt; overdekking) 1 een dak, kap, deksel enz. aanbrengen over 2 geheel en al bedekken.
| Overdekte | Overdekt
|
OverdenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overdacht, heeft overdacht; overdenking) 1 nadenken over.
In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar sBedenken Nadenken Wikken Zinnen Zinnen op | Overdacht | Overdacht
|
OverdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed over, heeft overgedaan) 1 ter verbetering opnieuw doen 2 verkopen, afstaan 3 van het ene vat enz. in het andere doen.
In Spaans overeenkomend met: Rehacer Vender sOpnieuw maken Overmaken Tappen Verhandelen Verkopen Vervreemden Wegdoen | Deed over | Overgedaan
|
OverdonderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overdonderde, heeft overdonderd) 1 overbluffen.
| Overdonderde | Overdonderd
|
OverdragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; droeg over, heeft overgedragen; overdrager) 1 (een ziekte, woordbetekenis e.d.) doen overgaan 2 (wat men bezit, waarop men recht heeft enz.) aan iem. anders geven.
In Spaans overeenkomend met: Transmitir sOverbrengen Uitzenden | Droeg over | Overgedragen
|
OverdrijvenIn de betekenis van: (Iets) groter, mooier enz. voorstellen dan het is
In Spaans overeenkomend met: Abultar, Exagerar sAandikken Chargeren | Overdreef | Overdreven
|
overdrijvenIn de betekenis van: Voorbijreizen, voorbijgaan
sAandikken Chargeren | Dreef over | Overgedreven
|
OverdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte over, heeft overgedrukt) 1 opnieuw drukken 2 met behulp van de drukpers op iets anders overbrengen 3 boven een bepaalde oplage, meer dan het bepaalde aantal drukken.
| Drukte over | Overgedrukt
|
| Overduvelen | Overduvelde | Overduveld
|
OvereenbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht overeen, heeft overeengebracht) 1 bij elkaar doen passen, doen overeenstemmen.
| Bracht overeen | Overeengebracht
|
OvereenkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam overeen, is overeengekomen) 1 gelijkenis vertonen, een verband hebben. (overgankelijk werkwoord; kwam overeen, is overeengekomen) 1 het eens worden.
In Spaans overeenkomend met: Concertar Convenir, Pactar Coincidir, Conformar, Conformarse Corresponder Congeniar Acordar Concordar sAccorderen Afspreken Een schikking treffen Het eens zijn Overeenstemmen Samenvallen Sympathiseren Tot stand brengen | Kwam overeen | Overeengekomen
|
OvereenstemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stemde overeen, heeft overeengestemd; overeenstemming) 1 overeenkomen, gelijkenis vertonen.
In Spaans overeenkomend met: Coincidir, Conformar, Conformarse Congeniar sHet eens zijn Overeenkomen Samenvallen Sympathiseren | Stemde overeen | Overeengestemd
|
overervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; erfde over, is overgeërfd; overerving) 1 door erfenis op iem. overgaan. (overgankelijk werkwoord; erfde over, heeft overgeërfd) 1 bij de geboorte van ouders of voorouders meekrijgen.
| Erfde over | Overgeërfd
|
overervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; erfde over, is overgeërfd; overerving) 1 door erfenis op iem. overgaan. (overgankelijk werkwoord; erfde over, heeft overgeërfd) 1 bij de geboorte van ouders of voorouders meekrijgen.
| Overerfde | Overerfd
|
OveretenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; overat zich, heeft zich overeten) 1 te veel eten, zich de maag overladen.
| Overat | Overeten
|
OvergaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging over, is overgegaan) 1 na iets anders beginnen met. (werkwoord; ging over, is overgegaan) 1 na iets anders beginnen met. (onovergankelijk werkwoord; ging over, is overgegaan) 1 van plaats of positie veranderen 2 op school bevorderd worden 3 van de ene toestand in de andere komen 4 voorbijgaan 5 sterven.
In Spaans overeenkomend met: Ascender, Subir en categoría Optar Disiparse Pasar, Transcurrir Tocar Pasar al otro lado Atravesar sAvanceren Besluiten Gaan In rang opklimmen Kleppen Klinken Omkomen Oprukken Opteren Optrekken Overlopen Oversteken Promotie maken Slaan Te boven gaan Vergaan Verlopen Verstrijken Vervliegen Wegtrekken | Ging over | Overgegaan
|
OvergevenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; gaf over, heeft overgegeven) 1 zich wijden aan 2 verslaafd raken aan. (onovergankelijk werkwoord; gaf over, heeft overgegeven) 1 braken. (overgankelijk werkwoord; gaf over, heeft overgegeven) 1 (ook absoluut) (de speelkaarten) opnieuw ronddelen 2 aan iem. anders geven 3 toevertrouwen. (wederkerend werkwoord; gaf zich over, heeft zich overgegeven) 1 de strijd opgeven.
