Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   29 Oct 2012  ; última actualización: 29 Oct 2012.

¡No más lapidaciones en Irán!

1e 0‑9 A B C D EF G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e i l or t u y

3ea e i o u

4ec gim n qstuy

5e a c t

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
FRACVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
fracsustantivo
Plural es: fraques
(sustantivo). Traje masculino de etiqueta cuya chaqueta es corta por delante y acaba por detrás en dos faldones largos.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'frac'
, el  w
rokzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: rokken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; rokken)
1 gewaad voor vrouwen, reikend van het middel tot op de benen
2 rokkostuum
3 (biologie) schilachtig omhulsel van een bol
4 (geneeskunde) bekleedsel, vlies
5 omhulsel van klei om buizen.
, de  wn  w
fracasatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaat afderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
¡fracasa!imperativo singular del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  s¡Fracasad!
ga af!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluk!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasara
Fracasase
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasara
Fracasase
Fracasé
Fracasó
ik ging afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasara
Fracasase
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasara
Fracasase
Fracasé
Fracasó
ik mislukteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: ik mis·luk·te

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasarais
Fracasaseis
Fracasasteis
jullie gingen aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie misluktentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasamos
Fracasáramos
Fracasásemos
wij/we gingen afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we mislukteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaran
Fracasaron
Fracasasen
zij/ze gingen afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze misluktenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaras
Fracasases
Fracasaste
jij/je ging aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je misluktetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
¡fracasad!imperativo plural del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  s¡Fracasa!
ga af!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluk!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasadas
Fracasado
Fracasados
afgegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: af·ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluktregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: mis·lukt

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasada
Fracasado
Fracasados
afgegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: af·ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluktregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: mis·lukt

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasadoparticipio pasado del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasada
Fracasadas
Fracasados
afgegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: af·ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluktregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: mis·lukt

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasada
Fracasadas
Fracasado
afgegaanonregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: af·ge·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
misluktregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: mis·lukt

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracaséis
jullie gaan aftweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: jul·lie gaan af

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie mislukkentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: jul·lie mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasamosprimera persona plural presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasáramos
Fracasásemos
Fracasemos
wij/we gaan afeerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasáramos
Fracasásemos
Fracasemos
wij/we gingen afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasáramos
Fracasásemos
Fracasemos
wij/we mislukkeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasáramos
Fracasásemos
Fracasemos
wij/we mislukteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasen
zij/ze gaan afderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze mislukkenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasandogerundio del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
afgaandonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: af·gaand

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 naar beneden gaand.
  wn
mislukkendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  M  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
FracasoFracasé
FracasasFracasaste
FracasaFracasó
FracasamosFracasamos
FracasáisFracasasteis
FracasanFracasaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
FracasaréíaFracasaba
FracasarásíasFracasabas
FracasaráíaFracasaba
FracasaremosíamosFracasábamos
FracasaréisíaisFracasabais
FracasaráníanFracasaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
FracaseFracasara
FracasesFracasaras
FracaseFracasara
FracasemosFracasáramos
FracaséisFracasarais
FracasenFracasaran
FuturoPréterito imperfecto se
FracasareFracasase
FracasaresFracasases
FracasareFracasase
FracasáremosFracasásemos
FracasareisFracasaseis
FracasarenFracasasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Fracasa(tú)No fracases
Fracase(usted)No fracase
Fracasemos(nosotros)No fracasemos
Fracasad(vosotros)No fracaséis
Fracasen(ustedes)No fracasen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
FracasadoFracasando
afgaanwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: af·gaan
Verbuiging:
afgaan - ging af - afgegaan


ALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
mislukkenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: mis·luk·ken
Verbuiging:
mislukken - mislukte - mislukt


ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasase
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasase
Fracasé
Fracasó
ik ging afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasase
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasase
Fracasé
Fracasó
ik mislukteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: ik mis·luk·te

