Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 346608 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   14 Jan 2014  ; última actualización: 14 Jan 2014.

Que agradable es vivir en Tenerife

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T UV W X Y Z ß

2e _ a c e hi l o u xy

3e- b c d e g hjklm o p r s t u v z

4e _m a ab ac ad aj an as at

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
VI ..... VIATIQUESVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
viprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'ver'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ver'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Veía
Viera
Viese
1Visión.ik bekeekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'bekijken'
Lettergrepen: ik be·keek

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bekijken').
  wn
2Visión.ik keekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'kijken'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Kijken').
  wn
3Visión.ik zageerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zien'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zien').
  wn
vi"vi mucha gente":
primera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'ver mucha gente'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ver'
  mucha
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'mucha'
  gente
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'gente'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Veía mucha gente
Viera mucha gente
Viese mucha gente
ik had veel aanloopeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'veel aanloop hebben'
ik kreeg veel bezoekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'veel bezoek krijgen'
víasustantivo
(Calzada construida para la circulación rodada.)
Plural es: vías

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
, la  we  w
1.rijbaanzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rij·baan
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'baan'
Meervoud is: rijbanen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
  _sustantivo
Plural es: vías
  we  w
rijstrookzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rij·strook
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'strook'
Meervoud is: rijstroken

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
2.spoorwegbeddingzelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'spoorweg' en 'bedding'
Meervoud is: spoorwegbeddingen
, de
3.spoorzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: spoortje [spoor·tje]], het
Meervoud is: sporen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  wn  w
spoorwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: spoor·weg
Dit woord is een samenstelling van 'spoor' en 'weg'
Meervoud is: spoorwegen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
spoorwegrailszelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'spoorweg' en 'rails'
  w
4Camino
Ruta
.
routezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rou·te
Meervouden zijn: routen, routes

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
wegzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: wegje [weg·je]], het
Meervoud is: wegen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
Vía"Vía Augusta":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  Augusta
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'augusta'
, la  w
Via Augustazelfstandig naamwoordsvorm
  w
vía"vía crucis":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  crucis
Haga clic para artículo en Wikipedia posiblemente relacionado sobre 'crucis'
, la  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Aflicción
1Aflicción.beproevingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: be·proe·ving
Meervoud is: beproevingen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
2.kruiswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kruis·weg
Dit woord is een samenstelling van 'kruis' en 'weg'
Meervoud is: kruiswegen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
vía"vía de acceso":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  acceso
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'acceso'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Camino de acceso
toegangswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: toe·gangs·weg
Dit woord is een samenstelling van 'toegangs' en 'weg'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
vía"vía de administración":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  administración
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'administración'
, la  w
toedieningswegzelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'toedienings' en 'weg'
, de  w
vía"vía de escape":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  escape
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'escape'
, la
vluchtwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vlucht·weg
Dit woord is een samenstelling van 'vlucht' en 'weg'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
Vía"Vía láctea":
Nombre (o por antonomasia)

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  láctea
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'láctea'
  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Galaxia
Melkwegeigennaam (of antonomasie)
Lettergrepen: Melk·weg
Melkweg (sterrenstelsel), het sterrenstelsel waarin wij ons bevinden en dat op donkere nachten als lichtende band aan de hemel te zien is.

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  w
vía"vía principal":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  principal
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'principal'
, la  spalabras relacionadas:
---------------------
Carretera principal
hoofdwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: hoofd·weg
Dit woord is een samenstelling van 'hoofd' en 'weg'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  w
viabilidadsustantivo
Plural es: viabilidades

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viabilidad'
, la
levensvatbaarheidzelfstandig naamwoord
()(Cualidad de viable))
Lettergrepen: le·vens·vat·baar·heid
Meervoud is: levensvatbaarheden
, de
viabilidadessustantivo plural de la palabra: Viabilidad

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viabilidad'
  we
levensvatbaarhedenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Levensvatbaarheid
Lettergrepen: le·vens·vat·baar·he·den
, de
viableadjetivo singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viable'
  we  wn  M  spalabras relacionadas:
---------------------
Viables
levenskrachtigbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·krach·tig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
levenskrachtigeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levenskrachtig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Levenskrachtig').
levensvatbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·vat·baar

