Durian
(Durio zibethinus)

De tropische plantenfamilie van de Bombacaceae of wolboomachtigen, waartoe ook de apenbroodboom of boabab en de kapokboom behoren, levert slechts één fruitsoort van meer dan lokale betekenis. Het is de doerian, een zeer grote, stekelige vrucht die in Zuidoost-aziatische landen bijzonder wordt gewaardeerd maar elders in de wereld slechts mondjesmaat wordt gegeten. Belangrijkste oorzaak daarvan: de weerzinwekkende lucht die vooral de rijpe doerian verspreidt. De doerian is inheems in Maleisië en wellicht ook op Borneo maar wordt tegenwoordig in verscheidene Zuidoost-aziatische landen op commerciële basis geteeld. Er zijn ongeveer tien variëteiten, met in begrip van een paar die in het Maleisische oerwoud in het wild groeien. De vruchten ontwikkelen zich aan bomen die 20 tot 40 m hoog kunnen worden. De donkergroene, glanzende bladeren zijn aan de onderzijde goudgeel of zilverkleurig; de grote, kwalijk riekende gele bloemen leven minder dan een dag: ze gaan 's middags open en vallen de volgende ochtend af. De vermeerdering vindt plaats door middel van zaaien en enten. De vruchten, die voor de export onrijp worden geplukt, zijn langwerpig of onregelmatig rond van vorm en dicht bezet met stevige, scherpe stekels; ze kunnen 3 kg zwaar worden. Ze zijn (bij Europeanen) berucht om hun doordringende geur, die het midden houdt tussen oude schimmelkaas, rotte uien of eieren en Terpentijn; waarschijnlijk wordt de lucht veroorzaakt door zwavelverbindingen in de vrucht. Het gelige-witte vruchtvlees, eenmaal uit de schil genomen, is minder doordringend van geur. Het is romig van consistentie en heeft de smaak die even gecompliceerd is als de geur: iets van banaan en gedroogde vijgen, met een vleugje gestoofde ui en amandel en met en duidelijke nasmaak van vanille. Het eten van het vruchtvlees laat een knoflookachtige mondgeur achter. In Azië worden ook de zes tot achttien okerkleurige zaden gegeten (meestal geroosterd, gekookte zaden worden betons genoemd). In sommige teeltlanden wordt het vruchtvlees gedroogd of tot pasta verwerkt; pogingen om het te vriesdrogen of op andere wijze te conserveren zijn tot nu toe op niets uitgelopen.