VaatwassenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 afwassen.
| |
|
VaccinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vaccineerde, heeft gevaccineerd; vaccinatie) 1 met een vaccin inenten tegen een bepaalde ziekte.
In Spaans overeenkomend met: Vacunar sInenten | Vaccineerde | Gevaccineerd
|
VacerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vaceerde, heeft gevaceerd) 1 (van een betrekking enz.) onbezet zijn.
In Spaans overeenkomend met: Estar libre, Estar vacante sOpenstaan Vacant zijn | Vaceerde | Gevaceerd
|
VademenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vademde, heeft gevademd; vademing) 1 een bepaald aantal vademen bedragen 2 (van een paard) de benen ver en mooi strekken. (overgankelijk werkwoord; vademde, heeft gevademd) 1 met de vadem meten.
In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear sLoden Peilen Polsen Sonderen Vissen naar | Vademde | Gevademd
|
VaderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vaderde, heeft gevaderd) 1 voor vader spelen.
| Vaderde | Gevaderd
|
| Vagebonderen | Vagebondeerde | Gevagebondeerd
|
| Vagen | Vaagde | Gevaagd
|
VakkenvullenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 de schappen van een supermarkt vullen met nieuwe koopwaar.
| Vulde vakken | Vakkengevuld
|
ValiderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; valideerde, heeft gevalideerd) 1 (formeel) geldig, van kracht zijn 2 (formeel) in rekening gebracht worden 3 (formeel; scheikunde) dezelfde valentie hebben. (overgankelijk werkwoord; valideerde, heeft gevalideerd) 1 geldend maken, geldig verklaren 2 in rekening brengen 3 de geldigheid, validiteit beoordelen van (een toets, procedure enz.).
| Valideerde | Gevalideerd
|
VallenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; viel, is gevallen) 1 op een bepaalde manier zijn. (werkwoord; viel, is gevallen) 1 mogen, zich aangetrokken voelen tot. (werkwoord; viel, is gevallen) 1 bezwijken voor. (werkwoord; viel, is gevallen) 1 zich ergeren aan. (werkwoord; viel, is gevallen) 1 behoren tot een bepaalde groep. (onovergankelijk werkwoord; viel, is gevallen) 1 met een zekere snelheid door de lucht omlaaggaan ten gevolge van de werking van de zwaartekracht 2 plotseling en onvrijwillig op de grond enz. terechtkomen 3 in de genoemde of bedoelde positie of toestand terechtkomen 4 op de genoemde tijd plaatshebben 5 los neerhangen 6 ontstaan, tot stand komen 7 (formeel) sneuvelen 8 uitvallen, op de genoemde manier gewaardeerd worden 9 verloren gaan 10 zakken, omlaaggaan 11 (van zeilschepen) van de richting waaruit de wind komt wegdraaien .
In Spaans overeenkomend met: Caer, Soltarse Caerse sAfvallen Losraken Neervallen Verschieten | Viel | Gevallen
|
| Valoriseren | Valoriseerde | Gevaloriseerd
|
| Valschermspringen | |
|
ValuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; valuteerde, heeft gevaluteerd) 1 als rentedragend bijboeken.
| Valuteerde | Gevaluteerd
|
| Vaneenrijten | Reet vaneen | Vaneengereten
|
| Vaneenrukken | Rukte vaneen | Vaneengerukt
|
| Vaneenscheiden | Scheidde vaneen | Vaneengescheiden
|
VaneenscheurenIn Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar sDoorscheuren Verscheuren | Scheurde vaneen | Vaneengescheurd
|
| Vaneenspringen | Sprong vaneen | Vaneengesprongen
|
| Vaneentrekken | Trok vaneen | Vaneengetrokken
|
| Vaneenvallen | Viel vaneen | Vaneengevallen
|
VangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ving, heeft gevangen; vanger, vangst) 1 (een levend wezen) bemachtigen, te pakken krijgen 2 opvangen, in loop, vlucht of vaart onderscheppen 3 (begrippen) onder één noemer brengen 4 (scheepvaart) beleggen, vastmaken 5 (informeel) verdienen .
In Spaans overeenkomend met: Atrapar, Capturar sBeetkrijgen Beetnemen Pakken Te pakken krijgen Vastpakken Vatten | Ving | Gevangen
|
VaporiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vaporiseerde, heeft gevaporiseerd) 1 (een vloeistof) verstuiven.
| Vaporiseerde | Gevaporiseerd
|
VarenIn de betekenis van: (Onwennig voorkomen, niet meevallen)
In Spaans overeenkomend met: sGaan Karren Rijden | Vaarde | Gevaren
|
VarenIn de betekenis van: 1 door het water bewegen 2 als zeeman werken 3 gaan
In Spaans overeenkomend met: Navegar Ir, Ir en vehículo sGaan Karren Rijden | Voer | Gevaren
|
| Variabiliseren | Variabiliseerde | Gevariabiliseerd
|
VariërenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; varieerde, heeft gevarieerd; variatie) 1 uiteenlopen, onderling verschillen 2 telkens wisselen 3 (muziek) variaties maken op een thema. (overgankelijk werkwoord; varieerde, heeft gevarieerd) 1 een klein beetje veranderen 2 (muziek) (een thema) bewerken.
In Spaans overeenkomend met: Cambiar, Variar sAfwisselen Werken | Varieerde | Gevarieerd
|
VastbakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bakte vast, is vastgebakken) 1 aanbakken.
| Bakte vast | Vastgebakken
|
VastbijtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; beet vast, heeft vastgebeten) 1 (iets) vastberaden doorzetten. (wederkerend werkwoord) 1 zich door bijten vasthechten.
| Beet vast | Vastgebeten
|
VastbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bond vast, heeft vastgebonden) 1 door binden vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Amarrar, Apear Sujetar Atar, Ligar sAansluiten Bevestigen Binden Fixeren Vastmaken Vastzetten Verbinden Verstevigen | Bond vast | Vastgebonden
|
VastdraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; draaide vast, heeft vastgedraaid) 1 draaiend vastmaken.
| Draaide vast | Vastgedraaid
|
VastdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte vast, heeft vastgedrukt) 1 door drukken vastmaken.
| Drukte vast | Vastgedrukt
|
VastenALLE betekenissen van dit woord: (de m ) 1 veertigdagentijd, periode van veertig dagen tussen Aswoensdag en Pasen waarin gevast wordt. (onovergankelijk werkwoord; vastte, heeft gevast; vaster) 1 zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten of drinken.
In Spaans overeenkomend met: Ayunar
| Vastte | Gevast
|
| Vastgespen | Gespte vast | Vastgegespt
|
VastgrijpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; greep vast, heeft vastgegrepen) 1 vastpakken.
In Spaans overeenkomend met: Agarrar, Asir, Coger sAangrijpen Bemachtigen Grijpen Vasthouden Vastpakken | Greep vast | Vastgegrepen
|
| Vastgroeien | Groeide vast | Vastgegroeid
|
VasthebbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; had vast, heeft vastgehad) 1 stevig in de handen houden.
| Had vast | Vastgehad
|
VasthechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hechtte vast, heeft vastgehecht) 1 door aanhechten vastmaken.
| Hechtte vast | Vastgehecht
|
VasthoudenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; hield vast, heeft vastgehouden) 1 bij het genoemde blijven. (overgankelijk werkwoord; hield vast, heeft vastgehouden) 1 in de hand of handen houden 2 voorkomen dat iets verdwijnt, minder wordt.
In Spaans overeenkomend met: Agarrar Tener sAangrijpen Bemachtigen Bijhouden Houden Vastgrijpen Vastpakken | Hield vast | Vastgehouden
|
| Vastketenen | Ketende vast | Vastgeketend
|
VastkittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kitte vast, heeft vastgekit) 1 met lijm vastmaken.
| Kitte vast | Vastgekit
|
| Vastklampen | Klampte vast | Vastgeklampt
|
VastklemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klemde vast, heeft vastgeklemd) 1 door klemmen vastzetten. (wederkerend werkwoord; klemde zich vast, heeft zich vastgeklemd) 1 zich krampachtig vasthouden, zich vastklampen om steun enz. te vinden.
In Spaans overeenkomend met: Atenazar sMet tangen vastklemmen | Klemde vast | Vastgeklemd
|
VastklevenIn Spaans overeenkomend met: Adherir
| Kleefde vast | Vastgekleefd
|
VastklikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klikte vast, heeft vastgeklikt) 1 klikkend vastmaken 2 (koerswinst) op een bep. koersniveau veiligstellen, m.n. door middel van putopties.
| Klikte vast | Vastgeklikt
|
| Vastklinken | Klonk vast | Vastgeklonken
|
VastknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; knoopte vast, heeft vastgeknoopt) 1 knopen.
In Spaans overeenkomend met: Anudar sStrikken | Knoopte vast | Vastgeknoopt
|
| Vastkoeken | Koekte vast | Vastgekoekt
|
VastkoppelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; koppelde vast, heeft vastgekoppeld; vastkoppeling) 1 d.m.v. een koppeling verbinden.
| Koppelde vast | Vastgekoppeld
|
VastleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde vast, heeft vastgelegd; vastlegging) 1 (aan een touw, ketting enz.) vastmaken 2 (vermogen, kapitaal) zodanig beleggen dat het niet onmiddellijk beschikbaar is 3 iets op papier zetten of opslaan op een andersoortige drager 4 door omschrijving bepalen.
In Spaans overeenkomend met: Inscribir, Registrar sAantekenen Boeken Opschrijven Registreren | Legde vast | Vastgelegd
|
VastliggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lag vast, heeft vastgelegen) 1 aan een touw enz. liggen 2 geregistreerd zijn, bepaald zijn.
| Lag vast | Vastgelegen
|
| Vastlijmen | Lijmde vast | Vastgelijmd
|
VastlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep vast, is vastgelopen) 1 in zijn beweging gestuit worden 2 zover komen dat er geen uitweg meer is.
In Spaans overeenkomend met: Pararse Varar Agarrotarse, Dañarse sAan de grond lopen Stranden | Liep vast | Vastgelopen
|
VastmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte vast, heeft vastgemaakt; vastmaking) 1 maken dat iets vastzit 2 (in België, niet algemeen) op slot doen, sluiten.
In Spaans overeenkomend met: Amarrar Afianzar, Asegurar, Corroborar, Fijar, Sujetar Atar, Ligar Abrocharse, Echar ((knopen),(botones)) sAansluiten Bevestigen Binden Fixeren Vastbinden Vastzetten Verbinden Verstevigen | Maakte vast | Vastgemaakt
|
| Vastmeren | Meerde vast | Vastgemeerd
|
VastnaaienIn Spaans overeenkomend met: Pegar sAanzetten | Naaide vast | Vastgenaaid
|
VastnagelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nagelde vast, heeft vastgenageld) 1 spijkeren.
| Nagelde vast | Vastgenageld
|
| Vastnieten | Niette vast | Vastgeniet
|
VastpakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte vast, heeft vastgepakt) 1 grijpen en vasthouden.
In Spaans overeenkomend met: Agarrar Empuñar Atrapar, Capturar sAangrijpen Beetkrijgen Beetnemen Bemachtigen Grijpen Pakken Te pakken krijgen Vangen Vastgrijpen Vasthouden Vatten | Pakte vast | Vastgepakt
|
| Vastpennen | Pende vast | Vastgepend
|
VastpinnenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; pinde vast, heeft vastgepind) 1 (iem.) dwingend houden aan. (overgankelijk werkwoord; pinde vast, heeft vastgepind) 1 met pinnen vastmaken.
| Pinde vast | Vastgepind
|
VastplakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plakte vast, is vastgeplakt) 1 vast blijven kleven. (overgankelijk werkwoord; plakte vast, heeft vastgeplakt) 1 met kleefstof vastmaken.
In Spaans overeenkomend met: Fijar, Pegar
| Plakte vast | Vastgeplakt
|
| Vastpraten | Praatte vast | Vastgepraat
|
| Vastprikken | Prikte vast | Vastgeprikt
|
| Vastraken | Raakte vast | Vastgeraakt
|
| Vastredeneren | Redeneerde vast | Vastgeredeneerd
|
| Vastrijden | Reed vast | Vastgereden
|
VastroestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roestte vast, is vastgeroest) 1 door roesten vast gaan zitten.
| Roestte vast | Vastgeroest
|
VastschroevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schroefde vast, heeft vastgeschroefd) 1 met schroeven vastmaken.
| Schroefde vast | Vastgeschroefd
|
VastsjorrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sjorde vast, heeft vastgesjord) 1 vastbinden door de touwen aan te trekken.
| Sjorde vast | Vastgesjord
|
| Vastslaan | Sloeg vast | Vastgeslagen
|
| Vastsnoeren | Snoerde vast | Vastgesnoerd
|
| Vastspelden | Speldde vast | Vastgespeld
|
VastspijkerenIn Spaans overeenkomend met: Enclavar
| Spijkerde vast | Vastgespijkerd
|
VaststaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond vast, heeft vastgestaan) 1 zeker, onbetwist zijn 2 (van een besluit, plan, voornemen) onveranderlijk zijn.
| Stond vast | Vastgestaan
|
VaststellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde vast, heeft vastgesteld; vaststelling) 1 zich zekerheid verschaffen over 2 bepalen 3 als feit noemen of aanwijzen.
In Spaans overeenkomend met: Establecer Fijar Comprobar, Concretar, Concretizar, Constatar sBepalen Bevinden Concretiseren Constateren | Stelde vast | Vastgesteld
|
| Vastvriezen | Vroor vast | Vastgevroren
|
| Vastwerken | Werkte vast | Vastgewerkt
|
VastzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette vast, heeft vastgezet; vastzetting) 1 onbeweeglijk maken, stevig vastmaken 2 (geld, kapitaal) zodanig beleggen of onderbrengen dat het niet onmiddellijk weer beschikbaar of vorderbaar is 3 zichzelf of de tegenpartij zodanig in het nauw brengen dat er verder geen stukken bewogen kunnen worden. (wederkerend werkwoord; zette zich vast, heeft zich vastgezet) 1 vastraken.
In Spaans overeenkomend met: Encerrar Apear Bloquear Asegurar, Sujetar sBevestigen Fixeren Opsluiten Vastbinden Vastmaken Verstevigen | Zette vast | Vastgezet
|
VastzittenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; zat vast, heeft vastgezeten) 1 noodzakelijkerwijs voortkomen uit 2 (van personen) gebonden zijn aan. (onovergankelijk werkwoord; zat vast, heeft vastgezeten) 1 zo geplaatst zijn dat geen beweging mogelijk is 2 gevangenzitten 3 in moeilijkheden zitten.
| Zat vast | Vastgezeten
|
| Vastzuigen | Zoog vast | Vastgezogen
|
| Vaten | Vaatte | Gevaat
|
VattenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vatte, heeft gevat) 1 omsluiten met, zetten in. (overgankelijk werkwoord; vatte, heeft gevat; vatter, vatting) 1 vastpakken, grijpen 2 begrijpen.
In Spaans overeenkomend met: Agarrar Atrapar, Capturar Comprender, Entender Asir, Coger, Tomar sAanvatten Beetkrijgen Beetnemen Begrijpen Beseffen Bevatten Grijpen Nemen Omvatten Oprapen Pakken Snappen Te pakken krijgen Vangen Vastpakken Verstaan | Vatte | Gevat
|
VechtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vocht, heeft gevochten; vechter) 1 met lichamelijk geweld of met wapens tegen iem. tekeergaan 2 zich weren, zich inzetten 3 wedijveren.
In Spaans overeenkomend met: Batallar, Batirse, Combatir, Lidiar, Pelear sKampen Strijd voeren Strijden | Vocht | Gevochten
|
VedelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vedelde, heeft gevedeld) 1 op de vedel spelen.
| Vedelde | Gevedeld
|
VeestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veestte, heeft geveest) 1 winden laten.
| Veestte | Geveest
|
VegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veegde, heeft geveegd; veger) 1 langs iets strijken of glijden 2 (drukwezen) niet scherp of dubbel drukken. (overgankelijk werkwoord; veegde, heeft geveegd) 1 (ook absoluut) door strijken met een bezem, stoffer enz. reinigen van vuil of stof 2 (vuil, stof) door strijken met hand, borstel, doek enz. van of naar de genoemde positie verplaatsen .
In Spaans overeenkomend met: Barrer Purificar Enjuagar, Enjugar, Fregar, Secar sAanvegen Afdrogen Afvegen Afwissen Bezemen Louteren Opvegen Reinigen Schoonmaken Schoonvegen Wissen Zuiveren | Veegde | Geveegd
|
VegeterenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vegeteerde, heeft gevegeteerd) 1 ten koste van anderen leven. (onovergankelijk werkwoord; vegeteerde, heeft gevegeteerd) 1 leven als een plant, een bestaan leiden zonder enige afwisseling.
In Spaans overeenkomend met: Vegetar sGroeien | Vegeteerde | Gevegeteerd
|
VeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veilde, heeft geveild; veiling) 1 in het openbaar te koop bieden, resp. verkopen.
| Veilde | Geveild
|
VeiligstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde veilig, heeft veiliggesteld) 1 garanderen, verzekeren, waarborgen.
| Stelde veilig | Veiliggesteld
|
VeinzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veinsde, heeft geveinsd; veinzer) 1 zich anders voordoen dan men is, andere gevoelens of meningen uiten. (overgankelijk werkwoord; veinsde, heeft geveinsd) 1 voorwenden, valselijk doen blijken.
In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Simular sDoen alsof Fingeren Simuleren Voorgeven Voorwenden | Veinsde | Geveinsd
|
VeldrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; veldrijder) 1 wielrennen op een terrein met natuurlijke hindernissen.
| |
|
VelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 verdragen.
In Spaans overeenkomend met: Padecer, Sufrir Tolerar sAanzien Doorstaan Dulden Lijden Lijden aan Ondergaan Pikken Toelaten Tolereren Uitstaan Verdragen | Veelde | Geveeld
|
VellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; velde, heeft geveld) 1 door hakken doen vallen 2 (archaïsch) doden .
In Spaans overeenkomend met: Talar sOmhakken | Velde | Geveld
|
| Velouteren | Velouteerde | Gevelouteerd
|
VendelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vendelde, heeft gevendeld; vendelaar) 1 vendelzwaaien.
| Vendelde | Gevendeld
|
VendelzwaaienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 een vaandel met sierlijke bewegingen heen en weer zwaaien.
| |
|
VentenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; ventte, heeft gevent) 1 (koopwaar) bij uitroep of langs de huizen te koop aanbieden.
In Spaans overeenkomend met: Vender como buhonero sColporteren Leuren | Ventte | Gevent
|
VentilerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ventileerde, heeft geventileerd) 1 (ook absoluut) de lucht verversen in 2 uiten, uitdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Aventar, Ventilar sLuchten Spuien Uitluchten Wannen | Ventileerde | Geventileerd
|
VentrikelfibrillerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 kamerfibrilleren.
| |
|
VeraangenamenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veraangenaamde, heeft veraangenaamd; veraangenaming) 1 aangenamer maken.
| Veraangenaamde | Veraangenaamd
|
VeraanschouwelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veraanschouwelijkte, heeft veraanschouwelijkt; veraanschouwelijking) 1 aanschouwelijk voorstellen.
In Spaans overeenkomend met: Ilustrar sIllustreren Verluchten | Veraanschouwelijkte | Veraanschouwelijkt
|
VerabsoluterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verabsoluteerde, heeft verabsoluteerd; verabsolutering) 1 absoluut maken.
| Verabsoluteerde | Verabsoluteerd
|
VeraccijnzenIn Spaans overeenkomend met: Imponer sAanslaan Belasten Belasting heffen op | Veraccijnsde | Veraccijnsd
|
| Verachtelozen | Verachteloosde | Verachteloosd
|
VerachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verachtte, heeft veracht; verachter, verachting) 1 in hoge mate minachten.
In Spaans overeenkomend met: Desdeñar, Despreciar
| Verachtte | Veracht
|
| Verachteren | Verachterde | Verachterd
|
| Verachtvoudigen | Verachtvoudigde | Verachtvoudigd
|
| Verademen | Verademde | Verademd
|
VerafgodenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verafgoodde, heeft verafgood; verafgoding) 1 met dwepende eerbied of liefde vereren.
In Spaans overeenkomend met: Adorar sAanbidden Adoreren Vereren | Verafgoodde | Verafgood
|
VerafschuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verafschuwde, heeft verafschuwd; verafschuwing) 1 een afschuw hebben van.
In Spaans overeenkomend met: Abominar, Aborrecer, Detestar sEen afkeer hebben van Een afschuw hebben van Een weerzin hebben tegen Verfoeien | Verafschuwde | Verafschuwd
|
VeralgemenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veralgemeende, heeft veralgemeend; veralgemening) 1 algemeen maken.
In Spaans overeenkomend met: Generalizar sGeneraliseren | Veralgemeende | Veralgemeend
|
VeralgemeniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veralgemeniseerde, heeft veralgemeniseerd; veralgemenisering) 1 veralgemenen.
| Veralgemeniseerde | Veralgemeniseerd
|
VeramerikaansenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veramerikaanste, is veramerikaanst; veramerikaansing) 1 Amerikaans of gelijk aan de Amerikanen worden.
| Veramerikaanste | Veramerikaanst
|
| Veramerikaniseren | Veramerikaniseerde | Veramerikaniseerd
|
VeranderenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; veranderde, is veranderd) 1 wisselen van. (onovergankelijk werkwoord; veranderde, is veranderd; verandering) 1 anders worden. (overgankelijk werkwoord; veranderde, heeft veranderd) 1 anders maken.
In Spaans overeenkomend met: Convertir Transformar, Transformarse Alterarse Alterar, Inmutar Diferenciar, Mudar Cambiar sHerscheppen Kenteren Opwinden|Zich opwinden Verkeren Vermaken Verontrusten Verstoren Vervormen Wisselen Zich opwinden | Veranderde | Veranderd
|
VerankerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verankerde, heeft verankerd; verankering) 1 (scheepvaart) met ankers vastleggen 2 stevig vastmaken, bevestigen.
| Verankerde | Verankerd
|
VerantwoordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verantwoordde, heeft verantwoord) 1 rechtvaardigen. (wederkerend werkwoord; verantwoordde zich, heeft zich verantwoord) 1 rekenschap afleggen, zich rechtvaardigen.
In Spaans overeenkomend met: Ser responsable Contestar, Responder sAansprakelijk zijn Antwoorden Antwoorden op Beantwoorden Verantwoordelijk zijn | Verantwoordde | Verantwoord
|
VerarmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verarmde, is verarmd; verarming) 1 armer worden 2 achteruitgaan in kwaliteit. (overgankelijk werkwoord; verarmde, heeft verarmd) 1 de waarde of kracht verminderen van.
In Spaans overeenkomend met: Empobrecer
| Verarmde | Verarmd
|
VerassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veraste, heeft verast; verassing) 1 in, tot as doen overgaan 2 cremeren.
In Spaans overeenkomend met: Incinerar sCremeren | Veraste | Verast
|
| Verbabbelen | Verbabbelde | Verbabbeld
|
| Verbakken | Verbakte | Verbakken
|
VerbaliserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbaliseerde, heeft geverbaliseerd; verbalisering) 1 een proces-verbaal opmaken 2 onder woorden brengen 3 (taalkunde) tot een werkwoord maken.
In Spaans overeenkomend met: Multar sBekeuren Notuleren | Verbaliseerde | Geverbaliseerd
|
VerbannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbande, heeft verbannen; verbanning) 1 uitwijzen uit een bepaald rechtsgebied, uit zijn vaderland, in ballingschap zenden.
In Spaans overeenkomend met: Desterrar, Exiliar, Extrañar Expulsar sBannen Naar buiten jagen Uitbannen Uitdrijven Uitjagen Uitwijzen Verjagen Wegsturen | Verbande | Verbannen
|
VerbasterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verbasterde, is verbasterd; verbastering) 1 (van woorden) geheel vervormd worden. (overgankelijk werkwoord; verbasterde, heeft verbasterd) 1 (woorden) vervormen.
In Spaans overeenkomend met: Degenerar sDegenereren Ontaarden Verworden Zinken | Verbasterde | Verbasterd
|
VerbazenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verbaasde, heeft verbaasd) 1 zich verwonderen. (overgankelijk werkwoord; verbaasde, heeft verbaasd; verbazing) 1 in grote verwondering brengen.
In Spaans overeenkomend met: Admirar, Asombrar, Extrañar Embobar, Sorprender sBevreemden Verbaasd doen staan Verwonderen | Verbaasde | Verbaasd
|
| Verbedden | Verbedde | Verbed
|
VerbeeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbeeldde, heeft verbeeld; verbeelding) 1 het beeld vormen van. (wederkerend werkwoord; verbeeldde zich, heeft zich verbeeld) 1 zich inbeelden 2 zich een beeld vormen van.
In Spaans overeenkomend met: Reproducir, Retratar sAfbeelden Uitbeelden Verzinnelijken Voorstellen | Verbeeldde | Verbeeld
|
| Verbeestelijken | Verbeestelijkte | Verbeestelijkt
|
| Verbeesten | Verbeestte | Verbeest
|
VerbeidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbeidde, heeft verbeid; verbeiding) 1 (formeel) afwachten.
| Verbeidde | Verbeid
|
| Verbenen | Verbeende | Verbeend
|
VerbergenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verborg, heeft verborgen; verberging) 1 aan het gezicht onttrekken 2 geheimhouden door het weg te stoppen. (wederkerend werkwoord; verborg zich, heeft zich verborgen) 1 zich aan het gezicht onttrekken.
In Spaans overeenkomend met: Disimular Encapotar, Esconder, Ocultar Paliar sBemantelen Bewimpelen Maskeren Omhullen Ontveinzen Verbloemen Verhelen Verschuilen Verstoppen | Verborg | Verborgen
|
VerbeterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verbeterde, is verbeterd; verbeteraar, verbetering) 1 ten goede veranderen, beter worden. (overgankelijk werkwoord; verbeterde, heeft verbeterd) 1 beter maken 2 wat onjuist is door het juiste vervangen 3 zuiveren van fouten, gebreken 4 overtreffen in hoedanigheid of prestatie.
In Spaans overeenkomend met: Corregir, Enderezar Perfeccionar Adelantar, Beneficiar, Mejorar Ajustar sBestraffen Bijstellen Bijsturen Corrigeren Kastijden Rectificeren Rechtzetten Veredelen | Verbeterde | Verbeterd
|
| Verbeulemansen | Verbeulemanste | Verbeulemanst
|
VerbeurdverklarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklaarde verbeurd, heeft verbeurdverklaard; verbeurdverklaring) 1 confisqueren, op grond van een wettelijke bepaling in beslag nemen.
| Verklaarde verbeurd | Verbeurdverklaard
|
VerbeurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbeurde, heeft verbeurd; verbeuring) 1 als gevolg van een schuld, overtreding of wangedrag verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Perder sKwijtraken Opgeven Verkwisten Verliezen Verspelen | Verbeurde | Verbeurd
|
VerbeuzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbeuzelde, heeft verbeuzeld) 1 door zich met nietigheden bezig te houden verspillen.
| Verbeuzelde | Verbeuzeld
|
| Verbidden | Verbad | Verbeden
|
VerbiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbood, heeft verboden; verbieder, verbieding) 1 meedelen dat iets niet mag.
In Spaans overeenkomend met: Prohibir, Vedar
| Verbood | Verboden
|
VerbijsterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbijsterde, heeft verbijsterd) 1 zeer verbazen.
In Spaans overeenkomend met: Desconcertar Alienar, Consternar sIn de war brengen Onthutsen Ontstellen Ontzetten Verbluffen | Verbijsterde | Verbijsterd
|
VerbijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbeet, heeft verbeten) 1 met moeite onderdrukken. (wederkerend werkwoord; verbeet zich, heeft zich verbeten) 1 zich met moeite beheersen.
| Verbeet | Verbeten
|
VerbijzonderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbijzonderde, heeft verbijzonderd; verbijzondering) 1 tot iets bijzonders of afzonderlijks maken.
| Verbijzonderde | Verbijzonderd
|
VerbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbond, heeft verbonden; verbinder, verbinding) 1 aan elkaar vastmaken 2 in samenhang brengen 3 (een patiënt, wond) behandelen door het aanbrengen van verband 4 telefonisch aansluiten. (wederkerend werkwoord; verbond zich, heeft zich verbonden) 1 zich verplichten 2 (scheikunde) door vereniging van de atomen een nieuwe stof gaan vormen.
In Spaans overeenkomend met: Comprometer Articular Vendar Combinar Conectar Comunicar Atar, Ligar Aliar, Relacionar Unir sAansluiten Binden Combineren Omzwachtelen Samenvoegen Vastbinden Vastmaken Verenigen Verplichten Verplichten tot Zwachtelen | Verbond | Verbonden
|
VerbitterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbitterde, heeft verbitterd; verbittering) 1 teleurgesteld en wrokkig maken.
In Spaans overeenkomend met: Enconar Irritar sIrriteren Vertoornen | Verbitterde | Verbitterd
|
VerblekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verbleekte, is verbleekt) 1 aan kracht inboeten. (onovergankelijk werkwoord; verbleekte, is verbleekt; verbleking) 1 bleker worden 2 (van kleuren) vaal worden 3 dof, minder helder worden.
| Verbleekte | Verbleekt
|
VerblijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verblijdde, heeft verblijd) 1 (iem.) aangenaam verrassen. (overgankelijk werkwoord; verblijdde, heeft verblijd; verblijding) 1 blij maken. (wederkerend werkwoord; verblijdde zich, heeft zich verblijd) 1 (archaïsch) zich verheugen.
In Spaans overeenkomend met: Alegrar sVerheugen | Verblijdde | Verblijd
|
VerblijvenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verbleef, is verbleven) 1 (archaïsch) toegewezen worden aan, eigendom worden van. (onovergankelijk werkwoord; verbleef, heeft/is verbleven; verblijving) 1 zich ophouden, enige tijd wonen of logeren .
In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse sBlijven Overblijven Resten Resteren Toeven | Verbleef | Verbleven
|
VerblikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verblikte | Verblikt
|
VerblindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verblindde, heeft verblind; verblinding) 1 door fel licht verhinderen te zien 2 (iem.) zo beïnvloeden dat die de ware aard van iets niet meer ziet.
In Spaans overeenkomend met: Cegar, Fulminar ((gezegd over te sterk licht),(Dicho de la luz excesiva)) Deslumbrar, Ilusionar Ofuscar sEen illusie geven aan | Verblindde | Verblind
|
| Verbloeden | Verbloedde | Verbloed
|
VerbloemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbloemde, heeft verbloemd; verbloeming) 1 (iets) verbergen door het mooier voor te stellen dan het is.
In Spaans overeenkomend met: Camuflar Paliar sBemantelen Bewimpelen Camoufleren Maskeren Verbergen | Verbloemde | Verbloemd
|
VerblozenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verbloosde | Verbloosd
|
VerbluffenIn Spaans overeenkomend met: Consternar sOnthutsen Ontstellen Ontzetten Verbijsteren | Verblufte | Verbluft
|
| Verbodemen | Verbodemde | Verbodemd
|
| Verboemelen | Verboemelde | Verboemeld
|
| Verboeren | Verboerde | Verboerd
|
| Verboersen | Verboerste | Verboerst
|
| Verboeten | Verboette | Verboet
|
VerbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbouwde, heeft verbouwd; verbouwer, verbouwing) 1 (gewassen) telen 2 (huizen e.d.) na bouw veranderen 3 (eufemisme) vernielen.
In Spaans overeenkomend met: Cultivar sAankweken Bebouwen Beschaven Kweken Telen | Verbouwde | Verbouwd
|
| Verbraken | Verbraakte | Verbraakt
|
VerbrandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verbrandde, is verbrand; verbranding) 1 door vuur verteerd worden 2 aanbranden 3 (van mensen of hun lichaamsdelen) rood kleuren door de zon. (overgankelijk werkwoord; verbrandde, heeft verbrand) 1 door vuur of hitte vernietigen 2 door vuur of hitte verwonden 3 door bijtende stoffen beschadigen.
In Spaans overeenkomend met: Achicharrar Encender Quemar Talar sBranden Doorbranden In de as leggen Verwoesten | Verbrandde | Verbrand
|
VerbrassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbraste, heeft verbrast; verbrasser) 1 aan overdaad besteden.
In Spaans overeenkomend met: Destrozar sVerkwisten | Verbraste | Verbrast
|
VerbredenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbreedde, heeft verbreed; verbreding) 1 breder maken 2 meer omvattend maken. (wederkerend werkwoord; verbreedde zich, heeft zich verbreed) 1 breder worden.
In Spaans overeenkomend met: Ampliar Ensanchar sUitbreiden Vergroten Verruimen | Verbreedde | Verbreed
|
VerbreidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbreidde, heeft verbreid; verbreiding) 1 bekendmaken. (wederkerend werkwoord; verbreidde zich, heeft zich verbreid) 1 verspreiden.
In Spaans overeenkomend met: Extender, Propagar Espaciar sAfgeven Ruchtbaar maken Verspreiden | Verbreidde | Verbreid
|
VerbrekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbrak, heeft verbroken; verbreker, verbreking) 1 opzettelijk de samenhang breken van 2 niet laten voortduren 3 schenden.
In Spaans overeenkomend met: Quebrar, Romper sAfbreken Breken Doorbreken Schenden Stukbreken | Verbrak | Verbroken
|
VerbrijzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbrijzelde, heeft verbrijzeld; verbrijzeling) 1 tot kleine stukjes slaan.
