(Narcissus pseudonarcissus, Narcissus pseudonarcissus var. pseudonarcissus)
Wordt ook wel Gele Tijloos, Paasbloem of Paaslelie genoemd.
Narcissen kennen we eigenlijk allemaal wel. Vroeg in het voorjaar zie je de alom aanwezige aanplanten in siertuinen, langs bermen en in parken en perken ontspruiten.
Niet lang daarna en afhankelijk van het weer verschijnen de trompetvormige bloemen in meest gele en witte tinten.
In het Westland en dan vooral op de zandgronden kun je in het voorjaar ontelbare akkers met Narcissen zien bloeien.
De Keukenhof, een voorjaarsbloementuin van Internationale allure, is er wereldwijd bekend om.
De Narcissen, die u nu op allerlei plaatsen ziet bloeien zijn echter veelal nakomelingen van de originele Wilde Narcis.
Deze is oorspronkelijk in ons land wel in het wild aanwezig geweest en dan vooral in beekdalen in het Noorden, Oosten en Zuiden van ons land.
Tegenwoordig kun je hem nog vinden in siertuinen, van waaruit hij soms weer verwildert.
Niet algemeen bekend is, dat de bol giftig is en beter niet met de blote handen kan worden aangeraakt.
Zelfs de geur van de bloemen kan enige slaperigheid veroorzaken.
De naamgeving is deels ontleend aan een mooie Griekse jongeling, die verliefd werd op zijn spiegelbeeld in het water van een rimpelloze vijver.
Uit wanhoop, dat hij zijn andere ik (zijn geliefde) niet kon bereiken, kwijnde hij weg en stierf hij tenslotte.
In de oudheid werd de plant aanbevolen tegen brandwonden, ontwrichtingen en abcessen.
In de loop van de 19e eeuw werd de Wilde Narcis toegepast als krampopheffend en kalmerend middel.
Eigenschappen: diarree bestrijdend; kalmerend; kramp opheffend.