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal afgaanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal mislukkenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabais
Fracasaseis
Fracasasteis
jullie gingen aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie misluktentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasamos
Fracasásemos
wij/we gingen afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we mislukteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaban
Fracasaron
Fracasasen
zij/ze gingen afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze misluktenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaren
zij/ze zullen afgaanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze zullen mislukkenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabas
Fracasases
Fracasaste
jij/je ging aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je misluktetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasares
jij/je zal afgaantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je zal mislukkentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasará
Fracasaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal afgaanderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'
  sFracasará
Fracasaré
ik zal afgaaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'
  sFracasará
Fracasaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal mislukkenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'
  sFracasará
Fracasaré
ik zal mislukkeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasare
ik zal afgaaneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
ik zal mislukkeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaréis
jullie zullen afgaantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: jul·lie zul·len af·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie zullen mislukkentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: jul·lie zul·len mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasareis
jullie zullen afgaantweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: jul·lie zul·len af·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie zullen mislukkentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: jul·lie zul·len mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasáremos
wij/we zullen afgaaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we zullen mislukkeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaremos
wij/we zullen afgaaneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we zullen mislukkeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasarán
zij/ze zullen afgaanderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze zullen mislukkenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasarás
jij/je zal afgaantweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je zal mislukkentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaríatercera persona singular condicional del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou afgaanderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona singular condicional del verbo 'fracasar'
ik zou afgaaneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular condicional del verbo 'fracasar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou mislukkenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular condicional del verbo 'fracasar'
ik zou mislukkeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
jullie zouden afgaantweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: jul·lie zou·den af·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie zouden mislukkentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: jul·lie zou·den mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
wij/we zouden afgaaneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we zouden mislukkeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaríantercera persona plural condicional del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
zij/ze zouden afgaanderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze zouden mislukkenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasaríassegunda persona singular condicional del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
jij/je zou afgaantweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je zou mislukkentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaban
Fracasaran
Fracasasen
zij/ze gingen afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze misluktenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracases
jij/je gaat aftweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je mislukttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasé
Fracasó
ik ging afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasé
Fracasó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasé
Fracasó
ik mislukteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: ik mis·luk·te

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabais
Fracasarais
Fracasasteis
jullie gingen aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie misluktentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasábamos
Fracasamos
Fracasáramos
wij/we gingen afeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we mislukteneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaban
Fracasaran
Fracasaron
zij/ze gingen afderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze misluktenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabas
Fracasaras
Fracasaste
jij/je ging aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je misluktetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabas
Fracasaras
Fracasases
jij/je ging aftweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je misluktetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasabais
Fracasarais
Fracasaseis
jullie gingen aftweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie misluktentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracaseprimera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasa
Fracaso
ik ga afeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'
  sFracasa
Fracaso
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze gaat afderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'
  sFracasa
Fracaso
ik mislukeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracaséprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasase
ik ging afeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
ik mislukteeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: ik mis·luk·te

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
¡fracase!imperativo singular del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  s¡Fracasen!
gaat u af!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
mislukt u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracaséissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasáis
jullie gaan aftweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: jul·lie gaan af

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
jullie mislukkentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: jul·lie mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasamos
wij/we gaan afeerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
wij/we mislukkeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
¡fracasemos!imperativo plural del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
laten we afgaangebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'afgaan'
Lettergrepen: la·ten we af·gaan

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
laten we mislukkengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'mislukken'
Lettergrepen: la·ten we mis·luk·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasan
zij/ze gaan afderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
zij/ze mislukkenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
¡fracasen!imperativo plural del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  s¡Fracase!
gaat u af!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
mislukt u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasas
jij/je gaat aftweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
jij/je mislukttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasosustantivo
Plural es: fracasos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracaso'
, el  M
1.écheczelfstandig naamwoord
Meervoud is: échecs
, het
2Chasco
Fiasco
.
fiascozelfstandig naamwoord
Lettergrepen: fi·as·co
Meervoud is: fiasco's

ALLE betekenissen van dit woord:
(het; fiasco's; fiascootje)
1 grote mislukking.
, het  we  w
mislukkingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: mis·luk·king
Meervoud is: mislukkingen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de v ; mislukkingen; mislukkinkje)
1 resultaat dat niet brengt wat gehoopt of verwacht was.
, de  wn  w
stropzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: stroppen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de; stroppen)
1 lus van touw e.d. die aangetrokken kan worden
2 aanzienlijk nadeel
3 (scheepvaart) touw dat of ketting die om een voorwerp wordt geslagen dat men wil ophijsen
4 metalen band of open beugel
5 stropdas
6 (in België, niet algemeen) strik van ijzer- of koperdraad om wild mee te vangen.
, de  w
fracasoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracase
ik ga afeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'

ALLE betekenissen van het woord 'Afgaan':
(werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 leiden naar, zich richten naar
2 zich baseren op.
(onovergankelijk werkwoord; ging af, is afgegaan)
1 zich verwijderen, weggaan van het genoemde
2 in werking gebracht worden
3 een slechte indruk maken
4 (van hoofddeksels, accessoires) afgelegd, afgenomen worden.
  wn
ik mislukeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukken':
(onovergankelijk werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.
  wn
fracasótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'fracasar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracasar'
  sFracasaba
Fracasara
Fracasase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze ging afderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afgaan'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze misluktederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'mislukken'
fracasossustantivo plural de la palabra: Fracaso

