PaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; paaide, heeft gepaaid; paaier, paaiing) 1 (van vissen) paren (overgankelijk werkwoord; paaide, heeft gepaaid) 1 inpalmen
In Spaans overeenkomend met: Complacer sBevredigen Tegemoetkomen aan Tevreden stellen Voldoen | Paaide | Gepaaid
|
PaaldansenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paaldanste, heeft gepaaldanst) 1 erotisch rond een paal op een podium dansen, bijvoorbeeld in een nachtclub
| Paaldanste | Gepaaldanst
|
PaalzittenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; paalzitter) 1 voor de sport zo lang mogelijk op een paal zitten
| |
|
PaardjerijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed paardje, heeft paardjegereden) 1 op de knie rijden
| Reed paardje | Paardjegereden
|
PaardrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed paard, heeft paardgereden; paardrijder) 1 rijden te paard
| Reed paard | Paardgereden
|
PaardspringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (atletiek) turnoefening waarbij men over het paard springt
| |
|
| Pacen | Pacete | Gepacet
|
PachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pachtte, heeft gepacht; pachter, pachting) 1 in pacht nemen 2 (van inkomsten, rechten enz.) tegen een jaarlijkse vergoeding van de rechthebbende overnemen
| Pachtte | Gepacht
|
PacificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pacificeerde, heeft gepacificeerd) 1 tot vrede brengen
In Spaans overeenkomend met: Allanar sOnderwerpen | Pacificeerde | Gepacificeerd
|
PacterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pacteerde, heeft gepacteerd) 1 een verdrag sluiten
| Pacteerde | Gepacteerd
|
| Paddelen | Paddelde | Gepaddeld
|
PaffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pafte, heeft gepaft; paffer) 1 (informeel) flink roken 2 (informeel) schieten
In Spaans overeenkomend met: Disparar, Tirar sSchieten Vuren | Pafte | Gepaft
|
PagaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pagaaide, heeft/is gepagaaid; pagaaier) 1 peddelen
In Spaans overeenkomend met: Remar sin apoyo
| Pagaaide | Gepagaaid
|
PaginerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pagineerde, heeft gepagineerd; paginering) 1 (bladzijden) nummeren
| Pagineerde | Gepagineerd
|
| Paintballen | Paintballde | Gepaintballd
|
PakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pakte, heeft gepakt) 1 houvast vinden (overgankelijk werkwoord; pakte, heeft gepakt) 1 (ook absoluut) (voorwerpen) in een omhulsel stoppen 2 (ook absoluut) (een omhulsel) met voorwerpen vullen 3 (ook absoluut) indruk maken op (iem.) 4 ter hand nemen om te gebruiken 5 gebruikmaken van 6 vastpakken 7 aanhouden, betrappen 8 benadelen, duperen 9 (in België; informeel) schokken, aangrijpen
In Spaans overeenkomend met: Coger Agazapar Agarrar Empacar, Envolver Atrapar, Capturar Embalar, Empaquetar Asir, Tomar sAanvatten Beetkrijgen Beetnemen Beetpakken Emballeren Grijpen Inpakken Nemen Oprapen Te pakken krijgen Vangen Vastpakken Vatten Verpakken | Pakte | Gepakt
|
PalaverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; palaverde, heeft gepalaverd) 1 langdurig onderhandelen
| Palaverde | Gepalaverd
|
PalenALLE betekenissen van dit woord: aan (werkwoord; paalde, heeft gepaald) 1 grenzen aan, belenden (onovergankelijk werkwoord; paalde, heeft gepaald) 1 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben
| Paalde | Gepaald
|
| Paleren | Paleerde | Gepaleerd
|
| Paletten | Palette | Gepalet
|
| Palingtrekken | |
|
PalissaderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; palissadeerde, heeft gepalissadeerd; palissadering) 1 met een palissade versterken, afsluiten
| Palissadeerde | Gepalissadeerd
|
| Palmen | Palmde | Gepalmd
|
PalperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; palpeerde, heeft gepalpeerd; palpatie) 1 met de handen betasten en bekloppen
| Palpeerde | Gepalpeerd
|
PalpiterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; palpiteerde, heeft gepalpiteerd) 1 (van de pols of het hart) snel kloppen van angst of aandoening
| Palpiteerde | Gepalpiteerd
|
PamperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pamperde, heeft gepamperd) 1 verwennen
| Pamperde | Gepamperd
|
PanacherenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; panacheerde, heeft gepanacheerd) 1 (in België) bij verkiezingen zijn stem verdelen over kandidaten van verschillende partijen
| Panacheerde | Gepanacheerd
|
PandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pandde, heeft gepand; panding) 1 in pand geven 2 (juridisch) beslag leggen op een goed ter executie
| Pandde | Gepand
|
PandoerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pandoerde, heeft gepandoerd) 1 het kaartspel pandoer spelen
| Pandoerde | Gepandoerd
|
PandverbeurenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 gezelschapsspel waarbij van alle spelers die een fout begaan een pand wordt geëist, dat later moet worden ingelost door een opgelegde prestatie
| |
|
PanerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paneerde, heeft gepaneerd) 1 (een spijs) voor het braden met geklopt ei en paneermeel bestrijken
In Spaans overeenkomend met: Abizcochar, Aborrajarse, Apanar, Empanar, Empanizar Gratinar Rebozar sGratineren | Paneerde | Gepaneerd
|
PanikerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; panikeerde, heeft gepanikeerd) 1 (in België) panieken, in paniek raken
| Panikeerde | Gepanikeerd
|
PanlikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie pannenlikken
| Panlikte | Gepanlikt
|
PantserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pantserde, heeft gepantserd; pantsering) 1 met stalen platen versterken
In Spaans overeenkomend met: Blindar sBlinderen | Pantserde | Gepantserd
|
PappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; papte, is gepapt) 1 (techniek) (van olie) zich vermengen met een geringe hoeveelheid water, onder de invloed van de beweging en druk van de met dit mengsel gesmeerde machinedelen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; papte, heeft gepapt) 1 met pap bestrijken
In Spaans overeenkomend met: Fomentar sBroeien | Papte | Gepapt
|
ParachuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; parachuteerde, heeft geparachuteerd) 1 (een functionaris) op een belangrijke post plaatsen in een bedrijf, waardoor de carrièremogelijkheden van de al bij dat bedrijf werkende medewerkers nadelig worden beïnvloed 2 aan een parachute neerlaten
| Parachuteerde | Geparachuteerd
|
ParachutespringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 uit een vliegtuig springen met een parachute
| |
|
ParaderenALLE betekenissen van dit woord: met (werkwoord; paradeerde, heeft geparadeerd) 1 pronken (onovergankelijk werkwoord; paradeerde, heeft geparadeerd) 1 parade houden
In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar, Pavonear, Pavonearse sPralen Prijken Pronken | Paradeerde | Geparadeerd
|
ParaferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; parafeerde, heeft geparafeerd) 1 ondertekenen met een paraaf
| Parafeerde | Geparafeerd
|
ParaffinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paraffineerde, heeft geparaffineerd; paraffineerder, paraffinering) 1 in paraffine drenken
| Paraffineerde | Geparaffineerd
|
ParafraserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; parafraseerde, heeft geparafraseerd; parafrasering) 1 een parafrase geven van
| Parafraseerde | Geparafraseerd
|
ParagraferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paragrafeerde, heeft geparagrafeerd) 1 in paragrafen verdelen
| Paragrafeerde | Geparagrafeerd
|
ParalyserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; paralyseerde, heeft geparalyseerd) 1 verlammen
| Paralyseerde | Geparalyseerd
|
| Parasiteren | Parasiteerde | Geparasiteerd
|
PardonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pardonneerde, heeft gepardonneerd) 1 vergeven, door de vingers zien
| Pardonneerde | Gepardonneerd
|
| Parelduiken | |
|
ParelenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) zie paarlen (onovergankelijk werkwoord; parelde, heeft gepareld) 1 zich vertonen in de vorm van parels (overgankelijk werkwoord; parelde, heeft gepareld) 1 versieren met parelvormige ornamenten
| Parelde | Gepareld
|
ParenALLE betekenissen van dit woord: aan (werkwoord; paarde, heeft gepaard) 1 verenigen met (onovergankelijk werkwoord; paarde, heeft gepaard; paring) 1 (van dieren) zich tot voortplanting verenigen
| Paarde | Gepaard
|
ParerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pareerde, heeft gepareerd) 1 (een aanval) afwenden
In Spaans overeenkomend met: Cambiar de dirección, Desviar Repulsar sAfdraaien Afkeren Afslaan Terugslaan Terugstoten | Pareerde | Gepareerd
|
ParfumerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; parfumeerde, heeft geparfumeerd) 1 door middel van parfum een geur geven
| Parfumeerde | Geparfumeerd
|
ParkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; parkeerde, heeft geparkeerd) 1 (ook absoluut) (een voertuig) tijdelijk laten staan 2 (militair, leger) in slagorde opstellen
In Spaans overeenkomend met: Aparcar, Estacionar, Parquear
| Parkeerde | Geparkeerd
|
| Parketteren | Parketteerde | Geparketteerd
|
| Parlementen | Parlementte | Geparlement
|
ParlementerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; parlementeerde, heeft geparlementeerd) 1 lang en breed redekavelen
| Parlementeerde | Geparlementeerd
|
| Parlesanten | Parlesantte | Geparlesant
|
ParlevinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; parlevinkte, heeft geparlevinkt) 1 te water rondtrekkend kleinhandel drijven 2 (informeel) praten, redeneren
| Parlevinkte | Geparlevinkt
|
ParodiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; parodieerde, heeft geparodieerd; parodiëring) 1 een parodie maken van
In Spaans overeenkomend met: Disfrazar, Parodiar sTravesteren | Parodieerde | Geparodieerd
|
ParsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; parste, heeft geparst; parser, parsing) 1 (computer) het automatisch syntactisch analyseren
| Parsete | Geparset
|
ParticiperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; participeerde, heeft geparticipeerd; participant, participatie) 1 deelnemen, deelhebben
| Participeerde | Geparticipeerd
|
| Partijtrekken | Trok partij | Partijgetrokken
|
| Partyen | Partyde | Gepartyd
|
| Pasporteren | Pasporteerde | Gepasporteerd
|
PassagierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; passagierde, heeft gepassagierd) 1 (scheepvaart) uitgaan op de wal
| Passagierde | Gepassagierd
|
PassenIn de betekenis van: Letten op, in overeenstemming zijn met, geschikt zijn voor, precies op maat zijn, aansluiten 2 op zijn plaats zijn, schikken 4 (spel) de beurt voorbij laten gaan, nauwkeurig meten 2 juist zoveel betalen als men moet 3 (een kledingstuk,sieraad) aandoen om te zien of het goed zit
In Spaans overeenkomend met: Caber Ser conforme, Ser decoroso Quedar Convenir, Ser conveniente Corresponder Ensayar, Intentar Probar Ajustarse, Probarse Acomodar sAanpassen Behoren Beproeven Betamen Gelegen komen Horen Proberen Schikken Testen Toetsen Uitkomen Uitproberen Voegen | Paste | Gepast
|
PassenIn de betekenis van: Schieten, werpen, naar een medespeler spelen
In Spaans overeenkomend met: sAanpassen Behoren Beproeven Betamen Gelegen komen Horen Proberen Schikken Testen Toetsen Uitkomen Uitproberen Voegen | Passte | Gepasset
|
PasserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; passeerde, is gepasseerd) 1 voorvallen, gebeuren (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; passeerde, heeft/is gepasseerd) voorbijgaan 2 (passeerde, heeft gepasseerd) overslaan bij een benoeming 3 (passeerde, heeft gepasseerd) (archaïsch) (tijd) doorbrengen 4 (passeerde, heeft gepasseerd) (een contract, testament enz.) bekrachtigen
In Spaans overeenkomend met: Pasar No hacer caso, Pasar por alto, Postergar Pasar Pasar de largo, Sobrepasar Adelantar sAchteruitzetten Langsgaan Negeren Onder tafel schuiven Voorbijgaan Voorbijlopen Voorbijrijden Voorbijvaren Wegcijferen | Passeerde | Gepasseerd
|
PasteuriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pasteuriseerde, heeft gepasteuriseerd; pasteurisatie) 1 duurzaam maken door een snelle, korte verhitting tot 60 à 70 ° gevolgd door een snelle afkoeling
In Spaans overeenkomend met: Pasteurizar Pasteurizar
| Pasteuriseerde | Gepasteuriseerd
|
PatenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; patenteerde, heeft gepatenteerd) 1 octrooi voor iets nemen
| Patenteerde | Gepatenteerd
|
| Paternosteren | Paternosterde | Gepaternosterd
|
PatinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; patineerde, heeft gepatineerd) 1 kunstmatig patina aanbrengen op (brons, glas enz.)
