WaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (waaide/woei, heeft gewaaid) (van de wind) zich voordoen, blazen 2 (waaide/woei, is gewaaid) door de wind bewogen worden. (overgankelijk werkwoord; waaide/woei, heeft gewaaid) 1 (van de wind, storm enz.) in een bepaalde toestand brengen. (onpersoonlijk werkwoord; waaide/woei, heeft gewaaid) 1 optreden van het verschijnsel wind.
In Spaans overeenkomend met: Soplar Ventear Abanicar sBlazen Frisse lucht toewaaien Uitblazen Wannen | Waaide, Woei | Gewaaid
|
WaaierenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waaierde, heeft gewaaierd) 1 een waaier in beweging brengen.
| Waaierde | Gewaaierd
|
WaaierrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (wielersport) (van wielrenners) schuin achter elkaar in een groep rijden om zo weinig mogelijk wind te vangen.
| |
|
WaarborgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waarborgde, heeft gewaarborgd; waarborging) 1 instaan voor.
In Spaans overeenkomend met: Afianzar Garantizar sBorg staan voor Garanderen Instaan voor Sponsoren | Waarborgde | Gewaarborgd
|
WaarderenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waardeerde, heeft gewaardeerd; waardeerder, waardering) 1 hoge waarde toekennen aan 2 de waarde bepalen van.
In Spaans overeenkomend met: Valorar Tasar Estimar, Evaluar, Valuar Apreciar, Estimar sBegroten Hechten aan Houden van Mogen Op prijs stellen Schatten Taxeren | Waardeerde | Gewaardeerd
|
WaarmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte waar, heeft waargemaakt; waarmaker, waarmaking) 1 verwezenlijken, realiseren. (wederkerend werkwoord; maakte zich waar, heeft zich waargemaakt) 1 laten zien wat men kan.
In Spaans overeenkomend met: Demostrar, Probar sAantonen Adstrueren Bewijzen Staven Uitwijzen | Maakte waar | Waargemaakt
|
WaarmerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waarmerkte, heeft gewaarmerkt; waarmerker, waarmerking) 1 van een waarmerk voorzien.
In Spaans overeenkomend met: Aforar sIjken Keuren | Waarmerkte | Gewaarmerkt
|
WaarnemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam waar, heeft waargenomen) 1 (ook absoluut) (een taak, functie) bekleden, tijdelijk vervullen, als vervanger optreden 2 (ook absoluut) met de zintuigen in zich opnemen 3 besteden, benutten .
In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar Percibir Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Percatar, Percatarse Hallar Utilizar sBemerken Benutten Gadeslaan Gewaar worden Gewaarworden Merken Observeren Opmerken Te baat nemen Toekijken Toezien Vernemen Zien | Nam waar | Waargenomen
|
WaarschuwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waarschuwde, heeft gewaarschuwd; waarschuwer, waarschuwing) 1 opmerkzaam maken op gevaar of nadeel 2 verwittigen, laten weten 3 onder bedreiging vermanen.
In Spaans overeenkomend met: Advertir, Apercibir, Avisar, Avistar sVermanen | Waarschuwde | Gewaarschuwd
|
WaarzeggenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waarzegde, heeft gewaarzegd/waargezegd; waarzegger) 1 door middel van bijzondere gaven of geheime kunsten de toekomst voorspellen.
In Spaans overeenkomend met: Adivinar, Predecir, Profetizar sBeduiden Voorspellen Voorzeggen | Waarzegde | Gewaarzegd, Waargezegd
|
WachtenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wachtte, heeft gewacht) 1 op zijn hoede zijn, oppassen voor. (onovergankelijk werkwoord; wachtte, heeft gewacht) 1 op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iem. komt of iets gebeurt 2 (van zaken) voor de genoemde persoon in het vooruitzicht staan .
In Spaans overeenkomend met: Aguardar, Esperar sTe wachten staan Verwachten | Wachtte | Gewacht
|
WachtlopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; liep wacht, heeft wachtgelopen) 1 wakend op en neer lopen.
| Liep wacht | Wachtgelopen
|
WadenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waadde, heeft/is gewaad) 1 door ondiep water voortlopen.
In Spaans overeenkomend met: Vadear sDoorwaden | Waadde | Gewaad
|
WadlopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wadloper) 1 bij eb over de wadden wandelen.
| |
|
WagenALLE betekenissen van dit woord: (de m ; wagens) 1 voertuig, meestal met vier wielen 2 auto 3 het bovenste, verschuifbare deel van een schrijfmachine. (overgankelijk werkwoord; waagde, heeft gewaagd; wager) 1 riskeren, aan onzekere kansen blootstellen 2 durven te ondernemen .
In Spaans overeenkomend met: Aventurarse Atreverse, Osar Arriesgar, Aventurar, Exponer sBestaan Blootstellen Durven Durven te In gevaar brengen Kans lopen Op het spel zetten Risico lopen Risico nemen Riskeren Verspelen | Waagde | Gewaagd
|
| Waggelbenen | Waggelbeende | Gewaggelbeend
|
WaggelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen 2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.
In Spaans overeenkomend met: Bambolear, Tambalear, Tambalearse, Titubear, Vacilar sSchommelen Wankelen Wiebelen Zwichten | Waggelde | Gewaggeld
|
WakenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; waakte, heeft gewaakt) 1 het oog houden op, toezien. (werkwoord; waakte, heeft gewaakt) 1 voorkomen dat het genoemde gebeurt. (onovergankelijk werkwoord; waakte, heeft gewaakt; waker, waking) 1 opzettelijk wakker blijven om op te passen 2 wakker zijn.
In Spaans overeenkomend met: Velar, Vigilar sIn de gaten houden | Waakte | Gewaakt
|
WalenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waalde, heeft gewaald; waling) 1 (van het tij) veranderen 2 (scheepvaart) draaien.
| Waalde | Gewaald
|
| Walgen | Walgde | Gewalgd
|
| Walken | Walkte | Gewalkt
|
| Wallebakken | Wallebakte | Gewallebakt
|
| Wallen | Walde | Gewald
|
WalmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; walmde, heeft gewalmd) 1 walm afgeven.
| Walmde | Gewalmd
|
WalsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; walste, heeft gewalst; walser) 1 een wals dansen . (overgankelijk werkwoord; walste, heeft gewalst) 1 met een wals pletten, harden of vormen.
| Walste | Gewalst
|
| Wamen | Waamde | Gewaamd
|
WammenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wamde, heeft gewamd) 1 vis opensnijden en het ingewand eruit halen.
| Wamde | Gewamd
|
| Wanboffen | Wanbofte | Gewanboft
|
WandelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wandelde, heeft/is gewandeld; wandelaar, wandeling) 1 lopen, met name voor zijn genoegen.
In Spaans overeenkomend met: Caminar Pasear sAan de wandel zijn Lopen Schrijden Stappen Tippelen Treden | Wandelde | Gewandeld
|
WanenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waande, heeft gewaand) 1 ten onrechte menen, zich verbeelden.
| Waande | Gewaand
|
WanhopenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wanhoopte, heeft gewanhoopt) 1 alle hoop verloren hebben.
In Spaans overeenkomend met: Desesperar Desesperanzarse sWanhopig worden Wanhopig zijn | Wanhoopte | Gewanhoopt
|
WankelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wankeling) 1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn 2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan 3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.
In Spaans overeenkomend met: Bambolear, Flaquear, Tambalear, Tambalearse, Titubear, Vacilar sSchommelen Waggelen Wiebelen Zwichten | Wankelde | Gewankeld
|
WannenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wande, heeft gewand; wanner) 1 (gedorst graan) zuiveren door het in een wan te schudden.
In Spaans overeenkomend met: Aventar, Ventilar Abanicar sFrisse lucht toewaaien Luchten Spuien Uitluchten Ventileren Waaien | Wande | Gewand
|
WantenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Wantte | Gewant
|
WantrouwenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 afwezigheid van vertrouwen. (overgankelijk werkwoord; wantrouwde, heeft gewantrouwd) 1 geen vertrouwen hebben in.
In Spaans overeenkomend met: Desconfiar, Desconfiar de, Recelar
| Wantrouwde | Gewantrouwd
|
WapenenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wapende, heeft gewapend) 1 bij voorbaat verdedigen, bestand maken tegen. (overgankelijk werkwoord; wapende, heeft gewapend; wapening) 1 voor de strijd uitrusten 2 uitrusten met iets, versterken.
In Spaans overeenkomend met: Armar sBewapenen | Wapende | Gewapend
|
WapperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wapperde, heeft gewapperd) 1 heen en weer waaien 2 (van autowielen) heen en weer gaan, shimmy vertonen.
In Spaans overeenkomend met: Deflagrar, Flamear Aletear, Revolotear sAan de scharrel zijn Fladderen Flakkeren Flikkeren Flirten Scharrelen Schitteren Vonken schieten | Wapperde | Gewapperd
|
WarenALLE betekenissen van dit woord: (zelfstandig naamwoord, meervoud) 1 handelswaar. (onovergankelijk werkwoord; waarde, heeft gewaard) 1 (formeel) rondgaan, dwalen.
