Lijst van 11901 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       15 Nov 2011
Última Actualización: 15 Nov 2011

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
TabellariserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tabellariseerde, heeft getabellariseerd)
1 in tabellen verdelen, weergeven.

TabellariseerdeGetabellariseerd
TabernakelenTabernakeldeGetabernakeld
TabulerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tabuleerde, heeft getabuleerd; tabulering)
1 tabellen typen met behulp van een vooraf ingestelde kolombreedte.

TabuleerdeGetabuleerd
TackelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tackelde, heeft getackeld; tackelaar)
1 (sport) (iem.) flink onderuithalen.

In Spaans overeenkomend met: Agredir, Atacar
  sAangrijpen
Aantasten
Aanvallen
Attaqueren
TackeldeGetackeld
Tafeldekken
Tafeldienen
TafelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tafelde, heeft getafeld)
1 aan tafel zitten om te eten.

TafeldeGetafeld
TafeltennissenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tafeltenniste, heeft getafeltennist; tafeltennisser)
1 tafeltennis spelen.

TafeltennisteGetafeltennist
Tai-chiënTai-chiedeGetai-chied
TaillerenTailleerdeGetailleerd
TakelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; takelde, heeft getakeld; takelaar, takeling)
1 (iets) met een takel ophijsen
2 (scheepvaart) (een schip) uitrusten voor de vaart.

TakeldeGetakeld
TakenTaakteGetaakt
TakkenTakteGetakt
TalenTaaldeGetaald
TaliënALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; taliede, heeft getalied)
1 met een talie verplaatsen.

TaliedeGetalied
TalmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; talmde, heeft getalmd; talmer)
1 (formeel) het verrichten van iets uitstellen.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
TalmdeGetalmd
TamboerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tamboerde, heeft getamboerd)
1 (informeel) hameren op, telkens benadrukken.
(onovergankelijk werkwoord; tamboerde, heeft getamboerd; tamboering)
1 trommelen.

TamboerdeGetamboerd
TamboererenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tamboereerde, heeft getamboereerd)
1 (informeel) hameren op, telkens benadrukken.
(onovergankelijk werkwoord; tamboereerde, heeft getamboereerd)
1 trommelen
2 borduren op een in een ring gespannen doek.

TamboereerdeGetamboereerd
TampenTampteGetampt
TamponnerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tamponneerde, heeft getamponneerd)
1 met een tampon dichtstoppen
2 met een kwast een nog natte geverfde oppervlakte bekloppen om ze een gelijkmatig puttig voorkomen te geven.

TamponneerdeGetamponneerd
TandenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tandde, heeft getand; tanding)
1 van tanden voorzien
2 (een zaag) scherpen
3 (houtoppervlakken) met de tandschaaf van fijne ribbetjes voorzien.

TanddeGetand
TandenknarsenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tandenknarste, heeft getandenknarst; tandenknarser)
1 een krakend geluid maken met de tanden door de onderkaak heen en weer te bewegen tegen de bovenkaak.

TandenknarsteGetandenknarst
TandenpoetsenPoetste tandenTandengepoetst
TanenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; taande, is getaand)
1 verzwakken, afnemen.
(overgankelijk werkwoord; taande, heeft getaand)
1 (iets) in taan koken om het duurzamer te maken
2 vaalgeel kleuren.

In Spaans overeenkomend met: Amainar, Decrecer, Disminuir, Menguar
Adobar, Curtir
  sAflopen
Afnemen
Leerlooien
Looien
Minder worden
Slinken
Verflauwen
Verminderen
TaandeGetaand
TankenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tankte, heeft getankt)
1 het brandstofreservoir vullen
2 (schertsend) drinken.

In Spaans overeenkomend met: Echar
Tomar gasolina
TankteGetankt
TantaliserenTantaliseerdeGetantaliseerd
TapdansenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tapdanste, heeft getapdanst)
1 dansen terwijl men met de schoenen op de vloer een ritme tikt.

TapdansteGetapdanst
TapenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tapete, heeft getapet)
1 vastleggen op magneetband.

TapeteGetapet
TappelenTappeldeGetappeld
TappenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tapte, heeft getapt; tapper)
1 (ook absoluut) (een vloeistof) uit een tap laten vloeien
2 schroefdraad aanbrengen in
.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tapper)
1 tapdansen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar salir
Arrancar
Vender
  sLoslaten
Lossen
Ontlokken
Overdoen
Te voorschijn trekken
Trekken
Uithalen
Uitlaten
Verhandelen
Verkopen
Vervreemden
Vieren
Wegdoen
Weglaten
TapteGetapt
TariferenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tarifeerde, heeft getarifeerd; tarifering)
1 tarieven opstellen, naar tarieven indelen.

TarifeerdeGetarifeerd
TarnenTarndeGetarnd
TarrerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tarreerde, heeft getarreerd; tarrering)
1 de tarra vaststellen van.

TarreerdeGetarreerd
TartenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tartte, heeft getart; tarter, tarting)
1 trotseren, zich niet laten afschrikken door
2 voortdurend uitdagen.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar
Arrostrar
  sProvoceren
Tergen
Trotseren
Uitdagen
Uitdagend optreden tegen
Uitlokken
Uittarten
TartteGetart
TassenTasteGetast
TastenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tastte, heeft getast)
1 de hand door de ruimte, langs een voorwerp enz. bewegen om iets te zoeken.
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Tantear
Palpar
  sAftasten
Betasten
Bevoelen
Voelen
TastteGetast
TaterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; taterde, heeft getaterd; tateraar)
1 onaangenaam hard praten
2 (in België, niet algemeen) veel praten.

TaterdeGetaterd
TatoeërenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tatoeëerde, heeft getatoeëerd; tatoeëerder, tatoeëring/tatoeage)
1 in de huid figuren aanbrengen door kleurstoffen erin te prikken.

In Spaans overeenkomend met: Tatuar
TatoeëerdeGetatoeëerd
TaxerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; taxeerde, heeft getaxeerd; taxateur, taxatie)
1 de prijs, waarde, afstand, hoeveelheid enz. van iets schatten, begroten.

In Spaans overeenkomend met: Valorar
Tasar
Apreciar, Estimar, Evaluar, Valuar
  sBegroten
Schatten
Waarderen
TaxeerdeGetaxeerd
TaxiënALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; taxiede, heeft/is getaxied)
1 (van vliegtuigen) zich op de wielen of drijvers over de grond of het water voortbewegen.

TaxiedeGetaxied
TectylerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tectyleerde, heeft getectyleerd)
1 (een auto) behandelen met tectyl.

TectyleerdeGetectyleerd
TeemsenTeemsteGeteemst
TeerlingenTeerlingdeGeteerlingd
TegelzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tegelzetter)
1 het aanbrengen van tegels op een wand.

TegemoetkomenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kwam tegemoet, heeft/is tegemoetgekomen)
1 iem. naderen terwijl hij ook dichterbij komt
2 iem. een concessie doen.

Kwam tegemoetTegemoetgekomen
TegemoetzienZag tegemoetTegemoetgezien
TegenetenAt tegenTegengegeten
TegengaanALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; ging tegen, is tegengegaan)
1 trachten te verhinderen.

Ging tegenTegengegaan
TegenhoudenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; hield tegen, heeft tegengehouden; tegenhouder)
1 beletten voort te gaan
2 verhinderen.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar
Atajar
Estancar
  sBelemmeren
Beletten
Stuiten
Weerstaan
Hield tegenTegengehouden
TegenkomenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kwam tegen, is tegengekomen)
1 ontmoeten
2 (informeel) aantreffen.

In Spaans overeenkomend met: Chocar contra, Dar con, Encontrar, Encontrarse con, Topar
  sAantreffen
Ontmoeten
Tegemoet treden
Treffen
Kwam tegenTegengekomen
TegenlachenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; lachte tegen, heeft tegengelachen)
1 (formeel) toelachen.

Lachte tegenTegengelachen
TegenlopenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; liep tegen, heeft tegengelopen)
1 ongunstig voor iem. lopen.

Liep tegenTegengelopen
TegenmakenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; maakte tegen, heeft tegengemaakt)
1 maken dat iem. tegenzin in iets krijgt, ergens tegen is.

Maakte tegenTegengemaakt
TegenoverstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde tegenover, heeft tegengesteld)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Contraponer, Oponer
  sStellen tegenover
Vergelijken
Stelde tegenoverTegenovergesteld
TegenpratenPraatte tegenTegengepraat
TegenpruttelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; pruttelde tegen, heeft tegengeprutteld)
1 morren tegen een gegeven bevel of opdracht.

Pruttelde tegenTegengeprutteld
TegenslaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sloeg tegen, is tegengeslagen)
1 (in België) tegenzitten.

Sloeg tegenTegengeslagen
TegenspartelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; spartelde tegen, heeft tegengesparteld)
1 tegenstribbelen.

In Spaans overeenkomend met: Oponerse, Resistir
  sTegenstreven
Verzetten|Zich verzetten
Weerstaan
Zich verzetten
Spartelde tegenTegengesparteld
TegenspelenSpeelde tegenTegengespeeld
TegensprekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; sprak tegen, heeft tegengesproken; tegenspreker, tegenspreking)
1 met woorden zich verzetten tegen
2 de waarheid of juistheid van iets ontkennen
3 in tegenspraak zijn met iets.

In Spaans overeenkomend met: Discutir, Objetar
Contradecir, Reponer
Desmentir
Repugnar
  sAanvechten
Bestrijden
Betwisten
In tegenspraak zijn met
Loochenen
Tegenwerpen
Sprak tegenTegengesproken
TegensputterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sputterde tegen, heeft tegengesputterd)
1 (informeel) nijdige, maar machteloze bezwaren uiten tegen iets.

Sputterde tegenTegengesputterd
TegenstaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stond tegen, heeft tegengestaan)
1 onaangenaam zijn, weerstand oproepen
2 (in België; informeel) op een kier staan.

In Spaans overeenkomend met: Asquear, Dar náuseas, Repugnar
Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar
  sAfkeer inboezemen
Ergeren
Tegen de borst stuiten
Vermoeien
Vervelen
Weerzin inboezemen
Stond tegenTegengestaan
TegenstekenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stak tegen, heeft tegengestoken)
1 (in België; informeel) mishagen, tegenstaan.

Stak tegenTegengestoken
TegenstemmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stemde tegen, heeft tegengestemd; tegenstemmer)
1 een afwijzende stem uitbrengen.

Stemde tegenTegengestemd
TegenstrevenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; streefde tegen, heeft tegengestreefd; tegenstrever, tegenstreving)
1 zich verzetten tegen.

In Spaans overeenkomend met: Oponerse, Resistir
  sTegenspartelen
Verzetten|Zich verzetten
Weerstaan
Zich verzetten
Streefde tegenTegengestreefd
TegenstribbelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stribbelde tegen, heeft tegengestribbeld; tegenstribbelaar, tegenstribbeling)
1 zich op kleine schaal verzetten, zwakjes protesteren.

In Spaans overeenkomend met: Respingar
  sVerzetten|Zich verzetten
Zich verzetten
Stribbelde tegenTegengestribbeld
TegenstrijdenStreed tegenTegengestreden
TegensturenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stuurde tegen, heeft tegengestuurd)
1 het stuur in tegengestelde richting draaien.

Stuurde tegenTegengestuurd
TegenvallenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; viel tegen, is tegengevallen)
1 niet aan de gunstige verwachtingen beantwoorden
2 (van de wind) gaan waaien in een ongunstige richting.

In Spaans overeenkomend met: Decepcionar a
Viel tegenTegengevallen
TegenwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; werkte tegen, heeft tegengewerkt; tegenwerker, tegenwerking)
1 werken om iemands streven enz. of het plaatshebben van iets te belemmeren.

In Spaans overeenkomend met: Contrariar, Contrarrestar
  sDwarsbomen
Gekant zijn tegen
Hinderen
Opponeren
Tegen ingaan
Tegenwerpingen maken
Werkte tegenTegengewerkt
TegenwerpenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wierp tegen, heeft tegengeworpen; tegenwerping)
1 (iets) als bezwaar aanvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Contradecir
  sIn tegenspraak zijn met
Tegenspreken
Wierp tegenTegengeworpen
TegenzittenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zat tegen, heeft tegengezeten)
1 niet gunstig zijn.

Zat tegenTegengezeten
TeisterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; teisterde, heeft geteisterd; teisteraar, teistering)
1 door gewelddadig aangrijpen ernstig schaden.

In Spaans overeenkomend met: Azotar
Infestar
Dar con, Dar en
  sGeselen
Halen
Inslaan
Raken
Striemen
Treffen
TeisterdeGeteisterd
TekeergaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ging tekeer, is tekeergegaan)
1 veel lawaai maken.

