QuadrillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; quadrilleerde, heeft gequadrilleerd) 1 een quadrille dansen 2 het quadrillespel spelen.
| Quadrilleerde | Gequadrilleerd
|
| Queruleren | Queruleerde | Gequeruleerd
|
QuoterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; quoteerde, heeft gequoteerd; quotisatie/quotatie) 1 naar evenredigheid verdelen.
| Quoteerde | Gequoteerd
|
QuotiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; quotiseerde, heeft gequotiseerd; quotisering/quotisatie) 1 (iem.) aanslaan in een belasting, zijn aandeel daarin opeisen 2 ieders aandeel in gemeenschappelijke ontvangsten berekenen.
| Quotiseerde | Gequotiseerd
|
RaadplegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raadpleegde, heeft geraadpleegd; raadpleging) 1 inlichtingen inwinnen bij 2 (iem.) advies vragen.
In Spaans overeenkomend met: Consultar sConsulteren | Raadpleegde | Geraadpleegd
|
| Raaien | Raaide | Geraaid
|
| Raakslaan | Sloeg raak | Raakgeslagen
|
RaaskallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raaskalde, heeft geraaskald) 1 onzin praten.
In Spaans overeenkomend met: Desatinar, Desbaratar sBazelen Doorslaan Kolderen | Raaskalde | Geraaskald
|
RabattenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rabatte, heeft gerabat) 1 (houtindustrie) een rechthoekige sponning in de kant van een plank schaven 2 (bouwkunde) (planken) aan elkaar verbinden met over elkaar liggende lippen of door vlakke inkepingen.
| Rabatte | Gerabat
|
| Rabatteren | Rabatteerde | Gerabatteerd
|
| Rabbelen | Rabbelde | Gerabbeld
|
RacenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; racete, heeft/is geracet; racer) 1 aan een snelheidswedstrijd deelnemen 2 (informeel) zich haasten.
In Spaans overeenkomend met: Correr sSprinten | Racete | Geracet
|
RaclettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raclette, heeft geraclet) 1 tafelen waarbij men kaas grilt.
| Raclette | Geraclet
|
RadbrakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; radbraakte, heeft geradbraakt; radbraking) 1 (geschiedenis) (iem.) folteren door zijn ledematen te breken en vervolgens op een rad leggen 2 verbasteren.
In Spaans overeenkomend met: Ajusticiar en la rueda
| Radbraakte | Geradbraakt
|
RadenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ried, heeft geraden) 1 op basis van een vermoeden of gissend iets doorgronden 2 raad geven.
In Spaans overeenkomend met: Adivinar Aconsejar Acertar, Atinar sAanraden Adviseren Doorzien Gissen Raad geven Verwachten | Raadde, Ried | Geraden
|
RaderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; raderde, heeft geraderd) met een raderwieltje een patroon overnemen op patroonpapier 2 (radeerde, heeft geradeerd) met een etsnaald een tekening krassen op een geverniste koperen plaat 3 (radeerde, heeft geradeerd) potlood of inktlijnen, vlekken enz. van het papier afschrapen.
| Radeerde | Geradeerd
|
RadicaliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; radicaliseerde, is geradicaliseerd; radicalisering) 1 radicaal of meer radicaal worden.
| Radicaliseerde | Geradicaliseerd
|
RadiograferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; radiografeerde, heeft geradiografeerd) 1 fotograferen met röntgenstralen.
| Radiografeerde | Geradiografeerd
|
RafelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rafelde, heeft gerafeld) 1 (van een weefsel) losraken van draden. (overgankelijk werkwoord; rafelde, heeft gerafeld) 1 (een weefsel) losmaken, draden ervan uitpluizen.
| Rafelde | Gerafeld
|
| Raffelen | Raffelde | Geraffeld
|
RaffinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raffineerde, heeft geraffineerd; raffinadeur, raffinering/raffinage) 1 (ruwe grondstof) zuiveren, fijner maken.
In Spaans overeenkomend met: Refinar sLouteren Verfijnen | Raffineerde | Geraffineerd
|
RagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; raagde, heeft geraagd) 1 met de ragebol spinrag en stof verwijderen 2 de steel van een tabakspijp schoonmaken.
| Raagde | Geraagd
|
RaggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ragde, heeft geragd) 1 wild heen en weer bewegen.
| Ragde | Geragd
|
RaillerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; railleerde, heeft gerailleerd) 1 schertsen.
| Railleerde | Gerailleerd
|
RaisonnerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raisonneerde, heeft geraisonneerd) 1 redeneren.
| Raisonneerde | Geraisonneerd
|
| Rakelen | Rakelde | Gerakeld
|
RakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raakte, is geraakt) 1 in de genoemde positie of toestand komen. (overgankelijk werkwoord; raakte, heeft geraakt) 1 treffen door een slag, stoot, worp, schot enz. 2 emotie opwekken 3 betreffen 4 in contact komen met .
In Spaans overeenkomend met: Hacerse Concernir, Incumbir, Respectar Acertar, Dar con, Dar en Estar en contacto, Tocar sAangaan Aankomen Aanraken Beroeren Betreffen Gelden Halen Inslaan Teisteren Toebehoren Toucheren Treffen Worden | Raakte | Geraakt
|
| Raketten | Rakette | Geraket
|
| Rakkeren | Rakkerde | Gerakkerd
|
RamenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raamde, heeft geraamd; raming) 1 schatten, begroten.
In Spaans overeenkomend met: Presuponer sBegroten | Raamde | Geraamd
|
RammeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rammeide, heeft gerammeid) 1 zwaar treffen, met geweld slaan.
| Rammeide | Gerammeid
|
RammelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rammelde, heeft gerammeld) 1 een onregelmatig klapperend geluid voortbrengen 2 los en onsamenhangend in elkaar zitten 3 (van hazen of konijnen) bronstig zijn. (overgankelijk werkwoord; rammelde, heeft gerammeld) 1 schudden.
| Rammelde | Gerammeld
|
RammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ramde, heeft geramd) 1 met een stormram beuken, stoten 2 (een schip) met kracht aanvaren 3 aanrijden met een voertuig .
| Ramde | Geramd
|
RampetampenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rampetampte, heeft gerampetampt) 1 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben.
| Rampetampte | Gerampetampt
|
| Rampokken | Rampokte | Gerampokt
|
| Ramsjen | Ramsjte | Geramsjt
|
RandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; randde, heeft gerand; randing) 1 (van slaplanten) een dorre rand krijgen rondom het blad. (overgankelijk werkwoord; randde, heeft gerand) 1 van een rand voorzien.
| Randde | Gerand
|
RangerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rangeerde, heeft gerangeerd; rangeerder) 1 (treinen) splitsen en weer samenvoegen.
In Spaans overeenkomend met: Maniobrar sManoeuvreren | Rangeerde | Gerangeerd
|
RangschikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rangschikte, heeft gerangschikt; rangschikking) 1 indelen, plaatsen volgens bepaalde kenmerken.
In Spaans overeenkomend met: Disponer sPlaatsen | Rangschikte | Gerangschikt
|
RankenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rankte, heeft gerankt) 1 op de wijze van een rank groeien. (overgankelijk werkwoord; rankte, heeft gerankt) 1 ontdoen van ranken.
| Rankte | Gerankt
|
RanselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ranselde, heeft geranseld) 1 (van door de wind bewogen takken of stammen) zwiepen zodat er beschadiging optreedt. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ranselde, heeft geranseld) 1 onbarmhartig slaan.
| Ranselde | Geranseld
|
RantsoenerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rantsoeneerde, heeft gerantsoeneerd; rantsoenering) 1 (zaken) verdelen in rantsoenen.
In Spaans overeenkomend met: Racionar
| Rantsoeneerde | Gerantsoeneerd
|
RapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; raapte, heeft geraapt; raper) 1 met de hand oppakken 2 verzamelen 3 berapen.
In Spaans overeenkomend met: Coleccionar Recoger sCollecteren Innen Inzamelen Oogsten Oprapen Plukken | Raapte | Geraapt
|
RappellerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rappelleerde, heeft gerappelleerd) 1 herinneren, een rappel toezenden.
| Rappelleerde | Gerappelleerd
|
RappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rapte, heeft gerapt; rapper) 1 spreken op de maat van rapmuziek.
| Rapte | Gerapt
|
RapporterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rapporteerde, heeft gerapporteerd; rapporteur, rapportage) 1 melden, verslag uitbrengen 2 (militair, leger) (een overtreder, overtreding) aanbrengen 3 (boekhouden) (posten) overbrengen.
| Rapporteerde | Gerapporteerd
|
| Raseren | Raseerde | Geraseerd
|
RaspenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raspte, heeft geraspt) 1 een rauw geluid maken. (overgankelijk werkwoord; raspte, heeft geraspt) 1 met een rasp fijn wrijven.
In Spaans overeenkomend met: Raspar Rallar
| Raspte | Geraspt
|
RasterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rasterde, heeft gerasterd; rastering) 1 een raster afdrukken op het pigmentpapier.
| Rasterde | Gerasterd
|
RatelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ratelde, heeft gerateld; rateling) 1 een serie korte, harde geluiden in snelle opeenvolging voortbrengen 2 met een ratel geluid voortbrengen 3 druk praten.
| Ratelde | Gerateld
|
RatificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ratificeerde, heeft geratificeerd; ratificatie/ratificering) 1 (internationale overeenkomsten) bekrachtigen.
In Spaans overeenkomend met: Ratificar sBekrachtigen Bevestigen | Ratificeerde | Geratificeerd
|
| Ratineren | Ratineerde | Geratineerd
|
RationaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rationaliseerde, heeft gerationaliseerd; rationalisatie/rationalisering) 1 doelmatig, efficiënt maken 2 (iets emotioneels) in de redelijke sfeer trekken, rationeel benaderen 3 een redelijke verklaring geven voor iets.
| Rationaliseerde | Gerationaliseerd
|
RatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ratste, heeft geratst; ratser) 1 (informeel) stelen.
| Ratste | Geratst
|
| Ratten | Ratte | Gerat
|
| Rauwdouwen | Rauwdouwde | Gerauwdouwd
|
RauzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rauzer) 1 (rausde, heeft gerausd) (informeel) wild tekeergaan 2 (rausde, heeft/is gerausd) (informeel) snel en woest rijden.
| Rausde | Gerausd
|
RavitaillerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ravitailleerde, heeft geravitailleerd; ravitailleur, ravitaillering) 1 van levensmiddelen voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Aprovisionar sProvianderen | Ravitailleerde | Geravitailleerd
|
RavottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ravotte, heeft geravot; ravotter) 1 stoeien.
| Ravotte | Geravot
|
RazenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (raasde, heeft geraasd) als een gek tekeergaan, woeden 2 (raasde, heeft/is geraasd) zich met hoge snelheid voortbewegen.