In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar sDolen Dwalen Ronddolen Ronddwalen Zwerven | Waarde | Gewaard
|
WarmdraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (draaide warm, is warmgedraaid) op de juiste temperatuur komen voor optimale prestaties 2 (draaide warm, heeft/is warmgedraaid) zich op iets voorbereiden.
| Draaide warm | Warmgedraaid
|
WarmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; warmde, heeft gewarmd) 1 warm maken.
In Spaans overeenkomend met: Calentar sVerhitten Verwarmen | Warmde | Gewarmd
|
WarmlopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liep warm, is warmgelopen) 1 (informeel) in vuur geraken voor, veel voelen voor. (onovergankelijk werkwoord; liep warm, is warmgelopen) 1 (van assen) door te sterke wrijving tijdens de werking voortdurend warmer worden 2 warmdraaien 3 (sport) door hardlopen de spieren losmaken. (wederkerend werkwoord; liep zich warm, heeft zich warmgelopen) 1 door lopen de spieren losmaken.
| Liep warm | Warmgelopen
|
WarrelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; warrelde, heeft/is gewarreld; warreling) 1 zich voortdurend door elkaar en heen en weer bewegen.
| Warrelde | Gewarreld
|
| Warren | Warde | Geward
|
WasemenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wasemde, heeft gewasemd; waseming) 1 wasem verspreiden.
| Wasemde | Gewasemd
|
WassenIn de betekenis van: Met was bestrijken
In Spaans overeenkomend met: sAanwassen Baden De was doen Gedijen Groeien In bad doen Logen Opgaan Opkomen Opstaan Toenemen Verrijzen | Waste | Gewast
|
WassenIn de betekenis van: Groeiend opschieten
In Spaans overeenkomend met: CrecerSubir sAanwassen Baden De was doen Gedijen Groeien In bad doen Logen Opgaan Opkomen Opstaan Toenemen Verrijzen | Wies | Gewassen
|
WassenIn de betekenis van: Met water schoonmaken
In Spaans overeenkomend met: BañarPintar al aguada, Pintar al lavado Lavar sAanwassen Baden De was doen Gedijen Groeien In bad doen Logen Opgaan Opkomen Opstaan Toenemen Verrijzen | Waste, Wies | Gewassen
|
WaterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waterde, heeft gewaterd) 1 waterachtig vocht afscheiden. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; waterde, heeft gewaterd) 1 plassen, urineren 2 (vers hout) enige tijd in water laten liggen om er ongewenste stoffen uit te laten trekken.
In Spaans overeenkomend met: Abrevar, Aguar, Regar sBegieten Besproeien Bevloeien Gieten Sproeien Water geven | Waterde | Gewaterd
|
WaterfietsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waterfietste, heeft/is gewaterfietst; waterfietser) 1 zich op een waterfiets voortbewegen.
| Waterfietste | Gewaterfietst
|
WatergolvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; watergolfde, heeft gewatergolfd) 1 een watergolf aanbrengen in (het haar).
| Watergolfde | Gewatergolfd
|
WaterpassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waterpaste, heeft gewaterpast; waterpassing) 1 (een schip) onderzoeken of het met voor- dan wel achtersteven te diep gaat.
| Waterpaste | Gewaterpast
|
WaterskiënALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waterskiër) 1 zich op waterski's laten trekken door een raceboot.
| Waterskiede | Gewaterskied
|
| Watersporten | |
|
WatertandenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; watertandde, heeft gewatertand) 1 door trek in eten of drinken het water in de mond krijgen.
| Watertandde | Gewatertand
|
| Watertrappelen | |
|
WatertrappenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 zich in diep water staande houden door trappende bewegingen te maken.
| |
|
WatterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; watteerde, heeft gewatteerd; wattering) 1 met watten vullen of voeren.
| Watteerde | Gewatteerd
|
WauwelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wauwelde, heeft gewauweld; wauwelaar) 1 onzinnig of vervelend praten, kletsen.
| Wauwelde | Gewauweld
|
WebsurfenIn Spaans overeenkomend met: Navegar sNetsurfen Surfen | Websurfte | Gewebsurft
|
WeckenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; weckte, heeft geweckt) 1 (levensmiddelen) conserveren door ze van de lucht af te sluiten in glazen potten en vervolgens te steriliseren of te pasteuriseren.
| Weckte | Geweckt
|
WeddenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wedde, heeft gewed; wedder) 1 een uitspraak doen tegenover een bewering van anderen met de afspraak dat degene die gelijk krijgt van de ander iets ontvangt.
In Spaans overeenkomend met: Apostar, Echar, Echarse
| Wedde | Gewed
|
| Wederantwoorden | Antwoordde weder | Wedergeantwoord
|
| Wedergeven | Gaf weder | Wedergegeven
|
WederkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie weerkeren.
In Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver sTerugkeren Terugkomen Wederkomen Weeromkomen | Keerde weder | Wedergekeerd
|
WederkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) zie weerkomen.
In Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver sTerugkeren Terugkomen Wederkeren Weeromkomen | Kwam weder | Wedergekomen
|
| Wederkrijgen | Kreeg weder | Wedergekregen
|
WedervarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wedervoer, is wedervaren) 1 (formeel) (van zaken) ten deel vallen.
| Wedervoer | Wedervaren
|
| Wedervergelden | Vergold weder | Wedervergolden
|
| Wedervinden | Vond weder | Wedergevonden
|
| Wederzien | Zag weder | Wedergezien
|
WedijverenIn Spaans overeenkomend met: Competir, Contender, Echar, Echarse, Rivalizar sConcurreren Meedingen | Wedijverde | Gewedijverd
|
| Weekeinden | Weekeindde | Geweekeind
|
| Weekenden | Weekendde | Geweekend
|
WeeklagenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weeklaagde, heeft geweeklaagd) 1 zijn leed klagen.
| Weeklaagde | Geweeklaagd
|
WeergalmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weergalmde, heeft weergalmd) 1 klinken door weerkaatsing.
In Spaans overeenkomend met: Resonar, Retumbar sGalmen Resoneren Weerklinken | Weergalmde | Weergalmd
|
WeergevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf weer, heeft weergegeven) 1 vertolken, in een andere vorm gestalte geven 2 herhalen, reproduceren.
In Spaans overeenkomend met: Devolver Reproducir sHergeven Reproduceren Teruggeven Vergelden | Gaf weer | Weergegeven
|
| Weerhebben | Had weer | Weergehad
|
WeerhoudenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; weerhield, heeft weerhouden van) 1 tegenhouden, afhouden van. (overgankelijk werkwoord; weerhield, heeft weerhouden; weerhouding) 1 (in België, niet algemeen) (personen of zaken uit een verzameling) selecteren, behouden, overhouden.
In Spaans overeenkomend met: Retener sDetineren Ophouden Reserveren Terughouden | Weerhield | Weerhouden
|
WeerkaatsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weerkaatste, is weerkaatst; weerkaatsing) 1 (van stralingsverschijnselen) omgebogen worden in min of meer tegengestelde richting. (overgankelijk werkwoord; weerkaatste, heeft weerkaatst) 1 (stralingsverschijnselen) ombuigen in min of meer tegengestelde richting.
In Spaans overeenkomend met: Reflejar sReflecteren Spiegelen Terugkaatsen Weerspiegelen | Weerkaatste | Weerkaatst
|
WeerkerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; keerde weer, is weergekeerd) 1 terugkeren, terugkomen.
| Keerde weer | Weergekeerd
|
WeerklinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weerklonk, heeft weerklonken) 1 luid klinken, zó dat een ruimte geheel van het geluid vervuld wordt 2 weergalmen.
In Spaans overeenkomend met: Resonar, Retumbar sGalmen Resoneren Weergalmen | Weerklonk | Weerklonken
|
WeerkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam weer, is weergekomen) 1 (archaïsch) terugkeren.
| Kwam weer | Weergekomen
|
| Weerkrijgen | Kreeg weer | Weergekregen
|
WeerleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weerlegde/weerlei, heeft weerlegd; weerlegger, weerlegging) 1 beantwoorden met tegenargumenten, de onjuistheid of onhoudbaarheid aantonen van.
In Spaans overeenkomend met: Rebatir Refutar sOntzenuwen | Weerlegde | Weerlegd
|
WeerlichtenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; weerlichtte, heeft geweerlicht) 1 bliksemen.
| Weerlichtte | Geweerlicht
|
WeeromkomenIn Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver sTerugkeren Terugkomen Wederkeren Wederkomen | Kwam weerom | Weeromgekomen
|
WeerschijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weerscheen, heeft weerschenen) 1 schijnsel terugkaatsen.
| Weerscheen | Weerschenen
|
WeerspiegelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weerspiegelde, heeft weerspiegeld; weerspiegeling) 1 een spiegelbeeld geven van 2 een beeld geven van, een afspiegeling zijn van.
In Spaans overeenkomend met: Reflejar sReflecteren Spiegelen Terugkaatsen Weerkaatsen | Weerspiegelde | Weerspiegeld
|
WeersprekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weersprak, heeft weersproken; weerspreking) 1 tegenspreken 2 in tegenspraak zijn met, onverenigbaar zijn met.
| Weersprak | Weersproken
|
WeerstaanALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weerstond, heeft weerstaan) 1 stand houden, weerstand bieden aan.
