Gomba
(Abelmoschus esculentus, Hibiscus esculentus)

Deze tropische vruchtgroente, afkomstig uit Centraal-Afrika, behoort tot de familie van de Hibiscusgewassen. Slaven, die op de plantages in Amerika en het Caraïbisch gebied werkten, introduceerden er de oker. Maar ook in de landen rondom de Middellandse Zee is de oker al heel lang bekend. Tegenwoordig wordt oker in bijna alle tropische en subtropische gebieden verbouwd. In India groeit een iets afwijkende soort. De twee soorten zijn niet te kruisen, dus zijn er misschien wel twee plaatsen van oorsprong. Oker is een groene langwerpige, wat gegroefde vrucht, die op een vinger lijkt. In sommige landen heet de oker daarom dan ook lady's finger. De lengte en de kleur van okers kunnen verschillen. Er zijn zowel groene als rode variëteiten, maar rode okers worden tijdens het koken ook groen.

Okers kunnen worden gekookt, gestoofd of in soepen worden verwerkt. De vrucht is goed te combineren met tomaat, knoflook en ui en smaakt lekker in salades. Grote okers kunnen worden gevuld. Ze hebben een zachte, pittige smaak. Ze scheiden tijdens het koken een soort slijm af, dat veel bindkracht heeft. Door de kooktijd te verkorten of hele jonge vruchten te gebruiken wordt de glibberigheid wat minder. Ook kunnen okers voor de bereiding eerst in water met azijn en wat zout worden gekookt om het 'ongewenste' melkachtige slijm kwijt te raken.
Voor de bereiding moeten het steeltje en het puntje aan de onderkant eraf worden gehaald. Okers kunnen heel of in stukjes gesneden worden bereid.

In de groentela van de koelkast zijn okers ± l week houdbaar. Ze kunnen goed worden ingevroren. Let er bij aankoop op dat de okers niet hard en vezelig zijn. De oker is vers als het puntje makkelijk met de duim kan worden omgeknakt.