| Patineerde | Gepatineerd
|
PatronerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; patroneerde, heeft gepatroneerd) 1 (in België) beschermen, begunstigen
| Patroneerde | Gepatroneerd
|
| Patroniseren | Patroniseerde | Gepatroniseerd
|
PatrouillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; patrouilleerde, heeft gepatrouilleerd) 1 de ronde doen als wacht
In Spaans overeenkomend met: Hacer vigilancia
| Patrouilleerde | Gepatrouilleerd
|
PatsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; patste, heeft gepatst) 1 zich als een patser gedragen 2 met een pats neerkomen
| Patste | Gepatst
|
PaukenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; paukte, heeft gepaukt) 1 de pauken slaan
| Paukte | Gepaukt
|
PauzerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pauzeerde, heeft gepauzeerd) 1 pauze houden
In Spaans overeenkomend met: Descansar
| Pauzeerde | Gepauzeerd
|
PavoiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pavoiseerde, heeft gepavoiseerd; pavoisering) 1 met rijen vlaggen versieren
| Pavoiseerde | Gepavoiseerd
|
PeddelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; peddelde, heeft/is gepeddeld; peddelaar) 1 varen door roeispaan of peddel naast de boot in het water te brengen en naar achter te duwen 2 (informeel) fietsen
In Spaans overeenkomend met: Chapotear sDoor het water plassen Ploeteren | Peddelde | Gepeddeld
|
PedicurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pedicuurde, heeft gepedicuurd) 1 (voeten) verzorgen, behandelen
| Pedicuurde | Gepedicuurd
|
| Pegelen | Pegelde | Gepegeld
|
| Peigeren | Peigerde | Gepeigerd
|
PeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peilde, heeft gepeild; peiler, peiling) 1 de hoogte of diepte bepalen van 2 door middel van een peiltoestel de plaats bepalen van 3 het alcoholgehalte vaststellen van 4 aftasten
In Spaans overeenkomend met: Calibrar Sondar, Sondear sLoden Polsen Sonderen Vademen Vissen naar | Peilde | Gepeild
|
PeinzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; peinsde, heeft gepeinsd; peinzer) 1 diep nadenken
In Spaans overeenkomend met: Meditar sMediteren | Peinsde | Gepeinsd
|
PekelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (pekelde, is gepekeld) (van zout) beginnen op te lossen 2 (pekelde, is gepekeld) met zout doortrokken worden 3 (pekelde, heeft gepekeld) (jacht) (van wild) plassen, urineren (overgankelijk werkwoord; pekelde, heeft gepekeld) 1 in de pekel zetten of leggen 2 met strooizout bedekken 3 (koperwerk) zuiveren in een bijtende vloeistof
In Spaans overeenkomend met: Curar con sal, Salar Poner en adobo sIn het zout leggen Inleggen Inmaken Zouten | Pekelde | Gepekeld
|
PekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pekte, heeft gepekt; pekker) 1 met pek insmeren
| Pekte | Gepekt
|
| Pelen | Peelde | Gepeeld
|
PelgrimerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pelgrimeerde, heeft gepelgrimeerd) 1 op bedevaart gaan
| Pelgrimeerde | Gepelgrimeerd
|
PellenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 tafellinnen met eenvoudige blokachtige patronen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pelde, heeft gepeld) 1 van de pel, de harde buitenhuid ontdoen 2 (de keelamandelen) wegnemen
In Spaans overeenkomend met: Pelar sAfpellen Jassen Schillen | Pelde | Gepeld
|
PenaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; penaliseerde, heeft gepenaliseerd) 1 (in België) bestraffen, beboeten
| Penaliseerde | Gepenaliseerd
|
PendelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (pendelde, heeft/is gependeld) heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats 2 (pendelde, heeft gependeld) met behulp van een pendel antwoorden trachten te krijgen op vragen
| Pendelde | Gependeld
|
PenetrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; penetreerde, heeft gepenetreerd; penetratie) 1 doordringen
| Penetreerde | Gepenetreerd
|
PennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pende, heeft gepend) 1 (ook absoluut) druk, ijverig schrijven 2 met pennen vastmaken 3 (varkens) krammen 4 (een vijandelijk schaakstuk) aan een bepaald veld of bepaalde lijn binden
| Pende | Gepend
|
PenselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; penseelde, heeft gepenseeld) 1 met het penseel schilderen 2 met een penseel bevochtigen
| Penseelde | Gepenseeld
|
PensionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pensioneerde, heeft gepensioneerd; pensionering) 1 pensioen geven
In Spaans overeenkomend met: Jubilar
| Pensioneerde | Gepensioneerd
|
PeperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; peperde, heeft gepeperd) 1 met peper toebereiden
| Peperde | Gepeperd
|
PercipiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; percipieerde, heeft gepercipieerd) 1 waarnemen
| Percipieerde | Gepercipieerd
|
PercuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; percuteerde, heeft gepercuteerd) 1 medisch onderzoeken door bekloppen
| Percuteerde | Gepercuteerd
|
PerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen
| Peerde | Gepeerd
|
PerfectionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; perfectioneerde, heeft geperfectioneerd; perfectionering) 1 meer volmaakt, beter maken
| Perfectioneerde | Geperfectioneerd
|
PerforerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; perforeerde, heeft geperforeerd; perforateur/perforator, perforatie) 1 doorbreken (overgankelijk werkwoord; perforeerde, heeft geperforeerd) 1 een gat of een reeks van gaten maken in 2 (scheikunde) (een vloeistof) extraheren met een andere vloeistof die daarmee niet mengbaar is
In Spaans overeenkomend met: Perforar
| Perforeerde | Geperforeerd
|
PeriodiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; periodiseerde, heeft geperiodiseerd; periodisering) 1 in perioden verdelen
| Periodiseerde | Geperiodiseerd
|
PerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; perkte, heeft geperkt) 1 in een perk of omheining opsluiten
| Perkte | Geperkt
|
PermanentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; permanentte, heeft gepermanent) 1 een permanent aanbrengen in
| Permanentte | Gepermanent
|
PermitterenIn Spaans overeenkomend met: Permitir sGedogen Niet beletten Toelaten Toestaan Vergunnen Veroorloven | Permitteerde | Gepermitteerd
|
PermuterenIn Spaans overeenkomend met: Permutar sOmzetten van de volgorde | Permuteerde | Gepermuteerd
|
PerorerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; peroreerde, heeft geperoreerd) 1 een peroratie uitspreken
| Peroreerde | Geperoreerd
|
PerpendiculariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; perpendiculariseerde, heeft geperpendiculariseerd) 1 een loodrechte stand geven
| Perpendiculariseerde | Geperpendiculariseerd
|
PersenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; perste, heeft geperst) 1 (van een barende vrouw) het kind uitdrijven 2 ontlasting uitdrijven (overgankelijk werkwoord; perste, heeft geperst; perser, persing) 1 sterk samendrukken 2 met een heet strijkijzer (vochtig gemaakte stof, kledingstukken enz.) strijken 3 door krachtig drukken vervaardigen 4 uitpersen 5 door krachtig drukken voortstuwen
In Spaans overeenkomend met: Presionar Exprimir Planchar Apretar, Presionar sAandrukken Aanduwen Dringen Drukken Knellen Pressen Strijken Uitdrukken Uitknijpen Uitpersen | Perste | Geperst
|
PersevererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; persevereerde, heeft gepersevereerd; perseveratie) 1 in iets volharden
| Persevereerde | Gepersevereerd
|
PersiflerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; persifleerde, heeft gepersifleerd; persiflage) 1 bespotten door overdrijvende imitatie
| Persifleerde | Gepersifleerd
|
PersisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; persisteerde, heeft gepersisteerd) 1 volharden
| Persisteerde | Gepersisteerd
|
PersonifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; personifieerde, heeft gepersonifieerd) 1 als een persoon voorstellen
| Personifieerde | Gepersonifieerd
|
PerverterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; perverteerde, heeft geperverteerd) 1 verdorven maken, doen ontaarden
| Perverteerde | Geperverteerd
|
PestenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; pester) 1 een bepaald kaartspel spelen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pestte, heeft gepest) 1 (informeel) kwellen, treiteren
| Pestte | Gepest
|
| Petanquen | Petanquete | Gepetanquet
|
PetitionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; petitioneerde, heeft gepetitioneerd; petitionering) 1 een verzoekschrift indienen
| Petitioneerde | Gepetitioneerd
|
PetrificerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; petrificeerde, is gepetrificeerd; petrificatie) 1 verstenen, in steen veranderen
In Spaans overeenkomend met: Petrificar sVerstenen | Petrificeerde | Gepetrificeerd
|
PetsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; petste, heeft gepetst) 1 slaan, klappen
| Petste | Gepetst
|
PeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; peurde, heeft gepeurd) 1 poeren, op paling vissen 2 (informeel) peuteren
| Peurde | Gepeurd
|
PeuterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; peuterde, heeft gepeuterd; peuteraar) 1 met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten om er iets uit te halen 2 frunniken 3 knutselen (overgankelijk werkwoord) 1 door peuteren in de genoemde toestand brengen
| Peuterde | Gepeuterd
|
PeuzelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; peuzelde, heeft gepeuzeld; peuzelaar, peuzeling) 1 langzaam en met smaak eten
| Peuzelde | Gepeuzeld
|
PezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (peesde, heeft/is gepeesd) (informeel) hard rijden 2 (peesde, heeft gepeesd) (informeel) hard werken, studeren 3 (peesde, heeft gepeesd) (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben 4 (peesde, heeft gepeesd) zich prostitueren
| Peesde | Gepeesd
|
| Pezeweven | Pezeweefde | Gepezeweefd
|
PianospelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; pianospeler) 1 de piano bespelen
| Speelde piano | Pianogespeeld
|
PicknickenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; picknickte, heeft gepicknickt; picknicker) 1 een picknick houden
| Picknickte | Gepicknickt
|
| Piefpaffen | Piefpafte | Gepiefpaft
|
PiekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piekte, heeft gepiekt) 1 (van haar) pieken hebben 2 juist en alleen in topvorm zijn als het er op aan komt
| Piekte | Gepiekt
|
PiekerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piekerde, heeft gepiekerd; piekeraar) 1 zorgelijk of ingespannen over iets nadenken
In Spaans overeenkomend met: Cavilar, Devanarse los sesos sZich het hoofd breken | Piekerde | Gepiekerd
|
PielenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pielde, heeft gepield) 1 (informeel) voortdurend met een lastig werkje bezig zijn
| Pielde | Gepield
|
PiemelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piemelde, heeft gepiemeld; piemelaar) 1 (van jongens) plassen
| Piemelde | Gepiemeld
|
PiepelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; piepelde, heeft gepiepeld) 1 (informeel) met kwade bedoelingen bedriegen
| Piepelde | Gepiepeld
|
PiepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piepte, heeft gepiept; pieper) 1 een dun, hoog geluid geven 2 zeuren 3 zich even vertonen 4 loeren (overgankelijk werkwoord; piepte, heeft gepiept) 1 zeggen met een hoge stem
In Spaans overeenkomend met: Silbar Rechinar Gorjear, Piar sGieren Knarsen Kwetteren Sjilpen Tjilpen | Piepte | Gepiept
|
PiercenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; piercete, heeft gepiercet; piercer, piercing) 1 (een lichaamsdeel) doorboren met een ringetje, staafje enz. als versiering of om lustgevoelens op te wekken
| Piercete | Gepiercet
|
PierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pierde, heeft gepierd) 1 vissen met pieren als aas
| Pierde | Gepierd
|
PierewaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pierewaaide, heeft gepierewaaid; pierewaaier) 1 (informeel) aan de zwier zijn
| Pierewaaide | Gepierewaaid
|
PiesenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pieste, heeft gepiest; pieser) 1 (informeel) plassen, urineren (onpersoonlijk werkwoord; pieste, heeft gepiest) 1 (informeel) zachtjes regenen
In Spaans overeenkomend met: Mear, Orinar sEen plas doen Pissen Plassen Urineren | Pieste | Gepiest
|
| Pietepeuteren | Pietepeuterde | Gepietepeuterd
|
| Pifpaffen | Pifpafte | Gepifpaft
|
PijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pijnde, heeft gepijnd) 1 drukken, persen
| Pijnde | Gepijnd
|
PijnigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pijnigde, heeft gepijnigd; pijniger, pijniging) 1 (eufemisme) folteren 2 kwellen
In Spaans overeenkomend met: Martirizar sMartelen | Pijnigde | Gepijnigd
|
PijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pijpte, heeft gepijpt) 1 (informeel) (een man) met de mond seksueel bevredigen
| Pijpte | Gepijpt
|
| Pijproken | |
|
PikerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pikeerde, heeft gepikeerd) 1 met kleine steekjes doornaaien 2 larderen 3 aanstrepen
In Spaans overeenkomend met: Bardar, Barder sBarderen | Pikeerde | Gepikeerd
|
PikettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pikette, heeft gepiket) 1 piket spelen
| Pikette | Gepiket
|
PiketterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piketteerde, heeft gepiketteerd; pikettering) 1 piketten plaatsen
| Piketteerde | Gepiketteerd
|
PikkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pikkelde, heeft/is gepikkeld) 1 (in België, niet algemeen) hinken (overgankelijk werkwoord; pikkelde, heeft gepikkeld) 1 (huiden) behandelen met zuur en keukenzout om zwelling tegen te gaan
| Pikkelde | Gepikkeld
|
PikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pikte, heeft gepikt; pikker) 1 plakkerig zijn (overgankelijk werkwoord; pikte, heeft gepikt) 1 (ook absoluut) (informeel) stelen 2 (ook absoluut) met de snavel, een scherp voorwerp enz. steken naar 3 (ook absoluut) pekken 4 (informeel) pakken, nemen 5 (informeel) accepteren
In Spaans overeenkomend met: Picar, Picotear, Pinchar, Punzar Tolerar sAanzien Dulden Priemen Prikken Steken Toelaten Tolereren Velen Verdragen | Pikte | Gepikt
|
PillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pilde, heeft gepild) 1 rul worden, samenkoeken tot bolletjes 2 (informeel) de pil gebruiken
| Pilde | Gepild
|
| Pimpampetten | Pimpampette | Gepimpampet
|
PimpelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pimpelde, heeft gepimpeld; pimpelaar) 1 (informeel) stevig drinken
In Spaans overeenkomend met: Beber demasiado alcohol
| Pimpelde | Gepimpeld
|
| Pinaren | Pinaarde | Gepinaard
|
PingelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pingelde, heeft gepingeld; pingelaar) 1 afdingen 2 (van auto's) het geluid maken dat wordt veroorzaakt door ongelijkmatige verbranding van het gasmengsel 3 (voetbal) de bal al drijvende te lang vasthouden 4 (van tl-buizen) ongelijkmatig oplichten
In Spaans overeenkomend met: Regatear sAfdingen Marchanderen | Pingelde | Gepingeld
|
PingpongenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pingpongde, heeft gepingpongd) 1 (informeel) tafeltennissen
| Pingpongde | Gepingpongd
|
PinkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pinkelde, heeft gepinkeld) 1 (geschiedenis) een spel spelen waarbij een puntig houtje met een stok of plankje weggeslagen werd
| Pinkelde | Gepinkeld
|
PinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pinkte, heeft gepinkt) 1 elkaar aan de gebogen pinken vasthouden 2 flonkeren
In Spaans overeenkomend met: Guiñar el ojo, Pestañear sKnipogen Knipperen Tintelogen | Pinkte | Gepinkt
|
| Pinkeren | Pinkerde | Gepinkerd
|
| Pinkogen | Pinkoogde | Gepinkoogd
|
PinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pinde, heeft gepind) 1 (ook absoluut) geld opnemen met een pinpas 2 (ook absoluut) betalen met een pinpas 3 met een pin doorboren
In Spaans overeenkomend met: Pagar con tarjeta
| Pinde | Gepind
|
PintelierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pintelierde, heeft gepintelierd) 1 (in België; informeel) boemelen, uitgaan en cafés bezoeken
| Pintelierde | Gepintelierd
|
PionierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pionierde, heeft gepionierd) 1 nieuwe mogelijkheden onderzoeken, baanbrekend werk verrichten 2 (militair, leger) geniewerk verrichten, loopgraven maken enz.
