(Barbarea vulgaris)
Barbarakruid komt vrij algemeen voor op vruchtbare vochtige grond, vooral langs de waterkant. Het is een plantje dat al heel lang door de mens is gegeten en het bevat veel vitamine C. Daarvoor moeten we in het voorjaar de jonge blaadjes rauw, als sla eten. Net als tuinkers heeft het een wat scherpe koolsmaak en we kunnen de blaadjes ook gesnipperd op brood eten. Als we de bladeren koken totdat ze zacht zijn, kunnen we ze als bladgroente bereiden. We verliezen dan natuurlijk wel wat vitamine C. Er zijn landen waar Barbarakruid als groente in de tuin wordt gekweekt. De blaadjes blijven heel lang groen. Daar komt de geslachtsnaam Barbarakruid vandaan. Ze konden wel tot 4 december (de naamsdag van Sinte Barbara) worden geplukt. Behalve het stijf (stricta) Barbarakruid, is er nog een andere soort, het gewone Barbarakruid (Barbara vulgaris) dat vrij algemeen voorkomt in weide, lang bermen, aan rivieroevers en ook wel op akkers. Het kan op dezelfde manier bereid worden.