In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrépito Estrellar, Trizar sBreken Intrappen Stukslaan Vermorzelen Verpletteren | Verbrijzelde | Verbrijzeld
|
VerbroddelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbroddelde, heeft verbroddeld; verbroddeling) 1 verknoeien.
| Verbroddelde | Verbroddeld
|
VerbroddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbrodde, heeft verbrod) 1 (in België, niet algemeen) verknoeien.
| Verbrodde | Verbrod
|
VerbroederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbroederde, heeft verbroederd) 1 als broeders met elkaar verenigen.
| Verbroederde | Verbroederd
|
| Verbroeien | Verbroeide | Verbroeid
|
VerbrokkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verbrokkelde, is verbrokkeld; verbrokkeling) 1 in kleine stukjes uiteenvallen. (overgankelijk werkwoord; verbrokkelde, heeft verbrokkeld) 1 in kleine stukjes breken.
In Spaans overeenkomend met: Desmenuzar, Desmigajar, Desmigar, Hacer tiras sKruimelen Uitrafelen Verkruimelen | Verbrokkelde | Verbrokkeld
|
VerbruienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verbruide | Verbruid
|
VerbruikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verbruikte, heeft verbruikt; verbruiker) 1 door gebruik opmaken, verteren.
In Spaans overeenkomend met: Acabar, Apurar, Consumir Consumir Supurar sConsumeren Opgebruiken Slopen Verorberen Verteren | Verbruikte | Verbruikt
|
VerbuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verboog, heeft verbogen; verbuiging) 1 door buigen omvormen 2 (taalkunde) (een naamwoord) omvormen om geslacht, getal en/of naamval uit te drukken.
In Spaans overeenkomend met: Declinar, Menguar Doblegar Curvar, Doblar Retorcer, Torcer sBuigen Declineren Krombuigen Krommen Twijnen Verdraaien Vertrekken Verwringen Wringen | Verboog | Verbogen
|
VerburgerlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verburgerlijkte, is verburgerlijkt; verburgerlijking) 1 burgerlijk worden. (overgankelijk werkwoord; verburgerlijkte, heeft verburgerlijkt) 1 burgerlijk maken.
| Verburgerlijkte | Verburgerlijkt
|
VerchromenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verchroomde, heeft verchroomd; verchromer, verchroming) 1 (metalen) met een chroomlaag bedekken.
In Spaans overeenkomend met: Cromar
| Verchroomde | Verchroomd
|
| Vercijferen | Vercijferde | Vercijferd
|
VercommercialiserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vercommercialiseerde, is vercommercialiseerd; vercommercialisering) 1 (pejoratief) commercieel, tot een louter zakelijke aangelegenheid worden. (overgankelijk werkwoord; vercommercialiseerde, heeft vercommercialiseerd) 1 commercieel, tot een louter zakelijke aangelegenheid maken.
| Vercommercialiseerde | Vercommercialiseerd
|
VerdagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdaagde, heeft verdaagd; verdager, verdaging) 1 tot een later tijdstip uitstellen.
In Spaans overeenkomend met: Aplazar, Diferir sAanhouden Uitstellen Verschuiven | Verdaagde | Verdaagd
|
VerdampenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdampte, is verdampt; verdamper, verdamping) 1 (van vloeistoffen) in damp opgaan. (overgankelijk werkwoord; verdampte, heeft verdampt) 1 (een vloeistof) in damp doen opgaan.
In Spaans overeenkomend met: Evaporar Volatilizarse sVervluchtigen | Verdampte | Verdampt
|
| Verdapperen | Verdapperde | Verdapperd
|
VerdedigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdedigde, heeft verdedigd) 1 (ook absoluut) de op het object gerichte aanvallen trachten af te weren 2 pleiten voor 3 de juistheid trachten aan te tonen van. (wederkerend werkwoord; verdedigde zich, heeft zich verdedigd) 1 aanvallen op zichzelf trachten af te slaan.
In Spaans overeenkomend met: Defender Abogar sBepleiten Opkomen voor Verweren | Verdedigde | Verdedigd
|
| Verdeemoedigen | Verdeemoedigde | Verdeemoedigd
|
VerdelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdeelde, heeft verdeeld; verdeler, verdeling) 1 delen in al dan niet gelijke stukken 2 aan de betrokken personen uitdelen 3 evenwichtig spreiden . (wederkerend werkwoord; verdeelde zich, heeft zich verdeeld) 1 in delen of groepen uiteengaan.
In Spaans overeenkomend met: Diseminar, Esparcir Repartir Distribuir Cuartear, Dividir, Partir sAfbreken Delen Distribueren Opsplitsen Rondbrengen Ronddelen Rondgeven Splitsen Uitdelen Uitreiken Uitspreiden | Verdeelde | Verdeeld
|
VerdelgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdelgde, heeft verdelgd; verdelger, verdelging) 1 uitroeien.
In Spaans overeenkomend met: Desbaratar Exterminar sEen slachting aanrichten Te gronde richten Uitroeien Vernielen Vernietigen | Verdelgde | Verdelgd
|
VerdenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdacht, heeft verdacht; verdenking) 1 kwaad vermoeden van.
In Spaans overeenkomend met: Sospechar
| Verdacht | Verdacht
|
| Verdergaan | Ging verder | Verdergegaan
|
| Verderven | Verdierf | Verdorven
|
VerderzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette verder, heeft verdergezet) 1 (in België, niet algemeen) vervolgen, voortzetten.
| Zette verder | Verdergezet
|
VerdichtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdichtte, is verdicht; verdichting) 1 (natuurkunde) (van dampen en gassen) dichter worden. (overgankelijk werkwoord; verdichtte, heeft verdicht) 1 (natuurkunde) (dampen en gassen) dichter maken 2 door verbeeldingskracht op een kunstzinnige wijze uitdenken, verzinnen. (wederkerend werkwoord; verdichtte zich, heeft zich verdicht) 1 (natuurkunde) (van dampen en gassen) dichter worden.
In Spaans overeenkomend met: Concentrar sAaneensluiten Binden | Verdichtte | Verdicht
|
VerdienenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdiende, heeft verdiend; verdiener) 1 betalen, salaris opleveren. (overgankelijk werkwoord; verdiende, heeft verdiend) 1 (ook absoluut) in geld verwerven 2 als beloning of straf waard zijn.
In Spaans overeenkomend met: Cobrar Ganar Merecer sBehalen Innen Ontvangen Toekomen Waard zijn Waardig zijn Winnen | Verdiende | Verdiend
|
VerdiepenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verdiepte, heeft verdiept) 1 zich ernstig wijden aan. (overgankelijk werkwoord; verdiepte, heeft verdiept; verdieping) 1 dieper maken 2 minder oppervlakkig maken.
In Spaans overeenkomend met: Ahondar
| Verdiepte | Verdiept
|
VerdierlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdierlijkte, is verdierlijkt; verdierlijking) 1 verworden tot iem. met dierlijke instincten. (overgankelijk werkwoord; verdierlijkte, heeft verdierlijkt) 1 de dierlijke instincten de overhand doen krijgen.
| Verdierlijkte | Verdierlijkt
|
VerdietsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdietste, heeft verdietst; verdietsing) 1 (formeel) in het Nederlands vertalen 2 (formeel) verduidelijken.
| Verdietste | Verdietst
|
| Verdijen | Verdijde | Verdijd
|
VerdikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdikte, is verdikt; verdikker, verdikking) 1 dikker worden 2 (in België) (van personen) dikker worden. (overgankelijk werkwoord; verdikte, heeft verdikt) 1 dikker maken. (wederkerend werkwoord; verdikte zich, heeft zich verdikt) 1 dikker worden.
In Spaans overeenkomend met: Espesar sBinden Dikker maken | Verdikte | Verdikt
|
VerdisconterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdisconteerde, heeft verdisconteerd; verdiscontering) 1 rekening houden met 2 (handel) (wissels) met berekening van disconto voor de vervaldag verkopen.
| Verdisconteerde | Verdisconteerd
|
VerdobbelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdobbelde, heeft verdobbeld) 1 met dobbelen verliezen.
| Verdobbelde | Verdobbeld
|
VerdoekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdoekte, heeft verdoekt; verdoeking) 1 (een schilderij) op een ander doek overbrengen.
| Verdoekte | Verdoekt
|
VerdoemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdoemde, heeft verdoemd; verdoeming) 1 voor eeuwig veroordelen.
In Spaans overeenkomend met: Condenar al infierno
| Verdoemde | Verdoemd
|
VerdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdeed, heeft verdaan) 1 nutteloos besteden. (wederkerend werkwoord; verdeed zich, heeft zich verdaan) 1 (archaïsch) zelfmoord plegen.
In Spaans overeenkomend met: Acabar sOpmaken Verklungelen Verkwisten Vermorsen Verspillen | Verdeed | Verdaan
|
VerdoezelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdoezelde, heeft verdoezeld; verdoezeling) 1 verbergen, niet ronduit noemen.
In Spaans overeenkomend met: Difuminar, Esfumar sDoezelen | Verdoezelde | Verdoezeld
|
| Verdoffen | Verdofte | Verdoft
|
| Verdokteren | Verdokterde | Verdokterd
|
VerdolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdoolde, is verdoold; verdoling) 1 (formeel) verdwalen.
In Spaans overeenkomend met: Perderse sVerdwalen | Verdoolde | Verdoold
|
VerdommenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdomde, heeft verdomd) 1 (informeel) pertinent weigeren.
| Verdomde | Verdomd
|
VerdonkeremanenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdonkeremaande, heeft verdonkeremaand) 1 verduisteren.
| Verdonkeremaande | Verdonkeremaand
|
VerdonkerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdonkerde, heeft verdonkerd) 1 donkerder maken.
| Verdonkerde | Verdonkerd
|
| Verdopen | Verdoopte | Verdoopt
|
VerdorrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdorde, is verdord; verdorring) 1 dor worden.
In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse sKwijnen Verflensen Verkleuren Verleppen Verwelken | Verdorde | Verdord
|
VerdovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdoofde, heeft verdoofd) 1 min of meer gevoelloos maken.
In Spaans overeenkomend met: Anestesiar, Narcotizar, Sedar ((met medicijnen),(con drogas)) sBedwelmen Narcotiseren Wegmaken | Verdoofde | Verdoofd
|
VerdraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdraaide, heeft verdraaid; verdraaiing) 1 door draaien stukmaken 2 verkeerd voorstellen of weergeven.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Deformar Retorcer, Torcer sMisvormen Twijnen Verbuigen Verminken Vertrekken Vervormen Verwringen Wringen | Verdraaide | Verdraaid
|
VerdragenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verdroeg, heeft verdragen met) 1 samengaan, passen bij. (overgankelijk werkwoord; verdroeg, heeft verdragen) 1 (straf, pijn, last e.d.) dulden, ondergaan 2 gebruiken zonder er last van te hebben.
In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin Soportar Aguantar, Comportar Resistir Padecer, Sufrir Tolerar sAanzien Doorstaan Dulden Harden Lijden Lijden aan Ondergaan Pikken Toelaten Tolereren Uithouden Uitstaan Velen Verduren Weerstaan | Verdroeg | Verdragen
|
| Verdriedubbelen | Verdriedubbelde | Verdriedubbeld
|
VerdrietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdroot, heeft verdroten) 1 leed doen.
In Spaans overeenkomend met: Martirizar
| Verdroot | Verdroten
|
VerdrievoudigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdrievoudigde, is verdrievoudigd; verdrievoudiger, verdrievoudiging) 1 driemaal zo groot of zo veel worden. (overgankelijk werkwoord; verdrievoudigde, heeft verdrievoudigd) 1 driemaal zo groot of zo veel maken.
In Spaans overeenkomend met: Triplicar
| Verdrievoudigde | Verdrievoudigd
|
VerdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdreef, heeft verdreven; verdrijving) 1 met kracht of geweld verjagen 2 (iets onstoffelijks) doen verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Disipar Alargar, Entregar, Llegar, Pasar sAangeven Aanreiken Doen optrekken Doen overgaan Doen wegtrekken Doorbrengen Verspreiden Wegnemen | Verdreef | Verdreven
|
VerdringenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdrong, heeft verdrongen; verdringer, verdringing) 1 met of zonder geweld van de plaats dringen 2 (gevoelens, gedachten) naar de achtergrond verdrijven.
In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler Oprimir, Reprimir sAfstoten Onderdrukken Opkroppen Verdrukken Verduwen Verkroppen Wegdringen Wegduwen Wegstoten | Verdrong | Verdrongen
|
VerdrinkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verdronk, is verdronken) 1 geheel verdwijnen in iets. (onovergankelijk werkwoord; verdronk, is verdronken; verdrinking) 1 in het water omkomen. (overgankelijk werkwoord; verdronk, heeft verdronken) 1 door drinken van alcohol doen verdwijnen 2 in het water doen omkomen.
In Spaans overeenkomend met: Ahogar Ahogarse, Anegar, Anegarse sOnder water komen Schipbreuk lijden Vergaan | Verdronk | Verdronken
|
VerdrogenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdroogde, is verdroogd; verdroging) 1 uitdrogen.
| Verdroogde | Verdroogd
|
| Verdromen | Verdroomde | Verdroomd
|
VerdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdrukte, heeft verdrukt; verdrukker, verdrukking) 1 onderdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir sOnderdrukken Opkroppen Verdringen Verkroppen | Verdrukte | Verdrukt
|
VerdubbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdubbelde, is verdubbeld; verdubbeling) 1 tweemaal zo groot worden. (overgankelijk werkwoord; verdubbelde, heeft verdubbeld) 1 tweemaal zo groot maken, vermenigvuldigen met twee.
In Spaans overeenkomend met: Duplicar
| Verdubbelde | Verdubbeld
|
| Verduffen | Verdufte | Verduft
|
VerduidelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verduidelijkte, heeft verduidelijkt; verduidelijking) 1 duidelijker maken.
In Spaans overeenkomend met: Esclarecer
| Verduidelijkte | Verduidelijkt
|
| Verduiken | Verdook | Verdoken
|
VerduisterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verduisterde, heeft verduisterd; verduisteraar, verduistering) 1 donker worden. (overgankelijk werkwoord; verduisterde, heeft verduisterd) 1 zo afsluiten dat er geen licht meer naar binnen of buiten kan 2 wederrechtelijk aan zijn bestemming onttrekken.
In Spaans overeenkomend met: Ensombrecer, Oscurecer Ofuscar Malversar ((geld),(dinero))
| Verduisterde | Verduisterd
|
VerduitsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verduitste, is verduitst; verduitsing) 1 zich aanpassen aan de Duitse cultuur.
| Verduitste | Verduitst
|
VerduizendvoudigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verduizendvoudigde, is verduizendvoudigd; verduizendvoudiging) 1 toenemen met de factor duizend. (overgankelijk werkwoord; verduizendvoudigde, heeft verduizendvoudigd) 1 vermenigvuldigen met de factor duizend.
| Verduizendvoudigde | Verduizendvoudigd
|
VerdunnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verdunde, heeft verdund) 1 een vloeistof vermengen met een andere vloeistof, meestal water.
In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Achirlar Diluir sVersnijden Verwateren | Verdunde | Verdund
|
VerdurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verduurde, heeft verduurd; verduring) 1 verdragen.
In Spaans overeenkomend met: Comportar sUithouden Verdragen | Verduurde | Verduurd
|
| Verdutten | Verdutte | Verdut
|
VerduurzamenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verduurzaamde, heeft verduurzaamd; verduurzaming) 1 duurzaam maken.
| Verduurzaamde | Verduurzaamd
|
VerduwenIn Spaans overeenkomend met: Digerir Rechazar, Repeler sAfstoten Digereren Verdringen Verteren Verwerken Wegdringen Wegduwen Wegstoten | Verduwde | Verduwd
|
VerdwalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdwaalde, is verdwaald) 1 de weg kwijtraken 2 van zijn plaats of bestemming raken.
In Spaans overeenkomend met: Descarriarse, Desviarse, Extraviarse Perderse sAfdwalen Afscheiden|Zich afscheiden Dwalen Van de weg afraken Van de weg afwijken Verdolen Zich afscheiden | Verdwaalde | Verdwaald
|
| Verdwazen | Verdwaasde | Verdwaasd
|
VerdwijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verdween, is verdwenen; verdwijning) 1 door vertrek of verwijdering onzichtbaar worden.
In Spaans overeenkomend met: Desaparecer Desvanecerse, Esfumarse, Esparcirse Desvanecer sIn rook opgaan | Verdween | Verdwenen
|
VeredelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veredelde, heeft veredeld; veredeling) 1 beter maken 2 (economie) (grondstoffen of halffabricaten) tot producten verwerken.
In Spaans overeenkomend met: Ennoblecer Adelantar, Mejorar sVerbeteren | Veredelde | Veredeld
|
VereeltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vereeltte, is vereelt; vereelting) 1 een eeltlaag krijgen. (overgankelijk werkwoord; vereeltte, heeft vereelt) 1 met eelt bedekken, eeltig maken.
| Vereeltte | Vereelt
|
VereenvoudigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereenvoudigde, heeft vereenvoudigd; vereenvoudiging) 1 eenvoudiger maken.
In Spaans overeenkomend met: Reducir Simplificar sHerleiden Inkrimpen Reduceren Zetten | Vereenvoudigde | Vereenvoudigd
|
VereenzamenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vereenzaamde, is vereenzaamd; vereenzaming) 1 eenzaam worden.
| Vereenzaamde | Vereenzaamd
|
VereenzelvigenIn Spaans overeenkomend met: Identificar sIdentificeren | Vereenzelvigde | Vereenzelvigd
|
VereeuwigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereeuwigde, heeft vereeuwigd; vereeuwiging) 1 eeuwig laten worden, voor eeuwig laten vastleggen.
In Spaans overeenkomend met: Inmortalizar
| Vereeuwigde | Vereeuwigd
|
VereffenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereffende, heeft vereffend; vereffenaar, vereffening) 1 geldelijk in orde brengen (een rekening, nalatenschap, inboedel) 2 schikken, beslechten.
In Spaans overeenkomend met: Reglamentar Saldar sAfsluiten Regelen Reguleren Salderen | Vereffende | Vereffend
|
VereisenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereiste, heeft vereist) 1 vorderen, vragen.
In Spaans overeenkomend met: Requerir Exigir sEisen Nodig hebben Opeisen Rekenen Vergen Voorschrijven Vorderen | Vereiste | Vereist
|
VerenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 van of met veren vervaardigd. (onovergankelijk werkwoord; veerde, heeft geveerd; vering) 1 elastisch of veerkrachtig zijn .
| Veerde | Geveerd
|
VerenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereende, heeft vereend) 1 (archaïsch) verenigen.
| Vereende | Vereend
|
VerengelsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verengelste, is verengelst; verengelsing) 1 zich aanpassen aan de Engelse cultuur.
| Verengelste | Verengelst
|
VerengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verengde, heeft verengd; verenging) 1 enger, nauwer maken.
| Verengde | Verengd
|
VerenigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verenigde, heeft verenigd) 1 binnen één geheel samenvoegen 2 harmoniseren, in overeenstemming brengen.
In Spaans overeenkomend met: Congregar, Juntar Asociar, Reunir, Unir sAaneenvoegen Associëren Bijeenbrengen Samenbrengen Samenvoegen Verbinden Vergaderen Verzamelen | Verenigde | Verenigd
|
| Verenkelen | Verenkelde | Verenkeld
|
VererenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vereerde, heeft vereerd; vereerder, verering) 1 eer bewijzen.
In Spaans overeenkomend met: Adorar Honrar Acatar sAanbidden Adoreren Eerbiedigen Eren Hoogachten Huldigen Ontzien Verafgoden | Vereerde | Vereerd
|
VerergerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verergerde, is verergerd; verergering) 1 erger worden. (overgankelijk werkwoord; verergerde, heeft verergerd) 1 erger maken.
In Spaans overeenkomend met: Agravar Desmejorar, Desmejorarse, Empeorar sAandikken Verslechteren | Verergerde | Verergerd
|
VerervenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vererfde, is vererfd) 1 bij erfenis overgaan. (onovergankelijk werkwoord; vererfde, heeft vererfd; vererving) 1 eigenschappen aan de volgende generatie doorgeven. (overgankelijk werkwoord; vererfde, heeft vererfd) 1 bij erfenis krijgen.
| Vererfde | Vererfd
|
| Veresteren | Veresterde | Veresterd
|
VeretterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veretterde, heeft veretterd; verettering) 1 (van wonden) tot ettering overgaan.
| Veretterde | Veretterd
|
| Vereuropesen | Vereuropeeste | Vereuropeest
|
VerevenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verevende, heeft verevend; verevening) 1 vereffenen.
| Verevende | Verevend
|
VerfijnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfijnde, heeft verfijnd; verfijning) 1 fijner, gevoeliger maken.
In Spaans overeenkomend met: Refinar sLouteren Raffineren | Verfijnde | Verfijnd
|
VerfilmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfilmde, heeft verfilmd; verfilming) 1 een film maken van.
In Spaans overeenkomend met: Filmar sFilmen | Verfilmde | Verfilmd
|
VerflauwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verflauwde, is verflauwd; verflauwing) 1 verzwakken.
In Spaans overeenkomend met: Amainar, Decrecer, Disminuir, Menguar Resfriarse sAflopen Afnemen Bekoelen Minder worden Slinken Tanen Verminderen | Verflauwde | Verflauwd
|
VerflensenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verflenste, is verflenst; verflensing) 1 verwelken.
In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse sKwijnen Verdorren Verkleuren Verleppen Verwelken | Verflenste | Verflenst
|
VerfoeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfoeide, heeft verfoeid; verfoeiing) 1 diep verachten.
In Spaans overeenkomend met: Abominar, Aborrecer, Detestar sEen afkeer hebben van Een afschuw hebben van Een weerzin hebben tegen Verafschuwen | Verfoeide | Verfoeid
|
VerfomfaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verfomfaaide, is verfomfaaid) 1 uit zijn fatsoen of model raken. (overgankelijk werkwoord; verfomfaaide, heeft verfomfaaid) 1 uit zijn model brengen.
In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar sFrommelen Kreukelen Kreuken Verfrommelen Verkreukelen | Verfomfaaide | Verfomfaaid
|
| Verfommelen | Verfommelde | Verfommeld
|
VerfraaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfraaide, heeft verfraaid; verfraaiing) 1 mooier, fraaier maken.
In Spaans overeenkomend met: Embellecer
| Verfraaide | Verfraaid
|
VerfransenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verfranste, is verfranst; verfransing) 1 zich aanpassen aan de Franse cultuur.
| Verfranste | Verfranst
|
VerfrissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfriste, heeft verfrist; verfrissing) 1 weer fris maken.
In Spaans overeenkomend met: Refrescar
| Verfriste | Verfrist
|
VerfrommelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verfrommelde, heeft verfrommeld; verfrommeling) 1 kreukelend samendrukken.
In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar sFrommelen Kreukelen Kreuken Verfomfaaien Verkreukelen | Verfrommelde | Verfrommeld
|
| Verfronselen | Verfronselde | Verfronseld
|
| Verfuiven | Verfuifde | Verfuifd
|
VergaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verging, is vergaan van) 1 in hoge mate lijden door. (onovergankelijk werkwoord; verging, is vergaan) 1 voorbijgaan, aflopen 2 langzamerhand verdwijnen 3 in zijn bestanddelen uiteenvallen 4 ten onder gaan, ophouden te bestaan.
In Spaans overeenkomend met: Ahogarse, Anegarse Hundirse Disiparse Pasar, Transcurrir Perecer Corromperse, Pudrirse sBederven Creperen Omkomen Onder water komen Ondergaan Optrekken Overgaan Rotten Schipbreuk lijden Sneuvelen Verdiepen|Zich verdiepen Verdrinken Verlopen Verongelukken Verrotten Verstrijken Vervliegen Verzinken Wegtrekken Wegzinken Zich verdiepen Zinken | Verging | Vergaan
|
VergaderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergaderde, is vergaderd; vergadering) 1 in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen. (overgankelijk werkwoord; vergaderde, heeft vergaderd) 1 (formeel) bijeenzamelen.
In Spaans overeenkomend met: Congregar Reunirse Ir a buscar a Congregarse sBijeenkomen Medebrengen Meebrengen Meenemen Samenbrengen Samenkomen Verenigen Verenigen|Zich verenigen Zich verenigen | Vergaderde | Vergaderd
|
VergallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergalde, heeft vergald; vergalling) 1 bederven.
In Spaans overeenkomend met: Acibarar, Envenenar sVergeven Vergiftigen Verpesten | Vergalde | Vergald
|
VergalopperenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vergaloppeerde zich, heeft zich vergaloppeerd; vergaloppering) 1 onbezonnen zijn mond voorbijpraten, overijld handelen.
| Vergaloppeerde | Vergaloppeerd
|
| Vergapen | Vergaapte | Vergaapt
|
VergarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergaarde, heeft vergaard; vergaring) 1 verzamelen 2 (vellen) bijeenbrengen tot een boek 3 (bouwkunde) (lijsten, kozijnen) met de hoeken in elkaar werken.
| Vergaarde | Vergaard
|
| Vergarsten | Vergarstte | Vergarst
|
VergassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergaste, is vergast; vergasser, vergassing) 1 tot gas worden. (overgankelijk werkwoord; vergaste, heeft vergast) 1 met gas doden 2 in gas omzetten.
In Spaans overeenkomend met: Gasear
| Vergaste | Vergast
|
VergastenIn Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien sOnthalen Trakteren Vrijhouden | Vergastte | Vergast
|
VergeestelijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergeestelijkte, is vergeestelijkt; vergeestelijking) 1 meer geestelijk, onwerelds worden.
| Vergeestelijkte | Vergeestelijkt
|
VergeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergold, heeft vergolden; vergelder, vergelding) 1 als loon of straf geven voor.
In Spaans overeenkomend met: Devolver Recompensar sBelonen Hergeven Lonen Reproduceren Schadeloos stellen Terugdoen Teruggeven Weergeven | Vergold | Vergolden
|
VergelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergeelde, is vergeeld; vergeling) 1 geel worden.
| Vergeelde | Vergeeld
|
VergelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergeleek, heeft vergeleken; vergelijking) 1 naast elkaar, in verband met elkaar beschouwen om overeenstemming of verschil vast te stellen.
In Spaans overeenkomend met: Contraponer Comparar sTegenoverstellen | Vergeleek | Vergeleken
|
VergemakkelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergemakkelijkte, heeft vergemakkelijkt; vergemakkelijking) 1 gemakkelijker maken.
In Spaans overeenkomend met: Facilitar sMogelijk maken | Vergemakkelijkte | Vergemakkelijkt
|
VergenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergde, heeft gevergd) 1 vorderen, eisen.
In Spaans overeenkomend met: Exigir sEisen Opeisen Rekenen Vereisen Voorschrijven Vorderen | Vergde | Gevergd
|
VergenoegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergenoegde, heeft vergenoegd; vergenoeging) 1 tevredenstellen 2 genoegen doen.
| Vergenoegde | Vergenoegd
|
VergetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergat, heeft vergeten) 1 uit het geheugen verliezen 2 verzuimen te doen, te noemen enz. 3 niet meer bewust zijn van, niet denken aan 4 verzuimen mee te nemen. (wederkerend werkwoord; vergat zich, heeft zich vergeten) 1 door emotie buiten zichzelf raken.
In Spaans overeenkomend met: Olvidar, Olvidarse, Postergar sVeronachtzamen | Vergat | Vergeten
|
VergevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergaf, heeft vergeven; vergever, vergeving) 1 niet toerekenen 2 weggeven .
In Spaans overeenkomend met: Perdonar Envenenar sBegenadigen Vergallen Vergiftigen Verpesten | Vergaf | Vergeven
|
| Vergewissen | Vergewiste | Vergewist
|
VergezellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergezelde, heeft vergezeld) 1 meegaan met .
In Spaans overeenkomend met: Acompañar
| Vergezelde | Vergezeld
|
| Vergezelschappen | Vergezelschapte | Vergezelschapt
|
VergietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergoot, heeft vergoten; vergieting) 1 doen stromen.
In Spaans overeenkomend met: Derramar, Verter sGieten Plengen Schenken Storten | Vergoot | Vergoten
|
VergiftigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergiftigde, heeft vergiftigd; vergiftiging) 1 met vergif doden 2 als gif werken op of in.
In Spaans overeenkomend met: Acibarar, Emponzoñar, Envenenar sVergallen Vergeven Verpesten | Vergiftigde | Vergiftigd
|
VergissenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vergiste zich, heeft zich vergist) 1 het mis hebben, een fout begaan.
In Spaans overeenkomend met: Equivocar sVerwarren Verwisselen | Vergiste | Vergist
|
VergistenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergistte, heeft vergist; vergister, vergisting) 1 m.b.v. gisting verwerken.
| Vergistte | Vergist
|
| Verglazen | Verglaasde | Verglaasd
|
VerglijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergleed, is vergleden) 1 als glijdend voorbijgaan.
| Vergleed | Vergleden
|
| Verglimmen | Verglom | Verglommen
|
VergoddelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergoddelijkte, heeft vergoddelijkt; vergoddelijking) 1 als een godheid voorstellen of vereren.
| Vergoddelijkte | Vergoddelijkt
|
| Vergoden | Vergoodde | Vergood
|
VergoedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergoedde, heeft vergoed; vergoeder, vergoeding) 1 een gelijke waarde geven voor 2 (een gebrek of tekortkoming) compenseren 3 als beloning geven voor.
In Spaans overeenkomend met: Compensar sCompenseren Goedmaken | Vergoedde | Vergoed
|
VergoelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergoelijkte, heeft vergoelijkt; vergoelijking) 1 goedpraten.
| Vergoelijkte | Vergoelijkt
|
VergokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergokte, heeft vergokt) 1 met gokken verliezen.
| Vergokte | Vergokt
|
VergooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergooide, heeft vergooid) 1 nodeloos vernietigen. (wederkerend werkwoord; vergooide zich, heeft zich vergooid) 1 misgooien 2 zich bij het gooien blesseren 3 (van mensen) verloederen.
| Vergooide | Vergooid
|
| Vergrammen | Vergramde | Vergramd
|
| Vergrauwen | Vergrauwde | Vergrauwd
|
| Vergraven | Vergroef | Vergraven
|
VergrendelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergrendelde, heeft vergrendeld; vergrendeling) 1 met een grendel afsluiten of vastzetten.
In Spaans overeenkomend met: Apestillar
| Vergrendelde | Vergrendeld
|
| Vergrijpen | Vergreep | Vergrepen
|
VergrijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergrijsde, is vergrijsd; vergrijzing) 1 ouder worden.
In Spaans overeenkomend met: Envejecer
| Vergrijsde | Vergrijsd
|
VergroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergroeide, is vergroeid; vergroeiing) 1 met het groeien verdwijnen 2 aan elkaar groeien 3 verkeerd groeien, kromgroeien .
| Vergroeide | Vergroeid
|
VergrotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergrootte, heeft vergroot) 1 (ook absoluut) groter weergeven 2 groter maken, vermeerderen.
In Spaans overeenkomend met: Ampliar, Ensanchar, Explayar Agrandar, Engrandecer Extender Aumentar Incrementar Abultar sDoen toenemen Ophouden Rekken Strekken Uitbouwen Uitbreiden Uitsteken Uitstrekken Verbreden Verhogen Vermeerderen Verruimen Wijder maken | Vergrootte | Vergroot
|
| Vergroven | Vergroofde | Vergroofd
|
| Vergruizelen | Vergruizelde | Vergruizeld
|
VergruizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vergruisde, is vergruisd; vergruizer, vergruizing) 1 tot gruis worden. (overgankelijk werkwoord; vergruisde, heeft vergruisd) 1 tot gruis maken.
| Vergruisde | Vergruisd
|
VerguizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verguisde, heeft verguisd; verguizing) 1 afkraken.
| Verguisde | Verguisd
|
VerguldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verguldde, heeft verguld; vergulding) 1 met goud bedekken 2 fraai voorstellen, verzachten .
| Verguldde | Verguld
|
VergunnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vergunde, heeft vergund; vergunning) 1 toestaan.
In Spaans overeenkomend met: Permitir sGedogen Niet beletten Permitteren Toelaten Toestaan Veroorloven | Vergunde | Vergund
|
VerhaastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhaastte, heeft verhaast; verhaasting) 1 eerder, sneller doen geschieden.
In Spaans overeenkomend met: Acelerar, Activar, Apresurar Adelantar sAccelereren Bespoedigen Terugzetten Versnellen Vervroegen | Verhaastte | Verhaast
|
| Verhabbezakken | Verhabbezakte | Verhabbezakt
|
| Verhagelen | Verhagelde | Verhageld
|
| Verhakkelen | Verhakkelde | Verhakkeld
|
| Verhakken | Verhakte | Verhakt
|
VerhakselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhakselde, heeft verhakseld) 1 in kleine stukjes hakken.
| Verhakselde | Verhakseld
|
| Verhakstukken | Verhakstukte | Verhakstukt
|
VerhalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhaalde, heeft verhaald; verhaler, verhaling) 1 vertellen, meedelen 2 zich schadeloosstellen, terugvorderen 3 (een schip) met touwen of trossen verplaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Jalar Contar, Narrar, Relatar Referir sBerichten Debiteren Hijsen Melden Ophalen Verslaan Vertellen Voorttrekken | Verhaalde | Verhaald
|
| Verhalvezolen | Verhalvezoolde | Verhalvezoold
|
VerhandelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhandelde, heeft verhandeld; verhandeling) 1 handeldrijven in.