In Spaans overeenkomend met: Aguantar Aguantar Contrarrestar Oponerse, Resistir sBezwaar hebben tegen Dulden Standhouden Tegenhouden Tegenspartelen Tegenstreven Uithouden Verdragen Verzetten|Zich verzetten Zich verzetten | Weerstond | Weerstaan
|
WeerstrevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weerstreefde, heeft weerstreefd) 1 (archaïsch) tegenwerken.
| Weerstreefde | Weerstreefd
|
| Weervaren | Voer weer | Weergevaren
|
WeervindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vond weer, heeft weergevonden) 1 terugvinden.
| Vond weer | Weergevonden
|
WeerzienALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 het terugzien, ontmoeting met iem. die afwezig geweest is. (overgankelijk werkwoord; zag weer, heeft weergezien) 1 terugzien, weer ontmoeten.
| Zag weer | Weergezien
|
WegbelastenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; belastte weg, heeft wegbelast) 1 door fiscale maatregelen tenietdoen.
| Wegbelastte | Wegbelast
|
WegbenenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; beende weg, is weggebeend) 1 met grote passen weglopen.
| Beende weg | Weggebeend
|
WegbergenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; borg weg, heeft weggeborgen) 1 opbergen.
| Borg weg | Weggeborgen
|
| Wegbezuinigen | Bezuinigde weg | Wegbezuinigd
|
WegblazenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; blies weg, heeft weggeblazen) 1 blazend van zich verwijderen of verdrijven.
| Blies weg | Weggeblazen
|
WegblijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; bleef weg, is weggebleven; wegblijver) 1 niet komen waar men verwacht wordt of hoort te komen 2 (van zaken) zich niet voordoen.
| Bleef weg | Weggebleven
|
| Wegbombarderen | Bombardeerde weg | Weggebombardeerd
|
WegbonjourenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bonjourde weg, heeft weggebonjourd) 1 (informeel) (iem.) wegsturen.
| Bonjourde weg | Weggebonjourd
|
WegbrandenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; brandde weg, heeft weggebrand) 1 door branden verwijderen.
| Brandde weg | Weggebrand
|
WegbrekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; brak weg, heeft weggebroken) 1 door afbreken verwijderen.
| Brak weg | Weggebroken
|
WegbrengenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; bracht weg, heeft weggebracht) 1 elders heen, naar de plaats van bestemming brengen.
In Spaans overeenkomend met: Llevar sBrengen Vervoeren | Bracht weg | Weggebracht
|
WegcijferenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wegcijfering) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: No hacer caso, Pasar por alto Aniquilar sGeen aandacht schenken Negeren Onbruikbaar maken Onder tafel schuiven Passeren Vernietigen | Cijferde weg | Weggecijferd
|
| Wegconcurreren | Concurreerde weg | Weggeconcurreerd
|
WegdeemsterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deemsterde weg, is weggedeemsterd) 1 (in België) geleidelijk minder sterk worden 2 (in België) geleidelijk uit het zicht of de belangstelling verdwijnen.
| Deemsterde weg | Weggedeemsterd
|
WegdenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; dacht weg, heeft weggedacht) 1 in gedachte weglaten.
| Dacht weg | Weggedacht
|
WegdoenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; deed weg, heeft weggedaan) 1 niet langer houden of bewaren, van de hand doen 2 opbergen.
In Spaans overeenkomend met: Eliminar Vender sAfschaffen Elimineren Opdoeken Overdoen Tappen Uitmaken Verhandelen Verkopen Vervreemden Verwijderen | Deed weg | Weggedaan
|
WegdoezelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; doezelde weg, is weggedoezeld) 1 indutten.
| Doezelde weg | Weggedoezeld
|
WegdommelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dommelde weg, is weggedommeld) 1 indutten.
| Dommelde weg | Weggedommeld
|
WegdraaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; draaide weg, heeft/is weggedraaid) 1 in een andere richting wenden. (overgankelijk werkwoord; draaide weg, heeft weggedraaid) 1 afwenden, in een andere richting draaien 2 (geluid) geleidelijk laten verdwijnen.
| Draaide weg | Weggedraaid
|
WegdragenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; droeg weg, heeft weggedragen) 1 dragend ergens anders heen brengen .
| Droeg weg | Weggedragen
|
WegdrijvenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dreef weg, is weggedreven) 1 zich drijvend verwijderen. (overgankelijk werkwoord; dreef weg, heeft weggedreven) 1 verdrijven.
| Dreef weg | Weggedreven
|
WegdringenIn Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler sAfstoten Verdringen Verduwen Wegduwen Wegstoten | Drong weg | Weggedrongen
|
WegdromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; droomde weg, is weggedroomd) 1 zich overgeven aan m.n. door aangename gewaarwordingen opgeroepen fantasieën.
| Droomde weg | Weggedroomd
|
WegdrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; drukte weg, heeft weggedrukt) 1 drukkend verwijderen.
| Drukte weg | Weggedrukt
|
| Wegdrummen | Drumde weg | Weggedrumd
|
WegduikenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; dook weg, is weggedoken) 1 duikend zich aan iets onttrekken, zich in veiligheid brengen of zich verstoppen.
| Dook weg | Weggedoken
|
WegduwenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; duwde weg, heeft weggeduwd) 1 van zich af duwen, duwend verwijderen.
In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler sAfstoten Verdringen Verduwen Wegdringen Wegstoten | Duwde weg | Weggeduwd
|
WegebbenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ebde weg, is weggeëbd) 1 geleidelijk verdwijnen of tenietgaan.
| Ebde weg | Weggeëbd
|
WegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woog, heeft gewogen; weger, weging) 1 het genoemde gewicht hebben, zwaar zijn. (overgankelijk werkwoord; woog, heeft gewogen) 1 de zwaarte, het gewicht, resp. de massa onderzoeken, bepalen van 2 de draagwijdte, betekenis nagaan van.
In Spaans overeenkomend met: Pesar sZwaar zijn | Woog | Gewogen
|
WegerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wegerde, heeft gewegerd; wegering) 1 (scheepvaart) van wegers voorzien.
| Wegerde | Gewegerd
|
WegfietsenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; fietste weg, is weggefietst) 1 zich op de fiets verwijderen.
| Fietste weg | Weggefietst
|
WegfrommelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; frommelde weg, heeft weggefrommeld) 1 stiekem, tersluiks wegstoppen.
| Frommelde weg | Weggefrommeld
|
WeggaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; ging weg, is weggegaan) 1 gaan van iets of iem. af, zich van een bepaalde plaats verwijderen 2 verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir Ausentarse, Irse Marcharse sAfgaan Op weg gaan Opstappen Tijgen Vertrekken Verwijderen|Zich verwijderen Zich verwijderen | Ging weg | Weggegaan
|
WeggevenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gaf weg, heeft weggegeven) 1 aan een ander of anderen cadeau geven 2 ten beste geven.
| Gaf weg | Weggegeven
|
| Weggieten | Goot weg | Weggegoten
|
| Wegglijden | Gleed weg | Weggegleden
|
WegglippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; glipte weg, is weggeglipt) 1 onopgemerkt weggaan.
| Glipte weg | Weggeglipt
|
| Weggommen | Gomde weg | Weggegomd
|
WeggooienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; gooide weg, heeft weggegooid) 1 (iets) neergooien of ergens in gooien om zich ervan te ontdoen.
In Spaans overeenkomend met: Tirar a la basura Tirar
| Gooide weg | Weggegooid
|
WeggrissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; griste weg, heeft weggegrist) 1 snel weggrijpen.
| Griste weg | Weggegrist
|
| Weghakken | Hakte weg | Weggehakt
|
WeghalenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; haalde weg, heeft weggehaald) 1 van zijn plaats halen, meenemen 2 stelen 3 (een kind) aborteren.
In Spaans overeenkomend met: Apartar Quitar Arrebatar sAfnemen Afpakken Afscheiden Afzonderen Opzij schuiven Scheiden Schiften Wegnemen Wegzetten | Haalde weg | Weggehaald
|
WeghangenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hing weg, heeft weggehangen) 1 in een bergplaats hangen 2 (een kledingstuk) apart hangen omdat de koper het later komt ophalen.
| Hing weg | Weggehangen
|
| Weghelpen | Hielp weg | Weggeholpen
|
WeghollenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; holde weg, is weggehold) 1 hard weglopen.
| Holde weg | Weggehold
|
WeghonenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hoonde weg, heeft weggehoond) 1 door honen doen verdwijnen.
| Hoonde weg | Weggehoond
|
WeghoudenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; hield weg, heeft weggehouden) 1 verwijderd houden.
In Spaans overeenkomend met: Contener, Detener Apartar sAfhouden Onthouden Onttrekken | Hield weg | Weggehouden
|
WeghuppelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; huppelde weg, is weggehuppeld) 1 zich huppelend verwijderen.
| Huppelde weg | Weggehuppeld
|
| Wegijlen | Ijlde weg | Weggeijld
|
WegjagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; jaagde weg/joeg weg, heeft weggejaagd) 1 opjagen naar elders.