In Spaans overeenkomend met: Fulminar
  sFulmineren
Razen
Tekeer gaan
Tieren
Ging tekeerTekeergegaan
TekenenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tekende, heeft getekend; tekenaar, tekening)
1 eruitzien als getroffen door een slechte gezondheidstoestand of door zorgen.
(overgankelijk werkwoord; tekende, heeft getekend)
1 (ook absoluut) ondertekenen
2 (ook absoluut) met potlood, krijt, inkt enz. afbeelden
3 schetsen, met woorden een beeld geven van
4 kenmerken, doen kennen.

In Spaans overeenkomend met: Dibujar
Caracterizar
Marcar
Hacer un signo, Indicar
Firmar, Suscribir
  sAanduiden
Aangeven
Aftekenen
Een teken geven
Karakteriseren
Kenmerken
Merken
Onderschrijven
Ondertekenen
Schetsen
Trekken
Typeren
Uittekenen
TekendeGetekend
TekortdoenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; deed tekort, heeft tekortgedaan)
1 onrecht aandoen.

Deed tekortTekortgedaan
Tekortkomen
TekortschietenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; schoot tekort, heeft tekortgeschoten)
1 falen, in gebreke blijven.

Schoot tekortTekortgeschoten
TelebankierenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; telebankierde, heeft getelebankierd)
1 met behulp van moderne communicatiemiddelen handel drijven in geld.

TelebankierdeGetelebankierd
TelefonerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; telefoneerde, heeft getelefoneerd)
1 van de telefoon gebruikmaken.

In Spaans overeenkomend met: Llamar por teléfono, Telefonear
Llamar
  sOpbellen
TelefoneerdeGetelefoneerd
TelegraferenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; telegrafeerde, heeft getelegrafeerd)
1 (berichten) overzenden per telegraaf, een telegram versturen.

In Spaans overeenkomend met: Cablegrafiar
TelegrafeerdeGetelegrafeerd
TelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; teelde, heeft geteeld; teler, teelt)
1 (gewassen) tot ontwikkeling brengen
2 (nieuwe rassen) doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Cultivar
  sAankweken
Bebouwen
Beschaven
Kweken
Verbouwen
TeeldeGeteeld
TelescoperenTelescopeerdeGetelescopeerd
TeleurstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde teleur, heeft teleurgesteld; teleurstelling)
1 (iem.) onthouden of niet doen ondervinden wat iem. verwachtte of wenste.

In Spaans overeenkomend met: Burlar, Decepcionar, Frustrar
  sOntrieven
Stelde teleurTeleurgesteld
TelevisiekijkenKeek televisieTelevisiegekeken
TelewerkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; telewerkte, heeft getelewerkt; telewerker)
1 thuis werken met behulp van een computeraansluiting met het bedrijf.

TelewerkteGetelewerkt
TelewinkelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 boodschappen bestellen via de computer, elektronisch winkelen.

TelexenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; telexte, heeft getelext)
1 per telex overbrengen.

TelexteGetelext
TellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; telde, heeft geteld)
1 rekenen tot.
(onovergankelijk werkwoord; telde, heeft geteld; teller, telling)
1 geldig zijn, meegerekend worden
2 meetellen, van belang of betekenis zijn.
(overgankelijk werkwoord; telde, heeft geteld)
1 (ook absoluut) het aantal bepalen waaruit een hoeveelheid bestaat door getallen in hun natuurlijke volgorde op te noemen
2 hebben, bezitten.

In Spaans overeenkomend met: Calcular
Contar, Enumerar
Tantear ((de punten in een spel),(los puntos en un juego))
  sAantekenen
Aftellen
Berekenen
Calculeren
Neertellen
Rekenen
Uitrekenen
TeldeGeteld
TeloorgaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ging teloor, is teloorgegaan; teloorgang)
1 (formeel) verloren gaan.

Ging teloorTeloorgegaan
TemenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; teemde, heeft geteemd; temer)
1 op zeurderige toon praten.

TeemdeGeteemd
TemmenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; temde, heeft getemd; temmer, temming)
1 (in het wild levende dieren) tam maken
2 (personen of zaken die als opstandig worden gedacht) aan zich onderwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Adiestrar, Amaestrar, Domar, Domeñar
  sAfrichten
Dresseren
TemdeGetemd
TempeestenTempeestteGetempeest
TempelenTempeldeGetempeld
TempenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tempte, heeft getempt)
1 (informeel) temperaturen.

TempteGetempt
TemperaturenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; temperatuurde, heeft getemperatuurd)
1 de temperatuur opnemen van (iem.).

TemperatuurdeGetemperatuurd
TemperenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; temperde, heeft getemperd; tempering)
1 matigen
2 in de juiste verhouding mengen
3 (bij de ijzer- en staalbewerking) de juiste graad van hardheid en veerkrachtigheid aan het metaal geven door verhitting en afkoeling.

In Spaans overeenkomend met: Endurecer, Templar
Mezclar
Atemperar, Pintar al temple, Temperar
  sHarden
Mengen
Mixen
Stalen
Vermengen
Verwarren
TemperdeGetemperd
TemporiserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; temporiseerde, heeft getemporiseerd; temporisering)
1 tot een beter tijdstip uitstellen
2 aan bepaalde tijd binden, over een zeker tijdsverloop uitsmeren
3 (spel; sport) het spel vertragen.

TemporiseerdeGetemporiseerd
TempterenTempteerdeGetempteerd
TenderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tendeerde, heeft getendeerd)
1 (economie) de genoemde strekking of bedoeling hebben
2 zich in genoemde richting ontwikkelen.
(onovergankelijk werkwoord; tenderde, heeft getenderd; tendering)
1 (economie) streven naar een zo hoog mogelijke rente.

TendeerdeGetendeerd
TengelenTengeldeGetengeld
TenietdoenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; deed teniet, heeft tenietgedaan)
1 doen verdwijnen, ongedaan maken.

In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar
  sAfgelasten
Annuleren
Ontbinden
Terugnemen
Deed tenietTenietgedaan
TenietgaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ging teniet, is tenietgegaan)
1 ophouden te bestaan.

Ging tenietTenietgegaan
TennissenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tenniste, heeft getennist; tennisser)
1 tennis spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar al tenis
TennisteGetennist
TentaminerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tentamineerde, heeft getentamineerd; tentaminering)
1 (iem.) een tentamen afnemen.

TentamineerdeGetentamineerd
TenterenTenteerdeGetenteerd
TentoonspreidenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; spreidde tentoon, heeft tentoongespreid; tentoonspreiding)
1 openlijk tonen.

In Spaans overeenkomend met: Exponer
Enseñar, Indicar, Mostrar, Señalar
  sEtaleren
Laten zien
Tonen
Uitkramen
Uitstallen
Uitwijzen
Vertonen
Wijzen
Spreidde tentoonTentoongespreid
TentoonstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde tentoon, heeft tentoongesteld; tentoonsteller, tentoonstelling)
1 ter bezichtiging stellen.

In Spaans overeenkomend met: Impresionar, Presentar
Exhibir, Exponer
  sBelichten
Exposeren
Uiteenzetten
Uitstallen
Stelde tentoonTentoongesteld
TerechtbrengenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; terechtbrenging)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Arreglar
  sInrichten
Opruimen
Regelen
Ruimen
Schikken
Bracht terechtTerechtgebracht
TerechthelpenHielp terechtTerechtgeholpen
TerechtkomenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kwam terecht, is terechtgekomen)
1 op de juiste plaats aankomen
2 toevallig op een bepaalde plaats komen
3 teruggevonden worden
4 in orde komen.

In Spaans overeenkomend met: Recalar
  sAanbelanden
Aanlanden
Kwam terechtTerechtgekomen
TerechtkunnenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kon terecht, heeft terechtgekund)
1 ergens toegang hebben
2 ergens zijn doel kunnen bereiken.

Kon terechtTerechtgekund
TerechtstaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stond terecht, heeft terechtgestaan)
1 als verdachte voor de rechter staan.

Stond terechtTerechtgestaan
TerechtstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde terecht, heeft terechtgesteld; terechtstelling)
1 de doodstraf doen ondergaan.

In Spaans overeenkomend met: Ajusticiar, Ejecutar
  sExecuteren
Ter dood brengen
Stelde terechtTerechtgesteld
TerechtwijzenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wees terecht, heeft terechtgewezen; terechtwijzing)
1 (iem.) op zijn fouten wijzen en hem zeggen hoe hij moet handelen.

In Spaans overeenkomend met: Censurar, Regañar, Reprobar, Reprochar, Vituperar
  sBeknorren
Berispen
Verwijten
Wees terechtTerechtgewezen
TerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; teerde, heeft geteerd)
1 leven van.
(overgankelijk werkwoord; teerde, heeft geteerd)
1 met teer bestrijken.

TeerdeGeteerd
TergenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tergde, heeft getergd; terger, terging)
1 (iem.) provocerend plagen, trachten boos te maken.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar
  sProvoceren
Tarten
Uitdagen
Uitlokken
Uittarten
TergdeGetergd
TerminerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; termineerde, heeft getermineerd; terminatie)
1 (formeel) beëindigen.

TermineerdeGetermineerd
TerneerdrukkenIn Spaans overeenkomend met: Abatir, Deprimir, Desalentar
  sDeprimeren
Neerdrukken
Neerslachtig maken
Drukte terneerTerneergedrukt
TerneerliggenLag terneerTerneergelegen
TerneerslaanSloeg terneerTerneergeslagen
TerneervallenViel terneerTerneergevallen
TerrasserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; terrasseerde, heeft geterrasseerd)
1 (een hellend terrein) in terrassen afdelen om landbouw mogelijk te maken
2 met opgeworpen aarde versterken, ondersteunen.

TerrasseerdeGeterrasseerd
TerroriserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; terroriseerde, heeft geterroriseerd; terrorisatie)
1 door geweld en bedreiging stelselmatig schrik aanjagen.

In Spaans overeenkomend met: Aterrorizar
  sSchrik aanjagen
Verschrikken
TerroriseerdeGeterroriseerd
TerugbekomenBekwam terugTerugbekomen
TerugbellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; belde terug, heeft teruggebeld; terugbeller)
1 telefoneren naar iem. die men eerder opgebeld heeft of door wie men eerder gebeld is.

Belde terugTeruggebeld
TerugbetalenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; betaalde terug, heeft terugbetaald; terugbetaling)
1 (wat geleend of te veel betaald is) betalen.

Betaalde terugTerugbetaald
TerugbezorgenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bezorgde terug, heeft terugbezorgd; terugbezorging)
1 opnieuw in de handen van de eigenaar of afzender brengen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbrengen
Terugsturen
Terugwijzen
Bezorgde terugTerugbezorgd
TerugbladerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; bladerde terug, heeft teruggebladerd)
1 al bladerend teruggaan in een boek, krant of tijdschrift.

Bladerde terugTeruggebladerd
TerugblikkenBlikte terugTeruggeblikt
TerugboekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; boekte terug, heeft teruggeboekt; terugboeking)
1 weer boeken wat reeds afgeboekt was.

Boekte terugTeruggeboekt
TerugbrengenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bracht terug, heeft teruggebracht)
1 weer brengen naar het punt waar iem. of iets vandaan kwam
2 weer in de oorspronkelijke toestand brengen
3 in omvang verminderen
4 herleiden.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugsturen
Terugwijzen
Bracht terugTeruggebracht
TerugbuigenBoog terugTeruggebogen
TerugdeinzenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; deinsde terug, is teruggedeinsd)
1 zich laten afschrikken.
(onovergankelijk werkwoord; deinsde terug, is teruggedeinsd)
1 achteruit gaan.

In Spaans overeenkomend met: Retroceder
  sTeruggaan
Deinsde terugTeruggedeinsd
TerugdenkenIn Spaans overeenkomend met: Acordarse
  sHerdenken
Herinneren|Zich herinneren
Zich herinneren
Dacht terugTeruggedacht
TerugdoenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; deed terug, heeft teruggedaan)
1 weer op zijn vorige plek plaatsen
2 als antwoord of compensatie doen.

In Spaans overeenkomend met: Recompensar
  sBelonen
Lonen
Schadeloos stellen
Vergelden
Deed terugTeruggedaan
TerugdraaienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; draaide terug, heeft teruggedraaid)
1 achteruit draaien
2 ongedaan maken.

In Spaans overeenkomend met: Desdar
  sLosgespen
Losmaken
Draaide terugTeruggedraaid
TerugdrijvenIn Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzándole a retroceder.))
  sAfduwen
Terugduwen
Terugstoten
Dreef terugTeruggedreven
TerugdringenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; drong terug, heeft teruggedrongen)
1 dringen in de richting vanwaar iem. of iets gekomen is
2 beperken in aantal of hoeveelheid.

Drong terugTeruggedrongen
TerugduwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; duwde terug, heeft teruggeduwd)
1 door duwen achteruit doen gaan
2 weer op zijn plaats steken.

In Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzándole a retroceder.))
  sAfduwen
Terugdrijven
Terugstoten
Duwde terugTeruggeduwd
TerugeisenEiste terugTeruggeëist
TerugfluitenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; floot terug, heeft teruggefloten)
1 (sport) (iem.) affluiten voor buitenspel
2 (iem.) te kennen geven dat hij te ver is gegaan
3 (een hond) met een fluitje terugroepen.

