Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 346608 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   14 Jan 2014  ; última actualización: 14 Jan 2014.

Tenerife, isla de la primavera eterna

1e 0‑9 A B C D E F GH I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e f i j o pru vwy

3e- e gil m np r st yz

4e ac ai al am an as be bi bn bo dd ds

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
HUACATAY ..... HUDSONVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
huacataysustantivo
Nombre científico es: Tagetes minuta

Especie de hierbabuena americana, usada como condimento en algunos guisos. Muy utilizada en Perú.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'huacatay'
, el  w  Wl  spalabras relacionadas:
---------------------
Chinchilla
geelgroen afrikaantjezelfstandig naamwoordsvorm
Lettergrepen: geel·groen afri·kaan·tje
Latijnse plantennaam is: Tagetes minuta
, het  B  F  Ws
HuachoNombre (o por antonomasia)
puerto del centro del Perú, a 110 km al N del Callao. Gentilicio: huachano.
  w
Huachoeigennaam (of antonomasie)
  w
HuáiNombre (o por antonomasia)
  w
Xia Huaieigennaam (of antonomasie)
  w
HuaibeiNombre (o por antonomasia)
ciudad del E de China, en la provincia de Anhui.
  w
Huaibeieigennaam (of antonomasie)
  w
HuainanNombre (o por antonomasia)
Huainan o Hwainan, ciudad del E de China, en la provincia de Anhui, a 80 km al NNO de Hefei.
  we  w
Huainaneigennaam (of antonomasie)
  w
HualalaiNombre (o por antonomasia)
  w
Hualalaieigennaam (of antonomasie)
vulkaan, (Hawaï).
  w
HuamantlaNombre (o por antonomasia)
municipio del E del estado de Tlaxcala (México).
  w
Huamantlaeigennaam (of antonomasie)
  w
HuamboNombre (o por antonomasia)
(portugués Nova Lisboa), ciudad del centro de Angola, a 1,700 m de altura. Fue fundada en 1912.
  w
Huamboeigennaam (of antonomasie)
  w
HuancayoNombre (o por antonomasia)
ciudad del centro del Perú, a orillas del río Mantaro, a 196 km al E de Lima; altura: 3,340 m. Gentilicio: huancaíno.
  we  w
Huancayoeigennaam (of antonomasie)
  w
HuangNombre (o por antonomasia)
Río (chino Huang o Huang He), río del N y del E de China, de 4,800 km; fluye principalmente hacia el E y desemboca en el Bo Hai.
Huangeigennaam (of antonomasie)
  w
huanganasustantivo
  spalabras relacionadas:
---------------------
Cafuche
Chacure
Pecarí barbiblanco
Pecarí labiado
witlippekarizelfstandig naamwoord
Lettergrepen: wit·lip·pe·ka·ri
Meervoud is: witlippekari's
, de  w
HuangshiNombre (o por antonomasia)
(antes transcrito Huang-shih o Hwangshih), ciudad del E de China, en la provincia de Hubei, a orillas del río Chang (Yangtze), al SE de Wuhan.
  we  w
Huangshieigennaam (of antonomasie)
  w
HuánucoNombre (o por antonomasia)
ciudad del centro del Perú, a 270 km al NE de Lima; altura: 1,912 m. Gentilicio: huanuqueño. Fue fundada en 1539.
  w
Huánucoeigennaam (of antonomasie)
  w
huascasustantivo
Plural es: huascas
Nombres científicos son: Uncaria guianensis, Uncaria tomentosa

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'huasca'
, la  we  Wl  spalabras relacionadas:
---------------------
Aun
Bejuco de agua
Chocó
Damento
Garabato
Garabato amarillo
Paraguayo
Rangaya
Samento
Saventaro
Tambor huasa
Torón
Uña de gato
Uña de gavilán
  f
kattenklauwzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kat·ten·klauw
Dit woord is een samenstelling van 'katten' en 'klauw'
Meervoud is: kattenklauwen
Latijnse plantennaam is: Uncaria tomentosa
, de  F  Ws  f
HuáscarNombre (o por antonomasia)
  w
Huáscareigennaam (of antonomasie)
  w
HuascaránNombre (o por antonomasia)
pico del O del Perú, de 6,768 m. Es la montaña más alta del país. Huatabampo, ciudad del NO de México, en el S del estado de Sonora, cerca de la costa.
  w
Huascaráneigennaam (of antonomasie)
  w
huascassustantivo plural de la palabra: Huasca
Nombres científicos son: Uncaria guianensis, Uncaria tomentosa