In Spaans overeenkomend met: Fulminar Canturrear, Ronronear, Zumbar sBrommen Fulmineren Gonzen Snorren Suizelen Suizen Tekeer gaan Tekeergaan Tieren Tuiten Zoemen | Raasde | Geraasd
|
Re-integrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; re-integreerde, heeft gere-integreerd; re-integratie) 1 weer laten functioneren.
| Re-integreerde | Gere-integreerd
|
ReactiverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reactiveerde, heeft gereactiveerd; reactivering) 1 weer tot werking of tot leven brengen.
| Reactiveerde | Gereactiveerd
|
| Reaffecteren | Reaffecteerde | Gereaffecteerd
|
ReagerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reageerde, heeft gereageerd) 1 (scheikunde) een reactie aangaan 2 een bepaalde handeling of situatie beantwoorden.
In Spaans overeenkomend met: Reaccionar Responder
| Reageerde | Gereageerd
|
RealiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; realiseerde, heeft gerealiseerd; realisatie/realisering) 1 verwezenlijken, uitvoeren. (wederkerend werkwoord; realiseerde zich, heeft zich gerealiseerd) 1 (iets) bewust weten.
In Spaans overeenkomend met: Realizar sBewerkstelligen Uitvoeren Verrichten Verwerkelijken | Realiseerde | Gerealiseerd
|
ReanimerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reanimeerde, heeft gereanimeerd; reanimatie) 1 de ademhaling en bloedsomloop weer op gang trachten te brengen bij (iem. die schijnbaar dood is).
| Reanimeerde | Gereanimeerd
|
ReassurerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reassureerde, heeft gereassureerd; reassurantie) 1 opnieuw verzekeren, uitgaande van de verzekerde, om zich te dekken tegen onverhaalbaarheid 2 opnieuw verzekeren, uitgaande van de verzekeraar, om zich te dekken tegen mogelijk te lijden schade voortvloeiende uit de aangegane verzekering.
| Reassureerde | Gereassureerd
|
RebbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rebbelde, heeft gerebbeld) 1 druk praten.
| Rebbelde | Gerebbeld
|
RebellerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rebelleerde, heeft gerebelleerd) 1 zich verzetten tegen het gevestigd gezag.
In Spaans overeenkomend met: Alzarse, Rebelar, Rebelarse, Resistirse, Sublevarse sIn opstand komen Muiten Verzetten|Zich verzetten Zich verzetten | Rebelleerde | Gerebelleerd
|
RebootenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rebootte, heeft gereboot; rebooting) 1 een computer opnieuw opstarten.
| Rebootte | Gereboot
|
RecapitulerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; recapituleerde, heeft gerecapituleerd) 1 samenvattend herhalen.
In Spaans overeenkomend met: Recapitular
| Recapituleerde | Gerecapituleerd
|
| Recappen | Recapte | Gerecapt
|
RecenserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; recenseerde, heeft gerecenseerd; recensent, recensie) 1 bespreken in een krant of tijdschrift.
In Spaans overeenkomend met: Reseñar sBespreken | Recenseerde | Gerecenseerd
|
RecepterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; recepteerde, heeft gerecepteerd) 1 recepten voorschrijven 2 recepten klaarmaken.
| Recepteerde | Gerecepteerd
|
| Rechercheren | Rechercheerde | Gerechercheerd
|
RechtbuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; boog recht, heeft rechtgebogen) 1 (iets) zo buigen dat het recht wordt.
| Boog recht | Rechtgebogen
|
RechtenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 auteursrecht. (overgankelijk werkwoord; rechtte, heeft gerecht) 1 recht maken.
| Rechtte | Gerecht
|
| Rechthouden | Hield recht | Rechtgehouden
|
| Rechtkomen | Kwam recht | Rechtgekomen
|
| Rechtmaken | Maakte recht | Rechtgemaakt
|
RechtsprekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprak recht, heeft rechtgesproken; rechtspreker, rechtspreking) 1 een gerechtelijke uitspraak doen.
In Spaans overeenkomend met: Juzgar sBerechten Oordelen Veroordelen Vonnissen | Sprak recht | Rechtgesproken
|
RechtstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond recht, is rechtgestaan) 1 (in België) opstaan 2 (in België) staan.
| Stond recht | Rechtgestaan
|
RechttrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok recht, heeft rechtgetrokken) 1 (een fout) ongedaan maken 2 zo trekken dat het niet meer scheef is.
| Trok recht | Rechtgetrokken
|
RechtvaardigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rechtvaardigde, heeft gerechtvaardigd; rechtvaardiging) 1 de rechtvaardigheid, juistheid aantonen van 2 (religie) van schuld vrijspreken.
In Spaans overeenkomend met: Cohonestar, Inocentar, Justificar, Motivar, Santificar, Sincerar
| Rechtvaardigde | Gerechtvaardigd
|
RechtzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette recht, heeft rechtgezet) 1 (iets dat ongewenst of onjuist is) verbeteren 2 (wat scheef staat) in de juiste stand zetten.
In Spaans overeenkomend met: Ajustar, Enderezar sBijstellen Rectificeren Verbeteren Weer in orde brengen Weer oprichten Weer rechtbuigen | Zette recht | Rechtgezet
|
| Rechtzitten | Zat recht | Rechtgezeten
|
RecidiverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; recidiveerde, heeft gerecidiveerd) 1 bij herhaling een misdrijf begaan 2 (van een schijnbaar genezen ziekte) zich opnieuw vertonen.
| Recidiveerde | Gerecidiveerd
|
RecipiërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; recipieerde, heeft gerecipieerd) 1 receptie houden.
| Recipieerde | Gerecipieerd
|
| Reciproceren | Reciproceerde | Gereciproceerd
|
| Recirculeren | Recirculeerde | Gerecirculeerd
|
ReciterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reciteerde, heeft gereciteerd) 1 (een tekst) voordragen.
In Spaans overeenkomend met: Declamar, Recitar sOpzeggen Voordragen | Reciteerde | Gereciteerd
|
ReclamerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reclameerde, heeft gereclameerd) 1 (in België; informeel) klagen, mopperen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reclameerde, heeft gereclameerd; reclamant, reclamatie) 1 bezwaren indienen 2 navraag doen naar, levering vragen van iets dat besteld, maar niet ontvangen is.
In Spaans overeenkomend met: Reclamar
| Reclameerde | Gereclameerd
|
ReclasserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reclasseerde, heeft gereclasseerd) 1 (ex-gedetineerden) terugbrengen in de maatschappij.
| Reclasseerde | Gereclasseerd
|
RecombinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; recombineerde, heeft gerecombineerd; recombinatie) 1 hergroeperen.
| Recombineerde | Gerecombineerd
|
RecommanderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; recommandeerde, heeft gerecommandeerd) 1 aanbevelen.
In Spaans overeenkomend met: Certificar, Ensalzar, Recomendar sAanbevelen Aantekenen | Recommandeerde | Gerecommandeerd
|
ReconstruerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reconstrueerde, heeft gereconstrueerd; reconstructie) 1 herstellen in de oorspronkelijke vorm 2 (handelingen, voorvallen enz. uit het verleden) in gedachten of in beeld weer oproepen en zich als het ware opnieuw laten afspelen.
In Spaans overeenkomend met: Restituir Reconstituir, Reconstruir sRestitueren | Reconstrueerde | Gereconstrueerd
|
RecreërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; recreëerde, heeft gerecreëerd) 1 zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden.
| Recreëerde | Gerecreëerd
|
RectificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rectificeerde, heeft gerectificeerd; rectificatie) 1 rechtzetten.
In Spaans overeenkomend met: Ajustar sBijstellen Rechtzetten Verbeteren | Rectificeerde | Gerectificeerd
|
RecupererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; recupereerde, heeft gerecupereerd; recuperatie) 1 (wielersport) opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning. (overgankelijk werkwoord; recupereerde, heeft gerecupereerd) 1 recyclen.
| Recupereerde | Gerecupereerd
|
RecyclenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; recyclede, heeft gerecycled; recycling) 1 (grondstoffen) terugwinnen uit afval en opnieuw voor gebruik geschikt maken.
| Recyclede | Gerecycled
|
RecyclerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; recycleerde, heeft gerecycleerd) 1 (in België) recyclen.
In Spaans overeenkomend met: Reciclar
| Recycleerde | Gerecycleerd
|
ReddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; redde, heeft gered; redder, redding) 1 (iem. of iets) uit een gevaarlijke of lastige situatie helpen . (wederkerend werkwoord; redde zich, heeft zich gered) 1 zich kunnen handhaven.
In Spaans overeenkomend met: Rescatar, Salvar sBehouden Bergen | Redde | Gered
|
RedderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; redderde, heeft geredderd) 1 (iets) schoonmaken, opruimen 2 regelen, in orde brengen.
| Redderde | Geredderd
|
RedekavelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; redekavelde, heeft geredekaveld; redekaveling) 1 (schertsend) redetwisten.
| Redekavelde | Geredekaveld
|
RedenALLE betekenissen van dit woord: (de) 1 (redenen) datgene waarmee iem. zijn daden of zijn overtuiging motiveert 2 (redens) (wiskunde) verhouding, betrekking tussen een grootheid en een andere. (overgankelijk werkwoord; reedde, heeft gereed) 1 (een schip) uitrusten.
| Reedde | Gereed
|
RedenerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; redeneerde, heeft geredeneerd; redenering) 1 gedachten of een mening over iets ontwikkelen.
In Spaans overeenkomend met: Razonar
| Redeneerde | Geredeneerd
|
RedetwistenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; redetwistte, heeft geredetwist) 1 elkaar met redenen bestrijden.
In Spaans overeenkomend met: Disputar sDisputeren Strijden Strijden voor Twisten | Redetwistte | Geredetwist
|
| Redevoeren | Redevoerde | Geredevoerd
|
RedigerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; redigeerde, heeft geredigeerd) 1 op schrift onder woorden brengen 2 de redactie voeren van.