| Pionierde | Gepionierd
|
PipetterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pipetteerde, heeft gepipetteerd) 1 (iets) met een pipet aanbrengen
| Pipetteerde | Gepipetteerd
|
PirouetterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pirouetteerde, heeft gepirouetteerd) 1 op één voet ronddraaien, om zijn as wentelen
| Pirouetteerde | Gepirouetteerd
|
PissenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; piste, heeft gepist; pisser) 1 (informeel) plassen, urineren (onpersoonlijk werkwoord; piste, heeft gepist) 1 (informeel) zachtjes regenen
In Spaans overeenkomend met: Mear, Orinar sEen plas doen Piesen Plassen Urineren | Piste | Gepist
|
| Pistoolschieten | |
|
PitchenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pitchte, heeft gepitcht; pitcher) 1 (de bal) aangooien naar de slagman
| Pitchte | Gepitcht
|
| Pitsen | Pitste | Gepitst
|
PittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pitte, heeft gepit) 1 (informeel) slapen 2 (theater) op de souffleur spelen (overgankelijk werkwoord; pitte, heeft gepit) 1 (aardappels) van ogen ontdoen
In Spaans overeenkomend met: Dormir sMaffen Slapen Uitslapen | Pitte | Gepit
|
PivoterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pivoteerde, heeft gepivoteerd) 1 op een steunpunt in het midden ronddraaien 2 draaien met één voet aan de grond
In Spaans overeenkomend met: Pivotar sOp een steunpunt in het midden ronddraaien | Pivoteerde | Gepivoteerd
|
PlaasterenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 (in België, niet algemeen) gipsen (overgankelijk werkwoord; plaasterde, heeft geplaasterd) 1 (in België, niet algemeen) met pleisterkalk bedekken
| Plaasterde | Geplaasterd
|
PlaatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plaatste, heeft geplaatst; plaatsing) 1 een plaats geven aan 2 geklasseerd worden op een plaatsingslijst 3 in dienst nemen 4 beleggen, onderbrengen 5 (sport) (de bal) precies richten, mikken
In Spaans overeenkomend met: Acomodar, Colocar, Poner Acomodar, Situar Colocar, Estacionar, Meter, Poner Disponer sDoen Leggen Neerzetten Rangschikken Situeren Stationeren Steken Stellen Stoppen Zetten | Plaatste | Geplaatst
|
PlaatsgrijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; greep plaats, heeft plaatsgegrepen) 1 plaatsvinden
| Greep plaats | Plaatsgegrepen
|
PlaatshebbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; had plaats, heeft plaatsgehad) 1 plaatsvinden
In Spaans overeenkomend met: Ser Celebrarse sGehouden worden | Had plaats | Plaatsgehad
|
PlaatsmakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nam plaats, heeft plaatsgenomen) 1 ruimte maken
| Maakte plaats | Plaatsgemaakt
|
PlaatsnemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; nam plaats, heeft plaatsgenomen) 1 op een bep. plaats gaan zitten, staan, liggen
In Spaans overeenkomend met: Sentarse sGaan zitten Zich zetten | Nam plaats | Plaatsgenomen
|
| Plaatsnijden | |
|
PlaatsvindenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vond plaats, heeft plaatsgevonden) 1 tot uitvoering komen
In Spaans overeenkomend met: Ser Ocurrir sAan de hand zijn Gebeuren Geschieden Voorkomen Voorvallen | Vond plaats | Plaatsgevonden
|
PlafonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plafonneerde, heeft geplafonneerd; plafonneerder/plafonneur, plafonnering) 1 van een plafond voorzien
| Plafonneerde | Geplafonneerd
|
PlagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; plaagde, heeft geplaagd; plager) 1 (iem.) schertsend proberen boos te maken 2 overlast aandoen
In Spaans overeenkomend met: Acatarrar, Afanar, Tomar el pelo a
| Plaagde | Geplaagd
|
PlaggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; plagde, heeft geplagd) 1 plaggen afsteken van (hei of gras)
| Plagde | Geplagd
|
PlagiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; plagieerde, heeft geplagieerd; plagiaris/plagiator) 1 (iets) als plagiaat overnemen
| Plagieerde | Geplagieerd
|
PlakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plakte, heeft geplakt; plakker) 1 door een kleverige substantie vastzitten (overgankelijk werkwoord; plakte, heeft geplakt) 1 met lijm op iets anders vastmaken 2 door plakken vervaardigen of herstellen 3 platslaan
In Spaans overeenkomend met: Pegar sHechten Lijmen | Plakte | Geplakt
|
PlamurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plamuurde, heeft geplamuurd; plamuurder) 1 (het te beschilderen hout e.d.) effen maken door het met plamuur te bestrijken
| Plamuurde | Geplamuurd
|
PlanerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; planeerde, heeft geplaneerd) 1 zo hard varen dat de romp van het schip gedeeltelijk uit het water getild wordt 2 zweven, glijvliegen 3 rijden over een dun laagje water op natte weggedeelten (overgankelijk werkwoord; planeerde, heeft geplaneerd) 1 gladmaken
| Planeerde | Geplaneerd
|
PlankschaatsenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 skateboarden
| |
|
PlankzeilenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 windsurfen
| |
|
PlannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; plande, heeft gepland; planner, planning) 1 een plan of concept maken voor
In Spaans overeenkomend met: Plantear Planear, Programar, Programarse Planificar Proyectar, Tramar sBeramen Ontwerpen Ordenen Programmeren | Plande | Gepland
|
PlantenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plantte, heeft geplant; planter, planting) 1 in aarde zetten om te laten groeien 2 stevig op iets vastzetten 3 aanplanten en kweken
In Spaans overeenkomend met: Enarbolar ((vlag),(bandera)) Plantar sAanplanten Hijsen Poten Uitsteken | Plantte | Geplant
|
PlanterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; planteerde, heeft geplanteerd) 1 de raderen van een uurwerk stellen en vastzetten
| Planteerde | Geplanteerd
|
PlasregenenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; plasregende, heeft geplasregend) 1 stortregenen
| Plasregende | Geplasregend
|
PlassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plaste, heeft geplast) 1 morsen met vloeistof 2 spattend door water e.d. bewegen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; plaste, heeft geplast) 1 urine uitscheiden
In Spaans overeenkomend met: Orinar Chapotear sEen plas doen Kabbelen Klapperen Klotsen Piesen Pissen Plonzen Urineren | Plaste | Geplast
|
PlastiekenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van plastic
| | Geplastiekt
|
PlastificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plastificeerde, heeft geplastificeerd; plastificering) 1 overtrekken met een laagje plastic 2 kneedbaar maken
| Plastificeerde | Geplastificeerd
|
| Platbombarderen | Bombardeerde plat | Platgebombardeerd
|
PlatbrandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; brandde plat, heeft platgebrand) 1 door branden met de grond gelijkmaken
| Brandde plat | Platgebrand
|
PlatdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte plat, heeft platgedrukt) 1 door drukken platmaken
| Drukte plat | Platgedrukt
|
PlaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plateerde, heeft geplateerd) 1 (een metaal) met een ander metaal samenwalsen
| Plateerde | Geplateerd
|
PlatgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide plat, heeft platgegooid) 1 door een bombardement vernietigen 2 door staking stilleggen
| Gooide plat | Platgegooid
|
PlatinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; platineerde, heeft geplatineerd) 1 met een laagje platina overdekken 2 (roodkoper) wit maken met een amalgaam van tin en kwikzilver
| Platineerde | Geplatineerd
|
PlatleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde plat, heeft platgelegd) 1 (iets) vlak neerleggen 2 (informeel) stilleggen door te staken
| Legde plat | Platgelegd
|
PlatliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag plat, heeft platgelegen) 1 languit, ziek liggen 2 stilliggen door een staking
| Lag plat | Platgelegen
|
PlatlopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liep plat, heeft platgelopen) 1 door lopen platmaken
| Liep plat | Platgelopen
|
PlatmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte plat, heeft platgemaakt) 1 maken dat iets plat wordt
| Maakte plat | Platgemaakt
|
| Platpersen | Perste plat | Platgeperst
|
| Platrijden | Reed plat | Platgereden
|
| Platscheren | Schoor plat | Platgeschoren
|
PlatschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot plat, heeft platgeschoten) 1 in puin schieten
| Schoot plat | Platgeschoten
|
PlatslaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloeg plat, heeft platgeslagen) 1 door slaan pletten 2 (informeel) (iem.) zwaar afranselen
| Sloeg plat | Platgeslagen
|
PlatspuitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spoot plat, heeft platgespoten) 1 (pejoratief) door een injectie met kalmerende middelen tot rust brengen
| Spoot plat | Platgespoten
|
PlatstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streek plat, heeft platgestreken) 1 door strijken platmaken
| Streek plat | Platgestreken
|
| Platten | Platte | Geplat
|
PlattrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte plat, heeft platgetrapt) 1 door trappen platmaken
| Trapte plat | Platgetrapt
|
PlattredenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trad plat, heeft platgetreden) 1 vertrappen
| Trad plat | Platgetreden
|
| Platvoeten | Platvoette | Geplatvoet
|
PlatwalsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; walste plat, heeft platgewalst) 1 (iem.) overbluffen, (iets) zonder argumenten verwerpen 2 pletten, platmaken
| Walste plat | Platgewalst
|
PlaveienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plaveide, heeft geplaveid; plaveier, plaveiing) 1 bestraten
In Spaans overeenkomend met: Adoquinar, Empedrar sBestraten | Plaveide | Geplaveid
|
PlaybackenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; playbackte, heeft geplaybackt) 1 playback zingen
| Playbackte | Geplaybackt
|
PlegenIn de betekenis van: Een misdaad begaan, zelfmoord, plagiaat, aanslag, echtbreuk of overspel plegen
In Spaans overeenkomend met: Cometer sBedrijven Begaan Gewend zijn Gewoon zijn | Pleegde | Gepleegd
|
PlegenIn de betekenis van: 1 (van personen) gewoon zijn 2 (van zaken) gewoonlijk gebeuren, gewoonlijk zo zijn
In Spaans overeenkomend met: Acostumbrar, Soler sBedrijven Begaan Gewend zijn Gewoon zijn | Placht |
|
PleisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pleisterde, heeft gepleisterd; pleisteraar, pleistering) 1 (formeel) de reis onderbreken om te rusten en te eten (overgankelijk werkwoord; pleisterde, heeft gepleisterd) 1 met kalkspecie of gips bestrijken 2 pleisters leggen op
In Spaans overeenkomend met: Revocar sBepleisteren Stukadoren | Pleisterde | Gepleisterd
|
PleitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pleitte, heeft gepleit; pleiter) 1 procederen 2 redenen aanvoeren ter verdediging van een persoon of zaak (overgankelijk werkwoord; pleitte, heeft gepleit) 1 voor de rechtbank aanvoeren
In Spaans overeenkomend met: Abogar, Pleitear
| Pleitte | Gepleit
|
| Plekken | Plekte | Geplekt
|
PlempenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plempte, heeft geplempt; plemping) 1 (zand, bagger, puin enz.) ter versteviging in het water storten 2 opvullen, dempen
| Plempte | Geplempt
|
PlengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plengde, heeft geplengd; plenger, plenging) 1 (formeel) uitgieten
