(Carum carvi)
Deze plant wordt ook wel Wilde Komijn en Veldkomijn genoemd.
Deze plant was bekend bij de oude Grieken onder de naam Karon. De Arabieren kenden de plant ook al en noemden hem Karawijn.
Pas in de middeleeuwen kreeg hij de ons bekende naam carvi. De plant komt veel voor op verarmd grasland en in de wegbermen.
De zaden worden wel gebruikt voor het kruiden van gerechten, zoals worst en kaas. Wie kent er immers Komijnenkaas niet!
De plant op zich is een prima veevoer, dat in het grasland eigenlijk niet mag ontbreken. Het bevordert immers de spijsvertering en de melkafscheiding van koeien, schapen en paarden. Ze worden er wellicht ook wat krachtiger door. De plant lijkt wat op wilde peen, echter de bloemen van deze plant zijn geheel wit.
Eigenschappen: darmgas verdrijvend, menstruatie bevorderend. spijsvertering bevorderend, zogdrijvend.