Yam
(Dioscorea alata, Dioscorea spp.)

Komt van oorsprong uit Zuid-oost-Azië (India, Filippijnen, Polynesië). De familie van Dioscoreaceae is vooral bekend om de vele soorten yams: de eetbare knollen van deze tropische slingerplanten, die vaak zowel onder als boven de grond worden gevormd. Voor de consument is het overigens moeilijk, de verschillende yamsoorten van elkaar te onderscheiden, omdat de in West-Europa aangevoerde knollen weinig onderlinge verschillen vertonen: het onderscheid zit hem meestal in de plant en die krijgen we hier zelden of nooit te zien. De verwarring wordt nog vergroot doordat sommige zoete aardappelsoorten ook wel eens onder de naam 'yam' worden aangevoerd - of omgekeerd. De belangrijkste soorten voor de West-Europese markt zijn de yam en twee soorten die bekend zijn onder de naam aardappelyam. Van een van deze laatste, De batatas, krijgt de amateur-tuinder wel eens kleine plantknollen aangeboden die 'Igname de Chine' worden genoemd. Half mei geplant (in de warme kas), leveren ze omstreeks november langwerpige knollen van ± 40 cm lengte. Ze kunnen worden bewaard als aardappelen. Dit laatste geldt waarschijnlijk ook voor yams die op de markt of in de winkel worden verkocht. Yams zijn het hele jaar, zij het beperkt verkrijgbaar. Ze worden rauw in salades gebruikt of, in schijven gesneden, gebakken in olie. Ze zijn tamelijk kort houdbaar en erg gevoelig voor lage-temperatuurbederf.