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
levensvatbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levensvatbaar
Lettergrepen: le·vens·vat·ba·re

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Levensvatbaar').
viablesadjetivo plural de la palabra: Viable

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viable'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viable
levenskrachtigbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·krach·tig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
levenskrachtigeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levenskrachtig

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Levenskrachtig').
levensvatbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·vat·baar

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
levensvatbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levensvatbaar
Lettergrepen: le·vens·vat·ba·re

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Levensvatbaar').
Viacheslav Mólotov"Viacheslav Mólotov":
Nombre (o por antonomasia)

Haga clic para artículo en Wikipedia posiblemente relacionado sobre 'Mólotov'
  w
Vjatsjeslav Molotoveigennaam (of antonomasie)
  w
viacrucissustantivo
  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Calvario
Vía crucis
1.kruiswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kruis·weg
Dit woord is een samenstelling van 'kruis' en 'weg'
Meervoud is: kruiswegen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
2.beproevingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: be·proe·ving

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viaductosustantivo
Plural es: viaductos
(sustantivo). Puente para carretera o ferrocarril que salva una hondonada.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaducto'
, el  w
viaductzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vi·a·duct
Meervoud is: viaducten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de/hetBij dit zelfstandig naamwoord kan men als lidwoord naar believen 'de' of 'het' gebruiken.  wn  w
viaductossustantivo plural de la palabra: Viaducto
(sustantivo). Puente para carretera o ferrocarril que salva una hondonada.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaducto'
, los  w
viaductenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Viaduct
Lettergrepen: vi·a·duc·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Viaduct').
, de  wn  w
viajatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaje
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reistderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viaja!imperativo singular del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viajad!
reis!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajara
Viajase
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajara
Viajase
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajarais
Viajaseis
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajamos
Viajáramos
Viajásemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaran
Viajaron
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaras
Viajases
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajad!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viaja!
reis!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajada adjetivo femenino singular de la palabra: Viajado
  we  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajadas
Viajado
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bereisd').
viajadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajadas
Viajado
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajadas adjetivo femenino plural de la palabra: Viajado
  we  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajado
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bereisd').
viajadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajado
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajado adjetivo masculino singular
  we  wn  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajadas
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bereisd').
viajadoparticipio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajadas
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajados adjetivo masculino plural de la palabra: Viajado
  we  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajadas
Viajado
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bereisd').
viajadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajada
Viajadas
Viajado
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajéis
jullie reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajábamos
Viajáramos
Viajásemos
Viajemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajábamos
Viajáramos
Viajásemos
Viajemos
wij/we reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajen
zij/ze reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajandogerundio del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
reizendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: rei·zend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajantesustantivo
Plural es: viajantes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajante'
, el-laCon este sustantivo se usa el artículo femenino cuando se aplica a una mujer y el artículo masculino en otros casos.
1.handelsreizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: han·dels·rei·zi·ger
Dit woord is een samenstelling van 'handels' en 'reiziger'
Meervoud is: handelsreizigers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
2Viajero.reizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zi·ger
Meervoud is: reizigers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viajantessustantivo plural de la palabra: Viajante

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajante'
1.handelsreizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Handelsreiziger
Lettergrepen: han·dels·rei·zi·gers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Handelsreiziger').
, de
2.reizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reiziger
Lettergrepen: rei·zi·gers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reiziger').
, de  wn  w
viajarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  w  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
ViajoViajé
ViajasViajaste
ViajaViajó
ViajamosViajamos
ViajáisViajasteis
ViajanViajaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
ViajaréíaViajaba
ViajarásíasViajabas
ViajaráíaViajaba
ViajaremosíamosViajábamos
ViajaréisíaisViajabais
ViajaráníanViajaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
ViajeViajara
ViajesViajaras
ViajeViajara
ViajemosViajáramos
ViajéisViajarais
ViajenViajaran
FuturoPréterito imperfecto se
ViajareViajase
ViajaresViajases
ViajareViajase
ViajáremosViajásemos
ViajareisViajaseis
ViajarenViajasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Viaja(tú)No viajes
Viaje(usted)No viaje
Viajemos(nosotros)No viajemos
Viajad(vosotros)No viajéis
Viajen(ustedes)No viajen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
ViajadoViajando
reizenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: rei·zen
Verbuiging:
reizen - reisde - gereisd


