Klein woordenboek Spaans-Nederlands en vv met 339183 woorden

Ga naar woordenboek Nederlands-Spaans; Ir a diccionario holandés-español.

Klik op de eerste letter van het gezochte Spaanse woord uit de rij aangeduid met 1e. Indien de rij met 2e, 3e, 4e etc. aanwezig is, kies dan ook de tweede, derde, vierde ... letter.
Elija el primer carácter de la palabra española buscada de la fila indicada con 1e. Cuando también hay una fila indicada con 2e, 3e, 4e, etc. elija el segundo, tercer, cuarto ... carácter.

Laatst gewijzigd:   29 Oct 2012  ; última actualización: 29 Oct 2012.

Benjamín Ferencz, que fue fiscal jefe de los juicios de Núremberg, ha expresado que Bush debería ser juzgado junto con Saddam Hussein, por empezar una guerra de agresión, crimen supremo según los principios de Nuremberg

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T UV W X Y Z ß

2e _ a c e hi l o u xy

3e- b c d e g hjklm o p r s t u v z

4e _m a ab ac ad aj an as at

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
VI ..... VIATIQUESVolgende/ Siguiente -->

Spaans/españolNederlands/holandés
viprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'ver'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ver'
  sVeía
Viera
Viese
1Visión.ik bekeekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'bekijken'
Lettergrepen: ik be·keek

ALLE betekenissen van het woord 'Bekijken':
(overgankelijk werkwoord; bekeek, heeft bekeken)
1 met aandacht kijken naar
2 overwegen.
  wn  we
2Visión.ik keekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'kijken'

ALLE betekenissen van het woord 'Kijken':
(onovergankelijk werkwoord; keek, heeft gekeken)
1 met aandacht, gericht zien
2 eruitzien.
(overgankelijk werkwoord; keek, heeft gekeken)
1 bekijken.
  wn
3Visión.ik zageerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'zien'

ALLE betekenissen van het woord 'Zien':
(werkwoord; zag, heeft gezien)
1 uitkijken op, uitzicht geven.
(werkwoord; zag, heeft gezien)
1 proberen te.
(onovergankelijk werkwoord; zag, heeft gezien)
1 het vermogen hebben met het oog waar te nemen, niet blind zijn
2 het genoemde voorkomen hebben, er op een bepaalde wijze uitzien.
(overgankelijk werkwoord; zag, heeft gezien)
1 (ook absoluut) met de ogen waarnemen
2 innerlijk waarnemen.
  wn
vi"vi mucha gente":
primera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'ver mucha gente'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ver'
  mucha
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'mucha'
  gente
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'gente'
  sVeía mucha gente
Viera mucha gente
Viese mucha gente
ik had veel aanloopeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'veel aanloop hebben'
ik kreeg veel bezoekeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (onregelmatig) (aantonende wijs) van het werkwoord 'veel bezoek krijgen'
víasustantivo
(Calzada construida para la circulación rodada.)
Plural es: vías

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
, la  w
1.rijbaanzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rij·baan
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'baan'
Meervoud is: rijbanen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 weggedeelte bestemd voor voertuigen
2 oefenbaan in een manege
3 verharde strook van een vliegveld waarover een vliegtuig zich naar de startbaan begeeft.
, de  wn  w
  _sustantivo
Plural es: vías
  w
rijstrookzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rij·strook
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'strook'
Meervoud is: rijstroken

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 met strepen gemarkeerde baan op een weg.
, de  w
2.spoorwegbeddingzelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'spoorweg' en 'bedding'
Meervoud is: spoorwegbeddingen
, de
3.spoorzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: spoortje [spoor·tje]], het
Meervoud is: sporen

ALLE betekenissen van dit woord:
(het; sporen)
1 indruk, afdruk die iemand of iets heeft achtergelaten
2 blijk van vroegere aanwezigheid van een persoon of zaak, blijk van een handeling die iets of iemand ondergaan heeft
3 deel van een magneetband waarop de informatie is vastgelegd
4 zeer kleine hoeveelheid van een bestanddeel
5 door herhaald verkeer gebaande weg
6 stel rails waarover treinen, trams, metro's rijden
7 spoorwegmaatschappij
8 afstand tussen twee op dezelfde as staande wielen.
(de; sporen)
1 metalen punt of getand raadje aan de hiel van de rijlaars
2 doornachtige uitwas aan de poten van mannelijke, hoenderachtige vogels
3 (biologie) uitsteeksel aan de voet van de bloemdelen, waarin honing wordt afgescheiden
4 (biologie) spore
5 (meestal verkleinvorm) kort bloemvormend takje aan een vruchtboom of heester.
  wn  w
spoorwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: spoor·weg
Dit woord is een samenstelling van 'spoor' en 'weg'
Meervoud is: spoorwegen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 spoorbaan.
, de  wn  w
spoorwegrailszelfstandig naamwoord
Dit woord is een samenstelling van 'spoorweg' en 'rails'
  w
4Camino
Ruta
.
routezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rou·te
Meervouden zijn: routen, routes