In Spaans overeenkomend met: Derramar, Verter sGieten Schenken Storten Vergieten | Plengde | Geplengd
|
| Plensregenen | Plensregende | Geplensregend
|
PlenzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plensde, heeft geplensd) 1 gieten, stortregenen (overgankelijk werkwoord; plensde, heeft geplensd) 1 hard gieten, uitstorten (onpersoonlijk werkwoord; plensde, heeft geplensd) 1 hard regenen
| Plensde | Geplensd
|
| Pletsen | Pletste | Gepletst
|
PlettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plette, heeft geplet) 1 hevig slaan om te vergruizen 2 platmaken
| Plette | Geplet
|
| Pletteren | Pletterde | Gepletterd
|
PleurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pleurde, heeft gepleurd) 1 (informeel) smijten
| Pleurde | Gepleurd
|
PlezierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plezierde, heeft geplezierd) 1 (iem.) aangenaam verrassen
| Plezierde | Geplezierd
|
PlisserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plisseerde, heeft geplisseerd) 1 in regelmatige plooitjes persen
In Spaans overeenkomend met: Plisar
| Plisseerde | Geplisseerd
|
PloegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ploegde, heeft/is geploegd) 1 zwoegen, met grote moeite vooruitkomen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ploegde, heeft geploegd) 1 (land) met de ploeg bewerken
In Spaans overeenkomend met: Arar sBeploegen Omploegen | Ploegde | Geploegd
|
PloeterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ploeteraar) 1 (ploeterde, heeft/is geploeterd) met moeite waden 2 (ploeterde, heeft geploeterd) hard werken
In Spaans overeenkomend met: Chapotear sDoor het water plassen Peddelen | Ploeterde | Geploeterd
|
PloffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plofte, is geploft) 1 met een dof, plompend geluid ergens in of op vallen 2 met een bons stoten 3 ontploffen (overgankelijk werkwoord; plofte, heeft geploft) 1 neergooien
| Plofte | Geploft
|
PlomberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plombeerde, heeft geplombeerd; plombeerder, plombering) 1 met lood verzegelen 2 (een holte, tanden of kiezen) vullen
In Spaans overeenkomend met: Empastar dientes, Emplomar sVullen | Plombeerde | Geplombeerd
|
PlompenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plompte, is geplompt) 1 met een plomp in het water terechtkomen (overgankelijk werkwoord; plompte, heeft geplompt) 1 met een plomp in het water gooien
| Plompte | Geplompt
|
PlonzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (plonsde, is geplonsd) met een plons in het water terechtkomen 2 (plonsde, heeft/is geplonsd) zich met geplons in, door een vloeistof, slijk enz. bewegen
In Spaans overeenkomend met: Chapotear sKabbelen Klapperen Klotsen Plassen | Plonsde | Geplonsd
|
PlooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plooide, heeft geplooid; plooiing) 1 in rimpels getrokken worden 2 in plooien neerhangen, liggen (overgankelijk werkwoord; plooide, heeft geplooid) 1 plooien in iets maken 2 rimpels trekken in het gezicht 3 voegen, schikken 4 (in België, niet algemeen) vouwen 5 (in België) buigen
In Spaans overeenkomend met: Doblar, Fruncir ((stof),(tela)), Plegar sOmvouwen Vouwen | Plooide | Geplooid
|
PlotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plootte, heeft geploot; ploter) 1 schapenvellen van de wol ontdoen door ze aan de vleeskant met zwavelnatrium in te smeren
| Plootte | Geploot
|
PlottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plotte, heeft geplot) 1 de plaats van een vaartuig of vliegtuig bepalen d.m.v. coördinaten 2 grafisch weergeven, een grafische voorstelling maken van
| Plotte | Geplot
|
PluggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plugde, heeft geplugd) 1 van een plug voorzien, met een plug afsluiten 2 (nieuwe nummers) laten horen om de verkoop te stimuleren
| Plugde | Geplugd
|
PluimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pluimde, heeft gepluimd) 1 (in België) plukken, kaalplukken 2 (in België) van zijn geld of bezit beroven, afzetten
| Pluimde | Gepluimd
|
PluimstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; pluimstrijker) 1 vleien
| Pluimstrijkte | Gepluimstrijkt
|
PluizenIn de betekenis van: Pluisjes afgeven
| Pluisde | Gepluisd
|
PluizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pluisde, heeft geplozen/gepluisd) 1 pluizen afgeven, rafelen (overgankelijk werkwoord; pluisde, heeft geplozen/gepluisd) 1 tot pluizen of vlokken uit elkaar trekken, rafelen
| Ploos | Geplozen
|
PlukharenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plukhaarde, heeft geplukhaard) 1 vechten
| Plukhaarde | Geplukhaard
|
PlukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plukte, heeft geplukt) 1 trekken, peuteren (overgankelijk werkwoord; plukte, heeft geplukt) 1 (vruchten, bloemen enz.) afbreken, oogsten 2 ontdoen van de veren 3 (iem.) geld afzetten 4 (sport) de door de lucht vliegende bal grijpen
In Spaans overeenkomend met: Desplumar Arrancar, Cortar Coleccionar Coger, Pellizcar, Pizcar, Pulsar, Puntear sAfbreken Afplukken Afrukken Collecteren Innen Inzamelen Kaal plukken Oogsten Oprapen Rapen Tokkelen Uitrukken Uittrekken Wegscheuren | Plukte | Geplukt
|
PlunderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plunderde, heeft geplunderd) 1 (ook absoluut) stelen (van achtergelaten goederen) in oorlogstijd 2 ontdoen van de inhoud
In Spaans overeenkomend met: Merodear Pillar, Robar sBeroven Buitmaken Roven Stropen | Plunderde | Geplunderd
|
PlussenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen
| Pluste | Geplust
|
PochenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pochte, heeft gepocht; pocher) 1 (iets) opschepperig zeggen
In Spaans overeenkomend met: Fanfarronear, Jactarse sBluffen Opscheppen Snoeven Snorken Stoffen Zwetsen | Pochte | Gepocht
|
PocherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pocheerde, heeft gepocheerd) 1 (spijzen) in een net niet kokende vloeistof langzaam gaar maken
In Spaans overeenkomend met: Escalfar, Pasar por agua Escaldar Escalfar
| Pocheerde | Gepocheerd
|
PoedelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; poedelde, heeft gepoedeld) 1 in water spetteren
| Poedelde | Gepoedeld
|
PoederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poederde, heeft gepoederd) 1 met poeder bestrooien of inwrijven
| Poederde | Gepoederd
|
PoeierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poeierde, heeft gepoeierd) 1 (informeel) (de bal) hard schieten
| Poeierde | Gepoeierd
|
PoepenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; poepte, heeft gepoept) 1 (informeel) lichamelijke afvalstoffen uitscheiden via de anus 2 (in België; vulgair) neuken, vrijen
In Spaans overeenkomend met: Cagar, Defecar sKakken Ontlasting hebben Schijten | Poepte | Gepoept
|
PoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; poerde, heeft gepoerd) 1 met een poer op paling vissen
| Poerde | Gepoerd
|
PoetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; poetste, heeft gepoetst; poetser) 1 door wrijven schoonmaken of glanzend maken 2 (een dier) reinigen van huidparasieten
In Spaans overeenkomend met: Limpiar Lustrar, Pulimentar, Pulir sBoenen Opwrijven Polijsten Reinigen Schoonmaken Schuren Wrijven Zoeten | Poetste | Gepoetst
|
PoffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pofte, heeft gepoft) 1 (ook absoluut) (informeel) op krediet kopen 2 in de as of op een plaat verhitten 3 zo naaien dat het bol staat
| Pofte | Gepoft
|
PogenIn Spaans overeenkomend met: Intentar Procurar, Tratar de Afanarse, Esforzarse Tratar sMoeite doen Proberen Streven Trachten Zich beijveren Zich inspannen Zoeken | Poogde | Gepoogd
|
PogoënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pogode, heeft gepogood) 1 wild en met sprongen dansen, in punkstijl
| Pogode | Gepogood
|
PointerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pointeerde, heeft gepointeerd) 1 (bureau) aantekenen 2 (militair, leger) (het geschut) richten 3 (spel) zetten op een kaart
| Pointeerde | Gepointeerd
|
PointillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pointilleerde, heeft gepointilleerd) 1 schilderen door onvermengde primaire kleuren in stipjes naast elkaar te zetten
| Pointilleerde | Gepointilleerd
|
PokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pookte, heeft gepookt) 1 met een pook in de kachel of het vuur stoken
| Pookte | Gepookt
|
PokerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pokerde, heeft gepokerd) 1 poker spelen
| Pokerde | Gepokerd
|
PokkenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 virusziekte die huid en slijmvliezen aantast
| Pokte | Gepokt
|
PolariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; polariseerde, heeft gepolariseerd; polarisatie) 1 spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen 2 de trillingen van een licht- of warmtestraal in één vlak samenbrengen 3 een positieve of negatieve elektrische lading geven
In Spaans overeenkomend met: Polarizar
| Polariseerde | Gepolariseerd
|
PolemiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; polemiseerde, heeft gepolemiseerd) 1 een polemiek voeren
| Polemiseerde | Gepolemiseerd
|
| Polieren | Polierde | Gepolierd
|
PolijstenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; polijstte, heeft gepolijst) 1 glad en glanzend slijpen 2 beschaven, verfijnen 3 glad uitboren
In Spaans overeenkomend met: Bruñir, Lustrar, Pulimentar, Pulir sBoenen Poetsen Schuren Wrijven Zoeten | Polijstte | Gepolijst
|
PolitiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; politiseerde, heeft gepolitiseerd; politisering) 1 iets tot een politieke zaak maken
| Politiseerde | Gepolitiseerd
|
PolitoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; politoerde, heeft gepolitoerd) 1 met politoer glad en glanzend maken
| Politoerde | Gepolitoerd
|
PoloënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; polode, heeft gepolood) 1 polo spelen
| Polode | Gepolood
|
PolsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; polste, heeft gepolst) 1 door voorzichtig vragen mening, plannen e.d. trachten te weten te komen van
In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear, Tantear sLoden Peilen Sonderen Vademen Verkennen Vissen naar | Polste | Gepolst
|
PolsstokhoogspringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; polsstokhoogspringer) 1 (atletiek) met behulp van een polsstok zo hoog mogelijk over een lat springen
| |
|
PolsstokspringenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 polsstokhoogspringen 2 polsstokverspringen
| |
|
PolychromerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; polychromeerde, heeft gepolychromeerd) 1 (beelden) in vele kleuren beschilderen
| Polychromeerde | Gepolychromeerd
|
PolymeriserenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; polymerisatie) 1 polymeren vormen
| Polymeriseerde | Gepolymeriseerd
|
| Pommaderen | Pommadeerde | Gepommadeerd
|
PompenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pompte, heeft gepompt; pomper) 1 een op- en neergaande beweging maken 2 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben 3 (atletiek) zich opdrukken (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pompte, heeft gepompt) 1 (vloeistof of gas) verplaatsen met een pomp 2 zwaar, zwoegend studeren
In Spaans overeenkomend met: Bombear sOppompen | Pompte | Gepompt