In Spaans overeenkomend met: Provocar Alargar, Transferir Entregar Lanzar, Vomitar sAangeven Aanreiken Afdragen Afgeven Braken Kotsen Overleggen Spugen Toereiken Uitbetalen Uitbraken Vomeren | Gaf over | Overgegeven
|
overgietenIn de betekenis van: Gieten van het ene vat in het andere
In Spaans overeenkomend met: Decantar Transvasar, Trasegar sDompelen Overschenken | Goot over | Overgegoten
|
OvergietenIn de betekenis van: Bedekken met een vloeistof
In Spaans overeenkomend met: Bañar sDompelen Overschenken | Overgoot | Overgoten
|
OvergooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide over, heeft overgegooid) 1 (ook absoluut) (een voorwerp) over iets heen gooien 2 (ook absoluut) opnieuw gooien 3 in een bepaalde richting omzetten.
| Gooide over | Overgegooid
|
| Overgroeien | Overgroeide | Overgroeid
|
OverhaastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overhaastte, heeft overhaast) 1 te zeer verhaasten.
| Overhaastte | Overhaast
|
OverhalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; haalde over, heeft overgehaald) 1 (scheepvaart) (van schepen) overhellen. (overgankelijk werkwoord; haalde over, heeft overgehaald) 1 (iem.) zo beïnvloeden dat hij iets doet of laat 2 naar de andere kant halen 3 trekken aan 4 (scheikunde) distilleren 5 (een tekening) overtrekken 6 (in België, niet algemeen) (iem.) zo beïnvloeden dat hij iets doet of laat.
In Spaans overeenkomend met: Requerir Destilar Persuadir sBepraten Branden Destilleren Distilleren Overreden Stoken | Haalde over | Overgehaald
|
OverhandigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overhandigde, heeft overhandigd; overhandiging) 1 overgeven, ter hand stellen.
In Spaans overeenkomend met: Alargar, Entregar sTer hand stellen | Overhandigde | Overhandigd
|
OverhangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hing over, heeft overgehangen) 1 over, boven iets hangen 2 (van bouwwerken) uit het lood hangen.
| Hing over | Overgehangen
|
OverhebbenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; had over, heeft overgehad) 1 bereid zijn iets te geven of te doen omdat daar iets tegenover staat. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; had over, heeft overgehad) 1 meer hebben dan nodig is.
| Had over | Overgehad
|
OverheersenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overheerste, heeft overheerst) 1 (ook absoluut) de overhand hebben op (iem. of iets anders) 2 heersen over.
In Spaans overeenkomend met: Imponerse Dominar, Predominar sBedwingen Beheersen Domineren Uitschitteren | Overheerste | Overheerst
|
OverhellenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; helde over, heeft overgeheld) 1 neiging tot iets tonen. (onovergankelijk werkwoord; helde over, heeft overgeheld; overhelling) 1 naar één zijde uit het lood hangen.
In Spaans overeenkomend met: Acurrucarse, Ladear sHellen Overbuigen | Helde over | Overgeheld
|
OverhevelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hevelde over, heeft overgeheveld; overheveling) 1 overbrengen, overplaatsen 2 d.m.v. een hevel in een ander vat overbrengen.
| Hevelde over | Overgeheveld
|
OverhoopgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide overhoop, heeft overhoopgegooid) 1 door elkaar gooien.
| Gooide overhoop | Overhoopgegooid
|
OverhoophalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde overhoop, heeft overhoopgehaald) 1 door elkaar gooien, in wanorde brengen 2 van allerlei te pas of te onpas te berde brengen.
| Haalde overhoop | Overhoopgehaald
|
OverhoopliggenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; lag overhoop, heeft overhoopgelegen) 1 (informeel) (van personen) onenigheid hebben. (onovergankelijk werkwoord; lag overhoop, heeft overhoopgelegen) 1 (van voorwerpen) dooreen, verward door elkaar liggen.
| Lag overhoop | Overhoopgelegen
|
OverhoopschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot overhoop, heeft overhoopgeschoten) 1 (informeel) doodschieten.
| Schoot overhoop | Overhoopgeschoten
|
OverhoopsmijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeet overhoop, heeft overhoopgesmeten) 1 door elkaar smijten.
| Smeet overhoop | Overhoopgesmeten
|
OverhoopstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak overhoop, heeft overhoopgestoken) 1 (informeel) doodsteken.
| Stak overhoop | Overhoopgestoken
|
OverhorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overhoorde, heeft overhoord) 1 (het geleerde) ter controle laten opschrijven of opzeggen 2 (personen) een toets afnemen over het geleerde.
| Overhoorde | Overhoord
|
OverhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield over, heeft overgehouden) 1 (ook absoluut) nog over hebben 2 (dieren en planten) door de winter heen in leven houden.
