Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   28 Oct 2012  ; última actualización: 28 Oct 2012.

Que agradable es vivir en Tenerife

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k l m n ñ opq r s tu vyz

4e b l p t x

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BAUVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
BauboNombre (o por antonomasia)
(Mitología griega)
  w
Bauboeigennaam (of antonomasie)
(Griekse mythologie)
  w
baúlsustantivo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'baúl'
, el  w
1.kofferbakzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kof·fer·bak
Dit woord is een samenstelling van 'koffer' en 'bak'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 bergruimte voor bagage in een auto.
, de  wn  w
  _sustantivo
Plural es: baúles
  w  sCafre
2Cafre.hutkofferzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: hut·kof·fer
Dit woord is een samenstelling van 'hut' en 'koffer'
Meervoud is: hutkoffers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 grote bagagekist die als kast kan dienen.
, de  wn  w
kofferzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kof·fer
Verkleinwoord is: koffertje [kof·fer·tje]], het
Meervoud is: koffers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; koffers)
1 stevige draagbare bergruimte waarin tijdens het reizen spullen worden meegenomen
2 (weg- en waterbouw) vierhoekige afdamming rondom funderingen onder water
3 (in België, niet algemeen) vak in de kluis van een bank.
, de  wn  w
baúlessustantivo plural de la palabra: Baúl

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'baúl'
, los  w  sCafres
hutkoffersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Hutkoffer
Lettergrepen: hut·kof·fers
Dit woord is een samenstelling van 'hut' en 'koffers'

ALLE betekenissen van het woord 'Hutkoffer':
(de m )
1 grote bagagekist die als kast kan dienen.
, de  w
koffersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Koffer
Lettergrepen: kof·fers

ALLE betekenissen van het woord 'Koffer':
(de m ; koffers)
1 stevige draagbare bergruimte waarin tijdens het reizen spullen worden meegenomen
2 (weg- en waterbouw) vierhoekige afdamming rondom funderingen onder water
3 (in België, niet algemeen) vak in de kluis van een bank.
, de  w
baupréssustantivo
Plural es: baupreses

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bauprés'
, el  w
boegsprietzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: boeg·spriet
Dit woord is een samenstelling van 'boeg' en 'spriet'
Meervoud is: boegsprieten

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 (scheepvaart) uitstekend rondhout aan de voorzijde van een zeilschip.
, de  wn  w
baupresessustantivo plural de la palabra: Bauprés

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bauprés'
, los  w
boegsprietenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Boegspriet
Lettergrepen: boeg·sprie·ten
Dit woord is een samenstelling van 'boeg' en 'sprieten'

ALLE betekenissen van het woord 'Boegspriet':
(de m )
1 (scheepvaart) uitstekend rondhout aan de voorzijde van een zeilschip.
, de  w
bauticeprimera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautiza
Bautizo
1Bautizo.ik geef een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sBautiza
Bautizo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze geeft een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sBautiza
Bautizo
ik noemeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sAcristiana
Acristiane
Acristiano
Bautiza
Bautizo
Cristiana
Cristiane
Cristiano
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sAcristiana
Acristiane
Acristiano
Bautiza
Bautizo
Cristiana
Cristiane
Cristiano
ik doopeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bauticéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaba
Bautizara
Bautizase
1Bautizo.ik gaf een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
ik noemdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ik noem·de

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
ik doopteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ik doop·te

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
¡bautice!imperativo singular del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  s¡Bauticen!
1Bautizo.geeft u een naam aan!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'een naam geven aan'
noemt u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
doopt u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bauticéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizáis
1Bautizo.jullie geven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ge·ven een naam aan
jullie noementweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: jul·lie noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dopentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: jul·lie do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bauticemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizamos
1Bautizo.wij/we geven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we noemeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we dopeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
¡bauticemos!imperativo plural del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.laten we een naam geven aangebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: la·ten we een naam ge·ven aan
laten we noemengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: la·ten we noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
laten we dopengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: la·ten we do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bauticentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizan
1Bautizo.zij/ze geven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dopenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
¡bauticen!imperativo plural del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  s¡Bautice!
1Bautizo.geeft u een naam aan!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'een naam geven aan'
noemt u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
doopt u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bauticessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizas
1Bautizo.jij/je geeft een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je doopttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautismosustantivo
Plural es: bautismos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautismo'
, el  w  sBautismos
doopzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: dopen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; dopen)
1 rituele besprenkeling van het hoofd met water of gehele onderdompeling als symbolisering van de intrede in een geloofsgemeenschap en als zinnebeeld van de afwassing van de zonde
2 feestelijke inwijding
3 (in België) ontgroening.
, de  wn  we  w
  _sustantivo
Plural es: bautismos
Esta palabra no tiene plural
  w  sBautismos
dopenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: do·pen
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
, het  wn  we  w
bautismossustantivo plural de la palabra: Bautismo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautismo'
, los  w  sBautismo
dopenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Doop
Lettergrepen: do·pen

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
, de  wn  we  w
bautizatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautice
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze geeft een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemtderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
¡bautiza!imperativo singular del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  s¡Bautizad!
1Bautizo.geef een naam aan!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'een naam geven aan'
noem!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
doop!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaf een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
ik gaf een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
ik noemdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ik noem·de