|
PonerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poneerde, heeft geponeerd) 1 stellen, aannemen, verklaren
| Poneerde | Geponeerd
|
PonsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ponste, heeft geponst; ponser) 1 gaten in iets maken door middel van een pons
In Spaans overeenkomend met: Agujerear sDoorzeven Knippen | Ponste | Geponst
|
PontificerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pontificeerde, heeft gepontificeerd) 1 als bisschop of abt bepaalde liturgische handelingen verrichten
| Pontificeerde | Gepontificeerd
|
| Pooien | Pooide | Gepooid
|
PoolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (poolde, heeft/is gepoold) carpoolen 2 (poolde, heeft gepoold) poolbiljart spelen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; poolde, heeft gepoold) 1 een pool maken van, in één pot doen
| Poolde | Gepoold
|
PootjebadenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 met blote voeten in het water lopen
| |
|
PopelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; popelde, heeft gepopeld) 1 in hevige spanning of verlangen verkeren
| Popelde | Gepopeld
|
PopulariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; populariseerde, heeft gepopulariseerd; popularisering) 1 algemeen begrijpelijk maken
In Spaans overeenkomend met: Popularizar
| Populariseerde | Gepopulariseerd
|
PorrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; porde, heeft gepord) 1 poken (overgankelijk werkwoord; porde, heeft gepord) 1 stoten
| Porde | Gepord
|
PortelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; portelde, heeft geporteld) 1 (de kaasstof) kneden, persen
| Portelde | Geporteld
|
PortretterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; portretteerde, heeft geportretteerd) 1 (iem.) afbeelden, zijn portret maken 2 (iem.) met woorden beschrijven
| Portretteerde | Geportretteerd
|
PoserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; poseerde, heeft geposeerd) 1 voor een schilder, fotograaf enz. model staan
In Spaans overeenkomend met: Posar sZitten | Poseerde | Geposeerd
|
PositionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; positioneerde, heeft gepositioneerd) 1 een bepaalde, met name een opvallende positie geven 2 (reclame) (een product) onder de aandacht brengen van het publiek door op de unieke kenmerken ervan te wijzen
| Positioneerde | Gepositioneerd
|
PostdaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; postdateerde, heeft gepostdateerd; postdatering) 1 (een geschrift, gebeurtenis) op een latere datum stellen
In Spaans overeenkomend met: Atrasar
| Postdateerde | Gepostdateerd
|
PostenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; postte, heeft gepost) 1 op wacht staan 2 bij stakingen werkwilligen het werken beletten (overgankelijk werkwoord; postte, heeft gepost) 1 naar de post brengen
| Postte | Gepost
|
PosterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; posteerde, heeft geposteerd; postering) 1 plaatsen, opstellen
| Posteerde | Geposteerd
|
PostulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; postuleerde, heeft gepostuleerd) 1 een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen (overgankelijk werkwoord; postuleerde, heeft gepostuleerd) 1 zonder bewijs aannemen
| Postuleerde | Gepostuleerd
|
PostvattenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vatte post, heeft postgevat) 1 ergens gaan staan 2 (van gevoelens, overtuigingen enz.) zich vestigen
| Vatte post | Postgevat
|
PotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pootte, heeft gepoot) 1 in de grond steken en vastzetten 2 (informeel) plaatsen 3 jong visbroedsel uitzetten
In Spaans overeenkomend met: Plantar sAanplanten Planten | Pootte | Gepoot
|
PotenrammenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; potenrammer) 1 (informeel) homoseksuelen afranselen
| |
|
| Potloden | Potloodde | Gepotlood
|
PottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; potte, heeft gepot) 1 (geld) in een pot doen om te sparen 2 (planten) in potten doen of zetten
| Potte | Gepot
|
PotverterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; potverteerder) 1 met z'n allen een gemeenschappelijke spaarpot opmaken
| Potverteerde | Potverteerd
|
PousserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pousseerde, heeft gepousseerd) 1 aan de man brengen 2 (iem.) vooruithelpen
| Pousseerde | Gepousseerd
|
PozenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; poosde, heeft gepoosd) 1 (formeel) verpozen
| Poosde | Gepoosd
|
PoëtiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poëtiseerde, heeft gepoëtiseerd) 1 dichterlijk voorstellen
| Poëtiseerde | Gepoëtiseerd
|
PraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; praaide, heeft gepraaid) 1 (een schip) via de radio inlichtingen vragen, boodschappen overbrengen enz. 2 iem. aanspreken, aanklampen
In Spaans overeenkomend met: Llamar sAanroepen Oproepen | Praaide | Gepraaid
|
| Prachen | Prachte | Gepracht
|
PrakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; prakte, heeft geprakt) 1 (eten) met een vork fijnmaken en mengen
In Spaans overeenkomend met: Apastelar, Pisar
| Prakte | Geprakt
|
| Prakkezeren | Prakkezeerde | Geprakkezeerd
|
PrakkiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie prakkeseren (overgankelijk werkwoord) zie prakkeseren
| Prakkiseerde | Geprakkiseerd
|
PraktiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praktiseerde, heeft gepraktiseerd) 1 als dokter, advocaat enz. de praktijk uitoefenen 2 (religie) zijn kerkelijke plichten vervullen
| Praktiseerde | Gepraktiseerd
|
PralenALLE betekenissen van dit woord: met (werkwoord; praalde, heeft gepraald) 1 pronken (onovergankelijk werkwoord; praalde, heeft gepraald) 1 schitteren, zich met luister voordoen
In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar, Pavonear, Pavonearse sParaderen Prijken Pronken | Praalde | Gepraald
|
PramenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; praamde, heeft gepraamd) 1 (een dier) de praam opzetten 2 (in België, niet algemeen) aansporen
| Praamde | Gepraamd
|
| Prangen | Prangde | Geprangd
|
PratenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; praatte, heeft gepraat; prater) 1 zijn gedachten hardop uiten 2 communiceren met spraak 3 (iem.) door zijn woorden in de genoemde toestand of positie brengen 4 kletsen, roddelen (overgankelijk werkwoord; praatte, heeft gepraat) 1 mondeling uiten
In Spaans overeenkomend met: Charlar Conversar Hablar sBabbelen Keuvelen Spreken | Praatte | Gepraat
|
PratikerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pratikeerde, heeft gepratikeerd) 1 (in België, niet algemeen) de praktijk uitoefenen 2 (in België, niet algemeen) zijn kerkelijke plichten vervullen
| Pratikeerde | Gepratikeerd
|
PreadviserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; preadviseerde, heeft gepreadviseerd) 1 een preadvies uitbrengen
| Preadviseerde | Gepreadviseerd
|
PrecipiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; precipiteerde, heeft geprecipiteerd; precipitatie) 1 (scheikunde) (een vaste stof) uit een vloeistof laten bezinken door toevoeging van een reagens
| Precipiteerde | Geprecipiteerd
|
PreciserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; preciseerde, heeft gepreciseerd; precisering) 1 nader omschrijven
| Preciseerde | Gepreciseerd
|
PredestinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; predestineerde, heeft gepredestineerd) 1 voorbeschikken
| Predestineerde | Gepredestineerd
|
PredicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prediceerde, heeft geprediceerd) 1 voorspellen
| Prediceerde | Geprediceerd
|
PredikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; predikte, heeft gepredikt; prediker, prediking) 1 de waarheden van de godsdienst openlijk verkondigen (overgankelijk werkwoord; predikte, heeft gepredikt) 1 met ijver en aandrang verkondigen, aanzetten tot
In Spaans overeenkomend met: Predicar sPreken | Predikte | Gepredikt
|
PredisponerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; predisponeerde, heeft gepredisponeerd) 1 ontvankelijk of geschikt maken tot
| Predisponeerde | Gepredisponeerd
|
PredominerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; predomineerde, heeft gepredomineerd) 1 de overhand hebben
| Predomineerde | Gepredomineerd
|
PrefabricerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prefabriceerde, heeft geprefabriceerd; prefabricatie) 1 van tevoren in de fabriek zo vervaardigen dat het naderhand ter plaatse in elkaar gezet kan worden
| Prefabriceerde | Geprefabriceerd
|
PrefererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prefereerde, heeft geprefereerd) 1 verkiezen, de voorkeur geven aan
In Spaans overeenkomend met: Preferir Preferir sDe voorkeur geven aan Verkiezen Voortrekken | Prefereerde | Geprefereerd
|
PrefigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prefigeerde, heeft geprefigeerd; prefigering) 1 (taalkunde) van een prefix voorzien
| Prefigeerde | Geprefigeerd
|
PrejudiciërenIn Spaans overeenkomend met: Anticipar sAnticiperen Vooruitlopen Vooruitlopen op | Prejudicieerde | Geprejudicieerd
|
PrekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; preekte, heeft gepreekt; preker) 1 Gods woord, het geloof in het openbaar verkondigen 2 een zedenpreek houden (overgankelijk werkwoord; preekte, heeft gepreekt) 1 met ijver, fanatiek verkondigen
In Spaans overeenkomend met: Predicar sPrediken | Preekte | Gepreekt
|
PreluderenALLE betekenissen van dit woord: op (werkwoord; preludeerde, heeft gepreludeerd) 1 zinspelen op wat komen gaat (onovergankelijk werkwoord; preludeerde, heeft gepreludeerd) 1 (muziek) als inleiding improviserend spelen
| Preludeerde | Gepreludeerd
|
| Premediteren | Premediteerde | Gepremediteerd
|
PremiesparenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 spaarloonregeling waarbij de werkgever een premie geeft bovenop het gespaarde bedrag
| |
|
PrentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen
| Prentte | Geprent
|
PreoccuperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; preoccupeerde, heeft gepreoccupeerd) 1 de geest bezighouden van
| Preoccupeerde | Gepreoccupeerd
|
PreparerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prepareerde, heeft geprepareerd; preparatie) 1 voorbereiden 2 (een stof) bewerken 3 opzetten 4 klaarmaken voor microscopisch of anatomisch onderzoek
| Prepareerde | Geprepareerd
|
PresenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; presenteerde, heeft gepresenteerd; presentator, presentatie) 1 voorstellen, vertonen 2 ten gebruike aanbieden 3 als presentator optreden bij, van
In Spaans overeenkomend met: Presentar Presentar, Representar sAanbieden Indienen Uitbeelden Vertonen Voorstellen | Presenteerde | Gepresenteerd
|
PreserverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; preserveerde, heeft gepreserveerd) 1 behoeden voor
| Preserveerde | Gepreserveerd
|
PresiderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; presideerde, heeft gepresideerd) 1 de leiding hebben, fungeren als voorzitter
In Spaans overeenkomend met: Presidir sVoorzitten | Presideerde | Gepresideerd
|
PressenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; preste, heeft geprest; presser, pressing) 1 dwingen, nopen 2 d.m.v. hete kammen ontkroezen