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'huasca'
, las  Wl  spalabras relacionadas:
---------------------
Aúnes
Chocoes
Garabatos
Paraguayos
Torones
  f
kattenklauwenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Kattenklauw
Lettergrepen: kat·ten·klau·wen
Latijnse plantennaam is: Uncaria tomentosa
, de  F  Ws  f
hubeprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hubiera
Hubiese
1.ik hadeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
2.ik waseerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Wassen').
  wn
hube"hube de menos":
primera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Había de menos
Hubiera de menos
Hubiese de menos
ik scheeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'
Lettergrepen: ik scheel·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
ik was absenteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: ik was ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
ik was afwezigeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: ik was af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
HubeiNombre (o por antonomasia)
(antes transcrito Hupeh o Hupei), provincia del E de China; 188,224 km; capital: Wuhan.
  w
Hubeieigennaam (of antonomasie)
  w
Hubert Sauvage "Hubert Sauvage":
Nombre (o por antonomasia)
Hubert Sauvageeigennaam (of antonomasie)
architect.
  w
HubertoNombre (o por antonomasia)
  we  w
Hubertuseigennaam (of antonomasie)
  w
hubieratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiese
Hubo
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze hadderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiese
Hubo
ik hadeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiese
Hubo
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wasderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiese
Hubo
ik waseerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Wassen').
  wn
hubiera"hubiera de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze scheeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
  _"hubiera de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
ik scheeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
Lettergrepen: ik scheel·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
  _"hubiera de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was absentderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
  _"hubiera de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
ik was absenteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: ik was ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
  _"hubiera de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was afwezigderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
  _"hubiera de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiese de menos
Hubo de menos
ik was afwezigeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: ik was af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
hubieraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíais
Hubieseis
Hubisteis
1.jullie haddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
Lettergrepen: jul·lie had·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
2.jullie warentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Waren').
  wn
hubierais"hubierais de menos":
segunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabais
Faltarais
Faltaseis
Faltasteis
Habíais de menos
Hubieseis de menos
Hubisteis de menos
jullie scheeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
jullie waren absenttweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
jullie waren afwezigtweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
hubiéramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíamos
Hubiésemos
Hubimos
1.wij/we haddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.wij/we wareneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubiéramos"hubiéramos de menos":
primera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltábamos
Faltamos
Faltáramos
Faltásemos
Habíamos de menos
Hubiésemos de menos
Hubimos de menos
wij/we scheeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
wij/we waren absenteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
wij/we waren afwezigeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubierantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habían
Hubieron
Hubiesen
1.zij/ze haddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.zij/ze warenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieran"hubieran de menos":
tercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaban
Faltaran
Faltaron
Faltasen
Habían de menos
Hubieron de menos
Hubiesen de menos
zij/ze scheeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
zij/ze waren absentderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
zij/ze waren afwezigderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubierassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habías
Hubieses
Hubiste
1.jij/je hadtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.jij/je wastweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieras"hubieras de menos":
segunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabas
Faltaras
Faltases
Faltaste
Habías de menos
Hubieses de menos
Hubiste de menos
jij/je scheeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
jij/je was absenttweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
jij/je was afwezigtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubieretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrá
Habré
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal hebbenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrá
Habré
ik zal hebbeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrá
Habré
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal zijnderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrá
Habré
ik zal zijneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zijn').
  wn
hubiere"hubiere de menos":
tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal absent zijnderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
  _"hubiere de menos":
primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
ik zal absent zijneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
  _"hubiere de menos":
tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal afwezig zijnderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
  _"hubiere de menos":
primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
ik zal afwezig zijneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
  _"hubiere de menos":
tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal schelenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
  _"hubiere de menos":
primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltará
Faltare
Faltaré
Habrá de menos
Habré de menos
ik zal scheleneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
hubiereissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habréis
1.jullie zullen hebbentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
Lettergrepen: jul·lie zul·len heb·ben

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
2.jullie zullen zijntweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Lettergrepen: jul·lie zul·len zijn

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zijn').
  wn
hubiereis"hubiereis de menos":
segunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltareis
Faltaréis
Habréis de menos
jullie zullen absent zijntweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: jul·lie zul·len ab·sent zijn

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
jullie zullen afwezig zijntweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: jul·lie zul·len af·we·zig zijn