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizara
Bautizase
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
ik doopteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ik doop·te

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizarais
Bautizaseis
Bautizasteis
1Bautizo.jullie gaven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ga·ven een naam aan
jullie noemdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dooptentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizamos
Bautizáramos
Bautizásemos
1Bautizo.wij/we gaven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we noemdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we doopteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaran
Bautizaron
Bautizasen
1Bautizo.zij/ze gaven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dooptenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaras
Bautizases
Bautizaste
1Bautizo.jij/je gaf een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je dooptetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
¡bautizad!imperativo plural del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  s¡Bautiza!
1Bautizo.geef een naam aan!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'een naam geven aan'
noem!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
doop!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizadas
Bautizado
Bautizados
1Bautizo.een naam gegeven aanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: een naam ge·ge·ven aan
genoemdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ge·noemd

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
gedooptregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ge·doopt

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizada
Bautizado
Bautizados
1Bautizo.een naam gegeven aanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: een naam ge·ge·ven aan
genoemdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ge·noemd

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
gedooptregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ge·doopt

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizadoparticipio pasado del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizada
Bautizadas
Bautizados
1Bautizo.een naam gegeven aanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: een naam ge·ge·ven aan
genoemdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ge·noemd

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
gedooptregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ge·doopt

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizada
Bautizadas
Bautizado
1Bautizo.een naam gegeven aanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: een naam ge·ge·ven aan
genoemdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ge·noemd

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
gedooptregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ge·doopt

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticéis
1Bautizo.jullie geven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ge·ven een naam aan
jullie noementweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: jul·lie noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dopentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: jul·lie do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
1Bautizo.wij/we gaven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
wij/we geven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
wij/we noemdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'bautizar'
  sBauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
wij/we noemeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'
  sAcristianábamos
Acristianamos
Acristianáramos
Acristianásemos
Acristianemos
Bauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
Cristianábamos
Cristianamos
Cristianáramos
Cristianásemos
Cristianemos
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we doopteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'bautizar'
  sAcristianábamos
Acristianamos
Acristianáramos
Acristianásemos
Acristianemos
Bauticemos
Bautizábamos
Bautizáramos
Bautizásemos
Cristianábamos
Cristianamos
Cristianáramos
Cristianásemos
Cristianemos
wij/we dopeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticen
1Bautizo.zij/ze geven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dopenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizandogerundio del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.een naam gevend aanonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: een naam ge·vend aan
noemendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
dopendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  w  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
BautizoBauticé
BautizasBautizaste
BautizaBautizó
BautizamosBautizamos
BautizáisBautizasteis
BautizanBautizaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
BautizaréíaBautizaba
BautizarásíasBautizabas
BautizaráíaBautizaba
BautizaremosíamosBautizábamos
BautizaréisíaisBautizabais
BautizaráníanBautizaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
BauticeBautizara
BauticesBautizaras
BauticeBautizara
BauticemosBautizáramos
BauticéisBautizarais
BauticenBautizaran
FuturoPréterito imperfecto se
BautizareBautizase
BautizaresBautizases
BautizareBautizase
BautizáremosBautizásemos
BautizareisBautizaseis
BautizarenBautizasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Bautiza(tú)No bautices
Bautice(usted)No bautice
Bauticemos(nosotros)No bauticemos
Bautizad(vosotros)No bauticéis
Bauticen(ustedes)No bauticen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
BautizadoBautizando
1Bautizo.een naam geven aanwerkwoordsvorm
Lettergrepen: een naam ge·ven aan
Verbuiging:
een naam geven aan - gaf een naam aan - een naam gegeven aan

noemenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: noe·men
Verbuiging:
noemen - noemde - genoemd


ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
dopenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: do·pen
Verbuiging:
dopen - doopte - gedoopt


ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we  w
bautizaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaf een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
ik gaf een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
ik noemdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ik noem·de

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizaba
Bautizase
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
ik doopteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ik doop·te

