(Prunus spinosa)
Ze zien er zo verleidelijk uit, de diepblauwe pruimen van de Sleedoorn, maar wat valt het tegen als je zo'n vrucht nietsvermoedend in je mond steekt. Zuur en vooral wrang, dat is de allesoverheersende smaak. Zo wrang dat alles in je mond samentrekt en ruw en stroef aanvoelt. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas 'trekkebek' is. Nee, de bes van de Sleedoorn is niet bedoeld voor rauwe consumptie, hoe gezond hij ook mag zijn met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma's en vitamine C. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze bittere wrangheid en pas na langdurig koken en het toevoegen van suiker wil er een acceptabel gerecht te voorschijn komen: de Sleedoornjam. Ook in de toepassing als Sleedoornelixer is een langdurig kookproces nodig, gevolgd door het zoeten met rietsuiker en versterken van de smaak met citroensap. Gelukkig helpt de natuur ons wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak, want eerst moet de 'vriezeman' zijn geweest, zoals vroeger wel werd gezegd.