(Capsella bursa-pastoris)
Dit bescheiden en eenvoudige plantje siert met zijn lange, tot 60cm hoge bloeistengel vaak plekken waar niets meer groeien wil. In ons land komt het langs wegen, maar ook op onontgonnen terreinen voor. Met zijn ongebroken levenskracht groeit en bloeit het herderstasje tot in de herfst (maart-nov. ). Terecht heeft het de naam van een 'gezond onkruid'. Op een dunne, vaak lange penwortel groeit een bleekgroene wortelrozet, net als bij de Paardenbloem. Deze bladeren zijn gesteeld en meestal bochtig getand of sterk ingesneden (veerdelig). Midden hier-tussen gaat de stengel omhoog (tot 60 cm), voorzien van kleine, zittende en stengelomvattende bladeren. Hij wordt gesierd door een lange, losse, schermvormige tros met kleine, witte bloempjes, die later uitgroeien tot typische, tasvormige vruchtjes, de houwtjes, zodat ze in het oudste (onderste) deel van de bloeiwijze al te zien zijn. Bij verdere groei ontstaan bovenin steeds nieuwe bloemen en onder weer de vruchtles, waaraan de plant zijn naam heeft te danken. We verzamelen op relatief zuivere plaatsen, waar geen olieresten of andere afvalproducten de plant schade hebben toegebracht. De bladrozetten worden vlak boven de grond afgesneden. De jonge bladeren zijn uitstekend geschikt als kruidige toegift bij salades en kruidensoepen.