In Spaans overeenkomend met: Conservar Sobrar sBehouden Bergen Bewaren Conserveren Onderhouden Overblijven | Hield over | Overgehouden
|
OverhuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overhuifde, heeft overhuifd; overhuiving) 1 met een huif of kap overdekken.
| Overhuifde | Overhuifd
|
| Overijlen | Overijlde | Overijld
|
| overjagen | Jaagde over, Joeg over | Overgejaagd
|
| Overjagen | Overjaagde, Overjoeg | Overjaagd
|
OverkappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overkapte, heeft overkapt; overkapping) 1 met een kap overdekken.
| Overkapte | Overkapt
|
overkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek over, heeft overgekeken) 1 nog eens bekijken.
| Keek over | Overgekeken
|
OverkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek over, heeft overgekeken) 1 nog eens bekijken.
| Overkeek | Overkeken
|
OverklassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overklaste, heeft overklast; overklassing) 1 veel beter zijn dan (de tegenstanders).
| Overklaste | Overklast
|
OverkluizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overkluisde, heeft overkluisd; overkluizing) 1 (een water) overdekken met een weg, bebouwing enz.
| Overkluisde | Overkluisd
|
OverkoepelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overkoepelde, heeft overkoepeld; overkoepeling) 1 met een koepel overdekken 2 onder zich samenvatten.
| Overkoepelde | Overkoepeld
|
OverkokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kookte over, is overgekookt) 1 bij het koken overlopen 2 (van personen) driftig worden.
| Kookte over | Overgekookt
|
overkomenIn de betekenis van: 1 over iets heen komen 2 begrepen worden, aanslaan 3 van elders bij iemand komen 4 (van signalen, zendingen, uitzendingen) ontvangen worden
In Spaans overeenkomend met: Parecer sGebeuren Geschieden Lijken Schijnen Toeschijnen Voorkomen Voorvallen | Kwam over | Overgekomen
|
OverkomenIn de betekenis van: 1 m.b.t. iemand gebeuren
In Spaans overeenkomend met: Suceder PasarOcurrir sGebeuren Geschieden Lijken Schijnen Toeschijnen Voorkomen Voorvallen | Overkwam | Overkomen
|
| Overkrijgen | Kreeg over | Overgekregen
|
| Overkroppen | Overkropte | Overkropt
|
overladenIn de betekenis van: (De lading) in een ander voertuig of vaartuig overbrengen
In Spaans overeenkomend met: Transbordar sAfwentelen Verladen | Laadde over | Overgeladen
|
OverladenIn de betekenis van: 1 overmatig voorzien van iets 2 te zwaar beladen
sAfwentelen Verladen | Overlaadde | Overladen
|
OverlappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overlapte, heeft overlapt; overlapping) 1 gedeeltelijk samenvallen met een ander deel of een andere periode.
| Overlapte | Overlapt
|
| Overlasten | Overlastte | Overlast
|
OverlatenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liet over, heeft overgelaten) 1 iem. laten zorgen voor (iets), (iets) door iem. laten doen. (overgankelijk werkwoord; liet over, heeft overgelaten; overlating) 1 overig laten 2 over iets heen laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Dejar sToevertrouwen | Liet over | Overgelaten
|
overleggenIn de betekenis van: Ter bestemder plaatse tonen
In Spaans overeenkomend met: sAfgeven Beraadslagen Overgeven Overwegen Uitbetalen | Legde over | Overgelegd
|
OverleggenIn de betekenis van: Gezamenlijk bespreken om tot een besluit te komen => de /hoofden/koppen/ bij elkaar steken, zich verstaan met
In Spaans overeenkomend met: Deliberar, Tantear Entregar sAfgeven Beraadslagen Overgeven Overwegen Uitbetalen | Overlegde | Overlegd
|
OverlevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overleefde, heeft overleefd; overleving) 1 langer leven dan 2 levend te boven komen.
In Spaans overeenkomend met: Pervivir, Sobrevivir
| Overleefde | Overleefd
|
OverleverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leverde over, heeft overgeleverd; overlevering) 1 overdragen 2 aan een volgend geslacht doorgeven.
| Leverde over | Overgeleverd
|
overlezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; las over, heeft overgelezen; overlezing) 1 nog eens, opnieuw lezen. (overgankelijk werkwoord; overlas, heeft overlezen; overlezing) 1 (in België) een gebed of een bezweringsformule uitspreken over.
In Spaans overeenkomend met: Releer sHerlezen | Las over | Overgelezen
|
OverlezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; las over, heeft overgelezen; overlezing) 1 nog eens, opnieuw lezen. (overgankelijk werkwoord; overlas, heeft overlezen; overlezing) 1 (in België) een gebed of een bezweringsformule uitspreken over.
sHerlezen | Overlas | Overlezen
|
| Overliggen | Lag over | Overgelegen
|
OverlijdenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 (formeel) de dood van een mens, het sterven. (onovergankelijk werkwoord; overleed, is overleden) 1 (formeel) sterven.
In Spaans overeenkomend met: Fallecer Morir sDoodgaan Sterven Verscheiden Versmachten | Overleed | Overleden
|
| Overlommeren | Overlommerde | Overlommerd
|
overlopenIn de betekenis van: 1 in hoge mate uitstralen 2 naar een andere partij gaan 3 (van een vat, bedding) zo vol zijn, dat de inhoud over de rand loopt
In Spaans overeenkomend met: Colmar, Desbordar, Desbordarse Atravesar, Pasar al otro lado sBuiten de oevers treden Overgaan Oversteken Overstromen Overtreffen | Liep over | Overgelopen
|
OverlopenIn de betekenis van: (In belgië) vluchtig lezen
In Spaans overeenkomend met: Colmar sBuiten de oevers treden Overgaan Oversteken Overstromen Overtreffen | Overliep | Overlopen
|
OvermakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte over, heeft overgemaakt; overmaking) 1 (een bedrag) op een andere bank- of girorekening overbrengen 2 opnieuw maken 3 (in België) (iemands groeten) overbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Remitir Rehacer sOpnieuw maken Overdoen | Maakte over | Overgemaakt
|
OvermannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overmande, heeft overmand; overmanning) 1 door meer kracht of macht overwinnen.
| Overmande | Overmand
|
OvermeesterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overmeesterde, heeft overmeesterd; overmeestering) 1 meester worden over, zich meester maken van.
| Overmeesterde | Overmeesterd
|
| Overnaaien | Naaide over | Overgenaaid
|
OvernachtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; overnachtte, heeft overnacht; overnachting) 1 ergens blijven slapen.