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizare
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal een naam geven aanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal noemenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal dopenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabais
Bautizaseis
Bautizasteis
1Bautizo.jullie gaven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ga·ven een naam aan
jullie noemdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dooptentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizábamos
Bautizamos
Bautizásemos
1Bautizo.wij/we gaven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we noemdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we doopteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaban
Bautizaron
Bautizasen
1Bautizo.zij/ze gaven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dooptenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaren
1Bautizo.zij/ze zullen een naam geven aanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze zullen noemenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze zullen dopenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabas
Bautizases
Bautizaste
1Bautizo.jij/je gaf een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je dooptetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizares
1Bautizo.jij/je zal een naam geven aantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je zal noementweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je zal dopentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizará
Bautizaré
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal een naam geven aanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sBautizará
Bautizaré
ik zal een naam geven aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sBautizará
Bautizaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal noemenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sBautizará
Bautizaré
ik zal noemeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sAcristianará
Acristianare
Acristianaré
Bautizará
Bautizaré
Cristianará
Cristianare
Cristianaré
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal dopenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'
  sAcristianará
Acristianare
Acristianaré
Bautizará
Bautizaré
Cristianará
Cristianare
Cristianaré
ik zal dopeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizare
1Bautizo.ik zal een naam geven aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
ik zal noemeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
ik zal dopeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaréis
1Bautizo.jullie zullen een naam geven aantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie zul·len een naam ge·ven aan
jullie zullen noementweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie zullen dopentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizareis
1Bautizo.jullie zullen een naam geven aantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie zul·len een naam ge·ven aan
jullie zullen noementweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie zullen dopentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizáremos
1Bautizo.wij/we zullen een naam geven aaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we zullen noemeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we zullen dopeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaremos
1Bautizo.wij/we zullen een naam geven aaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we zullen noemeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we zullen dopeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizarán
1Bautizo.zij/ze zullen een naam geven aanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze zullen noemenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze zullen dopenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizarás
1Bautizo.jij/je zal een naam geven aantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je zal noementweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je zal dopentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaríatercera persona singular condicional del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou een naam geven aanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona singular condicional del verbo 'bautizar'
ik zou een naam geven aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular condicional del verbo 'bautizar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou noemenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'bautizar'
ik zou noemeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular condicional del verbo 'bautizar'
  sAcristianaría
Cristianaría
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou dopenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'bautizar'
  sAcristianaría
Cristianaría
ik zou dopeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.jullie zouden een naam geven aantweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie zou·den een naam ge·ven aan
jullie zouden noementweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den noe·men

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie zouden dopentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den do·pen

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.wij/we zouden een naam geven aaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we zouden noemeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we zouden dopeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaríantercera persona plural condicional del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.zij/ze zouden een naam geven aanderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze zouden noemenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze zouden dopenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizaríassegunda persona singular condicional del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
1Bautizo.jij/je zou een naam geven aantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je zou noementweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je zou dopentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaban
Bautizaran
Bautizasen
1Bautizo.zij/ze gaven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dooptenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautices
1Bautizo.jij/je geeft een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je doopttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaf een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
ik gaf een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'
  sBauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
ik noemdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
Lettergrepen: ik noem·de

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'
  sAcristianaba
Acristianara
Acristianase
Acristiané
Acristianó
Bauticé
Bautizaba
Bautizara
Bautizó
Cristianaba
Cristianara
Cristianase
Cristiané
Cristianó
ik doopteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Lettergrepen: ik doop·te

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabais
Bautizarais
Bautizasteis
1Bautizo.jullie gaven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ga·ven een naam aan
jullie noemdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dooptentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizábamos
Bautizamos
Bautizáramos
1Bautizo.wij/we gaven een naam aaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
wij/we noemdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
wij/we doopteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaban
Bautizaran
Bautizaron
1Bautizo.zij/ze gaven een naam aanderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
zij/ze noemdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
zij/ze dooptenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabas
Bautizaras
Bautizaste
1Bautizo.jij/je gaf een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je dooptetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabas
Bautizaras
Bautizases
1Bautizo.jij/je gaf een naam aantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
jij/je noemdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jij/je dooptetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
bautizasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizabais
Bautizarais
Bautizaseis
1Bautizo.jullie gaven een naam aantweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
Lettergrepen: jul·lie ga·ven een naam aan
jullie noemdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
jullie dooptentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizosustantivo
(Acción de bautizar)
Esta palabra no tiene plural

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizo'
, el  w
1.noemenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: noe·men
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
, het  wn
2.dopenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: do·pen
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
, het  wn  we  w
bautizoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautice
1.ik geef een naam aaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
ik noemeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'

ALLE betekenissen van het woord 'Noemen':
(overgankelijk werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in België) heten.
  wn
2Acristianar
Cristianar
.
ik doopeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Dopen':
(overgankelijk werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met name bij het dopen
4 (in België) ontgroenen.
  wn  we
bautizótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'bautizar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bautizar'
  sBautizaba
Bautizara
Bautizase
1Bautizo.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaf een naam aanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'een naam geven aan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze noemdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'noemen'
2Acristianar
Bautizo
Cristianar
.
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze dooptederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'dopen'
BautzenNombre (o por antonomasia)
(antes Budissin o Baudissin), ciudad del E de Alemania, a orillas del río Spree, a 50 km al ENE de Dresden.
  w
Bautzeneigennaam (of antonomasie)
  w
bauxitasustantivo
(sustantivo). Roca blanda, generalmente de color blanquecino, gris o rojizo; está compuesta de óxido hidratado de aluminio, suele contener cierta cantidad de óxido de hierro y constituye una fuente importante del aluminio comercial.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'bauxita'
, la  w
bauxietzelfstandig naamwoord
Één lettergreep

ALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 erts, bestaande uit waterhoudend aluminiumoxide met ijzeroxide en kiezelzuur, dienend als grondstof voor de aluminiumbereiding.
, het  w

1e 0‑9 AB C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2ea e h i j l o r t u y

3e ab c defg h i j k l m n ñ opq r s tu vyz

4e b l p t x

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
BAUVolgende/ Siguiente -->



boven