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracaso'
, los
1.échecsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Échec
, de
2.fiasco'sMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Fiasco
Lettergrepen: fi·as·co's

ALLE betekenissen van het woord 'Fiasco':
(het; fiasco's; fiascootje)
1 grote mislukking.
, de  w
mislukkingenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Mislukking
Lettergrepen: mis·luk·kin·gen

ALLE betekenissen van het woord 'Mislukking':
(de v ; mislukkingen; mislukkinkje)
1 resultaat dat niet brengt wat gehoopt of verwacht was.
, de  w
stroppenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Strop
Lettergrepen: strop·pen

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; stropte, heeft gestropt)
1 (een stuk touw e.d.) tot een strop maken
2 (een dier) d.m.v. een strop of strik vangen.
, de  w
fracciónsustantivo
Plural es: fracciones

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracción'
, la  w  sQuebrado
breukzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: breuken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de; breuken)
1 (geen meervoud) verbreking van de samenhang van delen, het breken
2 plaats waar iets gebroken, gescheurd of gebarsten is
3 (geneeskunde) verbreking van de samenhang van een bot
4 (geneeskunde) uitzakking van een inwendig orgaan uit de holte waarin het besloten lag
5 (geen meervoud) gebroken goederen
6 het verbreken van betrekkingen
7 (wiskunde) uit teller en noemer bestaande getalvorm die een gedeelte van een eenheid voorstelt.
, de  wn  w
fractiezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: frac·tie
Meervoud is: fracties

ALLE betekenissen van dit woord:
(de v ; fracties)
1 onderdeel, deeltje
2 al de aanhangers van een politieke partij in een vertegenwoordigend lichaam.
, de  wn  w
fracción"fracción molar":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracción'
  molar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'molar'
, la  w
molfractiezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: mol·frac·tie
Dit woord is een samenstelling van 'mol' en 'fractie'
, de  w
fracción"fracción parcial":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracción'
  parcial
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'parcial'
, la  w
breuksplitsingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: breuk·split·sing
Dit woord is een samenstelling van 'breuk' en 'splitsing'
, de  wn  w
fraccionessustantivo plural de la palabra: Fracción

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fracción'
, las  w  sQuebrados
breukenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Breuk
Lettergrepen: breu·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Breuk':
(de; breuken)
1 (geen meervoud) verbreking van de samenhang van delen, het breken
2 plaats waar iets gebroken, gescheurd of gebarsten is
3 (geneeskunde) verbreking van de samenhang van een bot
4 (geneeskunde) uitzakking van een inwendig orgaan uit de holte waarin het besloten lag
5 (geen meervoud) gebroken goederen
6 het verbreken van betrekkingen
7 (wiskunde) uit teller en noemer bestaande getalvorm die een gedeelte van een eenheid voorstelt.
, de  w
fractiesMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Fractie
Lettergrepen: frac·ties

ALLE betekenissen van het woord 'Fractie':
(de v ; fracties)
1 onderdeel, deeltje
2 al de aanhangers van een politieke partij in een vertegenwoordigend lichaam.
, de  w
fracturasustantivo
Plural es: fracturas

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fractura'
, la  w
braakzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: braken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 verbreking van een afsluiting met het doel zich wederrechtelijk toegang te verschaffen.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen predicatief)
¶ alleen in verbindingen.
, de  wn  we  w
inbraakzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: in·braak
Meervoud is: inbraken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 diefstal nadat met zich gewelddadig toegang heeft verschaft
2 het inbreken.
, de  w
fractura"fractura de cráneo":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fractura'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  cráneo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'cráneo'
schedelfractuurzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: sche·del·frac·tuur
Dit woord is een samenstelling van 'schedel' en 'fractuur'
, de  w
fracturassustantivo plural de la palabra: Fractura

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'fractura'
, las  w
brakenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Braak
Lettergrepen: bra·ken

ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord, ook absoluut; braakte, heeft gebraakt)
1 (genuttigde spijs of drank of lichaamssappen) ongewild door de mond naar buiten brengen
2 (vlas, hennep) na het roten kneuzen, breken.
, de  wn  w
inbrakenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Inbraak
Lettergrepen: in·bra·ken

ALLE betekenissen van het woord 'Inbraak':
(de)
1 diefstal nadat met zich gewelddadig toegang heeft verschaft
2 het inbreken.
, de  w

1e 0‑9 A B C D EF G H I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e i l or t u y

3ea e i o u

4ec gim n qstuy

5e a c t

<-- Vorige/ Anteriorpalabras comenzando con
woorden beginnend met
FRACVolgende/ Siguiente -->



boven