Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   28 Oct 2012  ; última actualización: 28 Oct 2012.

Que agradable es vivir en Tenerife

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k l m n ñ opq rs t u vyz

4ea ceh ikoqs t u

5e b d i l m n o r s t

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BASAVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
basatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBase
Funda
Funde
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze baseertderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze grondtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
¡basa!imperativo singular del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  s¡Basad!
¡Funda!
¡Fundad!
baseer!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'baseren'
  wn
grond!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasara
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze baseerdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'
  sBasara
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik baseerdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ik ba·seer·de
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'
  sBasara
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gronddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'
  sBasara
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik gronddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ik grond·de

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasarais
Basaseis
Basasteis
Fundabais
Fundarais
Fundaseis
Fundasteis
jullie baseerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
jullie gronddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasamos
Basáramos
Basásemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
wij/we baseerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we gronddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaran
Basaron
Basasen
Fundaban
Fundaran
Fundaron
Fundasen
zij/ze baseerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze gronddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaras
Basases
Basaste
Fundabas
Fundaras
Fundases
Fundaste
jij/je baseerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je gronddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
¡basad!imperativo plural del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  s¡Basa!
¡Funda!
¡Fundad!
baseer!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'baseren'
  wn
grond!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasadas
Basado
Basados
Fundada
Fundadas
Fundado
Fundados
gebaseerdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ge·ba·seerd
  wn
gegrondregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ge·grond

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; gegronder, meest gegrond)
1 op goede gronden steunend.
  wn
basadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasada
Basado
Basados
Fundada
Fundadas
Fundado
Fundados
gebaseerdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ge·ba·seerd
  wn
gegrondregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ge·grond

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; gegronder, meest gegrond)
1 op goede gronden steunend.
  wn
basadoparticipio pasado del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasada
Basadas
Basados
Fundada
Fundadas
Fundado
Fundados
gebaseerdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ge·ba·seerd
  wn
gegrondregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ge·grond

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; gegronder, meest gegrond)
1 op goede gronden steunend.
  wn
basadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasada
Basadas
Basado
Fundada
Fundadas
Fundado
Fundados
gebaseerdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ge·ba·seerd
  wn
gegrondregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ge·grond

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; gegronder, meest gegrond)
1 op goede gronden steunend.
  wn
basáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBaséis
Fundáis
Fundéis
jullie baserentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: jul·lie ba·se·ren
  wn
jullie grondentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: jul·lie gron·den

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaladjetivo singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basal'
  w
basaalbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: ba·saal

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; basaler, basaalst)
1 behorend tot of gelegen aan of bij de basis
2 fundamenteel.
  wn
basaleVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Basaal
Lettergrepen: ba·sa·le

ALLE betekenissen van het woord 'Basaal':
(bijvoeglijk naamwoord; basaler, basaalst)
1 behorend tot of gelegen aan of bij de basis
2 fundamenteel.
basaliomasustantivo
  w
basaalcelcarcinoomzelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'basaalcel' en 'carcinoom'
, het  w
basaltosustantivo
Plural es: basaltos
(sustantivo). Roca volcánica, de color negro o verdoso, compuesta generalmente de feldespato y piroxeno, y a veces de estructura prismática.
FAM. Basáltico, -a.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basalto'
, el  w  f
basaltzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ba·salt
Meervoud is: basalten

ALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 donkergekleurd, zeer hard, vulkanisch gesteente.
, het  wn  w
basaltossustantivo plural de la palabra: Basalto
(sustantivo). Roca volcánica, de color negro o verdoso, compuesta generalmente de feldespato y piroxeno, y a veces de estructura prismática.
FAM. Basáltico, -a.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basalto'
, los  w
basaltenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Basalt
Lettergrepen: ba·sal·ten

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van basalt.
, de  w
basamentosustantivo
Plural es: basamentos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basamento'
, el  w
basementzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ba·se·ment
Meervoud is: basementen

ALLE betekenissen van dit woord:
(het; basementen)
1 (bouwkunde) voetstuk voor beelden en zuilen
2 plint, onderste deel van een gebouw vanwaar het muurwerk opgaat.
, het  we  w
basamentossustantivo plural de la palabra: Basamento

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basamento'
, los  w
basementenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Basement
Lettergrepen: ba·se·men·ten