In Spaans overeenkomend met: Echar Espantar, Remontar sAfschrikken Op de vlucht drijven Verjagen Wegsturen Wegzenden | Jaagde weg, Joeg weg | Weggejaagd
|
| Wegkankeren | Kankerde weg | Weggekankerd
|
WegkapenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kaapte weg, heeft weggekaapt) 1 (informeel) ongemerkt wegnemen.
| Kaapte weg | Weggekaapt
|
WegkappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kapte weg, heeft weggekapt) 1 (iets) verwijderen door te kappen.
| Kapte weg | Weggekapt
|
WegkeilenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keilde weg, heeft weggekeild) 1 (informeel) met kracht wegsmijten.
| Keilde weg | Weggekeild
|
WegkieperenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kieperde weg, heeft weggekieperd) 1 (informeel) weggooien.
| Kieperde weg | Weggekieperd
|
WegkijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; keek weg, heeft weggekeken) 1 iem. weg doen gaan door hem strak aan te kijken 2 uit angst afzijdig blijven terwijl men eigenlijk zou moeten ingrijpen.
| Keek weg | Weggekeken
|
WegklikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; klikte weg, heeft weggeklikt) 1 (een venster op een computerscherm) afsluiten.
| Klikte weg | Weggeklikt
|
WegknippenIn Spaans overeenkomend met: Rapar
| Knipte weg | Weggeknipt
|
WegkomenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwam weg, is weggekomen) 1 erin slagen te verdwijnen, zich in veiligheid brengen.
| Kwam weg | Weggekomen
|
WegkopenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; kocht weg, heeft weggekocht) 1 opkopen, zodat er voor anderen niets meer is.
| Kocht weg | Weggekocht
|
WegkruipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kroop weg, is weggekropen) 1 zich kruipend verwijderen 2 zich verstoppen.
| Kroop weg | Weggekropen
|
WegkwijnenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kwijnde weg, is weggekwijnd; wegkwijning) 1 kwijnend te gronde gaan.
In Spaans overeenkomend met: Languidecer sKwijnen Uitteren Vervallen | Kwijnde weg | Weggekwijnd
|
WeglachenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; lachte weg, heeft weggelachen) 1 door lachen ongedaan maken of opruimen.
| Lachte weg | Weggelachen
|
WeglatenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; liet weg, heeft weggelaten; weglating) 1 achterwege laten, niet gebruiken.
In Spaans overeenkomend met: Quitar Elidir Dejar salir Desaprovechar sAfkappen Loslaten Lossen Nalaten Onvermeld laten Overslaan Schrappen Tappen Uitlaten Verzaken Verzuimen Vieren | Liet weg | Weggelaten
|
WegleggenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; legde weg, heeft weggelegd) 1 terzijde leggen 2 opbergen, achter slot brengen.
| Legde weg | Weggelegd
|
WegleidenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; leidde weg, heeft weggeleid; wegleiding) 1 wegvoeren.
In Spaans overeenkomend met: Desviar sAfleiden Laten afvloeien Wegvoeren | Leidde weg | Weggeleid
|
| Weglekken | Lekte weg | Weggelekt
|
| Weglokken | Lokte weg | Weggelokt
|
WegloodsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; loodste weg, heeft weggeloodst) 1 behendig wegbrengen.
| Loodste weg | Weggeloodst
|
WeglopenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; liep weg, is weggelopen) 1 (informeel) veel ophebben met. (werkwoord; liep weg, is weggelopen) 1 proberen te ontwijken. (onovergankelijk werkwoord; liep weg, is weggelopen; wegloper) 1 naar elders lopen, haastig heengaan 2 ervandoor gaan en niet terugkomen 3 wegstromen 4 (sport) vóórkomen t.o.v. een ander 5 (visserij) (van een dobber of drijver) onder water weggetrokken worden door een vis.
In Spaans overeenkomend met: Fugarse Huir
| Liep weg | Weggelopen
|
WegmaaienALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maaide weg, heeft weggemaaid) 1 maaiend wegnemen.
| Maaide weg | Weggemaaid
|
WegmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte weg, heeft weggemaakt) 1 zoekmaken 2 (informeel) narcotiseren 3 (een kind) aborteren.
In Spaans overeenkomend met: Narcotizar Extraviar sBedwelmen Narcotiseren Verdoven Verleggen | Maakte weg | Weggemaakt
|
WegmoffelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; moffelde weg, heeft weggemoffeld) 1 stiekem verbergen, doen verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Zampar
| Moffelde weg | Weggemoffeld
|
WegnemenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; nam weg, heeft weggenomen) 1 verwijderen 2 zichzelf iets onrechtmatig toe-eigenen wat een ander toebehoort.
In Spaans overeenkomend met: Disipar Quitar, Restar Arrebatar sAfhalen Afnemen Afpakken Doen optrekken Doen overgaan Doen wegtrekken Rissen Ritsen Verdrijven Verspreiden Weghalen | Nam weg | Weggenomen
|
WegpakkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pakte weg, heeft weggepakt) 1 met een haastige beweging wegnemen, stelen.
| Pakte weg | Weggepakt
|
WegpestenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; pestte weg, heeft weggepest) 1 (iem.) door pesten ertoe brengen weg te gaan, ontslag te nemen.
| Pestte weg | Weggepest
|
| Wegpikken | Pikte weg | Weggepikt
|
WegpinkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Pinkte weg | Weggepinkt
|
WegpoetsenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; poetste weg, heeft weggepoetst) 1 poetsend laten verdwijnen 2 heimelijk doen verdwijnen.
| Poetste weg | Weggepoetst
|
| Wegpompen | Pompte weg | Weggepompt
|
| Wegpraten | Praatte weg | Weggepraat
|
WegpromoverenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; promoveerde weg, heeft weggepromoveerd) 1 door het toekennen van promotie uit een bepaalde werkkring verwijderen.
| Promoveerde weg | Weggepromoveerd
|
WegrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; raakte weg, is weggeraakt) 1 buiten bewustzijn raken 2 zoekraken.
| Raakte weg | Weggeraakt
|
WegredenerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; redeneerde weg, heeft weggeredeneerd) 1 door redeneren tenietdoen.
| Redeneerde weg | Weggeredeneerd
|
WegrennenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rende weg, is weggerend; wegrenner) 1 zich rennend verwijderen.
| Rende weg | Weggerend
|
WegrijdenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; reed weg, is weggereden) 1 naar elders rijden, rijdend vertrekken. (overgankelijk werkwoord; reed weg, heeft weggereden) 1 (een voertuig, persoon) rijdend weg doen gaan.
In Spaans overeenkomend met: Salir sAfrijden Uitlopen Uitvaren | Reed weg | Weggereden
|
| Wegritsen | Ritste weg | Weggeritst
|
WegroepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; riep weg, heeft weggeroepen) 1 naar elders roepen.
| Riep weg | Weggeroepen
|
WegroestenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; roestte weg, is weggeroest) 1 door roest verteerd worden.
| Roestte weg | Weggeroest
|
| Wegrollen | Rolde weg | Weggerold
|
WegrottenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; rotte weg, is weggerot; wegrotting) 1 tenietgaan door verrotting.
| Rotte weg | Weggerot
|
WegruimenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; ruimde weg, heeft weggeruimd; wegruiming) 1 wegnemen om op te bergen.
| Ruimde weg | Weggeruimd
|
WegrukkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; rukte weg, heeft weggerukt) 1 rukkend, met geweld wegnemen.
| Rukte weg | Weggerukt
|
WegsanerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; saneerde weg, heeft weggesaneerd) 1 door zuivering, ordening overbodig maken, laten verdwijnen.
| Saneerde weg | Weggesaneerd
|
WegschenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schonk weg, heeft weggeschonken; wegschenking) 1 weggeven.
| Schonk weg | Weggeschonken
|
WegscherenIn de betekenis van: Zich wegscheren
| Scheerde weg | Weggescheerd
|
WegscherenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schoor weg, heeft weggeschoren) 1 door scheren verwijderen. (wederkerend werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
| Schoor weg | Weggeschoren
|
WegscheurenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; scheurde weg, is weggescheurd) 1 zeer snel met een auto of een motor wegrijden. (overgankelijk werkwoord; scheurde weg, heeft weggescheurd) 1 scheurend wegnemen.
In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Cortar sAfbreken Afplukken Afrukken Plukken Uitrukken Uittrekken | Scheurde weg | Weggescheurd
|
WegschietenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; schoot weg, is weggeschoten) 1 met een plotselinge, snelle beweging zich naar elders verplaatsen. (overgankelijk werkwoord; schoot weg, heeft weggeschoten) 1 met een schiettuig wegslingeren.
| Schoot weg | Weggeschoten
|
WegschoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schopte weg, heeft weggeschopt) 1 door schoppen met de voet verwijderen.
| Schopte weg | Weggeschopt
|
| Wegschrappen | Schrapte weg | Weggeschrapt
|
WegschrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; schreef weg, heeft weggeschreven) 1 (iem.) afkraken door zeer negatief over hem te schrijven en zo zijn carrière in gevaar brengen 2 (computer) gegevens uit een geheugen overbrengen naar een extern geheugen.
| Schreef weg | Weggeschreven
|
WegschuilenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; school weg, is weggescholen) 1 zich verbergen.
| Schuilde weg, School weg | Weggeschuild, Weggescholen
|
WegschuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; schoof weg, heeft weggeschoven) 1 van zijn plaats schuiven.
| Schoof weg | Weggeschoven
|
| Wegsijpelen | Sijpelde weg | Weggesijpeld
|
WegslaanALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloeg weg, is weggeslagen) 1 door geweld van zijn plaats, uit zijn verband gerukt worden. (overgankelijk werkwoord; sloeg weg, heeft weggeslagen) 1 door slaan verwijderen, verdrijven 2 (een damschijf) door slaan wegnemen.
| Sloeg weg | Weggeslagen
|
WegslenterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slenterde weg, is weggeslenterd) 1 slenterend weggaan.
| Slenterde weg | Weggeslenterd
|
WegslepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sleepte weg, heeft weggesleept) 1 slepend wegnemen.
| Sleepte weg | Weggesleept
|
WegslikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slikte weg, heeft weggeslikt) 1 met enige moeite iets doorslikken .
| Slikte weg | Weggeslikt
|
WegslingerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; slingerde weg, heeft weggeslingerd) 1 slingerend weggooien.