In Spaans overeenkomend met: Redactar sOpmaken Opstellen Stellen Stileren | Redigeerde | Geredigeerd
|
RedoublerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; redoubleerde, heeft geredoubleerd) 1 bij bridge, nogmaals verdubbelen.
| Redoubleerde | Geredoubleerd
|
RedresserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; redresseerde, heeft geredresseerd) 1 weer in orde brengen.
| Redresseerde | Geredresseerd
|
ReducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reduceerde, heeft gereduceerd; reductie) 1 verminderen 2 (taalkunde) een klank of vorm op zodanige wijze realiseren dat bepaalde eigenschappen verloren gaan 3 herleiden 4 (scheikunde) zuurstof aan een verbinding onttrekken.
In Spaans overeenkomend met: Reducir sHerleiden Inkrimpen Vereenvoudigen Zetten | Reduceerde | Gereduceerd
|
| Reeuwen | Reeuwde | Gereeuwd
|
RefererenIn Spaans overeenkomend met: Dictaminar, Informar, Referir sVerslag uitbrengen | Refereerde | Gerefereerd
|
ReflecterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; reflecteerde, heeft gereflecteerd) 1 reageren op (een advertentie). (onovergankelijk werkwoord; reflecteerde, heeft gereflecteerd) 1 nadenken (over). (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reflecteerde, heeft gereflecteerd) 1 weerspiegelen, terugkaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Reflejar sSpiegelen Terugkaatsen Weerkaatsen Weerspiegelen | Reflecteerde | Gereflecteerd
|
ReformerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reformeerde, heeft gereformeerd) 1 een andere vorm geven 2 gewone benzine met waterstof over een katalysator omzetten in benzine met een hoog octaangetal.
In Spaans overeenkomend met: Reformar sHervormen | Reformeerde | Gereformeerd
|
RefuserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; refuseerde, heeft gerefuseerd) 1 weigeren.
| Refuseerde | Gerefuseerd
|
| Regaleren | Regaleerde | Geregaleerd
|
RegarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; regardeerde, heeft geregardeerd) 1 (formeel) betrekking hebben op.
| Regardeerde | Geregardeerd
|
RegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; regelde, heeft geregeld; regelaar, regeling) 1 zodanige maatregelen nemen dat het gewenste effect bereikt wordt 2 bepalen.
In Spaans overeenkomend met: Regular, Regularizar Arreglar Concertar, Organizar Reglamentar sIn orde brengen Inrichten Opruimen Organiseren Reguleren Ruimen Samenstellen Schikken Terechtbrengen Uitschrijven Vereffenen | Regelde | Geregeld
|
RegenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; regende, heeft geregend) 1 (landbouw) sproeien. (onpersoonlijk werkwoord; regende, heeft geregend) 1 in druppels van gecondenseerde waterdamp uit de hemel neervallen 2 in groten getale zich voordoen.
In Spaans overeenkomend met: Llover sGieten | Regende | Geregend
|
RegenererenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; regenereerde, is geregenereerd; regenerator, regeneratie) 1 weer aangroeien of ontstaan. (overgankelijk werkwoord; regenereerde, heeft geregenereerd) 1 in de oorspronkelijke toestand terugbrengen, weer bruikbaar maken.
| Regenereerde | Geregenereerd
|
RegerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; regeerde, heeft geregeerd) 1 (ook absoluut) (een land) besturen 2 (taalkunde) bij zich hebben, met zich meebrengen.
In Spaans overeenkomend met: Capitanear Gobernar, Regir, Reinar, Subyugar sAanvoeren Besturen De scepter zwaaien Heersen | Regeerde | Geregeerd
|
| Reggen | Regde | Geregd
|
| Regionaliseren | Regionaliseerde | Geregionaliseerd
|
RegisserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; regisseerde, heeft geregisseerd; regisseur) 1 (een toneeluitvoering, filmopname enz.) leiden 2 (achter de schermen) regelen, controleren, sturen.
| Regisseerde | Geregisseerd
|
RegisterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; registerde, heeft geregisterd) 1 (gegevens uit registers) opzoeken en op fiches brengen 2 (drukwezen) (vellen papier) juist op elkaar laten volgen.
| Registerde | Geregisterd
|
RegistrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; registreerde, heeft geregistreerd; registratie/registrering) 1 vastleggen met behulp van een instrument 2 in de geest vastleggen 3 in een register schrijven 4 de registers toepassen van (een orgel).
In Spaans overeenkomend met: Consignar Inscribir, Registrar sAantekenen Bijboeken Boeken Inschrijven Opschrijven Vastleggen | Registreerde | Geregistreerd
|
ReglementerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reglementeerde, heeft gereglementeerd; reglementering) 1 aan een reglement onderwerpen.
In Spaans overeenkomend met: Reglamentar
| Reglementeerde | Gereglementeerd
|
RegulariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; regulariseerde, heeft geregulariseerd; regularisatie) 1 regelen, in overeenstemming brengen met de voorschriften.
| Regulariseerde | Geregulariseerd
|
RegulerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reguleerde, heeft gereguleerd; regulatie/regulering) 1 regelmatig maken, in orde maken.
In Spaans overeenkomend met: Reglamentar sRegelen Vereffenen | Reguleerde | Gereguleerd
|
RehabiliterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rehabiliteerde, heeft gerehabiliteerd; rehabilitatie) 1 iem. zijn goede naam teruggeven.
| Rehabiliteerde | Gerehabiliteerd
|
ReienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reide, heeft gereid) 1 (archaïsch) een rondedans uitvoeren. (overgankelijk werkwoord; reide, heeft gereid) 1 (een stuk hout) recht en vlak schaven.
| Reide | Gereid
|
ReikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reikte, heeft gereikt; reiking) 1 de hand naar iets uitstrekken 2 zich uitstrekken tot. (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Estrechar
| Reikte | Gereikt
|
ReikhalzenIn Spaans overeenkomend met: Anhelar, Añorar, Suspirar sHunkeren Smachten Verlangen Zuchten Zuchten naar | Reikhalsde | Gereikhalsd
|
ReilenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Reilde | Gereild
|
ReinigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reinigde, heeft gereinigd; reiniger, reiniging) 1 van vuil of ongerechtigheden ontdoen 2 (iem.) bevrijden uit een toestand van onreinheid, zonde of schuld.
In Spaans overeenkomend met: Escarbar, Limpiar Asear Adelgazar, Limpiar, Purificar sLouteren Netjes maken Opknappen Opwrijven Poetsen Schoonmaken Vegen Zuiveren | Reinigde | Gereinigd
|
ReizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reiziger) 1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen 2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
In Spaans overeenkomend met: Viajar
| Reisde | Gereisd
|
RekenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; rekende, heeft gerekend) 1 stellig verwachten 2 vertrouwen. (werkwoord; rekende, heeft gerekend) 1 beschouwen als lid van een categorie, begrijpen onder. (onovergankelijk werkwoord; rekende, heeft gerekend) 1 met getallen, cijfers werken, volgens de regels hoeveelheden, aantallen benoemen, samenstellen en ontbinden . (overgankelijk werkwoord; rekende, heeft gerekend) 1 tellen 2 als koopsom of kosten stellen, vragen 3 rekening houden met iets.
In Spaans overeenkomend met: Calcular, Contar Exigir sBerekenen Calculeren Eisen Opeisen Tellen Uitrekenen Vereisen Vergen Voorschrijven Vorderen | Rekende | Gerekend
|
RekeningrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 elektronisch systeem dat een bedrag berekent voor deelname aan het verkeer, mede bedoeld om het autogebruik terug te dringen.
| |
|
RekestrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rekestreerde, heeft gerekestreerd; rekestrant) 1 een verzoekschrift indienen.
| Rekestreerde | Gerekestreerd
|
RekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rekker, rekking) 1 (rok, is gerokken) langer of wijder worden door trekking of spanning 2 (rok, heeft/is gerokken) (van paarden) in gestrekte galop rijden. (overgankelijk werkwoord; rok, heeft gerokken) 1 door trekken of spannen langer of wijder maken 2 langer doen duren.
In Spaans overeenkomend met: Extender, Prolongar, Tender Alargar sDoortrekken Langer maken Ophouden Strekken Uitbreiden Uitleggen Uitrekken Uitsteken Uitstrekken Uittrekken Vergroten Verlengen Wijder maken | Rekte | Gerekt
|
RekruterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekruteerde, heeft gerekruteerd; rekrutering) 1 verzamelen voor de krijgsdienst.
| Rekruteerde | Gerekruteerd
|
| Rekwestreren | Rekwestreerde | Gerekwestreerd
|
RekwirerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekwireerde, heeft gerekwireerd; rekwirant) 1 vorderen.
In Spaans overeenkomend met: Requisar sIn beslag nemen Vorderen | Rekwireerde | Gerekwireerd
|
RelaterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; relateerde, heeft gerelateerd; relatering) 1 in verband brengen, in een bepaalde verhouding brengen 2 (juridisch) ambtelijk verklaren.
| Relateerde | Gerelateerd
|
RelativerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; relativeerde, heeft gerelativeerd; relativering) 1 de betrekkelijkheid erkennen of laten uitkomen van.
| Relativeerde | Gerelativeerd
|
RelaxenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; relaxte, heeft gerelaxt) 1 zich ontspannen 2 seksueel verwend worden.
| Relaxte | Gerelaxt
|
RelayerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; relayeerde, heeft gerelayeerd; relayering) 1 heruitzenden, een signaal van een zendstation opvangen en versterkt weer doorzenden.
| Relayeerde | Gerelayeerd
|
ReleverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; releveerde, heeft gereleveerd) 1 de aandacht bijzonder vestigen op 2 ontheffen, vrijspreken.
| Releveerde | Gereleveerd
|
RellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; relde, heeft gereld) 1 snel, druk praten.
| Relde | Gereld
|
RembourserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rembourseerde, heeft gerembourseerd) 1 (goederen) onder rembours zenden 2 terugbetalen, vergoeden.
| Rembourseerde | Gerembourseerd
|
RemediërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; remedieerde, heeft geremedieerd) 1 genezen.
| Remedieerde | Geremedieerd
|
RemigrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; remigreerde, is geremigreerd; remigrant, remigratie) 1 weer in het land van herkomst gaan wonen.
| Remigreerde | Geremigreerd
|
| Remiseren | Remiseerde | Geremiseerd
|
RemitterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; remitteerde, heeft geremitteerd) 1 (geld of wissels) overmaken.
| Remitteerde | Geremitteerd
|
RemixenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (opnamemateriaal van bestaande muzieknummers) opnieuw in elkaar zetten.
| Remixte | Geremixt
|
RemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; remde, heeft geremd; remmer) 1 de beweging of voortgang van een voertuig of werktuig vertragen of het geheel tot stilstand brengen. (overgankelijk werkwoord; remde, heeft geremd) 1 belemmeren.
