Zuurbes
(Berberis thunbergii, Berberis vulgaris)

Als drager van schimmelsporen die de beruchte graanroest verbreiden, is deze fraaie struik reeds uit veel gebieden in Europa verbannen. In ons land is hij algemeen nog te vinden in duinen en in bossen. Ook wordt hij gekweekt. Dank zij zijn robuuste levenskracht, kan hij ook op rotswanden en alpenweiden tot 2000 meter in leven blijven. Hij houdt vooral van zon, die zijn talrijke bessen doet rijpen. Een sterk vertakte heester - 1,4 m hoog - met boogvormig overhangende of rechtopstaande takken, grijsachtig van kleur. Langzamerhand gaan ze verhouten en vormen geel gekleurd hout. Ze dragen in het voorjaar felgroene, kleine, eivormige bladeren die tegen de herfst in vele kleuren van geel tot bloedrood en donkerbruin oplichten. Wees voorzichtig met de kleine, puntige doorns, eigenlijk veranderde bladeren. Ze kunnen gemeen prikken. Kleine, gele bloemtrosjes hangen in het voorjaar (juni-juli) aan de takken en maken van de heester een miniatuurgoudenregen. In de herfst worden de koraalrode, langwerpige bessen rijp. Bladeren en vruchten bevatten plantenzuren en vitamine C. De naam zuurbes is dan ook gerechtvaardigd. . Jonge bladeren en jonge takjes zijn door hun zure smaak voortreffelijk geschikt voor salades. Het zure sap van de bessen en het hoge gehalte aan vitamine C kan citroensap vervangen. Bij braden over het vlees strooien of met suiker een gelei maken als toegift bij vleesschotels. De pitten van de bessen zijn bitter. In de late herfst, na 1-2 maal nachtvorst, smaken geoogste bessen minder zuur.