(Acanthus mollis)
Deze plant komt oorspronkelijk uit streken rond de Middellandse Zee. Veelal wordt hij in onze streken als sierplant gekweekt. Dat dan vooral vanwege de sierlijkheid van wit met purperpaarse bloemen, die in grote aren op de plant verschijnen. De bladeren zijn donkergroen en enigszins behaard. De bloemaren voelen erg stekelig aan. In de oudheid werd de plant tegen diverse ziektes en kwalen gebruikt. Hij werd toegepast vanwege het urinedrijvende vermogen. Ook voor darmstoornissen en zelfs longtuberculose werden hem helende krachten toegedicht.
In de middeleeuwen is de waarde ervan niet meer zo duidelijk erkend en loopt de belangstelling terug. Tegenwoordig is een uitwendige toepassing als badkruid en bij kompressen weer in zwang. Ook gorgeldranken hebben delen van de Acanthusplant als basis.
Eigenschappen: eetlust opwekkend, galsecretie bevorderend, verwekend, wondhelend, huidverzorgend.