In Spaans overeenkomend met: Lanzar sGooien Keilen Uitspelen Wegwerpen Werpen | Slingerde weg | Weggeslingerd
|
| Wegslinken | Slonk weg | Weggeslonken
|
WegslippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; slipte weg, heeft weggeslipt) 1 slippend van zijn plaats raken.
| Slipte weg | Weggeslipt
|
WegsluipenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sloop weg, is weggeslopen) 1 sluipend weggaan.
| Sloop weg | Weggeslopen
|
WegsluitenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sloot weg, heeft weggesloten) 1 achter slot opbergen.
| Sloot weg | Weggesloten
|
WegsluizenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sluisde weg, heeft weggesluisd) 1 sluizen.
| Sluisde weg | Weggesluisd
|
WegsmeltenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; smolt weg, is weggesmolten) 1 smeltend verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Deshelarse sDooien Ontdooien | Smolt weg | Weggesmolten
|
WegsmijtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; smeet weg, heeft weggesmeten) 1 weggooien.
| Smeet weg | Weggesmeten
|
WegsnellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; snelde weg, is weggesneld) 1 snel weggaan.
| Snelde weg | Weggesneld
|
WegsnijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; sneed weg, heeft weggesneden) 1 door snijden verwijderen.
In Spaans overeenkomend met: Amputar sAfzetten Amputeren | Sneed weg | Weggesneden
|
| Wegsnoeien | Snoeide weg | Weggesnoeid
|
WegspelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; speelde weg, heeft weggespeeld) 1 (iem., een team) in het spel verre overtreffen.
| Speelde weg | Weggespeeld
|
WegspoelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; spoelde weg, is weggespoeld) 1 door het water meegevoerd worden. (overgankelijk werkwoord; spoelde weg, heeft weggespoeld) 1 door spoelen verwijderen.
| Spoelde weg | Weggespoeld
|
WegspringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sprong weg, is weggesprongen) 1 zich springend verwijderen 2 (van zaken) plotseling van iets af gaan 3 (sport) demarreren.
| Sprong weg | Weggesprongen
|
WegspuitenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; spoot weg, is weggespoten) 1 spuitend wegvloeien 2 (informeel) zich zeer snel verwijderen. (overgankelijk werkwoord; spoot weg, heeft weggespoten) 1 spuitend verwijderen.
| Spoot weg | Weggespoten
|
WegstekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stak weg, heeft weggestoken) 1 opbergen, in zijn zak steken.
In Spaans overeenkomend met: Tallar sUitsnijden | Stak weg | Weggestoken
|
WegstemmenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stemde weg, heeft weggestemd) 1 door de uitslag van een stemming niet geschikt, aanvaardbaar of wenselijk verklaren.
| Stemde weg | Weggestemd
|
WegstervenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stierf weg, is weggestorven) 1 (van geluid) langzaam zwakker en ten slotte onhoorbaar worden.
| Stierf weg | Weggestorven
|
WegstoppenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stopte weg, heeft weggestopt) 1 verbergen, aan het gezicht onttrekken 2 verbergen, geheimhouden door het weg te stoppen.
| Stopte weg | Weggestopt
|
WegstormenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stormde weg, is weggestormd) 1 snel weggaan, wegrennen.
| Stormde weg | Weggestormd
|
WegstotenIn Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler sAfstoten Verdringen Verduwen Wegdringen Wegduwen | Stootte weg, Stiet weg | Weggestoten
|
WegstrepenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streepte weg, heeft weggestreept) 1 laten vervallen.
| Streepte weg | Weggestreept
|
WegstrijkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; streek weg, heeft weggestreken) 1 (vouwen) doen verdwijnen.
| Streek weg | Weggestreken
|
WegstromenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stroomde weg, is weggestroomd) 1 stromend verdwijnen.
| Stroomde weg | Weggestroomd
|
WegstuffenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stufte weg, heeft weggestuft) 1 uitgummen.
| Stufte weg | Weggestuft
|
WegstuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; stoof weg, is weggestoven) 1 zich onstuimig, zeer snel verwijderen.
| Stoof weg | Weggestoven
|
WegsturenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; stuurde weg, heeft weggestuurd) 1 laten weggaan uit zijn tegenwoordigheid, naar huis sturen 2 versturen, verzenden 3 (sport) (een medespeler) door middel van een dieptepass aanspelen.
In Spaans overeenkomend met: Expulsar Despachar, Despedir, Echar, Enviar, Expedir sAfzenden Naar buiten jagen Uitdrijven Uitjagen Uitsturen Uitwijzen Verbannen Verjagen Versturen Verzenden Wegjagen Wegzenden | Stuurde weg | Weggestuurd
|
WegsuffenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; sufte weg, is weggesuft) 1 indutten.
| Sufte weg | Weggesuft
|
WegterenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; teerde weg, is weggeteerd) 1 wegkwijnen, geheel vermageren.
| Teerde weg | Weggeteerd
|
WegtikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; tikte weg, heeft weggetikt) 1 tikkend voorbijgaan. (overgankelijk werkwoord; tikte weg, heeft weggetikt) 1 (sport) wegspelen.
| Tikte weg | Weggetikt
|
| Wegtoveren | Toverde weg | Weggetoverd
|
WegtrappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; trapte weg, heeft weggetrapt) 1 met een trap verplaatsen.
| Trapte weg | Weggetrapt
|
WegtreiterenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; treiterde weg, heeft weggetreiterd) 1 wegpesten.
| Treiterde weg | Weggetreiterd
|
WegtrekkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; trok weg, is weggetrokken) 1 zich naar elders op weg begeven 2 wegvloeien . (overgankelijk werkwoord; trok weg, heeft weggetrokken) 1 trekkend van zijn plaats naar elders brengen 2 naar zich toehalen.
In Spaans overeenkomend met: Disiparse sOptrekken Overgaan Vergaan Vervliegen | Trok weg | Weggetrokken
|
WegvagenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vaagde weg, heeft weggevaagd) 1 geheel doen verdwijnen.
| Vaagde weg | Weggevaagd
|
WegvallenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; viel weg, is weggevallen) 1 per ongeluk verdwijnen 2 niet meer beschikbaar zijn of in aanmerking komen.
| Viel weg | Weggevallen
|
WegvarenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; voer weg, is weggevaren) 1 met een vaartuig weggaan.
In Spaans overeenkomend met: Zarpar
| Voer weg | Weggevaren
|
WegvegenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; veegde weg, heeft weggeveegd) 1 vegend wegnemen.
| Veegde weg | Weggeveegd
|
WegvliegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloog weg, is weggevlogen) 1 zich vliegend verwijderen 2 (van zaken) vliegensvlug verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Huir volando sUitvliegen Vertrekken Vervliegen | Vloog weg | Weggevlogen
|
WegvloeienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; vloeide weg, is weggevloeid) 1 naar elders vloeien.
| Vloeide weg | Weggevloeid
|
| Wegvluchten | Vluchtte weg | Weggevlucht
|
WegvoerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; voerde weg, heeft weggevoerd; wegvoering) 1 naar elders overbrengen of leiden.
In Spaans overeenkomend met: Desviar sAfleiden Laten afvloeien Wegleiden | Voerde weg | Weggevoerd
|
WegvretenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; vrat weg, heeft weggevreten) 1 vretend laten verdwijnen, doen vergaan.
In Spaans overeenkomend met: Corroer sAantasten Bijten Corroderen Uitbijten Uitvreten | Vrat weg | Weggevreten
|
WegwaaienALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; waaide weg/woei weg, is weggewaaid) 1 door de wind weggevoerd worden.
| Waaide weg, Woei weg | Weggewaaid
|
| Wegwassen | Waste weg | Weggewassen
|
WegwerkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; werkte weg, heeft weggewerkt) 1 doen verdwijnen 2 (van personen) dwingen weg te gaan.
In Spaans overeenkomend met: Eliminar sUitschakelen | Werkte weg | Weggewerkt
|
WegwerpenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wierp weg, heeft weggeworpen) 1 van zich af werpen.