ALLE betekenissen van dit woord:
(de; routen, routes)
1 reis- of vaarweg die men aflegt of wil afleggen.
, de  wn  w
wegzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: wegje [weg·je]], het
Meervoud is: wegen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; wegen; weggetje, wegje)
1 smalle strook grond, gebruikt en geschikt gemaakt voor het verkeer
2 middel om iets te bereiken
3 route.
(de; weggen)
1 wegge.
(bijwoord)
1 naar een andere plaats, ver verwijderd
2 niet te vinden
3 ter uitdrukking van een voortgang.
(bijwoord)
1 (informeel) verrukt van, in vervoering over.
, de  wn  w
Vía"Vía Augusta":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  Augusta
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'augusta'
, la  w
Via Augustazelfstandig naamwoordsvorm
  w
vía"vía crucis":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  crucis
Haga clic para artículo en Wikipedia posiblemente relacionado sobre 'crucis'
, la  w  sAflicción
1Aflicción.beproevingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: be·proe·ving
Meervoud is: beproevingen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de v ; beproevingen; beproevinkje)
1 bezoeking, ongeluk, ramp.
, de  wn  w
2.kruiswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kruis·weg
Dit woord is een samenstelling van 'kruis' en 'weg'
Meervoud is: kruiswegen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 (Bijbel) de lijdensweg van Christus van Pilatus naar Golgotha
2 (rooms-katholiek) de reeks van veertien afbeeldingen waardoor die gang wordt voorgesteld
3 lijdensweg, beproeving
4 snijpunt van twee wegen.
, de  wn  w
vía"vía de acceso":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  acceso
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'acceso'
  sCamino de acceso
toegangswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: toe·gangs·weg

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 weg die toegang geeft tot een gebied, plaats, huis e.d.
, de
vía"vía de administración":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  administración
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'administración'
, la  w
toedieningswegzelfstandig naamwoord
, de  w
vía"vía de escape":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  escape
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'escape'
, la
vluchtwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vlucht·weg
Dit woord is een samenstelling van 'vlucht' en 'weg'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 vluchtroute.
, de
Vía"Vía láctea":
Nombre (o por antonomasia)

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  láctea
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'láctea'
  w  sGalaxia
Melkwegeigennaam (of antonomasie)
Lettergrepen: Melk·weg
Melkweg (sterrenstelsel), het sterrenstelsel waarin wij ons bevinden en dat op donkere nachten als lichtende band aan de hemel te zien is.
  w
vía"vía principal":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
  principal
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'principal'
, la  sCarretera principal
hoofdwegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: hoofd·weg
Dit woord is een samenstelling van 'hoofd' en 'weg'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 hoofdverkeersweg.
, de  w
viabilidadsustantivo
Plural es: viabilidades

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viabilidad'
, la
levensvatbaarheidzelfstandig naamwoord
()(Cualidad de viable))
Lettergrepen: le·vens·vat·baar·heid
Meervoud is: levensvatbaarheden
, de
viabilidadessustantivo plural de la palabra: Viabilidad

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viabilidad'
levensvatbaarhedenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Levensvatbaarheid
Lettergrepen: le·vens·vat·baar·he·den
, de
viableadjetivo singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viable'
  M  sViables
levenskrachtigbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·krach·tig

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; levenskrachtiger, levenskrachtigst)
1 levenskracht hebbend.
levenskrachtigeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levenskrachtig

ALLE betekenissen van het woord 'Levenskrachtig':
(bijvoeglijk naamwoord; levenskrachtiger, levenskrachtigst)
1 levenskracht hebbend.
levensvatbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·vat·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; levensvatbaarder, levensvatbaarst; levensvatbaarheid)
1 geschikt om te kunnen gaan leven
2 (van voorstellen e.d.) geschikt om succes te hebben.
levensvatbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levensvatbaar
Lettergrepen: le·vens·vat·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Levensvatbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; levensvatbaarder, levensvatbaarst; levensvatbaarheid)
1 geschikt om te kunnen gaan leven
2 (van voorstellen e.d.) geschikt om succes te hebben.
viablesadjetivo plural de la palabra: Viable