Floot terugTeruggefloten
TeruggaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging terug, is teruggegaan)
1 zijn oorsprong vinden in.
(onovergankelijk werkwoord; ging terug, is teruggegaan)
1 achteruit gaan
2 gaan naar de plaats vanwaar men gekomen is.

In Spaans overeenkomend met: Devolverse
Remontar
Revertir, Volver
Retroceder
Retornarse, Tornar
  sOpklimmen
Terugdeinzen
Teruggaan naar
Terugkeren
Teruglopen
Terugtrekken
Weer gaan
Ging terugTeruggegaan
TeruggevenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; gaf terug, heeft teruggegeven)
1 (iets) aan iem. geven wat hij eerder ook had.

In Spaans overeenkomend met: Devolver, Retornar, Tornar
  sHergeven
Reproduceren
Terugzenden
Vergelden
Weergeven
Gaf terugTeruggegeven
TeruggooienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gooide terug, heeft teruggegooid)
1 gooien naar de plaats vanwaar iets gekomen is.

Gooide terugTeruggegooid
TeruggrijpenGreep terugTeruggegrepen
TeruggroetenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; groette terug, heeft teruggegroet)
1 (iem.) groeten als antwoord op een voorafgaande groet.

Groette terugTeruggegroet
TerughalenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; haalde terug, heeft teruggehaald)
1 halen en mee terugnemen
2 in de herinnering terugbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Recuperar
  sHernemen
Herroepen
Terugkrijgen
Terugnemen
Haalde terugTeruggehaald
TerughangenHing terugTeruggehangen
TerughebbenHad terugTeruggehad
TerughoudenIn Spaans overeenkomend met: Retener
  sDetineren
Ophouden
Reserveren
Weerhouden
Hield terugTeruggehouden
TerugjagenJaagde terug, Joeg terugTeruggejaagd
TerugkaatsenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kaatste terug, is teruggekaatst; terugkaatsing)
1 weerkaatsen.
(overgankelijk werkwoord; kaatste terug, heeft teruggekaatst)
1 (iets dat wordt toegeworpen enz.) door een slag laten teruggaan naar het punt van uitgang
2 weerkaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Reflejar
Rebotar ((),(intr. Dicho de la pelota: Botar en la pared después de haber botado en el suelo.))
  sReflecteren
Spiegelen
Weerkaatsen
Weerspiegelen
Kaatste terugTeruggekaatst
TerugkerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; keerde terug, is teruggekeerd)
1 weer gaan in de richting vanwaar iets of iem. gekomen is
2 weer gaan naar het uitgangspunt
3 weer aanwezig zijn, zich weer voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Regresar, Retornarse, Tornar, Volver
  sTeruggaan
Terugkomen
Wederkeren
Wederkomen
Weeromkomen
Keerde terugTeruggekeerd
TerugkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek terug, heeft teruggekeken)
1 een terugblik werpen op.
(onovergankelijk werkwoord; keek terug, heeft teruggekeken)
1 kijken als reactie op iem. die kijkt.

Keek terugTeruggekeken
TerugkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 bij nader inzien toch afzien van.
(werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 opnieuw overwegen.
(onovergankelijk werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 weer in de richting van of op het vertrekpunt komen
2 zich weer vertonen, voordoen
3 nog eens komen
4 (sport) weer een vroeger of beter peil bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Reaparecer
Regresar, Retractarse, Volver
  sHerroepen
Intrekken
Terugkeren
Wederkeren
Wederkomen
Weeromkomen
Kwam terugTeruggekomen
TerugkopenKocht terugTeruggekocht
TerugkoppelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; koppelde terug, heeft teruggekoppeld)
1 (ook absoluut) (ideeën) voorleggen aan de achterban
2 terugschakelen in de vorige toestand.

Koppelde terugTeruggekoppeld
TerugkrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; krabbelde terug, is teruggekrabbeld)
1 onder een belofte of toezegging proberen uit te komen.

In Spaans overeenkomend met: Retirarse
  sAftrekken
De aftocht blazen
Terugtrekken|Zich terugtrekken
Uit de voeten maken|Zich uit de voeten maken
Zich terugtrekken
Zich uit de voeten maken
Krabbelde terugTeruggekrabbeld
TerugkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kreeg terug, heeft teruggekregen)
1 opnieuw in zijn bezit krijgen
2 als antwoord, reactie krijgen
3 (een geleend of te veel betaald bedrag) weer krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Recobrar
Recuperar
  sHernemen
Herroepen
Terughalen
Terugnemen
Kreeg terugTeruggekregen
TerugleggenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; legde terug, heeft teruggelegd)
1 weer op de plaats leggen waar iem. of iets vandaan komt
2 (sport) een achterwaartse pass of voorzet geven.

Legde terugTeruggelegd
TerugleidenLeidde terugTeruggeleid
TeruglezenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; las terug, heeft teruggelezen; teruglezing)
1 herlezen.

Las terugTeruggelezen
TeruglopenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; liep terug, is teruggelopen)
1 achterwaarts lopen
2 achteruitgaan, verminderen
3 weer naar het vertrekpunt lopen.

In Spaans overeenkomend met: Volver
  sTeruggaan
Terugtrekken
Weer gaan
Liep terugTeruggelopen
TerugluisterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; luisterde terug, heeft teruggeluisterd)
1 (een bandopname) terugspoelen en beluisteren.

Luisterde terugTeruggeluisterd
TerugmarcherenMarcheerde terugTeruggemarcheerd
TerugnemenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; nam terug, heeft teruggenomen; terugneming/terugname)
1 (zijn woord, een belofte) intrekken
2 weer in bezit nemen.

In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar
Recuperar
  sAfgelasten
Annuleren
Hernemen
Herroepen
Ontbinden
Tenietdoen
Terughalen
Terugkrijgen
Nam terugTeruggenomen
TerugontvangenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; ontving terug, heeft terugontvangen)
1 weer ontvangen wat men heeft weggestuurd
2 ontvangen wat men geleend, voorgeschoten of bij een betaling te veel gegeven heeft.

Ontving terugTerugontvangen
TerugpakkenPakte terugTeruggepakt
TerugplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; plaatste terug, heeft teruggeplaatst; terugplaatsing)
1 op de vroegere plaats zetten.

Plaatste terugTeruggeplaatst
TerugploegenPloegde terugTeruggeploegd
TerugplooienPlooide terugTeruggeplooid
TerugreizenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; reisde terug, is teruggereisd)
1 de reis terug maken naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Reisde terugTeruggereisd
TerugrekenenRekende terugTeruggerekend
TerugrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; reed terug, heeft/is teruggereden)
1 rijden naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Reed terugTeruggereden
TerugroeienIn Spaans overeenkomend met: Ciar
  sAchteruitroeien
Roeide terugTeruggeroeid
TerugroepenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; riep terug, heeft teruggeroepen; terugroeping)
1 door roepen terug laten komen
2 als antwoord roepen.

Riep terugTeruggeroepen
TerugschakelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schakelde terug, heeft/is teruggeschakeld; terugschakeling)
1 tot een vroeger stadium of tot het uitgangspunt terugbrengen
2 (een auto) in een lagere versnelling laten rijden.

Schakelde terugTeruggeschakeld
TerugscheldenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; schold terug, heeft teruggescholden)
1 schelden tegen iem. door wie men zelf uitgescholden is.

Schold terugTeruggescholden
TerugschietenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; schoot terug, is teruggeschoten)
1 zich snel achteruit bewegen.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schoot terug, heeft teruggeschoten)
1 (een kogel enz.) schieten als antwoord op schoten van iem. anders
2 (sport) (een bal) in tegengestelde richting, of naar de vorige speler spelen.

Schoot terugTeruggeschoten
TerugschoppenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schopte terug, heeft teruggeschopt)
1 achteruit of naar een vorige plaats schoppen
2 (iem.) schoppen als antwoord op een voorafgaande schop.

Schopte terugTeruggeschopt
TerugschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schreef terug, heeft teruggeschreven)
1 (iets) als reactie op een ontvangen brief schrijven.

Schreef terugTeruggeschreven
TerugschrikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; schrikte terug/schrok terug, is teruggeschrikt)
1 bang zijn voor.
(onovergankelijk werkwoord; schrikte terug/schrok terug, is teruggeschrikt)
1 van schrik achteruitgaan.

Schrikte terug, Schrok terugTeruggeschrikt, Teruggeschrokken
TerugschroevenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schroefde terug, heeft teruggeschroefd; terugschroeving)
1 tot een lager niveau terugbrengen
2 ongedaan maken.

Schroefde terugTeruggeschroefd
TerugschuivenSchoof terugTeruggeschoven
TerugslaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 betr. hebben op iets dat voorafgaat.
(onovergankelijk werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 met slaan antwoorden op ontvangen slagen
2 zich met kracht achteruit bewegen of zich bewegen in de richting vanwaar iem. of iets gekomen is.
(overgankelijk werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 weer in de richting slaan vanwaar iets of iem. gekomen is
2 opzij slaan, zodat het daarachter liggende zichtbaar wordt.

In Spaans overeenkomend met: Repulsar
  sAfslaan
Pareren
Terugstoten
Sloeg terugTeruggeslagen
TerugsluizenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; sluisde terug, heeft teruggesluisd; terugsluizing)
1 (monetaire reserve) inzetten in de internationale kringloop.

Sluisde terugTeruggesluisd
TerugsnoeienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; snoeide terug, heeft teruggesnoeid)
1 door snoeien inkorten
2 bezuinigen op.

Snoeide terugTeruggesnoeid
TerugspelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; speelde terug, heeft teruggespeeld)
1 (sport) (een bal) naar eigen doel of de vorige speler toe spelen
2 (iets wat op een geluids- of videoband staat) nog eens afdraaien
.

Speelde terugTeruggespeeld
TerugspoelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; spoelde terug, heeft teruggespoeld; terugspoeler, terugspoeling)
1 in tegengestelde richting, naar de vorige stand spoelen.

In Spaans overeenkomend met: Rebobinar
Spoelde terugTeruggespoeld
TerugspringenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sprong terug, is teruggesprongen)
1 terugwijken
2 springen in de richting, toestand waaruit iem. of iets gekomen is.

Sprong terugTeruggesprongen
TerugstekenStak terugTeruggestoken
TerugstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde terug, heeft teruggesteld; terugstelling)
1 degraderen.

Stelde terugTeruggesteld
TerugstortenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; stortte terug, heeft teruggestort; terugstorter, terugstorting)
1 (geld) weer afdragen dat men op een vroeger tijdstip heeft ontvangen.

Stortte terugTeruggestort
TerugstotenIn Spaans overeenkomend met: Repulsar
Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzándole a retroceder.))
  sAfduwen
Afslaan
Pareren
Terugdrijven
Terugduwen
Terugslaan
Stootte terug, Stiet terugTeruggestoten
TerugstromenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stroomde terug, is teruggestroomd; terugstroming)
1 stromen naar de plaats of in de richting waar iets vandaan is gekomen.

Stroomde terugTeruggestroomd
TerugsturenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stuurde terug, heeft teruggestuurd)
1 weer sturen naar de plaats vanwaar iem. of iets gekomen is
2 als antwoord sturen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugwijzen
Stuurde terugTeruggestuurd
TerugtellenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; telde terug, heeft teruggeteld)
1 van een hoog naar een lager getal tellen.

Telde terugTeruggeteld
TerugtrappenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trapte terug, heeft teruggetrapt)
1 in achterwaartse richting trappen.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trapte terug, heeft teruggetrapt)
1 (iem.) een trap geven als reactie op een trap van iem. anders.

Trapte terugTeruggetrapt
TerugtredenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trad terug, is teruggetreden; terugtreding)
1 achteruit treden
2 zich terugtrekken, aftreden.

Trad terugTeruggetreden
TerugtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trok terug, is teruggetrokken; terugtrekker, terugtrekking)
1 teruggaan.
(overgankelijk werkwoord; trok terug, heeft teruggetrokken)
1 verplaatsen naar vanwaar iets of iem. gekomen is
2 intrekken, terugnemen.
(wederkerend werkwoord; trok zich terug, heeft zich teruggetrokken)
1 zich naar achteren, naar een rustige plaats verwijderen
2 zich onttrekken aan.

In Spaans overeenkomend met: Volver
Retirar
  sIntrekken
Teruggaan
Teruglopen
Verwijderen
Weer gaan
Trok terugTeruggetrokken
TerugvallenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; viel terug, is teruggevallen)
1 op iets of iem. steunen, een beroep doen.
(onovergankelijk werkwoord; viel terug, is teruggevallen)
1 komen in een vroegere toestand
2 weer vallen naar de plaats vanwaar iets of iem. gekomen is
3 naar een ongunstige positie afzakken.

Viel terugTeruggevallen
TerugvarenVoer terugTeruggevaren
TerugvechtenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vocht terug, heeft teruggevochten)
1 een aanval beantwoorden met een tegenaanval.

Vocht terugTeruggevochten
TerugverdienenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; verdiende terug, heeft terugverdiend)
1 verdienen zodat men iets terug kan betalen of geïnvesteerd geld terugkrijgt.