In Spaans overeenkomend met: Pernoctar
| Overnachtte | Overnacht
|
OvernemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam over, heeft overgenomen; overneming) 1 van een ander in ontvangst nemen 2 (een aan een ander opgedragen taak enz.) aanvaarden in diens plaats 3 (iets) navolgen, zich eigen maken 4 (iets) kopen van iem. 5 (iets) overnemen uit 6 (radio, tv) heruitzenden, een signaal van een zendstation opvangen en versterkt weer doorzenden.
In Spaans overeenkomend met: Comprar, Procurarse Tomar sobre sí sAankopen Aanschaffen Afnemen Inkopen Kopen | Nam over | Overgenomen
|
OverpeinzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overpeinsde, heeft overpeinsd; overpeinzing) 1 ernstig nadenken over.
| Overpeinsde | Overpeinsd
|
OverpennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pende over, heeft overgepend) 1 (informeel) overschrijven.
| Pende over | Overgepend
|
OverplaatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plaatste over, heeft overgeplaatst; overplaatsing) 1 (iem.) een andere standplaats geven.
In Spaans overeenkomend met: Trasladar sOmzetten Overbrengen Verleggen Verplaatsen | Plaatste over | Overgeplaatst
|
OverplantenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plantte over, heeft overgeplant; overplanting) 1 op een andere plaats planten 2 (organen, weefsel) op een andere plaats of in een ander lichaam zetten.
In Spaans overeenkomend met: Trasplantar sOverpoten Transplanteren Verplanten Verpoten | Plantte over | Overgeplant
|
OverpompenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pompte over, heeft overgepompt) 1 van het ene vat in het andere pompen.
| Pompte over | Overgepompt
|
OverpotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pootte over, heeft overgepoot) 1 verpoten.
In Spaans overeenkomend met: Trasplantar sOverplanten Transplanteren Verplanten Verpoten | Pootte over | Overgepoot
|
OverpottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; potte over, heeft overgepot) 1 verpotten.
| Potte over | Overgepot
|
| overpraten | Praatte over | Overgepraat
|
| Overpraten | Overpraatte | Overpraat
|
OverprikkelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overprikkelde, heeft overprikkeld; overprikkeling) 1 te sterk prikkelen.
| Overprikkelde | Overprikkeld
|
OverreagerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; overreageerde, heeft overgereageerd) 1 heftiger of emotioneler reageren dan nodig is.
| Overreageerde | Overreageerd
|
OverredenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overreedde, heeft overreed; overreding) 1 (iem.) door argumenten overhalen.
In Spaans overeenkomend met: Requerir Persuadir, Trastornar Disuadir sBepraten Overhalen Overtuigen | Overreedde | Overreed
|
OverreikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overreikte, heeft overreikt) 1 overhandigen.
| Reikte over | Overgereikt
|
overrijdenIn de betekenis van: 1 (ook absoluut) (een afstand, traject) nog eens rijdend afleggen 2 rijdend naar elders, naar de overkant vervoeren
In Spaans overeenkomend met: Atropellar sOprijden | Reed over | Overgereden
|
OverrijdenIn de betekenis van: 1 over iemand of iets heen rijden
sOprijden | Overreed | Overreden
|
| Overroeien | Roeide over | Overgeroeid
|
OverroepenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (in België) overdreven prijzen.
| Overriep | Overroepen
|
OverrompelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overrompelde, heeft overrompeld; overrompeling) 1 onverwachts overvallen 2 (iem.) onverwachts in aanraking brengen met.
| Overrompelde | Overrompeld
|
OverrulenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overrulede, heeft overruled) 1 met overmacht verslaan 2 op basis van autoriteit besluiten nemen tegen anderen in.
| Overrulede | Overruled
|
OverschaduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschaduwde, heeft overschaduwd; overschaduwing) 1 met schaduw bedekken 2 overtreffen waardoor het andere niet meer opvalt.
| Overschaduwde | Overschaduwd
|
OverschakelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; schakelde over, is overgeschakeld) 1 iets anders gaan gebruiken. (onovergankelijk werkwoord; overschakeling) 1 (schakelde over, is overgeschakeld) een andere verbinding bewerkstelligen 2 (schakelde over, heeft/is overgeschakeld) in een andere versnelling brengen.
In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar sOmleggen Omschakelen | Schakelde over | Overgeschakeld
|
overschattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschatte, heeft overschat; overschatting) 1 te hoge waarde toekennen aan.
| Schatte over | Overgeschat
|
OverschattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschatte, heeft overschat; overschatting) 1 te hoge waarde toekennen aan.
| Overschatte | Overschat
|
OverschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk over, heeft overgeschonken; overschenking) 1 van het ene vat in het andere schenken.