In Spaans overeenkomend met: Lanzar sGooien Keilen Uitspelen Wegslingeren Werpen | Wierp weg | Weggeworpen
|
WegwezenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; was weg, is weggeweest) 1 maken dat men snel wegkomt.
| Was weg | Weggeweest
|
WegwimpelenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wimpelde weg, heeft weggewimpeld) 1 (bezwaren, kritiek) wegwuiven.
| Wimpelde weg | Weggewimpeld
|
WegwissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wiste weg, heeft weggewist) 1 (iets vochtigs) wegvegen 2 (iets) met vocht wegvegen.
| Wiste weg | Weggewist
|
WegwuivenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wuifde weg, heeft weggewuifd) 1 (iets) achteloos als onbelangrijk bestempelen en vervolgens negeren.
| Wuifde weg | Weggewuifd
|
WegzakkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zakte weg, is weggezakt) 1 zakkend verdwijnen of van zijn plaats raken 2 (van personen) een lichte bewustzijnsstoring ondervinden of even slapen.
In Spaans overeenkomend met: Bajar sDalen Verlagen Verzakken Zakken | Zakte weg | Weggezakt
|
WegzappenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zapte weg, heeft weggezapt) 1 (een programma of zender) uitschakelen door naar een andere zender te zappen.
| Zapte weg | Weggezapt
|
WegzendenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zond weg, heeft weggezonden) 1 wegsturen.
In Spaans overeenkomend met: Despachar, Despedir, Echar, Enviar, Expedir sAfzenden Uitsturen Versturen Verzenden Wegjagen Wegsturen | Zond weg | Weggezonden
|
WegzettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zette weg, heeft weggezet) 1 terzijde zetten 2 op zijn plaats zetten, wegbergen om te bewaren 3 verkopen, afzetten.
In Spaans overeenkomend met: Reservar Apartar sAfscheiden Afzonderen Opzij schuiven Scheiden Schiften Weghalen | Zette weg | Weggezet
|
WegzinkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zonk weg, is weggezonken) 1 zinkend verdwijnen.
In Spaans overeenkomend met: Hundirse sVerdiepen|Zich verdiepen Vergaan Verzinken Zich verdiepen Zinken | Zonk weg | Weggezonken
|
WegzuigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; zoog weg, heeft weggezogen; wegzuiging) 1 door zuigen elders heen verplaatsen, naar zich toe trekken.
| Zoog weg | Weggezogen
|
| Wegzuiveren | Zuiverde weg | Weggezuiverd
|
WegzwemmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwom weg, is weggezwommen) 1 zwemmend weggaan.
| Zwom weg | Weggezwommen
|
WegzwijmelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; zwijmelde weg, is weggezwijmeld) 1 zwijmelend wegdromen.
| Zwijmelde weg | Weggezwijmeld
|
WeidenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid) 1 grazen. (overgankelijk werkwoord; weidde, heeft geweid) 1 laten grazen.
In Spaans overeenkomend met: Pastar Apacentar Pacer sGrazen Laten grazen | Weidde | Geweid
|
WeifelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weifelde, heeft geweifeld; weifelaar, weifeling) 1 aarzelen een beslissing te nemen of een keuze te doen.
In Spaans overeenkomend met: Titubear, Vacilar sAarzelen Dubben Schoorvoeten Schromen | Weifelde | Geweifeld
|
WeigerenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weigerde, heeft geweigerd; weigeraar, weigering) 1 (van zaken) zijn functie niet vervullen, het niet doen, niet werken. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; weigerde, heeft geweigerd) 1 (iets) niet willen doen, niet toestaan of inwilligen 2 niet willen aannemen, niet accepteren.
In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Suspender Rehusar sAfkeuren Afslaan Afwijzen Nee zeggen tegen Terugwijzen Vertikken Verwerpen Wraken | Weigerde | Geweigerd
|
WekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) 1 (weekte, is geweekt) week worden 2 (weekte, heeft/is geweekt) inweken, vuil loslaten door het staan in een vloeistof. (overgankelijk werkwoord; weekte, heeft geweekt) 1 (iets) zacht maken door het te leggen in een vloeistof 2 in het water zetten om vuil te doen loslaten.
In Spaans overeenkomend met: Macerar, Remojar sKneden Maceren Zacht maken | Weekte | Geweekt
|
WekkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wekte, heeft gewekt; wekker, wekking) 1 (iem.) wakker maken 2 (iets) gaande maken, wakker roepen, veroorzaken.
In Spaans overeenkomend met: Despertar sOpwekken Wakker maken | Wekte | Gewekt
|
WeldoenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; deed wel, heeft welgedaan; weldoener) 1 helpen door goede werken.
In Spaans overeenkomend met: Beneficiar sGoed doen aan | Deed wel | Welgedaan
|
| Welgaan | Ging wel | Welgegaan
|
| Welken | Welkte | Gewelkt
|
WellenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; welde, is geweld) 1 (van water) opkomen, opborrelen 2 weken, week worden in water. (overgankelijk werkwoord; welde, heeft geweld) 1 tot even onder het kookpunt verhitten 2 solderen, lassen.
| Welde | Geweld
|
WelvarenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 welstand, goede gezondheid. (onovergankelijk werkwoord; voer wel, heeft/is welgevaren) 1 in gunstige omstandigheden zijn of komen.
In Spaans overeenkomend met: Prosperar sBloeien Floreren Gedijen Tieren Vooruitkomen | Voer wel | Welgevaren
|
WelvenALLE betekenissen van dit woord: (wederkerend werkwoord; welfde zich, heeft zich gewelfd; welving) 1 een lichte boogvorm vertonen.
| Welfde | Gewelfd
|
WemelenIn Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular sKrielen Krioelen Wriemelen Zwermen | Wemelde | Gewemeld
|
WendenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wendde, heeft gewend) 1 zich richten tot. (onovergankelijk werkwoord; wendde, is gewend; wending) 1 (scheepvaart) een andere koers nemen, over een andere boeg gaan liggen. (overgankelijk werkwoord; wendde, heeft gewend) 1 een andere richting geven, van richting veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver Endosar, Girar, Traspasar un crédito, Virar sDraaien Endosseren Gireren Keren Omdraaien Ronddraaien Wentelen Zwenken | Wendde | Gewend
|
WenenALLE betekenissen van dit woord: (het; Weens/Wener, Wener) 1 hoofdstad van Oostenrijk.
In Spaans overeenkomend met: Llorar sHuilen Krijten Schreien | Weende | Geweend
|
WenkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wenkte, heeft gewenkt) 1 een wenk, wenken geven (naar).
| Wenkte | Gewenkt
|
WennenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wende, heeft gewend) 1 gewoon maken. (onovergankelijk werkwoord; wende, is gewend) 1 (van zaken) gewoon worden 2 aarden, zich aanpassen.
In Spaans overeenkomend met: Acostumbrarse, Habituar, Habituarse sAarden Gewend raken Gewennen | Wende | Gewend
|
WensenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wenste, heeft gewenst; wenser) 1 een wens koesteren, iets willen of verlangen 2 toewensen.
In Spaans overeenkomend met: Desear sBegeren Trek hebben in Verkiezen Verlangen | Wenste | Gewenst
|
WentelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wentelde, is gewenteld; wenteling) 1 om een steunpunt, een as draaien 2 (wiskunde) (van punten, figuren) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn. (overgankelijk werkwoord; wentelde, heeft gewenteld) 1 (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Hacer rodar, Rular Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver sDraaien Keren Omdraaien Rollen Ronddraaien Wenden Zwenken | Wentelde | Gewenteld
|
WerenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; weerde, heeft geweerd; wering) 1 beletten ergens te komen. (wederkerend werkwoord; weerde zich, heeft zich geweerd) 1 zich verdedigen 2 zich inspannen, zijn best doen.
| Weerde | Geweerd
|
WerkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werkte, heeft gewerkt; werker, werking) 1 werk doen, bezig zijn iets te doen 2 een taak, beroep of bedrijf uitoefenen als bron van inkomsten 3 (van zaken) functioneren, in bedrijf zijn 4 uitwerking hebben 5 (van materialen) van vorm veranderen door invloeden van binnenuit of buitenaf. (overgankelijk werkwoord; werkte, heeft gewerkt) 1 in genoemde toestand brengen door wat men doet, verricht.
In Spaans overeenkomend met: Producir efecto, Ser eficaz Fermentar Andar, Funcionar, Obrar, Proceder Faenar, Laborar, Trabajar Cambiar, Variar sAfwisselen Arbeiden Effect sorteren Fermenteren Functioneren Gisten Het doen In zijn werk gaan Uitwerken Uitwerking hebben Variëren Voortgaan | Werkte | Gewerkt
|
WerpenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wierp, heeft geworpen) 1 zich storten op, met hartstocht beginnen aan. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wierp, heeft geworpen; werper) 1 met een krachtige zwaai van de arm (iets) uit de hand naar iets of iem. heen laten gaan 2 (van zoogdieren) (jongen) ter wereld brengen.
In Spaans overeenkomend met: Echar, Lanzar sGooien Keilen Smijten Uitspelen Wegslingeren Wegwerpen | Wierp | Geworpen
|
WervelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wervelde, heeft/is gewerveld; werveling) 1 zich in kringen bewegen om een centrum.
| Wervelde | Gewerveld
|
WervenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wierf, heeft geworven; werver, werving) 1 personeelsleden zoeken 2 trachten over te halen zich aan te sluiten bij een vereniging, een partij enz.