Verdiende terugTerugverdiend
TerugverenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; veerde terug, is teruggeveerd)
1 verend in de vroegere stand terugkeren.

Veerde terugTeruggeveerd
TerugverlangenVerlangde terugTerugverlangd
TerugvertalenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vertaalde terug, heeft terugvertaald; terugvertaling)
1 wat vertaald is weer in de oorspronkelijke taal overbrengen.

Vertaalde terugTerugvertaald
TerugverwachtenVerwachtte terugTerugverwacht
TerugverwijzenVerwees terugTerugverwezen
TerugvindenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vond terug, heeft teruggevonden; terugvinding)
1 (iets dat of iem. die zoek was) vinden
2 opnieuw aantreffen
3 herkennen.

Vond terugTeruggevonden
TerugvliegenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vloog terug, is teruggevlogen)
1 vliegen in de richting of naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Vloog terugTeruggevlogen
TerugvloeienALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vloeide terug, is teruggevloeid; terugvloeiing)
1 terugstromen.

Vloeide terugTeruggevloeid
TerugvluchtenVluchtte terugTeruggevlucht
TerugvoerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd)
1 herleiden.
(werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd)
1 het een als oorzaak van het ander aanwijzen.
(overgankelijk werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd; terugvoering)
1 voeren naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Voerde terugTeruggevoerd
TerugvorderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vorderde terug, heeft teruggevorderd; terugvordering)
1 eisen dat iets weer gegeven wordt aan hem die er recht op heeft.

Vorderde terugTeruggevorderd
TerugvragenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vraagde terug/vroeg terug, heeft teruggevraagd)
1 vragen (iets) terug te geven aan hem die er recht op heeft
2 (iem.) uitnodigen als antwoord op een voorafgaande invitatie.

Vraagde terug, Vroeg terugTeruggevraagd
TerugvurenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vuurde terug, heeft teruggevuurd)
1 schieten als antwoord op voorafgaande schoten.

Vuurde terugTeruggevuurd
TerugwensenWenste terugTeruggewenst
TerugwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; werkte terug, heeft teruggewerkt)
1 effect hebben.
(onovergankelijk werkwoord; werkte terug, heeft teruggewerkt; terugwerking)
1 over een voorafgaand tijdperk van kracht zijn.

Werkte terugTeruggewerkt
TerugwerpenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wierp terug, heeft teruggeworpen)
1 werpen of naar de plaats waar iets of iem. vandaan komt.

Wierp terugTeruggeworpen
TerugwijkenWeek terugTeruggeweken
TerugwijzenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wees terug, heeft teruggewezen; terugwijzing)
1 door wijzen weer doen gaan naar de plaats vanwaar iets of iem. is gekomen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Rehusar
  sAfkeuren
Afwijzen
Heruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugsturen
Vertikken
Weigeren
Wees terugTeruggewezen
TerugwinnenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; won terug, heeft teruggewonnen; terugwinning)
1 weer in zijn bezit krijgen
2 (een verloren gegane stof, gebruikt materiaal) door een bewerking opnieuw winnen of beschikbaar krijgen.

Won terugTeruggewonnen
TerugzakkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zakte terug, is teruggezakt)
1 naar beneden, achteruit zakken, achteruitgaan in prestatie.

Zakte terugTeruggezakt
TerugzeggenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zegde terug/zei terug, heeft teruggezegd)
1 zeggen in antwoord op.

Zegde terug, Zei terugTeruggezegd
TerugzendenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zond terug, heeft teruggezonden; terugzending)
1 terugsturen, weer zenden naar de plaats vanwaar iem. of iets gekomen is
2 terugsturen, als antwoord sturen.

In Spaans overeenkomend met: Retornar, Tornar
  sTeruggeven
Zond terugTeruggezonden
TerugzettenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zette terug, heeft teruggezet; terugzetting)
1 achteruit zetten
2 weer zetten op de plaats vanwaar iets of iem. gekomen is
3 (personen) een minder belangrijke plaats geven.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sVerhaasten
Vervroegen
Zette terugTeruggezet
TerugzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag terug, heeft teruggezien)
1 terugblikken.
(overgankelijk werkwoord; zag terug, heeft teruggezien)
1 weer zien, na voorafgegane verwijdering of scheiding.

Zag terugTeruggezien
TerugzinkenZonk terugTeruggezonken
TerugzoekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zocht terug, heeft teruggezocht)
1 weer proberen te vinden, weer opzoeken.

Zocht terugTeruggezocht
TerugzwemmenZwom terugTeruggezwommen
TestenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; testte, heeft getest; tester)
1 aan een test onderwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Ensayar
  sAanpassen
Beproeven
Passen
Proberen
Toetsen
Uitproberen
TestteGetest
TesterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; testeerde, heeft getesteerd)
1 bij testamentaire beschikking vermaken.

TesteerdeGetesteerd
TetterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tetterde, heeft getetterd; tetteraar, tettering)
1 (informeel) luid en druk praten
2 (informeel) sterkedrank drinken
3 (informeel) muziek maken op blaasinstrumenten.

TetterdeGetetterd
TeugelenTeugeldeGeteugeld
TeutenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; teutte, heeft geteut; teuter)
1 (pejoratief) treuzelen.

TeutteGeteut
TeuterenTeuterdeGeteuterd
TevredenstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde tevreden, heeft tevredengesteld; tevredenstelling)
1 reden tot tevredenheid geven.

Stelde tevredenTevredengesteld
TeweegbrengenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bracht teweeg, heeft teweeggebracht)
1 veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Causar, Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas)), Instigar, Maquinar, Ocasionar, Producir
Dar a luz, Engendrar, Parir
Dar lugar a, Ocasionar
  sAandoen
Aanrichten
Baren
Beleggen
Berokkenen
Bevallen
Het leven schenken
Houden
Stichten
Toebrengen
Uitschrijven
Veroorzaken
Voortbrengen
Bracht teweegTeweeggebracht
TewerkstellenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stelde tewerk, heeft tewerkgesteld; tewerkstelling)
1 werk geven.

In Spaans overeenkomend met: Tomar a sueldo
  sAannemen
Aanwerven
Huren
In dienst nemen
Stelde tewerkTewerkgesteld
TezenTeesdeGeteesd
TheedrinkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; dronk thee, heeft theegedronken)
1 de thee gebruiken.

Dronk theeTheegedronken
ThematiserenThematiseerdeGethematiseerd
TheologiserenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; theologiseerde, heeft getheologiseerd)
1 over theologische onderwerpen redeneren.

TheologiseerdeGetheologiseerd
TheoretiserenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; theoretiseerde, heeft getheoretiseerd; theoretisering)
1 theoretisch redeneren.

In Spaans overeenkomend met: Teorizar
TheoretiseerdeGetheoretiseerd
ThuisbankierenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; thuisbankierde, heeft thuisgebankierd)
1 bankzaken thuis verrichten en afwikkelen.

ThuisbezorgenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bezorgde thuis, heeft thuisbezorgd; thuisbezorger, thuisbezorging)
1 aan huis bezorgen.

Bezorgde thuisThuisbezorgd
ThuisblijvenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; bleef thuis, is thuisgebleven; thuisblijver)
1 in huis blijven.

Bleef thuisThuisgebleven
ThuisbrengenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bracht thuis, heeft thuisgebracht)
1 naar of aan huis brengen
2 zich herinneren wie iem. of wat iets is.

Bracht thuisThuisgebracht
ThuishalenHaalde thuisThuisgehaald
ThuishorenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; hoorde thuis, heeft thuisgehoord)
1 ergens zijn geëigende plaats hebben.

Hoorde thuisThuisgehoord
ThuishoudenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; hield thuis, heeft thuisgehouden)
1 in huis houden.

Hield thuisThuisgehouden
ThuiskomenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kwam thuis, is thuisgekomen)
1 in zijn huis komen.

Kwam thuisThuisgekomen
ThuiskrijgenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Kreeg thuisThuisgekregen
ThuislatenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; liet thuis, heeft thuisgelaten)
1 niet meebrengen.

Liet thuisThuisgelaten
ThuisliggenLag thuisThuisgelegen
ThuiswerkenWerkte thuisThuisgewerkt
ThuiszittenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; zat thuis, heeft thuisgezeten; thuiszitter)
1 thuisblijven.

Zat thuisThuisgezeten
TichelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tichelde, heeft geticheld)
1 (ook absoluut) tichels vormen en bakken
2 met tichels bedekken.

TicheldeGeticheld
TierelierenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tierelierde, heeft getierelierd)
1 een opgewekt geluid laten horen.

TierelierdeGetierelierd
TierenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tierde, heeft getierd)
1 tekeergaan
2 welig groeien.

In Spaans overeenkomend met: Fulminar
Prosperar
  sBloeien
Floreren
Fulmineren
Gedijen
Razen
Tekeer gaan
Tekeergaan
Vooruitkomen
Welvaren
TierdeGetierd
TijdrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 een proces opzettelijk vertragen om daar vervolgens van te profiteren, bv. bij een sportwedstrijd.

Rekte tijdTijdgerekt
TijdrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tijdrit)
1 het rijden van een tijdrit.

TijgenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toog, is getogen)
1 (archaïsch) gaan, zich begeven.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir
  sOp weg gaan
Opstappen
Weggaan
ToogGetogen
TijgerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tijgerde, heeft/is getijgerd)
1 (militair, leger) als een tijger sluipen.

TijgerdeGetijgerd
TikkelenTikkeldeGetikkeld
TikkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tikte, heeft getikt)
1 een of meer keren een niet harde slag of klap geven
2 typen
.

In Spaans overeenkomend met: Escribir a máquina, Mecanografiar, Teclear
  sMachineschrijven
Typen
TikteGetikt
TiktakkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tiktakte, heeft getiktakt)
1 het geluid tiktak voortbrengen.

TiktakteGetiktakt
TillenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tilde, heeft getild)
1 (ook absoluut) optillen, opheffen
2 oplichten, afzetten.

In Spaans overeenkomend met: Elevar
Alzar, Levantar
  sBeuren
Heffen
Omhoogtrekken
Ophalen
Opheffen
Oprichten
Verheffen
Verhogen
TildeGetild
TimenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; timede, heeft getimed)
1 (ook absoluut) instellen op het juiste tijdstip, volgens een vast tijdschema laten verlopen
2 de tijdsduur opmeten van.

TimedeGetimed
TimmerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; timmerde, heeft getimmerd; timmeraar, timmering)
1 (een houten constructie) bouwen met behulp van hamer, zaag enz.
2 slaan
.

In Spaans overeenkomend met: Carpintear
  sBouwen
Opbouwen
TimmerdeGetimmerd
TingelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tingelde, heeft getingeld)
1 (ook absoluut) een reeks korte, heldere geluiden voortbrengen
2 tengels aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear
  sKletteren
Klingelen
Rinkelen
TingeldeGetingeld
TinkelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tinkelde, heeft getinkeld; tinkeling)
1 een reeks van korte, fijne en scherpe geluiden voortbrengen.

TinkeldeGetinkeld
TinkenTinkteGetinkt
TintelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tintelde, heeft getinteld; tinteling)
1 snel achtereen geprikkeld worden
2 in een snelle wisseling helder en minder helder licht afstralen.

In Spaans overeenkomend met: Destellar
Espumar
  sBruisen
Flikkeren
Fonkelen
Schuimen
TinteldeGetinteld
TintelogenIn Spaans overeenkomend met: Guiñar el ojo, Pestañear
  sKnipogen
Knipperen
Pinken
TinteloogdeGetinteloogd
TintenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tintte, heeft getint)
1 een tint geven.

In Spaans overeenkomend met: Matizar
  sNuanceren
Schakeren
TintteGetint
TippelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tippelaar)
1 (tippelde, heeft/is getippeld) lopen met korte, vlugge pasjes
2 (tippelde, heeft getippeld) (van prostituees) klanten werven op straat.

In Spaans overeenkomend met: Pasear
  sAan de wandel zijn
Lopen
Wandelen
TippeldeGetippeld
TippenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tipte, heeft getipt)
1 licht aanraken.
(overgankelijk werkwoord; tipte, heeft getipt)
1 (ook absoluut) (iem.) een inlichting geven
2 (ook absoluut) (iem.) een fooi geven
3 (ook absoluut) (iem.) als vermoedelijke winnaar opgeven bij wedstrijden, verkiezingen enz.
4 de uiteinden verwijderen van
5 (wagens, lorries) door omkiepen legen in een schip e.d.

TipteGetipt
TiraillerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tirailleerde, heeft getirailleerd)
1 (militair, leger) in verspreide gevechtsorde strijden.

TirailleerdeGetirailleerd
TiranniserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tiranniseerde, heeft getiranniseerd; tirannisering)
1 op gewelddadige wijze overheersen.

In Spaans overeenkomend met: Tiranizar
TiranniseerdeGetiranniseerd
TirasserenTirasseerdeGetirasseerd
TitelenTiteldeGetiteld
TitrerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; titreerde, heeft getitreerd)
1 (scheikunde) het gehalte van een zekere oplossing bepalen door er uit een buret een andere oplossing met bekende titer bij te druppelen.