In Spaans overeenkomend met: Enfrenar Frenar sAfremmen | Remde | Geremd
|
| Remonstreren | Remonstreerde | Geremonstreerd
|
RemplacerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; remplaceerde, heeft geremplaceerd) 1 vervangen.
| Remplaceerde | Geremplaceerd
|
RemunererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; remunereerde, heeft geremunereerd) 1 belonen.
| Remunereerde | Geremunereerd
|
| Renationaliseren | Renationaliseerde | Gerenationaliseerd
|
RenderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rendeerde, heeft gerendeerd) 1 winst opleveren.
In Spaans overeenkomend met: Beneficiar sOpleveren | Rendeerde | Gerendeerd
|
| Renen | Reende | Gereend
|
RennenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rende, heeft/is gerend; renner) 1 zeer snel lopen 2 (van paarden) zo snel galopperen dat de beide voor- of achterbenen tegelijk de grond raken.
In Spaans overeenkomend met: Correr sHardlopen Hollen Snellen | Rende | Gerend
|
RenoncerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; renonceerde, heeft gerenonceerd) 1 afstand doen van 2 bij bridge de gevraagde kleur niet kunnen bijspelen.
| Renonceerde | Gerenonceerd
|
RenormaliserenIn Spaans overeenkomend met: Renormalizar
| Renormaliseerde | Gerenormaliseerd
|
RenoverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; renoveerde, heeft gerenoveerd) 1 (ook absoluut) (een woning) aanpassen, moderniseren 2 vernieuwen.
In Spaans overeenkomend met: Renovar sVernieuwen | Renoveerde | Gerenoveerd
|
| Rentabiliseren | Rentabiliseerde | Gerentabiliseerd
|
RentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rentte, heeft gerent) 1 (economie) aan rente opbrengen.
| Rentte | Gerent
|
RentenierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rentenierde, heeft gerentenierd) 1 van zijn rente leven.
| Rentenierde | Gerentenierd
|
ReorganiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reorganiseerde, heeft gereorganiseerd; reorganisatie) 1 anders, opnieuw inrichten.
In Spaans overeenkomend met: Reorganizar
| Reorganiseerde | Gereorganiseerd
|
ReparerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; repareerde, heeft gerepareerd; reparateur, reparatie) 1 (iets) herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Remontar ((schoeisel),(calzada)) Aderezar, Arreglar, Enmendar, Rehacer, Reparar, Restaurar Recomponer sHerstellen Maken Verhelpen Verstellen Weer in orde brengen | Repareerde | Gerepareerd
|
| Repasseren | Repasseerde | Gerepasseerd
|
RepatriërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; repatrieerde, is gerepatrieerd; repatriant, repatriatie/repatriëring) 1 naar zijn vaderland terugkeren. (overgankelijk werkwoord; repatrieerde, heeft gerepatrieerd) 1 naar zijn vaderland terugbrengen.
| Repatrieerde | Gerepatrieerd
|
RepelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; repelde, heeft gerepeld; repelaar) 1 (vlas of hennep) van de zaaddozen ontdoen met een repel.
| Repelde | Gerepeld
|
| Repen | Reepte | Gereept
|
RepeterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; repeteerde, heeft gerepeteerd) 1 een toneel- of muziekstuk enz. bij wijze van proef op- of uitvoeren. (overgankelijk werkwoord; repeteerde, heeft gerepeteerd) 1 herhalend instuderen.
In Spaans overeenkomend met: Ensayar
| Repeteerde | Gerepeteerd
|
ReplicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; repliceerde, heeft gerepliceerd) 1 antwoorden, inbrengen tegen het gezegde 2 (juridisch) antwoorden op het eerste verweer van de gedaagde.
In Spaans overeenkomend met: Hacer una réplica, Replicar sAntwoorden | Repliceerde | Gerepliceerd
|
ReppenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; repte, heeft gerept) 1 bij het spreken aanroeren. (wederkerend werkwoord; repte zich, heeft zich gerept) 1 zich haasten.
| Repte | Gerept
|
RepresenterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; representeerde, heeft gerepresenteerd; representatie/representering) 1 optreden voor of namens 2 voorstelling of een symbool zijn van iets anders.
| Representeerde | Gerepresenteerd
|
ReproducerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reproduceerde, heeft gereproduceerd; reproducent, reproductie) 1 (een origineel) grafisch vermenigvuldigen 2 weergeven 3 uit het geheugen weergeven 4 (psychologie) (voorstellingen, indrukken, belevingen) weer bewust maken. (wederkerend werkwoord; reproduceerde zich, heeft zich gereproduceerd) 1 zich voortplanten.
In Spaans overeenkomend met: Devolver Reproducir sHergeven Teruggeven Vergelden Weergeven | Reproduceerde | Gereproduceerd
|
RescontrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rescontreerde, heeft gerescontreerd) 1 (economie) verrekenen, vereffenen 2 (juridisch) (een argument) weerleggen.
| Rescontreerde | Gerescontreerd
|
ReserverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reserveerde, heeft gereserveerd) 1 (ook absoluut) (iets) laten vrijhouden 2 bewaren om later zo nodig te kunnen gebruiken 3 bedingen.
In Spaans overeenkomend met: Retener Conservar, Reservar sBespreken Boeken Detineren Openhouden Ophouden Terughouden Vrijhouden Weerhouden | Reserveerde | Gereserveerd
|
ResettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; resette, heeft gereset; resetting) 1 een computer opnieuw instellen door op de resetknop te drukken.
| Resette | Gereset
|
ResiderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; resideerde, heeft geresideerd) 1 zijn residentie hebben 2 (van rooms-katholieke geestelijken) verblijf houden op een bep. plaats op grond van het beneficie.
In Spaans overeenkomend met: Habitar Residir sGevestigd zijn Huizen Wonen | Resideerde | Geresideerd
|
ResignerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; resigneerde, heeft geresigneerd; resignatie) 1 (geschiedenis) afstand doen van een ambt. (overgankelijk werkwoord; resigneerde, heeft geresigneerd) 1 (juridisch) gerechtelijk ontzegelen. (wederkerend werkwoord; resigneerde zich, heeft zich geresigneerd) 1 zich schikken.
| Resigneerde | Geresigneerd
|
| Resisteren | Resisteerde | Geresisteerd
|
ResocialiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; resocialiseerde, heeft geresocialiseerd; resocialisatie) 1 (patiënten, gevangenen) weer geschikt maken voor het leven in de maatschappij.
| Resocialiseerde | Geresocialiseerd
|
ResolverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; resolveerde, heeft geresolveerd) 1 (ook absoluut) besluiten 2 ontbinden.
| Resolveerde | Geresolveerd
|
ResonerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; resoneerde, heeft geresoneerd) 1 weergalmen 2 weerklank vinden 3 meetrillen, zonder dat er noodzakelijk sprake is van klank.
In Spaans overeenkomend met: Resonar sGalmen Weergalmen Weerklinken | Resoneerde | Geresoneerd
|
ResorberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; resorbeerde, heeft geresorbeerd; resorptie) 1 (vocht) in het lichaam opnemen.
In Spaans overeenkomend met: Absorber, Sorber sOpslorpen Opslurpen Slurpen | Resorbeerde | Geresorbeerd
|
RespecterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; respecteerde, heeft gerespecteerd) 1 blijk geven van respect (voor) 2 (een zaak) met eerbied behandelen 3 (voorschriften) eerbiedigen 4 (een wissel) aannemen en betalen.
In Spaans overeenkomend met: Respectar, Respetar sEerbiedigen | Respecteerde | Gerespecteerd
|
RespirerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; respireerde, heeft gerespireerd) 1 ademhalen, lucht scheppen.
| Respireerde | Gerespireerd
|
ResponderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; respondeerde, heeft gerespondeerd) 1 antwoorden bij een responsiecollege, beurtzang enz.
| Respondeerde | Gerespondeerd
|
| Ressorteren | Ressorteerde | Geressorteerd
|
RestaurerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; restaureerde, heeft gerestaureerd; restauratie) 1 (bouw- of kunstwerken) in de vroegere toestand herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Restaurar sWeer op de troon brengen | Restaureerde | Gerestaureerd
|
RestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; restte, heeft/is gerest) 1 overblijven, ongedaan of ongebruikt blijven.
In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse sBlijven Overblijven Resteren Toeven Verblijven | Restte | Gerest
|
ResterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; resteerde, is geresteerd) 1 overblijven.
In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse sBlijven Overblijven Resten Toeven Verblijven | Resteerde | Geresteerd
|
RestituerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; restitueerde, heeft gerestitueerd) 1 terugbetalen.
In Spaans overeenkomend met: Restituir sReconstrueren | Restitueerde | Gerestitueerd
|
RestylenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; restyling) 1 het uiterlijk vernieuwen van, in een nieuw jasje steken.
| Restylede | Gerestyled
|
ResulterenIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse sUitkomen Volgen Voortkomen Voortspruiten Voortvloeien | Resulteerde | Geresulteerd
|
ResumerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; resumeerde, heeft geresumeerd; resumptie) 1 beknopt samenvatten 2 (notulen) voorlezen en goedkeuren.
In Spaans overeenkomend met: Resumir sExcerperen Samenvatten | Resumeerde | Geresumeerd
|
RetarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; retardeerde, heeft geretardeerd) 1 vertragen.
| Retardeerde | Geretardeerd
|
RetirerenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; retireerde zich, heeft zich geretireerd) 1 zich uit de zaken terugtrekken 2 naar bed gaan.
| Retireerde | Geretireerd
|
RetoucherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; retoucheerde, heeft geretoucheerd) 1 (foto's enz.) bijwerken.
In Spaans overeenkomend met: Retocar sBijwerken | Retoucheerde | Geretoucheerd
|
RetournerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; retourneerde, heeft geretourneerd) 1 terugzenden.