In Spaans overeenkomend met: Tratar sobre Vender sBehandelen Overdoen Tappen Verkopen Vervreemden Wegdoen | Verhandelde | Verhandeld
|
VerhangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhing, heeft verhangen; verhanging) 1 elders, anders ophangen. (wederkerend werkwoord; verhing zich, heeft zich verhangen) 1 zelfmoord plegen door zich op te hangen.
| Verhing | Verhangen
|
| Verhanselen | Verhanselde | Verhanseld
|
VerhapstukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verhapstukte | Verhapstukt
|
VerhardenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhardde, is verhard; verharder, verharding) 1 harder worden. (overgankelijk werkwoord; verhardde, heeft verhard) 1 harder maken.
| Verhardde | Verhard
|
VerharenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhaarde, is verhaard; verharing) 1 de haren verwisselen.
| Verhaarde | Verhaard
|
VerhaspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhaspelde, heeft verhaspeld; verhaspeling) 1 (woorden) onjuist uitspreken 2 vervormen, verknoeien.
In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear sBeunhazen Knoeien Modderen Verknoeien Verprutsen | Verhaspelde | Verhaspeld
|
VerheerlijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verheerlijkte, heeft verheerlijkt; verheerlijking) 1 loven, prijzen.
In Spaans overeenkomend met: Encumbrar, Exaltar
| Verheerlijkte | Verheerlijkt
|
VerheffenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verhief, heeft verheven) 1 (archaïsch) zich beroemen op. (overgankelijk werkwoord; verhief, heeft verheven; verheffer, verheffing) 1 (formeel) op een hoger plan brengen. (wederkerend werkwoord; verhief zich, heeft zich verheven) 1 omhooggaan.
In Spaans overeenkomend met: Elevar, Encumbrar, Remontar Alzar, Levantar, Realzar Encaramar sAan een hoge betrekking helpen Beuren Heffen Omhoogtrekken Ophalen Opheffen Oprichten Opvoeren Pousseren Tillen Verhogen | Verhief | Verheven
|
| Verheien | Verheide | Verheid
|
VerheimelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verheimelijkte, heeft verheimelijkt; verheimelijking) 1 geheimhouden, verzwijgen.
| Verheimelijkte | Verheimelijkt
|
VerhelderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhelderde, heeft verhelderd) 1 helderder maken.
In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Explicar sBeduiden Duidelijk maken Ophelderen Uitleggen Verklaren | Verhelderde | Verhelderd
|
VerhelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verheelde, heeft verheeld; verheling) 1 verbergen, verzwijgen.
In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar sOntveinzen Verbergen Verschuilen Verstoppen | Verheelde | Verheeld
|
VerhelpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhielp, heeft verholpen; verhelping) 1 herstellen.
In Spaans overeenkomend met: Obviar Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar Recomponer sHerstellen Maken Repareren Tegemoetkomen aan Verstellen Weer in orde brengen | Verhielp | Verholpen
|
VerheugenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verheugde, heeft verheugd) 1 uitkijken naar. (overgankelijk werkwoord; verheugde, heeft verheugd) 1 vrolijk maken. (wederkerend werkwoord; verheugde zich, heeft zich verheugd) 1 blij zijn.
In Spaans overeenkomend met: Alegrar Deleitar sBekoren Genot verschaffen aan Verblijden | Verheugde | Verheugd
|
VerhevigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhevigde, is verhevigd; verheviging) 1 heviger worden, sterker werken. (overgankelijk werkwoord; verhevigde, heeft verhevigd) 1 heviger maken, sterker doen werken.
| Verhevigde | Verhevigd
|
VerhinderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhinderde, heeft verhinderd; verhindering) 1 onmogelijk maken dat iets gebeurt.
In Spaans overeenkomend met: Desbaratar, Estorbar, Impedir, Vedar sBelemmeren Beletten Blokkeren Verhoeden Verijdelen Voorkomen | Verhinderde | Verhinderd
|
VerhippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verhipte | Verhipt
|
VerhittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhitte, heeft verhit; verhitter, verhitting) 1 heet maken.
In Spaans overeenkomend met: Excitar Calentar sAanwakkeren Opwinden Prikkelen Verwarmen Warmen Werken op | Verhitte | Verhit
|
VerhoedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhoedde, heeft verhoed; verhoeding) 1 door zorg voorkomen.
In Spaans overeenkomend met: Estorbar, Impedir sBeletten Blokkeren Verhinderen Voorkomen | Verhoedde | Verhoed
|
| Verhoefslagen | Verhoefslaagde | Verhoefslaagd
|
| Verhoeren | Verhoerde | Verhoerd
|
VerhogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhoogde, heeft verhoogd; verhoging) 1 groter maken, doen toenemen 2 hoger maken 3 in positie of aanzien verheffen.
In Spaans overeenkomend met: Elevar, Realzar Promover Aumentar Incrementar Alzar sBeuren Doen toenemen Heffen Hoger plaatsen Omhoogtrekken Ophalen Oprichten Opvoeren Tillen Vergroten Verheffen Vermeerderen | Verhoogde | Verhoogd
|
VerhollandsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhollandste, is verhollandst; verhollandsing) 1 Hollands worden. (overgankelijk werkwoord; verhollandste, heeft verhollandst) 1 Hollands maken.
| Verhollandste | Verhollandst
|
VerhonderdvoudigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhonderdvoudigde, is verhonderdvoudigd; verhonderdvoudiging) 1 honderdmaal zo groot of zo talrijk worden. (overgankelijk werkwoord; verhonderdvoudigde, heeft verhonderdvoudigd) 1 honderdmaal zo groot of zo talrijk maken.
| Verhonderdvoudigde | Verhonderdvoudigd
|
VerhongerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhongerde, is verhongerd; verhongering) 1 door honger omkomen.
In Spaans overeenkomend met: Hambrear
| Verhongerde | Verhongerd
|
VerhoornenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhoornde, is verhoornd; verhoorning) 1 overgaan in hoorn.
| Verhoornde | Verhoornd
|
| Verhopen | Verhoopte | Verhoopt
|
VerhorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhoorde, heeft verhoord; verhoorder, verhoring) 1 ondervragen 2 (wat gevraagd is) vervullen.
| Verhoorde | Verhoord
|
| Verhouden | Verhield | Verhouden
|
VerhovaardigenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verhovaardigde zich, heeft zich verhovaardigd; verhovaardiging) 1 trots zijn.
| Verhovaardigde | Verhovaardigd
|
VerhuizenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verhuisde, is verhuisd; verhuizer, verhuizing) 1 van plaats of van woning veranderen. (overgankelijk werkwoord; verhuisde, heeft verhuisd) 1 de inboedel van een ander overbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Mudarse Trasladarse
| Verhuisde | Verhuisd
|
VerhullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhulde, heeft verhuld; verhuller, verhulling) 1 (formeel) verbergen.
| Verhulde | Verhuld
|
VerhurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhuurde, heeft verhuurd; verhuurder, verhuring) 1 in huur geven. (wederkerend werkwoord; verhuurde zich, heeft zich verhuurd) 1 in betrekking gaan.
In Spaans overeenkomend met: Alquilar, Dar en alquiler
| Verhuurde | Verhuurd
|
VerhypothekerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verhypothekeerde, heeft verhypothekeerd) 1 met een hypotheek belasten.
| Verhypothekeerde | Verhypothekeerd
|
VerifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verifieerde, heeft geverifieerd; verifiëring) 1 de echtheid of juistheid onderzoeken of vaststellen.
In Spaans overeenkomend met: Comprobar, Contrastar sControleren Nagaan | Verifieerde | Geverifieerd
|
VerijdelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verijdelde, heeft verijdeld; verijdeling) 1 (een beraming, samenzwering) verhinderen 2 teleurstellen.
In Spaans overeenkomend met: Desbaratar Frustrar, Malograr sBelemmeren Beletten Doen mislukken Verhinderen | Verijdelde | Verijdeld
|
| Verijdeltuiten | Verijdeltuitte | Verijdeltuit
|
| Verijzen | Verijsde | Verijsd
|
| Verindischen | Verindischte | Verindischt
|
| Verinlandsen | Verinlandste | Verinlandst
|
VerinnerlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verinnerlijkte, is verinnerlijkt; verinnerlijking) 1 tot iets innerlijks worden. (overgankelijk werkwoord; verinnerlijkte, heeft verinnerlijkt) 1 meer innerlijk, minder oppervlakkig maken.
| Verinnerlijkte | Verinnerlijkt
|
VerinnigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verinnigde, is verinnigd; verinniging) 1 inniger worden. (overgankelijk werkwoord; verinnigde, heeft verinnigd) 1 inniger maken.
| Verinnigde | Verinnigd
|
| Verinteresten | Verinterestte | Verinterest
|
| Verintresten | Verintrestte | Verintrest
|
VerjagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verjaagde/verjoeg, heeft verjaagd; verjager, verjaging) 1 wegjagen.
In Spaans overeenkomend met: Expulsar Acobardar, Espantar, Remontar sAfschrikken Naar buiten jagen Op de vlucht drijven Uitdrijven Uitjagen Uitwijzen Verbannen Vrees aanjagen Wegjagen Wegsturen | Verjaagde, Verjoeg | Verjaagd
|
VerjarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verjaarde, is verjaard; verjaring) 1 zijn verjaardag vieren, jarig zijn 2 (juridisch) door verloop van een bepaald aantal jaren niet meer invorderbaar, geldig of van kracht zijn.
In Spaans overeenkomend met: Expirar Celebrar su cumpleaños Prescribir sJarig zijn | Verjaarde | Verjaard
|
| Verjeugdigen | Verjeugdigde | Verjeugdigd
|
VerjongenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verjongde, is verjongd; verjonging) 1 jonger worden, schijnen. (overgankelijk werkwoord; verjongde, heeft verjongd) 1 jonger maken.
In Spaans overeenkomend met: Rejuvenecer
| Verjongde | Verjongd
|
VerkalkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkalkte, is verkalkt; verkalking) 1 tot kalk worden, kalkafzetting krijgen 2 ontoegankelijk worden voor iets nieuws.
In Spaans overeenkomend met: Calcinar Calcificar, Calcificarse Calcinarse
| Verkalkte | Verkalkt
|
VerkankerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkankerde, is verkankerd; verkankering) 1 door kanker aangetast worden 2 (informeel) aangetast worden. (overgankelijk werkwoord; verkankerde, heeft verkankerd) 1 (informeel) bederven, in de war schoppen.
| Verkankerde | Verkankerd
|
| Verkappen | Verkapte | Verkapt
|
VerkassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkaste, is verkast; verkassing) 1 (informeel) verhuizen.
| Verkaste | Verkast
|
VerkavelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkavelde, heeft verkaveld; verkaveling) 1 in percelen verdelen 2 partijen maken van (te verkopen waren).
| Verkavelde | Verkaveld
|
| Verkazen | Verkaasde | Verkaasd
|
VerkennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkende, heeft verkend; verkenning) 1 uitgaan om kennis trachten te verwerven over.
In Spaans overeenkomend met: Explorar Tantear sExploreren Nagaan Onderzoeken Polsen Uitvissen Uitzoeken Vorsen | Verkende | Verkend
|
VerkerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verkeerde, heeft verkeerd) 1 omgaan met. (werkwoord; verkeerde, heeft verkeerd) 1 zich bevinden in 2 zich bewegen in. (onovergankelijk werkwoord; verkering) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Relacionarse, Tener relación Cambiar sAanbelangen Aangaan Betreffen Kenteren Veranderen Verhouden|Zich verhouden Zich verhouden | Verkeerde | Verkeerd
|
| Verkerven | Verkerfde, Verkorf | Verkorven
|
VerketterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verketterde, heeft verketterd; verkettering) 1 heftig veroordelen.
| Verketterde | Verketterd
|
| Verkeuren | Verkeurde | Verkeurd
|
| Verkielen | Verkielde | Verkield
|
VerkiezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkoos, heeft verkozen; verkiezing) 1 liever willen of wensen 2 door keuze aanwijzen voor een functie.
In Spaans overeenkomend met: Desear Elegir, Escoger Preferir sBegeren De voorkeur geven aan Kiezen Prefereren Trek hebben in Uitkiezen Uitlezen Uitpikken Uitzoeken Verlangen Voortrekken Wensen | Verkoos | Verkozen
|
VerkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (wederkerend werkwoord; verkeek zich, heeft zich verkeken) 1 zich vergissen bij het inschatten of beoordelen van iets.
| Verkeek | Verkeken
|
VerkillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkilde, is verkild; verkilling) 1 bekoelen, kil worden. (overgankelijk werkwoord; verkilde, heeft verkild) 1 kil maken.
| Verkilde | Verkild
|
| Verkindsen | Verkindste | Verkindst
|
| Verkladden | Verkladde | Verklad
|
VerklankenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklankte, heeft verklankt; verklanker, verklanking) 1 in klank weergeven.
| Verklankte | Verklankt
|
VerklappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklapte, heeft verklapt; verklapper, verklapping) 1 vertellen wat geheim moest blijven.
| Verklapte | Verklapt
|
VerklarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklaarde, heeft verklaard; verklaarder, verklaring) 1 duidelijk maken 2 min of meer plechtig uitspreken. (wederkerend werkwoord; verklaarde zich, heeft zich verklaard) 1 zich (officieel) noemen .
In Spaans overeenkomend met: Declarar Exponer Desarrollar Interpretar Aclarar, Explicar Otorgar sAangeven Beduiden Betuigen Declareren Duidelijk maken Duiden Interpreteren Ophelderen Toelichten Uiteenzetten Uitleggen Verhelderen Vertolken | Verklaarde | Verklaard
|
VerkledenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkleedde, heeft verkleed; verkleding) 1 andere kleren aandoen 2 (iem.) vermommen door hem andere dan de bij zijn persoon passende kleren aan te trekken. (wederkerend werkwoord; verkleedde zich, heeft zich verkleed) 1 zich omkleden, andere kleren aandoen 2 zich vermommen door andere kleren aan te trekken.
In Spaans overeenkomend met: Enmascarar sMaskeren Vermommen | Verkleedde | Verkleed
|
VerkleinenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkleinde, heeft verkleind; verkleiner, verkleining) 1 kleiner maken 2 geringer maken.
In Spaans overeenkomend met: Empequeñecer
| Verkleinde | Verkleind
|
VerkletsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkletste, heeft verkletst) 1 met kletsen verloren laten gaan.
| Verkletste | Verkletst
|
VerkleumenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkleumde, is verkleumd; verkleuming) 1 bevangen worden van kou.
| Verkleumde | Verkleumd
|
VerkleurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkleurde, is verkleurd; verkleuring) 1 van kleur veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Desteñirse Marchitarse, Mustiarse sKwijnen Verdorren Verflensen Verleppen Verwelken | Verkleurde | Verkleurd
|
VerklikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklikte, heeft verklikt; verklikker, verklikking) 1 heimelijk aanbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Delatar, Denunciar sAanbrengen Aangeven Aanzeggen Klikken Verraden | Verklikte | Verklikt
|
VerklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (van geluiden) wegsterven.
| Verklonk | Verklonken
|
| Verkloeken | Verkloekte | Verkloekt
|
VerklotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklootte, heeft verkloot) 1 (vulgair) verknoeien, bederven.
| Verklootte | Verkloot
|
VerklungelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verklungelde, heeft verklungeld) 1 met nietigheden doorbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Acabar sOpmaken Verdoen Verkwisten Vermorsen Verspillen | Verklungelde | Verklungeld
|
VerknallenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verknalde, heeft verknald) 1 (informeel) verloren laten gaan 2 aan vuurwerk verschieten.
| Verknalde | Verknald
|
| Verknechten | Verknechtte | Verknecht
|
VerkneukelenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verkneukelde zich, heeft zich verkneukeld) 1 innerlijk veel plezier hebben.
| Verkneukelde | Verkneukeld
|
VerkneuterenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verkneuterde zich, heeft zich verkneuterd) 1 verkneukelen.
| Verkneuterde | Verkneuterd
|
| Verkniezen | Verkniesde | Verkniesd
|
| Verknijpen | Verkneep | Verknepen
|
VerknippenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verknipte, heeft verknipt) 1 in kleine stukjes knippen 2 knippend bederven, verkeerd knippen.
| Verknipte | Verknipt
|
VerknoeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verknoeide, heeft verknoeid; verknoeier, verknoeiing) 1 door slechte behandeling bederven 2 (tijd, geld) op onnutte wijze besteden.
In Spaans overeenkomend met: Averiar, Deteriorar, Estropear Echar a perder Chafallar, Chapucear Corromper sBederven Beschadigen Beunhazen Havenen Knoeien Modderen Schaden Schenden Stuk maken Stukmaken Toetakelen Verhaspelen Verpesten Verprutsen | Verknoeide | Verknoeid
|
VerknollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verknolde, heeft verknold) 1 (informeel) verknoeien.
| Verknolde | Verknold
|
VerknopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verknoopte, heeft verknoopt) 1 nauw met elkaar verbinden.
| Verknoopte | Verknoopt
|
| Verknutselen | Verknutselde | Verknutseld
|
VerkoelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkoelde, is verkoeld; verkoeling) 1 minder hartelijk worden. (overgankelijk werkwoord; verkoelde, heeft verkoeld) 1 koel, koeler maken.
In Spaans overeenkomend met: Resfriar sKoud maken | Verkoelde | Verkoeld
|
VerkokenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkookte, is verkookt) 1 door koken verdampen. (overgankelijk werkwoord; verkookte, heeft verkookt) 1 indampen.
| Verkookte | Verkookt
|
VerkokerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkokerde, is verkokerd; verkokering) 1 uiteenvallen in een aantal scherp gescheiden beleidscircuits.
| Verkokerde | Verkokerd
|
VerkolenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkoolde, is verkoold; verkoling) 1 tot kool worden of verbranden. (overgankelijk werkwoord; verkoolde, heeft verkoold) 1 tot houtskool maken of verwerken.
In Spaans overeenkomend met: Carbonizar
| Verkoolde | Verkoold
|
VerkommerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkommerde, is verkommerd; verkommering) 1 in ellende wegkwijnen.
| Verkommerde | Verkommerd
|
| Verkonden | Verkondde | Verkond
|
VerkondigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkondigde, heeft verkondigd; verkondiger, verkondiging) 1 als leer of waarheid bekendmaken.
In Spaans overeenkomend met: Proclamar sAfkondigen Proclameren Uitvaardigen | Verkondigde | Verkondigd
|
| Verkondschappen | Verkondschapte | Verkondschapt
|
| Verkonkelen | Verkonkelde | Verkonkeld
|
VerkopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkocht, heeft verkocht; verkoper, verkoping) 1 verkocht worden. (overgankelijk werkwoord; verkocht, heeft verkocht) 1 (ook absoluut) (iets) aan een ander tegen een bepaalde prijs overdoen 2 toedienen 3 ten beste geven 4 aannemelijk, geloofwaardig maken.
In Spaans overeenkomend met: Marear ((koopwaar),(mercancías)), Vender sOverdoen Tappen Verhandelen Vervreemden Wegdoen | Verkocht | Verkocht
|
| Verkoperen | Verkoperde | Verkoperd
|
VerkorrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkorrelde, is verkorreld; verkorreling) 1 tot korrels worden. (overgankelijk werkwoord; verkorrelde, heeft verkorreld) 1 tot korrels vormen.
| Verkorrelde | Verkorreld
|
| Verkorsten | Verkorstte | Verkorst
|
VerkortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkortte, heeft verkort) 1 korter maken, inkorten.
In Spaans overeenkomend met: Acortar sAfkorten Bekorten Inkorten | Verkortte | Verkort
|
VerkrachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkrachtte, heeft verkracht; verkrachter, verkrachting) 1 met geweld tot geslachtsgemeenschap dwingen 2 op grove wijze schenden.
In Spaans overeenkomend met: Forzar, Violar, Violentar sForceren Geweld aandoen | Verkrachtte | Verkracht
|
VerkrampenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkrampte, is verkrampt; verkramping) 1 verstijven door kramp of psychische spanningen.
| Verkrampte | Verkrampt
|
VerkrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkrapping) ¶ alleen in verbindingen.
| Verkrapte | Verkrapt
|
VerkreukelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkreukelde, is verkreukeld; verkreukeling) 1 kreukels krijgen. (overgankelijk werkwoord; verkreukelde, heeft verkreukeld) 1 door kreuken bederven.
In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar sFrommelen Kreukelen Kreuken Verfomfaaien Verfrommelen | Verkreukelde | Verkreukeld
|
VerkreukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verkreukte, heeft verkreukt; verkreuker, verkreuking) 1 verkreukelen.
| Verkreukte | Verkreukt
|
VerkrijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkreeg, heeft verkregen; verkrijger, verkrijging) 1 krijgen, ontvangen 2 kopen 3 (met inspanning) verwerven.
In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Alcanzar, Conseguir, Obtener, Reportar Proporcionarse sAanschaffen Behalen Buitmaken Erin slagen om Kopen Krijgen Verwerven | Verkreeg | Verkregen
|
VerkrimpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkrimping) ¶ alleen in verbindingen.
| Verkromp | Verkrompen
|
VerkrommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkromde, is verkromd) 1 krom worden.
| Verkromde | Verkromd
|
VerkroppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkropping) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir Ahogar, Sofocar sNeerslaan Onderdrukken Opkroppen Smoren Verdringen Verdrukken Verstikken | Verkropte | Verkropt
|
VerkrottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkrotte, is verkrot; verkrotting) 1 door gebrek aan onderhoud vervallen.
| Verkrotte | Verkrot
|
VerkruienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkruide, heeft verkruid) 1 met een kruiwagen vervoeren.
| Verkruide | Verkruid
|
VerkruimelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkruimelde, heeft verkruimeld; verkruimeling) 1 tot kruimels worden. (overgankelijk werkwoord; verkruimelde, heeft verkruimeld) 1 geheel tot kruimels maken 2 te klein verdelen.
In Spaans overeenkomend met: Desmenuzar, Desmigajar, Desmigar, Migar sKruimelen Uitrafelen Verbrokkelen | Verkruimelde | Verkruimeld
|
| Verkuilen | Verkuilde | Verkuild
|
VerkwanselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkwanselde, heeft verkwanseld; verkwanseling) 1 op een knoeierige manier verruilen of van de hand doen 2 aan beuzelarijen uitgeven.
| Verkwanselde | Verkwanseld
|
VerkwijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verkwijnde, is verkwijnd; verkwijning) 1 langzamerhand minder, zwakker worden.
| Verkwijnde | Verkwijnd
|
VerkwikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkwikte, heeft verkwikt) 1 weer fit maken.
| Verkwikte | Verkwikt
|
VerkwistenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verkwistte, heeft verkwist; verkwister, verkwisting) 1 op onnutte of lichtzinnige wijze verbruiken.
In Spaans overeenkomend met: Derrotar Acabar Perder Derrochar, Desbaratar, Despilfarrar, Destrozar, Disipar, Malgastar, Malograr, Prodigar sDoorbrengen Kwijtraken Opgeven Opmaken Verbeuren Verbrassen Verdoen Verklungelen Verliezen Vermorsen Vernielen Vernietigen Verspelen Verspillen | Verkwistte | Verkwist
|
VerladenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlaadde, heeft verladen; verlader, verlading) 1 in een ander schip of voertuig laden.
In Spaans overeenkomend met: Transbordar sAfwentelen Overladen | Verlaadde | Verladen
|
VerlagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlaagde, heeft verlaagd; verlaging) 1 lager maken 2 zedelijk laag doen staan, schande aandoen.
In Spaans overeenkomend met: Rebajar Degradar Disminuir Bajar sAchterhouden Dalen Degraderen Minder worden Verminderen Verzakken Wegzakken Zakken | Verlaagde | Verlaagd
|
VerlakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlakte, heeft verlakt; verlakker, verlakking) 1 (informeel) bedriegen 2 met lak overdekken.
In Spaans overeenkomend met: Engañar sBeetnemen Smokkelen | Verlakte | Verlakt
|
VerlammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlamde, heeft verlamd) 1 lam maken.
In Spaans overeenkomend met: Paralizar sLamleggen | Verlamde | Verlamd
|
VerlangenALLE betekenissen van dit woord: (het; verlangens) 1 sterke begeerte. (werkwoord; verlangde, heeft verlangd) 1 vervuld zijn van een begeerte, intens willen. (overgankelijk werkwoord; verlangde, heeft verlangd) 1 willen hebben.
In Spaans overeenkomend met: Desear Exigir Pedir Anhelar, Añorar, Suspirar sBegeren Hunkeren Reikhalzen Smachten Trek hebben in Verkiezen Wensen Zuchten Zuchten naar | Verlangde | Verlangd
|
| Verlangzamen | Verlangzaamde | Verlangzaamd
|
| Verlanterfanten | Verlanterfantte | Verlanterfant
|
| Verlappen | Verlapte | Verlapt
|
VerlatenIn de betekenis van: 1 rekenen op, vertrouwen op 2 te laat komen
In Spaans overeenkomend met: Atrasar sAchter zijn Achterlaten Achterlopen Afscheid nemen Afscheid nemen van In de steek laten Laten varen Legateren Nalaten Vaarwel zeggen Vaarwel zeggen tegen Vermaken Vertragen Verzuimen | Verlaatte | Verlaat
|
VerlatenIn de betekenis van: 1 weggaan uit, weggaan van 2 niet meer toepassen of gebruiken
In Spaans overeenkomend met: Despedirse AbandonarDejar sAchter zijn Achterlaten Achterlopen Afscheid nemen Afscheid nemen van In de steek laten Laten varen Legateren Nalaten Vaarwel zeggen Vaarwel zeggen tegen Vermaken Vertragen Verzuimen | Verliet | Verlaten
|
| Verledigen | Verledigde | Verledigd
|
VerleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlegde, heeft verlegd; verlegger, verlegging) 1 verplaatsen, anders leggen.
In Spaans overeenkomend met: Extraviar, Trasladar sOmzetten Overbrengen Overplaatsen Verplaatsen Wegmaken | Verlegde | Verlegd
|
VerleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verleidde, heeft verleid; verleider, verleiding) 1 tot iets slechts overhalen, op de slechte weg leiden 2 verlokken tot 3 tot geslachtsgemeenschap brengen, overhalen.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Seducir Tentar sBekoren In verzoeking brengen Verlokken Verzoeken | Verleidde | Verleid
|
| Verleien | Verleide | Verleid
|
VerlekkerenIn Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar, Seducir sAanlokken Aantrekken Bekoren Toelachen Trekken | Verlekkerde | Verlekkerd
|
| Verlelijken | Verlelijkte | Verlelijkt
|
VerlenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verleende, heeft verleend; verlener, verlening) 1 geven, verschaffen, schenken.
In Spaans overeenkomend met: Dar Conferir, Otorgar sAangeven Geven Inwilligen Opbrengen Toebrengen Toekennen Toestaan | Verleende | Verleend
|
VerlengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlengde, heeft verlengd; verlenger, verlenging) 1 langer maken 2 langer laten duren.
In Spaans overeenkomend met: Prolongar Alargar sDoortrekken Langer maken Rekken Uitleggen Uitrekken Uittrekken | Verlengde | Verlengd
|
VerleppenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verlepte, is verlept) 1 verwelken.
In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse sKwijnen Verdorren Verflensen Verkleuren Verwelken | Verlepte | Verlept
|
VerlerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verleerde, heeft verleerd; verlering) 1 na enige tijd niet meer kennen of kunnen.
In Spaans overeenkomend met: Desaprender, Olvidar, Olvidarse sAfleren | Verleerde | Verleerd
|
VerlettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlette, heeft verlet) 1 verhinderen.
| Verlette | Verlet
|
VerleuterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verleuterde, heeft verleuterd) 1 (de tijd) met praten verloren laten gaan.
| Verleuterde | Verleuterd
|
VerlevendigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlevendigde, heeft verlevendigd) 1 levendig, levendiger maken.
In Spaans overeenkomend met: Activar, Alegrar, Amenizar, Animar, Incitar sAanvuren Aanwakkeren Aanzetten Opvrolijken | Verlevendigde | Verlevendigd
|
VerlezenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verlas zich, heeft zich verlezen) 1 zich vergissen bij het lezen.
| Verlas | Verlezen
|
VerlichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlichtte, heeft verlicht; verlichter, verlichting) 1 van licht voorzien 2 minder zwaar maken 3 inzicht, kennis brengen tot of in.
In Spaans overeenkomend met: Desahogar Aliviar Adornar con luces Alumbrar, Encender, Iluminar Atenuar, Mitigar, Paliar sAansteken Belichten Bevrijden Illumineren Lenigen Opluchten Vermurwen Verzachten Voorlichten | Verlichtte | Verlicht
|
VerliederlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verliederlijkte, is verliederlijkt; verliederlijking) 1 liederlijk worden. (overgankelijk werkwoord; verliederlijkte, heeft verliederlijkt) 1 liederlijk maken.
| Verliederlijkte | Verliederlijkt
|
| Verlieven | Verliefde | Verliefd
|
VerliezenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verloor, heeft verloren) 1 totaal opgaan in. (overgankelijk werkwoord; verloor, heeft verloren) 1 (ook absoluut) de mindere blijken, overwonnen worden 2 (ook absoluut) nadeel lijden in de handel 3 niet meer beschikken over 4 nutteloos besteden.
In Spaans overeenkomend met: Perder, Sucumbir ((het proces),(el proceso judicial)) Malograr sKwijtraken Opgeven Verbeuren Verkwisten Verspelen Verspillen | Verloor | Verloren
|
VerliggenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 anders liggen.
| Verlag | Verlegen
|
VerlijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verleed, heeft verleden) 1 (juridisch) (van een notaris) (een akte, testament, contract enz.) opmaken en na ondertekening rechtsgeldig verklaren.
| Verleed | Verleden
|
VerlijmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlijmde, heeft verlijmd; verlijming) 1 met lijm verbinden.
| Verlijmde | Verlijmd
|
VerlinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlinkte, heeft verlinkt; verlinker, verlinking) 1 (informeel) verraden.
| Verlinkte | Verlinkt
|
VerlinksenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verlinkste, heeft verlinkst) 1 linkser, progressiever worden.
| Verlinkste | Verlinkst
|
VerlodenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verloodde, heeft verlood; verloding) 1 met lood bedekken.
| Verloodde | Verlood
|
VerloederenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verloederde, is verloederd; verloedering) 1 te gronde gaan 2 (jacht) (van een dood dier dat niet gevonden wordt) verrotten, vergaan.
In Spaans overeenkomend met: Decaer
| Verloederde | Verloederd
|
VerlokkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlokte, heeft verlokt; verlokker, verlokking) 1 overhalen door iets aantrekkelijk voor te stellen.
In Spaans overeenkomend met: Tentar sBekoren In verzoeking brengen Verleiden Verzoeken | Verlokte | Verlokt
|
| Verlonen | Verloonde | Verloond
|
VerloochenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verloochende, heeft verloochend; verloochenaar, verloochening) 1 beweren geen betrekking tot het genoemde te hebben.
In Spaans overeenkomend met: Abnegar, Renegar
| Verloochende | Verloochend
|
VerlopenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; verlopener, meest verlopen) 1 aan lagerwal geraakt. (onovergankelijk werkwoord; verliep, is verlopen) 1 (van tijd) verstrijken 2 na enige tijd ongeldig worden 3 zich afspelen 4 gaandeweg minder bezocht of beoefend worden 5 in zijn verloop van profiel veranderen 6 (van zetsel) in een andere regel, op een volgende kolom of bladzijde komen.
In Spaans overeenkomend met: Expirar, Terminarse Ir Pasar, Transcurrir sAflopen Begeven|Zich begeven Eindigen Lopen Omkomen Ophouden Overgaan Uitgaan Uitlopen Uitraken Van stapel lopen Vergaan Verstrijken Zich begeven | Verliep | Verlopen
|
VerlossenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verloste, heeft verlost; verlosser, verlossing) 1 uit een benarde positie bevrijden.
In Spaans overeenkomend met: Libertar, Poner en libertad sAfhelpen Bevrijden Loslaten Vrijlaten Vrijmaken | Verloste | Verlost
|
VerlotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlootte, heeft verloot; verloter, verloting) 1 door het lot laten toewijzen.
| Verlootte | Verloot
|
VerlovenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verloofde zich, heeft zich verloofd) 1 zich door trouwbelofte verbinden.
| Verloofde | Verloofd
|
VerluchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verluchtte, heeft verlucht; verluchter, verluchting) 1 (een geschrift) illustreren 2 (in België) luchten, ventileren.
In Spaans overeenkomend met: Ilustrar sIllustreren Veraanschouwelijken | Verluchtte | Verlucht
|
VerluchtigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verluchtigde, heeft verluchtigd; verluchtiging) 1 opvrolijken.
| Verluchtigde | Verluchtigd
|
VerluidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verluidde, heeft verluid) 1 bekend worden.
| Verluidde | Verluid
|
VerluierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verluierde, heeft verluierd; verluiering) 1 (de tijd) luierend doorbrengen.
| Verluierde | Verluierd
|
VerlullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlulde, heeft verluld) 1 (informeel) (de tijd) met kletsen verdoen 2 (informeel) verraden. (wederkerend werkwoord; verlulde zich, heeft zich verluld) 1 zijn mond voorbijpraten.
| Verlulde | Verluld
|
VerlummelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verlummelde, heeft verlummeld) 1 (de tijd) verbeuzelen.
| Verlummelde | Verlummeld
|
| Verlustigen | Verlustigde | Verlustigd
|
| Vermaagschappen | Vermaagschapte | Vermaagschapt
|
VermagerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vermagerde, is vermagerd; vermagering) 1 magerder worden. (overgankelijk werkwoord; vermagerde, heeft vermagerd) 1 magerder maken.