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  wn  w
viajaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajase
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajase
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabais
Viajaseis
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajábamos
Viajamos
Viajásemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaban
Viajaron
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaren
zij/ze zullen reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabas
Viajases
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajares
jij/je zal reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajará
Viajaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajará
Viajaré
ik zal reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajare
ik zal reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaréis
jullie zullen reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajareis
jullie zullen reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajáremos
wij/we zullen reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaremos
wij/we zullen reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajarán
zij/ze zullen reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajarás
jij/je zal reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríatercera persona singular condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viajar'
  we  wn
ik zou reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
jullie zouden reizentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
wij/we zouden reizeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríantercera persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
zij/ze zouden reizenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríassegunda persona singular condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn
jij/je zou reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaban
Viajaran
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajes
jij/je reisttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajara
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajara
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabais
Viajarais
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajábamos
Viajamos
Viajáramos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaban
Viajaran
Viajaron
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabas
Viajaras
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabas
Viajaras
Viajases
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajabais
Viajarais
Viajaseis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajesustantivo
Plural es: viajes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
, el  we  wn  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Excursión
1Excursión.tochtzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: tochten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
toerzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: toertje [toer·tje]], het
Meervoud is: toeren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
tripzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: trips

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
2.reiszelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: reizen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
3.vluchtzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: vluchten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
  _sustantivo
(Acción y efecto de viajar)
Esta palabra no tiene plural
  we  wn  w
4.reizenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zen
Dit woord heeft geen meervoud

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  wn  w
viajetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaja
Viajo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reistderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaja
Viajo
ik reiseerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajara
Viajase
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
¡viaje!imperativo singular del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viajen!
reist u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viaje"viaje a través del tiempo":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  del
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'del'
  tiempo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'tiempo'
, el  w
tijdreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: tijd·reis
Dit woord is een samenstelling van 'tijd' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  w
viaje"viaje chárter":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  chárter
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'chárter'
, el
charterreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: char·ter·reis
Dit woord is een samenstelling van 'charter' en 'reis'
, de
viaje"viaje compartido en automóvil":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  compartido
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'compartido'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  automóvil
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'automóvil'
, el  w
carpoolenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: car·poo·len

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, het  wn  w
viaje"viaje de estudios":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  estudios
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'estudio'
  w
studiereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: stu·die·reis
Dit woord is een samenstelling van 'studie' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
viaje"viaje de ida":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  ida
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ida'
, el  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Ida
heenreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: heen·reis
Meervoud is: heenreizen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
viaje"viaje de negocios":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  negocios
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'negocio'
, el
zakenreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: za·ken·reis
Dit woord is een samenstelling van 'zaken' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn
viaje"viaje de placer":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  placer
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'placer'
, el
plezierreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ple·zier·reis
Dit woord is een samenstelling van 'plezier' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn
viaje"viaje de regreso":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  regreso
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'regreso'
, el  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaje de vuelta
Vuelta
terugreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: te·rug·reis
Dit woord is een samenstelling van 'terug' en 'reis'
Meervoud is: terugreizen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn
viaje"viaje de vuelta":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vuelta
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vuelta'
, el  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaje de regreso
Vuelta
terugreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: te·rug·reis
Dit woord is een samenstelling van 'terug' en 'reis'
Meervoud is: terugreizen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn
viaje"viaje en barco":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  barco
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'barco'
, el
bootreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: boot·reis
Dit woord is een samenstelling van 'boot' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
viaje"viaje en tren":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  tren
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'tren'
, el
treinreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: trein·reis
Dit woord is een samenstelling van 'trein' en 'reis'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de
viaje"viaje espacial":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  espacial
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'espacial'
, el
ruimtereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ruim·te·reis
Dit woord is een samenstelling van 'ruimte' en 'reis'
, de
viaje"viaje por mar":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  mar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'mar'
, el
zeereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: zee·reis
Dit woord is een samenstelling van 'zee' en 'reis'
, de  wn
viajéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajáis
jullie reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajamos
wij/we reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajemos!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
laten we reizengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: la·ten we rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajan
zij/ze reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajen!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viaje!
reist u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajeraadjetivo femenino singular de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajeras
Viajero
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep
viajerasadjetivo femenino plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajera
Viajero
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep
viajerosustantivo
Plural es: viajeros