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viable'
  sViable
levenskrachtigbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·krach·tig

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; levenskrachtiger, levenskrachtigst)
1 levenskracht hebbend.
levenskrachtigeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levenskrachtig

ALLE betekenissen van het woord 'Levenskrachtig':
(bijvoeglijk naamwoord; levenskrachtiger, levenskrachtigst)
1 levenskracht hebbend.
levensvatbaarbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: le·vens·vat·baar

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; levensvatbaarder, levensvatbaarst; levensvatbaarheid)
1 geschikt om te kunnen gaan leven
2 (van voorstellen e.d.) geschikt om succes te hebben.
levensvatbareVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Levensvatbaar
Lettergrepen: le·vens·vat·ba·re

ALLE betekenissen van het woord 'Levensvatbaar':
(bijvoeglijk naamwoord; levensvatbaarder, levensvatbaarst; levensvatbaarheid)
1 geschikt om te kunnen gaan leven
2 (van voorstellen e.d.) geschikt om succes te hebben.
Viacheslav Mólotov"Viacheslav Mólotov":
Nombre (o por antonomasia)

Haga clic para artículo en Wikipedia posiblemente relacionado sobre 'Mólotov'
  w
Vjatsjeslav Molotoveigennaam (of antonomasie)
  w
viacrucissustantivo
  w  sCalvario
Vía crucis
1.kruiswegzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: kruis·weg
Dit woord is een samenstelling van 'kruis' en 'weg'
Meervoud is: kruiswegen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 (Bijbel) de lijdensweg van Christus van Pilatus naar Golgotha
2 (rooms-katholiek) de reeks van veertien afbeeldingen waardoor die gang wordt voorgesteld
3 lijdensweg, beproeving
4 snijpunt van twee wegen.
, de  wn  w
2.beproevingzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: be·proe·ving

ALLE betekenissen van dit woord:
(de v ; beproevingen; beproevinkje)
1 bezoeking, ongeluk, ramp.
, de  wn  w
viaductosustantivo
Plural es: viaductos
(sustantivo). Puente para carretera o ferrocarril que salva una hondonada.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaducto'
, el  w
viaductzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vi·a·duct
Meervoud is: viaducten

ALLE betekenissen van dit woord:
(het, de m ; viaducten)
1 brug in een verkeersweg die over een andere weg, een dal enz. gelegd is.
, de/hetBij dit zelfstandig naamwoord kan men als lidwoord naar believen 'de' of 'het' gebruiken.  wn  w
viaductossustantivo plural de la palabra: Viaducto
(sustantivo). Puente para carretera o ferrocarril que salva una hondonada.

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaducto'
, los  w
viaductenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Viaduct
Lettergrepen: vi·a·duc·ten

ALLE betekenissen van het woord 'Viaduct':
(het, de m ; viaducten)
1 brug in een verkeersweg die over een andere weg, een dal enz. gelegd is.
, de  w
viajatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViaje
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reistderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viaja!imperativo singular del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  s¡Viajad!
reis!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajara
Viajase
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'
  sViajara
Viajase
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajarais
Viajaseis
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajamos
Viajáramos
Viajásemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaran
Viajaron
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaras
Viajases
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajad!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  s¡Viaja!
reis!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajada adjetivo femenino singular de la palabra: Viajado
  w  sViajadas
Viajado
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bereisd':
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
viajadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajadas
Viajado
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajadas adjetivo femenino plural de la palabra: Viajado
  w  sViajada
Viajado
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bereisd':
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
viajadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajada
Viajado
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajado adjetivo masculino singular
  w  sViajada
Viajadas
Viajados
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bereisd':
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
viajadoparticipio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajada
Viajadas
Viajados
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajados adjetivo masculino plural de la palabra: Viajado
  w  sViajada
Viajadas
Viajado
bereisdbijvoeglijk naamwoord
Lettergrepen: be·reisd

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
bereisdeVerbuiging van het bijvoeglijk naamwoord: Bereisd
Lettergrepen: be·reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bereisd':
(bijvoeglijk naamwoord; bereisder, meest bereisd; bereisdheid)
1 veel gereisd hebbend.
viajadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajada
Viajadas
Viajado
gereisdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ge·reisd

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajéis
jullie reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajábamos
Viajáramos
Viajásemos
Viajemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'
  sViajábamos
Viajáramos
Viajásemos
Viajemos
wij/we reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajen
zij/ze reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajandogerundio del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
reizendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: rei·zend

