Akelei
(Aquilegia vulgaris)

De Akelei ziet men veel in siertuinen terug. Vaak zijn het afgeleide soorten van de in het wild voorkomende Wilde Akelei.
De plant heeft een speels voorkomen met fijn getekend blad en een leuk type bloemen. Ze houden voor een goede groei van een plaats in de halfschaduw. Vanaf het voorjaar vertoont de plant bloemen met tere kleuren, die op wonderlijke wijze zijn samengesteld door 5 horentjes, die elk uitlopen in een gebogen spoor. Aan dit spoor dankt de plant waarschijnlijk zijn naam.
Het is afgeleid van het Latijnse aquila, dat Adelaar betekent. De uiteinden van de bloemsporen zijn gekromd als de snavel of de klauwen van deze roofvogel. Er is ook een andere verklaring. Deze heeft te maken met de reputatie, die de plant vroeger had. Het gezichtsvermogen zou er door verbeteren. De Wilde Akelei is tot de 19e eeuw veelvuldig gebruikt. Homeopaten schreven de plant voor bij bepaalde zenuwstoornissen. In deze tijd maakt men er nog beperkt gebruik van, want de plant bevat in de zaden en de bovengrondse delen een gevaarlijke stof. Daarom is het verstandig uit de wortel gemaakte producten, alleen uitweindig te gebruiken.
Eigenschappen: antiseptisch; kalmerend; samentrekkend; wondreinigend.