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
jullie zullen schelentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len sche·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
hubiéremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habremos
1.wij/we zullen hebbeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.wij/we zullen zijneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubiéremos"hubiéremos de menos":
primera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaremos
Faltáremos
Habremos de menos
wij/we zullen absent zijneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
wij/we zullen afwezig zijneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
wij/we zullen scheleneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
hubierentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrán
1.zij/ze zullen hebbenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.zij/ze zullen zijnderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieren"hubieren de menos":
tercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltarán
Faltaren
Habrán de menos
zij/ze zullen absent zijnderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
zij/ze zullen afwezig zijnderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
zij/ze zullen schelenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
hubieressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habrás
1.jij/je zal hebbentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.jij/je zal zijntweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieres"hubieres de menos":
segunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltarás
Faltares
Habrás de menos
jij/je zal absent zijntweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
jij/je zal afwezig zijntweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
jij/je zal schelentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
hubierontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habían
Hubieran
Hubiesen
1.zij/ze haddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.zij/ze warenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieron"hubieron de menos":
tercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaban
Faltaran
Faltaron
Faltasen
Habían de menos
Hubieran de menos
Hubiesen de menos
zij/ze scheeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'
zij/ze waren absentderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
zij/ze waren afwezigderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubiesetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiera
Hubo
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze hadderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiera
Hubo
ik hadeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiera
Hubo
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wasderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hube
Hubiera
Hubo
ik waseerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Wassen').
  wn
hubiese"hubiese de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze scheeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
  _"hubiese de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
ik scheeldeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
Lettergrepen: ik scheel·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
  _"hubiese de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was absentderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
  _"hubiese de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
ik was absenteerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: ik was ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
  _"hubiese de menos":
tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was afwezigderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
  _"hubiese de menos":
primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Falté
Faltó
Había de menos
Hube de menos
Hubiera de menos
Hubo de menos
ik was afwezigeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: ik was af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
hubieseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíais
Hubierais
Hubisteis
1.jullie haddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
Lettergrepen: jul·lie had·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
2.jullie warentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Waren').
  wn
hubieseis"hubieseis de menos":
segunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabais
Faltarais
Faltaseis
Faltasteis
Habíais de menos
Hubierais de menos
Hubisteis de menos
jullie scheeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
jullie waren absenttweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
jullie waren afwezigtweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
hubiésemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíamos
Hubiéramos
Hubimos
1.wij/we haddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.wij/we wareneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubiésemos"hubiésemos de menos":
primera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltábamos
Faltamos
Faltáramos
Faltásemos
Habíamos de menos
Hubiéramos de menos
Hubimos de menos
wij/we scheeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
wij/we waren absenteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
wij/we waren afwezigeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubiesentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habían
Hubieran
Hubieron
1.zij/ze haddenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.zij/ze warenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubiesen"hubiesen de menos":
tercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaban
Faltaran
Faltaron
Faltasen
Habían de menos
Hubieran de menos
Hubieron de menos
zij/ze scheeldenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
zij/ze waren absentderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
zij/ze waren afwezigderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubiesessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habías
Hubieras
Hubiste
1.jij/je hadtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.jij/je wastweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubieses"hubieses de menos":
segunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabas
Faltaras
Faltases
Faltaste
Habías de menos
Hubieras de menos
Hubiste de menos
jij/je scheeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'schelen'
jij/je was absenttweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
jij/je was afwezigtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubimosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíamos
Hubiéramos
Hubiésemos
1.wij/we haddeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.wij/we wareneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubimos"hubimos de menos":
primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltábamos
Faltamos
Faltáramos
Faltásemos
Habíamos de menos
Hubiéramos de menos
Hubiésemos de menos
wij/we scheeldeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'
wij/we waren absenteerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
wij/we waren afwezigeerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubistesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habías
Hubieras
Hubieses
1.jij/je hadtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.jij/je wastweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubiste"hubiste de menos":
segunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabas
Faltaras
Faltases
Faltaste
Habías de menos
Hubieras de menos
Hubieses de menos
jij/je scheeldetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'
jij/je was absenttweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
jij/je was afwezigtweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
hubisteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Habíais
Hubierais
Hubieseis
1.jullie haddentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'
Lettergrepen: jul·lie had·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Hebben').
  wn
2.jullie warentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Waren').
  wn
hubisteis"hubisteis de menos":
segunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltabais
Faltarais
Faltaseis
Faltasteis
Habíais de menos
Hubierais de menos
Hubieseis de menos
jullie scheeldentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Schelen').
  wn
jullie waren absenttweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren ab·sent

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Absent').
jullie waren afwezigtweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
Lettergrepen: jul·lie wa·ren af·we·zig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Afwezig').
hübneritasustantivo
  w
hübnerietzelfstandig naamwoord
  w
hubotercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Había
Hubiera
Hubiese
1.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze hadderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'hebben'
2.hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze wasderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zijn'
hubo"hubo de menos":
tercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'haber de menos'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'haber'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  menos
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'menos'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Faltaba
Faltara
Faltase
Faltó
Había de menos
Hubiera de menos
Hubiese de menos
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze scheeldederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'schelen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was absentderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'absent zijn'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze was afwezigderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'afwezig zijn'
HuddersfieldNombre (o por antonomasia)
(pronunciación loca]: /hédersffld/), ciudad del N de Inglaterra, en Yorkshire del Oeste, a 40 km al NE de Manchester.
  we  w
Huddersfieldeigennaam (of antonomasie)
  w
HudsonNombre (o por antonomasia)
  o  w
Hudsoneigennaam (of antonomasie)
  w

1e 0‑9 A B C D E F GH I J K L M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z ß

2e 0‑9 a e f i j o pru vwy

3e- e gil m np r st yz

4e ac ai al am an as be bi bn bo dd ds

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
HUACATAY ..... HUDSONVolgende/ Siguiente -->

boven