In Spaans overeenkomend met: Transvasar, Trasegar sOvergieten | Schonk over | Overgeschonken
|
OverschepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; scheepte over, heeft overgescheept; overscheping) 1 van het ene vaartuig in het andere brengen.
| Scheepte over | Overgescheept
|
| Overscheppen | Schepte over | Overgeschept
|
OverschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot over, is overgeschoten) 1 overblijven, ongedaan of ongebruikt blijven. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schoot over, heeft overgeschoten) 1 over iets heen schieten 2 een schietpoging overdoen.
| Schoot over | Overgeschoten
|
overschilderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering) 1 opnieuw schilderen. (overgankelijk werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering) 1 (iets) zo beschilderen dat het eronder verdwijnt.
| Schilderde over | Overgeschilderd
|
OverschilderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering) 1 opnieuw schilderen. (overgankelijk werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering) 1 (iets) zo beschilderen dat het eronder verdwijnt.
| Overschilderde | Overschilderd
|
| Overschitteren | Overschitterde | Overschitterd
|
| Overschouwen | Overschouwde | Overschouwd
|
OverschreeuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschreeuwde, heeft overschreeuwd; overschreeuwing) 1 door geschreeuw overstemmen.
| Overschreeuwde | Overschreeuwd
|
OverschrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overschreed, heeft overschreden; overschrijding) 1 over (iets) heen gaan 2 te buiten, te boven gaan.
| Overschreed | Overschreden
|
overschrijvenIn de betekenis van: 1 nog eens schrijven 2 (een tekst) uit een ander geschrift overnemen 3 naar een andere rekening, een andere post overbrengen
In Spaans overeenkomend met: Copiar, Copiar de, Transcribir sKopiëren Nabootsen Namaken | Schreef over | Overgeschreven
|
OverschrijvenIn de betekenis van: Een gegevensbestand vervangen door een bestand met een identieke naam, zodanig dat het oorspronkelijke bestand verloren gaat
In Spaans overeenkomend met: Transcribir sKopiëren Nabootsen Namaken | Overschreef | Overschreven
|
| Overschuiven | Schoof over | Overgeschoven
|
OverseinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; seinde over, heeft overgeseind; overseining) 1 door seinen berichten.
| Seinde over | Overgeseind
|
OverslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg over, is overgeslagen) 1 snel van het ene voorwerp op het andere overgaan 2 (van de stem) in een hogere toon overgaan 3 in een bepaalde richting overhellen 4 over iets heen vallen. (overgankelijk werkwoord; sloeg over, heeft overgeslagen) 1 al dan niet opzettelijk (een gedeelte) vergeten of verzuimen 2 (koopwaar, vrachtgoed) overladen 3 (een munt) van een opdruk voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Elidir Saltar ((),(Me he saltado un renglón, un párrafo, una página.)), Saltarse ((),(Me he saltado un renglón, un párrafo, una página.)) sAfkappen Onvermeld laten Schrappen Weglaten | Sloeg over | Overgeslagen
|
OverslapenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; oversliep zich, heeft zich overslapen) 1 (in België, niet algemeen) zich verslapen.
| Oversliep | Overslapen
|
| Oversmokkelen | Smokkelde over | Overgesmokkeld
|
OversnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed over, heeft overgesneden) 1 (in België, niet algemeen) doorsnijden.
| Sneed over | Overgesneden
|
OverspannenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; overspannener, meest overspannen; overspannenheid) 1 overdreven, te zeer opgedreven 2 (van personen) ziek door te zware geestelijke belasting. (overgankelijk werkwoord; overspande, heeft overspannen; overspanning) 1 over iets heen spannen.
| Overspande | Overspannen
|
| Oversparen | Spaarde over | Overgespaard
|
overspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) opnieuw spelen 2 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) (de bal, puck) doorspelen naar een medespeler 3 (overspeelde, heeft overspeeld) ver overtreffen in het spel, niet aan bod laten komen 4 (overspeelde, heeft overspeeld) door zijn spel overstemmen .
| Speelde over | Overgespeeld
|
OverspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) opnieuw spelen 2 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) (de bal, puck) doorspelen naar een medespeler 3 (overspeelde, heeft overspeeld) ver overtreffen in het spel, niet aan bod laten komen 4 (overspeelde, heeft overspeeld) door zijn spel overstemmen .
| Overspeelde | Overspeeld
|
OverspoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overspoelde, heeft overspoeld; overspoeling) 1 overstromen.
| Overspoelde | Overspoeld
|
OverspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong over, is overgesprongen; overspringing) 1 van het een op het andere springen 2 (van gevels enz.) over iets uitsteken, vooruitsteken. (overgankelijk werkwoord; sprong over, is overgesprongen) 1 overslaan.
| Sprong over | Overgesprongen
|
overspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot over, heeft overgespoten; overspuiting) 1 opnieuw bespuiten. (overgankelijk werkwoord; overspoot, heeft overspoten; overspuiting) 1 spuitend met een vloeistof bedekken.