In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Enflaquecer sMinder worden Verminderen Verzwakken | Vermagerde | Vermagerd
|
VermakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermaakte, heeft vermaakt; vermaker, vermaking) 1 aangenaam bezighouden 2 bij testament toewijzen 3 (kledingstukken) anders maken. (wederkerend werkwoord; vermaakte zich, heeft zich vermaakt) 1 plezier hebben.
In Spaans overeenkomend met: Transformar, Transformarse Divertir, Entretener Dejar Cambiar, Mudar sAchterlaten Amuseren Herscheppen In de steek laten Legateren Nalaten Onderhouden Opvrolijken Veranderen Verlaten Vervormen Verzuimen Wisselen | Vermaakte | Vermaakt
|
| Vermaledijden | Vermaledijdde | Vermaledijd
|
VermaledijenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermaledijde, heeft vermaledijd) 1 vervloeken.
| Vermaledijde | Vermaledijd
|
VermalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermaalde, heeft vermalen; vermaling) 1 fijnmalen.
In Spaans overeenkomend met: Majar Moler sFijnstampen Kwellen Malen | Vermaalde | Vermalen
|
VermanenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vermaande, heeft vermaand; vermaner, vermaning) 1 (iem.) met aandrang zeggen dat hij zich moet beteren.
In Spaans overeenkomend met: Apercibir Reprender sManen Waarschuwen | Vermaande | Vermaand
|
| Vermangelen | Vermangelde | Vermangeld
|
VermannelijkenIn Spaans overeenkomend met: Amacharse
| Vermannelijkte | Vermannelijkt
|
VermannenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vermande zich, heeft zich vermand; vermanning) 1 moed vatten, de kracht tot iets vinden.
| Vermande | Vermand
|
VermarktenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermarktte, heeft vermarkt) 1 onderwerpen aan marktwerking 2 trachten te verkopen.
| Vermarktte | Vermarkt
|
VermassacrerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermassacreerde, heeft vermassacreerd) 1 (in België; informeel) geheel verknoeien 2 (in België; informeel) uitroeien.
| Vermassacreerde | Vermassacreerd
|
VermeerderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vermeerderde, is vermeerderd; vermeerdering) 1 groter worden in omvang of aantal. (overgankelijk werkwoord; vermeerderde, heeft vermeerderd) 1 groter maken in omvang, aantal of kracht.
In Spaans overeenkomend met: Aumentar, Incrementar Acrecentar, Adelantar sVergroten Verhogen | Vermeerderde | Vermeerderd
|
| Vermeesteren | Vermeesterde | Vermeesterd
|
VermeienALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vermeide zich, heeft zich vermeid) 1 (formeel) zich vermaken.
| Vermeide | Vermeid
|
VermeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermeldde, heeft vermeld; vermelding) 1 berichten, opgave doen van.
In Spaans overeenkomend met: Mencionar, Mentar sGewag maken van Melden Noemen | Vermeldde | Vermeld
|
| Vermemelen | Vermemelde | Vermemeld
|
| Vermenen | Vermeende | Vermeend
|
VermengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermengde, heeft vermengd; vermenging) 1 (twee of meer stoffen) door elkaar werken. (wederkerend werkwoord; vermengde zich, heeft zich vermengd) 1 een mengsel vormen.
In Spaans overeenkomend met: Amalgamar Confundir, Entremezclar, Mezclar sMengen Mixen Temperen Verwarren | Vermengde | Vermengd
|
VermenigvuldigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermenigvuldigde, heeft vermenigvuldigd; vermenigvuldiger, vermenigvuldiging) 1 tot een veelvoud maken, in aantal doen toenemen 2 een bepaald veelvoud maken van. (wederkerend werkwoord; vermenigvuldigde zich, heeft zich vermenigvuldigd) 1 zich voortplanten 2 zich opstapelen, talrijker worden.
In Spaans overeenkomend met: Multiplicar
| Vermenigvuldigde | Vermenigvuldigd
|
VermenselijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vermenselijkte, is vermenselijkt; vermenselijking) 1 menselijker worden. (overgankelijk werkwoord; vermenselijkte, heeft vermenselijkt) 1 menselijke vormen geven, menselijk voorstellen.
| Vermenselijkte | Vermenselijkt
|
| Vermeten | Vermat | Vermeten
|
VermijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermeed, heeft vermeden; vermijding) 1 voorkomen 2 ontwijken.
In Spaans overeenkomend met: Evitar, Rehuir sMijden Ontwijken Uit de weg gaan | Vermeed | Vermeden
|
| Vermiljoenen | Vermiljoende | Gevermiljoend
|
VerminderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verminderde, is verminderd) 1 kleiner worden in omvang, aantal of kracht. (overgankelijk werkwoord; verminderde, heeft verminderd) 1 kleiner maken in omvang, aantal of kracht.
In Spaans overeenkomend met: Rebajar Adelgazar Cercenar, Disminuir, Escasear, Escatimar Amainar, Decrecer, Menguar Resfriarse sAchterhouden Afnemen Bekoelen Minder worden Slinken Tanen Verflauwen Verlagen Vermageren Verzwakken | Verminderde | Verminderd
|
VerminkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verminkte, heeft verminkt; verminking) 1 onherstelbaar beschadigen.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Mutilar sVerdraaien | Verminkte | Verminkt
|
| Vermissen | Vermiste | Vermist
|
VermoedenALLE betekenissen van dit woord: (het; vermoedens) 1 gedachte, veronderstelling op grond van aanwijzingen 2 (juridisch) gevolgtrekking uit een bekend feit. (overgankelijk werkwoord; vermoedde, heeft vermoed) 1 gissen, denken 2 bedacht zijn op.
In Spaans overeenkomend met: Percibir Entrever Barruntar, Columbrar, Conjeturar, Imaginar, Maliciar, Presumir, Recelar, Sospechar, Suponer sAannemen Aanvoelen Gissen Menen Onderstellen Stellen Veronderstellen | Vermoedde | Vermoed
|
VermoeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermoeide, heeft vermoeid; vermoeiing) 1 moe maken.
In Spaans overeenkomend met: Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar sErgeren Tegenstaan Vervelen | Vermoeide | Vermoeid
|
| Vermoeren | Vermoerde | Vermoerd
|
| Vermoffelen | Vermoffelde | Vermoffeld
|
| Vermoffen | Vermofte | Vermoft
|
VermogenALLE betekenissen van dit woord: (het; vermogens) 1 rijkdom, bezit 2 de maat van wat iets kan verwerken of presteren 3 dat waartoe iem. of iets in staat is. (overgankelijk werkwoord; vermocht, heeft vermocht) 1 (archaïsch) kunnen.
| Vermocht | Vermocht
|
VermolmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vermolmde, is vermolmd; vermolming) 1 tot molm vergaan.
| Vermolmde | Vermolmd
|
VermommenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermomde, heeft vermomd; vermomming) 1 (iem.) onherkenbaar maken door andere kleding, schmink e.d. (wederkerend werkwoord) 1 zich onherkenbaar maken door andere kleding, schmink e.d.
In Spaans overeenkomend met: Disfrazar Enmascarar sMaskeren Verkleden Verkleden als | Vermomde | Vermomd
|
| Vermooien | Vermooide | Vermooid
|
VermoordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermoordde, heeft vermoord) 1 gewelddadig van het leven beroven.
In Spaans overeenkomend met: Asesinar sMoorden | Vermoordde | Vermoord
|
VermorsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermorste, heeft vermorst; vermorsing) 1 door morsen verloren laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Acabar sOpmaken Verdoen Verklungelen Verkwisten Verspillen | Vermorste | Vermorst
|
VermorzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermorzelde, heeft vermorzeld; vermorzeling) 1 geheel stukslaan of -drukken.
In Spaans overeenkomend met: Destrozar, Quebrantar, Romper con estrépito sIntrappen Verbrijzelen Verpletteren | Vermorzelde | Vermorzeld
|
| Vermuffen | Vermufte | Vermuft
|
VermuntenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermuntte, heeft vermunt; vermunting) 1 muntende verbruiken 2 opnieuw munten.
| Vermuntte | Vermunt
|
VermurwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vermurwde, heeft vermurwd) 1 (iem.) zacht, gevoelig maken.
In Spaans overeenkomend met: Atenuar, Mitigar, Paliar sVerlichten Verzachten | Vermurwde | Vermurwd
|
| Vernaaien | Vernaaide | Vernaaid
|
VernachelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernachelde, heeft vernacheld) 1 (informeel) bedriegen.
| Vernachelde | Vernacheld
|
| Vernachten | Vernachtte | Vernacht
|
VernagelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernagelde, heeft vernageld; vernageling) 1 dichtspijkeren.
| Vernagelde | Vernageld
|
VernauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernauwde, heeft vernauwd; vernauwing) 1 nauwer maken. (wederkerend werkwoord; vernauwde zich, heeft zich vernauwd) 1 nauwer worden.
| Vernauwde | Vernauwd
|
VernederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernederde, heeft vernederd; vernedering) 1 geringschattend bejegenen.
In Spaans overeenkomend met: Encoger Anonadar, Humillar sBeschaamd maken Verootmoedigen | Vernederde | Vernederd
|
VernederlandsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vernederlandste, is vernederlandst; vernederlandsing) 1 Nederlands worden, een Nederlandse vorm krijgen.
| Vernederlandste | Vernederlandst
|
VernemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernam, heeft vernomen; verneming) 1 (informatie) krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Enterarse Oír Percibir sBemerken Er achter komen Gewaar worden Horen Merken Opmerken Verstaan Waarnemen | Vernam | Vernomen
|
| Vernestelen | Vernestelde | Vernesteld
|
VerneukenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verneukte, heeft verneukt; verneuker) 1 (informeel) bedriegen.
| Verneukte | Verneukt
|
| Verneurien | Verneuriede | Verneuried
|
VernevelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vernevelde, is verneveld; verneveling) 1 als nevel vervliegen. (overgankelijk werkwoord; vernevelde, heeft verneveld) 1 als nevel verspreiden.
| Vernevelde | Verneveld
|
VernielenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernielde, heeft vernield; vernieler, vernieling) 1 volledig stukmaken.
In Spaans overeenkomend met: Derrotar, Desbaratar, Destrozar, Destruir sTe gronde richten Verdelgen Verkwisten Vernietigen Verwoesten | Vernielde | Vernield
|
VernietigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernietigde, heeft vernietigd; vernietiging) 1 zo vernielen dat alles weg is 2 (juridisch) de vervulling onmogelijk maken van.
In Spaans overeenkomend met: Asolar, Derrotar, Desbaratar, Destruir, Irritar, Subvertir Derruir Confundir Aniquilar sBeschamen Omkeren Omverwerpen Onbruikbaar maken Slopen Te gronde richten Teniet doen Verdelgen Verkwisten Vernielen Verwoesten Wegcijferen | Vernietigde | Vernietigd
|
VernieuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernieuwde, heeft vernieuwd; vernieuwer, vernieuwing) 1 geheel of ten dele nieuw maken.
In Spaans overeenkomend met: Renovar sRenoveren | Vernieuwde | Vernieuwd
|
| Vernieuwerwetsen | Vernieuwerwetste | Vernieuwerwetst
|
VernikkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vernikkelde, is vernikkeld; vernikkeling) 1 (informeel) verkleumen. (overgankelijk werkwoord; vernikkelde, heeft vernikkeld) 1 met nikkel overtrekken 2 (informeel) bedriegen.
In Spaans overeenkomend met: Niquelar
| Vernikkelde | Vernikkeld
|
VernissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verniste, heeft gevernist) 1 met vernis bestrijken.
In Spaans overeenkomend met: Barnizar
| Verniste | Gevernist
|
VernoemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernoemde, heeft vernoemd; vernoeming) 1 naar iem. noemen.
| Vernoemde | Vernoemd
|
VernummerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vernummerde, heeft vernummerd; vernummering) 1 opnieuw, anders nummeren.
| Vernummerde | Vernummerd
|
VeronaangenamenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veronaangenaamde, heeft veronaangenaamd; veronaangenaming) 1 onaangenaam maken.
| Veronaangenaamde | Veronaangenaamd
|
VeronachtzamenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veronachtzaamde, heeft veronachtzaamd) 1 verwaarlozen.
In Spaans overeenkomend met: Postergar sVergeten | Veronachtzaamde | Veronachtzaamd
|
VeronderstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veronderstelde, heeft verondersteld; veronderstelling) 1 als waar of bestaand aannemen, uitgaan van.
In Spaans overeenkomend met: Sobreentender, Sobrentender, Suponer sAannemen Menen Onderstellen Stellen Vermoeden | Veronderstelde | Verondersteld
|
VerongelijkenIn Spaans overeenkomend met: Ofender sBeledigen Grieven Krenken | Verongelijkte | Verongelijkt
|
VerongelukkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verongelukte, is verongelukt; verongelukking) 1 door een ongeluk omkomen.
In Spaans overeenkomend met: Perecer sCreperen Omkomen Ondergaan Sneuvelen Vergaan | Verongelukte | Verongelukt
|
VerontheiligenIn Spaans overeenkomend met: Profanar sOntheiligen Ontwijden Profaneren Schenden | Verontheiligde | Verontheiligd
|
VerontreinigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verontreinigde, heeft verontreinigd; verontreiniger, verontreiniging) 1 vuilmaken.
In Spaans overeenkomend met: Contaminar Emporcar, Ensuciar, Manchar sBevlekken Bevuilen Bezoedelen Vuilmaken | Verontreinigde | Verontreinigd
|
VerontrustenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verontrustte, heeft verontrust; verontrusting) 1 in onrust brengen of houden.
In Spaans overeenkomend met: Asustar Sobresaltar Alarmar, Alborotar, Inquietar, Perturbar, Preocupar Alterar sBenauwen Onrust verwekken bij Schrik aanjagen Veranderen Verschrikken Verstoren | Verontrustte | Verontrust
|
VerontschuldigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verontschuldigde, heeft verontschuldigd; verontschuldiging) 1 van schuld vrijspreken. (wederkerend werkwoord; verontschuldigde zich, heeft zich verontschuldigd) 1 excuus vragen.
In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar sExcuseren Verschonen | Verontschuldigde | Verontschuldigd
|
VerontwaardigenIn Spaans overeenkomend met: Indignar
| Verontwaardigde | Verontwaardigd
|
VeroordelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veroordeelde, heeft veroordeeld; veroordelaar, veroordeling) 1 een oordeel uitspreken over 2 bij oordeel verwerpen.
In Spaans overeenkomend met: Juzgar Condenar, Fulminar sBerechten Oordelen Rechtspreken Vonnissen | Veroordeelde | Veroordeeld
|
VeroorlovenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veroorloofde, heeft veroorloofd) 1 toestaan. (wederkerend werkwoord; veroorloofde zich, heeft zich veroorloofd; veroorloving) 1 aandurven, de vrijheid nemen om.
In Spaans overeenkomend met: Permitir sGedogen Niet beletten Permitteren Toelaten Toestaan Vergunnen | Veroorloofde | Veroorloofd
|
VeroorzakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veroorzaakte, heeft veroorzaakt; veroorzaker, veroorzaking) 1 oorzaak zijn van.
In Spaans overeenkomend met: Acarrear, Causar, Dar lugar a, Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas)), Instigar, Maquinar, Ocasionar, Originar, Producir Provocar sAandoen Aanrichten Berokkenen Doen ontstaan Meeslepen Met zich meebrengen Stichten Teweegbrengen Toebrengen | Veroorzaakte | Veroorzaakt
|
VerootmoedigenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verootmoedigde zich, heeft zich verootmoedigd; verootmoediging) 1 zich nederig opstellen.
In Spaans overeenkomend met: Encoger Anonadar, Humillar sVernederen | Verootmoedigde | Verootmoedigd
|
| Veropenbaren | Veropenbaarde | Veropenbaard
|
VerorberenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verorberde, heeft verorberd; verorbering) 1 met smaak nuttigen.
In Spaans overeenkomend met: Consumir sConsumeren Slopen Verbruiken Verteren | Verorberde | Verorberd
|
VerordenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verordende, heeft verordend; verordening) 1 bij verordening vaststellen 2 bevelen, gelasten, wettelijk bepalen.
In Spaans overeenkomend met: Mandar, Ordenar sBevelen Gelasten Sommeren Voorschrijven | Verordende | Verordend
|
VerordinerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verordineerde, heeft verordineerd; verordinering) 1 bevelen, gelasten.
| Verordineerde | Verordineerd
|
VerordonnerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verordonneerde, heeft verordonneerd; verordonnering) 1 bevelen, voorschrijven.
| Verordonneerde | Verordonneerd
|
VerouderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verouderde, is verouderd; veroudering) 1 buiten gebruik raken, niet meer aan de eisen van de tijd voldoen 2 oud, ouder worden. (overgankelijk werkwoord; verouderde, heeft verouderd) 1 oud, ouder maken.
In Spaans overeenkomend met: Envejecer Envejecerse sBesterven (van wild) Laten rijpen | Verouderde | Verouderd
|
VerouwelijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verouwelijkte, is verouwelijkt; verouwelijking) 1 (informeel) er ouder uit gaan zien. (overgankelijk werkwoord; verouwelijkte, heeft verouwelijkt) 1 ouwelijk maken.
| Verouwelijkte | Verouwelijkt
|
VeroverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veroverde, heeft veroverd; veroveraar, verovering) 1 zich met geweld meester maken van 2 voor zich winnen.
In Spaans overeenkomend met: Conquistar
| Veroverde | Veroverd
|
VerpachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpachtte, heeft verpacht; verpachter, verpachting) 1 in pacht geven.
| Verpachtte | Verpacht
|
VerpakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpakte, heeft verpakt; verpakker, verpakking) 1 (goederen) in een omhulsel doen.
In Spaans overeenkomend met: Envasar Empacar, Envolver sBottelen Inpakken Pakken | Verpakte | Verpakt
|
VerpandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpandde, heeft verpand; verpanding) 1 in onderpand geven.
In Spaans overeenkomend met: Empeñar, Pignorar sBelenen Lenen tegen een onderpand | Verpandde | Verpand
|
| Verpappen | Verpapte | Verpapt
|
VerpatsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpatste, heeft verpatst) 1 (informeel) te gelde maken.
| Verpatste | Verpatst
|
VerpauperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verpauperde, is verpauperd; verpaupering) 1 tot armoede vervallen.
| Verpauperde | Verpauperd
|
| Verpekelen | Verpekelde | Verpekeld
|
VerpersoonlijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpersoonlijkte, heeft verpersoonlijkt; verpersoonlijking) 1 als persoon voorstellen.
| Verpersoonlijkte | Verpersoonlijkt
|
VerpestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpestte, heeft verpest; verpesting) 1 (informeel) totaal verknoeien .
In Spaans overeenkomend met: Averiar, Deteriorar, Estropear Infectar Acibarar, Envenenar sAansteken Bederven Beschadigen Besmetten Havenen Infecteren Knoeien Schenden Stuk maken Stukmaken Toetakelen Vergallen Vergeven Vergiftigen Verknoeien | Verpestte | Verpest
|
VerpieterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verpieterde, is verpieterd; verpietering) 1 krachteloos worden, te veel gekookt of gebraden worden 2 verkommeren.
| Verpieterde | Verpieterd
|
VerpinkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verpinkte | Verpinkt
|
VerplaatsenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verplaatste, heeft verplaatst) 1 zich inleven in. (overgankelijk werkwoord; verplaatste, heeft verplaatst; verplaatsing) 1 naar een andere plaats brengen 2 door zijn volume of beweging wegdrukken. (wederkerend werkwoord; verplaatste zich, heeft zich verplaatst) 1 zich naar een andere plaats bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Colocar Desplazar, Trasladar, Trasplantar sNeerleggen Omzetten Overbrengen Overplaatsen Verleggen Vlijen | Verplaatste | Verplaatst
|
VerplantenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verplantte, heeft verplant; verplanting) 1 elders planten.
In Spaans overeenkomend met: Trasplantar sOverplanten Overpoten Transplanteren Verpoten | Verplantte | Verplant
|
VerplegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpleegde, heeft verpleegd; verpleger, verpleging) 1 zijn zorg wijden aan.
In Spaans overeenkomend met: Cuidar sBewaken Opletten Passen op Zorgen voor | Verpleegde | Verpleegd
|
| Verpletten | Verplette | Verplet
|
VerpletterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpletterde, heeft verpletterd; verplettering) 1 door zijn gewicht vermorzelen 2 geheel overstelpen.
In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrépito Abrumar, Enterrar sBedelven Intrappen Overstelpen Verbrijzelen Vermorzelen | Verpletterde | Verpletterd
|
VerplichtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verplichtte, heeft verplicht) 1 als plicht opleggen. (overgankelijk werkwoord; verplichtte, heeft verplicht; verplichting) 1 door dienst verbinden, noodzaken tot dankbaarheid.
In Spaans overeenkomend met: Comprometer Forzar, Obligar sDwingen Noodzaken Verbinden Verplichten tot | Verplichtte | Verplicht
|
| Verplooien | Verplooide | Verplooid
|
VerpoederenIn Spaans overeenkomend met: Pulverizar sFijnmaken Verpulveren | Verpoederde | Verpoederd
|
VerpolitiekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpolitiekte, heeft verpolitiekt) 1 tot een politieke zaak, tot iets politieks maken.
| Verpolitiekte | Verpolitiekt
|
| Verpompen | Verpompte | Verpompt
|
VerpoppenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verpopte zich, heeft zich verpopt; verpopping) 1 tot pop, een ingesponnen rups worden.
| Verpopte | Verpopt
|
VerpotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpootte, heeft verpoot; verpoting) 1 elders poten.
In Spaans overeenkomend met: Trasplantar sOverplanten Overpoten Transplanteren Verplanten | Verpootte | Verpoot
|
VerpottenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verpotte, heeft verpot; verpotting) 1 in een andere pot zetten.
| Verpotte | Verpot
|
VerpozenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verpoosde zich, heeft zich verpoosd; verpozing) 1 (formeel) rust houden.
| Verpoosde | Verpoosd
|
| Verpraten | Verpraatte | Verpraat
|
| Verprotestantsen | Verprotestantste | Verprotestantst
|
VerprutsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verprutste, heeft verprutst; verprutsing) 1 verknoeien.
In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear sBeunhazen Knoeien Modderen Verhaspelen Verknoeien | Verprutste | Verprutst
|
VerpulverenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verpulverde, heeft verpulverd; verpulveraar, verpulvering) 1 tot pulver worden. (overgankelijk werkwoord; verpulverde, heeft verpulverd) 1 tot pulver maken.
In Spaans overeenkomend met: Pulverizar sFijnmaken Verpoederen | Verpulverde | Verpulverd
|
VerradenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verried, heeft verraden; verrader) 1 trouweloos handelen jegens 2 (een geheim) verklappen, bekendmaken 3 kenbaar maken.
In Spaans overeenkomend met: Delatar Acusar Traicionar sAanbrengen Aangeven In de steek laten Klikken Laten merken Verklikken | Verraadde, Verried | Verraden
|
| Verrafelen | Verrafelde | Verrafeld
|
VerramsjenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verramsjte, heeft verramsjt; verramsjing) 1 tegen afbraakprijs verkopen.
| Verramsjte | Verramsjt
|
VerrassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verraste, heeft verrast; verrassing) 1 (iem.) onverwachts met iets confronteren 2 onverwachts verblijden.
In Spaans overeenkomend met: Sorprender sBetrappen Snappen | Verraste | Verrast
|
VerrechtsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verrechtste, is verrechtst; verrechtsing) 1 rechtser, conservatiever worden.
| Verrechtste | Verrechtst
|
| Verrechtvaardigen | Verrechtvaardigde | Verrechtvaardigd
|
VerregenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verregende, is verregend) 1 door de regen mislukken.
| Verregende | Verregend
|
| Verreiken | Verreikte | Verreikt
|
| Verreizen | Verreisde | Verreisd
|
VerrekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrekende, heeft verrekend; verrekening) 1 schulden tenietdoen. (wederkerend werkwoord; verrekende zich, heeft zich verrekend) 1 zich met rekenen vergissen.
| Verrekende | Verrekend
|
VerrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verrekte, is verrekt) 1 (informeel) vergaan van, hevig lijden door. (onovergankelijk werkwoord; verrekte, is verrekt; verrekking) 1 (informeel) versmachten, door gebrek omkomen . (overgankelijk werkwoord; verrekte, heeft verrekt) 1 uit zijn verband rekken .
In Spaans overeenkomend met: Desarticular sOntwrichten Verstuiken | Verrekte | Verrekt
|
VerrichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrichtte, heeft verricht; verrichter, verrichting) 1 ten uitvoer brengen.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo Realizar sBewerkstelligen Nakomen Naleven Realiseren Uitvoeren Vervullen Verwerkelijken Voltrekken | Verrichtte | Verricht
|
VerrijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verreed, heeft verreden) 1 rijdend verplaatsen 2 (sport) rijden om.
| Verreed | Verreden
|
VerrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrijkte, heeft verrijkt; verrijking) 1 waardevoller maken 2 (techniek) het gehalte aan werkzame isotopen verhogen. (wederkerend werkwoord; verrijkte zich, heeft zich verrijkt) 1 veel verdienen, ten koste van anderen.
In Spaans overeenkomend met: Enriquecer
| Verrijkte | Verrijkt
|
VerrijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verrees, is verrezen; verrijzing) 1 omhooggaan 2 opstaan.
In Spaans overeenkomend met: Subir Levantarse Resucitar sOpgaan Opkomen Opstaan Wassen | Verrees | Verrezen
|
| Verrimpelen | Verrimpelde | Verrimpeld
|
VerroeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verroeide, heeft verroeid) 1 (watersport) roeien om (een prijs).
| Verroeide | Verroeid
|
VerroerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verroerde, heeft verroerd; verroering) 1 in beweging, van zijn plaats brengen. (wederkerend werkwoord; verroerde zich, heeft zich verroerd) 1 zich bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Mover sBewegen | Verroerde | Verroerd
|
VerroestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verroestte, is verroest; verroesting) 1 met roest overdekt, door roest verteerd worden .
| Verroestte | Verroest
|
VerrokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrookte, heeft verrookt) 1 (geld) voor roken uitgeven.
| Verrookte | Verrookt
|
VerrollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrolde, heeft verrold) 1 rollend verplaatsen.
| Verrolde | Verrold
|
| Verronselen | Verronselde | Verronseld
|
| Verroomsen | Verroomste | Verroomst
|
VerrottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verrotte, is verrot; verrotting) 1 tot ontbinding overgaan .
In Spaans overeenkomend met: Corromperse, Pudrirse sBederven Rotten Vergaan | Verrotte | Verrot
|
| Verruigen | Verruigde | Verruigd
|
VerruilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verruilde, heeft verruild; verruiling) 1 inwisselen tegen.
In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar sInruilen Inwisselen Ruilen Uitwisselen Wisselen | Verruilde | Verruild
|
VerruimenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verruimde, is verruimd; verruimer, verruiming) 1 ruimer, wijder worden. (overgankelijk werkwoord; verruimde, heeft verruimd) 1 ruimer, wijder maken.
In Spaans overeenkomend met: Ampliar sUitbreiden Verbreden Vergroten | Verruimde | Verruimd
|
VerrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verrukte, heeft verrukt) 1 in extase brengen.
In Spaans overeenkomend met: Embelesar, Extasiar sIn verrukking brengen | Verrukte | Verrukt
|
VerruwenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verruwde, is verruwd; verruwing) 1 ruwer worden. (overgankelijk werkwoord; verruwde, heeft verruwd) 1 ruwer maken.
| Verruwde | Verruwd
|
VersagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versaagde, heeft versaagd; versaging) 1 de moed verliezen, moedeloos worden.
In Spaans overeenkomend met: Desmayar sDe moed verliezen | Versaagde | Versaagd
|
VersassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versaste, heeft versast) 1 (in België) schutten 2 (in België) van de ene plaats naar de andere overbrengen 3 (in België) (geld) doorsluizen.
| Versaste | Versast
|
VerschaffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschafte, heeft verschaft; verschaffing) 1 doen toekomen, voorzien van.
In Spaans overeenkomend met: Deparar, Facilitar, Suministrar Conceder, Proporcionar Procurar sBezorgen Fourneren Uitreiken Verstrekken | Verschafte | Verschaft
|
VerschalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschaalde, is verschaald; verschaling) 1 door lang staan geur en kracht verliezen.
| Verschaalde | Verschaald
|
VerschalkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschalkte, heeft verschalkt; verschalker, verschalking) 1 nuttigen 2 (door list) vangen.
In Spaans overeenkomend met: Burlar sBedriegen Foppen | Verschalkte | Verschalkt
|
VerschansenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschanste, heeft verschanst; verschansing) 1 met schansen versterken. (wederkerend werkwoord; verschanste zich, heeft zich verschanst) 1 bescherming zoeken.
In Spaans overeenkomend met: Fortificar sVersterken Verstevigen | Verschanste | Verschanst
|
| Verscharen | Verschaarde | Verschaard
|
VerscheidenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 (formeel) het overlijden. (bijvoeglijk naamwoord; verscheidener, meest verscheiden) 1 (formeel) verschillend, afwijkend. (onovergankelijk werkwoord; verscheidde, is verscheiden) 1 (formeel) sterven.
In Spaans overeenkomend met: Morir sDoodgaan Overlijden Sterven Versmachten | Verscheidde | Verscheiden
|
VerschelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verscheelde | Verscheeld
|
VerschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschonk, heeft verschonken) 1 weggeven.
| Verschonk | Verschonken
|
VerschepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verscheepte, heeft verscheept; verscheper, verscheping) 1 van het ene schip in het andere overladen 2 per schip verzenden.
| Verscheepte | Verscheept
|
VerscherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschoor, heeft verschoren) 1 (scheepvaart) (een touw) over een rol, katrol in een andere richting laten lopen.
| Verscheerde, Verschoor | Verschoren
|
VerscherpenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verscherpte, is verscherpt; verscherping) 1 scherper, ernstiger worden. (overgankelijk werkwoord; verscherpte, heeft verscherpt) 1 scherper, strenger maken.
| Verscherpte | Verscherpt
|
| Verscherven | Verscherfde | Verscherfd
|
VerscheurenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verscheurde, heeft verscheurd; verscheuring) 1 door scheuren vernietigen 2 met de tanden verslinden 3 tot verdeeldheid brengen.
In Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar sDoorscheuren Vaneenscheuren | Verscheurde | Verscheurd
|
VerschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschoot, is verschoten; verschieter, verschieting) 1 vaal van kleur worden 2 (van mensen) bleek worden 3 (in België; informeel) schrikken. (overgankelijk werkwoord; verschoot, heeft verschoten) 1 al schietend verbruiken.
In Spaans overeenkomend met: Caer Marcirse sAfvallen Neervallen Vallen | Verschoot | Verschoten
|
VerschijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verscheen, is verschenen; verschijning) 1 op de afgesproken plaats komen 2 uitgegeven worden 3 (van een termijn, wissel) vervallen.
In Spaans overeenkomend met: Aparecer, Comparecer Aflorar, Presentarse Salir sOpdagen Opdraven Te voorschijn komen Uitkomen Zijn intrede doen | Verscheen | Verschenen
|
VerschikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschikte, is verschikt; verschikking) 1 (van mensen) opzijschuiven. (overgankelijk werkwoord; verschikte, heeft verschikt) 1 anders plaatsen of leggen.
| Verschikte | Verschikt
|
| Verschilferen | Verschilferde | Verschilferd
|
VerschillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschilde, heeft verschild) 1 zich van elkaar onderscheiden 2 het genoemde bedrag of aantal als verschil hebben, groter of kleiner zijn ten opzichte van elkaar.
In Spaans overeenkomend met: Diferenciarse Diferir, Ser diferente sOnderscheiden|Zich onderscheiden Schelen Uitblinken Uiteenlopen Zich onderscheiden | Verschilde | Verschild
|
VerschimmelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschimmelde, is verschimmeld) 1 door beschimmeling bedorven raken.
In Spaans overeenkomend met: Enmohecerse sBeschimmelen Schimmelen | Verschimmelde | Verschimmeld
|
VerschonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschoonde, heeft verschoond; verschoning) 1 van schoon goed voorzien 2 (formeel) verontschuldigen 3 sparen, ontzien.
In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar sExcuseren Verontschuldigen | Verschoonde | Verschoond
|
| Verschoppen | Verschopte | Verschopt
|
VerschralenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschraalde, is verschraald; verschraling) 1 schraal, schraler worden.
| Verschraalde | Verschraald
|
| Verschranken | Verschrankte | Verschrankt
|
VerschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschreef, heeft verschreven; verschrijving) 1 met schrijven verbruiken 2 overbrengen op een andere rekening. (wederkerend werkwoord; verschreef zich, heeft zich verschreven) 1 zich vergissen bij het schrijven.
| Verschreef | Verschreven
|
VerschrikkenIn de betekenis van: Doen schrikken, schrik aanjagen
In Spaans overeenkomend met: Aterrorizar, Espantar Asustar Alarmar, Inquietar, Sobresaltar sAngst aanjagen Schrik aanjagen Terroriseren Verontrusten | Verschrikte | Verschrikt
|
VerschrikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschrikte, heeft verschrikt) 1 (iem.) schrik aanjagen.