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajantesustantivo
Plural es: viajantes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajante'
, el-laCon este sustantivo se usa el artículo femenino cuando se aplica a una mujer y el artículo masculino en otros casos.
1.handelsreizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: han·dels·rei·zi·ger
Dit woord is een samenstelling van 'handels' en 'reiziger'
Meervoud is: handelsreizigers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 vertegenwoordiger van een firma die de afnemers bezoekt.
, de
2Viajero.reizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zi·ger
Meervoud is: reizigers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; reizigers)
1 iemand die reist.
, de  wn  w
viajantessustantivo plural de la palabra: Viajante

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajante'
1.handelsreizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Handelsreiziger
Lettergrepen: han·dels·rei·zi·gers
Dit woord is een samenstelling van 'handels' en 'reizigers'

ALLE betekenissen van het woord 'Handelsreiziger':
(de m )
1 vertegenwoordiger van een firma die de afnemers bezoekt.
, de
2.reizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reiziger
Lettergrepen: rei·zi·gers

ALLE betekenissen van het woord 'Reiziger':
(de m ; reizigers)
1 iemand die reist.
, de  w
viajarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  w  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
ViajoViajé
ViajasViajaste
ViajaViajó
ViajamosViajamos
ViajáisViajasteis
ViajanViajaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
ViajaréíaViajaba
ViajarásíasViajabas
ViajaráíaViajaba
ViajaremosíamosViajábamos
ViajaréisíaisViajabais
ViajaráníanViajaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
ViajeViajara
ViajesViajaras
ViajeViajara
ViajemosViajáramos
ViajéisViajarais
ViajenViajaran
FuturoPréterito imperfecto se
ViajareViajase
ViajaresViajases
ViajareViajase
ViajáremosViajásemos
ViajareisViajaseis
ViajarenViajasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Viaja(tú)No viajes
Viaje(usted)No viaje
Viajemos(nosotros)No viajemos
Viajad(vosotros)No viajéis
Viajen(ustedes)No viajen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
ViajadoViajando
reizenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: rei·zen
Verbuiging:
reizen - reisde - gereisd


ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn  w
viajaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaba
Viajase
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'
  sViajaba
Viajase
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabais
Viajaseis
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajábamos
Viajamos
Viajásemos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaban
Viajaron
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaren
zij/ze zullen reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabas
Viajases
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajares
jij/je zal reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajará
Viajaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'
  sViajará
Viajaré
ik zal reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajare
ik zal reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaréis
jullie zullen reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajareis
jullie zullen reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajáremos
wij/we zullen reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaremos
wij/we zullen reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajarán
zij/ze zullen reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajarás
jij/je zal reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríatercera persona singular condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou reizenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viajar'
ik zou reizeneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
jullie zouden reizentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
wij/we zouden reizeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríantercera persona plural condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
zij/ze zouden reizenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajaríassegunda persona singular condicional del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
jij/je zou reizentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaban
Viajaran
Viajasen
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajes
jij/je reisttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaba
Viajara
Viajé
Viajó
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'
  sViajaba
Viajara
Viajé
Viajó
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabais
Viajarais
Viajasteis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajábamos
Viajamos
Viajáramos
wij/we reisdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaban
Viajaran
Viajaron
zij/ze reisdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabas
Viajaras
Viajaste
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabas
Viajaras
Viajases
jij/je reisdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajabais
Viajarais
Viajaseis
jullie reisdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajesustantivo
Plural es: viajes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
, el  w  sExcursión
1Excursión.tochtzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: tochten

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; tochten)
1 ongewenste luchtstroom in een ruimte
2 het trekken naar een reisdoel
3 tochtsloot.
, de  wn  w
toerzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Verkleinwoord is: toertje [toer·tje]], het
Meervoud is: toeren

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; toeren)
1 rit, reis
2 (vaak verkleinvorm) (in België; informeel) wandeling
3 draai, omwenteling
4 rij steken naast elkaar
5 daad die behendigheid vereist
6 moeilijk, zwaar werk
7 (techniek) winding waarmee een snoer of kabel om iets heengeslagen wordt
8 (in België; informeel) beurt.
, de  wn  w
tripzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: trips

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; trips)
1 uitstapje, reis
2 tijd gedurende welke men onder invloed is van hallucinogene middelen.
(tussenwerpsel)
1 klanknabootsend woord van een lichte stap of een soortgelijk geluid.
, de  wn  w
2.reiszelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: reizen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de; reizen)
1 het gaan van de ene plaats naar de andere.
, de  wn  w
3.vluchtzelfstandig naamwoord
Één lettergreep
Meervoud is: vluchten