TitreerdeGetitreerd
TitulerenTituleerdeGetituleerd
TiërcerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tiërceerde, heeft getiërceerd; tiërcering)
1 tot op één derde verminderen.

TiërceerdeGetiërceerd
TjangelenTjangeldeGetjangeld
TjappenTjapteGetjapt
TjilpenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tjilpte, heeft getjilpt)
1 een piepend geluid geven, als vogels.

In Spaans overeenkomend met: Gorjear, Piar
  sKwetteren
Piepen
Sjilpen
TjilpteGetjilpt
TjingelenTjingeldeGetjingeld
TjirpenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tjirpte, heeft getjirpt)
1 een fijn trillend geluid maken, lijkend op dat van een krekel.

TjirpteGetjirpt
TjoempenTjoempteGetjoempt
TjoepenTjoepteGetjoept
TjokkenTjokteGetjokt
ToastenToastteGetoast
Tobbedansen
TobbenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tobde, heeft getobd; tobber)
1 voortdurend met zorg vervuld zijn
2 sukkelen, ploeteren.

TobdeGetobd
TochtenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 tocht doorlaten.
(onpersoonlijk werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 trekken, circuleren van een koude luchtstroom.

TochtteGetocht
Toe-eigenenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; eigende zich toe, heeft zich toegeëigend; toe-eigening)
1 tot zijn eigendom maken.

Eigende toeToegeëigend
ToebedelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bedeelde toe, heeft toebedeeld; toebedeling)
1 als deel toewijzen, geven.

Bedeelde toeToebedeeld
ToebedenkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bedacht toe, heeft toebedacht)
1 toedenken.

Bedacht toeToebedacht
ToebehorenALLE betekenissen van dit woord:
(het; toebehoren)
1 al wat tot iets behoort.
(onovergankelijk werkwoord; behoorde toe, heeft toebehoord)
1 het eigendom zijn van.

In Spaans overeenkomend met: Pertenecer, Pertenecer a, Ser de
Respectar
  sAangaan
Behoren
Behoren tot
Betreffen
Raken
Toebehoren aan
Toekomen aan
Behoorde toeToebehoord
ToebereidenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bereidde toe, heeft toebereid; toebereiding)
1 gereed maken voor een zeker doel
2 (formeel) (voedsel of drank) klaarmaken.

In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Adobar
Acondicionar, Preparar
  sAanmaken
Bereiden
Gereedmaken
In gereedheid brengen
Klaarmaken
Voorbereiden
Bereidde toeToebereid
ToebijtenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; beet toe, heeft toegebeten)
1 (iets) kortaf tegen iem. zeggen.

Beet toeToegebeten
ToebindenBond toeToegebonden
ToeblaffenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; blafte toe, heeft toegeblaft)
1 toesnauwen.

Blafte toeToegeblaft
ToebrengenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; bracht toe, heeft toegebracht; toebrenger, toebrenging)
1 bezorgen, berokkenen.

In Spaans overeenkomend met: Dar, Infligir
Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas))
  sAandoen
Aangeven
Aanrichten
Berokkenen
Geven
Opbrengen
Teweegbrengen
Toekennen
Verlenen
Veroorzaken
Bracht toeToegebracht
ToebrullenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; brulde toe, heeft toegebruld)
1 hard toeschreeuwen.

Brulde toeToegebruld
ToebuigenBoog toeToegebogen
ToedammenDamde toeToegedamd
ToedekkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; dekte toe, heeft toegedekt; toedekking)
1 beschermend, met een deken bedekken.

In Spaans overeenkomend met: Arropar
Cubrir, Tapar
  sBedekken
Beleggen
Dekken
Dekte toeToegedekt
ToedelenIn Spaans overeenkomend met: Impartir
  sToekennen
Deelde toeToegedeeld
ToedenkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; dacht toe, heeft toegedacht)
1 bestemmen voor
2 iem. tot iets in staat achten of in het bezit van iets veronderstellen.

Dacht toeToegedacht
ToedichtenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; dichtte toe, heeft toegedicht; toedichting)
1 ten onrechte iem. als de maker, de bezitter aanmerken.

In Spaans overeenkomend met: Atribuir
Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toekennen
Toerekenen
Toeschrijven
Wijten
Dichtte toeToegedicht
ToedienenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; diende toe, heeft toegediend; toediener, toediening)
1 geven.

In Spaans overeenkomend met: Propinar ((oorvijg, pak slaag, schop),(bofetada, paliza, patada))
Administrar, Largar ((klap))
  sAdministreren
Beheren
Besturen
Geven
Diende toeToegediend
ToedijkenDijkte toeToegedijkt
ToedoenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
¶ alleen in verbindingen.
(overgankelijk werkwoord; deed toe, heeft toegedaan)
1 dichtdoen.

In Spaans overeenkomend met: Cerrar
  sDichtdoen
Dichtmaken
Deed toeToegedaan
ToedraaienDraaide toeToegedraaid
ToedragenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; droeg toe, heeft toegedragen)
1 vervuld zijn met (bep. gevoelens).
(wederkerend werkwoord; droeg zich toe, heeft zich toegedragen)
1 gebeuren, in zijn werk gaan.

Droeg toeToegedragen
ToedrinkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; dronk toe, heeft toegedronken; toedrinking)
1 een dronk uitbrengen op (iem.).

Dronk toeToegedronken
ToedrukkenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Drukte toeToegedrukt
ToefluisterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; fluisterde toe, heeft toegefluisterd; toefluistering)
1 al fluisterend tot iem. zeggen.

Fluisterde toeToegefluisterd
ToegaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; ging toe, is toegegaan)
1 gebeuren
2 (archaïsch) dichtgaan.

Ging toeToegegaan
ToegevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gaf toe, heeft toegegeven)
1 geen weerstand bieden aan.
(onovergankelijk werkwoord; gaf toe, heeft toegegeven; toegeving)
1 tegemoetkomend, meegaand zijn voor.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gaf toe, heeft toegegeven)
1 ongaarne als waar of juist erkennen
2 extra geven.

In Spaans overeenkomend met: Admitir
Añadir
Ceder
Acceder, Acordar, Consentir
Reconocer
Confesar, Declarar
  sAanbrengen
Afstaan
Bekennen
Bijdoen
Bijmengen
Bijvoegen
Erkennen
Goedvinden
Het eens zijn
Toestemmen
Toevoegen
Wijken
Gaf toeToegegeven
ToegooienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; gooide toe, heeft toegegooid)
1 in iemands richting gooien
2 dichtgooien.

Gooide toeToegegooid
ToegrendelenGrendelde toeToegegrendeld
ToegrijnzenGrijnsde toeToegegrijnsd
ToegrijpenGreep toeToegegrepen
ToegroeienGroeide toeToegegroeid
ToehalenHaalde toeToegehaald
ToehappenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; hapte toe, heeft toegehapt)
1 met graagte aannemen.

Hapte toeToegehapt
ToehorenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; hoorde toe, heeft toegehoord; toehoorder)
1 oplettend luisteren
2 toebehoren.

In Spaans overeenkomend met: Escuchar
  sAanhoren
Beluisteren
Luisteren
Toeluisteren
Hoorde toeToegehoord
ToejuichenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; juichte toe, heeft toegejuicht; toejuiching)
1 bejubelen
2 ingenomen zijn met.

In Spaans overeenkomend met: Aclamar, Palmear, Vitorear
Aplaudir
  sAdhesie betuigen
Applaudisseren
Bejubelen
Bij acclamatie benoemen tot
Klappen
Uitroepen tot
Zijn bijval betuigen
Juichte toeToegejuicht
ToekaatsenKaatste toeToegekaatst
ToekennenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kende toe, heeft toegekend; toekenner, toekenning)
1 van oordeel zijn dat een persoon of zaak iets bezit of toekomt
2 verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Impartir
Achacar, Atribuir
Dar
Conceder, Conferir, Otorgar
  sAangeven
Geven
Inwilligen
Opbrengen
Toebrengen
Toedelen
Toedichten
Toeschrijven
Toestaan
Verlenen
Kende toeToegekend
ToekerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; keerde toe, heeft toegekeerd; toekering)
1 keren of wenden tot, naar.

Keerde toeToegekeerd
ToekijkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; keek toe, heeft toegekeken; toekijker)
1 naar iets kijken zonder er aan deel te nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar
Mirar
  sBekijken
Blikken
Gadeslaan
Kijken
Kijken naar
Observeren
Schouwen
Toezien
Waarnemen
Keek toeToegekeken
ToeknijpenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; kneep toe, heeft toegeknepen)
1 knijpend dichtmaken.

Kneep toeToegeknepen
ToeknikkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; knikte toe, heeft toegeknikt)
1 een teken met het hoofd van instemming, begroeting e.d. in de richting van iets of iem. maken.

Knikte toeToegeknikt
ToeknopenKnoopte toeToegeknoopt
ToekomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 bereiken.
(werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 rondkomen.
(onovergankelijk werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 (formeel) rechtmatig toebehoren
2 (in België, niet algemeen) aankomen
.

In Spaans overeenkomend met: Merecer
  sVerdienen
Waard zijn
Waardig zijn
Kwam toeToegekomen
ToekunnenKon toeToegekund
ToelachenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; lachte toe, heeft toegelachen)
1 lachend aankijken
2 (van zaken) aantrekken, begerenswaardig voorkomen
.

In Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar, Seducir
  sAanlokken
Aantrekken
Bekoren
Trekken
Verlekkeren
Lachte toeToegelachen
ToelakkenLakte toeToegelakt
ToelatenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; liet toe, heeft toegelaten; toelating)
1 toestaan
2 binnenlaten
3 toegang verlenen ergens aan deel te nemen.

In Spaans overeenkomend met: Admitir, Caber
Comportar, Permitir
Tolerar
  sAannemen
Aanzien
Accepteren
Dulden
Gedogen
Niet beletten
Ontvangen
Permitteren
Pikken
Toestaan
Tolereren
Velen
Verdragen
Vergunnen
Veroorloven
Liet toeToegelaten
ToeleggenLegde toeToegelegd
ToelevenLeefde toeToegeleefd
ToeleverenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; leverde toe, heeft toegeleverd; toelevering)
1 onderdelen, materiaal verschaffen aan een bedrijf, fabrikant enz.

Leverde toeToegeleverd
ToelichtenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; lichtte toe, heeft toegelicht; toelichting)
1 duidelijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Desarrollar, Explicar
  sBeduiden
Uiteenzetten
Uitleggen
Verklaren
Lichtte toeToegelicht
ToelonkenLonkte toeToegelonkt
ToelopenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; liep toe, is toegelopen)
1 uitlopen, eindigen
.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toeschieten
Toesnellen
Liep toeToegelopen
ToeluisterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; luisterde toe, heeft toegeluisterd)
1 aandachtig toehoren.

In Spaans overeenkomend met: Escuchar
  sAanhoren
Beluisteren
Luisteren
Toehoren
Luisterde toeToegeluisterd
ToemakenMaakte toeToegemaakt
ToemetenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; mat toe, heeft toegemeten; toemeting)
1 door af- of uitmeten doen toekomen, verschaffen.

Mat toeToegemeten
ToemetselenMetselde toeToegemetseld
ToemetsenMetste toeToegemetst
ToenaaienNaaide toeToegenaaid
ToenagelenNagelde toeToegenageld
ToenemenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; nam toe, is toegenomen; toeneming/toename)
1 groter worden.

In Spaans overeenkomend met: Crecer
Aumentar
Prevalecer
  sAangroeien
Aanwassen
Gedijen
Groeien
Stijgen
Wassen
Nam toeToegenomen
ToenijpenNeep toeToegenepen
ToepassenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; paste toe, heeft toegepast; toepassing)
1 gebruiken
2 in praktijk brengen.

In Spaans overeenkomend met: Aplicar, Emplear
Utilizar
  sAanwenden
Doorvoeren
In toepassing brengen
Paste toeToegepast
ToepenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toepte, heeft getoept)
1 een kaartspel spelen met vier kaarten per speler, waarbij de laatste slag beslissend is.

ToepteGetoept
ToeplakkenPlakte toeToegeplakt
ToepleisterenPleisterde toeToegepleisterd
ToeplooienPlooide toeToegeplooid
ToeprangenPrangde toeToegeprangd
ToereikenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; reikte toe, heeft toegereikt)
1 aanreiken
2 verschaffen.

In Spaans overeenkomend met: Bastar, Ser suficiente
Alargar, Transferir
  sAangeven
Aanreiken
Afdragen
Genoeg zijn
Overgeven
Toereikend zijn
Voldoen
Voldoende zijn
Volstaan
Reikte toeToegereikt
ToerekenenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; rekende toe, heeft toegerekend; toerekening)
1 aanrekenen, ten laste leggen
2 toeschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toedichten
Toeschrijven
Wijten
Rekende toeToegerekend
ToerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toerde, heeft/is getoerd)
1 reizen voor het plezier, een ritje maken
2 een rondreis, tournee maken.