In Spaans overeenkomend met: sAngst aanjagen Schrik aanjagen Terroriseren Verontrusten | Verschrok | Verschrokken
|
VerschroeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschroeide, is verschroeid; verschroeiing) 1 door schroeien bedorven raken. (overgankelijk werkwoord; verschroeide, heeft verschroeid) 1 door schroeien bederven.
In Spaans overeenkomend met: Quemar Calcinar
| Verschroeide | Verschroeid
|
VerschrompelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschrompelde, is verschrompeld; verschrompeling) 1 door uitdroging geheel rimpelig worden 2 kleiner worden. (overgankelijk werkwoord; verschrompelde, heeft verschrompeld) 1 door uitdroging geheel met rimpels in elkaar doen trekken.
In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Arrugarse, Encogerse sIneenschrompelen Rimpels krijgen Slinken | Verschrompelde | Verschrompeld
|
VerschrotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschrootte, heeft verschroot; verschroting) 1 (auto's) tot schroot verwerken.
| Verschrootte | Verschroot
|
| Verschudden | Verschudde | Verschud
|
VerschuilenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verschuilde, heeft verscholen) 1 zich aan zijn verantwoordelijkheden onttrekken door iets of iem. anders als de verantwoordelijke aan te wijzen. (wederkerend werkwoord; verschuilde zich, heeft zich verscholen; verschuiling) 1 zich verbergen, schuilhouden.
In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar sOntveinzen Verbergen Verhelen Verstoppen | Verschuilde, Verschool | Verscholen
|
VerschuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verschoof, is verschoven) 1 zich schuivend verplaatsen. (overgankelijk werkwoord; verschoof, heeft verschoven) 1 schuivend verplaatsen 2 naar een ander tijdstip verplaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Aplazar, Diferir sAanhouden Uitstellen Verdagen | Verschoof | Verschoven
|
VerschuttenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verschutte, heeft verschut; verschutting) 1 (een schip) schutten.
| Verschutte | Verschut
|
VersierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versierde, heeft versierd; versierder, versiering) 1 voorzien van versiering 2 langs officieuze weg regelen 3 verleiden.
In Spaans overeenkomend met: Coquetear Aderezar Decorar Adornar, Engalanar, Ornamentar sDecoreren Flirten Koketteren Onderscheiden Opsieren Sieren Tooien Uitdossen | Versierde | Versierd
|
VersificerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versificeerde, heeft geversificeerd; versificatie) 1 tot verzen maken, in verzen schrijven.
| Versificeerde | Geversificeerd
|
VersifiërenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie versificeren.
| Versifieerde | Geversifieerd
|
VersimpelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versimpelde, is versimpeld; versimpeling) 1 simpel, onnozel worden. (overgankelijk werkwoord; versimpelde, heeft versimpeld) 1 vereenvoudigen tot een onaanvaardbaar laag intelligentieniveau.
| Versimpelde | Versimpeld
|
VersjachelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie versjacheren.
| Versjachelde | Versjacheld
|
VersjacherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versjacherde, heeft versjacherd) 1 verkwanselen.
| Versjacherde | Versjacherd
|
VersjouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versjouwde, heeft versjouwd) 1 sjouwend verplaatsen.
| Versjouwde | Versjouwd
|
VersjterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versjteerde, heeft versjteerd) 1 (informeel) verknoeien, in de war schoppen.
| Versjteerde | Versjteerd
|
VerslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versloeg, is verslagen) 1 verschalen. (overgankelijk werkwoord; versloeg, heeft verslagen) 1 (een tegenstander) overwinnen 2 een verslag maken van 3 (dorst) lessen.
In Spaans overeenkomend met: Confundir Dictaminar, Informar, Referir Confundirse, Derrotar, Destrozar, Vencer sBerichten Bevangen Melden Overbrengen Overtuigen Overwinnen Uiteenjagen Verhalen Vertellen Zegevieren | Versloeg | Verslagen
|
| Verslampampen | Verslampampte | Verslampampt
|
VerslapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versliep, heeft verslapen) 1 (tijd) met slapen doorbrengen. (wederkerend werkwoord; versliep zich, heeft zich verslapen) 1 te lang slapen.
| Versliep | Verslapen
|
VerslappenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verslapte, is verslapt; verslapping) 1 verzwakken, slap worden. (overgankelijk werkwoord; verslapte, heeft verslapt) 1 verzwakken, slap maken.
In Spaans overeenkomend met: Ciar Aflojar, Aflojarse, Flaquear sKracht verliezen Slap maken Zwak worden | Verslapte | Verslapt
|
| Verslaven | Verslaafde | Verslaafd
|
| Verslechten | Verslechtte | Verslecht
|
VerslechterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verslechterde, is verslechterd; verslechtering) 1 slechter worden.
In Spaans overeenkomend met: Desmejorar Empeorar Empeorarse sAchteruitgaan Verergeren | Verslechterde | Verslechterd
|
| Verslensen | Verslenste | Verslenst
|
VerslepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versleepte, heeft versleept; versleping) 1 slepende verplaatsen.
| Versleepte | Versleept
|
| Versleuren | Versleurde | Versleurd
|
VersleutelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versleutelde, heeft versleuteld) 1 (een computerbestand) omzetten in voor derden onleesbare code.
In Spaans overeenkomend met: Cifrar, Codificar, Encriptar sCoderen | Versleutelde | Versleuteld
|
| Verslibben | Verslibde | Verslibd
|
| Verslijken | Verslijkte | Verslijkt
|
| Verslijmen | Verslijmde | Verslijmd
|
VerslijtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; versleet, heeft versleten) 1 houden, aanzien voor. (onovergankelijk werkwoord; versleet, is versleten; verslijting) 1 door het gebruik gaandeweg afnemen, slijten. (overgankelijk werkwoord; versleet, heeft versleten) 1 door dragen of gebruiken doen slijten.
In Spaans overeenkomend met: Destrozar por el uso Desgastarse Gastar sAfdragen Afslijten Doorslijten Opgebruiken Slijten Uitslijten | Versleet | Versleten
|
VerslikkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verslikte, heeft verslikt) 1 blijken onderschat te hebben. (wederkerend werkwoord; verslikte zich, heeft zich verslikt; verslikker, verslikking) 1 verkeerd slikken zodat iets in de luchtpijp komt.
| Verslikte | Verslikt
|
VerslindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verslond, heeft verslonden; verslinding) 1 gulzig opeten.
In Spaans overeenkomend met: Devorar, Zamparse sInslikken Verzwelgen | Verslond | Verslonden
|
| Verslingeren | Verslingerde | Verslingerd
|
| Verslodderen | Verslodderde | Verslodderd
|
VersloffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verslofte, is versloft) 1 achteruitgaan door onachtzaamheid.
| Verslofte | Versloft
|
VerslonzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verslonsde, heeft verslonsd; verslonzing) 1 door onzorgvuldige behandeling slonzig laten worden.
| Verslonsde | Verslonsd
|
VersluierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versluierde, heeft versluierd; versluiering) 1 (als) met een sluier bedekken.
| Versluierde | Versluierd
|
| Versluizen | Versluisde | Versluisd
|
VersmachtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versmachtte, is versmacht; versmachter, versmachting) 1 door gebrek omkomen. (overgankelijk werkwoord; versmachtte, heeft versmacht) 1 (in België, niet algemeen) verstikken.
In Spaans overeenkomend met: Morir sDoodgaan Overlijden Sterven Verscheiden | Versmachtte | Versmacht
|
VersmadenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versmaadde, heeft versmaad; versmading) 1 met minachting afwijzen.
In Spaans overeenkomend met: Aborrecer, Despreciar sEen hekel hebben aan Minachten | Versmaadde | Versmaad
|
VersmallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versmalde, is versmald; versmalling) 1 smaller worden. (overgankelijk werkwoord; versmalde, heeft versmald) 1 smaller maken.
| Versmalde | Versmald
|
| Versmeden | Versmeedde | Versmeed
|
VersmeltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versmolt, is versmolten; versmelting) 1 gaandeweg verminderen of verdwijnen 2 in elkaar over- of opgaan. (overgankelijk werkwoord; versmolt, heeft versmolten) 1 door smelten tot een geheel maken 2 door smelten weer tot ruw materiaal maken 3 onmerkbaar in elkaar doen overgaan.
In Spaans overeenkomend met: Derretir, Fundir Derretirse sDoen smelten Doorbranden Smelten Vloeibaar maken Vloeibaar worden | Versmolt | Versmolten
|
| Versmijten | Versmeet | Versmeten
|
VersmorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versmoorde, heeft versmoord) 1 door verstikking ombrengen.
| Versmoorde | Versmoord
|
| Versmullen | Versmulde | Versmuld
|
VersnellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versnelde, is versneld; versneller, versnelling) 1 (van een beweging, ontwikkeling) sneller gaan. (overgankelijk werkwoord; versnelde, heeft versneld) 1 de snelheid verhogen van (een beweging, ontwikkeling).
In Spaans overeenkomend met: Acelerar, Activar, Adelantar, Apresurar sAccelereren Bespoedigen Verhaasten | Versnelde | Versneld
|
VersnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versneed, heeft versneden; versnijding) 1 in stukken snijden 2 aanlengen met iets van mindere kwaliteit.
In Spaans overeenkomend met: Adulterar, Cometer adulterio Diluir sEchtbreuk plegen Overspel plegen Verdunnen Verwateren | Versneed | Versneden
|
VersnipperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versnipperde, is versnipperd; versnippering) 1 in kleine stukjes uiteenvallen. (overgankelijk werkwoord; versnipperde, heeft versnipperd) 1 in snippers snijden 2 in te veel, te kleine delen verdelen.
| Versnipperde | Versnipperd
|
VersnoepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versnoepte, heeft versnoept) 1 met snoepen verteren.
| Versnoepte | Versnoept
|
VersoberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versoberde, is versoberd; versobering) 1 soberder worden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; versoberde, heeft versoberd) 1 (het leven, huis, een feest enz.) soberder, goedkoper inrichten.
| Versoberde | Versoberd
|
VersoepelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versoepelde, is versoepeld; versoepeling) 1 soepeler worden. (overgankelijk werkwoord; versoepelde, heeft versoepeld) 1 soepeler maken, minder streng toepassen.
| Versoepelde | Versoepeld
|
VersomberenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versomberde, heeft/is versomberd; versombering) 1 somberder worden.
| Versomberde | Versomberd
|
VerspaansenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verspaanste, is verspaanst; verspaansing) 1 zich aanpassen aan de Spaanse cultuur.
In Spaans overeenkomend met: Españolizar
| Verspaanste | Verspaanst
|
VerspanenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verspaande, heeft verspaand; verspaning) 1 (metalen en andere harde stoffen) bewerken door het wegnemen van kleine deeltjes.
| Verspaande | Verspaand
|
| Verspannen | Verspande | Verspannen
|
| Verspelden | Verspeldde | Verspeld
|
VerspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verspeelde, heeft verspeeld) 1 met spelen verliezen 2 door eigen schuld verliezen 3 (een aantal wedstrijden) spelen 4 (tijd) spelend verloren laten gaan.
In Spaans overeenkomend met: Perder Arriesgar, Aventurar, Jugarse sIn gevaar brengen Kwijtraken Op het spel zetten Opgeven Risico lopen Risico nemen Riskeren Verbeuren Verkwisten Verliezen Wagen | Verspeelde | Verspeeld
|
VerspenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verspeende, heeft verspeend; verspening) 1 (plantjes) uiteenplanten.
In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
| Verspeende | Verspeend
|
VersperrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versperde, heeft versperd; versperring) 1 met een hindernis afsluiten.
In Spaans overeenkomend met: Interceptar, Privar el paso sAfdammen Afsluiten Belemmeren Stuwen | Versperde | Versperd
|
VerspiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verspiedde, heeft verspied; verspieder, verspieding) 1 (iets) heimelijk verkennen.
In Spaans overeenkomend met: Acechar, Espiar sBeloeren Bespieden Bespioneren Spieden Spioneren | Verspiedde | Verspied
|
VerspijkerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verspijkerde, heeft verspijkerd) 1 vertimmeren, besteden aan verbouwing. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verspijkerde, heeft verspijkerd) 1 verbouwen.
| Verspijkerde | Verspijkerd
|
VerspillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verspilde, heeft verspild; verspiller, verspilling) 1 (geld, tijd, middelen enz.) roekeloos of nutteloos besteden.
In Spaans overeenkomend met: Desperdiciar Acabar Desbaratar, Despilfarrar, Malgastar, Malograr sDoorbrengen Opmaken Verdoen Verklungelen Verkwisten Verliezen Vermorsen | Verspilde | Verspild
|
| Verspinnen | Verspon | Versponnen
|
VersplinterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versplinterde, is versplinterd; versplintering) 1 tot splinters worden. (overgankelijk werkwoord; versplinterde, heeft versplinterd) 1 tot splinters maken.
In Spaans overeenkomend met: Astillar, Astillarse
| Versplinterde | Versplinterd
|
VerspreidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verspreidde, heeft verspreid; verspreider, verspreiding) 1 in allerlei richtingen, over een oppervlakte, door de ruimte verplaatsen. (wederkerend werkwoord; verspreidde zich, heeft zich verspreid) 1 zich in allerlei richtingen uitbreiden 2 uiteengaan naar alle kanten.
In Spaans overeenkomend met: Difundirse, Disipar Extender, Propagar Espaciar sAfgeven Doen optrekken Doen overgaan Doen wegtrekken Ruchtbaar maken Verbreiden Verdrijven Wegnemen | Verspreidde | Verspreid
|
VersprekenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; versprak zich, heeft zich versproken; verspreking) 1 bij het spreken zich vergissen of per ongeluk iets verklappen.
| Versprak | Versproken
|
VerspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verspringing) 1 (atletiek) om het verst springen. (onovergankelijk werkwoord; versprong, is versprongen; verspringing) 1 steeds op een andere datum vallen 2 niet in een gelijk vlak of niet in één lijn liggen .
| Versprong | Versprongen
|
VerspuitenIn Spaans overeenkomend met: Brotar, Surgir sOpspatten Stuiven | Verspoot | Verspoten
|
VerstaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verstond, heeft verstaan met) 1 een afspraak maken, tot overeenstemming komen. (werkwoord; verstond, heeft verstaan onder) 1 als betekenis hechten aan. (overgankelijk werkwoord; verstond, heeft verstaan) 1 (een spreker of het gesprokene) duidelijk horen 2 (een boodschapper of de boodschap) goed begrijpen .
In Spaans overeenkomend met: Oír Comprender, Entender sBegrijpen Beseffen Bevatten Horen Omvatten Snappen Vatten Vernemen | Verstond | Verstaan
|
VerstadsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstadste, heeft/is verstadst; verstadsing) 1 (informeel) zich aanpassen aan de stadse mentaliteit.
| Verstadste | Verstadst
|
VerstalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstaalde, heeft verstaald) 1 tot staal maken.
| Verstaalde | Verstaald
|
| Verstallen | Verstalde | Verstald
|
VerstappenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verstapte zich, heeft zich verstapt) 1 een verkeerde stap doen.
| Verstapte | Verstapt
|
VerstarrenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstarde, is verstard; verstarring) 1 star worden.
| Verstarde | Verstard
|
VerstedelijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstedelijkte, is verstedelijkt; verstedelijking) 1 het karakter van een stad krijgen.
| Verstedelijkte | Verstedelijkt
|
| Versteedsen | Versteedste | Versteedst
|
VerstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstak, heeft verstoken; versteking) 1 anders, op een andere plaats steken.
| Verstak | Verstoken
|
VerstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstelde, heeft versteld; versteller, verstelling) 1 een andere stand geven 2 (kleren, schoenen) repareren.
In Spaans overeenkomend met: Remendar Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar sBoeten Flikken Herstellen Lappen Maken Oplappen Repareren Stoppen Verhelpen | Verstelde | Versteld
|
| Verstempelen | Verstempelde | Verstempeld
|
VerstenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versteende, is versteend; verstening) 1 tot steen worden 2 hardvochtig, wreed worden.
In Spaans overeenkomend met: Petrificar, Petrificarse sGepetrificeerd worden Petrificeren | Versteende | Versteend
|
VersterkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; versterkte, heeft versterkt; versterking) 1 sterker, krachtiger, talrijker maken 2 tegen aanvallen bestand maken.
In Spaans overeenkomend met: Amplificar, Reforzar Corroborar, Fortalecer, Robustecer Fortificar Corroborar, Reconfortar Consolidar sConsolideren Indikken Opbeuren Sterken Verschansen Verstevigen Vertroosten | Versterkte | Versterkt
|
VerstervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstierf, is verstorven; versterving) 1 (van goederen, titels) ten gevolge van iemands overlijden op een ander overgaan 2 zich onthouden van eten en drinken om het sterven te bespoedigen.
| Verstierf | Verstorven
|
VerstevigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstevigde, is verstevigd; versteviger, versteviging) 1 steviger worden. (overgankelijk werkwoord; verstevigde, heeft verstevigd) 1 steviger maken.
In Spaans overeenkomend met: Asegurar, Sujetar Fortificar sBevestigen Fixeren Vastbinden Vastmaken Vastzetten Verschansen Versterken | Verstevigde | Verstevigd
|
VerstierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstiering) zie versjteren.
| Verstierde | Verstierd
|
VerstijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstijfde, is verstijfd; verstijving) 1 stijf, stram worden. (overgankelijk werkwoord; verstijfde, heeft verstijfd) 1 (constructies) stijver, steviger maken.
In Spaans overeenkomend met: Entumecerse sStijf worden Stram worden | Verstijfde | Verstijfd
|
VerstikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstikte, is verstikt; verstikking) 1 door stikken omkomen. (overgankelijk werkwoord; verstikte, heeft verstikt) 1 doen stikken.
In Spaans overeenkomend met: Ahogar, Asfixiar, Sofocar sNeerslaan Onderdrukken Smoren Verkroppen | Verstikte | Verstikt
|
VerstillenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstilde, is verstild; verstilling) 1 stiller worden.
| Verstilde | Verstild
|
| Verstoelen | Verstoelde | Verstoeld
|
| Verstoffelijken | Verstoffelijkte | Verstoffelijkt
|
VerstokenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord; verstookte, heeft verstookt; verstoking) 1 (brandstof) door te stoken verbruiken.
| Verstookte | Verstookt
|
| Verstokken | Verstokte | Verstokt
|
VerstommenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstomde, is verstomd; verstomming) 1 sprakeloos, stom worden.
In Spaans overeenkomend met: Enmudecer
| Verstomde | Verstomd
|
| Verstompen | Verstompte | Verstompt
|
VerstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstopte, heeft verstopt) 1 (ook absoluut) de vrije doorloop belemmeren 2 wegstoppen, verbergen.
In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar Obstruir Atascarse Obturar, Tapar sBelemmeren Dichten Dichtmaken Obstructie voeren Ontveinzen Opstoppen Stagneren Stilstaan Stoppen Toestoppen Verbergen Verhelen Verschuilen Verstopt raken Volstoppen | Verstopte | Verstopt
|
VerstorenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstoorde, heeft verstoord; verstoring) 1 (de rust, harmonie enz.) verbreken.
In Spaans overeenkomend met: Alterar, Dificultar, Estorbar, Molestar, Ofuscar, Perturbar, Trastocar sBelemmeren Hinderen Storen Veranderen Verontrusten Verwarren | Verstoorde | Verstoord
|
VerstotenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstootte, heeft verstoten; verstoting) 1 niet in zijn omgeving dulden.
In Spaans overeenkomend met: Repudiar
| Verstootte, Verstiet | Verstoten
|
| Verstouten | Verstoutte | Verstout
|
VerstouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstouwde, heeft verstouwd; verstouwing) 1 verstuwen.
In Spaans overeenkomend met: Estibar sStouwen Stuwen | Verstouwde | Verstouwd
|
| Verstraffen | Verstrafte | Verstraft
|
VerstrakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstrakte, is verstrakt; verstrakking) 1 strakker, ernstiger worden. (overgankelijk werkwoord; verstrakte, heeft verstrakt) 1 strak maken.
| Verstrakte | Verstrakt
|
VerstrammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstramde, is verstramd; verstramming) 1 stram, stijf worden.
| Verstramde | Verstramd
|
VerstrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstrekte, heeft verstrekt; verstrekker, verstrekking) 1 uitreiken aan.
In Spaans overeenkomend met: Procurar sUitreiken Verschaffen | Verstrekte | Verstrekt
|
VerstrengelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstrengelde, heeft verstrengeld; verstrengeling) 1 door elkaar doen lopen, verward maken.
In Spaans overeenkomend met: Entrelazar
| Verstrengelde | Verstrengeld
|
VerstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstreek, is verstreken; verstrijking) 1 (van tijd) verlopen, aflopen. (overgankelijk werkwoord; verstreek, heeft verstreken) 1 uitstrijken.
In Spaans overeenkomend met: Pasar, Transcurrir sOmkomen Overgaan Vergaan Verlopen | Verstreek | Verstreken
|
VerstrikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstrikte, heeft verstrikt; verstrikking) 1 in een strik vangen.
In Spaans overeenkomend met: Embrollar, Enredar sBetrekken Verwarren Verwikkelen | Verstrikte | Verstrikt
|
VerstrooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstrooide, heeft verstrooid) 1 (ook absoluut) (iem.) aangename afleiding bezorgen 2 her en der uiteendrijven.
In Spaans overeenkomend met: Distraer, Distraerse sAfleiden | Verstrooide | Verstrooid
|
VerstuikenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstuikte, heeft verstuikt; verstuiking) 1 (een gewricht) blesseren door de gewrichtsbanden licht te ontwrichten.
In Spaans overeenkomend met: Desarticular sOntwrichten Verrekken | Verstuikte | Verstuikt
|
VerstuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verstoof, is verstoven; verstuiver, verstuiving) 1 stuivend uiteengaan, vervliegen. (overgankelijk werkwoord; verstoof, heeft verstoven) 1 tot of als stof, druppels doen vervliegen.
| Verstoof | Verstoven
|
VersturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstuurde, heeft verstuurd; verstuurder, versturing) 1 naar elders sturen.
In Spaans overeenkomend met: Despachar, Despedir, Enviar, Expedir sAfzenden Uitsturen Verzenden Wegsturen Wegzenden | Verstuurde | Verstuurd
|
VerstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verstuwde, heeft verstuwd; verstuwing) 1 (de lading) in een schip verplaatsen.
| Verstuwde | Verstuwd
|
VersuffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; versufte, heeft versuft) 1 suf maken.
| Versufte | Versuft
|
VersuikerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; versuikerde, is versuikerd; versuikering) 1 tot suiker kristalliseren.
| Versuikerde | Versuikerd
|
| Versukkelen | Versukkelde | Versukkeld
|
| Vertakelen | Vertakelde | Vertakeld
|
VertakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertakte, heeft vertakt; vertakking) 1 in takken splitsen, zich afsplitsen.
| Vertakte | Vertakt
|
VertalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertaalde, heeft vertaald; vertaler, vertaling) 1 van de ene taal in de andere overbrengen 2 weergeven in een andere vorm, door een bewerking bruikbaar maken.
In Spaans overeenkomend met: Traducir sOverzetten | Vertaalde | Vertaald
|
| Vertappen | Vertapte | Vertapt
|
| Vertassen | Vertaste | Vertast
|
| Vertasten | Vertastte | Vertast
|
VertederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertederde, heeft vertederd) 1 teder, gevoelig maken.
In Spaans overeenkomend met: Enternecer
| Vertederde | Vertederd
|
VertegenwoordigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertegenwoordigde, heeft vertegenwoordigd; vertegenwoordiger, vertegenwoordiging) 1 optreden, handelen voor en in naam van een ander 2 van iets het beeld of de uitdrukking zijn 3 equivalent zijn met.
In Spaans overeenkomend met: Encarnar Representar sStaan voor Voorstellen | Vertegenwoordigde | Vertegenwoordigd
|
VertekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vertekende, heeft vertekend; vertekening) 1 (iets) vervormd weergeven.
| Vertekende | Vertekend
|
VertellenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vertelde zich, heeft zich verteld) 1 zich in het tellen vergissen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vertelde, heeft verteld) 1 mondeling meedelen.
In Spaans overeenkomend met: Contar, Narrar, Relatar Referir sBerichten Debiteren Melden Verhalen Verslaan | Vertelde | Verteld
|
VerterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verteerde, heeft verteerd; vertering) 1 (in de maag) ontbonden worden, als voedsel verwerkt worden 2 vergaan. (overgankelijk werkwoord; verteerde, heeft verteerd) 1 als voedsel verwerken 2 (geld) uitgeven aan voedsel, drank e.d. 3 langzaam vernietigen, doen vergaan.
In Spaans overeenkomend met: Digerir Desembolsar, Gastar Consumir Supurar sBesteden Consumeren Digereren Opgebruiken Slopen Spenderen Uitgeven Verbruiken Verduwen Verorberen Verwerken | Verteerde | Verteerd
|
VerteutenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verteutte, heeft verteut) 1 (tijd) met teuten verliezen.
| Verteutte | Verteut
|
| Vertienden | Vertiendde | Vertiend
|
| Vertienvoudigen | Vertienvoudigde | Vertienvoudigd
|
VertikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertikte, heeft vertikt) 1 (informeel) weigeren te verrichten, te doen.
In Spaans overeenkomend met: Rehusar sAfkeuren Afwijzen Terugwijzen Weigeren | Vertikte | Vertikt
|
VertillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertilde, heeft vertild; vertilling) 1 tillend verplaatsen. (wederkerend werkwoord; vertilde zich, heeft zich vertild) 1 boven zijn kracht tillen en daardoor spieren of pezen beschadigen.
| Vertilde | Vertild
|
VertimmerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vertimmerde, heeft vertimmerd) 1 (geld) aan verbouwingen besteden. (overgankelijk werkwoord; vertimmerde, heeft vertimmerd; vertimmering) 1 anders timmeren.
| Vertimmerde | Vertimmerd
|
VertinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertinde, heeft vertind) 1 met tin bedekken.
| Vertinde | Vertind
|
VertoevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vertoefde, heeft vertoefd) 1 zich ophouden.
In Spaans overeenkomend met: Demorar sOphouden|Zich ophouden Wonen Zich ophouden | Vertoefde | Vertoefd
|
VertolkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertolkte, heeft vertolkt; vertolker, vertolking) 1 verwoorden, onder woorden brengen 2 bij een uit- of opvoering interpreteren, uitbeelden.
In Spaans overeenkomend met: Interpretar sDuiden Interpreteren Uitleggen Verklaren | Vertolkte | Vertolkt
|
VertonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertoonde, heeft vertoond; vertoner, vertoning) 1 laten zien, voorstellen 2 laten blijken. (wederkerend werkwoord; vertoonde zich, heeft zich vertoond) 1 verschijnen, zich laten zien.
In Spaans overeenkomend met: Enseñar, Indicar, Mostrar, Señalar Presentar, Representar sAanbieden Indienen Laten zien Presenteren Tentoonspreiden Tonen Uitbeelden Uitwijzen Voorstellen Wijzen | Vertoonde | Vertoond
|
| Vertonnen | Vertonde | Vertond
|
VertoornenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertoornde, heeft vertoornd) 1 (formeel) boos maken.
In Spaans overeenkomend met: Irritar sIrriteren Verbitteren | Vertoornde | Vertoornd
|
VertragenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vertraagde, is vertraagd; vertraging) 1 trager worden, verminderen in snelheid. (overgankelijk werkwoord; vertraagde, heeft vertraagd) 1 de snelheid verlagen, trager maken 2 tegenhouden of later doen vallen.
In Spaans overeenkomend met: Demorar Atrasar Ralentizar sAchter zijn Achterlopen Uitstellen Verlaten | Vertraagde | Vertraagd
|
| Vertrappelen | Vertrappelde | Vertrappeld
|
VertrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertrapte, heeft vertrapt; vertrapper, vertrapping) 1 stuktrappen, doodtrappen 2 moedwillig schenden.
In Spaans overeenkomend met: Hollar, Pisar, Pisotear sAanstampen Onder de voet lopen | Vertrapte | Vertrapt
|
VertredenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; vertrad zich, heeft zich vertreden) 1 (formeel) een kleine wandeling maken.
| Vertrad | Vertreden
|
VertrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vertrok, is vertrokken) 1 (in België) uitgaan van, als uitgangspunt nemen. (onovergankelijk werkwoord; vertrok, is vertrokken) 1 weggaan. (overgankelijk werkwoord; vertrok, heeft vertrokken) 1 een andere stand doen aannemen.
In Spaans overeenkomend met: Huir volando Ausentarse, Irse Arrancar, Partir, Salir Retorcer, Torcer sAfgaan Starten Twijnen Uitvliegen Verbuigen Verdraaien Vervliegen Verwijderen|Zich verwijderen Verwringen Weggaan Wegvliegen Wringen Zich verwijderen | Vertrok | Vertrokken
|
| Vertreuzelen | Vertreuzelde | Vertreuzeld
|
VertroebelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertroebelde, heeft vertroebeld; vertroebeling) 1 troebel maken.
In Spaans overeenkomend met: Enturbiar, Enturbiarse
| Vertroebelde | Vertroebeld
|
VertroetelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertroetelde, heeft vertroeteld; vertroeteling) 1 teder verzorgen.
In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar sKoesteren Troetelen Verwennen | Vertroetelde | Vertroeteld
|
VertroostenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertroostte, heeft vertroost; vertrooster, vertroosting) 1 door troosten sussen.
In Spaans overeenkomend met: Consolar Reconfortar sOpbeuren Sterken Troosten Versterken | Vertroostte | Vertroost
|
VertrouwenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 geloof in iemands betrouwbaarheid. (werkwoord; vertrouwde, heeft vertrouwd) 1 zich verlaten, rekenen op. (overgankelijk werkwoord; vertrouwde, heeft vertrouwd) 1 betrouwbaar achten.
In Spaans overeenkomend met: Contar con Confiar sFiducie hebben in Toevertrouwen Vertrouwen hebben in Vertrouwen stellen in | Vertrouwde | Vertrouwd
|
VertuienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vertuide, heeft vertuid; vertuiing) 1 (een schip) tussen twee ver uiteenliggende ankers vastleggen.
| Vertuide | Vertuid
|
| Vertuisen | Vertuiste | Vertuist
|
VertwijfelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vertwijfelde, heeft vertwijfeld; vertwijfeling) 1 beginnen te wanhopen, de moed verliezen.
| Vertwijfelde | Vertwijfeld
|
VeruiterlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; veruiterlijkte, is veruiterlijkt; veruiterlijking) 1 tot iets uiterlijks worden.
| Veruiterlijkte | Veruiterlijkt
|
| Veruitwendigen | Veruitwendigde | Veruitwendigd
|
VervaardigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervaardigde, heeft vervaardigd; vervaardiger, vervaardiging) 1 maken, samenstellen.
In Spaans overeenkomend met: Fabricar Elaborar sAanmaken Bereiden Fabriceren Maken Produceren | Vervaardigde | Vervaardigd
|
VervagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervaagde, is vervaagd; vervaging) 1 vaag, onduidelijk worden. (overgankelijk werkwoord; vervaagde, heeft vervaagd) 1 vaag maken.
In Spaans overeenkomend met: Borrarse Desdibujarse Esfumarse Desvanecer
| Vervaagde | Vervaagd
|
VervalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervaalde, is vervaald; vervaling) 1 valer worden.
| Vervaalde | Vervaald
|
VervallenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; vervallener, meest vervallen; vervallenheid) 1 niet onderhouden 2 armoedig, afgetakeld. (werkwoord; verviel, is vervallen in;tot) 1 buiten zijn wil raken tot. (werkwoord; verviel, is vervallen aan) 1 naar een nieuwe eigenaar overgaan. (onovergankelijk werkwoord; verviel, is vervallen) 1 bouwvallig worden 2 niet meer gelden of in aanmerking komen 3 invorderbaar worden.
In Spaans overeenkomend met: Caer Envejecer Languidecer sAftakelen Gebrekkig worden Geraken In verval raken Kwijnen Uitteren Wegkwijnen | Verviel | Vervallen
|
VervalsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervalste, heeft vervalst; vervalser, vervalsing) 1 met oneerlijke bedoelingen namaken 2 met boze opzet veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Falsear, Falsificar
| Vervalste | Vervalst
|
VervangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verving, heeft vervangen; vervanger, vervanging) 1 de taak, rol gaan vervullen van 2 iets in de plaats stellen van.
In Spaans overeenkomend met: Reemplazar, Remplazar, Reponer Substituir, Suplir, Sustituir sAflossen De plaats innemen van De plaats waarnemen van In de plaats stellen van Inboeten Inspringen | Verving | Vervangen
|
VervarenIn de betekenis van: Vervaard maken
| Vervaarde | Vervaard
|
| Vervaren | Vervoer | Vervaren
|
VervattenIn Spaans overeenkomend met: Contener sBevatten Houden Inhouden | Vervatte | Vervat
|
VerveelvoudigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verveelvoudigde, heeft verveelvoudigd; verveelvoudiging) 1 vermenigvuldigen.
In Spaans overeenkomend met: Multiplicar sMultipliceren | Verveelvoudigde | Verveelvoudigd
|
VervelenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verveelde zich, heeft zich verveeld) 1 niet weten wat te doen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verveelde, heeft verveeld; verveling) 1 saai zijn, niet boeien 2 klieren.