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 het vluchten, het zich onttrekken aan iets onaangenaams
2 (vluchten) tocht door de lucht
3 groep samenvliegende vogels
4 (vluchten) spanwijdte.
, de  wn  w
  _sustantivo
(Acción y efecto de viajar)
Esta palabra no tiene plural
  w
4.reizenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zen
Dit woord heeft geen meervoud

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
, het  wn  w
viajetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViaja
Viajo
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reistderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'
  sViaja
Viajo
ik reiseerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaba
Viajara
Viajase
ik reisdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: ik reis·de

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
¡viaje!imperativo singular del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  s¡Viajen!
reist u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viaje"viaje a través del tiempo":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  a
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'a'
  través
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'través'
  del
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'del'
  tiempo
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'tiempo'
, el  w
tijdreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: tijd·reis
Dit woord is een samenstelling van 'tijd' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis met een tijdmachine naar het verleden of de toekomst
2 (figuurlijk) het in het heden geestelijk ervaren van het verleden door het horen, zien e.d. van relicten uit voorbije tijdvakken.
, de
viaje"viaje chárter":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  chárter
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'chárter'
, el
charterreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: char·ter·reis
Dit woord is een samenstelling van 'charter' en 'reis'
, de
viaje"viaje compartido en automóvil":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  compartido
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'compartido'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  automóvil
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'automóvil'
, el  w
carpoolenzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: car·poo·len

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; carpoolde, heeft/is gecarpoold; carpooling)
1 gezamenlijk gebruikmaken van een auto voor het woon-werkverkeer.
, het  wn  w
viaje"viaje de estudios":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  estudios
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'estudio'
  w
studiereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: stu·die·reis
Dit woord is een samenstelling van 'studie' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis ondernomen om elders studie van een vak of van een bepaald onderwerp te maken.
, de
viaje"viaje de ida":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  ida
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'ida'
, el  w  sIda
heenreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: heen·reis
Dit woord is een samenstelling van 'heen' en 'reis'
Meervoud is: heenreizen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 de weg ergens naartoe.
, de
viaje"viaje de negocios":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  negocios
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'negocio'
, el
zakenreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: za·ken·reis
Dit woord is een samenstelling van 'zaken' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis die om zakelijke redenen wordt ondernomen.
, de  wn
viaje"viaje de placer":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  placer
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'placer'
, el
plezierreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ple·zier·reis
Dit woord is een samenstelling van 'plezier' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 pleziertocht.
, de
viaje"viaje de regreso":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  regreso
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'regreso'
, el  w  sViaje de vuelta
Vuelta
terugreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: te·rug·reis
Dit woord is een samenstelling van 'terug' en 'reis'
Meervoud is: terugreizen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis naar de plaats vanwaar men gekomen is.
, de
viaje"viaje de vuelta":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  de
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'de'
  vuelta
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vuelta'
, el  w  sViaje de regreso
Vuelta
terugreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: te·rug·reis
Dit woord is een samenstelling van 'terug' en 'reis'
Meervoud is: terugreizen

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis naar de plaats vanwaar men gekomen is.
, de
viaje"viaje en barco":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  barco
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'barco'
, el
bootreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: boot·reis
Dit woord is een samenstelling van 'boot' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 grote boottocht.
, de
viaje"viaje en tren":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  en
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'en'
  tren
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'tren'
, el
treinreiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: trein·reis
Dit woord is een samenstelling van 'trein' en 'reis'

ALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 reis per trein.
, de
viaje"viaje espacial":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  espacial
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'espacial'
, el
ruimtereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: ruim·te·reis
Dit woord is een samenstelling van 'ruimte' en 'reis'
, de
viaje"viaje por mar":
locución sustantiva

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
  por
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'por'
  mar
Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'mar'
, el
zeereiszelfstandig naamwoord
Lettergrepen: zee·reis
Dit woord is een samenstelling van 'zee' en 'reis'
, de  wn
viajéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajáis
jullie reizentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: jul·lie rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajamos
wij/we reizeneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajemos!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
laten we reizengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'
Lettergrepen: la·ten we rei·zen

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajan
zij/ze reizenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
¡viajen!imperativo plural del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  s¡Viaje!
reist u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'reizen'

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajeraadjetivo femenino singular de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  sViajeras
Viajero
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
viajerasadjetivo femenino plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  sViajera
Viajero
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
viajerosustantivo
Plural es: viajeros

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
, el  M  sViajante
reizigerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: rei·zi·ger
Meervoud is: reizigers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; reizigers)
1 iemand die reist.
, de  wn  w
viajeroadjetivo masculino singular