ALLE betekenissen van het woord 'Basement':
(het; basementen)
1 (bouwkunde) voetstuk voor beelden en zuilen
2 plint, onderste deel van een gebouw vanwaar het muurwerk opgaat.
, de  w
basamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasábamos
Basáramos
Basásemos
Basemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
Fundemos
wij/we baseerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'basar'
  sBasábamos
Basáramos
Basásemos
Basemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
Fundemos
wij/we basereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'basar'
  sBasábamos
Basáramos
Basásemos
Basemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
Fundemos
wij/we gronddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'basar'
  sBasábamos
Basáramos
Basásemos
Basemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
Fundemos
wij/we grondeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasen
Fundan
Funden
zij/ze baserenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze grondenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basandogerundio del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundando
baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'baseren'
  wn
grondendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basándomegerundio del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
me baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren'
basándome en"basándome en":
gerundio del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
me baserend oponvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basándonosgerundio del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
ons baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren'
basándonos en"basándonos en":
gerundio del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
ons baserend oponvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basándoosgerundio del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasándote
je baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren'
basándoos en"basándoos en":
gerundio del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  sBasándote en
je baserend oponvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basándosegerundio del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
zich baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren'
basándose en"basándose en":
gerundio del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
zich baserend oponvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basándotegerundio del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasándoos
je baserendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren'
basándote en"basándote en":
gerundio del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  sBasándoos en
je baserend oponvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
¡basaos!imperativo plural del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  s¡Básate!
baseer je!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zich baseren'
¡basaos en!"¡basaos en!":
imperativo plural del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  s¡Básate en!
baseer je op!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  M  sFundar  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
BasoBasé
BasasBasaste
BasaBasó
BasamosBasamos
BasáisBasasteis
BasanBasaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
BasaréíaBasaba
BasarásíasBasabas
BasaráíaBasaba
BasaremosíamosBasábamos
BasaréisíaisBasabais
BasaráníanBasaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
BaseBasara
BasesBasaras
BaseBasara
BasemosBasáramos
BaséisBasarais
BasenBasaran
FuturoPréterito imperfecto se
BasareBasase
BasaresBasases
BasareBasase
BasáremosBasásemos
BasareisBasaseis
BasarenBasasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Basa(tú)No bases
Base(usted)No base
Basemos(nosotros)No basemos
Basad(vosotros)No baséis
Basen(ustedes)No basen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
BasadoBasando
baserenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: ba·se·ren
Verbuiging:
baseren - baseerde - gebaseerd

  wn
grondenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: gron·den
Verbuiging:
gronden - grondde - gegrond


ALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn  w
basaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaba
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze baseerdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik baseerdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ik ba·seer·de
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gronddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basase
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik gronddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ik grond·de

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasare
Fundará
Fundare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal baserenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal grondenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabais
Basaseis
Basasteis
Fundabais
Fundarais
Fundaseis
Fundasteis
jullie baseerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
jullie gronddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasábamos
Basamos
Basásemos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
wij/we baseerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we gronddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaban
Basaron
Basasen
Fundaban
Fundaran
Fundaron
Fundasen
zij/ze baseerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze gronddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaren
Fundarán
Fundaren
zij/ze zullen baserenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze zullen grondenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabas
Basases
Basaste
Fundabas
Fundaras
Fundases
Fundaste
jij/je baseerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je gronddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasares
Fundarás
Fundares
jij/je zal baserentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je zal grondentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasará
Basaré
Fundará
Fundare
Fundaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal baserenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'basar'
  sBasará
Basaré
Fundará
Fundare
Fundaré
ik zal basereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'basar'
  sBasará
Basaré
Fundará
Fundare
Fundaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal grondenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'basar'
  sBasará
Basaré
Fundará
Fundare
Fundaré
ik zal grondeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasare
Fundare
Fundaré
ik zal basereneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
ik zal grondeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaréis
Fundareis
Fundaréis
jullie zullen baserentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: jul·lie zul·len ba·se·ren
  wn
jullie zullen grondentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: jul·lie zul·len gron·den

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasareis
Fundareis
Fundaréis
jullie zullen baserentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: jul·lie zul·len ba·se·ren
  wn
jullie zullen grondentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: jul·lie zul·len gron·den

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasáremos
Fundaremos
Fundáremos
wij/we zullen basereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we zullen grondeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaremos
Fundaremos
Fundáremos
wij/we zullen basereneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we zullen grondeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasarán
Fundarán
Fundaren
zij/ze zullen baserenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze zullen grondenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasarás
Fundarás
Fundares
jij/je zal baserentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je zal grondentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaríatercera persona singular condicional del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundaría
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou baserenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona singular condicional del verbo 'basar'
  sFundaría
ik zou basereneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
  _tercera persona singular condicional del verbo 'basar'
  sFundaría
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou grondenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona singular condicional del verbo 'basar'
  sFundaría
ik zou grondeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundaríais
jullie zouden baserentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: jul·lie zou·den ba·se·ren
  wn
jullie zouden grondentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: jul·lie zou·den gron·den