In Spaans overeenkomend met: Corromper Aburrir, Hastiar Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar Marear sErgeren Hinderen Lastig vallen Tegenstaan Vermoeien | Verveelde | Verveeld
|
VervellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervelde, is verveld; vervelling) 1 van vel verwisselen.
| Vervelde | Verveld
|
VervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verfde, heeft geverfd) 1 met verf bestrijken .
In Spaans overeenkomend met: Pintar Teñir sAfschilderen Schilderen Uitschilderen | Verfde | Geverfd
|
VervenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verveende, is verveend; vervener, vervening) 1 tot veen worden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; verveende, heeft verveend) 1 (veengrond) afgraven voor de winning van turf.
| Verveende | Verveend
|
VerversenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ververste, heeft ververst; ververser, verversing) 1 door nieuwe vervangen.
| Ververste | Ververst
|
VervettenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervette, is vervet; vervetting) 1 (van organen, weefsels) vet worden.
| Vervette | Vervet
|
| Verviervoudigen | Verviervoudigde | Verviervoudigd
|
| Vervijfvoudigen | Vervijfvoudigde | Vervijfvoudigd
|
VerviltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verviltte, is vervilt; vervilting) 1 tot vilt worden. (overgankelijk werkwoord; verviltte, heeft vervilt) 1 tot vilt maken.
| Verviltte | Vervilt
|
VervlaamsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervlaamste, is vervlaamst; vervlaamsing) 1 Vlaams worden.
| Vervlaamste | Vervlaamst
|
VervlakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervlakte, is vervlakt; vervlakker, vervlakking) 1 ongevoeliger worden, afstompen 2 in sterkte, intensiteit afnemen. (overgankelijk werkwoord; vervlakte, heeft vervlakt) 1 uniformeren, gelijkvormig maken.
| Vervlakte | Vervlakt
|
VervlechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervlocht, heeft vervlochten; vervlechting) 1 met elkaar verbinden.
| Vervlocht | Vervlochten
|
VervliedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervlood, is vervloden) 1 (formeel) (van tijd) voorbijgaan.
| Vervlood | Vervloden
|
VervliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervloog, is vervlogen) 1 snel verdwijnen 2 in damp opgaan.
In Spaans overeenkomend met: Huir volando Disiparse sOptrekken Overgaan Uitvliegen Vergaan Vertrekken Wegtrekken Wegvliegen | Vervloog | Vervlogen
|
| Vervlieten | Vervloot | Vervloten
|
VervloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervloeide, is vervloeid; vervloeiing) 1 uiteenvloeien, wegvloeien 2 in vloeistof overgaan door het aantrekken van water.
| Vervloeide | Vervloeid
|
VervloekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervloekte, heeft vervloekt; vervloeker, vervloeking) 1 een vloek uitspreken over.
In Spaans overeenkomend met: Maldecir
| Vervloekte | Vervloekt
|
VervluchtigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervluchtigde, is vervluchtigd; vervluchtiging) 1 vluchtig worden 2 verloren gaan.
In Spaans overeenkomend met: Volatilizarse sVerdampen | Vervluchtigde | Vervluchtigd
|
| Vervoederen | Vervoederde | Vervoederd
|
VervoegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vervoegde, heeft vervoegd) 1 zich melden bij. (overgankelijk werkwoord; vervoegde, heeft vervoegd; vervoeging) 1 (taalkunde) (een werkwoord) omvormen om wijze, tijd en persoon uit te drukken.
In Spaans overeenkomend met: Conjugar sConjugeren | Vervoegde | Vervoegd
|
VervoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervoerde, heeft vervoerd; vervoerder) 1 naar elders brengen.
In Spaans overeenkomend met: Llevar Acarrear, Trajinar, Transferir, Transportar Conducir, Dirigir sBrengen Chaufferen Overbrengen Per kar transporteren Rijden Transporteren Voeren Wegbrengen | Vervoerde | Vervoerd
|
VervolgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervolgde, heeft vervolgd; vervolger, vervolging) 1 doorgaan met datgene waarmee men bezig was 2 met vijandige bedoelingen achtervolgen 3 aanklagen.
In Spaans overeenkomend met: Continuar Importunar Acosar, Perseguir Conseguir sAchtervolgen Doorgaan Kwellen Najagen Verder gaan met Voortgaan Voortzetten | Vervolgde | Vervolgd
|
VervolledigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervolledigde, heeft vervolledigd; vervollediging) 1 meer volledig maken.
| Vervolledigde | Vervolledigd
|
VervolmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervolmaakte, heeft vervolmaakt; vervolmaking) 1 perfectioneren.
In Spaans overeenkomend met: Perfeccionar, Puntualizar sDe laatste hand leggen aan | Vervolmaakte | Vervolmaakt
|
| Vervorderen | Vervorderde | Vervorderd
|
VervormenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervormde, is vervormd; vervormer, vervorming) 1 een andere vorm aannemen, uit zijn model raken 2 (van geluid) afwijkend, op andere wijze klinken. (overgankelijk werkwoord; vervormde, heeft vervormd) 1 een andere vorm geven, uit zijn model brengen 2 afwijkend laten klinken.
In Spaans overeenkomend met: Deformar, Desformar, Distorsionar, Transformar, Transformarse Deformar sHerscheppen Misvormen Veranderen Verdraaien Vermaken Verwringen | Vervormde | Vervormd
|
VervrachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervrachtte, heeft vervracht; vervrachter, vervrachting) 1 in vracht vervoeren 2 voor vracht verhuren.
| Vervrachtte | Vervracht
|
VervreemdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervreemdde, heeft vervreemd) 1 in andere handen brengen.
In Spaans overeenkomend met: Alienar Vender sOverdoen Tappen Verhandelen Verkopen Wegdoen | Vervreemdde | Vervreemd
|
| Vervriezen | Vervroor | Vervroren
|
VervroegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vervroegde, heeft vervroegd; vervroeging) 1 vroeger stellen of uitvoeren 2 (tuinbouwgewassen) vroeger laten bloeien of rijpen.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar sTerugzetten Verhaasten | Vervroegde | Vervroegd
|
| Vervrolijken | Vervrolijkte | Vervrolijkt
|
| Vervrouwelijken | Vervrouwelijkte | Vervrouwelijkt
|
VervuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vervuilde, is vervuild; vervuiler, vervuiling) 1 door vuil overwoekerd worden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vervuilde, heeft vervuild) 1 vervuiling veroorzaken.
In Spaans overeenkomend met: Contaminar
| Vervuilde | Vervuild
|
VervullenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vervulde, heeft vervuld) 1 vol maken met. (overgankelijk werkwoord; vervulde, heeft vervuld; vervuller, vervulling) 1 verwezenlijken, voldoen aan 2 (een ambt) bekleden.
In Spaans overeenkomend met: Desempeñar Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo Ocupar sBekleden Beslaan Bezetten Bezig houden In beslag nemen Nakomen Naleven Uitvoeren Verrichten Voltrekken | Vervulde | Vervuld
|
| Vervuren | Vervuurde | Vervuurd
|
VerwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwaaide/verwoei, is verwaaid; verwaaiing) 1 door de wind weggevoerd worden 2 door de wind in wanorde gebracht worden.
| Verwaaide, Verwoei | Verwaaid
|
VerwaardigenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; verwaardigde zich, heeft zich verwaardigd; verwaardiging) 1 zich waardig achten.
| Verwaardigde | Verwaardigd
|
VerwaarlozenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwaarloosde, heeft verwaarloosd; verwaarlozer, verwaarlozing) 1 (iets of iem.) niet of slecht verzorgen.
In Spaans overeenkomend met: Desatender, Descuidar
| Verwaarloosde | Verwaarloosd
|
VerwachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwachtte, heeft verwacht; verwachting) 1 denken dat (iets) zal gebeuren 2 willen, begeren.
In Spaans overeenkomend met: Presagiar, Prever Aguardar, Esperar Adivinar sBedacht zijn op Doorzien Gissen Raden Te wachten staan Vooruitzien Voorzien Wachten | Verwachtte | Verwacht
|
VerwarmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwarmde, heeft verwarmd; verwarmer, verwarming) 1 warm maken.
In Spaans overeenkomend met: Caldear, Calentar sVerhitten Warmen | Verwarmde | Verwarmd
|
VerwarrenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwarde, heeft verward; verwarring) 1 in de war brengen 2 de of het een voor de of het ander nemen 3 verlegen maken.
In Spaans overeenkomend met: Confundir, Equivocar Embrollar, Enredar Mezclar Ofuscar sBetrekken Mengen Mixen Temperen Vergissen Vermengen Verstoren Verstrikken Verwikkelen Verwisselen | Verwarde | Verward
|
VerwasemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwasemde, is verwasemd; verwaseming) 1 verdampen.
| Verwasemde | Verwasemd
|
VerwassenIn de betekenis van: (Door wassen bederven of verbruiken)
| Verwaste | Verwassen
|
VerwassenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 door wassen bedorven.
| Verwies | Verwassen
|
VerwaterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwaterde, is verwaterd; verwatering) 1 slapper, minder hecht worden. (overgankelijk werkwoord; verwaterde, heeft verwaterd) 1 vers water geven.
In Spaans overeenkomend met: Diluir sVerdunnen Versnijden | Verwaterde | Verwaterd
|
VerweddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwedde, heeft verwed) 1 tot inzet van een weddenschap maken 2 door wedden verliezen.
| Verwedde | Verwed
|
| Verwegen | Verwoog | Verwogen
|
| Verweiden | Verweidde | Verweid
|
| Verwekelijken | Verwekelijkte | Verwekelijkt
|
VerwekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verweekte, is verweekt; verweking) 1 week worden.
| Verweekte | Verweekt
|
VerwekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwekte, heeft verwekt; verwekker, verwekking) 1 (nakomelingen) doen ontstaan 2 laten ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Engendrar Suscitar sDoen geboren worden Doen ontstaan | Verwekte | Verwekt
|
| Verweldigen | Verweldigde | Verweldigd
|
VerwelkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwelkte, is verwelkt; verwelking) 1 slap worden 2 zijn frisheid of levenskracht verliezen.
In Spaans overeenkomend met: Marcirse, Marchitarse, Mustiarse sKwijnen Verdorren Verflensen Verkleuren Verleppen | Verwelkte | Verwelkt
|
VerwelkomenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwelkomde, heeft verwelkomd; verwelkoming) 1 bij aankomst begroeten.
In Spaans overeenkomend met: Dar la bienvenida sWelkom heten | Verwelkomde | Verwelkomd
|
| Verwelven | Verwelfde | Verwelfd
|
VerwennenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwende, heeft verwend; verwenner, verwenning) 1 door te grote toegeeflijkheid bederven 2 liefderijk verzorgen 3 op seksueel gebied van dienst zijn.
In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar sKoesteren Troetelen Vertroetelen | Verwende | Verwend
|
VerwensenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwenste, heeft verwenst; verwensing) 1 kwaad toewensen.
| Verwenste | Verwenst
|
VerwereldlijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwereldlijkte, is verwereldlijkt; verwereldlijking) 1 werelds, minder religieus worden. (overgankelijk werkwoord; verwereldlijkte, heeft verwereldlijkt) 1 werelds maken.
| Verwereldlijkte | Verwereldlijkt
|
VerwerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verweerde, is verweerd; verwering) 1 door invloed van het weer aangetast worden 2 eeltig worden. (wederkerend werkwoord; verweerde zich, heeft zich verweerd) 1 zich verdedigen, weerstand bieden.
In Spaans overeenkomend met: Defender sOpkomen voor Verdedigen | Verweerde | Verweerd
|
VerwerkelijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwerkelijkte, heeft verwerkelijkt) 1 tot werkelijkheid maken.
In Spaans overeenkomend met: Realizar sBewerkstelligen Realiseren Uitvoeren Verrichten | Verwerkelijkte | Verwerkelijkt
|
VerwerkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verwerkte, heeft verwerkt) 1 maken tot. (overgankelijk werkwoord; verwerkte, heeft verwerkt; verwerker, verwerking) 1 werkend verbruiken 2 bij het bewerken opnemen 3 volledig beseffen en aanvaarden.
In Spaans overeenkomend met: Digerir Elaborar, Labrar Procesar sBewerken Digereren Verduwen Verteren | Verwerkte | Verwerkt
|
VerwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwierp, heeft verworpen; verwerper, verwerping) 1 afwijzen 2 afkeuren bij stemming 3 (een jong) te vroeg werpen.
In Spaans overeenkomend met: Desechar, Excluir Rehusar, Suspender Rechazar Desaprobar, Reprobar sAfslaan Afstemmen Afwijzen Buitensluiten Nee zeggen tegen Uitsluiten Weigeren Wraken | Verwierp | Verworpen
|
VerwervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwierf, heeft verworven; verwerver, verwerving) 1 door arbeid, moeite verkrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Alcanzar, Conseguir, Obtener sBehalen Buitmaken Erin slagen om Kopen Krijgen Verkrijgen | Verwierf | Verworven
|
VerwesterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwesterde, is verwesterd; verwestering) 1 westerse levensgewoonten en opvattingen aannemen.
| Verwesterde | Verwesterd
|
VerwestersenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwesterste, is verwesterst) 1 zich aanpassen aan de westerse cultuur. (overgankelijk werkwoord; verwesterste, heeft verwesterst) 1 aanpassen aan de westerse cultuur.
In Spaans overeenkomend met: Occidentalizar
| Verwesterste | Verwesterst
|
| Verwetenschappelijken | Verwetenschappelijkte | Verwetenschappelijkt
|
VerwevenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 op allerlei manieren verbonden met iets of iem. anders. (overgankelijk werkwoord; verweving) 1 wevend verbinden, door elkaar weven.
| Verweefde | Verweven
|
VerwezenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord; verwezener, meest verwezen; verwezenheid) 1 ontdaan. (onovergankelijk werkwoord; verweesde, is verweesd) 1 (formeel) wees worden.
| Verweesde | Verweesd
|
VerwezenlijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwezenlijkte, heeft verwezenlijkt; verwezenlijking) 1 tot werkelijkheid brengen.
In Spaans overeenkomend met: Realizar sDoorvoeren Tot stand brengen | Verwezenlijkte | Verwezenlijkt
|
VerwijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwijdde, heeft verwijd) 1 wijder, ruimer maken.
| Verwijdde | Verwijd
|
VerwijderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwijderde, heeft verwijderd; verwijderaar, verwijdering) 1 wegsturen 2 naar elders verplaatsen. (wederkerend werkwoord; verwijderde zich, heeft zich verwijderd) 1 weggaan.
In Spaans overeenkomend met: Quitar Alejar, Divorciar Remover Expulsar ((van school verwijderen),(expulsar de la escuela)) Eliminar Ausentar, Retirar sAfschaffen Elimineren Intrekken Opdoeken Terugtrekken Uitmaken Verwijderen van Wegdoen | Verwijderde | Verwijderd
|
VerwijlenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwijlde, heeft verwijld) 1 zich ophouden.
| Verwijlde | Verwijld
|
VerwijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verweet, heeft verweten; verwijter, verwijting) 1 als schuld of tekortkoming voorhouden.
In Spaans overeenkomend met: Recriminar Censurar, Regañar, Reprobar, Reprochar, Vituperar sBeknorren Berispen Terechtwijzen | Verweet | Verweten
|
| Verwijven | Verwijfde | Verwijfd
|
| Verwijzen | Verwees | Verwezen
|
VerwikkelenIn Spaans overeenkomend met: Embrollar, Enredar sBetrekken Verstrikken Verwarren | Verwikkelde | Verwikkeld
|
VerwikkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer oscilar sDoen schudden Doen wankelen Verwrikken | Verwikte | Verwikt
|
VerwilderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwilderde, is verwilderd; verwildering) 1 wild, losbandig worden.
| Verwilderde | Verwilderd
|
| Verwinden | Verwond | Verwonden
|
| Verwinnen | Verwon | Verwonnen
|
VerwinterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verwinterde, heeft verwinterd; verwintering) 1 overwinteren.
| Verwinterde | Verwinterd
|
VerwisselenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwisselde, heeft verwisseld; verwisselaar, verwisseling) 1 de een, het ene in de plaats van de ander, het andere stellen of nemen 2 bij vergissing de een, het ene voor de ander, het andere nemen.
In Spaans overeenkomend met: Confundir, Equivocar sOmwisselen Vergissen Verwarren | Verwisselde | Verwisseld
|
VerwittigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwittigde, heeft verwittigd; verwittiger, verwittiging) 1 (formeel) op de hoogte stellen 2 waarschuwen.
In Spaans overeenkomend met: Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar sAankondigen In kennis stellen Mededelen Meedelen | Verwittigde | Verwittigd
|
VerwoestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwoestte, heeft verwoest; verwoester, verwoesting) 1 vernietigen.
In Spaans overeenkomend met: Destrozar, Destruir, Devastar Echar abajo, Echar en tierra, Echar por tierra Arruinar Talar sAfbreken In de as leggen Ruïneren Slopen Verbranden Vernielen Vernietigen | Verwoestte | Verwoest
|
VerwondenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwondde, heeft verwond; verwonding) 1 een wond toebrengen.
In Spaans overeenkomend met: Herir sKwetsen Wonden | Verwondde | Verwond
|
VerwonderenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verwonderde, heeft verwonderd) 1 verbaasd zijn over. (overgankelijk werkwoord; verwonderde, heeft verwonderd; verwondering) 1 vreemd toelijken.
In Spaans overeenkomend met: Admirar, Asombrar sBevreemden Verbazen | Verwonderde | Verwonderd
|
VerwonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwoonde, heeft verwoond; verwoning) 1 (geld) aan woninghuur of hypotheek betalen.
| Verwoonde | Verwoond
|
VerwoordenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwoordde, heeft verwoord; verwoorder, verwoording) 1 in woorden uitdrukken.
In Spaans overeenkomend met: Enunciar, Expresar sBetuigen Opperen Uitdrukken Uiten Uitspreken | Verwoordde | Verwoord
|
VerwordenIn Spaans overeenkomend met: Degenerar sDegenereren Ontaarden Verbasteren Zinken | Verwerd | Verworden
|
| Verworgen | Verworgde | Verworgd
|
VerwrikkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer oscilar sDoen schudden Doen wankelen Verwikken | Verwrikte | Verwrikt
|
VerwringenIn Spaans overeenkomend met: Deformar Retorcer, Torcer sMisvormen Twijnen Verbuigen Verdraaien Vertrekken Vervormen Wringen | Verwrong | Verwrongen
|
VerwurgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwurgde, heeft verwurgd; verwurging) 1 door wurgen doden.
| Verwurgde | Verwurgd
|
VerzachtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzachtte, heeft verzacht; verzachter, verzachting) 1 verminderen, verlichten.
In Spaans overeenkomend met: Aliviar, Desahogar Atenuar, Mitigar, Paliar, Suavizar sOntlasten Opluchten Verlichten Vermurwen | Verzachtte | Verzacht
|
| Verzaden | Verzaadde | Verzaad
|
VerzadigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzadigde, heeft verzadigd; verzadiging) 1 naar begeerte, ten volle voeden 2 (natuurkunde) (een damp, oplossing) de hoogst mogelijke dichtheid of concentratie laten krijgen 3 (scheikunde) neutraliseren.
In Spaans overeenkomend met: Saturar sDoortrekken | Verzadigde | Verzadigd
|
VerzagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzaagde, heeft verzaagd) 1 zagend vormen of verbruiken 2 bederven door verkeerd zagen.
| Verzaagde | Verzaagd
|
VerzakelijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzakelijkte, is verzakelijkt; verzakelijking) 1 geheel zakelijk worden.
| Verzakelijkte | Verzakelijkt
|
VerzakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzaakte, heeft verzaakt) 1 (ook absoluut) (troef, kleur) niet bekennen 2 ontrouw worden aan, verloochenen.
In Spaans overeenkomend met: Desatender, Descuidar Desaprovechar sAchterstellen Nalaten Uitlaten Verzuimen Weglaten | Verzaakte | Verzaakt
|
VerzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzakte, is verzakt; verzakking) 1 (van muren enz.) wegzakken, inzakken.
In Spaans overeenkomend met: Bajar Derrumbarse sDalen Instorten Inzakken Verlagen Wegzakken Zakken | Verzakte | Verzakt
|
VerzamelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzamelde, heeft verzameld; verzamelaar, verzameling) 1 samenkomen, bijeenkomen. (overgankelijk werkwoord; verzamelde, heeft verzameld) 1 uit verschillende richtingen of bronnen bij elkaar brengen 2 uit liefhebberij bijeenbrengen.
In Spaans overeenkomend met: Coleccionar, Recopilar Recoger Reunir sVerenigen | Verzamelde | Verzameld
|
| Verzamen | Verzaamde | Verzaamd
|
VerzandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzandde, is verzand; verzanding) 1 (van een haven, een rivier) met zand opgevuld en daardoor ondieper worden 2 ergens op uitlopen en daardoor mislukken.
| Verzandde | Verzand
|
VerzegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzegelde, heeft verzegeld; verzegelaar, verzegeling) 1 met een zegel sluiten.
In Spaans overeenkomend met: Lacrar, Sellar sBezegelen Zegelen | Verzegelde | Verzegeld
|
VerzeggenIn Spaans overeenkomend met: Prometer sBeloven Toezeggen Uitloven | Verzegde | Verzegd
|
VerzeilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzeilde, is verzeild; verzeiling) 1 zeilend terechtkomen waar men niet moet zijn. (overgankelijk werkwoord; verzeilde, heeft verzeild) 1 (een wedstrijd, kampioenschap) zeilen tot er een winnaar is 2 door verkeerd zeilen missen.
| Verzeilde | Verzeild
|
VerzekerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verzekerde, heeft verzekerd) 1 ervoor zorgen (iets) zeker te krijgen 2 zichzelf zekerheid geven over. (overgankelijk werkwoord; verzekerde, heeft verzekerd; verzekeraar, verzekering) 1 met klem verklaren 2 zeker maken 3 een verzekering sluiten op of voor 4 tegen verschuiving enz. vastzetten.
In Spaans overeenkomend met: Hacer un segura Aducir, Aseverar, Sostener, Sostenerse Afirmar, Asegurar sAssureren Betuigen Bevestigen Beweren Veilig stellen | Verzekerde | Verzekerd
|
VerzelfstandigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zelfstandig worden of maken.
| Verzelfstandigde | Verzelfstandigd
|
| Verzellen | Verzelde | Verzeld
|
VerzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzond, heeft verzonden; verzender, verzending) 1 versturen.
In Spaans overeenkomend met: Despedir Despachar, Enviar, Expedir sAfzenden Doen toekomen Opsturen Opzenden Sturen Uitsturen Versturen Wegsturen Wegzenden Zenden | Verzond | Verzonden
|
VerzengenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzengde, is verzengd; verzenging) 1 door zengen beschadigd worden. (overgankelijk werkwoord; verzengde, heeft verzengd) 1 door zengen beschadigen.
In Spaans overeenkomend met: Calcinar
| Verzengde | Verzengd
|
| Verzepen | Verzeepte | Verzeept
|
| Verzesvoudigen | Verzesvoudigde | Verzesvoudigd
|
VerzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzette, heeft verzet; verzetter, verzetting) 1 elders of anders zetten . (wederkerend werkwoord; verzette zich, heeft zich verzet) 1 proberen te voorkomen dat iets onaangenaams gebeurt met zichzelf of de zijnen.
| Verzette | Verzet
|
| Verzieden | Verziedde | Verzoden
|
VerziekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verziekte, heeft verziekt) 1 (informeel) in de war sturen.
| Verziekte | Verziekt
|
| Verzien | Verzag | Verzien
|
VerziltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verziltte, is verzilt; verzilting) 1 zout worden. (overgankelijk werkwoord; verziltte, heeft verzilt) 1 zilt, zout maken.
| Verziltte | Verzilt
|
VerzilverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzilverde, heeft verzilverd; verzilvering) 1 met zilver overtrekken 2 voor contanten inwisselen.
In Spaans overeenkomend met: Platear
| Verzilverde | Verzilverd
|
VerzinkenIn de betekenis van: Van zink voorzien -> (galvaniseren)
In Spaans overeenkomend met: Galvanizar sVerdiepen|Zich verdiepen Vergaan Wegzinken Zich verdiepen Zinken | Verzinkte | Verzinkt
|
VerzinkenIn de betekenis van: 1 in een bepaalde gemoedsgesteldheid raken 2 wegzinken
In Spaans overeenkomend met: Hundirse, Sumirse sVerdiepen|Zich verdiepen Vergaan Wegzinken Zich verdiepen Zinken | Verzonk | Verzonken
|
VerzinnebeeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzinnebeeldde, heeft verzinnebeeld; verzinnebeelding) 1 in of als een zinnebeeld uitdrukken.
| Verzinnebeeldde | Verzinnebeeld
|
VerzinnelijkenIn Spaans overeenkomend met: Reproducir sAfbeelden Uitbeelden Verbeelden Voorstellen | Verzinnelijkte | Verzinnelijkt
|
VerzinnenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzon, heeft verzonnen; verzinner, verzinning) 1 bedenken, door nadenken vinden 2 fantaseren.
In Spaans overeenkomend met: Discurrir, Inventar Inventarse sBedenken Bekokstoven Uitdenken Uitkienen | Verzon | Verzonnen
|
VerzittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Verzat | Verzeten
|
VerzoekenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 vragen (iets) te willen geven of toestaan, een verzoek doen. (overgankelijk werkwoord; verzocht, heeft verzocht) 1 (ook absoluut) aan iem. vragen (iets te doen of te laten) 2 (iem.) op de proef stellen.
In Spaans overeenkomend met: Pedir, Rogar Tentar sAanvragen Bekoren In verzoeking brengen Inroepen Verleiden Verlokken Vragen | Verzocht | Verzocht
|
VerzoenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verzoende, heeft verzoend) 1 zich neerleggen bij. (overgankelijk werkwoord; verzoende, heeft verzoend; verzoener, verzoening) 1 (partijen) weer tot vrede of vriendschap brengen.
In Spaans overeenkomend met: Acomodar, Acordar
| Verzoende | Verzoend
|
VerzoetenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzoette, heeft verzoet) 1 veraangenamen.
In Spaans overeenkomend met: Endulzar sZacht maken | Verzoette | Verzoet
|
VerzolenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzoolde, heeft verzoold; verzoling) 1 van nieuwe zolen voorzien 2 (autobanden) van een nieuw loopvlak voorzien.
| Verzoolde | Verzoold
|
VerzorgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzorgde, heeft verzorgd; verzorger, verzorging) 1 zorgen voor, van het nodige voorzien 2 regelen, bewerkstelligen.
In Spaans overeenkomend met: Asistir Atender a, Cuidar de Cuidar, Tratar ((eten, kleren),(alimentos, ropa)) sAssisteren Behartigen Bijstaan Helpen Meehelpen Oppassen Ter zijde staan | Verzorgde | Verzorgd
|
| Verzotten | Verzotte | Verzot
|
VerzoutenIn de betekenis van: Zouter worden
| Verzoutte | Verzout
|
VerzoutenIn de betekenis van: Zouter maken
| Verzoutte | Verzouten
|
VerzuchtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzuchtte, heeft verzucht) 1 met een zucht of klagend uiten.
| Verzuchtte | Verzucht
|
VerzuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzuilde, is verzuild; verzuiling) 1 uiteenvallen in scherp gescheiden maatschappelijke groeperingen.
| Verzuilde | Verzuild
|
VerzuimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzuimde, heeft verzuimd) 1 (ook absoluut) niet verschijnen waar men verwacht wordt 2 nalaten te doen wat men moet doen.
In Spaans overeenkomend met: Dejar Desaprovechar sAchterlaten In de steek laten Legateren Nalaten Uitlaten Verlaten Vermaken Verzaken Weglaten | Verzuimde | Verzuimd
|
VerzuipenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; verzoop, is verzopen) 1 omkomen in, te veel hebben van. (onovergankelijk werkwoord; verzoop, is verzopen) 1 (informeel) verdrinken, in het water omkomen. (overgankelijk werkwoord; verzoop, heeft verzopen) 1 verdrinken, in het water doen omkomen 2 (geld) opmaken door er alcoholische dranken voor te kopen en te drinken 3 (techniek) (een motor) ontregelen door een te grote toevoer van brandstof.
| Verzoop | Verzopen
|
VerzurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzuurde, is verzuurd; verzuurder, verzuring) 1 zuur worden 2 (van spieren) niet goed meer functioneren doordat extreme belasting het evenwicht tussen voedingsstoffen en afvalstoffen, m.n. melkzuur, heeft verstoord 3 (van verhoudingen, een sfeer e.d.) slechter worden.
In Spaans overeenkomend met: Agriar, Agriarse sZuur worden | Verzuurde | Verzuurd
|
| Verzusteren | Verzusterde | Verzusterd
|
| Verzwageren | Verzwagerde | Verzwagerd
|
VerzwakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzwakte, is verzwakt; verzwakking) 1 zwakker worden. (overgankelijk werkwoord; verzwakte, heeft verzwakt) 1 zwakker maken.
In Spaans overeenkomend met: Debilitarse Adelgazar Amainar Aflojar, Debilitar, Flojear Marcir, Marcirse, Marchitar, Marchitarse, Mustiar, Mustiarse sLuwen Minder worden Ontzenuwen Slap maken Slap worden Uitputten Vermageren Verminderen | Verzwakte | Verzwakt
|
VerzwarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzwaarde, heeft verzwaard) 1 zwaarder maken.
| Verzwaarde | Verzwaard
|
VerzwelgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzwolg, heeft verzwolgen; verzwelger, verzwelging) 1 verslinden, (iets) in grote brokken of massa's door- of inslikken.
In Spaans overeenkomend met: Engullir, Zamparse sInslikken Verslinden | Verzwolg | Verzwolgen
|
| Verzwendelen | Verzwendelde | Verzwendeld
|
VerzwerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzwoor, heeft verzworen; verzwering) 1 door zweren vergaan.
| Verzwoor | Verzworen
|
| Verzwieren | Verzwierde | Verzwierd
|
VerzwijgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzweeg, heeft verzwegen; verzwijger, verzwijging) 1 (iets) niet zeggen.
In Spaans overeenkomend met: Callar, Silenciar Callarse
| Verzweeg | Verzwegen
|
| Verzwijnen | Verzwijnde | Verzwijnd
|
VerzwikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verzwikte, heeft verzwikt; verzwikking) 1 (een gewricht) door plotselinge, te sterke druk uit het lid brengen, kwetsen.
| Verzwikte | Verzwikt
|
VerzwindenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; verzwond, is verzwonden) 1 (archaïsch) verdwijnen.
| Verzwond | Verzwonden
|
| Vesten | Vestte | Gevest
|
VestigenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vestigde, heeft gevestigd) 1 in een bepaalde richting vastleggen. (overgankelijk werkwoord; vestigde, heeft gevestigd; vestiging) 1 stichten, bouwen 2 een vaste plaats geven. (wederkerend werkwoord; vestigde zich, heeft zich gevestigd) 1 gaan wonen.
In Spaans overeenkomend met: Establecer, Instalar Asentar, Fundar, Situar Fundar, Instituir, Motivar Avecinar Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar sBaseren Funderen Grondvesten Inrichten Neerzetten Opnemen Oprichten Opslaan Stichten | Vestigde | Gevestigd
|
VeterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veteerde, heeft geveteerd) 1 met een veto treffen.
| Veterde | Geveterd
|
VetmestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; mestte vet, heeft vetgemest; vetmesting) 1 door goed mesten of voeren vet maken.
In Spaans overeenkomend met: Engordar sDik maken Vet maken | Mestte vet | Vetgemest
|
| Vetten | Vette | Gevet
|
VetweidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vetweidde, heeft gevetweid) 1 (vee) in de wei vet laten worden.
| Vetweidde | Gevetweid
|
| Vexeren | Vexeerde | Gevexeerd
|
VezelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vezelde, heeft gevezeld) 1 tot vezels maken.
| Vezelde | Gevezeld
|
VibrerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vibreerde, heeft gevibreerd) 1 trillen 2 met vibrato spelen of zingen. (overgankelijk werkwoord; vibreerde, heeft gevibreerd) 1 doen trillen of trillend bewerken.
In Spaans overeenkomend met: Vibrar sTrillen | Vibreerde | Gevibreerd
|
VierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vierde, heeft gevierd) 1 (ook absoluut) laten schieten, los laten 2 de plechtigheden of feestelijkheden verrichten die bij het genoemde begrip horen.
In Spaans overeenkomend met: Alegrar, Celebrar, Festejar Dejar salir, Largar Celebrar una fiesta Solemnizar sCelebreren Feestvieren Fuiven Loslaten Lossen Opdragen Tappen Uitlaten Weglaten | Vierde | Gevierd
|
VierendelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vierendeelde, heeft gevierendeeld; vierendeling) 1 (geschiedenis) een veroordeelde in vier stukken houwen of met vier paarden uiteentrekken.
In Spaans overeenkomend met: Cortar en cuartos Cuartear, Descuartizar
| Vierendeelde | Gevierendeeld
|
| Vierkanten | Vierkantte | Gevierkant
|
VigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vigeerde, heeft gevigeerd) 1 van kracht zijn, gelden.
| Vigeerde | Gevigeerd
|
| Vigileren | Vigileerde | Gevigileerd
|
VijlenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vijlde, heeft gevijld) 1 met de vijl (iets) vormen of bewerken.