In Spaans overeenkomend met: Devolver sHeruitzenden Terugbezorgen Terugbrengen Terugsturen Terugwijzen | Retourneerde | Geretourneerd
|
| Retrograderen | Retrogradeerde | Geretrogradeerd
|
ReutelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reutelde, heeft gereuteld) 1 rochelend ademen 2 zeuren, zaniken.
| Reutelde | Gereuteld
|
RevaccinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revaccineerde, heeft gerevaccineerd) 1 opnieuw inenten.
| Revaccineerde | Gerevaccineerd
|
RevaliderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; revalideerde, heeft/is gerevalideerd) 1 weer valide worden. (overgankelijk werkwoord; revalideerde, heeft gerevalideerd) 1 weer valide maken.
| Revalideerde | Gerevalideerd
|
RevaloriserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revaloriseerde, heeft gerevaloriseerd; revalorisatie) 1 (een valuta) revalueren.
| Revaloriseerde | Gerevaloriseerd
|
RevaluerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revalueerde, heeft gerevalueerd) 1 herwaarderen 2 (een munteenheid) opwaarderen.
| Revalueerde | Gerevalueerd
|
RevancherenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; revancheerde zich, heeft zich gerevancheerd) 1 revanche nemen.
| Revancheerde | Gerevancheerd
|
RevelerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reveleerde, heeft gereveleerd) 1 openbaren, onthullen.
| Reveleerde | Gereveleerd
|
RevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reefde, heeft gereefd) 1 (een zeil) inkorten.
In Spaans overeenkomend met: Aferrar velas Arrizar, Tomar rizos
| Reefde | Gereefd
|
ReviderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revideerde, heeft gerevideerd) 1 reviseren.
| Revideerde | Gerevideerd
|
RevierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; revierde, heeft gerevierd) 1 (van honden) een terrein afzoeken.
| Revierde | Gerevierd
|
ReviserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reviseerde, heeft gereviseerd) 1 (machines) nazien en zo nodig herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar sHerzien Inspecteren Nakijken Nazien | Reviseerde | Gereviseerd
|
RevitaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revitaliseerde, heeft gerevitaliseerd; revitalisering) 1 opnieuw tot leven brengen, nieuw leven inblazen.
| Revitaliseerde | Gerevitaliseerd
|
RevolterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; revolteerde, heeft gerevolteerd) 1 in opstand komen.
| Revolteerde | Gerevolteerd
|
RevolutionerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; revolutioneerde, heeft gerevolutioneerd) 1 een omwenteling veroorzaken in.
| Revolutioneerde | Gerevolutioneerd
|
ReïncarnerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reïncarneerde, is gereïncarneerd) 1 opnieuw geboren worden in een lichamelijke gestalte.
In Spaans overeenkomend met: Reencarnar
| Reïncarneerde | Gereïncarneerd
|
| Reüsseren | Reüsseerde | Gereüsseerd
|
| Ribbelen | Ribbelde | Geribbeld
|
RibbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ribde, heeft geribd) 1 groeven maken in.
| Ribde | Geribd
|
RichtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; richtte, heeft gericht) 1 (iem.) benaderen, vooral om iets gedaan te krijgen. (werkwoord; richtte, heeft gericht) 1 zich aanpassen. (werkwoord; richtte, heeft gericht) 1 zich concentreren op. (overgankelijk werkwoord; richtte, heeft gericht) 1 (ook absoluut) in een bepaalde richting laten gaan 2 (ook absoluut) (een vuurwapen) instellen op het doel 3 in een rechte lijn brengen 4 sturen.
In Spaans overeenkomend met: Dirigir Asestar ((wapen),(arma)), Encarar ((geweer),(Fusíl)) Enderezar sAanleggen Besturen Dirigeren Mennen Stellen Sturen Wijden Zenden | Richtte | Gericht
|
RidderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ridderde, heeft geridderd) 1 (iem.) tot ridder slaan 2 (iem.) onderscheiden met een ridderorde.
| Ridderde | Geridderd
|
RidiculiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ridiculiseerde, heeft geridiculiseerd) 1 belachelijk maken.
| Ridiculiseerde | Geridiculiseerd
|
RiedelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; riedelde, heeft geriedeld) 1 een riedel spelen.
| Riedelde | Geriedeld
|
RiekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; rook, heeft geroken) 1 (archaïsch) lijken, de gedachte opwekken aan. (onovergankelijk werkwoord; rook, heeft geroken) 1 (formeel) stinken 2 (in België; informeel) ruiken, een bepaalde geur verspreiden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rook, heeft geroken) 1 (in België; informeel) ruiken, waarnemen met de reukzin.
In Spaans overeenkomend met: Despedir olor, Oler sGeuren Ruiken | Rook | Geroken
|
RiemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riemde, heeft geriemd) 1 met een riem vastbinden.
| Riemde | Geriemd
|
RijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rijder) 1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen 2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt 3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan . (overgankelijk werkwoord) 1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig) 2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier) 3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.
In Spaans overeenkomend met: Manejar Rodar Cabalgar, Montar Ir, Ir en vehículo Conducir, Dirigir sChaufferen Gaan Karren Rollen Varen Vervoeren | Reed | Gereden
|
RijenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rijde, heeft gerijd) 1 in, op een rij plaatsen.
| Rijde | Gerijd
|
RijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reeg, heeft geregen) 1 (voorwerpen die doorboord zijn) aan een snoer hechten 2 (iets) met wijde steken vastnaaien 3 (iets) met een snoer dicht- of vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Enhebrar, Ensartar sInsteken | Reeg | Geregen
|
RijmelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rijmelde, heeft gerijmeld; rijmelaar, rijmeling) 1 (verzen) maken zonder dichterlijke waarde.
| Rijmelde | Gerijmeld
|
RijmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rijmde, heeft gerijmd) 1 rijm hebben 2 rijmende verzen maken.
In Spaans overeenkomend met: Conciliar, Mediar Componer
| Rijmde | Gerijmd
|
RijpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rijpte, is gerijpt; rijping) 1 (van vruchten en gewassen) rijp worden 2 (van personen en zaken) tot ontwikkeling komen. (overgankelijk werkwoord; rijpte, heeft gerijpt) 1 rijp maken. (onpersoonlijk werkwoord; rijpte, heeft gerijpt) 1 rijp vertonen.
In Spaans overeenkomend met: Madurar
| Rijpte | Gerijpt
|
RijsttafelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rijsttafelde, heeft gerijsttafeld) 1 rijsttafel eten.
| Rijsttafelde | Gerijsttafeld
|
RijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; reet, heeft gereten) 1 (formeel) scheuren, uit elkaar rukken.
In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Desgajar, Rasgar sScheuren | Reet | Gereten
|
| Rijven | Reef | Gereven
|
RijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rees, is gerezen; rijzing) 1 (formeel) boven de horizon verschijnen 2 opstaan 3 in omvang toenemen 4 zich voordoen.
In Spaans overeenkomend met: Levar Ascender, Ascender a, Ascender al, Montar, Subir, Subir a Abultarse, Hincharse sBeklimmen Bestijgen Klimmen Naar boven gaan Opzetten Opzwellen Stijgen Uitdijen Zwellen | Rees | Gerezen
|
| Rikkekikken | Rikkekikte | Gerikkekikt
|
RikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rikte, heeft gerikt; rikker) 1 een bepaald kaartspel spelen.
| Rikte | Gerikt
|
RikketikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rikketikte, heeft gerikketikt) 1 snel regelmatig tikken.
| Rikketikte | Gerikketikt
|
| Rikkikken | Rikkikte | Gerikkikt
|
RillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rilde, heeft gerild) 1 bibberen van kou, angst of koorts. (overgankelijk werkwoord; rilde, heeft gerild) 1 rillen, groeven aanbrengen in of op.
In Spaans overeenkomend met: Estremecerse, Temblar sBeven Bibberen Huiveren Trillen | Rilde | Gerild
|
RimpelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rimpelde, is gerimpeld; rimpeling) 1 rimpels krijgen 2 (van het water) licht golven. (overgankelijk werkwoord; rimpelde, heeft gerimpeld) 1 rimpels maken in.
In Spaans overeenkomend met: Fruncir, Surcar sFronsen Rimpels doen krijgen | Rimpelde | Gerimpeld
|
RingelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ringelde, heeft geringeld) 1 (een dier) met een ring door de neus of het oor bedwingen.
| Ringelde | Geringeld
|
RingelorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Ringeloorde | Geringeloord
|
RingenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ringde, heeft geringd) 1 ringelen 2 van een ring voorzien.
| Ringde | Geringd
|
RingrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 ringsteken.
| |
|
RingstekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 volksspel waarbij te paard, op een wagen of op de fiets naar een opgehangen ring gestoken wordt.
| |
|
RinkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rinkelde, heeft gerinkeld) 1 een hel klinkend gebroken geluid geven.
In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear sKletteren Klingelen Tingelen | Rinkelde | Gerinkeld
|
RinkelrooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rinkelrooide, heeft gerinkelrooid; rinkelrooier) 1 pierewaaien.
| Rinkelrooide | Gerinkelrooid
|
RinkinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rinkinkte, heeft gerinkinkt) 1 rinkelen.
| Rinkinkte | Gerinkinkt
|
RiolerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rioleerde, heeft gerioleerd; riolering) 1 van een riool of riolen voorzien.
| Rioleerde | Gerioleerd
|
RiposterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; riposteerde, heeft geriposteerd) 1 (schermen) onmiddellijk een tegenstoot toebrengen 2 gevat, snedig antwoorden.
| Riposteerde | Geriposteerd
|
| Rippen | Ripte | Geript
|
RiskenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; riskte, heeft geriskt) 1 (spel) een spelletje risk doen.
| Riskte | Geriskt
|
RiskerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riskeerde, heeft geriskeerd) 1 aan onzekere kansen blootstellen 2 het gevaar lopen van.
In Spaans overeenkomend met: Arriesgar, Aventurar, Exponer sBlootstellen In gevaar brengen Kans lopen Op het spel zetten Risico lopen Risico nemen Verspelen Wagen | Riskeerde | Geriskeerd
|
RissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riste, heeft gerist) 1 risten.
In Spaans overeenkomend met: Quitar, Restar sAfhalen Ritsen Wegnemen | Riste | Gerist
|
RistenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ristte, heeft gerist) 1 tot een ris bijeenvoegen 2 van de ris afnemen.
| Ristte | Gerist
|
RistornerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ristorneerde, heeft geristorneerd) 1 (handel) een foutieve creditpost herstellen door een even grote debetpost te boeken of omgekeerd 2 tegen een vergoeding afzien van een assurantie.
| Ristorneerde | Geristorneerd
|
RitmerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ritmeerde, heeft geritmeerd) 1 een bepaald ritme geven aan iets.
| Ritmeerde | Geritmeerd
|
RitselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ritselde, heeft geritseld; ritseling) 1 een zacht ruisend geluid doen horen. (overgankelijk werkwoord; ritselde, heeft geritseld) 1 op informele wijze regelen.