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  M  sViajera
Viajeras
Viajeros
reis-bijvoeglijk naamwoord
viajerossustantivo plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
, los  sViajantes
reizigersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reiziger
Lettergrepen: rei·zi·gers

ALLE betekenissen van het woord 'Reiziger':
(de m ; reizigers)
1 iemand die reist.
, de  w
viajerosadjetivo masculino plural de la palabra: Viajero

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajero'
  sViajera
Viajeras
Viajero
reis-bijvoeglijk naamwoord
viajessustantivo plural de la palabra: Viaje

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaje'
, los  w  sExcursiones
1.tochtenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Tocht
Lettergrepen: toch·ten

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 tocht doorlaten.
(onpersoonlijk werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 trekken, circuleren van een koude luchtstroom.
, de  wn  w
toerenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Toer
Lettergrepen: toe·ren

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; toerde, heeft/is getoerd)
1 reizen voor het plezier, een ritje maken
2 een rondreis, tournee maken.
, de  wn  w
tripsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Trip
Één lettergreep

ALLE betekenissen van dit woord:
(de; tripsen)
1 donderbeestje.
, de  w
2.reizenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Reis
Lettergrepen: rei·zen

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
, de  wn  w
3.vluchtenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Vlucht
Lettergrepen: vluch·ten

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; vluchtte, is gevlucht)
1 weggaan om zich te onttrekken aan een dreigend gevaar, vervolging of verplichtingen
2 zich onttrekken aan hinderlijke of nadelige omstandigheden.
, de  wn  w
viajessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajas
jij/je reisttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viajoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViaje
ik reiseerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Reizen':
(onovergankelijk werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.
  wn
viajótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viajar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viajar'
  sViajaba
Viajara
Viajase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze reisdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'reizen'
viandantesustantivo
Plural es: viandantes

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viandante'
, el-laCon este sustantivo se usa el artículo femenino cuando se aplica a una mujer y el artículo masculino en otros casos.  w  sPeatón
voetgangerzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: voet·gan·ger
Meervoud is: voetgangers

ALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; voetgangers)
1 weggebruiker te voet.
, de  wn  w
viandantessustantivo plural de la palabra: Viandante

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viandante'
  w  sPeatones
voetgangersMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Voetganger
Lettergrepen: voet·gan·gers

ALLE betekenissen van het woord 'Voetganger':
(de m ; voetgangers)
1 weggebruiker te voet.
, de  w
víassustantivo plural de la palabra: Vía

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'vía'
, las  w
1.rijbanenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Rijbaan
Lettergrepen: rij·ba·nen
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'banen'

ALLE betekenissen van het woord 'Rijbaan':
(de)
1 weggedeelte bestemd voor voertuigen
2 oefenbaan in een manege
3 verharde strook van een vliegveld waarover een vliegtuig zich naar de startbaan begeeft.
, de  w
rijstrokenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Rijstrook
Lettergrepen: rij·stro·ken
Dit woord is een samenstelling van 'rij' en 'stroken'

ALLE betekenissen van het woord 'Rijstrook':
(de)
1 met strepen gemarkeerde baan op een weg.
, de  w
2.spoorwegbeddingenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoorwegbedding
, de
3.spoorwegenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoorweg
Lettergrepen: spoor·we·gen
Dit woord is een samenstelling van 'spoor' en 'wegen'

ALLE betekenissen van het woord 'Spoorweg':
(de m )
1 spoorbaan.
, de  w
sporenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Spoor
Lettergrepen: spo·ren

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord)
1 (spoorde, heeft gespoord) overeenkomen
2 (spoorde, heeft/is gespoord) per spoor reizen.
(overgankelijk werkwoord; spoorde, heeft gespoord)
1 (een paard) de sporen geven.
, de  wn  w
4.routenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Route
Lettergrepen: rou·ten

ALLE betekenissen van het woord 'Route':
(de; routen, routes)
1 reis- of vaarweg die men aflegt of wil afleggen.
, de  w
routesMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Route
Lettergrepen: rou·tes

ALLE betekenissen van het woord 'Route':
(de; routen, routes)
1 reis- of vaarweg die men aflegt of wil afleggen.
, de  w
wegenMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Weg
Lettergrepen: we·gen