In Spaans overeenkomend met: Alistar, Hacer prosélitos, Reclutar sAanbrengen Aanwerven | Wierf | Geworven
|
| Westelijken | Westelijkte | Gewestelijkt
|
WetenALLE betekenissen van dit woord: (het) 1 kennis, wetenschap omtrent iets. (werkwoord; wist, heeft geweten) 1 kennis hebben van 2 neiging hebben. (werkwoord; wist, heeft geweten) 1 kunnen, in staat zijn om. (overgankelijk werkwoord; wist, heeft geweten; weter) 1 kennis hebben van.
In Spaans overeenkomend met: Saber Conocer
| Wist | Geweten
|
WettenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wette, heeft gewet) 1 slijpen, scherp maken.
In Spaans overeenkomend met: Afilar, Aguzar sAanzetten Scherpen Slijpen | Wette | Gewet
|
WettigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wettigde, heeft gewettigd; wettiging) 1 legaliseren, wettig maken, geldig verklaren 2 rechtvaardigen.
In Spaans overeenkomend met: Legalizar sLegaliseren | Wettigde | Gewettigd
|
WevenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; weefde, heeft geweven; wever) 1 zich schuin van één rijstrook naar een andere begeven. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; weefde, heeft geweven) 1 door het dooreenvlechten van draden een weefsel vervaardigen.
In Spaans overeenkomend met: Tejer
| Weefde | Geweven
|
WezenALLE betekenissen van dit woord: (het; wezens) 1 een levende of als levend voorgestelde entiteit 2 het werkelijk zijnde, het essentiële, wat iem. of iets maakt tot wat het is. (onovergankelijk werkwoord) 1 (informeel) zijn 2 gaan.
| Was | Geweest
|
WhistenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; whistte, heeft gewhist) 1 whist spelen.
| Whistte | Gewhist
|
WichelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wichelde, heeft gewicheld; wichelaar) 1 voorspellingen doen uit bepaalde tekens.
| Wichelde | Gewicheld
|
WiebelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wiebelde, heeft gewiebeld) 1 onvast staan 2 op zijn stoel schommelen.
In Spaans overeenkomend met: Titubear, Vacilar sWaggelen Wankelen Zwichten | Wiebelde | Gewiebeld
|
| Wieberen | Wieberde | Gewieberd
|
WiedenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wiedde, heeft gewied; wieder) 1 (onkruid) verwijderen uit de grond 2 (de grond) ontdoen van onkruid.
In Spaans overeenkomend met: Carpir, Escardar, Sachar sSchoffelen | Wiedde | Gewied
|
WiegelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wiegelde, heeft/is gewiegeld; wiegeling) 1 zich voortdurend heen en weer bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Balancear sBalanceren Hobbelen Schommelen Wiegen Wippen | Wiegelde | Gewiegeld
|
WiegenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wiegde, heeft gewiegd) 1 schommelen. (overgankelijk werkwoord; wiegde, heeft gewiegd) 1 heen en weer bewegen, schommelen.
In Spaans overeenkomend met: Balancear Acunar, Mecer sBalanceren Hobbelen Schommelen Wiegelen Wippen | Wiegde | Gewiegd
|
WiekenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wiekte, heeft/is gewiekt) 1 (formeel) vliegen.
| Wiekte | Gewiekt
|
WielenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wielde, heeft gewield; wieling) 1 (van een gemeerd schip) herhaaldelijk tegen de kade stoten.
| Wielde | Gewield
|
WielrennenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wielrenner) 1 hardrijden op de fiets.
| |
|
WielrijdenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wielrijder) 1 (formeel) fietsen.
| |
|
| Wiemelen | Wiemelde | Gewiemeld
|
| Wieroken | Wierookte | Gewierookt
|
| Wiewauwen | Wiewauwde | Gewiewauwd
|
| Wiggelen | Wiggelde | Gewiggeld
|
WijdenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wijdde, heeft gewijd; wijding) 1 met godsdienstige plechtigheden en rituelen heiligen, zegenen.
In Spaans overeenkomend met: Bendecir Consagrar Enderezar Dedicar sConsacreren Consecreren Inwijden Inzegenen Richten Zegenen Zenden | Wijdde | Gewijd
|
WijkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; week, is geweken; wijking) 1 zich terugtrekken, achteruitgaan 2 zwichten, bezwijken voor 3 verdwijnen 4 afwijken van de rechte lijn.
In Spaans overeenkomend met: Ceder, Ciar Sucumbir Cesar sAchteruitgaan Achteruitlopen Aflaten Afstaan Bezwijken Onderdoen Onderwerpen|Zich onderwerpen Ophouden Overweldigd worden Stoppen Toegeven Uitscheiden Zich onderwerpen Zwichten | Week | Geweken
|
WijlenALLE betekenissen van dit woord: (bijvoeglijk naamwoord) 1 overleden.
| Wijlde | Gewijld
|
WijsmakenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; maakte wijs, heeft wijsgemaakt) 1 laten geloven.
| Maakte wijs | Wijsgemaakt
|
WijtenIn Spaans overeenkomend met: Achacar, Valorar en sAanrekenen Toedichten Toerekenen Toeschrijven | Weet | Geweten
|
WijzenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wees, heeft gewezen; wijzer) 1 arm en hand uitstrekken in de richting van iets om er de aandacht op te vestigen 2 (van zaken) op een bepaald punt gericht zijn. (overgankelijk werkwoord; wees, heeft gewezen) 1 al dan niet met arm en hand aanduiden of duidelijk maken . (wederkerend werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Enseñar, Indicar, Mostrar, Señalar sLaten zien Tentoonspreiden Tonen Uitwijzen Vertonen | Wees | Gewezen
|
WijzigenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wijzigde, heeft gewijzigd; wijziging) 1 veranderen.
In Spaans overeenkomend met: Modificar sModificeren | Wijzigde | Gewijzigd
|
WikkelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wikkelde, heeft gewikkeld) 1 langzamerhand in een bepaald verband of in een bepaalde toestand laten komen, verwikkelen. (overgankelijk werkwoord; wikkelde, heeft gewikkeld; wikkelaar, wikkeling) 1 al draaiend hullen, winden om iets 2 het verlevendigen van vlakken met dunne transparante verf op oliebasis.
In Spaans overeenkomend met: Bobinar, Enrollar, Envolver sOprollen Strengelen Winden | Wikkelde | Gewikkeld
|
WikkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord) ¶ alleen in verbindingen.
In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar sBedenken Nadenken Overdenken Zinnen Zinnen op | Wikte | Gewikt
|
WildkamperenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; kampeerde wild, heeft wildgekampeerd) 1 kamperen in de vrije natuur, niet op een camping.
| |
|
WildplassenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; plaste wild, heeft wildgeplast) 1 in het openbaar plassen, m.n. tegen huizen en in portieken.
| |
|
WildwaterkanoënALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wildwaterkanoër) 1 kanoën op snelstromend water.
| Wildwaterkanode | Gewildwaterkanood
|
WildwatervarenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 varen op snelstromend water.
| |
|
WillenALLE betekenissen van dit woord: (hulpwerkwoord) 1 ter omschrijving van een mogelijkheid of waarschijnlijkheid. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wilde/wou, heeft gewild) 1 tot of als wil hebben 2 lukken, geschikt of bereid zijn 3 zullen 4 ter omschrijving van een gebod of verzoek.
In Spaans overeenkomend met: Querer
| Wilde, Wou | Gewild
|
WilligenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; willigde, is gewilligd) 1 (economie) hoger in prijs worden.
| Willigde | Gewilligd
|
WindenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wond, heeft gewonden; winder, winding) 1 draaiende om iets in lagen leggen 2 met een lier verplaatsen.
In Spaans overeenkomend met: Bobinar, Enrollar, Envolver sOprollen Strengelen Wikkelen | Wond | Gewonden
|
WindsurfenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; windsurfte, heeft/is gewindsurft; windsurfer, windsurfing) 1 zeilen, staande op een surfplank.
| Windsurfte | Gewindsurft
|
WinkelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; winkelde, heeft gewinkeld) 1 winkels bezoeken.
In Spaans overeenkomend met: Hacer las compras
| Winkelde | Gewinkeld
|
WinnenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; won, heeft gewonnen) 1 inpalmen voor een bepaald standpunt. (overgankelijk werkwoord; won, heeft gewonnen) 1 (ook absoluut) overwinnaar worden in een spel, wedstrijd e.d. 2 (ook absoluut) vergeleken bij iets of iem. vorderen 3 (ook absoluut) winst maken, uitsparen 4 door inspanning verkrijgen 5 tot gebruik of voordeel verkrijgen.
In Spaans overeenkomend met: Beneficiar ((metalen),(metales)), Extraer Ganar sBehalen Delven Verdienen | Won | Gewonnen
|
WinterenALLE betekenissen van dit woord: (onpersoonlijk werkwoord; winterde, heeft gewinterd) 1 koud weer zijn.
| Winterde | Gewinterd
|
WippenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wipte, heeft gewipt; wipper) 1 zich met sprongetjes verplaatsen 2 (informeel) vrijen, geslachtsgemeenschap hebben 3 op, met een wip spelen. (overgankelijk werkwoord; wipte, heeft gewipt) 1 met een hefboom op- of uitlichten 2 verwijderen uit, ontslaan.
