Kentjoer
(Kaempferia galanga)

Kentjoer is - net als Laos - verwant aan gember en ook van deze plant worden de dikke wortelstokken als smaakmaker gebruikt. Kentjoer heeft een unieke, duidelijk herkenbare, doordringende en snel overheersende smaak. Kentjoer heeft daarnaast ook nog een behoorlijke nasmaak en het is daarom aan te raden om er spaarzaam gebruik van te maken. Kentjoer is een 'verNederlandste' naam - die afgeleid is van de Indonesische naam Kencur - die gebruikt wordt voor de wortelstok van één van de vele soorten tropische galanga planten: De Kaempferia galanga. In Maleisië kent men de wortel als: Cekur of cekuh. Een 'echte' Nederlandse naam - voor zowel de plant, als de wortel er van - is er niet. De naam galangawortel zou voor de hand liggen, maar die naam wordt al gebruikt voor de wortel van de grote galanga, een verwante soort (Alpinia galanga), die beter bekend is onder de Indonesische naam Laos. Ook de naam 'kleine galanga' wordt wel voor kentjoer gebruikt, maar ook die kan voor verwarring zorgen omdat die naam ook al voor andere (weliswaar verwante) planten gebruikt wordt (Alpinia officinarum). Soms wordt - in plaats van Kentjoer - ook wel de naam bitterwortel gebruikt, maar dat is niet erg correct, die naam hoort eigenlijk bij de (echt erg bitter smakende) Maagwortel. Toepassing (in, op of met): in de oosterse keuken: vis - vlees (varken, kalf, kip). Indonesië: Rempejek Katjang (pindakoekjes), Java: zoetscherpe vleesgerechten.