In Spaans overeenkomend met: Susurrar sMurmelen Ruisen | Ritselde | Geritseld
|
RitsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ritste, heeft geritst) 1 een rits maken in 2 (van gegoten ijzer) met een ritsbeitel een stuk afhakken van.
In Spaans overeenkomend met: Quitar, Restar sAfhalen Rissen Wegnemen | Ritste | Geritst
|
| Ritten | Ritte | Gerit
|
| Ritualiseren | Ritualiseerde | Geritualiseerd
|
| Rivaliseren | Rivaliseerde | Gerivaliseerd
|
RobbedoezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; robbedoesde, heeft gerobbedoesd) 1 wild zijn, druk stoeien.
In Spaans overeenkomend met: Juguetear, Loquear, Retozar sDartelen Stoeien | Robbedoesde | Gerobbedoesd
|
| Robberen | Robberde | Gerobberd
|
RobotiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; robotiseerde, heeft gerobotiseerd; robotisering) 1 (een productieproces) mechaniseren met behulp van robots.
| Robotiseerde | Gerobotiseerd
|
RochelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rochelde, heeft gerocheld; rochelaar) 1 rauw en reutelend hoesten 2 fluimen opgeven.
In Spaans overeenkomend met: Escupir
| Rochelde | Gerocheld
|
| Rock-'n-rollen | Rock-'n-rolde | Gerock-'n-rold
|
RockenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rockte, heeft gerockt; rocker) 1 de rock-'n-roll dansen 2 rock-'n-rollmuziek spelen.
| Rockte | Gerockt
|
RoddelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roddelde, heeft geroddeld; roddelaar) 1 met genoegen praten over anderen, m.n. in ongunstige zin.
In Spaans overeenkomend met: Chismorrear, Chismosear Calumniar, Infamar sBelasteren Kwaadspreken | Roddelde | Geroddeld
|
RodelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rodelde, heeft/is gerodeld) 1 (wintersport) met een slee langs een hellende weg naar beneden glijden.
| Rodelde | Gerodeld
|
RoderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rodeerde, heeft gerodeerd) 1 (in België; informeel) inrijden.
| Rodeerde | Gerodeerd
|
| Roefelen | Roefelde | Geroefeld
|
RoeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roeier) 1 (roeide, heeft/is geroeid) met een roeiboot varen 2 (roeide, heeft geroeid) met de vlerken, de armen zwaaien. (overgankelijk werkwoord; roeide, heeft geroeid) 1 door te roeien vervoeren 2 met de roede de inhoud meten van 3 de hoeveelheid en sterkte van gedistilleerd op fust vaststellen 4 (sport) (een bal) hard wegtrappen.
In Spaans overeenkomend met: Tomar la medida Remar sAfmeten Meten Opmeten Opnemen Uitmeten | Roeide | Geroeid
|
RoekoekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie roekoeën.
| Roekoekte | Geroekoekt
|
RoekoeënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roekoede, heeft geroekoed) 1 het voor duiven kenmerkende geluid laten horen.
In Spaans overeenkomend met: Arrullar sKirren | Roekoede | Geroekoed
|
RoemenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; roemde, heeft geroemd) 1 zich beroemen op, zich verheffen op. (overgankelijk werkwoord; roemde, heeft geroemd) 1 (ook absoluut) bij het kaartspel, (het aantal punten roem) melden 2 de lof verkondigen van.
In Spaans overeenkomend met: Ensalzar Alabar, Elogiar, Encaramar sLof toezwaaien Loven Ophemelen Prijzen | Roemde | Geroemd
|
RoepenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; riep, heeft geroepen) 1 dringend vragen om. (onovergankelijk werkwoord; riep, heeft geroepen) 1 kreten slaken. (overgankelijk werkwoord; riep, heeft geroepen) 1 (ook absoluut) (iets) op luide toon meedelen 2 verzoeken te komen .
In Spaans overeenkomend met: Gritar Aullar, Ulular Invocar, Llamar sGieren Huilen Joelen Schreeuwen | Riep | Geroepen
|
RoerbakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; roerbakte, heeft geroerbakt) 1 (voedsel) al roerende gaar smoren in een wadjan.
| Roerbakte | Geroerbakt
|
RoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roerde, heeft geroerd) 1 (ook absoluut) met draaiende bewegingen vermengen 2 ontroeren . (wederkerend werkwoord; roerde zich, heeft zich geroerd) 1 zich bewegen 2 in opstand komen.
In Spaans overeenkomend met: Agitar, Mover, Remover, Revolver Arremolinarse, Batir sDoorroeren Omroeren | Roerde | Geroerd
|
RoestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (roestte, is geroest) met roest bedekt worden 2 (roestte, is geroest) door roest vast gaan zitten 3 (roestte, heeft geroest) (van kippen) op stok zitten 4 (roestte, heeft geroest) (jacht) (van vliegend wild) rusten of slapen.
In Spaans overeenkomend met: Incrustarse Oxidarse sDoor roest vast gaan zitten Oxideren | Roestte | Geroest
|
RoetenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roette, heeft geroet) 1 roet vormen.
| Roette | Geroet
|
RoetsjenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roetsjte, heeft/is geroetsjt) 1 langs iets afglijden.
| Roetsjte | Geroetsjt
|
RoezemoezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roezemoesde, heeft geroezemoesd) 1 leven maken.
| Roezemoesde | Geroezemoesd
|
RoezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roesde, heeft geroesd) 1 rumoer maken.
| Roesde | Geroesd
|
RoffelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roffelde, heeft geroffeld) 1 een roffel op de trom slaan 2 een roffelend geluid geven of maken. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; roffelde, heeft geroffeld) 1 het ruwe oppervlak afschaven van (hout).
| Roffelde | Geroffeld
|
RokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rookte, heeft gerookt) 1 rook afgeven. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rookte, heeft gerookt) 1 (een sigaret, sigaar, drug) gebruiken door de rook ervan in te ademen en uit te blazen 2 (voedingsmiddelen) in de rook hangen.
In Spaans overeenkomend met: Ahumar Fumar, Humear sSmoken | Rookte | Gerookt
|
RokerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rokeerde, heeft gerokeerd) 1 (spel) de rokade uitvoeren.
In Spaans overeenkomend met: Enrocar
| Rokeerde | Gerokeerd
|
RokkenALLE betekenissen van dit woord: (het; rokkens) 1 de rechtopstaande stok aan een spinnewiel 2 hoeveelheid vlas of wol die op een rokken gewonden is. (overgankelijk werkwoord; rokte, heeft gerokt) 1 (vlas of wol) op een spinrokken winden.
| Rokte | Gerokt
|
RollebollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rollebolde, heeft gerollebold) 1 over de kop rollen 2 (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben.
| Rollebolde | Gerollebold
|
RollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (rolde, is gerold) zich wentelend of op rollen of wielen voortbewegen 2 (rolde, heeft gerold) (van de ogen) ronddraaien in de oogkassen 3 (rolde, is gerold) al rondwentelend vallen 4 (rolde, heeft/is gerold) (van een schip) om zijn lengteas heen en weer bewegen 5 (rolde, heeft gerold) (van geluiden) rommelend, trillend klinken. (overgankelijk werkwoord; rolde, heeft gerold) 1 rondwentelend voortbewegen 2 tot een rol maken 3 wikkelen 4 met een rol platmaken 5 op behendige wijze stelen uit (iemands kleding).
In Spaans overeenkomend met: Rodar Hacer rodar, Rular Liar sRijden Wentelen | Rolde | Gerold
|
| Rolleren | Rolleerde | Gerolleerd
|
RolschaatsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rolschaatste, heeft/is gerolschaatst; rolschaatser) 1 zich op rolschaatsen voortbewegen.
| Rolschaatste | Gerolschaatst
|
RomaniserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; romaniseerde, heeft geromaniseerd; romanisering) 1 (beeldende kunst) zich richten naar Romeinse voorbeelden. (overgankelijk werkwoord; romaniseerde, heeft geromaniseerd) 1 Romaanse of Romeinse invloed laten ondergaan.
| Romaniseerde | Geromaniseerd
|
RomantiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; romantiseerde, heeft geromantiseerd) 1 een romantische voorstelling geven.
| Romantiseerde | Geromantiseerd
|
RomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roomde, heeft geroomd) 1 (van melk) room vormen. (overgankelijk werkwoord; roomde, heeft geroomd) 1 afromen.
In Spaans overeenkomend met: Desnatar sAfromen Ontromen | Roomde | Geroomd
|
RommelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rommelde, heeft gerommeld; rommelaar, rommeling) 1 een dof rollend geluid maken 2 zoekend overhoophalen 3 ondoelmatig handelen 4 frauderen.
| Rommelde | Gerommeld
|
| Rondbabbelen | Babbelde rond | Rondgebabbeld
|
RondbanjerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; banjerde rond, heeft rondgebanjerd) 1 (informeel) rondlopen.
| Banjerde rond | Rondgebanjerd
|
RondbazuinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bazuinde rond, heeft rondgebazuind) 1 (nieuwtjes, berichten) met ophef overal verspreiden.
In Spaans overeenkomend met: Pregonar
| Bazuinde rond | Rondgebazuind
|
| Rondbezorgen | Bezorgde rond | Rondbezorgd
|
| Rondblikken | Blikte rond | Rondgeblikt
|
RondbreienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; breide rond, heeft rondgebreid) 1 (kledingstukken) vervaardigen met een rondbreipen of een rondbreimachine.
| Breide rond | Rondgebreid
|
RondbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht rond, heeft rondgebracht; rondbrenger) 1 (iets) brengen bij elk van de abonnees of betrokkenen.
In Spaans overeenkomend met: Distribuir sDistribueren Verdelen | Bracht rond | Rondgebracht
|
RondbrievenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; briefde rond, heeft rondgebriefd) 1 (pejoratief) rondvertellen.
| Briefde rond | Rondgebriefd
|
RondcirkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; cirkelde rond, heeft rondgecirkeld) 1 in verschillende richtingen vliegen.
| Cirkelde rond | Rondgecirkeld
|
RonddansenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; danste rond, heeft/is rondgedanst) 1 dansend rondspringen.
| Danste rond | Rondgedanst
|
RonddarrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; darde rond, heeft rondgedard) 1 druk en doelloos rondlopen.
| Darde rond | Rondgedard
|
RonddartelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dartelde rond, heeft rondgedarteld) 1 vrolijk rondspringen.
| Dartelde rond | Rondgedarteld
|
RonddelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deelde rond, heeft rondgedeeld) 1 (iets) in een kring uitdelen.
