(Passiflora incarnata, Passiflora spp.)
Het geslacht Passiebloem of Passievrucht (Passiflora) is een geslacht van meest overblijvende, klimmende planten in de familie Passifloraceae. Het geslacht komt in het wild voor in de tropische delen van Zuid-Amerika, in het Amazonebekken van Brazilië en in Peru, zijn incl. Variëteiten ruim 400 soorten bekend. De geslachtsnaam Passiflora is mogelijk gegeven door Spaanse missionarissen. Toen zij deze in Zuid-Amerika ontdekten, zagen zij in de vijf kelk- en de vijf kroonbladen een verwijzing naar de tien apostelen behalve Petrus en Judas. De drie stampers leken op de spijkers waarmee Jezus Christus aan het kruis werd genageld. De dubbele bijkroon leek op de doornenkroon van Christus. De kronkelende klimmende takken leken op een zweep. De drie bijkelkbladen stelden de drie Maria's bij het kruis voor. Het blauw van de bloem verwees naar de hemel of naar het blauw van het kleed van Maria. Om deze reden noemden zij hem passiebloem, de naam die ook in het Latijn terecht is gekomen. Aangezien de soort pas in de 16e eeuw in Zuid-Amerika ontdekt is, moet de legende dat de plant zich om het kruis van Christus heeft gewonden, naar het rijk der fabelen worden verwezen. De bladeren van de passiebloem worden in de plantgeneeskunde als rustgevend en als slaapmiddel gebruikt. Ze bevatten MAO-remmers als harmine en kunnen ook als drug gebruikt worden.