In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar sAandrukken Aanduwen Dringen Drukken Knellen Persen | Preste | Geprest
|
| Presseren | Presseerde | Gepresseerd
|
PresterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; presteerde, heeft gepresteerd) 1 (prestaties) tot stand brengen, verrichten 2 (juridisch) nakomen waartoe men zich contractueel heeft verplicht
| Presteerde | Gepresteerd
|
PresumerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; presumeerde, heeft gepresumeerd) 1 vermoeden
| Presumeerde | Gepresumeerd
|
PretenderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pretendeerde, heeft gepretendeerd) 1 van zichzelf beweren dat men het genoemde kan, wil, is of doet 2 aanspraak maken op
| Pretendeerde | Gepretendeerd
|
| Preutelen | Preutelde | Gepreuteld
|
PrevalerenALLE betekenissen van dit woord: van (werkwoord; prevaleerde, heeft geprevaleerd) 1 gebruikmaken van (onovergankelijk werkwoord; prevaleerde, heeft geprevaleerd) 1 de overhand hebben
In Spaans overeenkomend met: Prevalecer sOverwegen Zegevieren | Prevaleerde | Geprevaleerd
|
PrevelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; prevelde, heeft gepreveld) 1 binnensmonds spreken
In Spaans overeenkomend met: Musitar sMompelen | Prevelde | Gepreveld
|
PriegelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; priegelde, heeft gepriegeld; priegelaar) 1 met inspanning fijn peuterwerk verrichten
| Priegelde | Gepriegeld
|
PriemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; priemde, heeft gepriemd) 1 met een priem doorboren
In Spaans overeenkomend met: Picar, Pinchar, Punzar sPikken Prikken Steken | Priemde | Gepriemd
|
PrijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; prijkte, heeft geprijkt) 1 als iets fraais zichtbaar zijn of vertoond worden
In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar sParaderen Pralen Pronken | Prijkte | Geprijkt
|
PrijsgevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf prijs, heeft prijsgegeven) 1 opofferen, afzien van
In Spaans overeenkomend met: Dejar caer, Quitar sAfleggen Opgeven | Gaf prijs | Prijsgegeven
|
PrijsschietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 schieten om een prijs 2 (spel) een groot aantal punten kunnen maken
| |
|
PrijzenIn de betekenis van: De prijs opgeven
sLof toezwaaien Loven Roemen | Prijsde | Geprijsd
|
PrijzenIn de betekenis van: Respect of bewondering uiten voor
In Spaans overeenkomend met: Alabar, Elogiar sLof toezwaaien Loven Roemen | Prees | Geprezen
|
PrikkelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; prikkelde, heeft geprikkeld; prikkeling) 1 een tintelende gewaarwording veroorzaken 2 een opgewonden stemming veroorzaken, die aanzet tot handelen 3 een fysiologische reactie opwekken
In Spaans overeenkomend met: Dar dentera Excitar Acuciar, Incitar Espolear Aguzar, Animar, Azuzar, Estimular, Hurgar, Irritar sAanporren Aansporen Aanstoken Aanvuren Aanwakkeren Aanzetten De sporen geven Irriteren Op stang jagen Ophitsen Opwekken Opwinden Sarren Stimuleren Verhitten Werken op | Prikkelde | Geprikkeld
|
PrikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; prikte, heeft geprikt) 1 (telecommunicatie) tussenbeide komen in een dialoog van zendamateurs 2 de prikklok bedienen 3 prikkelen (overgankelijk werkwoord; prikte, heeft geprikt) 1 met een puntig voorwerp niet al te hard steken 2 (informeel) een injectie geven
In Spaans overeenkomend met: Picar, Pinchar, Punzar sPikken Priemen Steken | Prikte | Geprikt
|
PrimerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; primeerde, heeft geprimeerd) 1 (in België) prevaleren, voorgaan
| Primeerde | Geprimeerd
|
PrintenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; printte, heeft geprint) 1 met de printer afdrukken
In Spaans overeenkomend met: Estampar, Imprimir sAfdrukken Boekdrukken Drukken | Printte | Geprint
|
PrioriterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prioriteerde, heeft geprioriteerd) 1 prioriteit verlenen aan
| Prioriteerde | Geprioriteerd
|
PrivatiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; privatiseerde, heeft geprivatiseerd; privatisering) 1 (overheids)taken overlaten of overdoen aan het bedrijfsleven en/of het particulier initiatief
| Privatiseerde | Geprivatiseerd
|
PrivilegiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; privilegieerde, heeft geprivilegieerd; privilegiëring) 1 bevoorrechten
| Privilegieerde | Geprivilegieerd
|
ProberenALLE betekenissen van dit woord: te (werkwoord; probeerde, heeft geprobeerd) 1 zich inspannen om iets te bereiken (overgankelijk werkwoord; probeerde, heeft geprobeerd) 1 een proef nemen met of van
In Spaans overeenkomend met: Procurar Ensayar, Intentar, Probar, Tratar sAanpassen Beproeven Passen Pogen Proeven Testen Toetsen Trachten Uitproberen | Probeerde | Geprobeerd
|
ProblematiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; problematiseerde, heeft geproblematiseerd) 1 in termen van een probleem formuleren 2 tot een probleem maken
| Problematiseerde | Geproblematiseerd
|
ProcederenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; procedeerde, heeft geprocedeerd) 1 een rechtszaak voeren
In Spaans overeenkomend met: Actuar
| Procedeerde | Geprocedeerd
|
ProclamerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; proclameerde, heeft geproclameerd; proclamatie) 1 in het openbaar afkondigen
In Spaans overeenkomend met: Proclamar sAfkondigen Uitvaardigen Verkondigen | Proclameerde | Geproclameerd
|
| Producen | Producete | Geproducet
|
ProducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; produceerde, heeft geproduceerd; producent, productie) 1 voortbrengen, vervaardigen 2 (juridisch) (een bewijs, akte enz.) overleggen aan het gerecht 3 (een artistiek project) verwezenlijken als zakelijk leider
In Spaans overeenkomend met: Elaborar sBereiden Vervaardigen | Produceerde | Geproduceerd
|
ProefdraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide proef, heeft proefgedraaid) 1 een machine laten werken om te zien of zij behoorlijk functioneert, alvorens ze officieel, definitief in gebruik wordt genomen
| Draaide proef | Proefgedraaid
|
| Proefrijden | Reed proef | Proefgereden
|
| Proefvaren | Vaarde proef | Proefgevaren
|
ProestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; proestte, heeft geproest) 1 niezen 2 ingehouden en hard lachen
In Spaans overeenkomend met: Estornudar sNiesen Niezen | Proestte | Geproest
|
ProevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; proefde, heeft geproefd) 1 (ook absoluut) waarnemen met de smaakzin 2 met de smaakzin onderzoeken 3 ervaren, ondervinden
In Spaans overeenkomend met: Degustar, Gustar, Probar Paladear, Saborear sKeuren Proberen Smaken | Proefde | Geproefd
|
ProfanerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; profaneerde, heeft geprofaneerd; profanatie) 1 ontheiligen, met het heilige spotten
In Spaans overeenkomend met: Profanar sOntheiligen Ontwijden Schenden Verontheiligen | Profaneerde | Geprofaneerd
|
ProfessenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; profeste, heeft geprofest) 1 (rooms-katholiek) (iem.) de kloostergeloften laten afleggen
| Profeste | Geprofest
|
ProfessionaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; professionaliseerde, heeft geprofessionaliseerd; professionalisering) 1 professioneler aanpakken
| Professionaliseerde | Geprofessionaliseerd
|
ProfeterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; profeteerde, heeft geprofeteerd) 1 voorspellen 2 namens God verkondigen
| Profeteerde | Geprofeteerd
|
ProfilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; profileerde, heeft geprofileerd; profilering) 1 een te graven grondwerk afbakenen met palen en latten 2 een profiel aanbrengen
| Profileerde | Geprofileerd
|
ProfiterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; profiteerde, heeft geprofiteerd; profiteur) 1 nuttig gebruikmaken van
In Spaans overeenkomend met: Aprovechar Aprovecharse sGebruik maken Gebruik maken van Gebruiken Voordeel trekken uit Winst maken | Profiteerde | Geprofiteerd
|
PrognosticerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prognosticeerde, heeft geprognosticeerd) 1 (een verloop, ontwikkelingen) voorspellen
| Prognosticeerde | Geprognosticeerd
|
ProgrammerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; programmeerde, heeft geprogrammeerd) 1 (een proces) strak plannen 2 het schrijven van een computerprogramma
In Spaans overeenkomend met: Programar, Programarse sPlannen | Programmeerde | Geprogrammeerd
|
ProjecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; projecteerde, heeft geprojecteerd) 1 optisch reproduceren op een scherm 2 een al of niet ruimtelijke figuur volgens bepaalde regels afbeelden op een plat vlak 3 (psychologie) eigen gevoelens, gedachten toeschrijven aan anderen 4 ontwerpen
| Projecteerde | Geprojecteerd
|
ProjectietekenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 tekenen volgens de methoden van de projectieleer
| |
|
| Proletariseren | Proletariseerde | Geproletariseerd
|
ProlongerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prolongeerde, heeft geprolongeerd; prolongatie) 1 de duur verlengen van 2 de vervaltermijn verlengen van (een betaling) 3 (effecten) op prolongatievoorwaarden belenen
| Prolongeerde | Geprolongeerd
|
PromotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; promootte, heeft gepromoot; promotor, promoting) 1 aan de man brengen, reclame maken voor
| Promootte | Gepromoot
|
PromoverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; promoveerde, is gepromoveerd) 1 de graad van doctor verwerven 2 naar een hogere klasse, functie overgaan (overgankelijk werkwoord; promoveerde, heeft gepromoveerd) 1 de doctorstitel verlenen aan 2 naar een hogere klasse, functie bevorderen 3 (een schaakpion) bij het bereiken van het laatste veld van een van de lijnen aan de bordkant van de tegenstander, wisselen voor een stuk van hogere waarde; (een damschijf) bij het bereiken van de achterste lijn wisselen voor een dam
In Spaans overeenkomend met: Promover sBevorderen | Promoveerde | Gepromoveerd
|
PronkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pronkte, heeft gepronkt) 1 zich opvallend opgeschikt in het openbaar vertonen
In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar Fachendear, Pavonear, Pavonearse sParaderen Pralen Prijken | Pronkte | Gepronkt
|
| Prononceren | Prononceerde | Geprononceerd
|
| Pronostikeren | Pronostikeerde | Gepronostikeerd
|
ProostenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; proostte, heeft geproost) 1 (informeel) iem. of elkaar toedrinken
| Proostte | Geproost
|
| Propaganderen | Propagandeerde | Gepropagandeerd
|
PropagerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; propageerde, heeft gepropageerd) 1 trachten ingang te doen vinden, propaganda maken voor
| Propageerde | Gepropageerd
|
ProponerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; proponeerde, heeft geproponeerd) 1 (formeel) voorstellen
| Proponeerde | Geproponeerd
|
ProppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; propte, heeft gepropt) 1 dicht op elkaar of in elkaar duwen
| Propte | Gepropt
|
ProspecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; prospecteerde, heeft geprospecteerd; prospector, prospectie) 1 (een terrein) onderzoeken op het daarin voorkomen van ertsen, edele metalen e.d.