In Spaans overeenkomend met: Repartir sRondgeven Uitdelen Uitreiken Verdelen | Deelde rond | Rondgedeeld
|
| Ronddienen | Diende rond | Rondgediend
|
RonddobberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dobberde rond, heeft rondgedobberd) 1 zonder stuur of koers heen en weer drijven.
| Dobberde rond | Rondgedobberd
|
RonddolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doolde rond, heeft rondgedoold) 1 zonder een bepaald doel dwalend in alle richtingen gaan.
In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar sDolen Dwalen Ronddwalen Waren Zwerven | Doolde rond | Rondgedoold
|
RonddollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dolde rond, heeft rondgedold) 1 uitgelaten rondspringen of spelen.
| Dolde rond | Rondgedold
|
RonddraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide rond, heeft/is rondgedraaid) 1 draaiend om zijn as gaan. (overgankelijk werkwoord; draaide rond, heeft rondgedraaid) 1 in de rondte draaien.
In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Volverse sDraaien Keren Omdraaien Omkeren Omkeren|Zich omkeren Wenden Wentelen Zich omkeren Zwenken | Draaide rond | Rondgedraaid
|
RonddragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; droeg rond, heeft rondgedragen) 1 in de rondte dragen 2 (in België) rondbrengen.
| Droeg rond | Rondgedragen
|
RonddravenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draafde rond, heeft rondgedraafd) 1 zonder bepaald doel in verschillende richtingen draven.
| Draafde rond | Rondgedraafd
|
| Ronddrentelen | Drentelde rond | Rondgedrenteld
|
RonddrijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreef rond, heeft rondgedreven) 1 in alle richtingen drijven.
| Dreef rond | Rondgedreven
|
RonddwalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dwaalde rond, heeft rondgedwaald) 1 dwalen.
In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar sDolen Dwalen Ronddolen Waren Zwerven | Dwaalde rond | Rondgedwaald
|
RondenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rondde, heeft gerond) 1 om of langs een markant punt gaan, varen.
| Rondde | Gerond
|
RondfietsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fietste rond, heeft/is rondgefietst) 1 een fietstochtje maken.
| Fietste rond | Rondgefietst
|
| Rondfladderen | Fladderde rond | Rondgefladderd
|
RondgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging rond, is rondgegaan) 1 in allerlei richtingen gaan 2 bij elke persoon of elk voorwerp uit een groep langsgaan.
In Spaans overeenkomend met: Circular Circundar, Rodear sCirculeren In omloop zijn Omgaan Rouleren Stromen | Ging rond | Rondgegaan
|
RondgevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf rond, heeft rondgegeven) 1 ronddelen.
In Spaans overeenkomend met: Repartir sRonddelen Uitdelen Uitreiken Verdelen | Gaf rond | Rondgegeven
|
| Rondgraaien | Graaide rond | Rondgegraaid
|
RondhangenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hing rond, heeft rondgehangen) 1 doelloos ergens aanwezig zijn.
In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar sDrentelen Flaneren Kuieren Slenteren | Hing rond | Rondgehangen
|
| Rondhollen | Holde rond | Rondgehold
|
RondhuppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; huppelde rond, heeft/is rondgehuppeld) 1 dansend rondspringen.
| Huppelde rond | Rondgehuppeld
|
RondkijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keek rond, heeft rondgekeken) 1 om zich heen kijken, vaak met het doel iets te vinden.
| Keek rond | Rondgekeken
|
RondkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam rond, is rondgekomen) 1 er genoeg aan hebben.
| Kwam rond | Rondgekomen
|
| Rondkruipen | Kroop rond | Rondgekropen
|
RondleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde rond, heeft rondgeleid; rondleider, rondleiding) 1 iem. langs een bepaalde route leiden.
In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar sDe weg wijzen Geleiden Leiden | Leidde rond | Rondgeleid
|
| Rondleuren | Leurde rond | Rondgeleurd
|
RondlopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liep rond, heeft rondgelopen) 1 zitten met, steeds denken aan. (onovergankelijk werkwoord; liep rond, heeft/is rondgelopen) 1 in een kring lopen 2 in allerlei richtingen lopen.
| Liep rond | Rondgelopen
|
RondlummelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lummelde rond, heeft rondgelummeld) 1 rondhangen.
| Lummelde rond | Rondgelummeld
|
RondmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte rond, heeft rondgemaakt) 1 zo bewerken dat iets rond wordt 2 afmaken, zodat men ermee kan werken.
In Spaans overeenkomend met: Redondear sAfronden | Maakte rond | Rondgemaakt
|
RondneuzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; neusde rond, heeft rondgeneusd) 1 overal kijken.
| Neusde rond | Rondgeneusd
|
| Rondploeteren | Ploeterde rond | Rondgeploeterd
|
RondreizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reisde rond, heeft/is rondgereisd) 1 reizend een onbepaald aantal plaatsen bezoeken.
In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de país Recorrer sDoorreizen Rondtrekken Trekken Zwerven | Reisde rond | Rondgereisd
|
RondrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed rond, heeft/is rondgereden) 1 in allerlei richtingen rijden. (overgankelijk werkwoord; reed rond, heeft rondgereden) 1 (iem.) met een voertuig langs allerlei plaatsen brengen.
| Reed rond | Rondgereden
|
RondscharrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scharrelde rond, heeft rondgescharreld) 1 zonder bepaald doel ergens mee bezig zijn of rondlopen.
In Spaans overeenkomend met: Hurgar sWroeten | Scharrelde rond | Rondgescharreld
|
RondschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk rond, heeft rondgeschonken) 1 op de beurt voor een aantal personen iets inschenken.
| Schonk rond | Rondgeschonken
|
RondschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 brief aan de personen van een bepaalde kring.
| Schreef rond | Rondgeschreven
|
RondsjouwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sjouwde rond, heeft/is rondgesjouwd) 1 sjouwend rondlopen met iets. (overgankelijk werkwoord; sjouwde rond, heeft rondgesjouwd) 1 in alle richtingen sjouwen.
| Sjouwde rond | Rondgesjouwd
|
| Rondslaan | Sloeg rond | Rondgeslagen
|
RondslenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slenterde rond, heeft/is rondgeslenterd) 1 zonder haast en zonder bepaald doel rondlopen.
| Slenterde rond | Rondgeslenterd
|
RondslingerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slingerde rond, heeft rondgeslingerd) 1 ordeloos in het rond liggen.
| Slingerde rond | Rondgeslingerd
|
| Rondsloffen | Slofte rond | Rondgesloft
|
RondsluipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloop rond, heeft rondgeslopen) 1 afwisselend in verschillende richtingen sluipen.
| Sloop rond | Rondgeslopen
|
RondsnuffelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; snuffelde rond, heeft rondgesnuffeld) 1 nieuwsgierig speurend rondlopen of doorzoeken.
| Snuffelde rond | Rondgesnuffeld
|
RondspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde rond, heeft rondgespeeld) 1 (sport) (de bal) binnen het eigen elftal laten circuleren.
| Speelde rond | Rondgespeeld
|
| Rondspoken | Spookte rond | Rondgespookt
|
RondspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong rond, heeft rondgesprongen) 1 zich springend in alle richtingen bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Escarcear Caracolear
| Sprong rond | Rondgesprongen
|
RondstralenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; straalde rond, heeft rondgestraald) 1 (radio- en televisiesignalen) uitzenden.
| Straalde rond | Rondgestraald
|
RondstrooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; strooide rond, heeft rondgestrooid) 1 naar alle richtingen strooien 2 (iets) rondvertellen.
In Spaans overeenkomend met: Desparramar sStrooien | Strooide rond | Rondgestrooid
|
RondsturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuurde rond, heeft rondgestuurd) 1 een bepaalde kring laten rondgaan.
In Spaans overeenkomend met: Emitir, Radiar sOmroepen | Stuurde rond | Rondgestuurd
|
RondtastenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tastte rond, heeft rondgetast) 1 met de handen om zich heen tasten.
| Tastte rond | Rondgetast
|
RondtoerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; toerde rond, heeft/is rondgetoerd) 1 voor zijn plezier in een auto enz. rondrijden.
| Toerde rond | Rondgetoerd
|
RondtollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tolde rond, heeft/is rondgetold) 1 als een tol ronddraaien.
| Tolde rond | Rondgetold
|
RondtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok rond, heeft/is rondgetrokken) 1 in een kring of overal heen trekken, reizen.
In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de país sRondreizen Trekken Zwerven | Trok rond | Rondgetrokken
|
RondvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer rond, heeft/is rondgevaren) 1 in allerlei richtingen varen.
| Voer rond | Rondgevaren
|
| Rondventen | Ventte rond | Rondgevent
|
RondvertellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertelde rond, heeft rondverteld) 1 (berichten, praatjes) overal vertellen.
| Vertelde rond | Rondverteld
|
RondvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (vloog rond, heeft/is rondgevlogen) vliegend een kring beschrijven 2 (vloog rond, is rondgevlogen) met grote snelheid in alle richtingen geslingerd worden.
| Vloog rond | Rondgevlogen
|
RondvragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vraagde rond/vroeg rond, heeft rondgevraagd) 1 aan verschillende personen vragen.
| Vroeg rond | Rondgevraagd
|
RondwandelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wandelde rond, heeft/is rondgewandeld) 1 zonder bepaald doel in allerlei richtingen lopen.
| Wandelde rond | Rondgewandeld
|
RondwarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waarde rond, heeft rondgewaard) 1 als een spook rondgaan 2 op verwarde of angstige wijze rondgaan.
| Waarde rond | Rondgewaard
|
RondwentelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wentelde rond, heeft/is rondgewenteld) 1 om zijn as, in het rond wentelen. (overgankelijk werkwoord; wentelde rond, heeft rondgewenteld) 1 om zijn as doen ronddraaien.
| Wentelde rond | Rondgewenteld
|
RondzeilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zeilde rond, heeft/is rondgezeild) 1 zonder bepaalde richting zeilen.
| Zeilde rond | Rondgezeild
|
RondzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond rond, heeft rondgezonden) 1 (iets) naar alle personen van een bepaalde groep zenden.
| Zond rond | Rondgezonden
|
| Rondzien | Zag rond | Rondgezien
|
RondzingenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (techniek) geluidsvorming in een installatie waarbij de uit de luidspreker komende klanken weer worden opgenomen door de microfoon.
| |
|
RondzoemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zoemde rond, heeft rondgezoemd) 1 (van geruchten) verspreid worden, de ronde doen.
| Zoemde rond | Rondgezoemd
|
| Rondzwaaien | Zwaaide rond | Rondgezwaaid
|
RondzwalkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwalkte rond, heeft rondgezwalkt) 1 in allerlei richtingen lopen.
| Zwalkte rond | Rondgezwalkt
|
| Rondzwemmen | Zwom rond | Rondgezwommen
|
| Rondzwermen | Zwermde rond | Rondgezwermd
|
RondzwervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwierf rond, heeft rondgezworven) 1 zwerven in alle richtingen 2 rondslingeren.
| Zwierf rond | Rondgezworven
|
RondzwierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwierde rond, heeft rondgezwierd) 1 met vlugge wendingen zich heen en weer bewegen.
| Zwierde rond | Rondgezwierd
|
RonkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ronkte, heeft geronkt) 1 hevig snurken 2 in diepe slaap zijn 3 (van motoren) een ronkend geluid maken.