In Spaans overeenkomend met: Limar
| Vijlde | Gevijld
|
VijzelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vijzelde, heeft gevijzeld) 1 met een vijzel omhoogheffen.
| Vijzelde | Gevijzeld
|
VijzenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vees, heeft gevezen) 1 (in België, niet algemeen) schroeven.
| Vees | Gevezen
|
VillenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vilde, heeft gevild; viller/vilder) 1 de huid afstropen van.
In Spaans overeenkomend met: Desollar, Despellejar sAfstropen | Vilde | Gevild
|
VindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vond, heeft gevonden; vinder, vinding) 1 aantreffen, krijgen ofwel bij toeval, ofwel nadat men ernaar gezocht heeft 2 bedenken 3 op de genoemde wijze beschouwen of ervaren 4 ondervinden, ten deel krijgen .
In Spaans overeenkomend met: Detectar Opinar Parecer Acertar con Encontrar, Hallar sAantreffen Achten Bevinden Geloven Treffen Van mening zijn | Vond | Gevonden
|
VindicerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vindiceerde, heeft gevindiceerd; vindicatie) 1 (juridisch) als zijn eigendommen opeisen 2 wreken.
| Vindiceerde | Gevindiceerd
|
VingerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vingerde, heeft gevingerd) 1 (informeel) (een vrouw, meisje) met de vingers seksueel bevredigen.
| Vingerde | Gevingerd
|
| Vingerkleuren | |
|
VinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vinkte, heeft gevinkt) 1 afvinken.
| Vinkte | Gevinkt
|
VioolspelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vioolspeler) 1 musiceren op een viool.
| Speelde viool | Vioolgespeeld
|
ViserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; viseerde, heeft geviseerd) 1 (ook absoluut) (een akte, pas enz.) voor gezien tekenen, een visum verlenen 2 (ook absoluut) met één oog langs iets kijken om te kunnen oordelen of het recht, vlak is 3 (ook absoluut) met een schietwapen mikken 4 (in België) bekritiseren, op de korrel nemen.
In Spaans overeenkomend met: Visar sAftekenen | Viseerde | Geviseerd
|
VisiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; visiteerde, heeft gevisiteerd; visiteur) 1 ter plaatse of aan den lijve onderzoeken op smokkelwaar 2 onderzoeken op deugdelijkheid.
In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar sInspectie houden Schouwen | Visiteerde | Gevisiteerd
|
VissenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 sterrenbeeld, het twaalfde teken van de dierenriem. (onovergankelijk werkwoord; viste, heeft gevist; visser) 1 vis proberen te vangen 2 trachten te weten te komen, proberen iem. iets te laten zeggen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; viste, heeft gevist) 1 uit een vloeistof omhooghalen of trachten omhoog te halen.
In Spaans overeenkomend met: Pescar
| Viste | Gevist
|
VisualiserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; visualiseerde, heeft gevisualiseerd; visualisatie/visualisering) 1 zichtbaar of als beeld voorstelbaar maken.
In Spaans overeenkomend met: Visualizar sVoor de geest halen|Zich voor de geest halen Zich voor de geest halen | Visualiseerde | Gevisualiseerd
|
VitaminerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vitamineerde, heeft gevitamineerd) 1 kunstmatig vitamine toevoegen aan.
| Vitamineerde | Gevitamineerd
|
VittenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vitte, heeft gevit; vitter) 1 op gezochte, kleinzielige wijze afbrekende kritiek uitoefenen, kleingeestige aanmerkingen maken.
In Spaans overeenkomend met: Criticar, Disputar, Zaherir sBedillen Haarkloven Het lastig maken | Vitte | Gevit
|
VlaggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlagde, heeft gevlagd) 1 de vlag uitsteken 2 (sport) (van grensrechters) de vlag omhoogsteken .
| Vlagde | Gevlagd
|
VlakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlakte, heeft gevlakt; vlakker) 1 vlak maken.
| Vlakte | Gevlakt
|
VlammenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlamde, heeft gevlamd) 1 met een vlam branden, vlammen vertonen 2 (sport) zeer strijdlustig bezig zijn. (overgankelijk werkwoord; vlamde, heeft gevlamd) 1 (industrie) moireren.
| Vlamde | Gevlamd
|
VlassenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 uit vlasvezels vervaardigd. (werkwoord; vlaste, heeft gevlast) 1 sterk verlangend of begerig uitzien naar.
| Vlaste | Gevlast
|
| Vlechtbenen | Vlechtbeende | Gevlechtbeend
|
VlechtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlocht, heeft gevlochten; vlechter) 1 (lange, buigzame voorwerpen) kruiselings over en door elkaar slaan, zodat zij een samenhangend geheel gaan vormen.
In Spaans overeenkomend met: Entrecruzar, Entrelazar, Trenzar
| Vlocht | Gevlochten
|
VleienALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord) ¶ alleen in verbindingen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vleide, heeft gevleid; vleier) 1 dingen zeggen die aangenaam zijn of tot lof strekken, maar die overdreven of onwaar zijn.
In Spaans overeenkomend met: Halagar Adular, Lisonjear
| Vleide | Gevleid
|
VlekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlekte, heeft gevlekt) 1 vlekken veroorzaken 2 vlekken krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Manchar sBekladden Smetten | Vlekte | Gevlekt
|
| Vletten | Vlette | Gevlet
|
| Vlezen | Vleesde | Gevleesd
|
VliedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlood, is gevloden) 1 (formeel) vluchten, zijn toevlucht zoeken 2 (formeel) (van tijd) voorbijgaan. (overgankelijk werkwoord; vlood, heeft gevloden) 1 mijden, ontvluchten.
| Vlood | Gevloden
|
VliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (vloog, heeft/is gevlogen) zich door de lucht voortbewegen 2 (vloog, is gevlogen) (van tijd) snel voorbijgaan 3 (vloog, is gevlogen) zeer snel gaan 4 (vloog, heeft gevlogen) (van zaken die aan één einde vastzitten) wapperen 5 (vloog, heeft gevlogen) (bouwkunde) (van gebouwen) vooroverhellen . (overgankelijk werkwoord; vloog, heeft gevlogen) 1 (ook absoluut) (een vliegtuig) besturen 2 door de lucht vervoeren.
In Spaans overeenkomend met: Volar
| Vloog | Gevlogen
|
VliegerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vliegerde, heeft gevliegerd; vliegeraar) 1 vliegers oplaten.
| Vliegerde | Gevliegerd
|
VliegvissenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 vissen met een vlieg als aas.
| |
|
VlietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloot, is gevloten) 1 (formeel) stromen, vloeien 2 (formeel) als iets vluchtigs voorbijgaan.
In Spaans overeenkomend met: Fluir, Manar sLopen Stromen Vloeien | Vloot | Gevloten
|
VlijenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vlijde, heeft gevlijd; vlijing) 1 ordelijk of op de vereiste wijze neerleggen, schikken.
In Spaans overeenkomend met: Colocar, Poner sNeerleggen Verplaatsen | Vlijde | Gevlijd
|
| Vlijmen | Vlijmde | Gevlijmd
|
VlinderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (vlinderde, heeft gevlinderd) ongestadig of luchtig door het leven gaan 2 (vlinderde, heeft/is gevlinderd) met de vlinderslag zwemmen.
| Vlinderde | Gevlinderd
|
VloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloeiing) 1 (vloeide, heeft/is gevloeid) langzaam en gelijkmatig stromen 2 (vloeide, heeft gevloeid) (van papier) inkt niet goed vasthouden 3 (vloeide, heeft gevloeid) (informeel) (van vrouwen) vaginaal bloeden.
In Spaans overeenkomend met: Fluir, Manar sLopen Stromen Vlieten | Vloeide | Gevloeid
|
VloekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloekte, heeft gevloekt) 1 godslasterende woorden spreken, krachttermen gebruiken 2 schril afsteken tegen .
In Spaans overeenkomend met: Blasfemar, Jurar
| Vloekte | Gevloekt
|
VloerenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 (in België; informeel) fluwelen. (overgankelijk werkwoord; vloerde, heeft gevloerd) 1 (iem.) op de grond werpen.
| Vloerde | Gevloerd
|
| Vlokken | Vlokte | Gevlokt
|
VlooienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlooide, heeft gevlooid) 1 het vlooienspel spelen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vlooide, heeft gevlooid) 1 van huidparasieten en andere ongerechtigheden reinigen.
| Vlooide | Gevlooid
|
VlottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vlotte, heeft/is gevlot) 1 zonder haperingen, gemakkelijk of voorspoedig verlopen. (overgankelijk werkwoord; vlotte, heeft gevlot) 1 (hout) drijvend vervoeren.
In Spaans overeenkomend met: Flotar, Sobrenadar Acrecentar, Activar sDobberen Drijven Opschieten Veld winnen Vooruitgaan Vorderen | Vlotte | Gevlot
|
VluchtenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vluchtte, is gevlucht) 1 weggaan om zich te onttrekken aan een dreigend gevaar, vervolging of verplichtingen 2 zich onttrekken aan hinderlijke of nadelige omstandigheden.
In Spaans overeenkomend met: Fugarse Huir sOntsnappen | Vluchtte | Gevlucht
|
VluggerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vluggerde, heeft gevluggerd) 1 (spel) snelschaken of sneldammen.
| Vluggerde | Gevluggerd
|
VocaliserenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vocaliseerde, heeft gevocaliseerd; vocalisatie/vocalisering) 1 (muziek) vocalises uitvoeren. (overgankelijk werkwoord; vocaliseerde, heeft gevocaliseerd) 1 de vocaaltekens aanbrengen in 2 (een medeklinker) stemhebbend maken.
| Vocaliseerde | Gevocaliseerd
|
| Vochten | Vochtte | Gevocht
|
VoedenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voedde, heeft gevoed) 1 (iets) eten als voornaamste voedingsmiddel om te overleven. (overgankelijk werkwoord; voedde, heeft gevoed) 1 (ook absoluut) zogen 2 (ook absoluut) waarde, kracht hebben als voedsel 3 voedsel geven aan 4 voorzien van wat voor enige werking nodig is 5 voedsel geven aan, laten voortbestaan.
In Spaans overeenkomend met: Alimentar, Nutrir
| Voedde | Gevoed
|
VoederenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voederde, heeft gevoederd; voedering) 1 (dieren) voer geven.
In Spaans overeenkomend met: Dar de comer sSpijzigen Te eten geven Voeren | Voederde | Gevoederd
|
| Voedsteren | Voedsterde | Gevoedsterd
|
VoegenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voegde, heeft gevoegd) 1 zich schikken naar, onderwerpen aan. (overgankelijk werkwoord; voegde, heeft gevoegd; voeger, voeging) 1 zodanig tegen of in elkaar laten sluiten dat er een verbinding of een geheel ontstaat 2 de voegen tussen stenen opvullen, volzetten met specie. (wederkerend werkwoord; voegde zich, heeft zich gevoegd) 1 (in België; informeel) zich passend gedragen.
In Spaans overeenkomend met: Ser conforme, Ser decoroso Convenir, Ser conveniente sBehoren Betamen Gelegen komen Horen Passen Schikken Uitkomen | Voegde | Gevoegd
|
VoelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voelde, heeft gevoeld) 1 in de genoemde mate houden van (iem.) 2 iets wenselijk achten, de voorkeur geven aan. (onovergankelijk werkwoord; voelde, heeft gevoeld) 1 de genoemde indruk maken op het gevoel. (overgankelijk werkwoord; voelde, heeft gevoeld) 1 (ook absoluut) tastend onderzoeken 2 met het gevoel, met de tastzin waarnemen 3 innerlijk gewaarworden 4 onberedeneerd, intuïtief begrijpen, beseffen. (wederkerend werkwoord; voelde zich, heeft zich gevoeld) 1 het genoemde gevoel hebben.
In Spaans overeenkomend met: Palpar Sentir sAanvoelen Betasten Bevoelen Gevoelen Gewaarworden Tasten | Voelde | Gevoeld
|
VoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voerde, heeft gevoerd) 1 (ook absoluut) leiden 2 (ook absoluut) (van wegen) leiden, zich uitstrekken in de genoemde richting 3 vervoeren 4 actief bezig zijn met, voor de voortgang zorgen van 5 dragen, meevoeren 6 van voering voorzien 7 eten geven .
In Spaans overeenkomend met: Forrar Conducir Dar de comer Transferir, Transportar sBrengen Geleiden Leiden Overbrengen Spijzigen Te eten geven Transporteren Vervoeren Voederen | Voerde | Gevoerd
|
VoetballenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voetbalde, heeft gevoetbald; voetballer) 1 voetbal spelen.
In Spaans overeenkomend met: Jugar fútbol
| Voetbalde | Gevoetbald
|
| Voeteren | Voeteerde | Gevoeteerd
|
VoetjevrijenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (informeel) elkaar stiekem met de voeten liefkozend aanraken.
| Vrijde voetje | Voetjegevrijd
|
VogelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vogelde, heeft gevogeld) 1 (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben 2 vogels kijken.
| Vogelde | Gevogeld
|
VogelschietenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 volksvermaak waarbij geschoten wordt naar een vogel op een hoge staak.
| |
|
volbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bouwde vol, heeft volgebouwd) 1 geheel met gebouwen bezetten.
| Bouwde vol | Volgebouwd
|
VolbouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bouwde vol, heeft volgebouwd) 1 geheel met gebouwen bezetten.
| Volbouwde | Volbouwd
|
| Volbrassen | Braste vol | Volgebrast
|
VolbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; volbracht, heeft volbracht; volbrenging) 1 (iets moeilijks of gewichtigs) ten einde toe uitvoeren 2 ten uitvoer brengen.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir
| Volbracht | Volbracht
|
VoldoenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voldeed, heeft voldaan) 1 verwezenlijken, vervullen. (onovergankelijk werkwoord; voldeed, heeft voldaan) 1 beantwoorden aan de verwachtingen of eisen. (overgankelijk werkwoord; voldeed, heeft voldaan) 1 (wat men verschuldigd is) geheel betalen.
In Spaans overeenkomend met: Complacer Pagar Bastar, Ser suficiente sBetalen Bevredigen Dokken Genoeg zijn Paaien Storten Tegemoetkomen aan Tevreden stellen Toereiken Toereikend zijn Uitbetalen Uitkeren Voldoende zijn Volstaan | Voldeed | Voldaan
|
VoleindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voleinder, voleinding) zie voleindigen.
In Spaans overeenkomend met: Completar, Llenar sAanvullen Afmaken Bijwerken Completeren | Voleindde | Voleind
|
VoleindigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voleindigde, heeft voleindigd) 1 (formeel) geheel ten einde brengen.
In Spaans overeenkomend met: Acabar, Terminar sAfmaken Afsluiten Besluiten Beëindigen Eindigen Uitmaken | Voleindigde | Voleindigd
|
VolgenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; volgde, is gevolgd) 1 (van conclusies) voortkomen uit. (onovergankelijk werkwoord; volgde, heeft/is gevolgd; volger) 1 komen na. (overgankelijk werkwoord) 1 (volgde, heeft/is gevolgd) in dezelfde richting gaan als 2 (volgde, heeft gevolgd) de voortgang, de ontwikkeling bijhouden van 3 (volgde, heeft gevolgd) naleven 4 (volgde, heeft gevolgd) geregeld bijwonen, geregeld deelnemen aan 5 (volgde, heeft gevolgd) navolgen, nabootsen.
In Spaans overeenkomend met: Cursar Resultar, Seguirse Seguir sBewandelen Bijhouden Opvolgen Resulteren Uitkomen Voortkomen Voortspruiten Voortvloeien | Volgde | Gevolgd
|
VolgietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; goot vol, heeft volgegoten) 1 gietend vullen.
| Goot vol | Volgegoten
|
VolgooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide vol, heeft volgegooid) 1 geheel vullen 2 ruw met specie bestrijken of mortel gooien tegen een te berapen muur.
| Gooide vol | Volgegooid
|
| Volgroeien | Volgroeide | Volgroeid
|
VolhardenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; volhardde, heeft volhard; volharding) 1 wat men begonnen is ten einde toe uitvoeren.
In Spaans overeenkomend met: Insistir Ahincar, Perseverar, Persistir sBlijven Doorbijten Doorzetten Voet bij stuk houden Volhouden | Volhardde | Volhard
|
VolhoudenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; hield vol, heeft volgehouden; volhouder, volhouding) 1 doorgaan, iets niet opgeven. (overgankelijk werkwoord; hield vol, heeft volgehouden) 1 doorgaan met de genoemde activiteit 2 blijven beweren.
In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir sDoorbijten Doorzetten Voet bij stuk houden Volharden | Hield vol | Volgehouden
|
VolksdansenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; volksdanste, heeft gevolksdanst; volksdanser) 1 de volksdans beoefenen.
| Volksdanste | Gevolksdanst
|
| Volladen | Laadde vol | Volgeladen
|
VollenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; volde, heeft gevold; voller/volder) 1 wollen weefsel bewerken met het doel het te laten vervilten.
In Spaans overeenkomend met: Abatanar, Batanar, Enfurtir
| Volde | Gevold
|
VollerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; volleerde, heeft gevolleerd) 1 (sport) (de bal) spelen voor die de grond geraakt heeft.
| Volleerde | Gevolleerd
|
VolleyballenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; volleybalde, heeft gevolleybald; volleyballer) 1 volleybal spelen.
| Volleybalde | Gevolleybald
|
VolleyenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; volleyde, heeft gevolleyd) 1 volleyballen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; volleyde, heeft gevolleyd) 1 volleren.
| Volleyde | Gevolleyd
|
VollopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep vol, is volgelopen) 1 vol worden door en met wat binnenstroomt.
| Liep vol | Volgelopen
|
| Vollullen | Lulde vol | Volgeluld
|
VolmachtigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; volmachtigde, heeft gevolmachtigd) 1 een volmacht geven.
| Volmachtigde | Gevolmachtigd
|
volmakenIn de betekenis van: Iets vullen
In Spaans overeenkomend met: Llenar sDempen Invullen Spekken Stoppen Volschenken Vullen | Maakte vol | Volgemaakt
|
VolmakenIn de betekenis van: Het genoemde afmaken, voltooien, volbrengen
sDempen Invullen Spekken Stoppen Volschenken Vullen | Volmaakte | Volmaakt
|
| Volplakken | Plakte vol | Volgeplakt
|
VolpompenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pompte vol, heeft volgepompt) 1 d.m.v. een pomp geheel vullen.
| Pompte vol | Volgepompt
|
| Volpraten | Praatte vol | Volgepraat
|
VolproppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; propte vol, heeft volgepropt) 1 overvol maken door iets erin te proppen, te duwen.
In Spaans overeenkomend met: Atiborrar sOpvullen | Propte vol | Volgepropt
|
VolschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk vol, heeft volgeschonken) 1 schenkend geheel vullen.
In Spaans overeenkomend met: Llenar sDempen Invullen Spekken Stoppen Volmaken Vullen | Schonk vol | Volgeschonken
|
VolschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Schoot vol | Volgeschoten
|
| Volschrijven | Schreef vol | Volgeschreven
|
volstaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; volstond, heeft volstaan met) 1 zich beperken tot. (onovergankelijk werkwoord; volstond, heeft volstaan) 1 voldoende zijn.
sGenoeg zijn Toereiken Toereikend zijn Voldoen Voldoende zijn | Stond vol | Volgestaan
|
VolstaanIn de betekenis van: 1 zich beperken tot 2 voldoende zijn
In Spaans overeenkomend met: Bastar, Ser suficiente sGenoeg zijn Toereiken Toereikend zijn Voldoen Voldoende zijn | Volstond | Volstaan
|
VolstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte vol, heeft volgestopt) 1 geheel vullen.
In Spaans overeenkomend met: Atestar Obturar, Tapar sDichten Dichtmaken Stoppen Toestoppen Verstoppen | Stopte vol | Volgestopt
|
VolstortenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stortte vol, heeft volgestort) 1 door storten vol maken 2 (een aandeel) aanvullen tot het gehele nominale bedrag.
| Stortte vol | Volgestort
|
| Volstouwen | Stouwde vol | Volgestouwd
|
VolstromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stroomde vol, is volgestroomd) 1 stromend vol worden.
| Stroomde vol | Volgestroomd
|
| Voltanken | Tankte vol | Volgetankt
|
| Voltekenen | Voltekende | Voltekend
|
VoltigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voltigeerde, heeft gevoltigeerd; voltige) 1 voltes maken 2 acrobatische oefeningen doen op een galopperend paard 3 bij turnen, allerlei draaiingen maken terwijl men met de handen op een paard steunt.
In Spaans overeenkomend met: Voltear sBuitelen Duikelen Kopje duikelen | Voltigeerde | Gevoltigeerd
|
VoltooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voltooide, heeft voltooid; voltooier, voltooiing) 1 ten einde brengen.
In Spaans overeenkomend met: Finalizar Disponer sAfmaken Beëindigen Klaarmaken | Voltooide | Voltooid
|
VoltrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voltrok, heeft voltrokken; voltrekker, voltrekking) 1 wat besloten of bevolen is ten uitvoer brengen. (wederkerend werkwoord; voltrok zich, heeft zich voltrokken) 1 zijn beloop nemen.
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo sNakomen Naleven Uitvoeren Verrichten Vervullen | Voltrok | Voltrokken
|
VolvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; volvoerde, heeft volvoerd; volvoering) 1 ten uitvoer brengen.
In Spaans overeenkomend met: Perpetrar sBedrijven Begaan | Volvoerde | Volvoerd
|
| Volvreten | Vrat vol | Volgevreten
|
| Volwerpen | Wierp vol | Volgeworpen
|
| Volzuigen | Zoog vol | Volgezogen
|
VomerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vomeerde, heeft gevomeerd; vomatie) 1 (formeel) braken.
In Spaans overeenkomend met: Vomitar sBraken Kotsen Overgeven Spugen | Vomeerde | Gevomeerd
|
VonkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vonkelde, heeft gevonkeld) 1 vonken schieten.
| Vonkelde | Gevonkeld
|
VonkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vonkte, heeft gevonkt) 1 vonken verspreiden of vertonen.
| Vonkte | Gevonkt
|
VonnissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; vonniste, heeft gevonnist; vonnisser, vonnissing) 1 een vonnis uitspreken over.
In Spaans overeenkomend met: Juzgar, Sentenciar sBerechten Een uitspraak doen Oordelen Rechtspreken Veroordelen | Vonniste | Gevonnist
|
| Vooraanmelden | Meldde vooraan | Vooraangemeld
|
VoorafgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging vooraf, is voorafgegaan) 1 voor iets anders komen 2 gaan voor anderen.
In Spaans overeenkomend met: Adelantarse, Ir delante, Preceder sVoor zijn | Ging vooraf | Voorafgegaan
|
VoorbakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bakte voor, heeft voorgebakken) 1 vooraf bakken om het uiteindelijke bakken te bekorten.
| Bakte voor | Voorgebakken
|
VoorbedingenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bedong voor, heeft voorbedongen) 1 als voorwaarde stellen.
| Bedong voor | Voorbedongen
|
VoorbehoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Behield voor | Voorbehouden
|
VoorbereidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bereidde voor, heeft voorbereid; voorbereider, voorbereiding) 1 van tevoren het nodige verrichten voor 2 behoedzaam op de hoogte stellen van.
In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Adobar, Preparar Preparar sAanmaken Bereiden Gereedmaken Klaarmaken Toebereiden | Bereidde voor | Voorbereid
|
VoorbeschikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; beschikte voor, heeft voorbeschikt; voorbeschikking) 1 vooraf bepalen, (tot iets) bestemmen.
| Beschikte voor | Voorbeschikt
|
VoorbeschouwenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voorbeschouwing) 1 voorafgaand aan een bepaalde gebeurtenis een beschouwing erover geven.
| Beschouwde voor | Voorbeschouwd
|
VoorbestemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bestemde voor, heeft voorbestemd; voorbestemming) 1 vooraf bestemmen.
| Bestemde voor | Voorbestemd
|
VoorbewerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bewerkte voor, heeft voorbewerkt; voorbewerker, voorbewerking) 1 een voorafgaande bewerking laten ondergaan.
| Bewerkte voor | Voorbewerkt
|
VoorbiddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; bad voor, heeft voorgebeden) 1 voorgaan in het gebed.
| Bad voor | Voorgebeden
|
| Voorbijfietsen | Fietste voorbij | Voorbijgefietst
|
| Voorbijflitsen | Flitste voorbij | Voorbijgeflitst
|
VoorbijgaanALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; ging voorbij, is voorbijgegaan) 1 geen aandacht besteden aan. (onovergankelijk werkwoord; ging voorbij, is voorbijgegaan; voorbijganger) 1 langs iem. of iets gaan, passeren 2 tot het verleden gaan behoren 3 niet opgemerkt worden door.
In Spaans overeenkomend met: Pasar Pasar de largo, Sobrepasar sLangsgaan Passeren Voorbijlopen | Ging voorbij | Voorbijgegaan
|
| Voorbijkomen | Kwam voorbij | Voorbijgekomen
|
VoorbijlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep voorbij, is voorbijgelopen) 1 voorbijgaan.
In Spaans overeenkomend met: Pasar de largo, Sobrepasar sLangsgaan Passeren Voorbijgaan | Liep voorbij | Voorbijgelopen
|
VoorbijpratenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Praatte voorbij | Voorbijgepraat
|
VoorbijrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed voorbij, is voorbijgereden) 1 rijdend voorbijgaan.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar sPasseren Voorbijvaren | Reed voorbij | Voorbijgereden
|
VoorbijschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot voorbij, is voorbijgeschoten) 1 snel voorbijgaan.
| Schoot voorbij | Voorbijgeschoten
|
| Voorbijschuiven | Schoof voorbij | Voorbijgeschoven
|
VoorbijsnellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; snelde voorbij, is voorbijgesneld) 1 snel voorbijgaan.
| Snelde voorbij | Voorbijgesneld
|
VoorbijstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak voorbij, heeft/is voorbijgestoken) 1 (in België, niet algemeen) voorbijrijden, inhalen 2 (in België, niet algemeen) overtreffen, voorbijstreven, inhalen.
| Stak voorbij | Voorbijgestoken
|
VoorbijstrevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streefde voorbij, heeft voorbijgestreefd) 1 door inspanning vóórkomen.
In Spaans overeenkomend met: Aventajar, Superar sOvertreffen Te boven gaan Uitblinken Uitmunten | Streefde voorbij | Voorbijgestreefd
|
VoorbijtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok voorbij, is voorbijgetrokken) 1 overdrijven.
| Trok voorbij | Voorbijgetrokken
|
VoorbijvarenIn Spaans overeenkomend met: Adelantar sPasseren Voorbijrijden | Voer voorbij | Voorbijgevaren
|
VoorbijvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog voorbij, is voorbijgevlogen) 1 (van tijd) snel verstrijken.
| Vloog voorbij | Voorbijgevlogen
|
| Voorbijzien | Zag voorbij | Voorbijgezien
|
VoorbindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bond voor, heeft voorgebonden) 1 aan de voorkant van iets vastbinden.
| Bond voor | Voorgebonden
|
| Voorblijven | Bleef voor | Voorgebleven
|
VoorborenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; boorde voor, heeft voorgeboord) 1 (een gat) van tevoren boren.
| Boorde voor | Voorgeboord
|
| Voorbrengen | Bracht voor | Voorgebracht
|
| Voorcijferen | Cijferde voor | Voorgecijferd
|
| Voordansen | Danste voor | Voorgedanst
|
| Voordienen | Diende voor | Voorgediend
|
VoordoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed voor, heeft voorgedaan) 1 doen als voorbeeld voor anderen 2 voor het lichaam bevestigen. (wederkerend werkwoord; deed zich voor, heeft zich voorgedaan) 1 voorkomen 2 zich laten doorgaan voor.
| Deed voor | Voorgedaan
|
VoordragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; droeg voor, heeft voorgedragen) 1 (ook absoluut) (een gedicht enz.) ten gehore brengen 2 als kandidaat voorstellen.
In Spaans overeenkomend met: Ofrecer, Proponer Declamar, Recitar sAanbieden Bieden Opzeggen Reciteren Uitloven Voorslaan Voorstellen | Droeg voor | Voorgedragen
|
VoordringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; drong voor, is voorgedrongen; voordringer) 1 voorgaan, zich laten helpen of handelen terwijl andere mensen al langer hebben gewacht.
In Spaans overeenkomend met: Colarse
| Drong voor | Voorgedrongen
|
| Voordrukken | Drukte voor | Voorgedrukt
|
VoorfinancierenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) 1 alvast financieren in afwachting van een definitieve financier.
| Financierde voor | Voorgefinancierd
|
VoorgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging voor, is voorgegaan) 1 voor iem. gaan 2 de voorrang, de voorkeur hebben 3 (van een uurwerk) te snel lopen 4 een godsdienstoefening leiden.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar sVoorlopen | Ging voor | Voorgegaan
|
VoorgeleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; geleidde voor, heeft voorgeleid; voorgeleiding) 1 (een verdachte) voor het gerecht of voor de politie brengen.
| Geleidde voor | Voorgeleid
|
VoorgevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf voor, heeft voorgegeven) 1 (ook absoluut) voorwenden 2 (sport) (de bal) voor het vijandelijke doel brengen.
In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Simular sDoen alsof Fingeren Simuleren Veinzen Voorwenden | Gaf voor | Voorgegeven
|
VoorgloeienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; gloeide voor, heeft voorgegloeid) 1 (m.n. dieselmotoren) warm maken ter voorbereiding.
| Gloeide voor | Voorgegloeid
|
| Voorgooien | Gooide voor | Voorgegooid
|
| Voorhangen | Hing voor | Voorgehangen
|
VoorhebbenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; had voor, heeft voorgehad) 1 voor het lijf hebben 2 van plan zijn 3 (in België, niet algemeen) (iets onaangenaams of onverwachts) meemaken, beleven .
In Spaans overeenkomend met: Intentar, Proponerse Llevar, Tener puesto sAanhebben Dragen Ophebben Van plan zijn Voornemens zijn Voorstellen|Zich voorstellen Zich voorstellen | Had voor | Voorgehad
|
VoorhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield voor, heeft voorgehouden; voorhouding) 1 voor iets of iem. houden 2 wijzen op, doen inzien 3 (scheepvaart) aanhouden.
| Hield voor | Voorgehouden
|
VoorhuwelijkssparenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (in België) spaarvorm voor jongeren vanaf 14 jaar, waarbij de spaarsom bij het huwelijk wordt uitgekeerd.
| |
|
VoorkauwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kauwde voor, heeft voorgekauwd) 1 woord voor woord aan een ander voorzeggen.
| Kauwde voor | Voorgekauwd
|
VoorkokenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kookte voor, heeft voorgekookt) 1 koken voor de eigenlijke bereiding 2 (informeel) een voorbereidende behandeling geven.
In Spaans overeenkomend met: Precocer
| Kookte voor | Voorgekookt
|
voorkomenIn de betekenis van: 1 vóór iemand of iets anders komen 2 (van verschijnselen) gebeuren 3 aangetroffen worden 4 voor de rechtbank verschijnen 5 lijken, (toe)schijnen 6 aanwezig zijn
In Spaans overeenkomend met: Acontecer, Darse, Ocurrir, Realizarse, Tener lugarParecer sAan de hand zijn Beletten Blokkeren Gebeuren Geschieden Lijken Overkomen Plaatsvinden Schijnen Toeschijnen Verhinderen Verhoeden Voordoen|Zich voordoen Voorkómen Voorvallen Zich voordoen | Kwam voor | Voorgekomen
|
VoorkomenIn de betekenis van: Zorgen dat iets niet gebeurt, beletten
In Spaans overeenkomend met: Evitar ImpedirPrevenir sAan de hand zijn Beletten Blokkeren Gebeuren Geschieden Lijken Overkomen Plaatsvinden Schijnen Toeschijnen Verhinderen Verhoeden Voordoen|Zich voordoen Voorkómen Voorvallen Zich voordoen | Voorkwam | Voorkomen
|
VoorkómenIn Spaans overeenkomend met: Prevenir sVoorkomen | Voorkwam | Voorkomen
|
| Voorkopen | Kocht voor | Voorgekocht
|
VoorlatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet voor, heeft voorgelaten) 1 laten voorgaan.
| Liet voor | Voorgelaten
|
VoorleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde voor, heeft voorgelegd; voorlegging) 1 voor iem. neerleggen 2 aan iemands oordeel onderwerpen.
| Legde voor | Voorgelegd
|
VoorleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde voor, heeft voorgeleid; voorleiding) 1 voorgeleiden.
| Leidde voor | Voorgeleid
|
| Voorleven | Leefde voor | Voorgeleefd
|
VoorlezenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; las voor, heeft voorgelezen; voorlezer, voorlezing) 1 hardop lezen ten aanhoren van een ander.
In Spaans overeenkomend met: Contar
| Las voor | Voorgelezen
|
VoorlichtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lichtte voor, heeft voorgelicht; voorlichter, voorlichting) 1 informatie, inzicht geven.