ToerdeGetoerd
ToernooienToernooideGetoernooid
ToeroepenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; riep toe, heeft toegeroepen)
1 naar iem. roepen.

Riep toeToegeroepen
ToerollenRolde toeToegerold
ToerustenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; rustte toe, heeft toegerust; toerusting)
1 iets of iem. voorzien van wat nodig is.

In Spaans overeenkomend met: Equipar
  sUitrusten
Rustte toeToegerust
ToeschietenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; schoot toe, is toegeschoten)
1 snel naderbij komen.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toelopen
Toesnellen
Schoot toeToegeschoten
ToeschijnenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; scheen toe, heeft toegeschenen)
1 de indruk maken die genoemd wordt.

In Spaans overeenkomend met: Antojarse, Parecer
  sLijken
Overkomen
Schijnen
Voorkomen
Scheen toeToegeschenen
ToeschoppenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schopte toe, heeft toegeschopt)
1 met een schoppende voetbeweging in iemands richting brengen.

Schopte toeToegeschopt
ToeschouwenIn Spaans overeenkomend met: Ser espectador
  sToeschouwer zijn
Schouwde toeToegeschouwd
ToeschreeuwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schreeuwde toe, heeft toegeschreeuwd)
1 (iets) schreeuwen naar iem.

Schreeuwde toeToegeschreeuwd
ToeschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schreef toe, heeft toegeschreven; toeschrijving)
1 beschouwen als oorzaak, eigenaar, maker of verantwoordelijke van.

In Spaans overeenkomend met: Atribuir
Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toedichten
Toekennen
Toerekenen
Wijten
Schreef toeToegeschreven
ToeschroeienIn Spaans overeenkomend met: Foguear
  sDoodbranden
Uitbranden
Schroeide toeToegeschroeid
ToeschroevenSchroefde toeToegeschroefd
ToeschuivenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; schoof toe, heeft toegeschoven)
1 schuivend naar iem. of iets toe bewegen
2 (geld) heimelijk geven.

Schoof toeToegeschoven
ToeslaanALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; sloeg toe, heeft toegeslagen)
1 van de gunstige gelegenheid profiteren.
(overgankelijk werkwoord; sloeg toe, heeft toegeslagen)
1 met een slag sluiten
2 in iemands richting slaan.

Sloeg toeToegeslagen
ToesluitenSloot toeToegesloten
ToesmakkenSmakte toeToegesmakt
ToesmijtenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; smeet toe, heeft toegesmeten)
1 hard werpen naar
2 snauwend, ruzieachtig te verstaan geven
3 krachtig, ruw dichtslaan.

Smeet toeToegesmeten
ToesnauwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; snauwde toe, heeft toegesnauwd)
1 op ruwe, bitse manier zeggen tot.

Snauwde toeToegesnauwd
ToesnellenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; snelde toe, is toegesneld)
1 haastig naderen.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toelopen
Toeschieten
Snelde toeToegesneld
ToesnijdenSneed toeToegesneden
ToesnoerenSnoerde toeToegesnoerd
ToespeldenSpeldde toeToegespeld
ToespelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; speelde toe, heeft toegespeeld; toespeling)
1 spelend doen toekomen.

In Spaans overeenkomend met: Aludir, Citar
  sAlluderen
Een toespeling maken
Zinspelen
Speelde toeToegespeeld
ToespijkerenSpijkerde toeToegespijkerd
ToespitsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; spitste toe, heeft toegespitst)
1 in een bepaalde richting ontwikkelen.
(overgankelijk werkwoord; spitste toe, heeft toegespitst; toespitsing)
1 (conflicten, ruzies enz.) aanscherpen, op de spits drijven.

Spitste toeToegespitst
ToesprekenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; sprak toe, heeft toegesproken)
1 tot iem. spreken, het woord richten tot.

In Spaans overeenkomend met: Arengar, Dirigir la palabra a, Dirigirse a
  sAanklampen
Aanspreken
Sprak toeToegesproken
ToespringenSprong toeToegesprongen
ToestaanALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stond toe, heeft toegestaan)
1 goedkeuren dat iem. iets doet
2 verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Otorgar
Dejar, Permitir
  sGedogen
Inwilligen
Niet beletten
Permitteren
Toekennen
Toelaten
Vergunnen
Verlenen
Veroorloven
Stond toeToegestaan
ToestekenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stak toe, heeft toegestoken)
1 zo steken dat men treft.
(overgankelijk werkwoord; stak toe, heeft toegestoken)
1 (in België, niet algemeen) toestoppen, heimelijk geven
.

Stak toeToegestoken
ToestemmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stemde toe, heeft toegestemd; toestemming)
1 zich akkoord verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Aprobar
Asentir, Confirmar
Acceder, Acordar, Consentir
  sBeamen
Bevestigen
Billijken
Goedkeuren
Goedvinden
Het eens zijn
Ja zeggen
Toegeven
Stemde toeToegestemd
ToestoppenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stopte toe, heeft toegestopt; toestopping)
1 stilletjes geven
2 toedekken.

In Spaans overeenkomend met: Enrollar
Obturar, Tapar
  sDichten
Dichtmaken
Hullen
Inwikkelen
Omhullen
Stoppen
Verstoppen
Volstoppen
Woelen
Stopte toeToegestopt
ToestormenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stormde toe, is toegestormd)
1 stormend naderen.

Stormde toeToegestormd
ToestotenStootte toe, Stiet toeToegestoten
ToestrijkenStreek toeToegestreken
ToestromenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; stroomde toe, is toegestroomd; toestroming)
1 als een stroom toekomen naar.

Stroomde toeToegestroomd
ToesturenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; stuurde toe, heeft toegestuurd)
1 toezenden.

Stuurde toeToegestuurd
ToetakelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; takelde toe, heeft toegetakeld; toetakeling)
1 afranselen, mishandelen
2 buitenissig, overdadig kleden of opmaken.

In Spaans overeenkomend met: Estropear
Echar a perder
  sBederven
Beschadigen
Havenen
Knoeien
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Verknoeien
Verpesten
Takelde toeToegetakeld
ToetastenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tastte toe, heeft toegetast)
1 nemen, zich bedienen van iets dat gereedstaat.

In Spaans overeenkomend met: Servirse
  sBedienen|Zich bedienen
Zich bedienen
Zichzelf inschenken
Tastte toeToegetast
ToetellenTelde toeToegeteld
ToetenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Tocar el claxon
  sClaxonneren
ToetteGetoet
ToeterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toeterde, heeft getoeterd)
1 de claxon van een auto gebruiken
2 op een toeter blazen.
(overgankelijk werkwoord; toeterde, heeft getoeterd)
1 schetteren.

In Spaans overeenkomend met: Tocar el claxon
ToeterdeGetoeterd
ToetredenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trad toe, is toegetreden; toetreding)
1 lid, deelnemer worden.

In Spaans overeenkomend met: Reunirse
Abordar, Salir al paso
  sAan komen lopen
Aanpakken
Aansluiten|Zich aansluiten
Beginnen met
Lid worden
Zich aansluiten
Trad toeToegetreden
ToetrekkenTrok toeToegetrokken
ToetsenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; toetste, heeft getoetst; toetsing)
1 testen.

In Spaans overeenkomend met: Ensayar, Intentar, Probar
  sAanpassen
Beproeven
Passen
Proberen
Testen
Uitproberen
ToetsteGetoetst
ToevallenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; viel toe, is toegevallen)
1 ten deel, te beurt vallen.

Viel toeToegevallen
ToevenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toefde, heeft getoefd)
1 (formeel) verblijven.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
  sBlijven
Overblijven
Resten
Resteren
Verblijven
ToefdeGetoefd
ToevertrouwenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; vertrouwde toe, heeft toevertrouwd; toevertrouwing)
1 met vertrouwen geven
2 in vertrouwen meedelen.

In Spaans overeenkomend met: Cometer, Confiar, Fiar
Dejar
  sOpdragen
Overlaten
Vertrouwen
Vertrouwen hebben in
Vertrouwde toeToevertrouwd
ToevliegenVloog toeToegevlogen
ToevloeienALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vloeide toe, is toegevloeid; toevloeiing)
1 (van zaken) toestromen.

Vloeide toeToegevloeid
ToevoegenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; voegde toe, heeft toegevoegd; toevoeging)
1 bij iets voegen
2 als hulp geven, ten dienste stellen van
3 onvriendelijke woorden zeggen tot.

In Spaans overeenkomend met: Agregar, Echar, Incorporar
Añadir
  sAanbrengen
Bijdoen
Bijmengen
Bijvoegen
Toegeven
Voegde toeToegevoegd
ToevoerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; voerde toe, heeft toegevoerd)
1 ergens heen brengen.

In Spaans overeenkomend met: Entregar, Suministrar
  sAfleveren
Bestellen
Bezorgen
Inleveren
Leveren
Voerde toeToegevoerd
ToevouwenVouwde toeToegevouwen
ToevriezenVroor toeToegevroren
ToewaaienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Waaide toe, Woei toeToegewaaid
ToewassenWies toeToegewassen
ToewendenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wendde toe, heeft toegewend)
1 toekeren.

Wendde toeToegewend
ToewenkenWenkte toeToegewenkt
ToewensenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wenste toe, heeft toegewenst; toewensing)
1 wensen dat iem. iets hebben, krijgen zal.

Wenste toeToegewenst
ToewerkenWerkte toeToegewerkt
ToewerpenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wierp toe, heeft toegeworpen)
1 toegooien.

Wierp toeToegeworpen
ToewijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wijdde toe, heeft toegewijd)
1 zich wijden aan.
(overgankelijk werkwoord; wijdde toe, heeft toegewijd; toewijding)
1 wijden, opdragen aan een godheid, heilige enz.

In Spaans overeenkomend met: Dedicar
  sOpdragen
Opdragen aan
Spenderen
Wijdde toeToegewijd
ToewijzenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wees toe, heeft toegewezen; toewijzing)
1 bij rechterlijk vonnis of uit hoofde van gezag toekennen.

In Spaans overeenkomend met: Asignar, Destinar
  sVoor het gerecht dagen
Wees toeToegewezen
ToewuivenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; wuifde toe, heeft toegewuifd)
1 wuiven naar.

Wuifde toeToegewuifd
ToezeggenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zegde toe/zei toe, heeft toegezegd; toezegging)
1 min of meer officieel beloven.

In Spaans overeenkomend met: Prometer
  sBeloven
Uitloven
Verzeggen
Zegde toe, Zei toeToegezegd
ToezendenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zond toe, heeft toegezonden; toezending)
1 (formeel) doen toekomen (per post, bode e.d.).

Zond toeToegezonden
ToezienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag toe, heeft toegezien)
1 toezicht of opzicht houden.
(onovergankelijk werkwoord; zag toe, heeft toegezien)
1 toekijken.

In Spaans overeenkomend met: Controlar, Examinar, Verificar
Cumplir, Observar
Mirar
  sAflezen
Bekijken
Blikken
Controleren
Checken
Gadeslaan
Kijken
Kijken naar
Nakijken
Observeren
Schouwen
Surveilleren
Toekijken
Waarnemen
Zag toeToegezien
ToezingenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zong toe, heeft toegezongen)
1 ter ere van iem. zingen, iem. huldigen met zang.

Zong toeToegezongen
ToezwaaienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zwaaide toe, heeft toegezwaaid; toezwaaiing)
1 door zwaaien toezenden naar
2 toewuiven.

Zwaaide toeToegezwaaid
ToiletterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toiletteerde, heeft getoiletteerd)
1 (schertsend) naar het toilet gaan.
(wederkerend werkwoord; toiletteerde zich, heeft zich getoiletteerd)
1 het uiterlijk verzorgen.

ToiletteerdeGetoiletteerd
TokkelenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tokkelde, heeft getokkeld; tokkelaar, tokkeling)
1 (een muziekinstrument) bespelen door kleine rukjes aan de snaren te geven
2 (een melodie) spelen door getokkel.

In Spaans overeenkomend met: Coger, Pellizcar, Pinzar, Pizcar, Pulsar, Puntear
  sAfplukken
Oprapen
Plukken
TokkeldeGetokkeld
TokkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tokte, heeft getokt)
1 het voor kippen kenmerkende geluid laten horen.

TokteGetokt
TolererenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tolereerde, heeft getolereerd)
1 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Tolerar
  sAanzien
Dulden
Pikken
Toelaten
Velen
Verdragen
TolereerdeGetolereerd
TolkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tolkte, heeft getolkt)
1 als tolk optreden.

TolkteGetolkt
TollenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (tolde, heeft getold) met een tol spelen
2 (tolde, is getold) snel ronddraaien.

ToldeGetold
TomenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; toomde, heeft getoomd)
1 (een rijdier) een toom aanleggen.

ToomdeGetoomd
ToneelspelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; speelde toneel, heeft toneelgespeeld; toneelspeler)
1 acteren in een toneelstuk
2 zich aanstellen.

