(Astragalus glycyphyllos, Astragalus membranaceus)
De hokjespeul kwam vroeger vrij algemeen voor in loofbossen en droog kreupelhout. Het is een overblijvende plant die langer dan een meter kan uitgroeien. De hokjes peul is een vlinderbloemige plant en dus familie van de erwt. Tegenwoordig is de plant zeldzaam en dat is jammer, want de peulen, waar de erwtjes sterk ingesnoerd (in hokjes) in zitten, zijn eetbaar en erg lekker in salades. In Schotland, waar ook nog andere Astragalus soorten voorkomen, worden de zaden ingemaakt en als kappertjes gegeten. De wortel en de bladeren bevatten suiker en andere zoet smakende stoffen. Daar stamt de soortnaam glycophyllus vanaf, die afkomstig is van de Griekse woorden glucos en phullos, die zoet en blad betekend. De geslachtsnaam heeft te maken met de hoekige vorm van de zaden. Astrogalos betekend in het Grieks bikkel of dobbelsteen.