In Spaans overeenkomend met: Informar Alumbrar, Encender, Iluminar sAansteken Belichten Berichten Informeren Inlichten Verlichten | Lichtte voor | Voorgelicht
|
VoorliegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; loog voor, heeft voorgelogen) 1 als leugen vertellen aan.
| Loog voor | Voorgelogen
|
| Voorliggen | Lag voor | Voorgelegen
|
VoorlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep voor, heeft voorgelopen) 1 (van uurwerken) te snel lopen.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar sVoorgaan | Liep voor | Voorgelopen
|
| Voormeten | Mat voor | Voorgemeten
|
VoornemenALLE betekenissen van dit woord: (het; voornemens) 1 plan. (wederkerend werkwoord; nam zich voor, heeft zich voorgenomen) 1 zich ten doel stellen, het plan opvatten tot.
| Nam voor | Voorgenomen
|
VooronderstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vooronderstelde, heeft voorondersteld) 1 vooraf als bestaand aannemen of laten gelden.
In Spaans overeenkomend met: Presuponer
| Vooronderstelde | Voorondersteld
|
VooropgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging voorop, is vooropgegaan) 1 aan het hoofd gaan.
| Ging voorop | Vooropgegaan
|
VooroplopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep voorop, heeft vooropgelopen) 1 het voorbeeld geven.
| Liep voorop | Vooropgelopen
|
| Vooropstaan | Stond voorop | Vooropgestaan
|
VooropstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde voorop, heeft vooropgesteld; vooropstelling) 1 als eerste stellen.
In Spaans overeenkomend met: Sentar Anteponer sOpstellen Voor laten gaan | Stelde voorop | Vooropgesteld
|
| Vooropzetten | Zette voorop | Vooropgezet
|
VooroverbuigenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; boog voorover, heeft voorovergebogen) 1 zich bukken.
| Boog voorover | Voorovergebogen
|
| Voorpraten | Praatte voor | Voorgepraat
|
| Voorpreken | Preekte voor | Voorgepreekt
|
VoorproevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; proefde voor, heeft voorgeproefd) 1 vooraf proeven.
| Proefde voor | Voorgeproefd
|
VoorprogrammerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; programmeerde voor, heeft voorgeprogrammeerd; voorprogrammering) 1 van tevoren instellen, bv. een wasmachine, videorecorder 2 iem. zodanig instrueren dat hij precies doet of zegt wat van hem verlangd wordt.
| Programmeerde voor | Voorgeprogrammeerd
|
| Voorpubliceren | Publiceerde voor | Voorgepubliceerd
|
VoorrekenenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rekende voor, heeft voorgerekend; voorrekening) 1 ten overstaan van iem. berekenen, rekenend aantonen.
| Rekende voor | Voorgerekend
|
VoorrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed voor, heeft/is voorgereden; voorrijder) 1 voorop rijden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; reed voor, heeft voorgereden) 1 voor de deur, de ingang komen met een auto enz.
In Spaans overeenkomend met: Atropellar sAanrijden | Reed voor | Voorgereden
|
VoorschietenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoot voor, heeft voorgeschoten) 1 betalen voor een ander met de afspraak dat hij het terugbetaalt.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar, Dar en préstamo sLenen Uitlenen | Schoot voor | Voorgeschoten
|
VoorschotelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schotelde voor, heeft voorgeschoteld) 1 (gerechten) opdienen 2 presenteren.
| Schotelde voor | Voorgeschoteld
|
VoorschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schreef voor, heeft voorgeschreven; voorschrijving) 1 ter nakoming stellen.
In Spaans overeenkomend met: Recetar Mandar, Ordenar Exigir Prescribir Trazar sAangeven Aanwijzen Bevelen Eisen Gelasten Opeisen Rekenen Sommeren Vereisen Vergen Verordenen Vorderen | Schreef voor | Voorgeschreven
|
VoorselecterenIn Spaans overeenkomend met: Preseleccionar
| Selecteerde voor | Voorgeselecteerd
|
VoorslaanIn Spaans overeenkomend met: Ofrecer, Proponer sAanbieden Bieden Uitloven Voordragen Voorstellen | Sloeg voor | Voorgeslagen
|
| Voorsmijten | Smeet voor | Voorgesmeten
|
VoorsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; sneed voor, heeft voorgesneden) 1 snijden voor het opdienen.
In Spaans overeenkomend met: Trinchar sTrancheren | Sneed voor | Voorgesneden
|
VoorsorterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sorteerde voor, heeft voorgesorteerd) 1 in het verkeer een eind voor een splitsing of kruising in het vak gaan rijden dat overeenkomt met de richting die men zal kiezen.
| Sorteerde voor | Voorgesorteerd
|
VoorspannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spande voor, heeft voorgespannen; voorspanning) 1 voor een rijtuig spannen.
In Spaans overeenkomend met: Uncir sBespannen Inspannen Optuigen Spannen Tuigen | Spande voor | Voorgespannen
|
VoorspeldenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speldde voor, heeft voorgespeld) 1 voor het lichaam of de borst met spelden bevestigen.
| Speldde voor | Voorgespeld
|
VoorspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde voor, heeft voorgespeeld) 1 tot voorbeeld spelen.
In Spaans overeenkomend met: Jugar, Tocar sSpelen Uitvoeren | Speelde voor | Voorgespeeld
|
voorspellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voorspelde, heeft voorspeld; voorspeller, voorspelling) 1 vooraf aankondigen, bekendmaken dat iets zal gebeuren 2 (van zaken) beloven, doen verwachten.
In Spaans overeenkomend met: sBeduiden Voorzeggen Waarzeggen | Spelde voor | Voorgespeld
|
VoorspellenIn de betekenis van: Vooraf aankondigen, bekendmaken dat iets zal gebeuren => prediceren, profeteren
In Spaans overeenkomend met: Denunciar Adivinar, Predecir, Profetizar, Pronosticar sBeduiden Voorzeggen Waarzeggen | Voorspelde | Voorspeld
|
VoorspiegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; spiegelde voor, heeft voorgespiegeld; voorspiegelaar, voorspiegeling) 1 als toekomstbeeld voorstellen.
| Spiegelde voor | Voorgespiegeld
|
VoorsprekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprak voor, heeft voorgesproken; voorspreker, voorspreking) 1 ten gunste van iem. spreken.
| Sprak voor | Voorgesproken
|
VoorstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond voor, heeft voorgestaan) 1 meer punten gescoord hebben dan de tegenpartij. (overgankelijk werkwoord; stond voor, heeft voorgestaan) 1 verdedigen .
In Spaans overeenkomend met: Favorecer sBegunstigen Bevoordelen Voortrekken | Stond voor | Voorgestaan
|
VoorstekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stak voor, is voorgestoken) 1 (in België, niet algemeen) voordringen.
| Stak voor | Voorgestoken
|
VoorstellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stelde voor, heeft voorgesteld; voorsteller, voorstelling) 1 persoonlijk bekendmaken 2 aan het oordeel, de beslissing van iem. onderwerpen 3 weergeven d.m.v. een bepaald beeld, woord enz. (wederkerend werkwoord; stelde zich voor, heeft zich voorgesteld) 1 zich een denkbeeld vormen van 2 iets van plan zijn.
In Spaans overeenkomend met: Plantear Reproducir Encarnar, Figurar, Presentar, Representar Ofrecer, Proponer Sugerir sAanbieden Afbeelden Bieden Een wenk geven Figureren Indienen Influisteren Opperen Opwerpen Presenteren Stellen Suggereren Uitbeelden Uitloven Verbeelden Vertegenwoordigen Vertonen Verzinnelijken Voordragen Voorslaan Vormen | Stelde voor | Voorgesteld
|
VoorstemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stemde voor, heeft voorgestemd; voorstemmer) 1 zijn stem voor iets of iem. uitbrengen.
| Stemde voor | Voorgestemd
|
VoortbewegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bewoog voort, heeft voortbewogen; voortbeweging) 1 doen voortgaan. (wederkerend werkwoord; bewoog zich voort, heeft zich voortbewogen) 1 in een bep. richting gaan.
In Spaans overeenkomend met: Avanzar sVooruitgaan Vooruitkomen Vorderen | Bewoog voort | Voortbewogen
|
| Voortboeren | Boerde voort | Voortgeboerd
|
| Voortborduren | Borduurde voort | Voortgeborduurd
|
| Voortbouwen | Bouwde voort | Voortgebouwd
|
VoortbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht voort, heeft voortgebracht; voortbrenger, voortbrenging) 1 tevoorschijn brengen, doen ontstaan.
In Spaans overeenkomend met: Dar a luz, Engendrar, Parir Producir Generar sAfwerpen Baren Bevallen Het leven schenken Opbrengen Opleveren Teweegbrengen | Bracht voort | Voortgebracht
|
| Voortdoen | Deed voort | Voortgedaan
|
VoortdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dreef voort, heeft voortgedreven) 1 opdrijven.
In Spaans overeenkomend met: Accionar, Acuciar, Arrear, Impeler Cazar sAandrijven Bejagen Drijven Jacht maken op Jagen Najagen Opjagen | Dreef voort | Voortgedreven
|
VoortdurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; duurde voort, heeft voortgeduurd) 1 doorgaan, blijven duren.
In Spaans overeenkomend met: Durar Perdurar sAanblijven Aanhouden Beklijven Blijven bestaan Duren Standhouden Verder leven Voortleven | Duurde voort | Voortgeduurd
|
VoortduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde voort, heeft voortgeduwd) 1 verder, voor zich uit duwen.
| Duwde voort | Voortgeduwd
|
| Voortekenen | Tekende voor | Voorgetekend
|
| Voortellen | Telde voor | Voorgeteld
|
VoortgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging voort, is voortgegaan) 1 voorwaarts, verder gaan 2 de in een bepaling genoemde handeling vervolgen.
In Spaans overeenkomend met: Continuar Andar, Obrar, Proceder sDoorgaan Verder gaan met Vervolgen Voortzetten Werken | Ging voort | Voortgegaan
|
| Voortgeven | Gaf voort | Voortgegeven
|
| Voortglijden | Gleed voort | Voortgegleden
|
VoorthelpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hielp voort, heeft voortgeholpen) 1 vooruithelpen.
| Hielp voort | Voortgeholpen
|
| Voorthollen | Holde voort | Voortgehold
|
| Voortijlen | Ijlde voort | Voortgeijld
|
VoortjagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; jaagde voort/joeg voort, heeft voortgejaagd) 1 rusteloos bezig zijn. (overgankelijk werkwoord; jaagde voort/joeg voort, heeft voortgejaagd) 1 voor zich uit jagen.
| Jaagde voort, Joeg voort | Voortgejaagd
|
| Voortjakkeren | Jakkerde voort | Voortgejakkerd
|
VoortkabbelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kabbelde voort, heeft voortgekabbeld) 1 in rustige stroming, met lichte golfjes voortgaan.
| Kabbelde voort | Voortgekabbeld
|
| Voortkankeren | Kankerde voort | Voortgekankerd
|
VoortkomenIn Spaans overeenkomend met: Provenir Originarse, Proceder Resultar, Seguirse sAfkomstig zijn Afkomstig zijn van Afstammen Het gevolg zijn van Komen Ontspruiten Resulteren Uitkomen Volgen Voortspruiten Voortvloeien | Kwam voort | Voortgekomen
|
| Voortkruipen | Kroop voort | Voortgekropen
|
VoortlevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; leefde voort, heeft voortgeleefd) 1 verder leven.
In Spaans overeenkomend met: Subsistir Perdurar sBlijven bestaan Verder leven Voortduren | Leefde voort | Voortgeleefd
|
| Voortlopen | Liep voort | Voortgelopen
|
VoortmakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; maakte voort, heeft voortgemaakt) 1 spoed maken.
In Spaans overeenkomend met: Apresurarse sSpoed maken Spoeden|Zich spoeden Zich spoeden | Maakte voort | Voortgemaakt
|
| Voortmodderen | Modderde voort | Voortgemodderd
|
VoortoverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; toverde voor, heeft voorgetoverd) 1 door of als door toveren voor ogen brengen.
| Toverde voor | Voorgetoverd
|
VoortplantenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; plantte voort, heeft voortgeplant; voortplanting) 1 vermenigvuldigen (planten en dieren). (wederkerend werkwoord; plantte zich voort, heeft zich voortgeplant) 1 zijn geslacht vermeerderen, zich vermenigvuldigen 2 (m.b.t. natuurverschijnselen) zich verbreiden.
In Spaans overeenkomend met: Propagar
| Plantte voort | Voortgeplant
|
| Voortrazen | Raasde voort | Voortgeraasd
|
| Voortreden | Trad voor | Voorgetreden
|
VoortredenerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd) 1 voortgaan met redeneren.
| Redeneerde voort | Voortgeredeneerd
|
| Voortreizen | Reisde voort | Voortgereisd
|
VoortrekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trok voor, heeft voorgetrokken; voortrekker, voortrekking) 1 op willekeurige wijze boven anderen begunstigen.
In Spaans overeenkomend met: Favorecer Preferir sBegunstigen Bevoordelen De voorkeur geven aan Prefereren Verkiezen Voorstaan | Trok voor | Voorgetrokken
|
| Voortrijden | Reed voort | Voortgereden
|
| Voortrollen | Rolde voort | Voortgerold
|
| Voortrukken | Rukte voort | Voortgerukt
|
VoortschrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schreed voort, is voortgeschreden; voortschrijding) 1 verder lopen 2 vorderen, voortgaan.
| Schreed voort | Voortgeschreden
|
VoortslepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleepte voort, heeft voortgesleept) 1 verder slepen. (wederkerend werkwoord; sleepte zich voort, heeft zich voortgesleept) 1 eindeloos doorgaan.
| Sleepte voort | Voortgesleept
|
| Voortsleuren | Sleurde voort | Voortgesleurd
|
| Voortsnellen | Snelde voort | Voortgesneld
|
VoortspoedenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed) 1 haastig verder gaan.
| Spoedde voort | Voortgespoed
|
VoortspruitenIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse sResulteren Uitkomen Volgen Voortkomen Voortvloeien | Sproot voort | Voortgesproten
|
| Voortstappen | Stapte voort | Voortgestapt
|
| Voortstormen | Stormde voort | Voortgestormd
|
VoortstrompelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; strompelde voort, is voortgestrompeld) 1 strompelend verder gaan.
| Strompelde voort | Voortgestrompeld
|
| Voortstuderen | Studeerde voort | Voortgestudeerd
|
VoortstuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuwde voort, heeft voortgestuwd; voortstuwing) 1 voorwaarts stuwen.
In Spaans overeenkomend met: Propulsar sOpduwen Stuwen | Stuwde voort | Voortgestuwd
|
| Voortsudderen | Sudderde voort | Voortgesudderd
|
VoortsukkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sukkelde voort, heeft/is voortgesukkeld) 1 sukkelend doorgaan met iets.
| Sukkelde voort | Voortgesukkeld
|
| Voorttelen | Teelde voort | Voortgeteeld
|
VoorttobbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tobde voort, heeft voortgetobd) 1 met moeite en ondanks tegenslag verder werken.
| Tobde voort | Voortgetobd
|
VoorttrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok voort, is voortgetrokken) 1 verder trekken. (overgankelijk werkwoord; trok voort, heeft voortgetrokken) 1 vooruit trekken.
In Spaans overeenkomend met: Jalar Arrastrar, Atoar, Remolcar sHijsen Meesleuren Ophalen Slepen Trekken Verhalen | Trok voort | Voortgetrokken
|
| Voorturnen | Turnde voor | Voorgeturnd
|
| Voortvaren | Voer voort | Voortgevaren
|
| Voortverkopen | Verkocht voort | Voortverkocht
|
| Voortvertellen | Vertelde voort | Voortverteld
|
VoortvloeienIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse Seguir sBewandelen Bijhouden Opvolgen Resulteren Uitkomen Volgen Voortkomen Voortspruiten | Vloeide voort | Voortgevloeid
|
| Voortwoeden | Woedde voort | Voortgewoed
|
| Voortwoekeren | Woekerde voort | Voortgewoekerd
|
VoortzeggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Comunicar sBerichten Mededelen Meedelen | Zegde voort, Zei voort | Voortgezegd
|
VoortzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette voort, heeft voortgezet; voortzetter, voortzetting) 1 vervolgen, doorgaan met.
In Spaans overeenkomend met: Continuar Seguir sDoorgaan Verder gaan met Vervolgen Voortgaan | Zette voort | Voortgezet
|
| Voortzeulen | Zeulde voort | Voortgezeuld
|
| Voortzwepen | Zweepte voort | Voortgezweept
|
VooruitbestellenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld; vooruitbestelling) 1 iets zekere tijd van tevoren bestellen.
| Bestelde vooruit | Vooruitbesteld
|
VooruitbetalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald; vooruitbetaling) 1 voor de levering betalen.
In Spaans overeenkomend met: Adelantar
| Betaalde vooruit | Vooruitbetaald
|
VooruitblikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; blikte vooruit, heeft vooruitgeblikt) 1 zich een voorstelling vormen van de toekomst.
| Blikte vooruit | Vooruitgeblikt
|
VooruitdenkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dacht vooruit, heeft vooruitgedacht) 1 denken aan wat later zal komen.
| Dacht vooruit | Vooruitgedacht
|
| Vooruitdringen | Drong vooruit | Vooruitgedrongen
|
VooruitgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging vooruit, is vooruitgegaan) 1 voor het genoemde gaan 2 enige tijd van tevoren gaan 3 voorwaarts gaan 4 vorderingen maken.
In Spaans overeenkomend met: Avanzar, Progresar Acrecentar, Activar sOpschieten Veld winnen Vlotten Voortbewegen Vooruitkomen Vorderen | Ging vooruit | Vooruitgegaan
|
VooruithelpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen) 1 helpen vooruit te komen.
| Hielp vooruit | Vooruitgeholpen
|
VooruitkijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keek vooruit, heeft vooruitgekeken) 1 naar voren uitkijken.
| Keek vooruit | Vooruitgekeken
|
VooruitkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam vooruit, is vooruitgekomen) 1 voorwaarts komen, vorderingen maken.
In Spaans overeenkomend met: Avanzar Prosperar sBloeien Floreren Gedijen Tieren Voortbewegen Vooruitgaan Vorderen Welvaren | Kwam vooruit | Vooruitgekomen
|
VooruitlopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liep vooruit, is vooruitgelopen) 1 anticiperen op. (onovergankelijk werkwoord; liep vooruit, is vooruitgelopen) 1 vooruitgaan, eerder dan anderen op weg gaan.
In Spaans overeenkomend met: Anticipar sAnticiperen Prejudiciëren Vooruitlopen op | Liep vooruit | Vooruitgelopen
|
VooruitrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed vooruit, heeft/is vooruitgereden) 1 voor anderen rijden 2 naar voren rijden.
| Reed vooruit | Vooruitgereden
|
| Vooruitschuiven | Schoof vooruit | Vooruitgeschoven
|
VooruitsnellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; snelde vooruit, is vooruitgesneld) 1 snel naar voren gaan.
| Snelde vooruit | Vooruitgesneld
|
VooruitspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong vooruit, is vooruitgesprongen) 1 naar voren steken, een uitsteeksel vormen.
In Spaans overeenkomend met: Sobresalir sUitspringen Uitstaan Uitsteken Vooruitsteken | Sprong vooruit | Vooruitgesprongen
|
VooruitstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak vooruit, heeft vooruitgestoken) 1 naar voren laten uitsteken.
In Spaans overeenkomend met: Sobresalir sUitspringen Uitstaan Uitsteken Vooruitspringen | Stak vooruit | Vooruitgestoken
|
| Vooruitstreven | Streefde vooruit | Vooruitgestreefd
|
| Vooruitsturen | Stuurde vooruit | Vooruitgestuurd
|
VooruitwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Wierp vooruit | Vooruitgeworpen
|
VooruitzettenIn Spaans overeenkomend met: Adelantar
| Zette vooruit | Vooruitgezet
|
VooruitzienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zag vooruit, heeft vooruitgezien) 1 naar het toekomstige kijken.
In Spaans overeenkomend met: Esperar, Presagiar, Prever sBedacht zijn op Verwachten Voorzien | Zag vooruit | Vooruitgezien
|
VoorvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel voor, is voorgevallen) 1 zich voordoen.
In Spaans overeenkomend met: Acaecer, Acontecer, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar sAan de hand zijn Gebeuren Geschieden Overkomen Plaatsvinden Voorkomen | Viel voor | Voorgevallen
|
| Voorverkopen | Verkocht voor | Voorverkocht
|
| Voorvertonen | Vertoonde voor | Voorvertoond
|
VoorverwarmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; verwarmde voor, heeft voorverwarmd; voorverwarming) 1 vooraf verwarmen.
In Spaans overeenkomend met: Precalentar
| Verwarmde voor | Voorverwarmd
|
| Voorvoegen | Voegde voor | Voorgevoegd
|
VoorvoelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voorvoelde, heeft voorvoeld) 1 van tevoren aanvoelen.
| Voorvoelde | Voorvoeld
|
VoorwassenIn Spaans overeenkomend met: Prelavar
| Waste voor | Voorgewassen
|
VoorwendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wendde voor, heeft voorgewend; voorwending) 1 als werkelijk doen gelden wat niet zo is.
In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Impostar sDoen alsof Fingeren Simuleren Veinzen Voorgeven | Wendde voor | Voorgewend
|
| Voorwerken | Werkte voor | Voorgewerkt
|
| Voorwerpen | Wierp voor | Voorgeworpen
|
VoorzeggenIn de betekenis van: (Het antwoord op een vraag) influisteren om te helpen
sBeduiden Voorspellen Waarzeggen | Zegde voor, Zei voor | Voorgezegd
|
VoorzeggenIn de betekenis van: Voorspellen, profetiseren
In Spaans overeenkomend met: Adivinar, Predecir, Profetizar sBeduiden Voorspellen Waarzeggen | Zegde voor, Zei voor | Voorgezegd
|
VoorzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette voor, heeft voorgezet) 1 (ook absoluut) (een bal) voor het vijandelijke doel brengen 2 voor iets zetten 3 (een klok e.d.) vooruit zetten.
| Zette voor | Voorgezet
|
VoorzienALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; voorzag, heeft voorzien van) 1 doen hebben. (werkwoord; voorzag, heeft voorzien in) 1 zorgen voor. (overgankelijk werkwoord; voorzag, heeft voorzien) 1 van tevoren zien, zien aankomen .
In Spaans overeenkomend met: Esperar, Presagiar, Presentir, Prever sBedacht zijn op Een voorgevoel hebben van Verwachten Vooruitzien | Voorzag | Voorzien
|
VoorzingenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zong voor, heeft voorgezongen) 1 voorgaan in het zingen. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zong voor, heeft voorgezongen) 1 als voorbeeld zingen.
| Zong voor | Voorgezongen
|
VoorzittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; zat voor, heeft voorgezeten) 1 (een vergadering) leiden.
In Spaans overeenkomend met: Presidir sPresideren | Zat voor | Voorgezeten
|
| Voorzuiveren | Zuiverde voor | Voorgezuiverd
|
VorderenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vorderde, is gevorderd; vorderaar, vordering) 1 verder komen. (overgankelijk werkwoord; vorderde, heeft gevorderd) 1 opeisen.
In Spaans overeenkomend met: Avanzar Requisar Exigir Acrecentar, Activar sEisen In beslag nemen Opeisen Opschieten Rekenen Rekwireren Veld winnen Vereisen Vergen Vlotten Voorschrijven Voortbewegen Vooruitgaan Vooruitkomen | Vorderde | Gevorderd
|
VormenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vormde, heeft gevormd; vormer, vorming) 1 een vorm geven 2 doen ontstaan 3 de genoemde vorm vertonen 4 opvoeden, ontwikkelen 5 (rooms-katholiek) het vormsel toedienen.
In Spaans overeenkomend met: Moldear Integrar Acondicionar, Formar Confirmar Constituir Conformar, Modelar Figurar sAangaan Afbeelden Bekrachtigen Bevestigen Erkennen Figureren Formeren Gelijkvormig maken Kneden Modelleren Staven Tezamen vormen Uitmaken Voorstellen | Vormde | Gevormd
|
| Vormgeven | Gaf vorm | Vormgegeven
|
VorsenIn Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar sExploreren Nagaan Onderzoeken Uitvissen Uitzoeken Verkennen | Vorste | Gevorst
|
| Vossen | Voste | Gevost
|
VoterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voteerde, heeft gevoteerd; votatie) 1 (iets) bij stemming toestaan, voor iets aanwijzen.
| Voteerde | Gevoteerd
|
VouwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vouwde, heeft gevouwen) 1 vouwen maken in 2 door vouwen vormen.
In Spaans overeenkomend met: Doblar, Plegar sOmvouwen Plooien | Vouwde | Gevouwen
|
VozenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voosde, heeft gevoosd) 1 (vulgair) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben.
| Voosde | Gevoosd
|
VragenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd) 1 proberen te krijgen. (werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd) 1 informeren. (onovergankelijk werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd; vrager) 1 bieden (in een kaartspel). (overgankelijk werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd) 1 (ook absoluut) iem. een vraag stellen 2 (ook absoluut) verzoeken 3 uitnodigen 4 vorderen, vergen 5 nodig hebben, vereisen 6 verlangen tonen om te bezitten.
In Spaans overeenkomend met: Preguntar Inquirir, Solicitar Invitar Demandar, Pedir, Rogar sAanvragen Bestellen Inroepen Inviteren Noden Uitnodigen Verzoeken | Vraagde, Vroeg | Gevraagd
|
VreemdgaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging vreemd, heeft/is vreemdgegaan) 1 seksuele omgang hebben met een andere dan de eigen partner.
| Ging vreemd | Vreemdgegaan
|
VretenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 voer voor dieren 2 (informeel) voedsel, spijs . (onovergankelijk werkwoord; vrat, heeft gevreten; vreter) 1 een aanhoudend toenemende en pijnlijke lichamelijke of psychische gewaarwording veroorzaken. (overgankelijk werkwoord; vrat, heeft gevreten) 1 (ook absoluut) (informeel) (van personen) gulzig eten 2 (ook absoluut) (van dieren) eten 3 in grote hoeveelheid gebruiken 4 (informeel) accepteren.
In Spaans overeenkomend met: Atracarse Comer sBikken Eten Gebruiken Nuttigen | Vrat | Gevreten
|
VrezenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; vreesde, heeft gevreesd) 1 ernstig rekening houden met de mogelijkheid dat het met iem. of iets niet goed zal aflopen. (overgankelijk werkwoord; vreesde, heeft gevreesd) 1 (formeel) bang zijn voor 2 beducht zijn dat iets zal plaatshebben 3 (formeel) ontzag hebben voor.
In Spaans overeenkomend met: Temer sBang zijn voor Duchten Schromen Terugschrikken voor | Vreesde | Gevreesd
|
VriesdrogenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vriesdroogde, heeft gevriesdroogd) 1 drogen door materiaal te bevriezen en vervolgens met behulp van vacuüm waterdamp eraan te onttrekken.
In Spaans overeenkomend met: Liofilizar
| Vriesdroogde | Gevriesdroogd
|
VriezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vroor, is gevroren) 1 door de vorst van een vloeibaar in een vast lichaam overgaan of in een bepaalde toestand komen 2 door vorst in de genoemde positie of toestand komen. (onpersoonlijk werkwoord; vroor, heeft gevroren) 1 het heersen van de toestand waarbij de temperatuur beneden het vriespunt is.
In Spaans overeenkomend met: Helar
| Vroor | Gevroren
|
VrijbuitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vrijbuitte, heeft gevrijbuit; vrijbuiter) 1 (geschiedenis) als kaper varen, op roof uitgaan 2 avonturieren.
| Vrijbuitte | Gevrijbuit
|
VrijenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vrijde, heeft gevrijd; vrijer) 1 liefkozen door te strelen en te kussen 2 geslachtsgemeenschap hebben 3 vaste verkering hebben.
In Spaans overeenkomend met: Cortejar, Galantear Joder sHet hof maken Scharrelen | Vrijde, Vree | Gevrijd, Gevreeën
|
VrijgevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; gaf vrij, heeft vrijgegeven) 1 verlof, vrijaf geven. (overgankelijk werkwoord; gaf vrij, heeft vrijgegeven) 1 vrijlaten, deblokkeren 2 na keuring verlof geven om het uit te voeren, te verkopen.
| Gaf vrij | Vrijgegeven
|
VrijhoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield vrij, heeft vrijgehouden; vrijhouding) 1 voor een ander betalen 2 onbezet, vrij houden.
In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien Conservar, Reservar sBespreken Boeken Onthalen Openhouden Reserveren Trakteren Vergasten | Hield vrij | Vrijgehouden
|
VrijkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam vrij, is vrijgekomen) 1 ontslagen worden uit de gevangenis 2 ontstaan ten gevolge van een reactie 3 ter beschikking komen .
In Spaans overeenkomend met: Librarse sBehoeden|Zich behoeden Hoeden|Zich hoeden Ontkomen Vrijlopen Zich behoeden Zich hoeden | Kwam vrij | Vrijgekomen
|
VrijkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht vrij, heeft vrijgekocht; vrijkoping) 1 door betaling bevrijden 2 door afkoop vrijmaken.
In Spaans overeenkomend met: Redimir sAfkopen Loskopen | Kocht vrij | Vrijgekocht
|
VrijlatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet vrij, heeft vrijgelaten; vrijlating) 1 de vrijheid geven (aan) 2 niet binden, zelf laten kiezen of beslissen 3 onbezet laten.
In Spaans overeenkomend met: Largar, Libertar, Poner en libertad sAfhelpen Bevrijden Loslaten Verlossen Vrijmaken | Liet vrij | Vrijgelaten
|
VrijlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep vrij, is vrijgelopen) 1 (sport) zo lopen dat men vrij is van dekking van een tegenstander.
In Spaans overeenkomend met: Librarse sBehoeden|Zich behoeden Hoeden|Zich hoeden Ontkomen Vrijkomen Zich behoeden Zich hoeden | Liep vrij | Vrijgelopen
|
VrijlotenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; lootte vrij, heeft/is vrijgeloot; vrijloting) 1 bij loting vrijkomen.
| Lootte vrij | Vrijgeloot
|
VrijmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte vrij, heeft vrijgemaakt; vrijmaking) 1 bewerken dat iem. van iets vrij raakt 2 (scheikunde) uit een atoombinding losmaken 3 (een weg, ruimte) leegmaken.
In Spaans overeenkomend met: Libertar, Poner en libertad sAfhelpen Bevrijden Loslaten Verlossen Vrijlaten | Maakte vrij | Vrijgemaakt
|
VrijpleitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pleitte vrij, heeft vrijgepleit) 1 (door pleiten) iemands onschuld aantonen of verdedigen.
| Pleitte vrij | Vrijgepleit
|
VrijsprekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sprak vrij, heeft vrijgesproken; vrijspreking) 1 onschuldig verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Absolver sAbsolveren De absolutie geven | Sprak vrij | Vrijgesproken
|
VrijstaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stond vrij, heeft vrijgestaan) 1 geoorloofd zijn, aan iemands eigen goeddunken overgelaten worden 2 niet vastgebouwd zijn.
| Stond vrij | Vrijgestaan
|
VrijstellenIn Spaans overeenkomend met: Liberar sVan een verplichting ontslaan | Stelde vrij | Vrijgesteld
|
| Vrijvechten | Vocht vrij | Vrijgevochten
|
| Vrijverklaren | Verklaarde vrij | Vrijverklaard
|
VrijwarenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vrijwaarde, heeft gevrijwaard; vrijwaring) 1 waarborgen, behoeden.
In Spaans overeenkomend met: Resguardar sVeilig stellen | Vrijwaarde | Gevrijwaard
|
| Vrijwielen | Vrijwielde | Gevrijwield
|
VuilbekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vuilbekte, heeft gevuilbekt) 1 obsceniteiten zeggen.
| Vuilbekte | Gevuilbekt
|
VuilmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte vuil, heeft vuilgemaakt) 1 maken dat iets vuil wordt.
In Spaans overeenkomend met: Emporcar, Ensuciar, Manchar sBevlekken Bevuilen Bezoedelen Verontreinigen | Maakte vuil | Vuilgemaakt
|
VulgariserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulgariseerde, heeft gevulgariseerd; vulgarisatie) 1 onder het volk brengen van kennis.
| Vulgariseerde | Gevulgariseerd
|
VulkaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulkaniseerde, heeft gevulkaniseerd; vulkanisering) 1 ruwe rubber met zwavel bewerken om de hardheid en temperatuurbestendigheid ervan te verhogen.
In Spaans overeenkomend met: Vulcanizar
| Vulkaniseerde | Gevulkaniseerd
|
VullenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vulde, heeft gevuld) 1 vol maken 2 opvullen.
In Spaans overeenkomend met: Embutir, Farcir, Trufar Empastar, Mechar, Rellenar Obturar Llenar Empastar dientes, Emplomar Acolchar Enfundar sAfsluiten Bekleden Dempen Inpakken Instoppen Invullen Opvullen Opzetten Plomberen Spekken Stoppen Trufferen Volmaken Volschenken Worst maken | Vulde | Gevuld
|
VurenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 vurenhout. (bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) 1 vurenhouten. (onovergankelijk werkwoord; vuurde, heeft gevuurd) 1 schieten, vuur geven.
In Spaans overeenkomend met: Disparar, Tirar sPaffen Schieten | Vuurde | Gevuurd
|
VuttenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vutte, heeft gevut; vutter) 1 (in Nederland) gebruikmaken van de VUT-regeling.
| Vutte | Gevut
|
| Vuurspuwen | Spuwde vuur | Vuurgespuwd
|