ALLE betekenissen van dit woord:
(onovergankelijk werkwoord; woog, heeft gewogen; weger, weging)
1 het genoemde gewicht hebben, zwaar zijn.
(overgankelijk werkwoord; woog, heeft gewogen)
1 de zwaarte, het gewicht, resp. de massa onderzoeken, bepalen van
2 de draagwijdte, betekenis nagaan van.
, de  wn  w
viaticatercera persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatique
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bedientderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalftderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatica!imperativo singular del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  s¡Viaticad!
bedien!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalf!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticabatercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticara
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticabaissegunda persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticarais
Viaticaseis
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticábamosprimera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticamos
Viaticáramos
Viaticásemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticabantercera persona plural preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaran
Viaticaron
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticabassegunda persona singular preterito imperfecto de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaras
Viaticases
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viaticad!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  s¡Viatica!
bedien!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalf!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticadaforma conjugada (femenino singular) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticadas
Viaticado
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticadasforma conjugada (femenino plural) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticada
Viaticado
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticadoparticipio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticada
Viaticadas
Viaticados
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticadosforma conjugada (masculino plural) del participio pasado del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticada
Viaticadas
Viaticado
bediendregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: be·diend

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
gezalfdregelmatig voltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ge·zalfd

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticáissegunda persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatiquéis
jullie bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticamosprimera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticáramos
Viaticásemos
Viatiquemos
wij/we zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticantercera persona plural presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatiquen
zij/ze bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticandogerundio del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
bedienendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalvendonvoltooid deelwoord van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: zal·vend

ALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 temerig.
  wn
viaticarinfinitivo de un verbo

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  M  ci
conjugaciones del INDICATIVO
PresentePréterito indefinido
ViaticoViatiqué
ViaticasViaticaste
ViaticaViaticó
ViaticamosViaticamos
ViaticáisViaticasteis
ViaticanViaticaron
Futuro/CondicionalPréterito imperfecto 
ViaticaréíaViaticaba
ViaticarásíasViaticabas
ViaticaráíaViaticaba
ViaticaremosíamosViaticábamos
ViaticaréisíaisViaticabais
ViaticaráníanViaticaban
  cs
conjugaciones del SUBJUNTIVO
PresentePréterito imperfect ra
ViatiqueViaticara
ViatiquesViaticaras
ViatiqueViaticara
ViatiquemosViaticáramos
ViatiquéisViaticarais
ViatiquenViaticaran
FuturoPréterito imperfecto se
ViaticareViaticase
ViaticaresViaticases
ViaticareViaticase
ViaticáremosViaticásemos
ViaticareisViaticaseis
ViaticarenViaticasen
  cp
conjugaciones del IMPERATIVO
afirmativonegativo
Viatica(tú)No viatiques
Viatique(usted)No viatique
Viatiquemos(nosotros)No viatiquemos
Viaticad(vosotros)No viatiquéis
Viatiquen(ustedes)No viatiquen
Formas impersonales
participio pasado    Gerundio
ViaticadoViaticando
bedienenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: be·die·nen
Verbuiging:
bedienen - bediende - bediend


ALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalvenwerkwoord (infinitief)
Lettergrepen: zal·ven
Verbuiging:
zalven - zalfde - gezalfd


ALLE betekenissen van dit woord:
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn  w
viaticaratercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticase
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticarátercera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticare
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaraissegunda persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabais
Viaticaseis
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticáramosprimera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticamos
Viaticásemos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarantercera persona plural preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaban
Viaticaron
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarántercera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaren
zij/ze zullen bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zullen zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarassegunda persona singular preterito de subjuntivo (ra) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabas
Viaticases
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarássegunda persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticares
jij/je zal bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zal zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaretercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticará
Viaticaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViaticará
Viaticaré
ik zal bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViaticará
Viaticaré
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zal zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViaticará
Viaticaré
ik zal zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaréprimera persona singular futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticare
ik zal bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
ik zal zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticareissegunda persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaréis
jullie zullen bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zullen zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zul·len zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaréissegunda persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticareis
jullie zullen bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zul·len be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zullen zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zul·len zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaremosprimera persona plural futuro de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticáremos
wij/we zullen bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zullen zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticáremosprimera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaremos
wij/we zullen bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zullen zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarentercera persona plural futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticarán
zij/ze zullen bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zullen zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaressegunda persona singular futuro de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticarás
jij/je zal bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zal zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríatercera persona singular condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou bedienenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
ik zou bedieneneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zou zalvenderde persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular condicional del verbo 'viaticar'
ik zou zalveneerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaríaissegunda persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
jullie zouden bedienentweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie zou·den be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zouden zalventweede persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zou·den zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaríamosprimera persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
wij/we zouden bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zouden zalveneerste persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríantercera persona plural condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
zij/ze zouden bedienenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zouden zalvenderde persoon meervoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticaríassegunda persona singular condicional del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
jij/je zou bedienentweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zou zalventweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden toekomende tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticarontercera persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaban
Viaticaran
Viaticasen
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticassegunda persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatiques
jij/je bedienttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasetercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticó
Viatiqué
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticaseissegunda persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabais
Viaticarais
Viaticasteis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticásemosprimera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticábamos
Viaticamos
Viaticáramos
wij/we bediendeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalfdeneerste persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasentercera persona plural preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaban
Viaticaran
Viaticaron
zij/ze bediendenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalfdenderde persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasessegunda persona singular preterito de subjuntivo (se) del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabas
Viaticaras
Viaticaste
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticastesegunda persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabas
Viaticaras
Viaticases
jij/je bediendetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfdetweede persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viaticasteissegunda persona plural preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticabais
Viaticarais
Viaticaseis
jullie bediendentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·dien·den