Speelde toneelToneelgespeeld
TonenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toonde, heeft getoond; toner/toonder)
1 een bepaalde indruk geven.
(overgankelijk werkwoord; toonde, heeft getoond)
1 laten zien
2 duidelijk maken
3 blijken te bezitten.
(wederkerend werkwoord; toonde zich, heeft zich getoond)
1 zich doen kennen als.

In Spaans overeenkomend met: Argumentar, Argüir
Acusar
Manifestar
Enseñar, Indicar, Mostrar, Señalar
  sBewijzen
Laten blijken
Laten zien
Manifesteren
Tentoonspreiden
Uiten
Uitwijzen
Vertonen
Wijzen
ToondeGetoond
TongenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tongde, heeft getongd)
1 tongzoenen.

TongdeGetongd
TongzoenenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tongzoende, heeft getongzoend)
1 zoenen zodat de tongen om elkaar draaien.

TongzoendeGetongzoend
TonnenTondeGetond
TooienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tooide, heeft getooid)
1 sieren.

In Spaans overeenkomend met: Adornar, Engalanar, Ornamentar
  sDecoreren
Opsieren
Sieren
Uitdossen
Versieren
TooideGetooid
ToonzettenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; toonzette, heeft getoonzet; toonzetter, toonzetting)
1 componeren.

ToonzetteGetoonzet
ToornenIn Spaans overeenkomend met: Estar colérico, Rabiar
  sBoos zijn
Boos zijn op
Kwaad zijn
Kwaad zijn op
ToorndeGetoornd
ToostenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toostte, heeft getoost; tooster)
1 een of meer toosten uitbrengen.

ToostteGetoost
ToppenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; topte, heeft getopt)
1 van de top ontdoen.

TopteGetopt
TorderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tordeerde, heeft getordeerd; tordering)
1 spiraalvormig ineendraaien
2 door torsie bewerken of vormen.

TordeerdeGetordeerd
TorenenTorendeGetorend
TormenterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tormenteerde, heeft getormenteerd; tormentatie)
1 (formeel) kwellen.

TormenteerdeGetormenteerd
TornenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tornde, heeft getornd)
1 ondermijnen.
(onovergankelijk werkwoord; tornde, is getornd)
1 (van naaisel) losgaan aan de naden.
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tornde, heeft getornd)
1 (naaisel) losmaken.

In Spaans overeenkomend met: Descoser
  sLostornen
TorndeGetornd
TornooienTornooideGetornooid
TorpederenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; torpedeerde, heeft getorpedeerd; torpedering)
1 met een torpedo treffen en tot zinken brengen
2 laten mislukken.

TorpedeerdeGetorpedeerd
TorsenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; torste, heeft getorst)
1 sjouwen, met grote moeite dragen
2 moeten verdragen
3 torderen.

TorsteGetorst
TortelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tortelde, heeft getorteld)
1 als tortelduifjes verliefd doen.

TorteldeGetorteld
TossenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toste, heeft getost)
1 (spel; sport) de toss doen.

TosteGetost
TotaliserenTotaliseerdeGetotaliseerd
ToucherenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; toucheerde, heeft getoucheerd)
1 (geneeskunde) inwendig onderzoeken met de vingers
2 in ontvangst nemen
3 (sport) aanraken, treffen.

In Spaans overeenkomend met: Obtener, Recibir
Estar en contacto, Tocar
  sAankomen
Aanraken
Beroeren
Genieten
Krijgen
Ontvangen
Raken
ToucheerdeGetoucheerd
TouperenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; toupeerde, heeft getoupeerd)
1 kleine plukjes haar naar de wortel kammen om het haar te laten uitstaan.

ToupeerdeGetoupeerd
TouwenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van touw.
(overgankelijk werkwoord; touwde, heeft getouwd)
1 (leer) kloppen om te bewerken.

TouwdeGetouwd
TouwklimmenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 in een touw klimmen als gymnastische oefening.

TouwtjespringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 springen over een koord dat over het hoofd en onder de voeten door gezwaaid wordt.

TouwtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; touwtrekker)
1 om het hardst trekken aan de uiteinden van een lang touw.

ToverenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toverde, heeft getoverd; tovenaar/toveraar)
1 door geheime kracht een bovennatuurlijke invloed uitoefenen en iets buitengewoons tot stand brengen.
(onovergankelijk werkwoord)
1 wonderlijke, prachtige effecten weten te bereiken.
(overgankelijk werkwoord; toverde, heeft getoverd)
1 door toveren in de genoemde positie of toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Embrujar, Hechizar
  sHeksen
ToverdeGetoverd
TraanogenTraanoogdeGetraanoogd
TracerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; traceerde, heeft getraceerd; tracering)
1 het beloop van een aan te leggen kanaal of weg aftekenen, uitzetten
2 opzoeken, naspeuren.

TraceerdeGetraceerd
TrachtenIn Spaans overeenkomend met: Intentar
Procurar, Tratar de
Tratar
  sBeijveren|Zich beijveren
Moeite doen
Pogen
Proberen
Streven
Zich beijveren
Zoeken
TrachtteGetracht
TrainenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trainde, heeft getraind; trainer, training)
1 stelselmatig oefenen in een tak van sport.
(overgankelijk werkwoord; trainde, heeft getraind)
1 oefenen in een bepaalde vaardigheid.

In Spaans overeenkomend met: Entrenar
  sCoachen
TraindeGetraind
TrainerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; traineerde, heeft getraineerd)
1 op de lange baan schuiven.

TraineerdeGetraineerd
TrakterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trakteerde, heeft getrakteerd)
1 (iem.) lekkernijen aanbieden
2 (iem.) vrijhouden, iets aanbieden.

In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien
  sOnthalen
Vergasten
Vrijhouden
TrakteerdeGetrakteerd
TraliënALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; traliede, heeft getralied)
1 van tralies voorzien.

TraliedeGetralied
TrammenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tramde, heeft/is getramd)
1 met de tram reizen.

TramdeGetramd
TrampolinespringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trampolinespringer)
1 acrobatische en gymnastische sprongen op een trampoline uitvoeren.

TrancherenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trancheerde, heeft getrancheerd; tranchering)
1 (iets) in plakken of stukken snijden.

In Spaans overeenkomend met: Trinchar
  sVoorsnijden
TrancheerdeGetrancheerd
TranenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; traande, heeft getraand)
1 voortdurend traanvocht afscheiden.

TraandeGetraand
TranscenderenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transcendeerde, heeft getranscendeerd)
1 omvormen tot iets beters.

TranscendeerdeGetranscendeerd
TranscriberenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transcribeerde, heeft getranscribeerd)
1 overschrijven, overbrengen in een andere vorm.

TranscribeerdeGetranscribeerd
TransfererenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transfereerde, heeft transfereerd)
1 een beroepsspeler tegen betaling overdragen aan een andere club
2 overmaken in het internationale geldverkeer.

TransfereerdeGetransfereerd
TransfigurerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transfigureerde, heeft getransfigureerd; transfiguratie)
1 van gedaante veranderen.

TransfigureerdeGetransfigureerd
TransformerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transformeerde, heeft getransformeerd; transformatie)
1 van gedaante doen veranderen
2 (elektriciteit) in een ander voltage omzetten.

TransformeerdeGetransformeerd
TransigerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; transigeerde, heeft getransigeerd)
1 tot een schikking komen.

TransigeerdeGetransigeerd
TransmuterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transmuteerde, heeft getransmuteerd; transmutatie)
1 een transmutatie doen ondergaan.

TransmuteerdeGetransmuteerd
TranspirerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; transpireerde, heeft getranspireerd; transpiratie)
1 zweten
2 waterdamp afscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Sudar, Transpirar
  sZweten
TranspireerdeGetranspireerd
TransplanterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transplanteerde, heeft getransplanteerd; transplantatie)
1 (een weefsel, een orgaan) overbrengen naar een ander lichaamsdeel of lichaam.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverplanten
Overpoten
Verplanten
Verpoten
TransplanteerdeGetransplanteerd
TransponerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transponeerde, heeft getransponeerd)
1 (ook absoluut) van de ene toonaard in de andere overbrengen
2 overzetten, omzetten.

In Spaans overeenkomend met: Transportar
TransponeerdeGetransponeerd
TransporterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; transporteerde, heeft getransporteerd)
1 vervoeren, overbrengen
2 (bij notarisakte) overdragen
3 (boekhouden) (bedragen, rekeningen) overdragen naar een volgende bladzijde
4 (een lijn) verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Transferir, Transportar
  sOverbrengen
Vervoeren
Voeren
TransporteerdeGetransporteerd
TraplopenLiep trapTrapgelopen
TrappelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trappelde, heeft getrappeld; trappeling)
1 in vlug tempo de benen beurtelings optrekken en weer uitstrekken.

In Spaans overeenkomend met: Atabalear, Piafar, Tabalear
  sStampen
Stampvoeten
TrappeldeGetrappeld
TrappenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trapte, heeft getrapt)
1 (informeel) fietsen.
(overgankelijk werkwoord; trapte, heeft getrapt)
1 (ook absoluut) een voet of beide voeten op of in iets neerzetten
2 (ook absoluut) schoppen, met de voet raken
3 (het genoemde) veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Acocear
  sSchoppen
TrapteGetrapt
TrappenlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 op een trap of op trappen lopen.

Liep trappenTrappengelopen
TrassenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; traste, heeft getrast)
1 met tras metselen.

TrasteGetrast
TrasserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trasseerde, heeft getrasseerd; trassering)
1 (een wissel) trekken.

TrasseerdeGetrasseerd
TraumatiserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; traumatiseerde, heeft getraumatiseerd)
1 een trauma veroorzaken, hevig schokken.

In Spaans overeenkomend met: Traumatizar, Traumatizarse
TraumatiseerdeGetraumatiseerd
TravenTraafdeGetraafd
TraverserenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; traverseerde, heeft getraverseerd; traversering)
1 (van paarden) dwarssprongen maken
2 (schermen) zijdelings uitvallen
3 zo vliegen dat de lengteas niet samenvalt met de vliegrichting
4 (een berghelling) schuin afdalen of beklimmen.

TraverseerdeGetraverseerd
TravesterenIn Spaans overeenkomend met: Disfrazar, Parodiar
  sParodiëren
TravesteerdeGetravesteerd
TredenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; treding)
1 (trad, heeft/is getreden) (archaïsch) stappen
2 (trad, is getreden) in de genoemde toestand komen.
(overgankelijk werkwoord; trad, heeft getreden)
1 de voet zetten op, met de voet drukken op
.

In Spaans overeenkomend met: Caminar, Dar pasos
  sLopen
Schrijden
Stappen
Wandelen
TradGetreden
TreffenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 gevecht op grote schaal
2 (treffens) samenkomst
3 wedstrijd.
(onovergankelijk werkwoord; trof, heeft getroffen)
1 goed uitkomen.
(overgankelijk werkwoord; trof, heeft getroffen; treffer, treffing)
1 raken
2 ontroeren
3 aantreffen
4 opvallen
5 maken
.

In Spaans overeenkomend met: Afectar
Afrontarse, Chocar contra, Encontrarse con, Topar
Sorprender
Acertar, Atinar ((schieten),(disparar)), Dar con, Dar en
Encontrar, Hallar
  sAantreffen
Bevinden
Halen
Het hoofd bieden
Inslaan
Ontmoeten
Raken
Schadelijke gevolgen hebben voor
Schaden
Tegemoet treden
Tegenkomen
Teisteren
Vinden
TrofGetroffen
TreilenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; treilde, heeft getreild)
1 met de treil vissen.
(overgankelijk werkwoord; treilde, heeft getreild)
1 (een schip) slepen.

TreildeGetreild
TreinenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; treinde, heeft/is getreind)
1 met de trein reizen.

TreindeGetreind
TreinsurfenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 staan op een trein of hangen aan de zijkanten ervan en daarbij proberen natuurlijke obstakels op het baanvak te vermijden.

TreinsurfteGetreinsurft
TreiterenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; treiterde, heeft getreiterd; treiteraar, treitering)
1 (iem.) op gemene wijze voortdurend plagen.

TreiterdeGetreiterd
TrekkebekkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trekkebekte, heeft getrekkebekt)
1 (van duiven) minnekozen
2 een lelijk of raar gezicht zetten.

TrekkebekteGetrekkebekt
TrekkebenenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trekkebeende, heeft getrekkebeend)
1 met een been trekken tijdens het lopen.

TrekkebeendeGetrekkebeend
TrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trok, heeft/is getrokken)
1 de voorkeur geven aan.
(werkwoord; trok, heeft getrokken)
1 (in België, niet algemeen) lijken op.
(onovergankelijk werkwoord; trekker, trekking)
1 (trok, heeft getrokken) kracht uitoefenen naar zich toe
2 (trok, heeft/is getrokken) naar of door de genoemde of bedoelde plaats gaan
3 (trok, heeft getrokken) een luchtstroom doorlaten
4 (trok, heeft/is getrokken) in een bepaalde richting getrokken of vervormd worden
5 (trok, heeft getrokken) (van water met kruiden e.d.) sterker worden door staan of warmtetoevoer
.
(overgankelijk werkwoord; trok, heeft getrokken)
1 (ook absoluut) (een tand of kies) verwijderen
2 (ook absoluut) (iets) regelmatig ontvangen
3 (ook absoluut) gewichtheffen waarbij de halter in een keer met gestrekte armen van de grond boven het hoofd gebracht wordt
4 in de genoemde positie brengen
5 achter zich aan voortbewegen
6 (een aftreksel) klaarmaken
7 doen ontstaan
8 uit de genoemde of bedoelde plaats vandaan halen
9 door spierbewegingen doen ontstaan
10 (iets, iem.) aantrekken, lokken
11 (in België, niet algemeen) fotograferen
.

