Klein kaasjeskruid
(Malva neglecta)

De gehele familie van de Kaasjeskruidachtigen wekt bij ons een gevoel op van ventrouwen en hoop, want reeds eeuwen hebben deze planten voor de mens geneeskrachtige en voedingswaarde. Het bescheiden kaasjeskruid stelt zich tevreden met schrale zandgrond - open of bebouwd - en ruigten, waar het ook stand houdt bij droogte en hitte. Ook langs wegen, in heggen en op akkers komt het bij ons algemeen voor, vooral in bet westen. Uit een penwortel ontstaan 20-30cm lange, liggende of opstijgende, vertakte stengels. Deze dragen langgesteelde, rondachtige bladeren met iets hartvormige voet. Ze zijn duidelijk 5-7-lobbig en gekarteld gezaagd. Stengel en bladeren zijn viltig behaard, ook de kleine, toegespitste steunbladeren onderaan de bladsteel. De bloemen liggen in groepjes in de bladoksels. Ze hebben een bleekmauve (roséviolette), soms bijna witte kleur en staan ieder apart op kleine stengels. In de zomer ontstaan hieruit de platte, op kaasjes lijkende vruchtjes. Ook het hogere (tot 120 cm) groot kaasjeskruid heeft ongeveer dezelfde kenmerken. De kaasjeskruidachtigen, typische slijmplanten, worden reeds lang als geneeskrachtige planten gebruikt. Voor de keuken worden de jonge scheuten met de tere blaadjes verzameld, vóór de bloei. Door het slijmgehalte worden soepen brijachtig van samenstelling. Rauw worden ze toegevoegd aan salades. De kleine vruchten worden, rauw of in azijn gelegd, als toegift voor salades gebruikt. Thee uit de bladeren van de beide soorten kaasjeskruid is een bekend geneesmiddel tegen ontstekingen in Maag-darmkanaal, tegen hoesten en bij uitwendig aan te brengen omslagen.