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalfdentweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticoprimera persona singular presente de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatique
ik bedieneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
ik zalfeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viaticótercera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticase
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bediendederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalfdederde persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
viáticosustantivo
Plural es: viáticos

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viático'
, el
sacrament der stervendenzelfstandig naamwoordsvorm
, het  w
teerspijzezelfstandig naamwoord
Lettergrepen: teer·spij·ze
, de  w
viaticumzelfstandig naamwoord
Lettergrepen: vi·a·ti·cum
Meervoud is: viaticums
, het  w
viáticossustantivo plural de la palabra: Viático

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viático'
, los
viaticumsMeervoud van het zelfstandig naamwoord: Viaticum
, de  w
viatiquetercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatica
Viatico
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze bedientderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViatica
Viatico
ik bedieneerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
  _tercera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViatica
Viatico
hij/u/men/het/er/ge/gij/'t/zij/ze zalftderde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
  _primera persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'
  sViatica
Viatico
ik zalfeerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Één lettergreep

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viatiquéprimera persona singular preterito indefinido de indicativo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticaba
Viaticara
Viaticase
ik bediendeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: ik be·dien·de

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
ik zalfdeeerste persoon enkelvoud onvoltooid verleden tijd (aantonende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: ik zalf·de

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
¡viatique!imperativo singular del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  s¡Viatiquen!
bedient u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalft u!gebiedende wijs enkelvoud van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viatiquéissegunda persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticáis
jullie bedienentweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: jul·lie be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
jullie zalventweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: jul·lie zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viatiquemosprimera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticamos
wij/we bedieneneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
wij/we zalveneerste persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatiquemos!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
laten we bedienengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'
Lettergrepen: la·ten we be·die·nen

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
laten we zalvengebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'
Lettergrepen: la·ten we zal·ven

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viatiquentercera persona plural presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViatican
zij/ze bedienenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
zij/ze zalvenderde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'
¡viatiquen!imperativo plural del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  s¡Viatique!
bedient u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'bedienen'

ALLE betekenissen van het woord 'Bedienen':
(werkwoord; bediende, heeft bediend)
1 gebruiken, gebruikmaken van.
(overgankelijk werkwoord; bediende, heeft bediend; bediening)
1 (iemand) dienen, helpen
2 bestellingen opnemen en opdienen in een restaurant, café enz.
3 (een toestel) doen functioneren
4 (rooms-katholiek) de laatste sacramenten toedienen aan (iemand).
(wederkerend werkwoord; bediende zich, heeft zich bediend)
1 van de aanwezige spijzen een deel gebruiken.
  wn
zalft u!gebiedende wijs meervoud van het werkwoord 'zalven'

ALLE betekenissen van het woord 'Zalven':
(overgankelijk werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met zalfolie overgieten als wijding.
  wn
viatiquessegunda persona singular presente de subjuntivo del verbo 'viaticar'

Haga clic para acceso al Dicconario de la Lengua Española de la REAL ACADEMIA ESPAÑOLA para la palabra 'viaticar'
  sViaticas
jij/je bedienttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'bedienen'
jij/je zalfttweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (aanvoegende wijs) van het werkwoord 'zalven'

1e 0‑9 A B C D E F G H I J K L M N Ñ O P Q R S T UV W X Y Z ß

2e _ a c e hi l o u xy

3e- b c d e g hjklm o p r s t u v z

4e _m a ab ac ad aj an as at

<-- Vorige/ Anteriorpalabras de
woorden van
VI ..... VIATIQUESVolgende/ Siguiente -->



boven