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
, el  we  wn  M  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajante
reizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zi·ger
Meervoud is: reizigers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viajeroadjetivo masculino singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  we  wn  M  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajera
Viajeras
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep
viajerossustantivo plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
, los  we  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajantes
reizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reiziger
Lettergrepen: rei·zi·gers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reiziger').
, de  wn  w
viajerosadjetivo masculino plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  we  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajera
Viajeras
Viajero
reis-bijvoeglijk naamwoord
Één lettergreep
viajessustantivo plural de la palabra: Viaje

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
, los  we  wn  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Excursiones
1.tochtenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Tocht
Lettergrepen: toch·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
toerenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Toer
Lettergrepen: toe·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
tripsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Trip
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
2.reizenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reis
Lettergrepen: rei·zen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
3.vluchtenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Vlucht
Lettergrepen: vluch·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viajessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajas
jij/je reisttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaje
ik reiseerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Reizen').
  wn
viajótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  we  wn  spalabras relacionadas:
---------------------
Viajaba
Viajara
Viajase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viandantesustantivo
Plural es: viandantes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viandante'
, el-laCon este sustantivo se usa el artículo femenino cuando se aplica a una mujer y el artículo masculino en otros casos.  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Peatón
voetgangerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: voet·gan·ger
Dit woord is een samenstelling van 'voet' en 'ganger'
Meervoud is: voetgangers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viandantessustantivo plural de la palabra: Viandante

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viandante'
  w  spalabras relacionadas:
---------------------
Peatones
voetgangersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Voetganger
Lettergrepen: voet·gan·gers

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Voetganger').
, de  wn  w
víassustantivo plural de la palabra: Vía

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
, las  we  w
1.rijbanenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Rijbaan
Lettergrepen: rij·ba·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijbaan').
, de  wn  w
rijstrokenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Rijstrook
Lettergrepen: rij·stro·ken

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Rijstrook').
, de  wn  w
2.spoorwegbeddingenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoorwegbedding
, de
3.spoorwegenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoorweg
Lettergrepen: spoor·we·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Spoorweg').
, de  wn  w
sporenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoor
Lettergrepen: spo·ren

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
4.routenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Route
Lettergrepen: rou·ten

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Route').
, de  wn  w
routesMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Route
Lettergrepen: rou·tes

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Route').
, de  wn  w
wegenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Weg
Lettergrepen: we·gen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
, de  wn  w
viaticatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatique
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bedientderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalftderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatica!imperativo singular del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viaticad!
bedien!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
zalf!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticarais
Viaticaseis
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticamos
Viaticáramos
Viaticásemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaran
Viaticaron
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaras
Viaticases
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viaticad!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viatica!
bedien!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
zalf!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticadas
Viaticado
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticada
Viaticado
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticadoparticipio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticada
Viaticadas
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticada
Viaticadas
Viaticado
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatiquéis
jullie bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatiquen
zij/ze bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticandogerundio del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
bedienendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
zalvendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: zal·vend

