(Acer campestre)
Op geschikte standplaatsen - in loofbossen - en op zware, vochthoudende grond groeit bij ons alge-meen de Spaanse aak, een statige boom die zeker 15 m hoog en meer dan 100 jaar oud kan worden. Hij wordt echter meer aangetroffen als heester in heggen, kreupelhout of aan bosranden, waan hij voorkeur heeft voor droge, zonnige plaatsen. De Spaanse aak heeft een gespleten, kurkachtige schors, den ronde, sterk gebladerde kroon en veel bloemtrossen. De elegante, vijflobbige, van onder zacht behaarde bladeren zitten op stelen van verschillende lengte, die dikwijls roodachtig zijn. De geelgroene bloemen verschijnen kort na of tegelijk met de bladeren (mei-juni). Ze vallen echter weinig op. Des te meer echter vallen de vruchten op -grijsviltige 'nooties' met groene, afstaande vleugeltjes, te vergelijken met de bekende esdoornvruchten, de 'neusjes'. Aan de vorm van de 'propeller' zijn de verschillende soorten esdoorn te herkennen. De Spaanse aak heeft in bladnerven en bladstelen een zoetig melksap. Het blad - het Canadese wapenschild - bevat eveneens suiker. De verse bladeren worden daar gekookt tot een stroop.