Citroenmelisse
(Melissa officinalis)

Is een overblijvende kruidachtige plant die in bundels groeit met rechtopstaande, vanaf de voet welig vertakte stengels. De hoogte kan tot 80 cm reiken. Langs de stengels groeien afwisselend grote ovale, stomp gezaagde bladeren, tot aan de top. In de bladoksels ontstaan kleine stengels die 's zomers de kleine, geelachtige of roze bloemen zullen dragen. De bladeren geven een aangename, citroenachtige geur af. Citroenmelisse komt vooral gecultiveerd voor, maar in zuiderse streken ziet men de melisse wel eens in het wild in hagen en langs de wegen, tot op een hoogte van 1. 000 meter. Vooral de bladeren worden gebruikt, ze worden in het begin van de zomer geplukt en zijn zeer delicaat. Ze worden verwerkt in visschotels, in slaatjes, in sauzen en in gekookte groenten. Citroenmelisse is een kruid verwant aan munt. De blaadjes zijn frisgroen, gekarteld en met een opvallende nerfstructuur, net zoals muntblaadjes. De geur van citroenmelisse is wel totaal verschillend: citroenmelisse verspreidt een doordringende, honingzoete citroengeur. Verse citroenmelisse moet stevige stengels en bladeren hebben. De blaadjes mogen geen donkere vlekken vertonen. U kunt citroenmelisse ook in de tuin of in een pot op het balkon kweken. Gebruik citroenmelisse alleen vers. Citroenmelisse mag u niet meekoken: voeg het kruid pas toe aan het einde van de bereiding. U kunt citroenmelisse gebruiken in alle recepten waarin citroen of citroensap een rol kan spelen zoals visgerechten, champignons, kalfsvlees en schelpdieren. U kunt het kruid ook gebruiken als vervanging van geraspte citroenschil. Thee van citroenmelisse helpt tegen hoofdpijn. Het kruid is ook aan te bevelen bij spanningen en depressie. Citroenmelisse is een bestanddeel van karmelietenwater of melissewater. De originele formule stamt uit de 18de eeuw en werd gebruikt als zenuwstillend middel.