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundaríamos
wij/we zouden basereneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we zouden grondeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaríantercera persona plural condicional del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundarían
zij/ze zouden baserenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze zouden grondenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basaríassegunda persona singular condicional del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sFundarías
jij/je zou baserentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je zou grondentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaban
Basaran
Basasen
Fundaban
Fundaran
Fundaron
Fundasen
zij/ze baseerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze gronddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basarseinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  M  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
Me basoMe basé
Te basasTe basaste
Se basaSe basó
Nos basamosNos basamos
Os basáisOs basasteis
Se basanSe basaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
Me basaréíaMe basaba
Te basarásíasTe basabas
Se basaráíaSe basaba
Nos basaremosíamosNos basábamos
Os basaréisíaisOs basabais
Se basaráníanSe basaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
Me baseMe basara
Te basesTe basaras
Se baseSe basara
Nos basemosNos basáramos
Os baséisOs basarais
Se basenSe basaran
FuturoPréterito imperfecto se
Me basareMe basase
Te basaresTe basases
Se basareSe basase
Nos basáremosNos basásemos
Os basareisOs basaseis
Se basarenSe basasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Básate(tú)No te bases
Básese(usted)No se base
Basémonos(nosotros)No nos basemos
Basaos(vosotros)No os baséis
Básense(ustedes)No se basen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
BasadoBasándome,... etc.
zich baserenwerkwoordsvorm
Lettergrepen: zich ba·se·ren
Verbuiging:
zich baseren - baseerde zich - zich gebaseerd

zich baserenwerkwoordsvorm
Lettergrepen: zich ba·se·ren
Verbuiging:
zich baseren - baseerde zich - zich gebaseerd

basarse en"basarse en":
locución verbal

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
zich baseren opwerkwoordsvorm
Lettergrepen: zich ba·se·ren op
Verbuiging:
zich baseren op - baseerde zich op - zich gebaseerd op


ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
zich baseren opwerkwoordsvorm
Lettergrepen: zich ba·se·ren op
Verbuiging:
zich baseren op - baseerde zich op - zich gebaseerd op


ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.
basassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBases
Fundas
Fundes
jij/je baseerttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je grondttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaba
Basara
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze baseerdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basara
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik baseerdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
Lettergrepen: ik ba·seer·de
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basara
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gronddederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'
  sBasaba
Basara
Basé
Basó
Fundaba
Fundara
Fundase
Fundé
Fundó
ik gronddeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
Lettergrepen: ik grond·de

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabais
Basarais
Basasteis
Fundabais
Fundarais
Fundaseis
Fundasteis
jullie baseerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
jullie gronddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
basásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasábamos
Basamos
Basáramos
Fundábamos
Fundamos
Fundáramos
Fundásemos
wij/we baseerdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
wij/we gronddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasaban
Basaran
Basaron
Fundaban
Fundaran
Fundaron
Fundasen
zij/ze baseerdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
zij/ze gronddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabas
Basaras
Basaste
Fundabas
Fundaras
Fundases
Fundaste
jij/je baseerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je gronddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabas
Basaras
Basases
Fundabas
Fundaras
Fundases
Fundaste
jij/je baseerdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
jij/je gronddetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'
basasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'basar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  sBasabais
Basarais
Basaseis
Fundabais
Fundarais
Fundaseis
Fundasteis
jullie baseerdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'baseren'
  wn
jullie gronddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'gronden'

ALLE betekenissen van het woord 'Gronden':
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
(overgankelijk werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.
  wn
¡básate!imperativo singular del verbo 'basarse'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'basar'
  s¡Basaos!
baseer je!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zich baseren'
¡básate en!"¡básate en!":
imperativo singular del verbo 'basarse en'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  s¡Basaos en!
baseer je op!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zich baseren op'

ALLE betekenissen van het woord 'Baseren op':
(wederkerend werkwoord; baseerde zich, heeft zich gebaseerd)
1 doen berusten, doen steunen op
2 steunen op, uitgaan van.

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k l m n ñ opq rs t u vyz

4ea ceh ikoqs t u

5e b d i l m n o r s t

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BASAVolgende/ Siguiente -->



boven