| Prospecteerde | Geprospecteerd
|
ProspererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; prospereerde, heeft geprospereerd) 1 welvarend zijn of toenemen in welvaart
| Prospereerde | Geprospereerd
|
ProstituerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; prostitueerde, heeft geprostitueerd) 1 (iem.) exploiteren door hem of haar als prostitué of prostituee te gebruiken
In Spaans overeenkomend met: Prostituir
| Prostitueerde | Geprostitueerd
|
ProtegerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; protegeerde, heeft geprotegeerd; protector, protectie) 1 beschermen
| Protegeerde | Geprotegeerd
|
ProtesterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; protesteerde, heeft geprotesteerd) 1 verzet uiten, opkomen tegen
In Spaans overeenkomend met: Protestar sBestrijden Betwisten Protest aantekenen | Protesteerde | Geprotesteerd
|
ProtocollerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; protocolleerde, heeft geprotocolleerd) 1 inschrijven in een protocol, een protocol opmaken van
| Protocolleerde | Geprotocolleerd
|
| Protsen | Protste | Geprotst
|
ProvianderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; proviandeerde, heeft geproviandeerd; proviandering) 1 bevoorraden met levensmiddelen
In Spaans overeenkomend met: Aprovisionar Abastecer, Proveer sBevoorraden Leveren Ravitailleren Spekken Voorzien van | Proviandeerde | Geproviandeerd
|
ProvocerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; provoceerde, heeft geprovoceerd; provocatie) 1 tarten, uitdagen
In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar sTarten Tergen Uitdagen Uitlokken Uittarten | Provoceerde | Geprovoceerd
|
PruilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pruilde, heeft gepruild; pruiler) 1 mokken
In Spaans overeenkomend met: Estar enfurruñado sEen lip trekken Mokken | Pruilde | Gepruild
|
PruimenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 pruimenhout (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van pruimenhout gemaakt (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pruimde, heeft gepruimd) 1 tabak kauwen
| Pruimde | Gepruimd
|
PrutsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; prutste, heeft geprutst; prutser) 1 onhandig bezig zijn 2 knutselen
| Prutste | Geprutst
|
PruttelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pruttelde, heeft geprutteld) 1 zachtjes koken (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pruttelde, heeft geprutteld) 1 morren, binnensmonds mopperen
| Pruttelde | Geprutteld
|
PsalmerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; psalmeerde, heeft gepsalmeerd) 1 God in lofliederen prijzen
| Psalmeerde | Gepsalmeerd
|
PsalmodiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; psalmodieerde, heeft gepsalmodieerd) 1 psalmen zingen in koor en tegenkoor 2 eentonig voordragen
| Psalmodieerde | Gepsalmodieerd
|
PsalmzingenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; psalmzinger) 1 zingen van psalmen
| |
|
PsychologiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; psychologiseerde, heeft gepsychologiseerd) 1 (iets) naar psychologische overwegingen beredeneren of voorstellen
| Psychologiseerde | Gepsychologiseerd
|
PuberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; puberde, heeft gepuberd) 1 in de puberteit verkeren en het daarvoor kenmerkend gedrag vertonen
| Puberde | Gepuberd
|
PublicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; publiceerde, heeft gepubliceerd) 1 (ook absoluut) (een geschrift) openbaar maken 2 bekendmaken
In Spaans overeenkomend met: Hacer publicidad Divulgar, Publicar sAfkondigen Openbaar maken Ruchtbaar maken | Publiceerde | Gepubliceerd
|
PuddelenIn Spaans overeenkomend met: Pudelar
| Puddelde | Gepuddeld
|
PuffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pufte, heeft gepuft; puffer) 1 blazen, als gevolg van de warmte of bij het roken
| Pufte | Gepuft
|
| Puilen | Puilde | Gepuild
|
| Puimen | Puimde | Gepuimd
|
PuinruimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 brokstukken opruimen 2 een verwarde situatie oplossen
| Ruimde puin | Puingeruimd
|
PulkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pulkte, heeft gepulkt) 1 peuteren, plukken
| Pulkte | Gepulkt
|
PulsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pulste, heeft gepulst; pulser) 1 met een puls in de grond boren
| Pulste | Gepulst
|
PulserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; pulseerde, heeft gepulseerd; pulsatie/pulsering) 1 (van het hart, de slagaderen) kloppen, slaan 2 (van elektrische stroom) regelmatig af- en weer toenemen
| Pulseerde | Gepulseerd
|
| Pulveren | Pulverde | Gepulverd
|
PulveriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pulveriseerde, heeft gepulveriseerd; pulverisator, pulverisatie/pulverisering) 1 tot poeder wrijven of stampen
| Pulveriseerde | Gepulveriseerd
|
PuncterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; puncteerde, heeft gepuncteerd) 1 (geneeskunde) (iem.) behandelen met een punctie
| Puncteerde | Gepuncteerd
|
PunnikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; punnikte, heeft gepunnikt) 1 pulken 2 handwerken op een garenklosje of kurk met vier spijkertjes
| Punnikte | Gepunnikt
|
PuntenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; puntte, heeft gepunt) 1 kiemen, uitlopen (overgankelijk werkwoord; puntte, heeft gepunt) 1 een punt maken aan 2 de punten afnemen van 3 punten slaan in (metaal)
| Puntte | Gepunt
|
PunterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; punterde, heeft gepunterd; punteerder, puntering) 1 (muziek) met een punter varen 2 (de bal) met de punt van de schoen trappen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; punteerde, heeft gepunteerd; punteerder, puntering) 1 (muziek) een punt zetten achter een noot om die anderhalf maal haar waarde te geven, of boven een noot als aanduiding voor 'staccato'
| Punteerde | Gepunteerd
|
PunterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; punterde, heeft gepunterd; punteerder, puntering) 1 (muziek) met een punter varen 2 (de bal) met de punt van de schoen trappen (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; punteerde, heeft gepunteerd; punteerder, puntering) 1 (muziek) een punt zetten achter een noot om die anderhalf maal haar waarde te geven, of boven een noot als aanduiding voor 'staccato'
| Punterde | Gepunterd
|
PuntlassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; puntlaste, heeft gepuntlast) 1 lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting in kneedbare toestand worden gebracht, waarna men, door de delen krachtig tegen elkaar te drukken, de verbinding tot stand brengt
| |
|
| Puren | Puurde | Gepuurd
|
PurerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pureerde, heeft gepureerd) 1 tot puree maken
In Spaans overeenkomend met: Triturar
| Pureerde | Gepureerd
|
PurgerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; purgeerde, heeft gepurgeerd) 1 laxeren
In Spaans overeenkomend met: Purgar sAfdrijven Laxeren | Purgeerde | Gepurgeerd
|
PurperenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 purperkleurig
| Purperde | Gepurperd
|
PushenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; pushte, heeft gepusht; pusher, pushing) 1 aansporen, stimuleren 2 promoten, naar voren schuiven 3 dealen in drugs om iem. verslaafd te maken 4 (sport) de bal of puck duwen, zonder achterzwaai van de stick
| Pushte | Gepusht
|
PussenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; puste, heeft gepust) 1 etter produceren
| Puste | Gepust
|
| Putsen | Putste | Geputst
|
PuttenALLE betekenissen van dit woord: uit (werkwoord; putte, heeft geput) 1 halen uit, ontlenen aan (overgankelijk werkwoord; putte, heeft geput) 1 (ook absoluut) (sport) (de bal) in de hole slaan 2 (water) ophalen
In Spaans overeenkomend met: Extraer, Sacar sHozen Ontlenen Scheppen | Putte | Geput
|
PuzzelenALLE betekenissen van dit woord: over, op (werkwoord; puzzelde, heeft gepuzzeld) 1 piekeren, peinzen om tot een oplossing te komen (onovergankelijk werkwoord; puzzelde, heeft gepuzzeld; puzzelaar) 1 zich bezighouden met het oplossen van een puzzel
| Puzzelde | Gepuzzeld
|