| Spoot over | Overgespoten
|
OverspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot over, heeft overgespoten; overspuiting) 1 opnieuw bespuiten. (overgankelijk werkwoord; overspoot, heeft overspoten; overspuiting) 1 spuitend met een vloeistof bedekken.
| Overspoot | Overspoten
|
OverstaanALLE betekenissen van dit woord: (het) ¶ alleen in verbindingen.
| Overstond | Overstaan
|
OverstappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stapte over, is overgestapt) 1 van het een op of in het andere stappen. (onovergankelijk werkwoord; stapte over, is overgestapt) 1 zich van het ene vervoermiddel in het andere begeven 2 (van schaatsers) in de bochten het buitenbeen over het binnenbeen zetten om de bocht te kunnen maken.
In Spaans overeenkomend met: Transbordar
| Stapte over | Overgestapt
|
OverstekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stak over, is overgestoken) 1 een bepaalde ruimte overgaan om van de ene plaats naar de andere te komen 2 over iets uitsteken . (overgankelijk werkwoord; stak over, heeft overgestoken) 1 (wijn) van het ene fust op het andere brengen.
In Spaans overeenkomend met: Pasar Pasar al otro lado Atravesar Cruzar sOvergaan Overlopen Te boven gaan | Stak over | Overgestoken
|
OverstelpenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; overstelpte, heeft overstelpt) 1 bedelven onder een grote hoeveelheid. (overgankelijk werkwoord; overstelpte, heeft overstelpt; overstelping) 1 overvallen en overmannen door het grotere getal.
In Spaans overeenkomend met: Abrumar, Agobiar, Brumar, Enterrar sBedelven Verpletteren | Overstelpte | Overstelpt
|
overstemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stemde over, heeft overgestemd) 1 nog eens zijn stem uitbrengen. (overgankelijk werkwoord; overstemde, heeft overstemd; overstemming) 1 meer geluid maken dan iem. of iets anders 2 door meerderheid van stemmen verslaan.
| Stemde over | Overgestemd
|
OverstemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stemde over, heeft overgestemd) 1 nog eens zijn stem uitbrengen. (overgankelijk werkwoord; overstemde, heeft overstemd; overstemming) 1 meer geluid maken dan iem. of iets anders 2 door meerderheid van stemmen verslaan.
| Overstemde | Overstemd
|
OverstijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; oversteeg, heeft overstegen; overstijging) 1 te boven gaan.
| Oversteeg | Overstegen
|
OverstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overstraalde, heeft overstraald) 1 in glans overtreffen.
| Overstraalde | Overstraald
|
overstromenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stroomde over, heeft overgestroomd) 1 vol zijn van, met. (werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd) 1 overstelpen, overladen. (onovergankelijk werkwoord; stroomde over, is overgestroomd) 1 zo vol zijn dat de inhoud over de rand stroomt. (overgankelijk werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd; overstroming) 1 onder water zetten.
In Spaans overeenkomend met: Desbordar, Desbordarse sBuiten de oevers treden Overlopen | Stroomde over | Overgestroomd
|
OverstromenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; stroomde over, heeft overgestroomd) 1 vol zijn van, met. (werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd) 1 overstelpen, overladen. (onovergankelijk werkwoord; stroomde over, is overgestroomd) 1 zo vol zijn dat de inhoud over de rand stroomt. (overgankelijk werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd; overstroming) 1 onder water zetten.
sBuiten de oevers treden Overlopen | Overstroomde | Overstroomd
|
| Oversturen | Stuurde over | Overgestuurd
|
| Overtappen | Tapte over | Overgetapt
|
overtekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overtekende, heeft overtekend; overtekening) 1 in totaal voor een hoger bedrag dan gevraagd wordt, inschrijven op (een lening). (overgankelijk werkwoord; tekende over, heeft overgetekend; overtekening) 1 opnieuw tekenen 2 van de ene tekening op de andere overbrengen 3 over iets heen tekenen.
| Tekende over | Overgetekend
|
OvertekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overtekende, heeft overtekend; overtekening) 1 in totaal voor een hoger bedrag dan gevraagd wordt, inschrijven op (een lening). (overgankelijk werkwoord; tekende over, heeft overgetekend; overtekening) 1 opnieuw tekenen 2 van de ene tekening op de andere overbrengen 3 over iets heen tekenen.
| Overtekende | Overtekend
|
| Overtelegraferen | Telegrafeerde over | Overgetelegrafeerd
|
OvertellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; telde over, heeft overgeteld) 1 natellen, narekenen.
| Telde over | Overgeteld
|
| Overtijgen | Overtoog | Overtogen
|
OvertikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; tikte over, heeft overgetikt) 1 opnieuw tikken.
| Tikte over | Overgetikt
|
| Overtillen | Tilde over | Overgetild
|
overtredenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overtrad, heeft overtreden; overtreding) 1 zich niet houden aan (wetten, voorschriften enz.).
| Trad over | Overgetreden
|
OvertredenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overtrad, heeft overtreden; overtreding) 1 zich niet houden aan (wetten, voorschriften enz.).
| Overtrad | Overtreden
|
OvertreffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overtrof, heeft overtroffen) 1 te boven gaan, beter, fraaier, groter enz. zijn dan.