In Spaans overeenkomend met: Roncar sKnorren Snorken Snurken | Ronkte | Geronkt
|
RonselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ronselde, heeft geronseld) 1 (iem.) op vaak listige wijze werven.
| Ronselde | Geronseld
|
RooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rooide, heeft gerooid; rooier, rooiing) 1 wortels van gewassen uit de grond halen 2 klaarspelen 3 de loop van straten, grachten enz. bepalen door het afbakenen van een lijn 4 (een graf) ruimen.
In Spaans overeenkomend met: Desenterrar sOpgraven | Rooide | Gerooid
|
RoostenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roostte, heeft geroost) 1 (vruchten, zaden enz.) aan de hitte van vuur blootstellen 2 (techniek) (een erts) verhitten.
| Roostte | Geroost
|
RoosterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roosterde, heeft geroosterd) 1 op het rooster braden 2 gesneden brood door verhitting laten uitdrogen en bruin worden 3 (van de zon) zengen.
In Spaans overeenkomend met: Asar Tostar sBraden Branden Brood roosteren | Roosterde | Geroosterd
|
| Roppen | Ropte | Geropt
|
RoskammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roskamde, heeft geroskamd; roskammer) 1 (een paard) met borstel en kam reinigen 2 (iem.) scherp berispen.
In Spaans overeenkomend met: Almohazar sAfrossen | Roskamde | Geroskamd
|
RossenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roste, heeft/is gerost) 1 hard, woest rijden. (overgankelijk werkwoord; roste, heeft gerost) 1 (een paard) roskammen.
| Roste | Gerost
|
RotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rootte, heeft geroot) 1 (van vlas, hennep) de inwerking van vocht ondergaan. (overgankelijk werkwoord; rootte, heeft geroot; roter) 1 (vlas, hennep) aan aanhoudende inwerking van vocht blootstellen.
In Spaans overeenkomend met: Enriar
| Rootte | Geroot
|
RoterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roteerde, heeft geroteerd; rotatie) 1 wentelen om een as of middelpunt.
| Roteerde | Geroteerd
|
RottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rotte, heeft/is gerot) 1 tot organisch bederf overgaan . (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rotte, heeft gerot) 1 roten.
In Spaans overeenkomend met: Corromperse, Podrir, Pudrir, Pudrirse sBederven Vergaan Verrotten | Rotte | Gerot
|
RotzooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rotzooide, heeft gerotzooid) 1 (informeel) frauderen 2 (informeel) herrie maken 3 (informeel) rommelig, ondoelmatig werken 4 (informeel) een stiekeme verhouding hebben.
| Rotzooide | Gerotzooid
|
RoulerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rouleerde, heeft gerouleerd; roulatie) 1 in omloop zijn, circuleren 2 bij toerbeurt waargenomen worden.
In Spaans overeenkomend met: Circular Turnar sAfwisselen Circuleren In omloop zijn Omwisselen Rondgaan Stromen | Rouleerde | Gerouleerd
|
RouterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; routeerde, heeft gerouteerd; routering) 1 aan de scheepvaart een veilige route voorschrijven.
| Routeerde | Gerouteerd
|
RouwdouwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rouwdouwde, heeft gerouwdouwd; rouwdouwer) 1 op ruwe, ongeïnteresseerde wijze te werk gaan.
| Rouwdouwde | Gerouwdouwd
|
RouwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rouwde, heeft gerouwd) 1 droefheid voelen over iemands dood 2 rouwkleding dragen.
| Rouwde | Gerouwd
|
RouwklagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rouwklaagde, heeft gerouwklaagd) 1 weeklagen over iemands dood.
| Rouwklaagde | Gerouwklaagd
|
RovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; roofde, heeft geroofd) 1 (ook absoluut) (iets) openlijk met geweld wegnemen 2 (iem.) gewelddadig wegvoeren 3 (spel) (de als troef gekeerde kaart) voor de laagste van die kleur inruilen.
In Spaans overeenkomend met: Pillar, Robar sBeroven Buitmaken Plunderen Stropen | Roofde | Geroofd
|
RoyerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; royeerde, heeft geroyeerd; royering) 1 (iem.) als lid van een vereniging schrappen.
In Spaans overeenkomend met: Destituir sOntslaan Ontzetten | Royeerde | Geroyeerd
|
RubricerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rubriceerde, heeft gerubriceerd; rubricator, rubricering) 1 iets of iem. in een rubriek onderbrengen of verdelen 2 de beginletters (in middeleeuwse handschriften en drukken) aanbrengen.
| Rubriceerde | Gerubriceerd
|
RuftenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruftte, heeft geruft) 1 (informeel) boeren en winden laten 2 (informeel) stinken.
| Ruftte | Geruft
|
RugbyenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rugbyde, heeft gerugbyd; rugbyer) 1 rugby spelen.
| Rugbyde | Gerugbyd
|
RuggensteunenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruggensteunde, heeft geruggensteund) 1 steunen in de rug 2 iem. ondersteunen, bijstaan.
In Spaans overeenkomend met: Sostener sDragen Onderhouden Ondersteunen Schoren Schragen | Ruggensteunde | Geruggensteund
|
RugsteunenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie ruggensteunen.
In Spaans overeenkomend met: Apoyar Respaldar sOndersteunen Schragen Steunen Stutten | Rugsteunde | Gerugsteund
|
RuienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruide, heeft geruid) 1 op regelmatige tijden de oude veren, haren verliezen en nieuwe krijgen 2 (van vruchtbomen) de onrijpe vrucht verliezen.
| Ruide | Geruid
|
RuikenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; rook, heeft geroken) 1 de gedachte opwekken aan. (werkwoord; rook, heeft geroken) 1 onderzoeken met het reukzintuig. (onovergankelijk werkwoord; rook, heeft geroken) 1 een bepaalde reuk verspreiden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; rook, heeft geroken) 1 waarnemen met de reukzin.
In Spaans overeenkomend met: Oler, Olfatear, Trascender Despedir olor sGeuren Rieken | Rook | Geroken
|
| Ruilebuiten | Ruilebuitte | Geruilebuit
|
RuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruilde, heeft geruild) 1 verwisselen van staat of toestand. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ruilde, heeft geruild) 1 een of meer voorwerpen in de plaats van andere geven of aannemen.
In Spaans overeenkomend met: Cambiar Permutar, Trocar sInruilen Inwisselen Uitwisselen Verruilen Wisselen | Ruilde | Geruild
|
RuimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruimde, heeft geruimd; ruimer, ruiming) 1 (scheepvaart) (van de wind) met de klok meedraaien. (overgankelijk werkwoord; ruimde, heeft geruimd) 1 plaatsmaken op of in 2 (iets) schoonmaken 3 (iets) van een bepaalde plaats verwijderen 4 (gewassen) snoeien.
In Spaans overeenkomend met: Vaciar Arreglar sInrichten Ledigen Legen Lenzen Lichten Opruimen Regelen Schikken Terechtbrengen Uithalen | Ruimde | Geruimd
|
RuisenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruiste, heeft geruist; ruising) 1 een zacht geluid maken.
In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar Susurrar sBrommen Mompelen Morren Mummelen Murmelen Ritselen | Ruiste | Geruist
|
RuitenALLE betekenissen van dit woord: (de) 1 kleur van het kaartspel: een op een punt gezette rode ruit. (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van geruite stof. (overgankelijk werkwoord; ruitte, heeft geruit) 1 ruiten maken op, in.
| Ruitte | Geruit
|
| Ruitentikken | |
|
| Ruiven | Ruifde | Geruifd
|
| Ruizelen | Ruizelde | Geruizeld
|
RukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rukte, heeft gerukt) 1 kort, hard trekken 2 (informeel) zich aftrekken . (overgankelijk werkwoord; rukte, heeft gerukt) 1 door snel en ruw trekken in de genoemde positie of toestand brengen.
| Rukte | Gerukt
|
RumoerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rumoerde, heeft gerumoerd) 1 rumoer maken.
| Rumoerde | Gerumoerd
|
RunnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; runde, heeft gerund) 1 (informeel) (een zaak, onderneming enz.) exploiteren.
| Runde | Gerund
|
| Russificeren | Russificeerde | Gerussificeerd
|
RustenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; rustte, heeft gerust) 1 als iets bezwarends drukken op. (onovergankelijk werkwoord; rustte, heeft gerust) 1 zich ontspannen door niets te doen of te slapen 2 zich in een rusttoestand bevinden.
In Spaans overeenkomend met: Descansar, Holgar Estribar, Sostenerse Reposar sBegraven liggen Geschraagd worden Leunen Niets doen Staande houden|Zich staande houden Zich staande houden | Rustte | Gerust
|
RuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruwde, heeft geruwd; ruwer) 1 (stoffen) ruw maken.
| Ruwde | Geruwd
|
| Ruziemaken | Maakte ruzie | Ruziegemaakt
|
RuziënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ruziede, heeft geruzied) 1 (formeel) ruzie maken.
In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir sKiften Kijven Krakelen Ruzie maken | Ruziede | Geruzied
|
RuïnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruïneerde, heeft geruïneerd) 1 verwoesten 2 (iem.) zijn vermogen doen verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Arruinar sVerwoesten | Ruïneerde | Geruïneerd
|
RöntgenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; röntgende, heeft geröntgend) 1 m.b.v. röntgenstralen fotograferen.
| Röntgende | Geröntgend
|