In Spaans overeenkomend met: Extraer
Cautivar, Seducir
Atraer
Dibujar
Desenvainar
Arrancar
Halar, Remolcar
Cojear
Correr mundo, Mudarse de país
Rayar, Trazar
Jalar, Tirar
Arrastrar, Atoar
  sAanhalen
Aanlokken
Aantrekken
Afschrappen
Aftekenen
Bekoren
Een streep trekken
Hinken
Kreupel lopen
Mank lopen
Meesleuren
Ontlokken
Rondreizen
Rondtrekken
Schetsen
Slecht functioneren
Slepen
Tappen
Te voorschijn trekken
Tekenen
Toelachen
Uit de schede trekken
Uithalen
Uittekenen
Verlekkeren
Voorttrekken
Zwerven
TrokGetrokken
TremmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tremmer) zie trammen.
(overgankelijk werkwoord; tremde, heeft getremd)
1 (informeel) slaan.

TremdeGetremd
TremulerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tremuleerde, heeft getremuleerd)
1 tremolo doen horen.

TremuleerdeGetremuleerd
TrenzenTrensdeGetrensd
TrepanerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trepaneerde, heeft getrepaneerd; trepanatie)
1 (geneeskunde) het schedeldak doorboren.

TrepaneerdeGetrepaneerd
TreurenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; treurde, heeft getreurd)
1 verdrietig zijn
2 zich overgeven aan droefheid.

TreurdeGetreurd
TreuzelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; treuzelde, heeft getreuzeld; treuzelaar, treuzeling)
1 langzaam werken of voortgaan.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
TreuzeldeGetreuzeld
TrijsenTrijsteGetrijst
TrijzelenTrijzeldeGetrijzeld
TriktrakkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; triktrakte, heeft getriktrakt)
1 triktrak spelen.

TriktrakteGetriktrakt
TrillenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trilde, heeft getrild; trilling)
1 met een korte, snelle beweging heen en weer gaan
2 (muziek) met vibrato ten gehore brengen.

In Spaans overeenkomend met: Palpitar
Titilar
Temblar
Vibrar
  sBeven
Bibberen
Flonkeren
Huiveren
Kloppen
Rillen
Vibreren
TrildeGetrild
TrimmenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trimde, heeft/is getrimd; trimmer)
1 zich lichamelijk oefenen.
(overgankelijk werkwoord; trimde, heeft getrimd)
1 het haar (van een hond of paard) bijknippen
2 (zeilen, trillingsketens in radio) stellen, regelen.

In Spaans overeenkomend met: Recortar
  sKnippen
TrimdeGetrimd
TriomferenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; triomfeerde, heeft getriomfeerd)
1 de overwinning behalen of behaald hebben.

TriomfeerdeGetriomfeerd
TriplerenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tripleerde, heeft getripleerd)
1 (biljarten) een carambole maken nadat de bal tweemaal de band heeft geraakt
2 een inhalend motorvoertuig zelf inhalen.
(overgankelijk werkwoord; tripleerde, heeft getripleerd)
1 verdrievoudigen.

TripleerdeGetripleerd
TriplicerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tripliceerde, heeft getripliceerd)
1 verdrievoudigen.

TripliceerdeGetripliceerd
TrippelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trippelde, heeft/is getrippeld; trippelaar)
1 met lichte en vlugge pasjes lopen.

TrippeldeGetrippeld
TrippenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tripte, heeft getript)
1 dol zijn op.
(onovergankelijk werkwoord; tripte, heeft getript)
1 met huppelende kleine pasjes of sprongetjes lopen
2 hallucineren door het gebruik van drugs.

TripteGetript
TriptrappenTriptrapteGetriptrapt
TrissenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; triste, heeft getrist)
1 (in België) voor de tweede maal (een studiejaar) overdoen.

TristeGetrist
TritsenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tritste, heeft getritst)
1 een dobbelspel spelen, waarbij het aankomt op het werpen van drie gelijke ogentallen.

TritsteGetritst
TrivialiserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; trivialiseerde, heeft getrivialiseerd; trivialisering)
1 tot iets gewoons maken.

TrivialiseerdeGetrivialiseerd
TriërenTrieerdeGetrieerd
TroeblerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; troebleerde, heeft getroebleerd)
1 verontrusten, verwarren.

TroebleerdeGetroebleerd
TroetelenIn Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar
  sKoesteren
Vertroetelen
Verwennen
TroeteldeGetroeteld
TroevenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; troefde, heeft getroefd)
1 een troefkaart spelen.

TroefdeGetroefd
TroggelenTroggeldeGetroggeld
TrommelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trommelde, heeft getrommeld; trommelaar)
1 op de trommel slaan
2 door herhaaldelijk te tikken een geluid als van een trommel maken.
(overgankelijk werkwoord; trommelde, heeft getrommeld)
1 (informeel) oproepen, laten komen
2 op een trommel ten gehore brengen.

In Spaans overeenkomend met: Tamborilear ((),(Hacer son con los dedos imitando el ruido del tambor))
Tañer, Tocar el tambor
  sBespelen
TrommeldeGetrommeld
TrommenTromdeGetromd
TrompenTrompteGetrompt
TrompettenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trompette, heeft getrompet; trompetter)
1 trompetteren
2 op een trompet blazen.
(overgankelijk werkwoord; trompette, heeft getrompet)
1 op een trompet ten gehore brengen.

TrompetteGetrompet
TrompetterenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trompetterde, heeft getrompetterd)
1 het voor olifanten kenmerkende geluid laten horen.

TrompetterdeGetrompetterd
TronenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; troonde, heeft getroond)
1 (schertsend) breeduit zitten.
(overgankelijk werkwoord; troonde, heeft getroond)
1 (iem.) door voortdurende vleiende aandrang ertoe brengen zich ergens heen te begeven of iets te doen of te laten.

TroondeGetroond
TroostenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; troostte, heeft getroost)
1 zich tevredenstellen met.
(overgankelijk werkwoord; troostte, heeft getroost; trooster, troosting)
1 geestelijke steun geven bij verdriet of pijn.

In Spaans overeenkomend met: Consolar
  sVertroosten
TroostteGetroost
TrossenTrosteGetrost
TrotserenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; trotseerde, heeft getrotseerd; trotsering)
1 zich moedig opstellen tegenover.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar
Arrostrar
  sTarten
Uitdagend optreden tegen
TrotseerdeGetrotseerd
TrouwenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; trouwde, is getrouwd; trouwer)
1 officieel gaan samenwonen, waarbij men zich verplicht om te zorgen voor de partner en eventuele kinderen.
(overgankelijk werkwoord; trouwde, heeft getrouwd)
1 (iem.) ten huwelijk nemen
2 (een paar) in de echt verbinden.

In Spaans overeenkomend met: Casar, Desposar
Casarse, Desposarse
  sHuwen
In de echt verbinden
TrouwdeGetrouwd
TrufferenIn Spaans overeenkomend met: Trufar
  sVullen
TruffeerdeGetruffeerd
TrukerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; trukeerde, heeft getrukeerd)
1 (iets) door trucs tot stand brengen.

TrukeerdeGetrukeerd
TsjilpenTsjilpteGetsjilpt
TsjirpenIn Spaans overeenkomend met: Chirriar
  sSjirpen
TsjirpteGetsjirpt
TuchtigenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tuchtigde, heeft getuchtigd; tuchtiging)
1 lichamelijk straffen.

TuchtigdeGetuchtigd
TuffenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (tufte, heeft/is getuft) (van motoren, voertuigen enz.) zich rustig voortbewegen
2 (tufte, heeft getuft) spugen.

TufteGetuft
TuienALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tuide, heeft getuid)
1 vastmaken (aan een anker)
2 met tuien vastzetten.

TuideGetuid
TuierenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tuierde, heeft getuierd)
1 (een grazend dier) aan een touw of ketting vastleggen.

TuierdeGetuierd
TuigenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; tuigde, heeft getuigd)
1 (scheepvaart) van tuig voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Uncir
Aparejar
  sBespannen
Inspannen
Optakelen
Optuigen
Spannen
Voorspannen
TuigdeGetuigd
TuimelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tuimelde, is getuimeld; tuimelaar, tuimeling)
1 buitelen, neervallen
2 draaiende, buitelende bewegingen maken.

TuimeldeGetuimeld
TuinenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(overgankelijk werkwoord; tuinde, heeft getuind)
1 met vlechtwerk omgeven.

TuindeGetuind
TuinierenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tuinierde, heeft getuinierd; tuinier)
1 een tuin verzorgen, als beroep of uit liefhebberij.

In Spaans overeenkomend met: Jardinear
TuinierdeGetuinierd
TuisenTuisteGetuist
TuitelenTuiteldeGetuiteld
TuitenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(overgankelijk werkwoord; tuitte, heeft getuit)
1 tot een tuit maken.

In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar
  sBrommen
Gonzen
Razen
Snorren
Suizelen
Suizen
Zoemen
TuitteGetuit
TukkenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tukte, heeft getukt)
1 een dutje doen.

TukteGetukt
TunnelenTunneldeGetunneld
TurenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tuurde, heeft getuurd)
1 met inspanning, scherp kijken.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar
TuurdeGetuurd
TurfstekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 veen uitsteken om turf te maken.

TurkenTurkteGeturkt
TurnenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; turnde, heeft geturnd; turner)
1 gymnastische oefeningen verrichten.

TurndeGeturnd
TurvenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; turfde, heeft geturfd)
1 tellen met streepjes in groepjes van vijf
2 turf steken.

TurfdeGeturfd
TussenkomenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; kwam tussen, is tussengekomen)
1 (in België, niet algemeen) tussenbeide komen, interveniëren
2 (in België, niet algemeen) meebetalen, bijdragen.

Kwam tussenTussengekomen
TussenlassenLaste tussenTussengelast
TussenvoegenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; voegde tussen, heeft tussengevoegd; tussenvoeging)
1 ergens tussen aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Interponer
Interpolar
  sInlassen
Inschakelen
Interpoleren
Voegde tussenTussengevoegd
TutoyerenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tutoyeerde, heeft getutoyeerd)
1 (iem.) met je, jij en jou aanspreken.

In Spaans overeenkomend met: Tutear
  sJij en jou zeggen
TutoyeerdeGetutoyeerd
TuttenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tutte, heeft getut)
1 treuzelen.

TutteGetut
Tv-kijkenKeek tvTv-gekeken
TweernenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; tweernde, heeft getweernd)
1 (garen, zijde) twijnen.

TweerndeGetweernd
TwijfelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; twijfelde, heeft getwijfeld)
1 betwijfelen, de juistheid van iets onzeker achten.
(onovergankelijk werkwoord; twijfelde, heeft getwijfeld; twijfelaar, twijfeling)
1 niet weten wat te doen.

In Spaans overeenkomend met: Dudar
  sDubben
In dubio staan
TwijfeldeGetwijfeld
TwijnenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; twijnde, heeft getwijnd)
1 (garen, zijde) dubbelen.

In Spaans overeenkomend met: Retorcer, Torcer
  sVerbuigen
Verdraaien
Vertrekken
Verwringen
Wringen
TwijndeGetwijnd
TwinkelenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; twinkelde, heeft getwinkeld; twinkeling)
1 met wisselende glans stralen
2 (van de ogen) telkens blinken.

In Spaans overeenkomend met: Centellear, Rielar
  sFlikkeren
Flonkeren
Lichten
TwinkeldeGetwinkeld
TwistenALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; twistte, heeft getwist; twister)
1 ruziën
2 de twist dansen
3 disputeren.

In Spaans overeenkomend met: Altercar, Contender, Debatir, Disputar
  sDisputeren
Redetwisten
Strijden
Strijden voor
TwistteGetwist
TwitterenTwitterdeGetwitterd
TypecastenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; typecastte, heeft getypecastt)
1 (een acteur) uitkiezen omdat hij als persoon al erg op zijn personage lijkt.

TypecastteGetypecast
TypenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; typte, heeft getypt)
1 (een tekst) met een schrijfmachine schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escribir a máquina, Mecanografiar, Teclear
  sMachineschrijven
Tikken
TypteGetypt
TyperenALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; typeerde, heeft getypeerd; typering)
1 kenmerken
2 d.m.v. de meest kenmerkende eigenschappen voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Caracterizar
  sKarakteriseren
Kenmerken
Tekenen
TypeerdeGetypeerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->



boven