In Spaans overeenkomend met: Sobrepasar Mejorar Colmar Aventajar, Superar Sobrar sOverlopen Te boven gaan Uitblinken Uitmunten Voorbijstreven | Overtrof | Overtroffen
|
overtrekkenIn de betekenis van: 1 voorbijdrijven 2 (in belgië, niet algemeen) (van de lucht) betrekken 3 overtekenen 4 in een bepaalde stand trekken 5 over iets heen, naar de andere kant halen
In Spaans overeenkomend met: CalcarForrar, Recubrir, Revestir sBekleden Calqueren Natrekken Slaafs volgen Snelheid verliezen | Trok over | Overgetrokken
|
OvertrekkenIn de betekenis van: 1 bekleden met stof 2 overdrijven, opblazen 3 (een vliegtuig) door het verkleinen van de draagkracht onbestuurbaar maken
In Spaans overeenkomend met: Entrar en pérdida ((vliegtuig),(avión)) sBekleden Calqueren Natrekken Slaafs volgen Snelheid verliezen | Overtrok | Overtrokken
|
OvertroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; troefde over, heeft overgetroefd) bij het kaartspel een hogere troef spelen dan de vorige spelers 2 (overtroefde, heeft overtroefd) zich de meerdere betonen.
| Overtroefde | Overtroefd
|
OvertrouwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trouwde over, is overgetrouwd) 1 (archaïsch) in de kerk trouwen.
| Trouwde over | Overgetrouwd
|
OvertuigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; overtuigde, heeft overtuigd) 1 zich ervan vergewissen dat iets zo is. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; overtuigde, heeft overtuigd; overtuiging) 1 (iem.) door bewijzen, argumenten zo beïnvloeden dat hij een bepaalde conclusie aannemelijk vindt.
In Spaans overeenkomend met: Confundir, Confundirse, Convencer Trastornar sBepraten Overreden Verslaan | Overtuigde | Overtuigd
|
OvertypenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; typte over, heeft overgetypt) 1 overtikken.
| Typte over | Overgetypt
|
overvallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overviel, heeft overvallen) 1 onverhoeds aanvallen 2 overrompelen.
In Spaans overeenkomend met: sAanvallen | Viel over | Overgevallen
|
OvervallenIn de betekenis van: 1 onverhoeds aanvallen 2 overrompelen
In Spaans overeenkomend met: Asaltar Sobresaltar sAanvallen | Overviel | Overvallen
|
overvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer over, is overgevaren) 1 naar de overkant varen. (overgankelijk werkwoord; overvoer, heeft overvaren) 1 aanvaren, ondersteboven varen. (overgankelijk werkwoord; voer over, heeft overgevaren) 1 met een vaartuig overzetten.
| Voer over | Overgevaren
|
OvervarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer over, is overgevaren) 1 naar de overkant varen. (overgankelijk werkwoord; overvoer, heeft overvaren) 1 aanvaren, ondersteboven varen. (overgankelijk werkwoord; voer over, heeft overgevaren) 1 met een vaartuig overzetten.
| Overvoer | Overvaren
|
OververhittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; oververhitte, heeft oververhit; oververhitting) 1 boven het gewone verhitten.
In Spaans overeenkomend met: Sobrecalentar
| Oververhitte | Oververhit
|
| Oververmoeien | Oververmoeide | Oververmoeid
|
| Oververtellen | Vertelde over | Oververteld
|
OververvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfde over, heeft overgeverfd) 1 nog eens verven.
| Verfde over | Overgeverfd
|
| Oververzadigen | Oververzadigde | Oververzadigd
|
OvervleugelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overvleugelde, heeft overvleugeld; overvleugeling) 1 overtreffen 2 (militair, leger) met de vleugels van een leger de tegenpartij in de flank of in de rug aanvallen.
| Overvleugelde | Overvleugeld
|
OvervliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog over, is overgevlogen) 1 over iets heen vliegen. (overgankelijk werkwoord; vloog over, heeft overgevlogen) 1 per vliegtuig overbrengen.
| Vloog over | Overgevlogen
|
OvervloeienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vloeide over, heeft/is overgevloeid) 1 een overvloed hebben van. (onovergankelijk werkwoord; vloeide over, heeft/is overgevloeid; overvloeiing) 1 overlopen, overstromen.
| Vloeide over | Overgevloeid
|
OvervoedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overvoedde, heeft overvoed; overvoeding) 1 te veel voedsel geven.
| Overvoedde | Overvoed
|
overvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overvoerde, heeft overvoerd; overvoering) 1 te veel te eten geven 2 overladen met.
| Voerde over | Overgevoerd
|
OvervoerenIn de betekenis van: 1 te veel te eten geven 2 overladen met
In Spaans overeenkomend met: Sobrealimentar
| Overvoerde | Overvoerd
|
overvragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; overvraagde/overvroeg, heeft overvraagd; overvraging) 1 te veel vragen.
| Vraagde over, Vroeg over | Overgevraagd
|
OvervragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; overvraagde/overvroeg, heeft overvraagd; overvraging) 1 te veel vragen.
