Brander

Voor Crème brulée Het fornuis zoals wij dat kennen werd in de zeventiende eeuw natuurlijk nog niet gebruikt. Er was geen gas of Elektriciteit. In de Middeleeuwen werd er in grote haarden of op stookplaatsen gekookt. De warmte werd geregeld door pannen, roosters en draaispitten dichterbij of verder van het vuur te plaatsen. Maar aan het eind van de Middeleeuwen krijg je naast de grote open haarden en de kleine komfoors verhoogde haardblokken (variërend van knie- tot tafelhoogte) waarop verschillende vuurbronnen konden worden aangelegd, van vlammend tot zacht gloeiend. Bovendien was er plaats om vaatwerk neer te zetten (zie afbeelding helemaal links). In de zeventiende eeuw kwam het gemetselde fornuis in de mode, speciaal bestemd om te sudderen of stoven. Het kon één of meer vuurplaatsen hebben. In De verstandige kock (1667) wordt beschreven hoe je zo'n fornuis bouwt. In het gemetselde blok zijn één of meer konische holten, waarin gestookt wordt. Onderin de stookgaten zijn ijzeren roosters aangebracht waarop het vuur wordt gestookt, bovenop zijn ijzeren knoppen waarop de pannen rusten. Aan de zijkant van het fornuis waren openingen voor de luchttoevoer en om de as te verwijderen. (zie afbeelding hiernaast). In de negentiende eeuw kwamen de gietijzeren fornuizen.