Tamme kastanje
(Castanea sativa, Castanea vesca)

Deze soort wordt ook wel Zoete Kastanje en Koorstengen genoemd.
De Tamme Kastanje is waarschijnlijk ergens in de 5e eeuw van Perzië naar Europa gekomen. Daarna is hij door aanplant over vrijwel heel Europa verspreid. Vooral in kiezelgebergten doet hij het erg goed. Maar andere plaatsen met goed gedraineerde grond zijn hem ook prima.
Hij heeft echter een hekel aan kalkrijke grond. Hij groeit eerst wat langzaam op. Dan versnelt de groei wat. Omstreeks zijn 50e levensjaar bereikt hij het volwassen stadium en dan ook zijn grootste afmeting. De vruchtzetting gebeurt van het 25e tot het 30e levensjaar. Ahoewel uitzonderingen daarbij de regel bevestigen. Alleen geplaatst groeit hij vrij gedrongen op. In een bos groeit hij vanwege de concurrentie van andere bomen vaak vrij slank op. Het kan zijn, dat deze exemplaren pas na hun 50e levensjaar vrucht gaan dragen.
De vruchten van de Tamme Kastanje kunnen gedroogd en of geroosterd goed gegeten worden. Ze hebben een hoge voedingswaarde.
Overigens zijn er in de loop der eeuwen flink wat Variëteiten ontstaan, die ieder een eigen groeipatroon vertonen.
Kenmerkend daarbij zijn de voortgebrachte vruchten, die qua grootte en kwaliteit flink kunnen verschillen. Sommige soorten geven alleen maar vruchtdozen met volle Kastanjes en een enkele zogenaamde loze Kastanje. Andere soorten produceren vrijwel alleen loze Kastanjes met een enkele volle Kastanje ertussen. Ongeacht de vruchtproductie geven ze echter een schitterende boom, waaronder het op het heetst van de dag goed toeven is.
Eigenschappen: aansterkend, kalmerend, mineralen aanvullend, samentrekkend, spijsvertering bevorderend.