(Cucumis melo)
De meloen is waarschijnlijk afkomstig uit Midden-Aziė, al noemen anderen Afrika als het stamgebied van deze plant. Als cultuurplant was ze al voor het begin van onze jaartelling bij de Grieken en de Romeinen bekend. Momenteel wordt de meloen in vele tropische en subtropische streken geteeld en daarbuiten ook in kassen, o. a. Ook in Nederland. Er is een verrassend groot aantal rassen en variėteiten, een gevolg van het feit dat kruisingen relatief gemakkelijk tot stand kunnen worden gebracht. Meloenen, die voor meer dan 90% uit water bestaan, zijn rijp als ze een sterk aroma afgeven, als de vrucht aan de onderzijde (tegenover de steelaanzet) bij een lichte druk meegeeft en als het eventueel nog aanwezige steeltje gemakkelijk loslaat. De meeste rassen rijpen bij kamertemperatuur (15-20°C) en zijn, afhankelijk van de rijpheid, 5-8 dagen houdbaar. Ze mogen niet onder de 8°C worden bewaard, omdat dan 'lage temperatuur bederf' optreedt: in de schil en het vruchtvlees ontstaan waterige plekken die snel gaan schimmelen. Wikkel meloen, voordat u hem in de koelkast legt in aluminiumfolie. Zo behoudt hij zijn geur en smaak. Bovendien voorkomt u dat andere etenswaren naar meloen gaan ruiken. Meloenen worden bij voorkeur gekoeld gegeten; smaak en aroma zijn dan op hun best. De omvangrijke familie van de Cururbitacea of komkommerachtigen, omvat zo'n 850 soorten, verdeeld over ongeveer 100 geslachten. Het zijn bijna allemaal klimmende of kruipende, kruidachtige planten met in verhouding zware besvruchten. Behalve bekende groenten als komkommer, augurk en pompoen, behoort ook de meloen tot deze familie.