Kattendoorn
(Ononis campestris, Ononis repens, Ononis repens var. spinosa, Ononis spinosa)

Deze plant wordt ook wel Gedoornd Stalkruid, Kraaidoorn, Schapendoorn en Ossenbreker genoemd.
Deze plant is vooral te vinden langs wegen en dijken en dan binnen het gebied van de grote rivieren. Ook komt hij voor in de vroegere IJsselmeergebieden, langs de Wadden en in de Duinen. Vanwege het feit, dat ezels er graag aan eten kreeg de plant vroeger de naam Ononsis.
Dat stamt deels af van het Griekse benaming voor Ezel te weten Onos.
De takken kunnen echter slijmvliesbeschadigingen opleveren bij het vee. De naam Ossenbreker is ontstaan vanwege de taaie wortel van de plant.
Dat gaat terug tot in de tijd, dat het land nog met behulp van Ossen werd geploegd. Veel Kattendoorn in het land gaf dan de grootste problemen met het ploegen.
De plant is eigenlijk een struikje met een houtige voet. De zijtakken van de opgaande hoofdtakken zijn liggend opgaand.
Ze zijn voorzien van vaak in paren voorkomende doorns. De bladeren zijn klein en drietallig aan de basis van de zijtakken en aan de takeinden vaak enkelvoudig. De roze bloemen zijn allenstaand in de oksels van de bladeren. Er ontstaat een eivormige peul uit. De geur is onprettig.
Eigenschappen: antiseptisch, bloedzuiverend, samentrekkend, urinedrijvend, zweetdrijvend.