In Spaans overeenkomend met: Balancear sBalanceren Hobbelen Schommelen Wiegelen Wiegen | Wipte | Gewipt
|
| Wispelen | Wispelde | Gewispeld
|
| Wispelstaarten | Wispelstaartte | Gewispelstaart
|
WisselenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wisselde, heeft gewisseld; wisseling) 1 afwisselen, veranderen 2 (van treinen) op een ander spoor overgaan. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wisselde, heeft gewisseld) 1 het een voor het ander nemen of geven 2 groot geld ruilen voor klein geld of geld ruilen voor andere valuta.
In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar Cambiar, Mudar sInruilen Inwisselen Ruilen Uitwisselen Veranderen Vermaken Verruilen | Wisselde | Gewisseld
|
WissenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wiste, heeft gewist) 1 vegen.
In Spaans overeenkomend met: Borrar Enjuagar, Enjugar, Fregar, Secar sAfdrogen Afvegen Afwissen Doorhalen Schrappen Vegen | Wiste | Gewist
|
WittenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; witte, heeft gewit; witter) 1 (muren enz.) wit maken 2 (niet aan de fiscus opgegeven geld) legaal investeren of beleggen.
In Spaans overeenkomend met: Encalar sWitkalken | Witte | Gewit
|
WitwassenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; waste wit, heeft witgewassen) 1 (zwart geld) legaal investeren en beleggen.
| Waste wit | Witgewassen
|
WoedenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woedde, heeft gewoed) 1 zich onstuimig bewegen, tekeergaan.
In Spaans overeenkomend met: Imperar ((vuur),(fuego))
| Woedde | Gewoed
|
WoekerenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; woekerde, heeft gewoekerd) 1 het uiterste voordeel trekken van. (onovergankelijk werkwoord; woekerde, heeft gewoekerd) 1 woeker drijven 2 voortdurend groeien ten koste van iets anders.
In Spaans overeenkomend met: Proliferar Usurar sMet woeker geven Voortplanten|Zich voortplanten Zich voortplanten | Woekerde | Gewoekerd
|
WoelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woelde, heeft gewoeld; woeler, woeling) 1 zich in bed druk of onrustig bewegen 2 wroeten. (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; woelde, heeft gewoeld) 1 (landbouw) de boven- en ondergrond vermengen.
In Spaans overeenkomend met: Enrollar Cavar sGraven Hullen Inwikkelen Omhullen Omspitten Spitten Toestoppen | Woelde | Gewoeld
|
WokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wokte, heeft gewokt) 1 voedsel bereiden in een wok. (overgankelijk werkwoord; wokte, heeft gewokt) 1 in een wok roerbakken.
| Wokte | Gewokt
|
WolmaniserenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wolmaniseerde, heeft gewolmaniseerd) 1 bestand maken tegen insecten en schimmels.
| Wolmaniseerde | Gewolmaniseerd
|
| Wolven | Wolfde | Gewolfd
|
WondenIn Spaans overeenkomend met: Herir, Lastimar sKwetsen Pijn doen Verwonden | Wondde | Gewond
|
| Wonderen | Wonderde | Gewonderd
|
WonenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; woonde, heeft gewoond) 1 zijn woning hebben, gehuisvest zijn.
In Spaans overeenkomend met: Habitar Demorar, Residir Vivir sGevestigd zijn Huizen Ophouden|Zich ophouden Resideren Vertoeven Zich ophouden | Woonde | Gewoond
|
WoonsparenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 (in België, niet algemeen) bouwsparen.
| |
|
WordenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; werd, is geworden; wording) 1 gaan kosten. (hulpwerkwoord) 1 van de lijdende vorm. (koppelwerkwoord) 1 in de genoemde toestand raken, of de genoemde hoedanigheid krijgen.
In Spaans overeenkomend met: Ponerse Convertirse en Hacerse Quedarse sRaken | Werd | Geworden
|
WorgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord) zie wurgen.
In Spaans overeenkomend met: Agarrotar, Estrangular sChoken Wurgen | Worgde | Geworgd
|
| Workshoppen | Workshopte | Geworkshopt
|
WorstelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; worstelde, heeft geworsteld; worstelaar, worsteling) 1 (vechtsport) vechten volgens bepaalde regels waarbij het doel is de tegenstander met zijn beide schouders op de grond te krijgen 2 met inspanning vechten.
In Spaans overeenkomend met: Bregar, Forcejear Luchar sAftobben|Zich aftobben Kampen Spartelen Strijden Zich aftobben | Worstelde | Geworsteld
|
WortelenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wortelde, heeft/is geworteld) 1 met of als met wortels vastzitten. (onovergankelijk werkwoord; wortelde, heeft/is geworteld; worteling) 1 zich met wortels vasthechten.
In Spaans overeenkomend met: Arraigar, Radicar, Radicarse
| Wortelde | Geworteld
|
WorteltrekkenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord) 1 het berekenen van de wortel uit een getal.
| |
|
WrakenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wraakte, heeft gewraakt; wraking) 1 (scheepvaart) afdrijven. (overgankelijk werkwoord; wraakte, heeft gewraakt) 1 afkeuren, verwerpen 2 (juridisch) op bepaalde, bij wet omschreven gronden niet toelaten of onbevoegd verklaren.
In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Rehusar, Suspender Censurar, Desaprobar, Reprender, Reprobar sAfkeuren Afslaan Afwijzen Berispen Gispen Laken Nee zeggen tegen Verwerpen Weigeren | Wraakte | Gewraakt
|
WrekenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wreekte, heeft gewroken; wreker, wreking) 1 (aangedaan onrecht) vergelden 2 (iem.) voor geleden onrecht genoegdoening verschaffen door wraak te nemen. (wederkerend werkwoord; wreekte zich, heeft zich gewroken) 1 aangedaan onrecht vergelden 2 (van zaken) schade toebrengen.
In Spaans overeenkomend met: Vengar sWraak nemen | Wreekte | Gewroken
|
| Wrensen | Wrenste | Gewrenst
|
WriemelenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wriemelde, heeft gewriemeld; wriemeling) 1 krioelen 2 met de vingers in onrustige beweging ergens aan zitten 3 jeuken.
In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar Hormiguear, Pulular sJeuken Kriebelen Krielen Krieuwelen Krioelen Wemelen Zwermen | Wriemelde | Gewriemeld
|
| Wriggelen | Wriggelde | Gewriggeld
|
WrijvenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wreef, heeft gewreven) 1 (ook absoluut) met meer of minder kracht strijken 2 met een strijkende beweging (iets) in of over iets aanbrengen 3 met een strijkende beweging fijnmaken 4 poetsen.
In Spaans overeenkomend met: Frotar, Refregar, Restregar Lustrar, Pulimentar, Pulir sAanstrijken Boenen Poetsen Polijsten Schuren Uitwrijven Zoeten | Wreef | Gewreven
|
| Wrikkelen | Wrikkelde | Gewrikkeld
|
WrikkenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord, ook absoluut; wrikte, heeft gewrikt; wrikker, wrikking) 1 een uitstekend voorwerp dat in iets vast zit heen en weer bewegen, met name om het los te maken 2 varen door met één roeiriem aan het achtereinde heen en weer gaande bewegingen te maken.
In Spaans overeenkomend met: Sacudir sOpschudden Schokken Schudden | Wrikte | Gewrikt
|
WringenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wrong, heeft gewrongen; wringing) 1 knellen. (overgankelijk werkwoord; wrong, heeft gewrongen) 1 (ook absoluut) (iets) met een draaiende beweging samenknijpen, samenpersen 2 door draaien in een bepaalde toestand of van zijn plaats brengen.
In Spaans overeenkomend met: Retorcer, Torcer sTwijnen Verbuigen Verdraaien Vertrekken Verwringen | Wrong | Gewrongen
|
WrochtenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wrochtte, heeft gewrocht) 1 (formeel) scheppen.
| Wrochtte | Gewrocht
|
| Wroegen | Wroegde | Gewroegd
|
WroetenALLE betekenissen van dit woord: (werkwoord; wroette, heeft gewroet) 1 nieuwsgierig doorzoeken. (onovergankelijk werkwoord; wroette, heeft gewroet; wroeter, wroeting) 1 zoekend graven.
In Spaans overeenkomend met: Hurgar sRondscharrelen | Wroette | Gewroet
|
WrokkenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wrokte, heeft gewrokt) 1 van wrok vervuld zijn.
| Wrokte | Gewrokt
|
| Wrongelen | Wrongelde | Gewrongeld
|
WuivenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wuifde, heeft gewuifd; wuiving) 1 heen en weer buigen, zwenken 2 zwaaien, groeten door de hand heen en weer of op en neer te bewegen.
In Spaans overeenkomend met: Agitarse
| Wuifde | Gewuifd
|
WurgenALLE betekenissen van dit woord: (overgankelijk werkwoord; wurgde, heeft gewurgd; wurger, wurging) 1 (iem.) vermoorden door het dichtknijpen van de keel.
In Spaans overeenkomend met: Estrangular sChoken Worgen | Wurgde | Gewurgd
|
WurmenALLE betekenissen van dit woord: (onovergankelijk werkwoord; wurmde, heeft gewurmd) 1 prutsen. (overgankelijk werkwoord; wurmde, heeft gewurmd) 1 (iets) op een bepaalde plaats trachten te brengen.
| Wurmde | Gewurmd
|