(Garcinia mangostana)
De mangistan wordt wel 'de koningin onder de vruchten' genoemd omdat de vruchten een kroontje dragen, paars van kleur zijn en volgens velen de lekkerste vruchten ter wereld zijn. Een mangistan heeft een dikke, harde, paarsachtige schil. Daaronder bevindt zich de vrucht die er een beetje uitziet als een witte mandarijn en bestaat uit vier tot acht deeltjes. De vrucht is ook even groot als een mandarijn en kan eveneens pitjes bevatten. De mangistanboom (Garcinia mangostana) draagt pas na een jaar of tien vruchten en kan tot 25 meter hoog worden. De bladeren blijven het hele jaar door groen. De bloemen aan de boom zijn geelgroen of roodachtig van kleur en ongeveer vijf centimeter groot. Afkomstig uit Zuidoost-Azië, tropische delen van Amerika en Afrika. We weten niet met zekerheid waar de vrucht van oorsprong vandaan komt, maar waarschijnlijk is het Maleisië, de Molukken of Birma. Per 100 gram bevat de mangistan ongeveer 10 mg calcium, 0,5 mg ijzer, 1 mg natrium en 4 mg vitamine C. De smaak is een beetje een mengeling van citroenen en perziken en kan het best omschreven worden als zoet en fris met een zurig tintje. De handigste manier om de schil te verwijderen is door deze rondom open te snijden met een mes. Verwijder vervolgens het topje van de vrucht. Daarna kan je de vrucht er zo uitduwen. Je kan ook je duimen gebruiken om de schil te laten barsten. De schil van de mangistan moet nog zacht en elastisch zijn. Is de schil hard, dan is de vrucht waarschijnlijk bedorven en niet meer eetbaar. Je kan de rijpe vruchten ongeveer twee dagen op kamertemperatuur bewaren en in de koelkast rond de twee weken. Ze rijpen niet na, zodat je ze moet kopen op het moment dat ze al rijp zijn. Leg ze, voordat je ze eet, even in de koelkast. Dan smaken ze nog beter. De vrucht wordt eigenlijk altijd rauw gegeten, uit de hand of in fruitsalades.