| Overvraagde, Overvroeg | Overvraagd
|
OverwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waaide over/woei over, is overgewaaid) 1 snel van elders overkomen 2 (van stemmingen) voorbijgaan.
| Waaide over, Woei over | Overgewaaid
|
OverwaarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waardeerde over, heeft overgewaardeerd; overwaardering) 1 te hoog waarderen.
| Waardeerde over | Overgewaardeerd
|
OverwegenIn de betekenis van: Nadenken over de voor- en nadelen van (iets)
In Spaans overeenkomend met: Sopesar, Tantear Considerar, Tomar en consideración Prevalecer sBeschouwen Nagaan Overleggen Prevaleren Rekening houden met Wikken en wegen Zegevieren | Overwoog | Overwogen
|
overwegenIn de betekenis van: Opnieuw wegen
In Spaans overeenkomend met: sBeschouwen Nagaan Overleggen Prevaleren Rekening houden met Wikken en wegen Zegevieren | Woog over | Overgewogen
|
OverweldigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overweldigde, heeft overweldigd; overweldiger, overweldiging) 1 met geweld overmeesteren 2 te machtig worden, de baas worden.
In Spaans overeenkomend met: Usurpar sKraken Meester maken van|Zich meester maken van Usurperen Zich meester maken van | Overweldigde | Overweldigd
|
OverwelvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overwelfde, heeft overwelfd; overwelving) 1 met een gewelf overdekken.
| Overwelfde | Overwelfd
|
overwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte over, heeft overgewerkt; overwerker) 1 meer of langer werken dan bepaald was. (overgankelijk werkwoord; werkte over, heeft overgewerkt) 1 (metselwerk) zo bewerken dat het over iets uitsteekt. (wederkerend werkwoord; overwerkte zich, heeft zich overwerkt) 1 door te veel werken zich afmatten, zijn gezondheid benadelen.
| Werkte over | Overgewerkt
|
OverwerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte over, heeft overgewerkt; overwerker) 1 meer of langer werken dan bepaald was. (overgankelijk werkwoord; werkte over, heeft overgewerkt) 1 (metselwerk) zo bewerken dat het over iets uitsteekt. (wederkerend werkwoord; overwerkte zich, heeft zich overwerkt) 1 door te veel werken zich afmatten, zijn gezondheid benadelen.
| Overwerkte | Overwerkt
|
OverwinnenIn de betekenis van: 1 (ook absoluut) de zege behalen over 2 (emoties, moeilijkheden e.d.) de baas worden
In Spaans overeenkomend met: Superar Vadear Vencer sBevangen Te boven komen Verslaan Zegevieren | Overwon | Overwonnen
|
overwinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overwon, heeft overwonnen) 1 (ook absoluut) de zege behalen over 2 (emoties, moeilijkheden e.d.) de baas worden.
In Spaans overeenkomend met: sBevangen Te boven komen Verslaan Zegevieren | Won over | Overgewonnen
|
OverwinterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; overwinterde, heeft overwinterd) 1 gedurende de winter ergens verblijven 2 (van planten en dieren) de winter over in leven blijven 3 zich geplaatst hebben voor het vervolg van de competitie na de winterstop.
| Overwinterde | Overwinterd
|
OverwippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wipte over, is overgewipt) 1 een kort bezoek afleggen, waarbij een grote afstand wordt overbrugd.
| Wipte over | Overgewipt
|
OverwoekerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; overwoekerde, heeft overwoekerd; overwoekering) 1 woekerend overdekken.
| Overwoekerde | Overwoekerd
|
| overzeilen | Zeilde over | Overgezeild
|
| Overzeilen | Overzeilde | Overzeild
|
| Overzenden | Zond over | Overgezonden
|
OverzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette over, heeft overgezet) 1 met een vaartuig naar de overkant brengen 2 op een andere plaats zetten 3 vertalen.
In Spaans overeenkomend met: Traducir Transferir sOverboeken Vertalen | Zette over | Overgezet
|
overzienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zag over, heeft overgezien) 1 met het oog doorlopen. (overgankelijk werkwoord; overzag, heeft overzien) 1 in zijn geheel bezien.
| Zag over | Overgezien
|
OverzienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zag over, heeft overgezien) 1 met het oog doorlopen. (overgankelijk werkwoord; overzag, heeft overzien) 1 in zijn geheel bezien.
| Overzag | Overzien
|
OverzittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zat over, heeft overgezeten) 1 (in België) blijven zitten.
| Zat over | Overgezeten
|
| Overzwemmen | Zwom over | Overgezwommen
|
OvulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ovuleerde, heeft geovuleerd) 1 een ovulatie hebben.
| Ovuleerde | Geovuleerd
|
OxiderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; oxideerde, is geoxideerd; oxidatie) 1 zich met zuurstof verbinden. (overgankelijk werkwoord; oxideerde, heeft geoxideerd) 1 een zuurstofverbinding doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Oxidar, Oxidarse sRoesten | Oxideerde | Geoxideerd
|
OzoniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ozoniseerde, heeft geozoniseerd) 1 in ozon omzetten 2 met ozon doortrekken, vervullen.
| Ozoniseerde | Geozoniseerd
|