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  wn
viaticarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  M  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
ViaticoViatiqué
ViaticasViaticaste
ViaticaViaticó
ViaticamosViaticamos
ViaticáisViaticasteis
ViaticanViaticaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
ViaticaréíaViaticaba
ViaticarásíasViaticabas
ViaticaráíaViaticaba
ViaticaremosíamosViaticábamos
ViaticaréisíaisViaticabais
ViaticaráníanViaticaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
ViatiqueViaticara
ViatiquesViaticaras
ViatiqueViaticara
ViatiquemosViaticáramos
ViatiquéisViaticarais
ViatiquenViaticaran
FuturoPréterito imperfecto se
ViaticareViaticase
ViaticaresViaticases
ViaticareViaticase
ViaticáremosViaticásemos
ViaticareisViaticaseis
ViaticarenViaticasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Viatica(tú)No viatiques
Viatique(usted)No viatique
Viatiquemos(nosotros)No viatiquemos
Viaticad(vosotros)No viatiquéis
Viatiquen(ustedes)No viatiquen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
ViaticadoViaticando
bedienenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: be·die·nen
Verbuiging:
bedienen - bediende - bediend


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  wn
zalvenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: zal·ven
Verbuiging:
zalven - zalfde - gezalfd


Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands.
  wn  w
viaticaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabais
Viaticaseis
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticamos
Viaticásemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaban
Viaticaron
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaren
zij/ze zullen bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zullen zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabas
Viaticases
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticares
jij/je zal bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zal zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticará
Viaticaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticará
Viaticaré
ik zal bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticará
Viaticaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticará
Viaticaré
ik zal zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticare
ik zal bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
ik zal zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaréis
jullie zullen bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zullen zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zul·len zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticareis
jullie zullen bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zullen zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zul·len zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticáremos
wij/we zullen bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zullen zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaremos
wij/we zullen bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zullen zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticarán
zij/ze zullen bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zullen zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticarás
jij/je zal bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zal zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríatercera persona singular condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
ik zou bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
ik zou zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
jullie zouden bedienentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zouden zalventweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zou·den zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
wij/we zouden bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zouden zalveneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríantercera persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
zij/ze zouden bedienenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zouden zalvenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríassegunda persona singular condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
jij/je zou bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zou zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaban
Viaticaran
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatiques
jij/je bedienttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabais
Viaticarais
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticábamos
Viaticamos
Viaticáramos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaban
Viaticaran
Viaticaron
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabas
Viaticaras
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabas
Viaticaras
Viaticases
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticabais
Viaticarais
Viaticaseis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatique
ik bedieneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
ik zalfeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viaticótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viáticosustantivo
Plural es: viáticos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viático'
, el  we
sacrament der stervendenzelfstandig naamwoordsvorm
Lettergrepen: sa·cra·ment der ster·ven·den
, het  w
teerspijzezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: teer·spij·ze
, de  w
viaticumzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vi·a·ti·cum
Meervoud is: viaticums
, het  w
viáticossustantivo plural de la palabra: Viático

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viático'
, los  we
viaticumsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Viaticum
, de  w
viatiquetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatica
Viatico
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bedientderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatica
Viatico
ik bedieneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatica
Viatico
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalftderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatica
Viatico
ik zalfeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Één lettergreep

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viatiquéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticaba
Viaticara
Viaticase
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
¡viatique!imperativo singular del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viatiquen!
bedient u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
zalft u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viatiquéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticáis
jullie bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
jullie zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viatiquemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticamos
wij/we bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatiquemos!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
laten we bedienengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: la·ten we be·die·nen

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
laten we zalvengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: la·ten we zal·ven

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viatiquentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viatican
zij/ze bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatiquen!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
¡Viatique!
bedient u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Bedienen').
  wn
zalft u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'

Klik voor toegang tot onlinewoordenboek Van Dale Hedendaags Nederlands (voor het woord 'Zalven').
  wn
viatiquessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  spalabras relacionadas:
---------------------
Viaticas
jij/je bedienttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T UV W X Y Z ß

2e _ a c e hi l o u xy

3e- b c d e g hjklm o p r s t u v z

4e _m a ab ac ad aj an as at

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
VI ..... VIATIQUESVolgende/ Siguiente -->

boven