(Calystegia sepium, Calystegia silvatica, Convolvulus sepium)
In de volksmond noemt men deze plant ook wel Pispot, Draaiwinde of Spoekeblom.
De plant zelf overwintert in de grond. Daarin heeft het soms een flink wortelgestel aangelegd, waaruit in het voorjaar de nieuwe ranken gaan groeien.
De eerste ontwikkeling is voorzichtig, maar zodra de temperatuur omhhog gaat, begint de plant in een reusachtig tempo door te groeien. In korte tijd maakt hij langerekte scheuten, die over de grond op zoek gaan naar mogelijkheden om omhoog te groeien. Op naar de warmte en het zonlicht!
Zodra de ranken de steun hebben gevonden, beginnen de stengels zich al spiralerend en windend omhoog te werken. Dat doorgroeien houden ze lang vol trouwens. 4 tot 5 meter van de grond is geen uitzondering!
In de zomer ontstaan de grote witte trechtervormige bloemen, waaraan de plant gemakkelijk te herkennen is.
De plant zelf behoort tot de Windefamilie (Convolvulaceae). De naam is afgeleid van het Latijnse woord convolvere, dat omwinden betekent.
Hoewel veel tuiniers er een hekel aan hebben, is de Haagwinde een bijzonder decoratieve plant, waarvan zelfs een aantal siervariëteiten bestaan.
Al heel lang gebruikt men de wortel en het blad als een laxerend middel.
Arabische artsen gebruikten in de Middeleeuwen de wortel tegen geelzucht.
Een beschrijver van de plant uit de 11 eeuw zag er een middel tegen ganggreen en galkoorts in. In Duitsland gebruikt men de bladeren voor het maken van een aftreksel voor gebruik tegen witte vloed. Zelfs gedroogd en tot poeder vermalen blijven ze hun werkzaamheid behouden.
Eigenschappen: galsecretie bevorderend; laxerend.